Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 286 artikelen

x
Artikel

Roesmiddelen en regulering: oude wijn in nieuwe regels?

Inleiding

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2016
Trefwoorden pleasurable substances, regulation, cannabis, war on drugs
Auteurs Prof. dr. Tom Decorte en Dr. Damián Zaitch
SamenvattingAuteursinformatie

    In contrast with the critical, innovative ideas developed between the 1960s and the 1980s regarding the way we deal with illegal drugs in our societies, the current dominant approaches frame the issue of drugs as a matter of crime, public order, and control. Pleasurable substances have always existed and always will, and so the efforts to cope with them. However, we witness today remarkable developments at local, national and international levels in the fields of drug policies (on cannabis for example), drug trafficking (new routes, new actors) and drug use (new substances, new drug cultures), all of which deserve our attention and push us to think beyond the repressive paradigm. This contribution, which also serves as an introduction for this special issue of ToCC on drugs, aims to present an overview of the main developments taking place, and challenges ahead, within the three above-mentioned fields. There are new markets and trends in the use of legal and illegal pleasurable substances, particularly regarding synthetic drugs (amphetamines, methamphetamines and new psychoactive substances or NPS), tobacco and alcohol. Illegal drugs are supplied from changing countries and through new routes, while retailing increasingly takes place through the so-called cryptomarkets (online). Effective policies are rendered impossible by the fundamental repression paradox: the more intensive and effective the repression, the larger the profits of drug traffickers and the balloon effects (displacement). Despite the harms and negative effects of repressive policies have extensively been documented, a societal debate towards the regulation of illegal drugs is hindered by the use of false dichotomies or presuppositions, by the use of ethical or moral appeals, or by lack of political will. Also the debate in the media is static, superficial and full of clichés. Scientific research on drugs also follows specific agendas and it is focussed on particular aspects of the problem. Changes to end the ‘war on drugs’, certainly regarding cannabis, are however underway in many places at local and national level (Uruguay, Canada, US, Spain, etc.), this despite UN bureaucracies and international conventions that fiercely resist those changes.


Prof. dr. Tom Decorte
Prof. dr. Tom Decorte is antropoloog en hoogleraar criminologie aan de Universiteit Gent, en directeur van het Instituut voor Sociaal Drugsonderzoek (ISD). Hij publiceert geregeld over drugsbeleid, cannabisteelt en drugsgebruik.

Dr. Damián Zaitch
Dr. Damián Zaitch is universitair docent bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht. Hij onderzoekt en publiceert over drugshandel, drugsbeleid en georganiseerde misdaad in Nederland en Latijns-Amerika, en over diverse vormen van transnationale misdaad, globale criminele markten en organisatiecriminaliteit.
Artikel

De kooptitel en aandelen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden Boek 7 BW, aandelen, onderneming, SPA, conformiteit
Auteurs Mr. T.J. Mosk
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de toepasselijkheid van de kooptitel op koop van aandelen en haar gevolgen, toegespitst op BV-aandelen. Partijen wijken in een SPA vaak (onbewust) af van de kooptitel, die deze beoogde regeling onbedoeld kan doorkruisen. Een teleurgestelde (ver)koper kan daarvan gebruik maken, maar uitsluiting is logisch en in beginsel mogelijk. Algehele uitsluiting werkt echter niet zonder meer. Partijen zouden daarom per artikel moeten opnemen in hoeverre zij beogen af te wijken.


Mr. T.J. Mosk
Mr. T.J. Mosk is advocaat bij Blenheim Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Bescherming van EU-burgers tegen niet voorzienbare strafrechtelijke vervolgingen in de Ruimte van Vrijheid, Veiligheid en Recht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel, EU-burgers, onvoorzienbare rechtsmacht, legaliteit, Overleveringswet
Auteurs Mr. J.J.M. Graat
SamenvattingAuteursinformatie

    Een EU-burger die gebruikmaakt van zijn recht op vrijheid van verkeer strafrechtelijk vervolgd worden door een lidstaat waarvan hij de rechtsmacht niet had kunnen voorzien. Met de inwerkingtreding van het Kaderbesluit betreffende het Europees Aanhoudingsbevel kan een EU-burger in een dergelijk geval ook aan die lidstaat worden overgeleverd. In dit artikel wordt zowel deze keerzijde van het Kaderbesluit geanalyseerd als de mate waarin door het materiële legaliteitsbeginsel het Kaderbesluit zelf en de Overleveringswet bescherming wordt geboden. Op basis van deze analyses wordt vervolgens vastgesteld of er sprake is van een gebrek aan bescherming en worden enkele oplossingsrichtingen aangedragen.


Mr. J.J.M. Graat
Mr. J.J.M. (Joske) Graat is promovenda Europees Strafrecht bij de Universiteit Utrecht.
Artikel

De zorgplicht van de franchisegever: bijzonder of niet?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2016
Trefwoorden franchise, zorgplicht, Nederlandse en Franchise Code, exploitatieprognose, precontractuele fase
Auteurs Mr. A.M.A. Schwegler
Samenvatting

    Op 17 februari jl. werd na een moeizame periode van consultatie de Nederlandse Franchise Code geïntroduceerd. In ‘De zorgplicht van de franchisegever: bijzonder of niet?’ bespreekt Angela Schwegler de precontractuele zorgplicht van de franchisegever die een exploitatieprognose aan een potentiële franchisenemer verstrekt. De positie van de franchisenemer en met name zijn eigen verantwoordelijkheid, dient bij een eventuele wettelijke verankering van de Nederlandse Franchise Code en de rol die deze code zal gaan spelen in de rechtspraak, aldus de auteur, niet uit het oog verloren te worden. Want, zo concludeert zij, “de zorgplicht van de franchisegever, die is zo bijzonder niet”.


Mr. A.M.A. Schwegler

J. Kien
J. Kien was tot december 2015 avocat au Barreau de Paris en advocaat te Rotterdam. Voorheen was hij juridisch directeur bij Alstom Transport Azië en Grote Projecten bij EDF. Hij treedt geregeld op als arbiter in internationale geschillen.
Diversen

In memoriam Herman Bianchi

(Rotterdam, 14 december 1924 – Leeuwarden, 30 december 2015)

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2016
Auteurs Prof. dr. René van Swaaningen
Auteursinformatie

Prof. dr. René van Swaaningen
Prof. dr. R. van Swaaningen is als hoogleraar internationaal comparatieve criminologie verbonden aan de Erasmus School of Law.

    Dit artikel ontleedt het vaderschap, zowel op Belgisch als Europees niveau. Wie juridisch als vader wordt aangeduid, is niet altijd biologisch of sociaal vader voor een kind. Hoe dient de afweging van rechten en plichten voor deze verschillende vaders dan te gebeuren?
    Deel één bespreekt de vaderlijke afstamming naar Belgisch recht aan de hand van recente rechtspraak van het Grondwettelijk Hof. In vier centrale thema’s wordt het standpunt van het Hof geplaatst tegenover dat van de wetgever en het EHRM. Aan bod komen: bezit van staat, vervaltermijnen, het belang van het kind en verboden afstamming. De doelstelling lijkt het bewerkstelligen van een grotere individualisering van het afstammingsrecht. Dit leidt tot een patstelling voor de wetgever, die zal moeten bepalen hoe het afstammingsrecht naar de toekomst toe wordt geconstrueerd. Verdedigd wordt dat een belangenafweging zich voornamelijk dient te situeren bij de betwistingsprocedure, daar waar bij gebrek aan een reeds gevestigd juridisch vaderschap de biologische band mag primeren.
    Vervolgens wordt het vaderschap naast het moederschap geplaatst. Waar voor moeders een zekere vanzelfsprekendheid geldt, is dit allesbehalve zo voor vaders. Bovendien heeft de moeder een bepaalde zeggenschap over wie de vader van het kind wordt.
    Na een toelichting van het begrip ouderlijk gezag wordt de kneedbaarheid ervan aangegrepen om nieuwe voorstellen te formuleren. Ingrepen op het ouderlijk gezag, waaronder de ontzetting, kunnen ervoor zorgen dat een sociaal onwenselijke biologische afstammingsband alsnog kan worden gevestigd. Wanneer meerdere vaderfiguren zich aandienen, kan een uitbreiding van (bepaalde) gezagsrechten naar andere personen soelaas bieden.
    Tot slot verkennen we de verdeling van verschillende vaderfuncties over meerdere personen, zoals die reeds bestaat voor het omgangsrecht en de alimentatieverplichting. De lege ferenda wordt gepleit voor een “attest van verwekkerschap”, een verklaring naar recht van het biologisch verwekkerschap, waaraan bepaalde rechtsgevolgen worden gekoppeld.
    This article analyses fatherhood from a Belgian and European context. The legal father is not necessarily the biological or social father. How should we balance the rights and obligations of these different kinds of fatherhood?
    Part one reviews paternity in Belgian law through recent jurisprudence of the Supreme Court. In four central themes the Supreme Court’s position is weighed against that of the legislator and the ECHR. The four central themes are discussed in the following order: “possession of state”, statutes of limitations, the best interests of the child, and illegal filiation. The aim of the Supreme Court seems to be a case by case appreciation of filiation. It is then up to the legislator to decide how legal parentage is to be construed in the future. A balancing of interests should be the primary - and maybe even exclusive - consideration when the paternity is disputed. Where legal paternity has yet to be established, biological ties should be decisive.
    Next, legal paternity will be compared to legal maternity. Whereas establishing legal parentage seems to be quite evident in the case of mothers, this is not so straightforward for fathers. Moreover the mother has a say in who is to be the legal father.
    After a clarification ofthe concept ‘parental authority’, its flexible nature is taken as a starting point to suggest new solutions. Intervening in parental authority allows us to establish the socially undesirable biological paternity.In the case of multiple father figures, an expansion of specific authority rights to others may offer an alternative solution.
    Lastly, we explore the possibility of sharing paternal rights and obligations among multiple candidates, as is the case for visitation rights and child support obligations. We argue in favour of a “certificate of procreation” - a declaration of biological relationship that generates specific legal consequences.


Eline Smeuninx MA
Eline Smeuninx graduated from the law faculty of the University of Antwerp in 2014. She now specialises in medical law. As of September 2015 she will work as an associate in a law firm in Antwerp.
Artikel

Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling

Proefschrift van mr. S.R. Damminga

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2016
Trefwoorden verrijkingsrecht, onverschuldigde betaling, ongerechtvaardigde verrijking
Auteurs Mr. drs. J.W.M.K. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het proefschrift van Damminga besproken, waarin hij de vorderingen uit ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling opnieuw plaatst in het wettelijk systeem, daarbij geïnspireerd door het Duitse recht.


Mr. drs. J.W.M.K. Meijer
Mr. drs. J.W.M.K. Meijer is advocaat te Amsterdam.
Artikel

‘Dat het uwe Majesteit moge behagen de innigste wensch van een uwer onderdanen te vervullen’

Gratieverzoeken van vrouwen in de Rijkswerkinrichting 1886-1907

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2015
Trefwoorden female vagrants, Beggars, Reprieve, State Labor Institution
Auteurs Drs. Marian Weevers
SamenvattingAuteursinformatie

    The files of the women in the State Labor Institution who submitted a request for reprieve showed that they were well aware of the prevailing discourses. They referred for example to their indispensability at home as mother and spouse. In case they were in the Institution for the first time and had no ‘unfavorable’ reputation they mainly succeeded. The main consideration to grant a pardon was the prospect of maintenance to prevent recurrence and consequently nuisance for society. Those who were seriously ill were pardoned because they could not work, the youngest residents to save them from the bad influence of their older inmates. Nevertheless many returned in the State Labor Institution.


Drs. Marian Weevers
Drs. M.H.A.C. Weevers is promovendus aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Opvolgend werkgeverschap en anciënniteit

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Opvolgend werkgeverschap, Anciënniteit, Ratio, Draaideurconstructie
Auteurs Mr. S. Palm
Auteursinformatie

Mr. S. Palm
Mr. S. Palm is advocaat bij Ploum Lodder Princen.
Casus

Remedies bij inbreuken op garanties in overnamecontracten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Garantie, Non-conformiteit, Remedies, Schadevergoeding, SPA
Auteurs Prof. mr. R.J. Tjittes
Auteursinformatie

Prof. mr. R.J. Tjittes
Prof. mr. Rieme-Jan Tjittes is advocaat en partner bij BarentsKrans, hoogleraar Privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redacteur van dit blad.
Artikel

Hindernissen voor een ruimer gebruik van herstelrecht

Bevindingen van een Europees onderzoek

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden herstelrecht, toegankelijkheid, verwijzingsinstanties, strafrechtelijke cultuur
Auteurs Malini Laxminarayan en Annemieke Wolthuis
SamenvattingAuteursinformatie

    While most restorative justice research would suggest that victims and offenders are often satisfied with their experiences, the number of referrals to these type of programs remain low. This lack of accessibility was the topic of the European Forum for Restorative Justice project, ‘Accessibility and Initiation of Restorative Justice’. This article reports on the project’s findings with regard to several factors which limit greater accessibility, as supported by the attitudes of referral bodies and restorative justice practitioners examined in the frame of this project. The results of previous research and the current empirical research illustrate how accessibility is hindered by (1) lacking or insufficient restorative justice legislation, (2) exclusion criteria regarding which cases may be suitable to restorative justice procedures, (3) a lack of knowledge among legal actors, restorative justice practitioners and the general public about restorative justice and its benefits, (4) the persistence of a retributive legal culture within criminal justice and (5) a need for greater cooperation among those who are involved whether as referral bodies or mediators or facilitators. Qualitative data is presented to provide a better understanding of these elements, in addition to potential solutions that were reported by the respondents. Furthermore, the authors take a closer look at the current situation in the Netherlands, including an overview of the trainings that were developed within the Accessibility project. The results of these trainings reinforce the factors that were identified by previous research and the current empirical research, and aimed to look for solutions to the main barriers to greater accessibility.


Malini Laxminarayan
Malini Laxminarayan is werkzaam als senioronderzoeker bij het Hague Institute for Global Justice. Van 2013 tot 2014 was zij onderzoekscoördinator van het project ‘Accessibility and Initiation of Restorative Justice’ bij het European Forum for Restorative Justice.

Annemieke Wolthuis
Annemieke Wolthuis is werkzaam bij het Verwey-Jonker Instituut in Utrecht en is bestuurslid van het European Forum for Restorative Justice.
Jurisprudentie

Executieveilingen

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2015
Trefwoorden Executieveilingen, Criminal charge, Eén enkele voortdurende inbreuk, Merkbaarheid, Artikel 6 Mw
Auteurs Marco Slotboom en Caroline Schell
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 18 december 2014 oordeelde de Rechtbank Rotterdam over de gegrondheid en hoogte van de boetes opgelegd door ACM aan handelaren op executieveilingen. Deze handelaren hadden zich naar de mening van ACM in de periode 2000-2009 schuldig gemaakt aan overtredingen van het kartelverbod van artikel 6 lid 1 Mw. Volgens de rechtbank beschikte ACM over voldoende bewijs om de gedragingen te kunnen kwalificeren als één enkele inbreuk en de handelaren voor die enkele inbreuk aansprakelijk te houden. De rechtbank achtte een verlaging van de opgelegde boetes met 10 procent passend door de financiële gevolgen voor de handelaren van de ACM-besluiten.


Marco Slotboom
Mr. dr. M.M. Slotboom is advocaat bij VVGB te Brussel.

Caroline Schell
Mr. C. Schell is advocaat bij VVGB te Brussel.
Artikel

De positie van de aandeelhouder bij een gedwongen omzetting van schuld in aandelenkapitaal buiten insolventie

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2015
Trefwoorden herstructurering, dwangakkoord, enquêteprocedure, debt for equity swap
Auteurs Mr. G.J.L. Bergervoet
SamenvattingAuteursinformatie

    Het omzetten van schuld in aandelenkapitaal, of een debt for equity swap, kan een manier zijn om een onderneming succesvol financieel te herstructureren. In deze bijdrage wordt ingegaan op de mogelijkheden voorschuldeisers om buiten insolventie de zittende aandeelhouder te dwingen medewerking te verlenen aan een omzetting van schuld in aandelenkapitaal.


Mr. G.J.L. Bergervoet
Mr. G.J.L. Bergervoet is advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam en is daarnaast als fellow verbonden aan het Onderzoekcentrum voor Onderneming & Recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

    zorgverzekeraar, aanbestedende dienst

Artikel

Erfrecht in de onderwereld (deel 3)

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2015
Trefwoorden vereffening, schulden van de nalatenschap, criminele nalatenschap, deelgenotenbeslag
Auteurs Mr. L.A.G.M. van der Geld en Mr. J. Nobel
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit deel 3 van de reeks ‘Erfrecht in de onderwereld’ wordt ingegaan op de gevolgen van criminele elementen in de nalatenschap voor de afwikkeling daarvan. Onder meer wordt het afdragen van het criminele deel van de nalatenschap aan de Staat door de erfgenamen, om een veroordeling wegens witwassen te voorkomen, uitgewerkt. Er wordt een uitstapje gemaakt naar de verhaalsmogelijkheden voor justitie op de nalatenschap als er een criminele erfgenaam in plaats van erflater is.


Mr. L.A.G.M. van der Geld
Mr. L.A.G.M. van der Geld is juridisch directeur Netwerk Notarissen, kandidaat-notaris en docent aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. J. Nobel
Mr. J. Nobel is kandidaat-notaris bij Turn Legal en tot voor kort werkzaam bij het Openbaar Ministerie (Functioneel Parket) als civiel juridisch adviseur.
Artikel

Retentor en de oudere hypotheekhouder

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden retentierecht, oudere gerechtigde, bevoegdheid, hypotheek
Auteurs Mr. M.L. Tuil
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de botsing tussen het retentierecht en de oudere gerechtigde op de zaak – in het bijzonder de hypotheekhouder – onderzocht. De conclusie is dat het retentierecht wellicht minder snel tegen de oudere hypotheekhouder kan worden ingeroepen dan wel wordt gedacht.


Mr. M.L. Tuil
Mr. M.L. Tuil is juridisch adviseur bij ING te Amsterdam.

    Dit is een verslag van het symposium over de knelpunten van de invoering van de beperkte gemeenschap van goederen, dat op 22 mei 2015 aan de Universiteit Utrecht werd gehouden. Het wetsvoorstel houdt - kort samengevat - in, dat voorhuwelijks vermogen, erfenissen en giften niet langer in de huwelijksgoederengemeenschap vallen. Op dit symposium werd het wetsvoorstel besproken en de daarop gerichte kritiek samengevat in 4 knelpunten. Ook werd het wetsvoorstel in internationaal perspectief geplaatst door sprekers uit Duitsland, Zweden en België. In internationaal opzicht is de algehele gemeenschap uniek en zowel in binnen- als buitenland wordt zij als ouderwets beschouwd.
    Als probleem van het voorgestelde stelsel wordt ervaren dat men tijdens het huwelijk geen administratie bijhoudt en dat dat bij de afwikkeling na ontbinding problemen gaat opleveren. Echter, het huidige bewijsvermoeden, zoals dat is neergelegd in art. 1:94 lid 6 BW, blijft van kracht in het wetsvoorstel. De zaaksvervangingsregel van 1:95 lid 1 BW wordt ook gehandhaafd. Besproken is de Belgische oplossing voor mogelijke problemen, inhoudende dat een goed dat voor meer dan de helft van de prijs uit eigen vermogen is gefinancierd alleen dan buiten de gemeenschap valt als partijen dat verklaren bij notariële akte.
    Het wetsvoorstel geeft een regeling om de echtgenoot mee te laten profiteren van het ondernemingsvermogen dat de ander buiten de gemeenschap opbouwt. De moeilijkheid hierbij is hoe de vergoeding jegens de niet-werkende echtgenoot berekend moet worden. Ten slotte is in het nieuwe wetsvoorstel geprobeerd tegemoet te komen aan het probleem dat een echtgenoot geconfronteerd wordt met schuldeisers van de andere echtgenoot. Om dit te bereiken zijn art. 1:96 BW en art. 61 Fw gewijzigd met als gevolg dat de positie van de schuldeiser tot normale proporties wordt teruggebracht.
    Een grote meerderheid van de aanwezigen bleek positief te zijn over het nieuwe wetsvoorstel: ongeveer 90 procent was voor invoering in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
    This is a conference report on a symposium held at the University of Utrecht on the 22nd of May on the legislative proposal for the introduction of a limited community of property in the Netherlands. The legislative proposal entails – in a nutshell – that pre-matrimonial property, inheritances and gifts no longer form a part of the community of property. During this symposium, the legislative proposal was discussed and the critique was summarized into four key issues. The legislative proposal was also placed in an international perspective by speakers from Germany, Sweden and Belgium. In the international perspective the Dutch community of property regime is unique and it is regarded as outdated in both the Netherlands and abroad. In the proposed new regime it is considered that spouses do not keep an administration of their assets during their marriage, which can cause problems after dissolution of the community. However, the rebuttal presumption of Article 1:94 para. 6 Dutch Civil Code, is upheld in the new proposal. The current rule of substitution as stated in Article 1:95 Dutch Civil Code is also maintained. The Belgian solutions to possible difficulties is discussed, in which property is only excluded from the community of property when more than half of the price has been financed by personal assets and this is declared in a notarial deed.Furthermore, the legislative proposal allows the non-working spouse to share in the profits of the business assets acquired by the work of the other spouse which are built up outside the community. The remaining difficulty is how the reimbursement claim should be calculated. Lastly, the legislative proposal attempts to prevent a spouse from being confronted by creditors of the other spouse. In order to achieve this, Article 1:96 Dutch Civil Code and Art. 61 Insolvency Law are amended in such a way that the position of the creditor is brought back tonormal proportions.A great majority of those present appeared to be positive about the legislative proposal; 90 percent voted in favour of incorporating it into Book 1 of the Dutch Civil Code.


Bas Legger
Bas Legger is student Notarial and Civil Law at the University of Groningen.

Tiddo Bos
Tiddo Bos is research master student Notarial and Civil Law at the University of Groningen.

Jent Bijlsma
Jent Bijlsma is een mediator met als hobby godsdienstwetenschap. Hij is geregistreerd MfN-mediator en was betrokken bij de pilots herstelbemiddeling in strafzaken van het ministerie van Veiligheid & Justitie.

Janny Dierx
Janny Dierx is gevormd als jurist en geregistreerd MfN-mediator. Zij was betrokken bij de pilots herstelbemiddeling in strafzaken van het ministerie van Veiligheid & Justitie en is redactielid van dit tijdschrift.

Nadia Fadil
Nadia Fadil is verbonden aan het Centrum Interculturalisme, Migratie en Minderheden van de KU Leuven.
Toont 81 - 100 van 286 gevonden teksten
1 2 3 5 7 8 9 14 15
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.