Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 657 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x
Rechtsbescherming

Het verbod op misbruik: een algemeen beginsel van unierecht dat de EU en de lidstaten tegen de burger beschermt

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden verbod op misbruik, algemene beginselen van Unierecht, doorwerking, legaliteitsbeginsel, Btw-richtlijn
Auteurs Dr. W.J. Blokland
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft in het arrest Cussens e.a. eindelijk bevestigd en onderbouwd dat het verbod op misbruik een algemeen beginsel van Unierecht is. Naar de mening van de auteur ligt in het arrest verder besloten dat het verbod op misbruik omgekeerd verticaal kan werken, ten nadele van de burger te kwader trouw. Ten slotte heeft het Hof van Justitie het beoordelingskader voor misbruik nader ingevuld, vooral voor de btw.
    HvJ 22 november 2017, zaak C-251/16, Edward Cussens e.a./T.G. Brosman, ECLI:EU:C:2017:881.


Dr. W.J. Blokland
Dr. W.J. (Wouter) Blokland is universitair docent omzetbelasting aan de Vrije Universiteit en verbonden aan het wetenschappelijk bureau (sectie fiscaal) van de Hoge Raad der Nederlanden.
Mededinging

Coty: beperking verkoop via internetplatforms mag

Het Hof van Justitie corrigeert Pierre Fabre maar had krachtiger leiding kunnen geven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Auteurs Mr. G. Oosterhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage betreft de prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie in het geschil tussen Coty Germany GmbH (Coty) en Parfümerie Akzente GmbH (Akzente).1x HvJ 6 december 2017, zaak C-230/16, Coty Germany GmbH/Parfümerie Akzente GmbH, ECLI:EU:C:2017:91 (hierna: Coty). Het Hof van Justitie oordeelt dat een selectief distributiestelsel verenigbaar kan zijn met het Europese mededingingsrecht indien het is vormgegeven om het luxe-imago van de betreffende producten te beschermen. In dat kader kan ook een verbod aan distributeurs om luxeproducten via platforms van derden te verkopen toegestaan zijn en vormt een dergelijk platformverbod geen hardcore beperking als bedoeld in Verordening (EU) nr. 330/2010. De uitspraak corrigeert Pierre Fabre maar geeft minder krachtig leiding dan had gekund.
    HvJ 6 december 2017, zaak C-230/16, Coty Germany GmbH/Parfümerie Akzente GmbH, ECLI:EU:C:2017:91

Noten

  • 1 HvJ 6 december 2017, zaak C-230/16, Coty Germany GmbH/Parfümerie Akzente GmbH, ECLI:EU:C:2017:91 (hierna: Coty).


Mr. G. Oosterhuis
Mr. G. (Gerrit) Oosterhuis is advocaat bij Houthoff te Brussel.
Vrij verkeer

Na naturalisatie is er niet zonder meer sprake van een zuiver interne situatie voor het personenverkeer

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden migrerende burger van de Unie, naturalisatie, verblijfsrecht derdelander familielid
Auteurs Mr. H. Oosterom-Staples
SamenvattingAuteursinformatie

    De Algerijnse Toufik Lounes vraagt bij de Britse autoriteiten een verblijfskaart ‘derdelander familielid van een Unieburger’ aan. Zijn aanvraag wordt afgewezen, omdat zijn echtgenote naast de Spaanse ook de Britse nationaliteit bezit; er is sprake van een interne situatie waarop het Unierecht niet ziet. Het Hof van Justitie oordeelt anders. Omdat zijn vrouw de Britse nationaliteit heeft verkregen na uitoefening van haar reis- en verblijfsrecht en met behoud van haar oorspronkelijke nationaliteit valt haar situatie en daarmee ook die van haar familieleden binnen de werkingssfeer van het Unierecht. Haar derdelander echtgenoot ontleent zijn verblijfsrecht aan het Unierecht dat tevens de voorwaarden bepaalt waaronder dit recht mag worden uitgeoefend.
    HvJ EU 14 november 2017, zaak C-165/16, Toufik Lounes/Secretary of State for the Home Department, ECLI:EU:C:2017:862.


Mr. H. Oosterom-Staples
Mr. H. (Helen) Oosterom-Staples is verbonden aan het Departement Europees en Internationaal Publiekrecht van Tilburg Law School.
Vrij verkeer

Uber: online dienst of vervoersbedrijf?

Europese grenzen aan regulering van online platforms

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden Vervoersdienst, Uber, Richtlijn Elektronische handel 2000/31/EG, Dienstenrichtlijn 2006/123/EG, regulering
Auteurs Mr. dr. M.R. Botman
SamenvattingAuteursinformatie

    In arrest Asociación Professional Elite Taxi/Uber Systems Spain geeft het Hof van Justitie antwoord op de vraag of Uber moet worden gekwalificeerd als online dienst of vervoersbedrijf. Hiermee is ook duidelijk aan welke Europese regels nationale regulering van het online Uberplatform is onderworpen. In deze bijdrage wordt het arrest geanalyseerd en wordt bezien welke gevolgen het arrest heeft voor Nederland. Welke betekenis heeft het arrest voor de regulering van andere online platforms?
    HvJ 20 december 2017, zaak C-434/15, Asociación Elite Taxi/Uber Systems Spain, ECLI:EU:C:2017:981


Mr. dr. M.R. Botman
Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag en verbonden aan het Centre for Public Contract Law & Governance (CPC) aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Overheidsaanbestedingen

Access_open Geen vereenzelviging van moeder- en dochtermaatschappij ten aanzien van aanbestedingsplicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden aanbestedende dienst, publiekrechtelijke instelling, (quasi-)inbesteden
Auteurs Mr. E.E. Zeelenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    De zaak heeft betrekking op een dochtermaatschappij van de Litouwse (staats)Spoorwegen. Deze dochtermaatschappij draait 90 procent van haar omzet op opdrachten van de Litouwse Spoorwegen. De vraag rijst of deze dochtermaatschappij een aanbestedende dienst is. Het Hof van Justitie oordeelt dat daartoe moet worden getoetst aan de criteria voor kwalificatie als publiekrechtelijke instelling. De advocaat-generaal was overigens een andere mening toegedaan.
    HvJ 5 oktober 2017, zaak C-567/15, LitSpecMet UAB/Vilniaus lokomotyvų remonto depas UAB, ECLI:EU:C:2017:736 en Conclusie A-G Campos Sánchez-Bordona 27 april 2017, zaak C-567/15, LitSpecMet UAB/Vilniaus lokomotyvų remonto depas UAB, ECLI:EU:C:2017:319


Mr. E.E. Zeelenberg
Mr. E.E. (Elise) Zeelenberg is advocaat aanbestedingsrecht bij Hekkelman Advocaten & Notarissen.
Mededinging

Gasorba: ‘stating the obvious’ over parallelle handhaving

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden mededinging, Verordening (EG) nr. 1/2003, toezeggingsbesluit, kartelschadeclaims
Auteurs Mr. B. Nijhof
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie oordeelt dat een toezeggingsbesluit ex artikel 9 lid 1 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Europese Commissie in beginsel niet in de weg staat aan handhaving van Europees mededingingsrecht door nationale rechters en mededingingsautoriteiten ten aanzien van dezelfde feiten waar een toezegginsbesluit op ziet.
    HvJ 23 november 2017, zaak C-547/16, Gasorba SL e.a./Repsol Comercial de Productos Petrolíferos SA, ECLI:EU:C:2017:891


Mr. B. Nijhof
Mr. B. (Bram) Nijhof is advocaat bij Taylor Wessing te Eindhoven.
Vrij verkeer

De (finale) verordening op het verbod op geoblocking en andere vormen van geodiscriminatie

Een game changer voor online handel binnen de EU?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden geoblocking, geodiscriminatie, mededinging, Verordening (EU) 2018/302, digital single market
Auteurs Mr. drs. D.P. Kuipers en Mr. M.A.M.L. van de Sanden
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 2 maart 2018 is de verordening gepubliceerd waarin geoblocking en andere vormen van discriminatie op grond van nationaliteit, woon- of vestigingsplaats worden verboden. Deze verboden moeten, net als de andere voorstellen die onderdeel uitmaken van de Digital Single Market-strategie, ertoe leiden dat klanten betere toegang krijgen tot goederen en diensten op de interne markt. Dit zou op haar beurt grensoverschrijdende verkoop moeten stimuleren. De verordening is van toepassing met ingang van 3 december 2018. Over de aanleiding voor en de inhoud van het voorstel tot de verordening schreven wij reeds in dit tijdschrift. In dit artikel wordt kort ingegaan op de finale tekst van de verbodsbepalingen. Ook worden de wijzigingen ten opzichte van het op 25 mei 2016 door de Europese Commissie gepresenteerde – en eerder in dit tijdschrift besproken – voorstel belicht.
    Verordening (EU) 2018/302 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de aanpak van ongerechtvaardigde geoblocking en andere vormen van discriminatie op basis van nationaliteit, woonplaats of plaats van vestiging binnen de eengemaakte markt en wijziging van verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG, PbEU 2018, L 601/1


Mr. drs. D.P. Kuipers
Mr. drs. D.P. (Pauline) Kuipers is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag. M.A.M.L.

Mr. M.A.M.L. van de Sanden
(Mariska) van de Sanden is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.
Vrij verkeer

Herziening van de Detacheringsrichtlijn: over (on)gelijke beloning en de ‘harde kern-plus’ bij langdurige detacheringen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden Detacheringsrichtlijn, herziening, gelijke beloning, langdurige detachering, harde kern-plus
Auteurs Mr. dr. M. Kullmann
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat na hoe door de voorgestelde herziening van de Detacheringsrichtlijn het evenwicht tussen het bevorderen van het vrije dienstenverkeer en het beschermen van gedetacheerde werknemers eruit zal zien. Ingegaan wordt op een tweetal wijzingen: langdurige detacheringen en de toepassing van een ‘harde kern-plus’ alsmede duidelijkheid en toepassing van beloning en andere arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden.
    Europese Commissie, Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten, 8 maart 2016, COM(2016)128 def.


Mr. dr. M. Kullmann
Mr. dr. M. (Miriam) Kullmann is Assistant Professor aan de WU Vienna University of Economics and Business.
Consumenten

De nieuwe CPC-Verordening: gij zult consumentenbescherming handhaven!

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden consumentenbescherming, harmonisering, procedurele autonomie, handhavingsbevoegdheden
Auteurs Mr. A.A.J. Pliego Selie
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt de nieuwe Verordening (EU) 2017/2394, die in januari 2020 in werking zal treden. Deze verordening versterkt de procedurele mogelijkheden voor de nationale autoriteiten belast met de handhaving van allerlei Unierechtelijke regels op het gebied van consumentenbescherming. De verordening doet dit met name door hun additionele (minimum)onderzoeks- en handhavingsbevoegdheden te verlenen en daarnaast door de mechanismen voor onderlinge samenwerking en coördinatie van handhaving tussen de lidstaten te versterken. Tevens eigent de Europese Commissie, die in dit rechtsdomein zelf niet kan handhaven, zichzelf een meer prominente coördinerende en faciliterende rol toe. Het is af te wachten of de nieuwe verordening inderdaad de beoogde impuls geeft aan de handhaving van (grensoverschrijdende) inbreuken op het gebied van consumentenbescherming.
    Verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende samenwerking tussen de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2006/2004, PbEU 2017, L 345/1


Mr. A.A.J. Pliego Selie
Mr. A.A.J. Pliego Selie is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.
Staatssteun

Market economy operator: de economische ratio van een crediteurenakkoord is bepalend

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden staatssteun, criterium van de marktdeelnemer in een markteconomie, insolventie, crediteurenakkoord, onderzoekverplichtingen van de Europese Commissie
Auteurs Mr. D. Ninck Blok en Mr. G. Van der Wal
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie en het Gerecht hebben in hun arresten in de langlopende zaak Frucona Košice voor de toepasselijkheid en toepassing door de Commissie van het beginsel van de marktdeelnemer in een markteconomie (‘market economy operator’ (MEOP)) duidelijke regels vastgesteld. Het arrest Frucona Košice zet de lijn van eerdere jurisprudentie verder door een objectieve economische toets van de transactie bij de beoordeling van het voordeelcriterium centraal te stellen. De subjectieve gedragingen of bewustheid van de overheidsinstanties zijn daarbij ondergeschikt.
    HvJ 20 september 2017, zaak C-300/16 P, Europese Commissie/Frucona Košice, ECLI:EU:C:2017:706.


Mr. D. Ninck Blok
Mr. D. (Doortje) Ninck Blok is werkzaam als advocaat Europees en mededingingsrecht bij Windt Le Grand Leeuwenburgh te Rotterdam.

Mr. G. Van der Wal
Mr. G. (Gerard) van der Wal is werkzaam als advocaat Europees en mededingingsrecht bij Windt Le Grand Leeuwenburgh te Rotterdam.
Consumenten

Access_open The New Consumer Deal

Een gamechanger op het gebied van de afwikkeling van massaclaims?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden Massaschade, Groepsvordering, Toezichthouder, Consumentenvereniging, New Consumer Deal
Auteurs Mr. dr. B. van Hattum
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese Commissie heeft als onderdeel van een New Consumer Deal (hierna: de Deal) een richtlijnvoorstel gepubliceerd waar de invoering van een groepsvordering in de Europese Unie wordt voorgesteld om te kunnen garanderen dat de Europese consument ten volle van zijn rechten als EU-burger kan genieten. De Commissie kiest voor het toebedelen van de groepsvordering aan een met specifieke voorwaarden omklede entiteit. In de praktijk zal dit neerkomen op het toekennen van een groepsvordering aan een consumentenvereniging, een voor een specifieke vorm van massaschadeafwikkeling opgerichte en door de overheid ondersteunde stichting en/of een toezichthouder. In hoeverre is deze keuze van de Commissie een gamechanger in het speelveld van massaschadeafwikkeling en zal de invoering van een groepsvordering bijdragen aan het door de commissie beoogde doel van het waarborgen van de rechten van de EU-burger?
    Voorstel betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22/EG. Brussels 11 april 2018, COM(2018)184 final 2018/0089 (COD).


Mr. dr. B. van Hattum
Mr. dr. B. (Bonne) van Hattum is verbonden als wetenschapper aan de Universiteit van Amsterdam en als beleidsmedewerker bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Zij schrijft dit artikel op persoonlijke titel.
Mededinging

Het ICAP-arrest: With a little help from my friends…

Over kartelfacilitatie en het vermoeden van onschuld in settlement procedures

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden artikel 101 lid 1 VWEU, hybride schikkingsprocedure, Facilitatie
Auteurs Mr. Y. de Vries en Mr. J. de Kok
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ICAP-arrest is om meerdere redenen interessant. In de eerste plaats verduidelijkt het de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om een onderneming als ‘facilitator’ van een inbreuk op artikel 101 lid 1 VWEU aan te merken en geeft het inzicht in de manier waarop en de intensiteit waarmee het Gerecht toetst of aan deze kwalificatie is voldaan. In de tweede plaats gaat het in op de vraag wanneer een zogenoemde hybride schikkingsprocedure ten aanzien van niet-schikkende partijen inbreuk kan maken op het vermoeden van onschuld en welke gevolgen verbonden moeten worden aan een dergelijke inbreuk. Tot slot bevat het interessante overwegingen over het concept van de voortgezette inbreuk en de motiveringsvereisten voor boetes.
    Gerecht 10 november 2017, zaak T-180/15, ICAP/Commissie, ECLI:EU:T:2017:795 (hogere voorziening verzocht: C-39/18 P), HvJ 22 oktober 2015, zaak C-194/14 P, AC-Treuhand, ECLI:EU:C:2015:717.


Mr. Y. de Vries
Mr. Y (Yvo) de Vries is advocaat bij Allen & Overy.

Mr. J. de Kok
Mr. J. (Jochem) de Kok is advocaat bij Allen & Overy.
Rechtsbescherming

De Achmea-zaak voor het Europees Hof van Justitie. Het einde van intra-EU-investeringsverdragen?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden investeringsverdrag, autonomie van de EU-rechtsorde, arbitrage
Auteurs Prof. dr. E. De Brabandere LL.M., PhD.
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 6 maart 2018 heeft het Hof van Justitie zijn oordeel geveld in de Achmea-zaak. Deze langverwachte uitspraak maakt een (voorlopig) einde aan een heet hangijzer, namelijk de discussie over de rechtsgeldigheid – in het EU-recht – van arbitrageclausules in investeringsverdragen gesloten tussen twee lidstaten van de Europese Unie (EU), de zogenoemde intra-EU-BIT’s. Het Hof van Justitie verklaart arbitrageclausules in intra-EU-investeringsverdragen in strijd met de artikelen 267 en 344 VWEU. De uitspraak van het Hof van Justitie is voor de Commissie, die sinds enkele jaren een actief beleid voert om een einde te maken aan investeringsverdragen tussen EU-lidstaten, zonder meer welkom. De lidstaten van de EU zullen thans weinig ruimte hebben om die intra-EU-BIT’s te behouden, maar de vraag blijft evenwel wat het effect van de uitspraak zal zijn op aanhangige en toekomstige arbitrages op basis van dergelijke verdragen.
    HvJ 6 maart 2018, zaak C-284/16, Slowakische Republiek/Achmea B.V., ECLI:EU:C:2018:158.


Prof. dr. E. De Brabandere LL.M., PhD.
Prof. dr. E. (Eric) De Brabandere is hoogleraar internationale geschillenbeslechting en Voorzitter van het Grotius Centre for International Legal Studies aan de Universiteit Leiden. Ook is hij advocaat aan de Balie te Gent, België.
Vrij verkeer

De Unierechtelijke evenredigheidstoets bij het verlies van het Nederlanderschap: drie gevallen nader toegelicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden Unieburgerschap, Unierechtelijke evenredigheidstoets, Nederlanderschap, Brexit, jihadisten
Auteurs Mr. dr. V.M. Bex-Reimert, Mr. G. Karapetian en S.M. de Mik
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds het befaamde arrest Rottmann van het Hof van Justitie dient een Unierechtelijke evenredigheidstoets te worden uitgevoerd indien intrekking van Nederlanderschap gepaard gaat met verlies van het Unieburgerschap.1xHvJ 2 maart 2010, zaak C-315/08, Janko Rottmann/Freistaat Bayern, ECLI:EU:C:2010:104. Deze bijdrage bespreekt de betekenis van deze toets in drie uiteenlopende gevallen, variërend van het uittreden van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie tot een verondersteld nationaal veiligheidsbelang. De vraag die zich voordoet, is hoe een Unierechtelijke evenredigheidstoets wordt uitgevoerd en wat de invloed is van de Unierechtelijke evenredigheidstoets op deze gevallen.

    • Rijkswet van 10 februari, houdende wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap in verband met het intrekken van het Nederlanderschap in het belang van de nationale veiligheid, Stb 2017, 52;

    • ABRvS 19 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1098;

    • Draft Agreement on the withdrawal of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland from the European Union and the European Atomic Energy Community, 19 maart 2018, TF50 (2018) 35

Noten

  • 1 HvJ 2 maart 2010, zaak C-315/08, Janko Rottmann/Freistaat Bayern, ECLI:EU:C:2010:104.


Mr. dr. V.M. Bex-Reimert
Mr. dr. V.M. (Viola) Bex-Reimert is universitair docent migratierecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. G. Karapetian
Mr. G. (Gohar) Karapetian is promovendus staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

S.M. de Mik
S.M. (Margje) de Mik is student European Market Law aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Telecommunicatie

Een nieuw kader voor netwerk- en informatiebeveiliging: een cultuuromslag?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden Netwerk- en informatiebeveiliging, Gegevensbescherming, Cybersecurity, Telecommunicatierecht, vitale infrastructuur
Auteurs J.P. Kalis LL.M. en Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    Veiligheid, bescherming en beveiliging van ICT-netwerken en digitale diensten, alsook van telecommunicatienetwerken en -diensten zijn van groot belang in de huidige informatiemaatschappij. In dit artikel worden de voornaamste ontwikkelingen besproken in zowel de Nederlandse wetgeving als Europese regelgeving om in dit kader een beveiligingscultuur te bewerkstelligen. Met name de stand van zaken rond de Wet gegevensbescherming en cybersecurity, de Europese Netwerk- en informatiebeveiligingsrichtlijn en diens implementatie krachtens de Cybersecuritywet, en de laatste ontwikkelingen in de telecommunicatieregulering worden behandeld.
    Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 houdende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Unie (NIB-richtlijn), PbEU 2016, L 194/1.
    De Wet gegevensverwerking en meldplicht cybersecurity;
    Wet van 25 juli 2017, houdende regels over het verwerken van gegevens ter bevordering van de veiligheid en de integriteit van elektronische informatiesystemen die van vitaal belang zijn voor de Nederlandse samenleving en regels over het melden van ernstige inbreuken (Wet gegevensverwerking en meldplicht cybersecurity, Wgmc), Stb. 2017, 316.
    Voorstel Cybersecuritywet (zoals die nu ligt bij de Tweede Kamer);
    Voorstel van wet, Regels ter implementatie van richtlijn (EU) 2016/1148 (Cybersecuritywet), Kamerstukken II 2017/18, 34883, 2.


J.P. Kalis LL.M.
J.P. (Pieter) Kalis is werkzaam als promovendus Telecommunicatierecht bij het Centrum voor Recht en Digitale Technologie (eLaw) aan de Universiteit Leiden.

Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als bijzonder hoogleraar Telecommunicatierecht verbonden aan eLaw van de Universiteit Leiden. Zij werkt daarnaast als advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.
Artikel

Een eerste balans van het Europees burgerinitiatief, in het licht van de Anagnostakis-uitspraak en het EBI-herzieningsvoorstel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2017
Trefwoorden Europees burgerinitiatief, participerende democratie, aanvraag tot registratie, motiveringsplicht
Auteurs Prof. mr. L.A.J. Senden en Mr. dr. S. Nicolosi
SamenvattingAuteursinformatie

    In Verordening (EU) nr. 211/2011 zijn nadere voorwaarden vastgelegd voor het indienen van een Europees burgerinitiatief (EBI). In de ruim vijf jaar dat deze Verordening nu van kracht is, sinds 1 april 2012, zijn belangrijke knelpunten zichtbaar geworden. In deze bijdrage beogen we een eerste balans op te maken van de inrichting en de werking van het EBI, door een analyse van de recente uitspraak van het Hof van Justitie in de Anagnostakis zaak over de rechtmatigheid van een afwijzend besluit van de Commissie tot registratie van een EBI en het recente voorstel van de Commissie tot wijziging van de Verordening om de werking van het EBI te verbeteren..

    • HvJ 12 september 2017, zaak C-589/15 P, Alexios Anagnostakis/Europese Commissie, ECLI:EU:C:2017:663;

    • Verordening (EU) nr. 211/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 over het burgerinitiatief, PbEU 2011, L 65/1 (EBI-Verordening);

    • Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees burgerinitiatief COM(2017)482 def.


Prof. mr. L.A.J. Senden
Prof. mr. L.A.J. (Linda) Senden is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het RENFORCE onderzoekscentrum.

Mr. dr. S. Nicolosi
Dr. S. (Salvo) Nicolosi, is universitair docent Europees recht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het RENFORCE onderzoekscentrum.
Artikel

Rechtsgeldigheid van het relocatiebesluit en de betekenis van het solidariteitsbeginsel in het EU-asielbeleid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2017
Trefwoorden migratiecrisis, relocatie of herplaatsing van asielzoekers, naleving non-discriminatiebeginsel, inbreukprocedure, solidariteitsbeginsel
Auteurs Dr. mr. E.R. Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 6 september 2017 verwierp het Hof van Justitie het beroep van Hongarije en Slowakije tot nietigverklaring van het Raadsbesluit van 22 september 2015. In dit besluit werd een door de Europese Commissie voorgesteld schema vastgesteld voor de relocatie of herplaatsing van asielzoekers vanuit Griekenland en Italië naar andere lidstaten van de Unie. Het Hof van Justitie verwerpt alle argumenten van de twee lidstaten waarmee de rechtsgeldigheid van het besluit werd betwist. In de uitspraak bevestigt het Hof van Justitie niet alleen de geldigheid van het relocatiebesluit met een beroep op het solidariteitsbeginsel, maar onderstreept ook het belang van een effectief rechtsmiddel tegen een herplaatsingsbesluit en de naleving van het non-discriminatiebeginsel.
    HvJ 6 september 2017, gevoegde zaken C-643/15 en C-647/15, Slowaakse Republiek en Hongarije/Raad van de Europese Unie, ECLI:EU:C:2017:631


Dr. mr. E.R. Brouwer
Dr. mr. E.R. (Evelien) Brouwer is senior onderzoeker migratierecht, Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Een Europese pijler van sociale rechten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2017
Trefwoorden Europese pijler van sociale rechten, gelijke kansen en toegang tot de arbeidsmarkt, billijke arbeidsomstandigheden, sociale bescherming en inclusie, Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
Auteurs Prof. mr. F.J.L. Pennings
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 26 april 2017 heeft de Europese Commissie de aanbeveling voor een Europese pijler van sociale rechten gepubliceerd. Dit is een aanbeveling die ook voorgelegd wordt aan het Europees Parlement en de Europese Raad om deze te onderschrijven. De aanbeveling kent een twintigtal onderwerpen, waarbij de lat veelal hoger wordt gelegd dan in het Handvest van de Grondrechten. Het bijbehorende werkprogramma straalt veel ambitie uit om de sociale dimensie van de Unie daadwerkelijk te versterken. Het belang van de pijler lijkt te liggen in daadwerkelijke uitvoering van dit programma.
    Aanbeveling van 26 april 2017 voor een Europese pijler van sociale rechten COM(2017)251


Prof. mr. F.J.L. Pennings
Prof. mr. F.J.L. (Frans) Pennings is hoogleraar sociaal recht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

FNV/Smallsteps; door overgang van onderneming, naar ondergang van ondernemingen?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2017
Trefwoorden Richtlijn 2001/23/EG, overgang van onderneming, behoud van de rechten van de werknemers, insolventie/faillissement, prepack
Auteurs Mr. drs. M. Hoogendoorn en Mr. D. Ninck Blok
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn – door de FNV als historisch bestempelde – arrest van 22 juni 2017 heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat werknemers in beginsel ook bij een door een pre-pack voorafgegaan faillissement een beroep kunnen doen op de beschermingsbepalingen ter zake van de overgang van onderneming. Hoewel de Nederlandse rechter de casus nog in concreto dient te beoordelen bestaat voor partijen die een doorstart realiseren in een faillissement dat is voorafgegaan door een prepack het risico/de kans dat zij alle werknemers van de gefailleerde werkgever tegen ongewijzigde voorwaarden in dienst krijgen. De auteurs bespreken waarom het arrest naar hun mening niet past in de eerdere jurisprudentie van het Hof van Justitie en gaan in op mogelijke gevolgen.
    HvJ 22 juni 2017, zaak C-126/16, FNV c.s./Smallsteps BV, ECLI:EU:C:2017:489


Mr. drs. M. Hoogendoorn
Mr. drs. M. (Rien) Hoogendoorn is als advocaat ondernemings- en insolventierecht werkzaam bij Windt Le Grand Leeuwenburgh te Rotterdam.

Mr. D. Ninck Blok
Mr. D. (Doortje) Ninck Blok is als advocaat Europees en mededingingsrecht werkzaam bij Windt Le Grand Leeuwenburgh te Rotterdam.
Artikel

Welk vertrouwen mogen clementieverzoekers hebben omtrent vertrouwelijk blijven van aangeleverde informatie?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2017
Trefwoorden clementieverklaring, geheimhoudingsplicht, mandaat raadadviseur-auditeur, publicatie inbreukbeschikking, Artikel 101 VWEU
Auteurs Mr. O.W. Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    In de onderhavige zaak breidt het Hof van Justitie de bevoegdheden van de raadadviseur-auditeur uit en wordt voor het eerst onderscheid gemaakt tussen publicatie van letterlijke citaten uit informatie verstrekt in het kader van de clementieregeling en publicatie van letterlijke citaten uit de clementieverklaring zelf. De relevantie van het arrest ligt met name in de (mate van) rechtvaardige verwachtingen die clementieverzoekers mogen hebben omtrent de eerbiediging van vertrouwelijkheid van informatie die zij aan de Commissie verschaffen. Dit is van groot belang voor een effectieve werking van de clementieregeling. Het arrest is ook van belang in de context van civiele schadeclaimprocedures. Private partijen die schade willen claimen, wensen zo veel mogelijk toegang tot informatie over de inbreuk.
    HvJ 14 maart 2017, zaak C-162/15 P, Evonik Degussa/Commissie, ECLI:EU:C:2017:205


Mr. O.W. Brouwer
Mr. O.W. (Onno) Brouwer is partner bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.
Toont 81 - 100 van 657 gevonden teksten
1 2 3 5 7 8 9 32 33
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.