Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 24511 artikelen

x
Redactioneel

Drugscriminaliteit in de Lage Landen

De omvang(schatting) van de drugseconomie en de verwevenheid van de drugsindustrie met de wettige wereld in Nederland en België

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Drug trafficking, Drug production, Subversive crime, Drug economy, Narco state
Auteurs Robby Roks, Edward Kleemans en Arjan Blokland
SamenvattingAuteursinformatie

    As drug producing countries and logistical hubs, the Netherlands and Belgium are topping the worldwide charts in the field of international drug trafficking. For this reason, the Netherlands – and to a lesser extent Belgium – is depicted as a ‘narco state’ in the media and the political arena. Another term that is frequently used when it comes to crime problems related to drugs is ‘subversive crime’. In this introduction of the special issue on drug crime, the authors elaborate on two themes that are central to the terms ‘narco state’ and ‘subversive crime’: the size and estimates of the drug economy and the embeddedness of the drug industry in the legal world in the Netherlands and Belgium.


Robby Roks
Dr. R.A. Roks is universitair docent Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Edward Kleemans
Prof. dr. E.R. Kleemans is hoogleraar zware criminaliteit en rechtshandhaving aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en bijzonder hoogleraar Criminology & Criminal Justice bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Het grensgebied als waterbed voor drugscriminaliteit?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2021
Trefwoorden displacement, cross-border crime, organized drug crime, policy effectiveness, balloon effect
Auteurs Rik Ceulen, Stephan Van Nimwegen en Toine Spapens
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper concerns the question whether in the period 2011-2017 displacement effects occurred from the Netherlands to Belgium in the context of synthetic drugs production, cannabis cultivation, and retail of illicit drugs, and if so, how these may be explained. We conclude that displacement took place in modi operandi of retail drug dealers. This is explained foremost by the policy of banning non-residents from Dutch coffeeshops in border region municipalities. Dealers and traffickers responded by switching to local distribution in Belgium as well as deliveries by drug couriers. The synthetic drugs and cannabis cultivation markets show minor changes in modi operandi, but no changes occurred in choosing production locations. Displacement effects in the context of organized drug crime must be explained from a range of factors. Reality is therefore more complex than assuming that government interventions are the main cause of a balloon effect.


Rik Ceulen
R. Ceulen MSc. is criminoloog bij de gemeente Tilburg.

Stephan Van Nimwegen
S.J.M. Van Nimwegen MCI is operationeel specialist/onderzoeker bij de Nationale Politie.

Toine Spapens
Prof. dr. A.C.M. Spapens is hoogleraar criminologie bij de Tilburg University.
Artikel

‘Laat je niet misleiden door afwijkende prijzen’

Een exploratieve studie naar de ambiguïteit van betrouwbaarheid van cocaïnedealers op Telegram Messenger

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2021
Trefwoorden drug dealing, trust, signaling theory, social media, netnography
Auteurs Robby Roks en Joëlle Hendriksen
SamenvattingAuteursinformatie

    In order to advance our understanding of digital drug markets on social media, this article examines the trustworthiness of cocaine dealers on Telegram Messenger. Based on an exploratory netnography, we illustrate that digital dealers on Telegram Messenger use a number of sales tactics to attract potential customers, emphasizing the quality of the goods and service and (competitive) pricing strategies. These sales tactics include various signals that seem intended to appear as trustworthy as possible to potential customers. Seen from the perspective of signaling theory, our study highlights the ambiguity of these signals that, depending on the online observer, could both signal trustworthiness and untrustworthiness.


Robby Roks
Dr. R.A. Roks is universitair docent Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Joëlle Hendriksen
J.M.C. Hendriksen MSc is projectassistent bij RIEC Midden-Nederland districtelijk team Ondermijning Flevoland. Haar scriptie ‘“Dankjewel gozer, nooit meer een andere dealer”: een netnografische studie naar risico en vertrouwen in het online vraag en aanbod van verdovende middelen via Telegram Messenger’ (2020), geschreven als masterscriptie Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, vormde de basis van het onderhavige artikel.
Artikel

Access_open Netwerken van netwerken in transit

De doorvoer van cocaïne via Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2021
Trefwoorden cocaine trafficking, ping-pong trade, poly-drug trafficking, qualitative social network analysis, transnational networks of networks
Auteurs Vanessa Dirksen, Wouter van der Leest en Irma Vermeulen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes traits of the hitherto underexposed transit trade of cocaine via the Netherlands, based on a qualitative social network analysis of a diversity of data. Research findings show that the transit trade via the Netherlands is dominated by poly-drug trafficking. It is noteworthy that streams of predominantly mono-drugs are entering the Netherlands, while mainly streams of poly-drugs are leaving the country. Our research furthermore shows that cocaine intended for European markets may be transited via the Netherlands to European countries to which the cocaine was initially imported. This is what we refer to as ping-pong trade. Another characteristic of the transit trade of cocaine via the Netherlands is that the actors involved, mainly coordinate parts of the cocaine supply chain. Although different groups within the cocaine distribution chain collaborate, this does not necessarily mean they actually know each other. Taken together, the organization of the distributive trade of cocaine is in this article positioned as an interdependent transnational network of networks (NoN). We suggest that future research into the transit trade of cocaine should apply such a transnational NoN perspective to fully grasp the interdependence of the micro and meso levels of the trade and, in so doing, ultimately comprehend the effect this may have on the macro level.


Vanessa Dirksen
Dr. V. Dirksen is universitair docent en onderzoeker bij de afdeling Informatiekunde van de Open Universiteit.

Wouter van der Leest
Drs. W.P.E. van der Leest is onderzoeker bij de afdeling Analyse & Onderzoek van de Dienst Landelijke Informatieorganisatie van de Landelijke Eenheid van de politie.

Irma Vermeulen
Drs. I.J. Vermeulen MSc is onderzoeker bij de afdeling Analyse & Onderzoek van de Dienst Landelijke Informatieorganisatie van de Landelijke Eenheid van de politie.
Wetenschap

Access_open De commanditaire matador revisited

Enkele opmerkingen over de interne en externe positie van commanditaire vennoten

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2021
Trefwoorden cv, beheersverbod, aansprakelijkheid, UBO, personenvennootschapsrecht
Auteurs J.B. Wezeman
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft de afgelopen jaren meer licht geworpen op de positie van commanditaire vennoten. De contouren van het beheersverbod (art. 20 WvK) zijn wat verduidelijkt en de strenge aansprakelijkheid bij overtreding daarvan is aanzienlijk verzacht. Commandieten hebben daardoor meer speelruimte gekregen. Dit komt de inzetbaarheid van cv’s ten goede. De bemoeienis van de commandiet met het beleid van de cv mag echter niet zover gaan dat hij binnen de cv de gewone vennoten volledig overrulet. De auteur gaat verder in op de kabinetsplannen om het personenvennootschapsrecht te moderniseren en het beheersverbod af te schaffen. Voorts komt aan de orde de verplichte UBO-registratie, waardoor commandieten soms hun anonimiteit verliezen.


J.B. Wezeman
Prof. mr. J.B. (Jan Berend) Wezeman is hoogleraar Handelsrecht en Ondernemingsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is verbonden aan het Instituut voor Ondernemingsrecht.
Wetenschap

De lange arm van art. 54 Fw

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2021
Trefwoorden verrekening, verhaal, faillissement, te goeder trouw, omslagmoment
Auteurs L.F.A. Welling-Steffens
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel geeft de auteur een uiteenzetting van het toepassingsbereik van art. 54 Fw aan de hand van de rechtspraak van de Hoge Raad. Hierbij bespreekt zij kritisch het laatste arrest in die reeks (Eurocommerce) over de toepassing van art. 54 Fw op de uitwinning van een pandrecht gevestigd op een vordering op de pandhouder zelf en geeft zij een analyse van de mogelijke gevolgen van deze uitspraak voor de praktijk.


L.F.A. Welling-Steffens
Dr. mr. L.F.A. (Lilian) Welling-Steffens is Of Council/advocaat bij Greenberg Traurig te Amsterdam. Daarnaast is zij verbonden als gastdocent aan de afdeling Privaatrecht van de Rechtenfaculteit aan de Universiteit van Amsterdam.


J.N. Bouwman
Prof. dr. J.N. (Jan) Bouwman is hoogleraar Belastingrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Wetenschap

In control-regelingen in Nederland en de ­Verenigde Staten: een vergelijkende analyse

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2021
Trefwoorden ondernemingsrecht, in control, in control-verklaring, risico- en beheersingssysteem, accountantscontrole
Auteurs H. Koster, M.P. Lycklama à Nijeholt en T.L.M. Verdoes
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel onderzoeken de auteurs de nu al bestaande in control-regelingen in Nederland en vergelijken die met de bestaande wettelijke regeling van de in control-verklaring in de Verenigde Staten. Ook beantwoorden zij de vraag in hoeverre er verschillen tussen beide rechtsstelsels op dit terrein bestaan.


H. Koster
Prof. mr. H. (Harold) Koster is als hoogleraar Ondernemingsrecht verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht (afdeling Ondernemingsrecht) van de Universiteit Leiden. Hij is tevens verbonden aan de Universiteit van Dubai.

M.P. Lycklama à Nijeholt
Dr. M.P. (Maaike) Lycklama à Nijeholt is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, afdeling Ondernemingsrecht, van de Universiteit Leiden. Daarnaast is zij werkzaam als lector voor de Hogeschool Rotterdam.

T.L.M. Verdoes
Dr. T.L.M. (Tim) Verdoes is als universitair docent verbonden aan het Instituut Fiscale en Economische vakken van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, afdeling Bedrijfswetenschappen, van de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Commerciële DNA-databanken: een mixed blessing of een bedreiging voor de forensische praktijk?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2021
Trefwoorden commercial DNA databases, Dutch jurisdiction, legislation, forensic practice, Marianne Vaatstra case
Auteurs Amade M’charek en Peter de Knijff
SamenvattingAuteursinformatie

    In April 2018, serial killer Joseph DeAngelo, also known as the Golden State Killer, was spectacularly tracked down. After 13 years of groping in the dark, uploading his DNA profile to a commercial genetic genealogical DNA database helped to identify him within a few months. The use of such commercial DNA databases elicited both hope and dismay. In this contribution the authors address concerns about the use of this technology in the Dutch jurisdiction by situating it in the more than 25 years of careful legislation and forensic practice. They show that much care and attention has been given to the legal and societal aspects of forensic genetic technology and argue that the use of commercial DNA databases warrants a careful and thorough debate before it can be introduced in any sound way.


Amade M’charek
Prof. dr. A.A. M’charek is als hoogleraar Antropologie van de wetenschap verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

Peter de Knijff
Prof. dr. P. de Knijff is als hoogleraar Populatie- en Evolutiegenetica verbonden aan het Leids Universitair Medisch Centrum.
Artikel

Publieke waarden en het gebruik van genetische gegevens

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2021
Trefwoorden technological advances, sequencing DNA, internationalization, commercial use, public values
Auteurs Petra Verhoef, Yayouk Willems en Marc Groenen
SamenvattingAuteursinformatie

    Three developments – technological advances in sequencing DNA data, the booming market for commercial DNA tests, and internationalization of collecting and sharing DNA data – are accelerating the use of DNA data worldwide. The authors discuss the impact of the increase in international and commercial use of DNA data and the way it puts public values (like privacy, autonomy, fairness) under pressure. When collecting, analyzing, and translating DNA data, privacy should be guarded, genetic discrimination has to be prevented, digital citizenship could be strengthened, and responsibilities for those applying DNA data should be strongly defined. By doing so, we can thrive for a future in which we make valuable use of DNA data.


Petra Verhoef
Dr. ir. P. Verhoef is themacoördinator bij het Rathenau Instituut. Zij en haar team werken aan verschillende onderwerpen rondom technologie voor gezondheid en landbouw.

Yayouk Willems
Dr. Y.E. Willems is onderzoeker bij het Rathenau Instituut, en zij is gepromoveerd bij het Nederlands Tweelingen Register.

Marc Groenen
M. Groenen MSc werkte tot april 2021 bij het Rathenau Instituut als onderzoeker. Momenteel werkt hij als onderzoeker bij Wageningen Food Safety Research.
Redactioneel

Inleiding

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2021
Auteurs Nico Kaptein en Marit Scheepmaker
SamenvattingAuteursinformatie

    This special issue of Justitiële verkenningen (Judicial Explorations) discusses three developments that have driven the use of DNA to grow: technological advances in DNA data sequencing, the booming market for commercial DNA testing, and the internationalization of the collection and sharing of DNA data. More and more DNA data is being distributed without any insight into what exactly happens to this data. While strict rules apply to the management and use of DNA data by the police and judicial authorities, this is not yet the case for data from commercial DNA tests. In this episode of Justitiële verkenningen, particular attention is paid to the rise of investigative genetic genealogy (IGG). This phenomenon means that the police and the judicial authorities use data from commercial DNA databases to track down suspects. The successes achieved in this way in deadlocked murder cases, including in the United States, are also discussed. It is clear that not everyone who sends DNA material to a DTC company foresees such an application, and this use is therefore controversial. Moreover, relatives of these customers are not systematically informed and they are usually not asked for permission. This special issue aims to contribute to the public debate on the consequences and risks of the dissemination of DNA data.


Nico Kaptein
Drs. N.A. Kaptein is directeur van advies- en onderzoeksbureau Maruda.

Marit Scheepmaker
Mr. drs. M.P.C. Scheepmaker is hoofdredacteur van Justitiële verkenningen.
Artikel

Een goudmijn vol tips

Het gebruik van genealogische DNA-databanken bij opsporing en identificatie

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2021
Trefwoorden genealogical DNA databases, criminal investigation, Sweden, the Lisa project, Golden State Killer
Auteurs Lex Meulenbroek en Diederik Aben
SamenvattingAuteursinformatie

    The success of investigative genetic genealogy (IGG) in the US hasn’t gone unnoticed in Europe. After US police announced worldwide that the Golden State Killer had been identified with the application of IGG, the Swedish police and judiciary applied the same method to solve a double murder that had remained unsolved for sixteen years. How did this method come about? A young woman unfamiliar with her real name, age, parents, and origins came up with the idea that private genealogical DNA databases that allow customers to trace their distant relatives could also be used to discover her identity. Since then, in the US many cold cases have been solved with the help of these databases and also the identity of many unidentified human remains has been traced. Questions concerning this new method of investigation arise, to which the beginning of an answer is given here. What does the method entail? Is it allowed to use this method in the Netherlands as well?


Lex Meulenbroek
Drs. A.J. Meulenbroek is als forensisch deskundige humane biologische sporen en DNA-onderzoek verbonden aan het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).

Diederik Aben
Mr. D.J.C. Aben is advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Genealogische DNA-databanken: consequenties van het delen van ons DNA

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2021
Trefwoorden direct-to-consumer (DTC) genetic testing, spreading of DNA data, risks, function creep, ownership of DNA
Auteurs Nico Kaptein
SamenvattingAuteursinformatie

    This article aims to contribute to the public debate on the consequences and risks of the spreading of DNA data related to direct-to-consumer (DTC) genetic testing. Market developments drive DTC companies to find new business models. As a result of mergers and acquisitions and of the developments of new products and services, DNA data are often used differently than what they were originally collected for. Since DTC DNA data are not protected as well as health-related data generally are, it is hard to keep track of these data. This is partly due to legal and ethical issues such as unclarity of who owns DNA and problems with informed consent. Risks are identified with regards to privacy, information security, the right not to know, (un)equal opportunities, and national security. The author calls for an investment in knowledge and awareness in order to allow for a fair balance between opportunity and risk of DTC DNA products and services.


Nico Kaptein
Drs. N. Kaptein is directeur van advies- en onderzoeksbureau Maruda.
Artikel

Het gebruik van DNA in het opsporingsproces

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2021
Trefwoorden criminal investigation, DNA, DNA analysis, crime scene, evidence
Auteurs Christianne de Poot
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes why forensic DNA research is so interesting for criminal investigation processes, and why DNA does not yet play the role in these processes that could be expected given its unique properties. To this end, the bottlenecks that arise in the forensic investigation process are discussed as well as the opportunities to solve these bottlenecks in the coming years with new technologies and new scientific insights. The article focuses on (1) finding biological traces, (2) determining the relevance and the success rate of these traces, (3) the learning process of criminal investigators, (4) the importance of integrating processes that are currently performed in different places by different professionals, and (5) the promises of rapid mobile DNA technologies in this development.


Christianne de Poot
Prof. dr. C.J. de Poot is als bijzonder hoogleraar Criminalistiek verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Daarnaast is zij lector Forensisch Onderzoek aan de Hogeschool van Amsterdam. Tot voor kort was zij tevens werkzaam als senior onderzoeker bij het WODC in Den Haag.
Legisprudentie

Hardheidsclausules

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden legisprudentie, wetgevingsadvisering, Raad van State
Auteurs M. Nap
SamenvattingAuteursinformatie

    De Tweede Kamer heeft bij herhaling en met algemene stemmen opgeroepen tot het gebruik van hardheidsclausules in wetgeving. In deze aflevering van ‘Legisprudentie’ wordt nagegaan hoe de Raad van State over zulke clausules denkt.


M. Nap
Mr. M. (Mentko) Nap is beleidsmedewerker wetgevingskwaliteit bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Objets trouvés

Een (toe)slag in de lucht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden kinderopvangtoeslag, evenredigheidsbeginsel, hardheidsclausule, uitvoerbaarheid, wetgevingsprimaat
Auteurs R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De Afdeling bestuursrechtspraak heeft naar aanleiding van de kritiek van de commissie-Van Dam op de toeslagenjurisprudentie het boetekleed aangetrokken. Door onze hoogste bestuursrechter wordt echter ook op de verantwoordelijkheid van de wetgever gewezen, die dwingende regels zou hebben opgesteld over de terugvordering van toeslagen die weinig speelruimte zouden hebben gelaten aan de rechter. Alom wordt gepleit voor herstel van de rol van het parlement als kritische medewetgever, maar de vraag is of dat soortgelijke problemen in de toekomst voorkomt. Een andere kijk op de trias en op het primaat van de wetgever lijkt op dit punt meer aangewezen.


R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering aan Tilburg Law School en hoogleraar methodologie van de rechtswetenschap aan de KU Leuven.
Artikel

De bestrijding van het coronavirus in de eerste fase van de crisisbestrijding

Over de rol van het Veiligheidsberaad als overleggend en beslissend orgaan

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Veiligheidsregio, bindende aanwijzingen, Noodverordening, uniforme differentiatie, aanpak coronavirus
Auteurs R.G. Becker en G.J.A. Geertjes
SamenvattingAuteursinformatie

    In de periode tussen 12 maart en 1 december 2020 hadden de 25 veiligheidsregio’s een sleutelrol bij de bestrijding van het coronavirus. Zij volgden de bindende aanwijzingen van de Minister van VWS op en hadden daarnaast de bevoegdheid om eigen maatregelen voor hun regio te nemen. Dankzij het afstemmingsoverleg tussen de veiligheidsregio’s in het Veiligheidsberaad is in de corona-aanpak niettemin steeds een grote mate van uniformiteit zichtbaar geweest. In deze bijdrage komt aan de orde hoe beperkt de ruimte voor een gedifferentieerde corona-aanpak in de afgelopen maanden is geweest en waarom de betrokkenheid van de veiligheidsregio’s bij de coronabestrijding achteraf gezien als een gelukkige greep kan worden beschouwd.


R.G. Becker
Mr. R.G. (Roel) Becker is als onderwijs- en onderzoeksmedewerker verbonden aan de Afdeling Staats- en bestuursrecht van de Universiteit Leiden.

G.J.A. Geertjes
Mr. G.J.A. (Gert Jan) Geertjes is als universitair docent staatsrecht verbonden aan de Afdeling Staats- en bestuursrecht van de Universiteit Leiden.
Redactioneel

Wetgeven tijdens de coronacrisis

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden staatsnoodrecht, noodverordeningen, veiligheidsregio, noodwetgeving, flexibel wetgeven
Auteurs L.C. Groen en A.E. van Rooij
Auteursinformatie

L.C. Groen
Mr. dr. L.C. (Lisanne) Groen is wetgevingsadviseur bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.

A.E. van Rooij
Mr. dr. A.E. (Mandy) van Rooij is senior wetgevingsjurist bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en redactiesecretaris van RegelMaat.
Artikel

Van noodsprong naar tijdelijke noodwet, het failliet van het staatsnoodrecht?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden noodrecht, Coördinatiewet uitzonderingstoestanden, Ongeschreven staatsnoodrecht, Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag, Veiligheidsregio’s
Auteurs T.D. Cammelbeeck
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse wetgeving was net als elders niet toereikend om de coronapandemie te kunnen bestrijden. Toch heeft de regering op grond daarvan de voorzitters van de veiligheidsregio’s opgedragen om ingrijpende maatregelen in noodverordeningen op te nemen. Die aanpak kent ernstige juridische tekortkomingen, niet alleen vanwege de beperkingen die aan het gebruik van noodverordeningen kleven, maar ook omdat de grondslag voor dergelijke opdrachten dubieus is en deze voorzitters in een bestuurlijke leegte functioneren. Het parlement zat op de tweede rang. Rechtsstatelijke beginselen die juist in een noodsituatie waarin grondrechten in het geding komen, hooggehouden moeten worden, kwamen daardoor in het gedrang. Daaraan kwam pas na tien maanden met de coronawet een einde. De regering had daarom een beroep moeten doen op het staatsnoodrecht. Ook dat kent tekortkomingen en ook dan was extra wetgeving nodig geweest, maar de democratische legitimatie en de democratische controle waren niet in het gedrang gekomen. Het parlement was vanaf het begin in de juiste positie gebracht.


T.D. Cammelbeeck
Mr. T.D. (Tom) Cammelbeeck is gepensioneerd wetgevingsjurist en was tot eind 2018 coördinator van het cluster bestuur bij de wetgevingsafdeling staatsinrichting en bestuur van de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Toont 981 - 1000 van 24511 gevonden teksten
1 2 42 43 44 45 46 47 48 50 »
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.