Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 532 artikelen

x
Artikel

De afdoening van ernstige strafbare feiten waar dementerende justitiabelen bij betrokken zijn

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Dementie, ernstige strafbare feiten, Afdoening, gedwongen zorg
Auteurs Ing. Marijke te Hennepe-van Vulpen MSc LLB
SamenvattingAuteursinformatie

    Persons who suffer from dementia could potentially commit serious crimes. By studying 22 casus of settlements in cases of serious crimes allegedly committed by a demented person, published on ‘rechtspraak.nl’, the mode of settlement in these cases was established and problems in that field were identified. The group of dementia sufferers proved to be heterogeneous which resulted in a great variety of settlements within the criminal proceedings. However, problems do occur and certain aspects of these problems are not resolvable within the current Dutch penal systems. Reflection on this issue is desirable, as the number of people who suffer from dementia will increase considerably in the near future.


Ing. Marijke te Hennepe-van Vulpen MSc LLB
Ing. Marijke te Hennepe-van Vulpen MSc LLB studeert rechtswetenschappen aan de Open Universiteit Nederland. Dit artikel is gebaseerd op haar bachelorscriptie.

Prof. dr. Joke Harte
Prof. dr. Joke Harte is hoogleraar bij de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit en lid van de redactie van PROCES.
Artikel

Zelfredzaamheid in detentie

Kritische kanttekeningen bij het systeem van promoveren en degraderen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Zelfredzaamheid, Burgerschap, Gevangenis, Autonomie
Auteurs Dr. Esther van Ginneken
SamenvattingAuteursinformatie

    In the ‘participation society’ it is expected that citizens actively contribute to solving societal problems, including health care, immigration and security issues. A somewhat similar responsibilisation culture is visible in prisons, where prisoners are held responsible for their own rehabilitation. This article problematizes the way in which prisoners’ agency is promoted in Dutch prisons, considering prisoners’ constrained agency and the normative expectations that are tied to the approach. This critique is advanced through discussion of the promotion/demotion system that has been used in Dutch prisons since 2014. This system, comparable to the Incentives and Earned Privileges system in England and Wales, espouses both ‘hard’ and ‘soft’ behavioural norms. The soft behavioural norms reflect a citizenship ideal that extends beyond compliance with the law. It is argued that these normative expectations tied to agency have a limiting effect on prisoners’ autonomy. This article argues in favour of a shift from the citizenship ideal to an autonomy ideal, which applies the principle of minimum restrictions. Furthermore, access to education, reintegration courses and contact with family should be treated as a right, rather than a privilege, in order to maximise autonomy and minimise the harmful effects of imprisonment.


Dr. Esther van Ginneken
Dr. Esther van Ginneken is universitair docent Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open A new interpretation of the modern two-pronged tests for insanity

Why legal insanity should not be a ‘status defense’

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2018
Trefwoorden substantive criminal law, excuses, insanity defense, status defense
Auteurs Johannes Bijlsma
SamenvattingAuteursinformatie

    Michael Moore has argued that modern two-pronged tests for legal insanity are wrongheaded and that the insanity defense instead should be a ‘status defense’. If Moore is right, than the laws on insanity in most legal systems are wrong. This merits a critical examination of Moore’s critique and his alternative approach. In this paper I argue that Moore’s status approach to insanity is either under- or overinclusive. A new interpretation of the modern tests for insanity is elaborated that hinges on the existence of a legally relevant difference between the mentally disordered defendant and the ‘normal’ defendant. This interpretation avoids Moore’s criticism as well as the pitfalls of the status approach.


Johannes Bijlsma
Johannes Bijlsma is assistant professor of criminal law at the Vrije Universiteit Amsterdam.

Frans Douw
Frans Douw is voormalig gevangenisdirecteur en voorzitter bestuur Stichting Herstel en Terugkeer.
Artikel

Vaststellen van symptoomvaliditeit in neuropsychologisch expertiseonderzoek

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2018
Trefwoorden neuropsychologisch onderzoek (NPO), symptoomvaliditeit, validiteitstest
Auteurs Prof. dr. B.A. Schmand en Dr. J.F.M. de Jonghe
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage behandelen de auteurs enkele meer technische aspecten van het vaststellen van symptoomvaliditeit. Het doel is de juridische en medische ‘eindgebruikers’ van neuropsychologische expertiseonderzoeken een beter inzicht te geven in de gehanteerde methoden. De auteurs hopen dat dit hen in staat stelt de conclusies die de neuropsycholoog trekt beter op hun waarde te schatten. Achtereenvolgens bespreken zij de belangrijkste methoden waarmee symptoomvaliditeit wordt onderzocht, de manier waarop specifieke detectiemethoden worden geconstrueerd, de sensitiviteit en specificiteit ervan, en de manier waarop deze worden toegepast in het neuropsychologisch onderzoek (NPO). De auteurs zullen ook stilstaan bij de vraag of kan worden aangetoond dat de onderzochte persoon moedwillig slecht presteert. Ten slotte noemen ze een aantal kwaliteitskenmerken van het NPO waar de eindgebruiker op zou moeten letten.


Prof. dr. B.A. Schmand
Prof. dr. B.A. Schmand is emeritus hoogleraar klinische neuropsychologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Dr. J.F.M. de Jonghe
Dr. J.F.M. de Jonghe is klinisch neuropsycholoog in het Noordwest Ziekenhuis in Alkmaar.

Jan-Jesse Lieftink
Jan-Jesse Lieftink (1979) is een gespecialiseerd advocaat op het gebied van strafrecht en tbs. Hij is tevens bestuurslid van de Vereniging van tbs-advocaten.
Artikel

VPH en dwangpsychiatrie: hoe verder?

Een aanzet voor een principieel debat

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden VPH, Dwangpsychiatrie, Discriminatie
Auteurs Mr. dr. S.P.K. Welie en mr. drs. T.P. Widdershoven
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanuit VN-verband is aangegeven dat de regulering van dwangpsychiatrie zoals die in Nederland bestaat in het kader van de Wet Bopz en haar beoogde opvolgster, de Wvggz, strijdig is met het door Nederland geratificeerde VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (VPH). Deze strijdigheid is vanuit het kabinet echter ontkend. Bij beide visies worden kanttekeningen geplaatst, waarna twee varianten voor een mogelijke alternatieve dwangregeling bespreking vinden. In de bedoelde varianten bestaat minder wrijving met het VPH en de noties die aan dit verdrag ten grondslag liggen, doordat het begrip ‘geestesstoornis’ daarin geen deel uitmaakt van de juridische criteria ter rechtvaardiging van dwang, te weten 1) wilsonbekwaamheid of 2) gevaar ‘sec’.


Mr. dr. S.P.K. Welie
Sander Welie is als jurist werkzaam bij de Stichting PVP te Utrecht.

mr. drs. T.P. Widdershoven
Ton-Peter Widdershoven is als jurist werkzaam bij de Stichting PVP te Utrecht.

Dr. Josanne van Dongen
Dr. J.D.M. van Dongen is universitair docent forensische psychologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Een nietig huwelijk, maar (nog) geen nietig testament

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden bescherming ouderen/financieel misbruik ouderen, artikel 1:69 BW, artikel 4:55 lid 2 BW, vertegenwoordiging bij uiterste wilsbeschikking, nietigverklaring uiterste wil en huwelijk
Auteurs Mr. J.H.M. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van artikel 1:69 BW kunnen bloedverwanten in rechte lijn van een der echtgenoten verzoeken een huwelijk nietig te verklaren. Sinds 1 april 2014 kunnen bloedverwanten in neerdalende lijn een dergelijk verzoek al meteen doen na het ontstaan van het huwelijk. Zij hoeven dus niet meer te wachten tot het huwelijk is geëindigd. De wetgever had hierbij oog voor de situatie waarin sprake is van een ouder die ten tijde van de huwelijksvoltrekking niet in staat was zijn wil te verklaren, terwijl dit voor de ambtenaar van de burgerlijke stand niet kenbaar was. In deze bijdrage komt naar aanleiding van een recent geval de vraag aan de orde of het gerechtvaardigd is dat een huwelijk van een persoon die niet in staat was zijn wil te bepalen tijdens zijn leven nietig verklaard kan worden, terwijl een door deze persoon gemaakte uiterste wilsbeschikking gedurende zijn leven niet aantastbaar is. Er wordt een aanbeveling gedaan voor een hanteerbare oplossing.


Mr. J.H.M. ter Haar
Mr. J.H.M. ter Haar is universitair docent notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Psychische problemen tijdens detentie: een overzicht van kernresultaten uit het Prison Project

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2018
Trefwoorden mental health, prisoners, longitudinal, Geestelijke gezondheid, Gedetineerden, Longitudinaal
Auteurs Dr. A.J.E. Dirkzwager en Prof. dr. P. Nieuwbeerta
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution summarizes findings from the Prison Project on the longitudinal course of mental health problems during imprisonment. The findings illustrate that prisoners experience high levels of mental health problems. Shortly after their arrival in detention, a quarter of them experienced a high level of mental health problems, which is five times as high as men in the general population. Prisoners’ mental health problems decreased during imprisonment. Both characteristics of the correctional environment (e.g. a fair and respectful treatment by prison staff) and pre-existing characteristics of the prisoners (e.g. personality traits) are related to the course of mental health problems in detention.


Dr. A.J.E. Dirkzwager
Dr. Anja Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. P. Nieuwbeerta
Prof. dr. Paul Nieuwbeerta is hoogleraar Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

ERM-Vroegsignalering opent de deur naar risicomanagementobservaties en dialoog met gedetineerden

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Risicomanagement, Vroegsignalering, Agressiehantering, Incidentpreventie
Auteurs Dr. Frans Fluttert en Gunnar Eidhammer MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Prison staff is exposed to aggression of prisoners which evokes work stress. In forensic psychiatry risk management principles, such as the Risk-Needs-Responsivity-model (RNR), assist staff to manage aggression by means applying risk management strategies. The Early Recognition Method (ERM) is such an evidence based strategy, developed and tested in forensic psychiatry. In ERM, staff gradually try to attune to aggressive behavior by means of the identification of early warning signs of aggression and systematically evaluated these in predetermined intervals. In this article it is explained and discussed how ERM could be applied meaningfully in prison services.


Dr. Frans Fluttert
Dr. Frans Fluttert is senior onderzoeker bij FPC Dr. S. van Mesdag, Associate Professor aan zowel de Molde University College in Noorwegen als de University of Southern Denmark, en Research Supervisor bij het Centre for Research and Education in Forensic Psychiatry, Oslo University Hospital, Noorwegen.

Gunnar Eidhammer MSc
Gunnar Eidhammer MSc is onderzoeker bij het Centre for Research and Education in Forensic Psychiatry, Oslo University Hospital in Noorwegen, en verpleegkundige en onderzoeker bij de Division of Mental Health and Addiction, Trust Vestre Viken Hospital, Drammen, Noorwegen.

Prof. Joke Harte
Prof. Joke Harte is hoogleraar bij de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit en lid van de redactie van PROCES.

Dorina Denzel
Dorina Denzel is buitenpromovendus bij de afdeling Klinische Neuro- en Ontwikkelingspsychologie van de Vrije Universiteit en psycholoog in opleiding tot GZ-psycholoog in Justitieel Complex Zaanstad.
Artikel

Spraakmakende Zaken

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2017
Auteurs Nathalie de Graaf en Roger Cremers
Auteursinformatie

Nathalie de Graaf

Roger Cremers
Beeld

Kees Pijnappels

drs. Désirée Versteijnen
Drs. D.M.L. Versteijnen is klinisch psycholoog-psychotherapeut en seksuoloog. Haar huidige functies zijn: behandelcoördinator bij de Pompekliniek te Nijmegen, raad bij het hof in Arnhem en Pro Justitia-rapporteur.
Artikel

Veilige resocialisatie van zedendaders met inzet van vrijwilligers

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2017
Trefwoorden COSA, Zedendelinquenten, Resocialisatie, Vrijwilligers
Auteurs Dr. Mechtild Höing en Audrey Alards
SamenvattingAuteursinformatie

    Circles of Support and Accountability (COSA) is a method in which volunteers support and monitor a convicted sex offender during his or her re-entry into society in order to prevent new sex offences. COSA was developed in Canada in 1994 as a grass roots approach to an acute crisis in a small town near Toronto, and since then has spread throughout Canada. In 2002, the COSA model was introduced and further developed in England, and from there the approach found its way to the Netherlands, where circle projects are provided by the Dutch Probation Organization since 2010. Until now, more than one hundred sex offenders (‘core members’ in a circle) have participated in a circle in the Netherlands. Although the COSA model predates the Good Lives Model, it’s basic principles align very well to the Good Lives Model. In COSA, a group of three to five volunteers form a surrogate social network, that offers social inclusion, practical and moral support in all kinds of daily challenges the core member faces, and that monitors risk and risk behavior. The volunteers are supervised by a professional circle-coordinator and supported by professionals who are involved in the core members’ after care arrangements. The COSA intervention model describes a number of conditions and strategies that support its effectiveness. Canadian, American and English case-control studies into the effectiveness of COSA shows a substantial reduction of offending behavior in core members compared to controls. Since the international proliferation of the COSA model is ever increasing, protecting the program integrity is a growing concern, and stresses the need for international cooperation between COSA providers.


Dr. Mechtild Höing
Dr. Mechtild Höing is socioloog aan het Expertisecentrum Veiligheid van de Avans Hogeschool en projectleider en lid van de kenniskring lectoraat Veiligheid in afhankelijkheidsrelaties.

Audrey Alards
Audrey Alards is werkzaam bij Reclassering Nederland; als cirkelcoördinator is zij sinds 2009 werkzaam voor COSA.
Column

Een blijvende voetafdruk?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2017
Auteurs Dr. Jaap van Vliet
Auteursinformatie

Dr. Jaap van Vliet
Dr. Jaap A. van Vliet is zelfstandig gevestigd onderzoeker en adviseur en lid van de redactie van PROCES.
Toont 81 - 100 van 532 gevonden teksten
1 2 3 5 7 8 9 26 27
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.