Zoekresultaat: 198 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2015 x Rubriek Case Law x

    Indirecte schade, voorzienbaarheid bestemmingswijziging eigen perceel niet relevant voor taxatie planschade.


Ruud Veenhof

    In en rond Loppersum mag voorlopig alleen gas worden gewonnen als dat op andere locaties niet meer mogelijk is en als dat vanuit een oogpunt van leveringszekerheid noodzakelijk is. Geen aanleiding om gaswinning op dit moment geheel stop te zetten, alleen al omdat dan niet aan de gasvraag in Nederland en omliggende landen kan worden voldaan.

    Uitzondering op uitgangspunt dat moet worden getoetst aan het recht dat geldt ten tijde van het besluit. Toetsen aan geurverordening die gold ten tijde van de aanvraag.

    Wellness/complex. Ontvankelijkheid. Ladder duurzame verstedelijking. Relativiteitsbeginsel. Precisering jurisprudentie inzake concurrent. Relevante leegstand. Behoefte onderzoek. Landschappelijke inpassing. Strijd met provinciaal en gemeentelijk beleid. Luchtkwaliteit.

    Passende beoordeling. Grondgebonden veehouderijen. Provinciale depositiebank. NB-wetvergunning. Wijzigingsbevoegdheid. Omvang en tijdelijkheid van teeltondersteunende voorzieniningen.

    Nu appellanten een begin van bewijs hebben aangeleverd, komt de bewijslast inzake het vervallen van de vergunning bij het bevoegd gezag te liggen.


Marieke Kaajan

    Spuitzone. Gewasbeschermingsmiddelen. Afstand. Woon- en leefklimaat. Bescherming bedrijfsgebouwen. Onderzoek. Relativiteitsbeginsel.


Daniëlle Roelands-Fransen

    Zorgappartementen. Bestemming Bijzondere doeleinden. Veranderende ontwikkeling in de zorg.

    Niet splitsbaar besluit en beroep. Afdeling acht zich in eerste en enige aanleg bevoegd om kennis te nemen van het beroep. Appellant terecht aangemerkt als overtreder.

    Effect van het vliegen op het gedrag van zoogkoeien met kalveren is ten onrechte niet in de belangenafweging betrokken. Rechtsgevolgen besluit blijven in stand.


Marieke Kaajan

    Geen passieve risicoaanvaarding, vanwege ontbreken voortekenen van de nadelige planologische wijziging.

Jurisprudentie

Meer duidelijkheid over procedurele aspecten van hoger beroep en cassatie tegen een deelgeschilbeschikking

HR 19 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1689 (Achmea/zzp’er)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2015
Trefwoorden deelgeschil, tussentijdse cassatie, ontvankelijkheid, kosten, dagvaardingsprocedure
Auteurs Mr. J.S. Overes
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft bij arrest van 19 juni 2015 bepaald dat tussentijdse cassatie na tussentijds hoger beroep tegen een deelgeschilbeschikking mogelijk is. Hiertoe is wel verlof van het gerechtshof vereist, tenzij het hof in hoger beroep de zaak zelf heeft afgedaan. Tussentijds hoger beroep en tussentijdse cassatie tegen een deelgeschilbeschikking is een dagvaardingsprocedure. Hierbij gelden de normale regels met betrekking tot de proceskostenveroordeling; artikel 1019aa Rv is aldus niet van toepassing, zo geeft de Hoge Raad aan. In deze bijdrage gaat de auteur op het arrest en de achterliggende zaak in, en geeft hij commentaar op de beslissingen in deze zaak.


Mr. J.S. Overes
Mr. J.S. Overes is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.

Mr. Saskia Nuijten
Mr. S.M.C. Nuijten is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

    Thuiszorg; opzegging zorgovereenkomst; norm artikel 7:460 BW; gewichtige reden; KNMG-richtlijn

Jurisprudentie

2015/199 Rechtbank Midden-Nederland 8 april 2015 (m.nt. prof. mr. J.G. Sijmons)

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden Art. 13 Zvw, vergoeding voortgezette behandeling, ononderbroken zorgverlening, cessie op zorgaanbieder, onrechtmatige daad zorgverzekeraar
Samenvatting

    Uitleg artikel 13 lid 5 Zvw; cessieverbod recht op vergoeding van zorg; onrechtmatigheid van handelen in strijd met artikel 13 lid 5 Zvw

    Hulp bij zelfdoding door niet-arts; overmacht; betekenis Wtl; ontslag van rechtsvervolging

    Aansprakelijkheid wegens gemist caudasyndroom?; tekortkoming; overlegging geluidsopnamen van gesprekken met artsen; causaal verband, verlies van een kans

Jurisprudentie

Collectieve acties uit solidariteit, als correlarium van de vrijheid van collectief overleg (artikel 6 ESH) en van de vrijheid van vakvereniging (artikel 11 EVRM)

HR 31 oktober 2014, JAR 2014/298 (Enerco)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Staking, Enerco, Solidariteit, Euopees Sociaal Handvest, EVRM
Auteurs F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    HR 31 oktober 2014, JAR 2014/298 (Enerco)
    In 2014 dienden twee hoge rechtscolleges een uitspraak te doen over de rechtmatigheid van collectieve acties die in het teken stonden van solidariteit. Het meest recente arrest is van Hollandse bodem. Op 31 oktober 2014 sprak de Hoge Raad zich uit over de voorziening in cassatie die FNV Bondgenoten en de vakvereniging Het Zwarte Korps inleidden tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Nagenoeg acht maanden eerder diende het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zich uit te spreken over de vraag of de Britse wettelijke bepalingen die solidariteitsstakingen (secondary actions) verboden een aantasting inhielden van de door artikel 11 EVRM gewaarborgde vrijheid van vakvereniging. In deze bijdrage wordt het arrest van de Hoge Raad geanalyseerd en geduid. Het Enerco-arrest wordt in drievoud gecontextualiseerd. De eerste contextualisering is van rechtsvergelijkende aard. In een tweede beweging wordt onderzocht hoe de door de Hoge Raad gegeven interpretatie van artikel 6 ESH zich verhoudt tot de ‘jurisprudentie’ (lees: de conclusies van het Europees Comité voor Sociale Rechten) en met enkele spraakmakende commentaren van het Europees Sociaal Handvest in verband met de rechtspositie van de uit solidariteit gevoerde collectieve actie. Tot slot wordt het Enerco-arrest geconfronteerd met het arrest RMT/VK


F. Dorssemont
F. Dorssemont is hoogleraar aan de UCLouvain (België).
Jurisprudentie

Grenzen aan sociale concurrentie bij vrij verkeer van diensten en bij mededinging

HvJ EU C-549/13, JAR 2014/264 (Bundesdruckerei GmbH) en HvJ EU C-413/13, JAR 2015/19 (FNV Kunsten Informatie en Media/FNV KIEM)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Vrijheid van diensten, Mededinging, Europees recht, Sociale concurrentie
Auteurs A.P.C.M. Jaspers
SamenvattingAuteursinformatie

    HvJ EU C-549/13, JAR 2014/264 (Bundesdruckerei GmbH) en HvJ EU C-413/13, JAR 2015/19 (FNV Kunsten Informatie en Media/FNV KIEM)
    In deze annotatie worden twee arresten van het Hof van Justitie van de EU besproken onder de noemer van sociale concurrentie die het gevolg zouden kunnen zijn van de toepassing van twee grondbeginselen van de Europese Unie: vrij verkeer en mededinging. In de zaak Bundesdruckerei is aan de orde of een overheidsinstantie in haar aanbestedingsvoorwaarden mag opnemen dat het bedrijf dat de opdracht uitvoert, moet garanderen dat het minimumuurloon dat geldt voor de lidstaat waarin het bedrijf gevestigd is, ook wordt betaald aan werknemers van een bedrijf in een andere lidstaat waar de werkzaamheden feitelijk worden verricht. Het VWEU verbiedt dat in artikel 56, tenzij de inbreuk op het vrij verkeer objectief gerechtvaardigd wordt. Het HvJ EU komt met toepassing van de criteria, doel, geschikt en noodzakelijk, tot de conclusie dat er een gerechtvaardigd doel kan zijn – bescherming van werknemers – maar dat de voorwaarde niet geschikt en noodzakelijk is om dat doel te bereiken.
    De andere zaak (FNV KIEM) sluit aan op staande rechtspraak van het HvJ EU dat cao’s zijn uitgezonderd van het mededingingsrecht, mits aan een paar voorwaarden wordt voldaan. Mag een vakbond minimumtarieven voor zelfstandigen in een cao vastleggen? Als een vakbond dat doet, treedt hij dan op als werknemers- of als werkgeversvereniging? Doorslaggevend is of er sprake is van ‘echte’ zelfstandigheid of van schijnzelfstandigheid. Naast de bekende criteria als vrijheid van uitvoering van de werkzaamheden, afhankelijkheid van de opdrachtgever, het dragen van financiële en commerciële risico’s introduceert het HvJ EU het criterium: is de betrokkene als gewone werknemer in de onderneming van de opdrachtgever werkzaam ofwel is hij met de werknemer gelijk te stellen? Een vraag voor de nationale rechter.


A.P.C.M. Jaspers
A.P.C.M. Jaspers is emeritus hoogleraar Arbeidsrecht aan de Universiteit van Utrecht.
Toont 81 - 100 van 198 gevonden teksten
1 2 3 5 7 8 9 10
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.