Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 457 artikelen

x
Jaar 2011 x
Artikel

Vreemdelingenbetekening: van goed tot beter

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2011
Trefwoorden kantoorbetekening, dagvaardingstermijn, controle status, adres advocaat
Auteurs Mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de NJ 2010, 111 en NJ 2011, 368 en 369 zijn de belangrijke consequenties bestudeerd voor de betekeningspraktijk. In grensoverschrijdende zaken volstaat kantoorbetekening (art. 63 Rv) voor het aanwenden van een rechtsmiddel. De gewone dagvaardingstermijn van 1 week is voldoende (art. 114 Rv.). Wel kan de praktijk van de kantoorbetekening tot uitvoeringsperikelen leiden, met mogelijk onaangename verrassingen.


Mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt
Mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt is advocaat bij Houthoff Buruma te Den Haag.
Artikel

De erkenning en tenuitvoerlegging van Europese beslissingen in het licht van de Europese beginselen van procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2011
Trefwoorden wederzijds vertrouwen, erkenning, tenuitvoerlegging, art. 6 EVRM, art. 47 EU-Handvest, exequaturprocedure
Auteurs Mr. M. Freudenthal
SamenvattingAuteursinformatie

    Gebaseerd op het beginsel van ‘wederzijds vertrouwen’ dat EU-staten in elkaars rechtspraak geacht worden te hebben, wordt de grensoverschrijdende erkenning en tenuitvoerlegging van civiele beslissingen binnen de EU gaandeweg vereenvoudigd, dat deze beslissingen geen exequaturprocedure behoeven. Ter bescherming van de (niet verschenen) gedaagde dienen de procesrechtelijke beginselen van art. 6 EVRM en art. 47 EU-Handvest hierbij ijkpunt te zijn. Centraal staat het beginsel van ‘hoor en wederhoor’ dat in de EET-Vo gewaarborgd is o.m. door aan de betekening minimumvereisten te verbinden. In deze bijdrage wordt nagegaan of de balans tussen deze vereenvoudiging en de waarborgen die opgenomen zijn ter bescherming van de gedaagde evenwichtig is.


Mr. M. Freudenthal
Mr. M. Freudenthal is honorair hoofdonderzoeker aan het Molengraaff Instituut te Utrecht.
Boekbespreking

Nederlands burgerlijk procesrecht en materieel EU-recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2011
Trefwoorden burgerlijk procesrecht, materiaal EU-recht
Auteurs Prof. dr. P. Taelman
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van H.B. Krans, Nederlands burgerlijk procesrecht en materieel EU-recht, Serie Burgerlijk Proces & Praktijk (Deel 12), Deventer: Kluwer 2010.


Prof. dr. P. Taelman
Prof. dr. P. Taelman is gewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent.
Praktijk

Kroniek rechtspraak civiel recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden gebrekkige hulpzaak, integriteitschade, jurisprudentieoverzicht, onrechtmatige uitlatingen op internet, Wbp
Auteurs Mr. drs. M.J.J. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden in het kort de belangrijkste ontwikkelingen in de jurisprudentie in de jaren 2010 en 2011 besproken. Als nieuwe ontwikkelingen zijn onder meer te noemen beschikkingen in deelgeschillen en uitspraken op het gebied van de Wet bescherming persoonsgegevens. Er wordt onder meer ingegaan op uitspraken op het gebied van integriteitschade, de aansprakelijkheid van de hulpverlener door gebruikmaking van een gebrekkige hulpzaak, onrechtmatige uitlatingen over zorgverleners op internet en de causale toerekening, waarbij aan de orde is of deze al dan niet wordt doorbroken door het feit dat de patiënt zelf in de gelegenheid is de schade te voorkomen.


Mr. drs. M.J.J. de Ridder
Michel de Ridder is werkzaam als advocaat bij KBS Advocaten te Utrecht.

    Tarief in de zin van art. 1 sub k Wmg; opbrengstverrekening geen tarief; vaststelling opbrengstverrekening door NZa geen besluit.

Artikel

Access_open Transnational Fundamental Rights: Horizontal Effect?

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2011
Trefwoorden fundamental rights, societal constitutionalism, inclusionary and exclusionary effects, anonymous matrix
Auteurs Gunther Teubner
SamenvattingAuteursinformatie

    Violations of human rights by transnational corporations and by other ‘private’ global actors raise problems that signal the limits of the traditional doctrine of ‘horizontal effects’. To overcome them, constitutional law doctrine needs to be complemented by perspectives from legal theory and sociology of law. This allows new answers to the following questions: What is the validity basis of human rights in transnational ‘private’ regimes – extraterritorial effect, colère public or external pressures on autonomous law making in global regimes? Do they result in protective duties of the states or in direct human rights obligations of private transnational actors? What does it mean to generalise state-directed human rights and to respecify them for different social spheres? Are societal human rights limited to ‘negative’ rights or is institutional imagination capable of developing ‘positive’ rights – rights of inclusion and participation in various social fields? Are societal human rights directed exclusively against corporate actors or can they be extended to counteract structural violence of anonymous social processes? Can such broadened perspectives of human rights be re-translated into the practice of public interest litigation?


Gunther Teubner
Gunther Teubner is Professor of Private Law and Legal Sociology and Principal Investigator of the Excellence Cluster ‘The Formation of Normative Orders’ at the Goethe-University, Frankfurt/Main. He is also Professor at the International University College, Torino, Italy.
Discussie

Access_open Against the ‘Pestilential Gods’

Teubner on Human Rights

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2011
Trefwoorden semiosphera, paranomia, Drittwirkung, matrix argument
Auteurs Pasquale Femia
SamenvattingAuteursinformatie

    Examining the function of human rights in the semiosphere requires a strategy of differentiation: the dissolution of politics into political moments (politics, it is argued, is not a system, but a form of discourse); the distinction between discourse and communication; the concept of systemic paranomic functionings. Paranomia is a situation generated by the pathological closure of discourses, in which knowledge of valid and observed norms obscures power. Fundamental rights are the movement of communication, claims about redistributing powers, directed against paranomic functionings. Rethinking the debate about the third party effect implies that validity and coherence must be differentiated for the development of the ‘matrix argument’.


Pasquale Femia
Pasquale Femia is Professor of Private Law at the Faculty of Political Studies of the University of Naples II, Italy.

Wouter Devroe
Wouter Devroe is gewoon hoogleraar en vice-decaan aan de rechtsfaculteit van de K.U. Leuven en tevens hoogleraar Competition Law aan de Universiteit Maastricht en advocaat, balie van Brussel. Voorheen onder meer referendaris bij het Hof van Justitie en lid van de Belgische mededingingsautoriteit (Raad voor de Mededinging). In 1999 preadviseur voor VVSRBN Sectie Publiekrecht met A. Alen (‘Verzelfstandiging van bestuurstaken in België’, Deventer: Tjeenk Willink).

Jules Stuyck
Jules Stuyck is buitengewoon hoogleraar aan de rechtsfaculteit van de K.U. Leuven en tevens buitengewoon hoogleraar aan de R.U. Nijmegen. Daarnaast is hij visiting professor European Competition Law aan de Central European University (Boedapest). Professeur invité, Université Panthéon-Assas-Paris 2. Adocaat, balie van Brussel.

Tineke Cleiren
C.P.M. Cleiren is hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden en raadsheerplaatsvervanger in het Gerechtshof Amsterdam.

Ernst Hirsch Ballin
Prof. dr. Ernst M.H. Hirsch Ballin is hoogleraar Nederlands en Europees constitutioneel recht, Tilburg University Law School.

Joachim Meese
Prof. dr. Joachim Meese is docent aan de Universiteit Antwerpen en advocaat.

Arthur Hartkamp
A.S. Hartkamp is hoogleraar Europees privaatrecht, Radboud Universiteit; voormalig procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden.

Jan Velaers
Jan Velaers is gewoon hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en assessor in Raad van State, afdeling Wetgeving.
Artikel

Arrest Aalberts

Vernietiging boetes in het koperfittingenkartel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden enkele, complexe en voortdurende inbreuk, Aalberts, onschuldpresumptie, 10 procent-plafond, toerekening
Auteurs Mr. A.M. Huijts
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Aalberts-arrest van het Gerecht betreft een beroep van Aalberts Industries en haar dochtervennootschappen Simplex en Aquatis tegen de beschikking van de Europese Commissie van 20 september 2006 waarin de Commissie aan dertig vennootschappen binnen elf concerns een totale boete van 314,7 miljoen euro oplegde voor deelname aan het koperfittingenkartel in de periode van 1988 tot 2001 en voor sommige ondernemingen zelfs tot 2004.1x Beschikking van de Commissie van 20 september 2006, zaak COMP/38.121, Fittingen, Pb. EU 2007, L 283/63. Aalberts komt succesvol op tegen de constatering van de Commissie dat haar dochters Simplex en Aquatis na de inspecties van de Commissie in maart 2001 de inbreuk zouden hebben voortgezet. Aangezien Aalberts de dochtervennootschappen pas in augustus 2002 heeft overgenomen en een vrijwaring heeft bedongen van de verkoper voor boetes van vóór de overname, betekent dit arrest dat Aalberts in deze kartelzaak geen boete verschuldigd is.

Noten

  • 1 Beschikking van de Commissie van 20 september 2006, zaak COMP/38.121, Fittingen, Pb. EU 2007, L 283/63.


Mr. A.M. Huijts
Mr. A.M. Huijts is advocaat bij Houthoff Buruma in Brussel.
Jurisprudentie

Het arrest Vicoplus

Bij grensoverschrijdende uitzendarbeid is zowel het vrij verkeer van werknemers als het vrij verkeer van diensten van toepassing

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden vrij verrichten van diensten, richtlijn 96/71/EG, vrij verkeer van werknemers, toetredingsakte van 2003, overgangsmaatregelen
Auteurs Prof. mr. M.S. Houwerzijl
SamenvattingAuteursinformatie

    Poolse werknemers konden tot 1 mei 2007 in Nederland geen rechten tot verplaatsing ontlenen aan het vrij verkeer van werknemers. Maar niet alle werknemersmobiliteit vanuit Polen was onvrij. Detachering van werknemers om een dienst te verrichten in een andere lidstaat maakt deel uit van het vrij verkeer van diensten en leek dus wel onbelemmerd mogelijk. Nederland paste zijn overgangsregime echter ook toe op gedetacheerde Poolse uitzendkrachten. De vraag was of dit in strijd is met het vrij verkeer van diensten. In zijn arrest Vicoplus bepaalt het Hof van Justitie dat de Nederlandse regeling door de Europese beugel kan. Hiermee is aan de omzeiling van het overgangsregime door detacheringconstructies een halt toegeroepen.


Prof. mr. M.S. Houwerzijl
Prof. mr. M.S. Houwerzijl is als UHD verbonden aan de vaksectie sociaal recht, Radboud Universiteit Nijmegen en als hoogleraar Europees en rechtsvergelijkend arbeidsrecht werkzaam aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Eerste uitspraak Hof van Justitie over de Dienstenrichtlijn

Het actief werven van cliënten door beoefenaars van gereglementeerde beroepen mag niet worden verboden

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden dienstenrichtlijn, commerciële communicatie, gereguleerde beroepen, Hof van Justitie, accountants
Auteurs Mr. drs. H.A.G. Temmink
SamenvattingAuteursinformatie

    In de onderhavige prejudiciële zaak is het Hof van Justitie voor het eerst verzocht om een uitspraak over de uitlegging van de Dienstenrichtlijn. De vraag van de Franse Conseil d´Etat heeft betrekking op de vrijheid van commerciële communicatie voor beoefenaars van gereglementeerde beroepen, in casu accountants. Het Hof van Justitie bepaalt dat artikel 24 van de Dienstenrichtlijn zich verzet tegen een nationale regeling die dergelijke beoefenaars volledig verbiedt actief klanten te werven.


Mr. drs. H.A.G. Temmink
Mr. drs. H.A.G. Temmink is plaatsvervangend afdelingshoofd bij de Europese commissie, DG Interne markt en financiële diensten, unit Online and Postal Services.
Artikel

Bedrijfspensioenen, geregistreerd partnerschap en het Uniebeginsel van gelijke behandeling

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden gelijke behandeling, seksuele geaardheid, algemeen beginsel, pensioen, directe discriminatie
Auteurs Mr. A.G. Veldman
SamenvattingAuteursinformatie

    In mei van dit jaar oordeelde het Hof van Justitie (Grote Kamer) dat een lagere bedrijfspensioenuitkering voor geregistreerde partners van hetzelfde geslacht in vergelijking met gehuwden, een verboden discriminatie naar seksuele geaardheid kan opleveren. Het gaat om de toepassing van Kaderrichtlijn 2000/78/EG die gelijkheid in arbeid en beroep op diverse discriminatiegronden voorschrijft. Het is pas het tweede arrest over de discriminatiegrond van seksuele geaardheid. Evenals in de eerste en soortgelijke zaak Maruko,1x HvJ EG 1 april 2008, zaak C-267/06, Tadao Maruko/Versorgungsanstalt der deutschen Bühnen, Jur. 2008, p. I-1757. Zie voor besprekingen van deze zaak: A.G. Veldman, NJCM-Bulletin 2009, nr. 2, p. 192-202 en C. Waaldijk, EHRC 2008/65. wordt het verschil in pensioenrechten tussen gehuwden en partners die een (Duits) geregistreerd partnerschap zijn aangegaan als een directe discriminatie aangemerkt, althans als op basis van het nationale recht deze partnerschappen vergelijkbaar zijn. Naar aanleiding van de Maruko-zaak is al opgemerkt dat het laatste lijkt te suggereren dat juist de lidstaten die behalve ongelijke pensioenrechten ook geen met het huwelijk vergelijkbare samenlevingsregeling kennen voor homo’s, hierdoor de dans ontspringen. Of deze conclusie gerechtvaardigd is, wordt in deze bijdrage nader besproken. Daarnaast wordt ingegaan op een tweede, belangwekkend aspect van dit arrest, namelijk de erkenning van het discriminatieverbod naar seksuele geaardheid als een algemeen beginsel van Unierecht. Voor leeftijdsdiscriminatie stond dit al vast op grond van Mangold en Kücükdeveci,2x Resp. HvJ EU 22 november 2005, zaak C-144/04, Jur. 2005, p. I-9981, JAR 2005/289 en HvJ EU 19 januari 2010, zaak C-555/07, Jur. 2010, p. 0000, JAR 2010/53. Zie ook H. de Waele en I. Kieft, ‘De doorwerking van richtlijnen en algemene beginselen van EU-recht’, NTER 2010/5, p.170-178. maar het lijkt nu te gelden voor alle gronden uit de richtlijn. Hieronder komt de betekenis van het Uniebeginsel voor de directe afdwingbaarheid van pensioenaanspraken aan bod en voor de terugwerkende kracht daarvan, al acht het Hof van Justitie het beginsel in de onderhavige zaak, anders dan in Mangold, niet toepasselijk vóór het verstrijken van de omzettingstermijn van Richtlijn 2000/78/EG.

Noten

  • 1 HvJ EG 1 april 2008, zaak C-267/06, Tadao Maruko/Versorgungsanstalt der deutschen Bühnen, Jur. 2008, p. I-1757. Zie voor besprekingen van deze zaak: A.G. Veldman, NJCM-Bulletin 2009, nr. 2, p. 192-202 en C. Waaldijk, EHRC 2008/65.

  • 2 Resp. HvJ EU 22 november 2005, zaak C-144/04, Jur. 2005, p. I-9981, JAR 2005/289 en HvJ EU 19 januari 2010, zaak C-555/07, Jur. 2010, p. 0000, JAR 2010/53. Zie ook H. de Waele en I. Kieft, ‘De doorwerking van richtlijnen en algemene beginselen van EU-recht’, NTER 2010/5, p.170-178.


Mr. A.G. Veldman
Mr. A.G. Veldman is universitair hoofddocent (Europees) arbeidsrecht en sociaal beleid aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Einde aan hogere premies en lagere uitkeringen voor vrouwen bij particuliere verzekeringen?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden actuariële berekeningsfactoren, premie voor levensverzekering
Auteurs Prof. dr. E. Lutjens
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit arrest betreft de belangrijke vraag of een verzekeringsmaatschappij bij de premievaststelling voor een particuliere levensverzekeringsovereenkomst onderscheid mag maken tussen mannen en vrouwen. Dit onderscheid is gangbaar bij dergelijke verzekeringsovereenkomsten en wordt gebaseerd op actuariële berekeningsfactoren (sterfte- en overlevingstafels) waaruit blijkt dat vrouwen gemiddeld langer leven dan mannen. Artikel 5 lid 2 van Richtlijn 2004/113/EG betreffende de gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten laat dit onderscheid toe. Het Hof van Justitie oordeelt dat deze bepaling uit de richtlijn vanaf 21 december 2012 ongeldig is wegens strijd met de grondrechten van de Europese Unie. Wat zijn de gevolgen voor de particuliere verzekeringen?


Prof. dr. E. Lutjens
Prof. dr. E. Lutjens, hoogleraar Pensioenrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam, Expertisecentrum Pensioenrecht.
Artikel

Herontwikkeling van stortplaatsen

Kansen en belemmeringen vanuit milieurechtelijk perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden stortplaats, Wet bodembescherming, Wet milieubeheer, bodemverontreiniging, herontwikkeling
Auteurs Mr. drs. M.A. de Groote
SamenvattingAuteursinformatie

    Er zijn twee soorten stortplaatsen in Nederland, namelijk voormalige stortplaatsen en stortplaatsen die vallen onder de reikwijdte van de Wet milieubeheer (Wm). Een stortplaats die op of na 1 september 1996 in gebruik was of is, valt onder de nazorgregeling van de Wm; overige stortplaatsen zijn voormalige stortplaatsen.Thans worden bijna uitsluitend voormalige stortplaatsen herontwikkeld. Bij de beheersing van bodemverontreiniging van dergelijke stortplaatsen wordt gebruik gemaakt van de Wet bodembescherming (Wbb). Dit lijkt in de praktijk te werken, maar recente rechtspraak noopt tot aanpassing van de wet. De nazorgregeling uit de Wm gaat uit van een actieve nazorg en legt de verantwoordelijkheid voor de milieuhygiënische situatie na sluiting van de stortplaats bij de provincie. Bij herontwikkeling van Wm-stortplaatsen moet er zijn voldaan aan diverse verplichtingen die de Wm voorschrijft. Dat maakt herontwikkeling van Wm-stortplaatsen ingewikkelder dan herontwikkeling van voormalige stortplaatsen. Overheden kunnen door meerdere maatregelen herontwikkeling van beide soorten stortplaatsen vergemakkelijken.


Mr. drs. M.A. de Groote
Mr. drs. M.A. (Michiel) de Groote is werkzaam als advocaat in dienst van de gemeente Amsterdam (directie Juridische Zaken).
Jurisprudentie

Jurisprudentie Waterwet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Waterwet, watervergunning, Bkmw, Kaderrichtlijn water
Auteurs Mr. ir. S. Handgraaf
SamenvattingAuteursinformatie

    Bijna twee jaar na inwerkingtreding van de Waterwet is het tijd voor een jurisprudentieoverzicht.De eerste uitspraken laten zien dat het nieuwe, integrale toetsingskader van de Waterwet geen problemen oplevert. Ook de toepassing van de milieukwaliteitseisen van het Besluit kwaliteitseisen en monitoring water 2009, ter uitwerking van de Kaderrichtlijn water, verloopt conform de bedoeling van de wetgever. De gekozen implementatie van het vereiste van geen achteruitgang (een verslechtering van de waterkwaliteit binnen de toestandsklasse is acceptabel) lijkt stand te houden.Het overgangsrecht van de Invoeringswet Waterwet heeft tot enkele vragen over de bevoegdheid van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geleid. Daarnaast lijkt het overgangsrecht voor handhavingsbesluiten niet sluitend, waardoor in sommige gevallen de bevoegdheid om te beslissen op een bezwaarschrift, dat voor inwerkingtreding van de Waterwet is ingediend, kan ontbreken.


Mr. ir. S. Handgraaf
Mr. ir S. (Simon) Handgraaf is mede-eigenaar van Colibri Advies.
Toont 81 - 100 van 457 gevonden teksten
1 2 3 5 7 8 9 22 23
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.