Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 474 artikelen

x
Artikel

Een bijzondere groep daders: vrouwelijke langgestraften na afloop van de Tweede Wereldoorlog in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Trefwoorden female, perpetrators, World War II, empirical study, criminal career
Auteurs Drs. Jantien Stuifbergen MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Early literature on female perpetrators of World War II focused on labelling the accused as deranged psychopaths, thereby distinguishing the group of perpetrators from the vast subdued and ‘normal’ population. While this perception has changed over the past decades, the perception of female perpetrators has remained limited either way, women are denied having a lot of agency when perpetrating crimes in conflict. Similar to the ‘mad Nazi’-theory these narratives imply that female perpetrators are different from ‘ordinary’ women, as their actions collide with notions of ideal femininity. This empirical research has shown that in the case of female perpetrators of World War II in the Netherlands it seems that they can be seen as ordinary women operating in extraordinary circumstances. In this study, a special group of female war criminals is described. Against the background of early post-war imaging of such women and more recent research on female perpetration during wartime, an analysis of Dutch perpetrators who received severe punishments after the War, is made. Based on unique historical data, the criminal career of these women as World War II perpetrators is analysed. The outcomes show that a notable part already had a criminal record before the war and that the perception of who they were and why they acted the way they did needs reconsideration, since they were not psychologically weak and incompetent. They were generally young, unemployed and low educated and they planned and committed their crimes of treasons in order to create better living conditions for themselves. In fact, one can claim that these women are likely to be ordinary people influenced by dispositional and situational factors.


Drs. Jantien Stuifbergen MSc
Drs. J.A.M. Stuifbergen, MSc is programmacoördinator van de Master International Crimes, Conflict and Criminology en promovenda bij de sectie Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam,
Boekbespreking

Reserve-onderdelen

Inzichten in de orgaanhandel en een pleidooi voor de vermarkting van orgaandonatie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Auteurs Dr. Michelle Habets
Auteursinformatie

Dr. Michelle Habets
Dr. M.G.J.L. Habets is medisch-ethicus en onderzoeker bij het Rathenau Instituut.
Uit het veld

De algoritmische waakhond

Datagedreven mededingingstoezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2-3 2018
Trefwoorden algoritme, detectie, mededinging, datagedreven, toezicht
Auteurs Jan Sviták en Erik Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaan wij in op de vraag hoe een mededingingsautoriteit datagedreven technieken kan inzetten om effectiever te worden. Machine learning is in de laatste jaren enorm populair geworden, levert vaak snel goede resultaten op en vormt de basis voor succes van vele e-commerce-bedrijven die (bijna) dagelijks machine learning-algoritmes toepassen om de optimale prijzen te bepalen van al hun producten, gegeven historische transacties die concurrenten aanbieden en gelet op de omvang van de eigen voorraad. Machine learning is echter alleen geschikt voor specifieke vraagstukken. Het verschil tussen causaliteit en voorspelkracht speelt daarbij een belangrijke rol. Vaak past een ‘ouderwetse’ statistische analyse beter bij de onderzoeksvraag over oorzaak en gevolg. Voorbeelden van nuttige toepassingen van machine learning-technieken zijn voorspellingsmodellen en verkennende data-analyse, die op nieuwe inzichten kan wijzen of bepaalde gebeurtenissen kan signaleren. Wij bespreken een simpel algoritme toegepast op detectie van veranderingen in prijsdata en laten zien hoe dit tijdrovende handmatige analyses kan vervangen. Een mededingingsautoriteit kan soortgelijke algoritmes als een belangrijke en noodzakelijke aanvulling gebruiken op de ‘ouderwetse’ maar eveneens nuttige statistische analyses voor o.a. opsporing van kartels. De methode is flexibel qua inzet in verschillende markten en toepassingen van diverse aannames over het gedrag van ondernemingen.


Jan Sviták
Dhr. J. Sviták is econometrist bij het Economisch Bureau van de Autoriteit Consument en Markt en extern PhD student aan Tilburg University.

Erik Brouwer
Prof. Dr. E. Brouwer is clusterhoofd big data bij SEO Economisch Onderzoek en bijzondere hoogleraar mededinging en innovatie aan Tilburg University.
Artikel

Access_open De aanval is de beste verdediging

Het indammen van witwaspraktijken in de professionele voetballerij

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Witwassen, Voetbal, Risicomanagement, 5e Europese anti-witwasrichtlijn, Georganiseerde misdaad
Auteurs Mr. drs. P. Steenwijk en Prof. dr. mr. H. Nelen
SamenvattingAuteursinformatie

    Complexe geldstromen, irrationele prijsvorming van transfers en het ontbreken van gerichte wetgeving maken het betaald voetbal aantrekkelijk voor het witwassen van crimineel geld. Bij de belangrijkste stakeholders is het besef inmiddels doorgedrongen dat het noodzakelijk is de witwasbestrijding binnen de sector serieus aan te pakken. De preventieve toetsing van grote investeerders in clubs door de KNVB en de aanbevelingen van De Nederlandsche Bank aan banken om alert te zijn op witwasrisico’s bij voetbalklanten zijn stappen in de goede richting.
    Voor een effectieve aanpak wordt gepleit voor de invoering van een periodieke integriteitstoetsing van eigenaren en leidinggevenden van betaaldvoetbalorganisaties, in combinatie met een breder screeningsinstrument, zoals is opgenomen in de Wet Bibob.


Mr. drs. P. Steenwijk
Mr. drs. P. Steenwijk is docent risicomanagement aan de Haagse Hogeschool en externe promovendus aan de Universiteit Maastricht.

Prof. dr. mr. H. Nelen
Prof. dr. mr. H. Nelen is hoogleraar criminologie aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht.

Marc Simon Thomas
Marc A. Simon Thomas is rechtssocioloog/-antropoloog en werkt als universitair docent aan de Universiteit Utrecht, alwaar hij tevens als onderzoeker aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging is verbonden.
Discussie

Access_open Toekomst van arbeid, toekomst van arbeidsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Werk 4.0, Arbeidsrecht, Loopbaanrecht, Activering, Sociaal overleg
Auteurs Prof. dr. M. De Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    De wereld van werk is in diepe verandering door megatrends in de demografie en sociologie van de beroepsbevolking, in de economische globalisering en in technologische innovatie. ‘Werk 4.0’ fascineert en beroert de geesten. Maar wat betekent de toekomst van werk voor de toekomst van arbeidsrecht? Deze bijdrage herijkt het arbeidsrecht op de schaal van Werk 4.0. Ze argumenteert paradigmaveranderingen die de focus van het arbeidsrecht verschuiven naar activeringsrecht, loopbaanrecht, arbeidskwaliteitsrecht, talentrecht en activiteitsrecht. Ze schetst een verbreding van het arbeidsrecht in een context van transversale talentontwikkeling, alsook een verpersoonlijking van sociale bescherming. Deze bijdrage pleit ook voor nieuw sociaal overleg dat inspeelt op de nieuwe noden die de arbeidsveranderingen teweegbrengen. Ze trekt assen die toelaten om de toekomst van arbeid en arbeidsrecht als een positieve keuze te omarmen.


Prof. dr. M. De Vos
Prof. dr. M. De Vos doceert Belgisch, Europees en internationaal arbeidsrecht aan de Universiteit Gent, de Vrije Universiteit Brussel en Curtin University. Hij is tevens directeur van Itinera Institute (Brussel), waar hij onderzoek verricht over arbeidsmarktbeleid.
Artikel

Access_open Democratische weerbaarheid vanuit radicale openheid

Impliciete religie in extremisme én contra-extremisme

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2018
Trefwoorden extremisme, radicalisering, democratie, impliciete religie
Auteurs Drs. Saskia Tempelman
SamenvattingAuteursinformatie

    This article investigates the role of ‘implicit religion’ in extremism, including those forms that do not explicitly call upon formal religion. Extremist quasi-religious narratives expose an exclusionary logic, which is mirrored by radical ways of thinking about counter-extremism. This unfailingly leads to more polarization. Extremism can only be countered by radical openness. Resilient democracy requires that citizens, politicians and professionals are willing and able to maintain open hearts and minds. Implicit religion can support this. Spiritual counselors and scientists of religion need to support the creation of spiritual narratives and rituals that strengthen democratic resilience.


Drs. Saskia Tempelman
Drs. S.G. Tempelman is strategisch adviseur bij het ministerie van Justitie en Veiligheid, met vijftien jaar ervaring in het contra-extremismebeleid. Voorheen was zij onderzoeker in de politieke theorie op het snijvlak van cultuur, religie, recht en beleid bij de Rijksuniversiteit Leiden. Email: s.g.tempelman@nctv.minjenv.nl.

Dr. Rob Schwitters
Rob Schwitters is universitair hoofddocent Rechtssociologie bij de afdeling Algemene Rechtsleer aan de Universiteit van Amsterdam en voorzitter van de redactie van Recht der Werkelijkheid.
In Memoriam

In memoriam Erhard Blankenburg

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2018
Auteurs Koen van Aeken en Jean Van Houtte
Auteursinformatie

Koen van Aeken
Koen van Aeken is Associate Professor aan Tilburg University.

Jean Van Houtte
Jean Van Houtte is Emeritus Professor aan de Universiteit van Antwerpen.

Marnix Eysink Smeets
M.W.B. Eysink Smeets is lector Publiek Vertrouwen in Veiligheid en hoofd van de Onderzoeksgroep Recht & Veiligheid van Hogeschool Inholland in Rotterdam.
Artikel

Ziet u de UBO(men) door het bos nog?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden vierde anti-witwasrichtlijn, vijfde anti-witwasrichtlijn, UBO, registratieverplichting, openbare informatie
Auteurs Mr. M.A.R. Vonk
SamenvattingAuteursinformatie

    De vierde anti-witwasrichtlijn introduceert een nieuwe verplichting in de strijd tegen witwassen en financiering van terrorisme. EU-lidstaten moeten bewerkstelligen dat van entiteiten die zijn opgericht op hun grondgebied, informatie over de ‘uiteindelijk belanghebbende’ centraal wordt geregistreerd en deels openbaar toegankelijk is. De auteur geeft in deze bijdrage een praktische weergave van de (mogelijke) inhoud van deze nieuwe verplichting.


Mr. M.A.R. Vonk
Mr. M.A.R. Vonk is als Juridisch adviseur Ondernemingsrecht werkzaam bij Bureau Vaktechniek van BDO Accountants & Belastingadviseurs te Tilburg.
Peer-reviewed artikel

Access_open Transparantie van kwaliteitsoordelen

Van instrumenteel naar responsief toezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden transparantie, openbaarmaking, verantwoording, inspectie, responsief toezicht
Auteurs Meike Bokhorst en Judith van Erp
SamenvattingAuteursinformatie

    Veel toezichthouders streven naar ‘transparantie’, maar hoe dit in de praktijk vorm moet krijgen, is niet altijd evident. Bestaand onderzoek naar transparantie heeft zich vooral gericht op de effecten van openbaarmaking van toezichtinformatie op gedrag van ondertoezichtgestelden. Dit artikel presenteert een breder analysekader, waarin we onderscheid maken tussen transparantie (openbaar maken), verantwoording (oordeel mogelijk maken) en responsiviteit (reactie en dialoog). We passen dit kader toe op de openbaarheidsstrategie van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie van het Onderwijs ten aanzien van de openbaarmaking van kwaliteitsoordelen over instellingen. Bij beide inspecties zien we een ontwikkeling in de tijd van transparantie naar verantwoording naar responsiviteit. Het analysekader kan ook voor andere toezichthouders behulpzaam zijn bij het maken van afwegingen ten aanzien van het delen van informatie met hun stakeholders.


Meike Bokhorst
Dr. A.M. Bokhorst is senior wetenschappelijk medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en onderzoeker bij de Universiteit Utrecht.

Judith van Erp
Prof. dr. J.G. van Erp is hoogleraar Publieke Instituties aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap, Universiteit Utrecht.
Artikel

Onderzoek naar de mogelijke juridische integratie van de Elektriciteits-, Gas- en Warmtewet en een uniform toezicht op de energiesector

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Integrale energiewet, energietransitie, toezicht, ACM
Auteurs Saskia Lavrijssen, Frits van der Velde, Patrick Köpsel Sanz e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage geeft de belangrijkste bevindingen weer van een onderzoek naar de vraag in hoeverre integratie van de Nederlandse Gas-, Elektriciteits- en Warmtewet en de stroomlijning van het toezicht hierop mogelijk is. Op basis van de bevindingen van dit onderzoek zijn drie belangrijke conclusies te trekken. Allereerst bestaan grote mogelijkheden tot integratie van de Gaswet en Elektriciteitswet 1998 en de uniformering van het toezicht hierop. Desalniettemin bestaan ook barrières tot integratie. Zo leiden de begripsomschrijvingen van de kernbegrippen tot problemen voor integratie. Dit probleem wordt verergerd door de recente inwerkingtreding van de Europese netwerkcodes door de Europese Commissie, die buiten het bestek van dit onderzoek vallen. Daarnaast bestaan grote verschillen tussen de Warmtewet enerzijds en de Gas- en Elektriciteitswet anderzijds, omdat de bepalingen uit de Warmtewet een gebrek aan vergelijkbare artikelen vertonen. Daarom kan worden geconcludeerd dat de huidige Warmtewet nog niet te integreren is met de huidige Elektriciteitswet 1998 en Gaswet. Ten derde komen de meeste belemmeringen voort uit Nederlands beleid. Dit betekent dat de Nederlandse wetgever de ruimte heeft om de verschillende bepalingen aan te passen en te integreren. Op basis van bovenstaande conclusies en wanneer er speciale aandacht aan het begrippenkader wordt gegeven lijkt het mogelijk om een integrale energiewet met geharmoniseerd toezicht door de Autoriteit Consument en Markt in de elektriciteits- en gasmarkt te creëren, mits de grenzen van het Europees recht en technologische kenmerken van de markten worden gerespecteerd.


Saskia Lavrijssen
Prof. dr. S. Lavrijssen is hoogleraar Economic Regulation and Market Governance aan Tilburg University.

Frits van der Velde
Drs. F. van der Velde is senior beleidsadviseur bij VEMW.

Patrick Köpsel Sanz
Patrick Köpsel Sanz is master student aan Tilburg University.

Glenn Heusschen
Glenn Heusschen is master student aan Tilburg University.
Artikel

Inlichtingenwerk vanuit een methodologisch perspectief

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Intelligence research, Methodology, Security threats, Unknown threats, a values and b values
Auteurs Dr. Gilliam de Valk en Mr.Drs. Willemijn Aerdts
SamenvattingAuteursinformatie

    This article compares criminal investigations and judicial research to intelligence research. Criminal investigations and judicial research focus on evidence and prosecution, while intelligence researchers don’t want to overlook any threats. Methodologically speaking: criminal investigations and judicial research focus on keeping a low α value, intelligence focusses on keeping a low ß value. This ß oriented research should lead to drastically different research design. ß-oriented research is a quest for the unknowns. Possible threats need to be neutralized, most of the times without a judicial review (by a judge). This absence of review, in combination with the additional special powers laid down in the revised Intelligence and Security Services Acts, should be reason for adjustment of the oversight.


Dr. Gilliam de Valk
Dr. G.G. de Valk is universitair docent bij de onderzoeksgroep Intelligence & Security van het Institute of Security and Global Affairs (Universiteit Leiden). Hij is gespecialiseerd in de methodologie van inlichtingenanalyses, www.universiteitleiden.nl/medewerkers/giliam-de-valk#tab-1.

Mr.Drs. Willemijn Aerdts
Mr. Drs. W.J.M. Aerdts is als docent-onderzoeker verbonden aan de onderzoeksgroep Intelligence & Security van het Institute of Security and Global Affairs (Universiteit Leiden) en doet onderzoek op het terrein van inlichtingen naar methodologie, analysetechnieken en restdreiging, www.universiteitleiden.nl/medewerkers/willemijn-aerdts#tab-1.
Artikel

Verstoorde veiligheidsbeleving

In gesprek met buurtbewoners over de ‘onveiligheid’ in hun buurt naar aanleiding van gestegen ‘gevoelens van onveiligheid’

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2017
Trefwoorden fear of crime, qualitative analysis, evidence based policy
Auteurs Remco Spithoven
SamenvattingAuteursinformatie

    The ‘fear of crime’ is a buzzword among citizens, media, politicians and professionals by now. But the phenomenon seems to be as intangible as it is important. The struggle of professionals with this concept is the result of a too wide and self-evident problem definition. This article contains an alternative approach. The focus is on disturbed fear of crime: a negatively changed and problematically experienced fear of crime on the level of the neighborhood.
    Through a review of the literature and previous research, we work towards this concept and apply it to the neighborhood of Kerckebosch in the municipality of Zeist in the Netherlands. As during 2014 the local quantitative indicators for ‘the fear of crime’ rose from 7% of the local population indicating to ‘sometimes feel unsafe’ to 22%, while the rest of the municipality remained quite stable. Additionally, several local professionals received complaints of multiple local inhabitants claiming to ‘feel unsafe’ in the neighborhood. Our research question was: What explanations for their ‘disturbed fear of crime’ do local inhabitants of the neighborhood Kerckebosch give?
    It was highly plausible that this local rise of the fear in Kerckebosch was connected to the social re-engineering of the neighborhood, but the exact nature of the quantitative rise was unclear. Therefore, we have interviewed 25 local inhabitants. Qualitative analyses showed the local rise of ‘the fear of crime’ to be the result of: (I) physical characteristics of the neighborhood; (II) events of burglary and intimidation from the past; (III) the presence of loitering youths and – primarily – (VI) a backlash of social integration as a side effect of the social re-engineering of the neighborhood. These qualitative explanations to the observed quantitative discontinuity led to several policy advises, which were based on international effect studies.


Remco Spithoven
Remco Spithoven is hoofddocent bij het Instituut voor Veiligheid en het lectoraat Kennisanalyse Sociale Veiligheid aan de Hogeschool Utrecht. Daarnaast is hij research-fellow bij de leerstoel Veiligheid en Veerkracht aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Datamining in een veranderende wereld van opsporing en vervolging

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Strafprocesrecht, Strafrecht, Art. 3 Politiewet 2012, Datamining, Privacy
Auteurs Mr. dr. S. Brinkhoff
SamenvattingAuteursinformatie

    Datamining wordt meer en meer als opsporingsmethode ingezet. Onderzocht wordt of de huidige wettelijke grondslagen, mede gelet op jurisprudentie van het EHRM, wel voldoen voor de inzet van deze methode. Een handvat wordt geboden voor een wettelijke regeling.


Mr. dr. S. Brinkhoff
Mr. dr. S. Brinkhoff is als universitair docent straf(proces)recht verbonden aan de vaksectie Straf(proces)recht en Criminologie van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Het sociaal netwerk van een criminele jeugdgroep

Omvang, kern en sleutelfiguren

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2017
Trefwoorden criminal youth gang, social network analysis, key players (KPP-1), police records
Auteurs Gerard Wolters MSc, Matthijs Oosterhuis MSc en Dr. Jan Kornelis Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In this study the authors examined a criminal youth gang of 35 persons in the Netherlands, using social network analysis, to answer the following questions. To what extent is it possible by means of police records to estimate the size of the complete social network of this criminal youth gang? To what extent are members of this original group part of the core of the complete network? To what extent have members of the original group a central position in the complete network (key players) and are, as such, responsible for holding the complete network together? Information is derived from police records. Results show that the size of the total network of this criminal youth gang consists of 593 individuals with a core of around hundred persons. Seven persons were identified as key players, among which six persons belonged to the original group. The social network approach in this study provides police and justice important indications for a more tailored approach regarding individuals within criminal networks.


Gerard Wolters MSc
G. Wolters MSc is werkzaam als analist bij de afdeling Analyse en Onderzoek van de Dienst Regionale Informatieorganisatie (DRIO) binnen de eenheid Noord-Nederland van de Nationale Politie.

Matthijs Oosterhuis MSc
Mr. M. Oosterhuis is als analist werkzaam bij de afdeling Analyse en Onderzoek van de Dienst Regionale Informatieorganisatie (DRIO), eenheid Noord-Nederland, van de Nationale Politie en bij het 1 Civiel en Militaire Interactiecommando van de Koninklijke Landmacht.

Dr. Jan Kornelis Dijkstra
Dr. J.K. Dijkstra is werkzaam als universitair hoofddocent aan de faculteit Gedrags- & Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Een Europese pijler van sociale rechten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2017
Trefwoorden Europese pijler van sociale rechten, gelijke kansen en toegang tot de arbeidsmarkt, billijke arbeidsomstandigheden, sociale bescherming en inclusie, Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
Auteurs Prof. mr. F.J.L. Pennings
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 26 april 2017 heeft de Europese Commissie de aanbeveling voor een Europese pijler van sociale rechten gepubliceerd. Dit is een aanbeveling die ook voorgelegd wordt aan het Europees Parlement en de Europese Raad om deze te onderschrijven. De aanbeveling kent een twintigtal onderwerpen, waarbij de lat veelal hoger wordt gelegd dan in het Handvest van de Grondrechten. Het bijbehorende werkprogramma straalt veel ambitie uit om de sociale dimensie van de Unie daadwerkelijk te versterken. Het belang van de pijler lijkt te liggen in daadwerkelijke uitvoering van dit programma.
    Aanbeveling van 26 april 2017 voor een Europese pijler van sociale rechten COM(2017)251


Prof. mr. F.J.L. Pennings
Prof. mr. F.J.L. (Frans) Pennings is hoogleraar sociaal recht aan de Universiteit Utrecht.
Boekbespreking

De verdwenen (?) kantonrechter

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2017
Auteurs Drs. Jacqueline van der Schaaf en Dr. Albert Klijn
Auteursinformatie

Drs. Jacqueline van der Schaaf
Jacqueline van der Schaaf is als freelance onderzoeker werkzaam voor onder andere de Raad voor de rechtspraak en SSR.

Dr. Albert Klijn
Albert Klijn is rechtssocioloog en was in de periode 2002-2011 als wetenschappelijk adviseur verbonden aan de Raad voor de rechtspraak. Hij is thans als zodanig op parttime basis verbonden aan Stichting Studiecentrum Rechtspleging (SSR).
Artikel

Het besluitvormingsproces van civiele rechters in procedures over de gevolgen van een (echt)scheiding met een beschuldiging van seksueel kindermisbruik

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Family law, Child sexual abuse, Divorce, Custody and access
Auteurs Anne Smit MSc., Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld en Prof. dr. mr. Masha Antokolskaia
SamenvattingAuteursinformatie

    This study aims to provide insight into allegations of child sexual abuse in the context of divorce, and related, proceedings by analyzing the decision-making process of civil judges. To this aim, interviews with 13 judges and 11 lawyers were conducted and a focus group was organized with different specialists. It is concluded that in the eyes of the judges, allegations of child sexual abuse in this context are not rare, and some of the professionals signal an increase of allegations in the last decade. The presence of an allegation poses a dual issue: it points out problems within the family, as well as causes problems for the child. This dual nature makes it even more complex for judges to make decisions, especially concerning contact between father and child. The validity of the allegation becomes less important than its presence when judges consider the children’s best interests. The judges’ aim to create conditions for the family within which the child’s safety is best protected, can as an unwanted consequence delay the process, which in itself can be damaging for the child.


Anne Smit MSc.
Anne Smit is promovenda bij het NSCR waar zij werkt aan haar proefschrift ‘Allegations of Sexual Abuse of Children in Divorce Procedures: Towards Evidence-Based Guidelines’.

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Catrien Bijleveld is directeur van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving.

Prof. dr. mr. Masha Antokolskaia
Masha Antokolskaia is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder personen- en familierecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Toont 81 - 100 van 474 gevonden teksten
1 2 3 5 7 8 9 23 24
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.