Zoekresultaat: 147 artikelen

x
Casus

Enkele opmerkingen over instemmingsrechten

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Instemmingsrechten, Flex-bv, Wet tot vereenvoudiging en flexibilisering van het bv-recht, Verpanding, Aandelen
Auteurs Prof. mr. J.B. Huizink
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de invoering van de Wet tot vereenvoudiging en flexibilisering van het bv-recht kennen we bij de bv zogenoemde instemmingsrechten. In deze bijdrage wordt het rechtskarakter van deze instemmingsrechten – vennootschapsrechtelijk zowel als vermogensrechtelijk – onderzocht. De conclusie is dat de aan de aandelen verbonden instemmingsrechten bij verpanding van het aandeel kunnen overgaan naar de pandhouder.


Prof. mr. J.B. Huizink
Prof. mr. J.B. Huizink is hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en verbonden aan het Zuidas Instituut voor Financieel recht en Ondernemingsrecht (ZIFO).
Praktijk

Crowdfunding, mede mogelijk gemaakt door de wetgever?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Crowdfunding, Financieringsmogelijkheden, AFM, DNB, Wft
Auteurs Mr. J.M. van Poelgeest
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat in op het fenomeen crowdfunding en het wettelijk kader. Hierbij wordt ingegaan op de Europese en nationale ontwikkelingen op het gebied van crowdfunding en wordt gekeken naar de mogelijkheden voor de toekomst, waarbij enkele suggesties worden gedaan. Wordt crowdfunding de nieuwe standaard voor financieren?


Mr. J.M. van Poelgeest
Mr. J.M. van Poelgeest is advocaat bij Finnius Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Aansprakelijkheid van de indirecte bestuurder: rechtstreeks of via artikel 2:11 BW?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2014
Trefwoorden indirect bestuurders, bestuurdersaansprakelijkheid, doorbraak, art. 2:11 BW, tweedegraads bestuurders
Auteurs Mr. S.T.J. van Roessel
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt aan de hand van een drietal arresten de mogelijkheden voor het aansprakelijk stellen van een indirect bestuurder van een vennootschap.


Mr. S.T.J. van Roessel
Mr. S.T.J. van Roessel is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Het wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2014
Trefwoorden civielrechtelijk, bestuursverbod, aansprakelijkheid, bestuurder, faillissement
Auteurs Mr. M. Zuidema en Mr. C.A.M. Witlox
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod, dat op 1 september 2014 is ingediend bij de Tweede Kamer, besproken. Er wordt nader ingegaan op de gevolgen en de manier waarop een bestuursverbod wordt ingesteld.


Mr. M. Zuidema
Mr. M. Zuidema is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

Mr. C.A.M. Witlox
Mr. C.A.M. Witlox is kandidaat-notaris bij Allen & Overy te Amsterdam.
Casus

Governance en bescherming van banken

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden banken, publiek belang, publiek aandeelhouderschap, privatisering, Interventiewet, overheidsinvloed, vijandige overnames, beschermingsconstructies, certificering
Auteurs Prof. mr. D.F.M.M. Zaman, Mr. G.M. Portier en Mr. dr. J. Nijland
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de vraag welke publiek- en privaatrechtelijke mogelijkheden er bestaan om op permanente wijze een bank (of andere financiële instelling) te beschermen tegen beleid dat niet gericht is op het publieke belang. Daarbij worden mogelijke publiek- en privaatrechtelijke instrumenten vergeleken en geplaatst in een nationaal- en Europeesrechtelijk kader. Aangezien publiekrechtelijke instrumenten uit hoofde van de Interventiewet slechts onder bepaalde voorwaarden inzetbaar zijn (dreigende insolventie van de onderneming of instabiliteit van het financieel stelsel) en traditionele beschermingsconstructies slechts kunnen worden ingezet ter voorkoming van vijandige overnames, zien de auteurs mogelijkheden voor het gebruik van aanvullende privaatrechtelijke instrumenten ter stimulering van beleid van banken gericht op het publieke belang.


Prof. mr. D.F.M.M. Zaman
Prof. mr. D.F.M.M. Zaman is notaris te Rotterdam, (bijzonder) hoogleraar Notarieel ondernemingsrecht aan de Universiteit Utrecht en (gewoon) hoogleraar Notarieel ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. G.M. Portier
Mr. G.M. Portier is notaris te Amsterdam.

Mr. dr. J. Nijland
Mr. dr. J. Nijland is universitair docent aan de Universiteit Leiden.
Casus

Bankenbelasting

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden bankenbelasting, banken, resolutieheffing 2014, depositogarantiestelsel, bonuscultuur banken, Basel III
Auteurs Prof. dr. J.N. Bouwman
SamenvattingAuteursinformatie

    De kredietcrisis heeft in Nederland in 2012 geleid tot de invoering van een bankenbelasting. Deze belasting treft zogenoemde ongedekte schulden waarmee banken hun bedrijf financieren. Banken zijn bankenbelasting verschuldigd voor zover hun ongedekte schulden een doelmatigheidsvrijstelling overtreffen. De bankenbelasting wordt verhoogd indien aan het bestuur een bovenmatige bonus wordt toegekend. Andere landen hebben heffingen ingevoerd die vergelijkbaar zijn met de Nederlandse bankenbelasting. Om samenloop van deze heffingen tegen te gaan zijn maatregelen getroffen ter voorkoming van dubbele bankenbelasting. De techniek van de Nederlandse bankenbelasting en de voorkoming van dubbele bankenbelasting staan in deze bijdrage centraal.
    Aan de invoering van de bankenbelasting zijn in de parlementaire geschiedenis doelstellingen en randvoorwaarden verbonden. Deze worden ook in de bijdrage besproken. Betwijfeld kan worden of zij volledig zijn gerealiseerd met de invoering van de huidige bankenbelasting.


Prof. dr. J.N. Bouwman
Prof. dr. J.N. Bouwman is hoogleraar Belastingrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Wetenschap

Instructiebevoegdheid en de aansprakelijkheid van de moedervennootschap als medebeleidsbepaler van haar dochter-bv op grond van art. 2:248 lid 7 BW: een kwestie van balans

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Aansprakelijkheid moedervennootschap, instructie bevoegdheid, medebeleidsbepaler, hechte concernverhoudingen, dochter BV, bestuursautonomie, beleidsbepaling
Auteurs Mw. mr. D. Mokhberolsafa
SamenvattingAuteursinformatie

    Het geven van concrete instructies kan de moedervennootschap eerder in de gevarenzone brengen om door de curator als medebeleidsbepaler van haar dochter-bv in de zin van art. 2:248 lid 7 BW aansprakelijk te worden gesteld. De aanwezigheid van een concrete instructie kan immers de feitelijke ondergeschiktheidspositie van het dochterbestuur aan de moedervennootschap in zoverre onderstrepen, dat de moedervennootschap eerder gezien kan worden als degene die feitelijk het bestuur uitoefent. Zodoende kan zij als medebeleidsbepaler worden gekwalificeerd en door de rechter aansprakelijk worden gehouden op grond van art. 2:248 lid 7 BW.


Mw. mr. D. Mokhberolsafa
Mw. mr. Mokhberolsafa heeft dit artikel geschreven in het kader van haar afstudeerscriptie. Dit artikel is inhoudelijk afgerond in mei 2014.
Artikel

Debt push-down door asset-stripping ...

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 2 2014
Trefwoorden debt push-down, asset-stripping, AIFM, private equity, uitkering, dividend, kapitaalbescherming
Auteurs Mr. J.I. Krings
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de implementatie van de AIFM-richtlijn op 22 juli 2013 werd in Nederland het verbod op asset-stripping geïntroduceerd. In deze bijdrage bespreekt de auteur de gevolgen van deze regeling voor de debt push-down in de private equity-praktijk. Er wordt geconstateerd dat het economische effect van het verbod op asset-stripping op de maximale debt push-down waarschijnlijk beperkt blijft, maar dat het erg relevant kan zijn voor de juridische structurering daarvan. Het is aan de advocaat om binnen het bedrijfseconomische kader met inachtneming van de juridische beperkingen een maximale debt push-down-structuur op te zetten. Deze bijdrage biedt de lezer belangrijke handvatten die hierbij kunnen helpen.


Mr. J.I. Krings
Mr. J.I. Krings is advocaat bij Allen & Overy in Amsterdam.
Artikel

Bank, zorgplicht en derden: enkele lessen voor de bancaire praktijk

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2013
Trefwoorden bank, zorgplicht, derden, beleggersbescherming, onderzoeksplicht
Auteurs Mr. A.J.C.M. Meijs
SamenvattingAuteursinformatie

    Een bank heeft een zorgplicht jegens derden wanneer zij zich realiseert dat mogelijk door een cliënt zonder een vereiste Wft-vergunning wordt gehandeld, waardoor derden schade kunnen ondervinden. De bank moet dan onderzoek doen naar de cliënt. Nadat de bank onderzoek heeft gedaan en ervan overtuigd is dat er niet overeenkomstig de vergunningsplicht wordt gehandeld, moet de bank aan dat gevaar voor beleggers adequaat een einde maken. In de jurisprudentie zijn verschillende mogelijkheden aan de orde geweest, maar zij zijn niet allemaal even adequaat.


Mr. A.J.C.M. Meijs
Mr. A.J.C.M. Meijs is in april 2013 afgestudeerd aan de Radboud Universiteit Nijmegen op de bancaire zorgplicht jegens derden.
Artikel

Post-closing herstructurering: goede ideeën beginnen met goede koffie

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2013
Trefwoorden openbaar bod, herstructurering, D.E. Master Blenders 1753, juridische driehoeksfusie
Auteurs Mr. L. Scheepbouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de voorgestelde post-closing herstructurering bij het openbare bod op D.E. Master Blenders 1753.


Mr. L. Scheepbouwer
Mr. L. Scheepbouwer is advocaat bij Allen & Overy.

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het beoordelingskader van de ‘onbelangrijk verzuim’-exceptie van artikel 2:248 lid 2 BW in het geval dat de publicatietermijn van artikel 2:394 lid 3 BW niet is nageleefd. Hierbij wordt onder meer ingegaan op de (recente) jurisprudentie hieromtrent en het in de literatuur regelmatig opgeworpen betoog dat niet-naleving van de publicatieplicht uit artikel 2:248 lid 2 BW dient te worden geschrapt.


Mr. J.M. Siegers
Mr. J.M. Siegers is advocaat bij Stibbe.
Artikel

Cryo-Save – de responstijd in de praktijk

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2013
Trefwoorden responstijd, agenderingsrecht, Cryo-Save, strategiewijziging, (B)AvA
Auteurs Mr. H.A. van Hulst en Mr. M.R.W. Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de uitspraak van het Hof Amsterdam (Ondernemingskamer) 6 september 2013, nr. 200.131.526/01 OK (Cryo-Save Group/Salveo Holding) betreffende de responstijd.


Mr. H.A. van Hulst
Mr. H.A. van Hulst is advocaat bij Clifford Chance.

Mr. M.R.W. Boer
Mr. M.R.W. Boer is advocaat bij Clifford Chance.
Jurisprudentie

Hoger beroep

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Hoge Raad
Auteurs Mr. F.J.P. Lock
SamenvattingAuteursinformatie

    Verschenen arresten van de Hoge Raad over de omvang van de rechtsstrijd in hoger beroep en de devolutieve werking.


Mr. F.J.P. Lock
Mr. F.J.P. Lock is raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Artikel

Waarheen met de aandeelhoudersvergadering bij beursvennootschappen?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 2 2013
Trefwoorden beursvennootschap, aandeelhoudersvergadering, corporate governance, oproepingstermijn, registratiedatum
Auteurs Mr. F.G.K. Overkleeft, LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt de actuele discussie over de mogelijke herziening van de oproepingstermijn voor aandeelhoudersvergaderingen bij beursvennootschappen en de termijn voor de registratiedatum bij dergelijke vergaderingen. Hij plaatst daarbij de huidige discussie in het bredere perspectief van discussies over de functie van de fysieke aandeelhoudersvergadering binnen het bestel van corporate governance en de verschillende wensen en verwachtingen die daaromtrent bij beursvennootschappen en hun aandeelhouders leven. Zijn stelling is dat ten behoeve van toekomstig beleid een brede discussie over de rol van de fysieke aandeelhoudersvergadering gewenst is.


Mr. F.G.K. Overkleeft, LLM
Mr. F.G.K. Overkleeft, LLM is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Een Gemeenschapsregime voor elektronische identificatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1/2 2013
Trefwoorden Elektronische handtekening, Elektronische identificatie, Elektronisch rechtsverkeer, Vertrouwensdienst, gekwalificeerd certificaat
Auteurs Mr. H.W. Wefers Bettink en Mr. drs. J. Theeven
SamenvattingAuteursinformatie

    Het bestaande Europeesrechtelijke kader voor elektronische rechtshandelingen wordt onder meer gevormd door de Richtlijn elektronische handtekening, 1999/93/EG. Deze uit 1999 stammende richtlijn is echter niet toegesneden op de snelle ontwikkeling van nieuwe technologieën en toenemende mondialisering van het handelsverkeer die sindsdien hebben plaatsgevonden. Bovendien heeft de Richtlijn geleid tot uiteenlopende implementatie in de lidstaten. Dat was er volgens de Europese Commissie mede de oorzaak van dat er weinig groei zit in de markt voor grensoverschrijdende transacties binnen de EU. Ook het grensoverschrijdend gebruik van elektronische identificatie in het kader van overheidsdiensten viel de Commissie tegen. Op 4 juni 2012 heeft de Commissie haar voorstel voor een Verordening betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt toegezonden aan de Raad, dat hierin moet voorzien.


Mr. H.W. Wefers Bettink
Mr. H.W. Wefers Bettink is advocaat bij Houthoff Buruma.

Mr. drs. J. Theeven
mr. drs. J. Theeven is bedrijfsjurist bij Sabic.
Artikel

Draagplicht in concernverhoudingen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2012
Trefwoorden hoofdelijkheid, draagplicht, concernfinanciering, regres, omslag
Auteurs Mr. R.M. de Winter en Mr. S. Timmerman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het 13 juli 2012 gewezen arrest Janssen q.q./JVS Beheer besproken, waarin de Hoge Raad antwoord geeft op de vraag hoe de onderlinge draagplicht tussen hoofdelijk aansprakelijke concernvennootschappen moet worden vastgesteld indien daarover geen afspraken zijn gemaakt tussen partijen. Verder wordt stilgestaan bij enkele gevolgen van dit arrest voor de praktijk.


Mr. R.M. de Winter
Mr. R.M. de Winter is werkzaam bij De Nederlandsche Bank.

Mr. S. Timmerman
Mr. S. Timmerman is werkzaam bij De Nederlandsche Bank.

    Via de Interventiewet worden ten aanzien van het faillissement van een bank nieuwe bepalingen in de Faillissementswet geïntroduceerd. De wet bevat onder andere een afzonderlijk faillissementscriterium voor banken en een mogelijkheid een bank in faillissement op bijzondere wijze op een derde te doen overgaan.


Mr. J. Baukema
Mr. J. Baukema is advocaat bij Boekel De Nerée te Amsterdam. De auteur dankt mr. W.J.P. Jongepier en de redactie voor hun waardevolle opmerkingen.
Artikel

De positie van de statutair bestuurder in een notendop

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 7/8 2012
Trefwoorden statutair bestuurder, dubbele rechtsbetrekking, benoeming, arbeidsovereenkomst, ontslag
Auteurs Mr. E.W.M. Heyman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur, mede naar aanleiding van de aanstaande invoering van de Wet bestuur en toezicht, hoe de positie van de statutair bestuurder ten opzichte van de vennootschap ook alweer in elkaar zit.


Mr. E.W.M. Heyman
Mr. E.W.M. Heyman is advocaat ten kantore van Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Uitkoopprocedure na openbaar bod: de 95%- en 90%-drempel nader belicht

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 5 2012
Trefwoorden uitkoop, Crucell, openbaar bod, drempel, billijke prijs
Auteurs Mr. P.M. Thissen
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van het recente arrest van de Ondernemingskamer inzake Crucell N.V. bespreekt de auteur in deze bijdrage de verschillende kenmerken van de uitkoopprocedure na openbaar bod. Hierbij zal zij met name ingaan op de procentuele drempels uit artikel 2:359c BW en zal de vraag aan de orde komen of de Ondernemingskamer de 95%- en 90%-drempel in het Crucell-arrest op de juiste wijze heeft berekend.


Mr. P.M. Thissen
Mr. P.M. Thissen is werkzaam als advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Boekbespreking

Eerste aanleg

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Eerste aanleg, Burgerlijk proces in eerste aanleg, Toegankelijkheid van de rechtspleging, Comparitie na antwoord, Processueel debat, Actieve rol van de rechter
Auteurs Mr. R.A. van der Pol en Mr. D.T. Boks
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van Asser Procesrecht/Van Schaick 2 2011. Het boek behandelt de belangrijkste aspecten van het burgerlijk procesrecht zoals dat wordt gevoerd voor een rechtbank, geschreven voor de praktijk. In de bespreking wordt hoofdzakelijk stilgestaan bij het processuele debat op de comparitie na antwoord en de (volgens Van Schaick: te) actieve rol van de eerste rechter.


Mr. R.A. van der Pol
Mr. R.A. van der Pol is raadsheer in het Hof Leeuwarden.

Mr. D.T. Boks
Mr. D.T. Boks is rechter in de Rechtbank Arnhem.
Toont 81 - 100 van 147 gevonden teksten
1 2 3 5 7 8
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.