Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 20785 artikelen

x
Jurisprudentie

Hoe achtergehouden informatie door feitelijk leidinggevers Imtech mede noodlottig werd

Enige opmerkingen bij ECLI:NL:CBB:2018:400 (ECLI:NL:RBROT:2017:3061) en ECLI:NL:CBB:2018:401 (ECLI:NL:RBROT:2017:3062)

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Voorwetenschap, hoger beroep CBb, Informatieverplichtingen, Marktmanipulatie, Imtech
Auteurs Prof. dr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De AFM legt de CEO en CFO van Imtech relatief hoge boetes op ter zake van achterhouden van (financiële) informatie omtrent een project in Polen. Doordat I.’s contractpartij over dit project een persbericht naar buiten brengt, moest Imtech dit ook doen. Pas dan weten beleggers over de financiële situatie iets meer, maar nog niet alles; het negatieve nieuws wordt achtergehouden. Die schijn wordt opgehouden door de volgende kwartaalverslagen en persberichten. Daardoor blijft de koers niet de financiële werkelijkheid weerspiegelen, waardoor sprake is van koersmanipulatie. De Rechtbank Rotterdam vernietigt de boetebesluiten van de AFM. In hoger beroep worden de beslissingen van de rechtbank vernietigd en de boetes van de AFM grotendeels gehandhaafd. De juridische vraag is: wanneer is de informatie zodanig concreet en precies dat zij moet worden geopenbaard?


Prof. dr. R.C.P. Haentjens
Prof. dr. R.C.P. Haentjens is bijzonder hoogleraar financieel strafrecht, Universiteit van Amsterdam en raadsheer-plaatsvervanger, Gerechtshof Amsterdam.
Artikel

Access_open De immuniteit van de feitelijk leidinggever na NJ 2018/134 (Stichtse Vecht)

Een analyse in het licht van de uit artikel 2 EVRM voortvloeiende positieve verplichtingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Feitelijk leidinggeven, Exclusieve bestuurstaak, Stichtse Vecht, Pikmeer, Immuniteit
Auteurs Mr. dr. M.J. Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van de Pikmeerjurisprudentie deelt de feitelijk leidinggever in de immuniteit van het openbare lichaam waaraan deze is verbonden. In de literatuur wordt ten onrechte aangenomen dat die immuniteit onverenigbaar is met de Straatsburgse positieve verplichtingen-rechtspraak. Deze rechtspraak verplicht enkel tot vervolging indien de betrokken overheidsfunctionaris een wezenlijk persoonlijk verwijt wegens dood door schuld kan worden gemaakt. In alle gevallen waarin deze aansprakelijkheidsdrempel is gehaald, kan de immuniteit eenvoudig worden omzeild door de betrokkene uit hoofde van ‘eigen daderschap’ te vervolgen. Alleen voor minder ernstige gevallen blijft de immuniteit overeind, maar in die situaties bestaat geen verplichting tot vervolging.


Mr. dr. M.J. Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is werkzaam bij de afdeling Juridische Zaken van de Autoriteit Financiële Markten.
Artikel

Drie ‘man en paard noemende relatieclausules’

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 12 2019
Trefwoorden Huwelijkse voorwaarden
Auteurs Prof. mr. dr. F.W.J.M. Schols

Prof. mr. dr. F.W.J.M. Schols
Artikel

Artikel 12 SW 1956; wel of geen volledige aftrek voor de erfbelasting

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 13 2019
Trefwoorden Schenking
Auteurs Prof. mr. dr. W. Burgerhart

Prof. mr. dr. W. Burgerhart
Artikel

Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie

Reactie op bespreking proefschrift

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Bestuurdersaansprakelijkheid, arbeidsrecht, ernstig verwijt, grove schuld, interpretatiemethoden
Auteurs Mr. dr. W.A. Westenbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bevat een reactie op de bespreking door A.J.P Schild van het proefschrift ‘Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie’ waarbij aandacht wordt gevestigd op de betekenis en oorsprong van de term ‘ernstig verwijt’.


Mr. dr. W.A. Westenbroek
Mr. dr. W.A. Westenbroek is advocaat bij WestLegal te Amsterdam en verbonden aan de Erasmus School of Law.
Artikel

Verifieerbare vorderingen, de stand van zaken na Credit Suisse/Jongepier q.q.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden faillissement, verifieerbare vorderingen, wederkerige overeenkomsten, fixatiebeginsel, schadevergoedingsvordering
Auteurs Mr. D.D. Nijkamp en Mr. M.C.J. Jonckers
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van Credit Suisse/Jongepier q.q. wordt besproken (1) in hoeverre vorderingen die voortvloeien uit reeds bestaande rechtsverhoudingen na faillissement ter verificatie ingediend kunnen worden, (2) of dit leidt tot een wenselijke uitkomst, en (3) in hoeverre hiermee tegemoet wordt gekomen aan de in de literatuur geuite kritiek op Koot Beheer/Tideman q.q.


Mr. D.D. Nijkamp
Mr. D.D. Nijkamp is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.

Mr. M.C.J. Jonckers
Mr. M.C.J. Jonckers is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

De scheidslijn tussen hoofd- en schadestaatprocedure in 7:611-zaken

Een analyse van het bijzondere procedureverloop leidend tot Autoster/Hendriks II

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden schadestaatprocedure, bindende eindbeslissing, werkgeversaansprakelijkheid, verzekeringsplicht, art. 7:611 BW
Auteurs Mr. P.E. Bloemendal
SamenvattingAuteursinformatie

    Het bijzondere procedureverloop leidend tot Autoster/Hendriks II geeft aanleiding tot een nadere beschouwing van de scheidslijn tussen de hoofd- en schadestaatprocedure in zaken over de 7:611-verzekeringsplicht. Geconcludeerd wordt dat in de hoofdprocedure niet alleen de aansprakelijkheidsgrond, maar steeds ook ten minste een deel van de causaliteit zou moeten worden beoordeeld.


Mr. P.E. Bloemendal
Mr. P.E. Bloemendal is advocaat bij Dirkzwager legal & tax te Arnhem.
Artikel

Access_open Initiële marge en segregatie van zekerheden. Gelukkig gescheiden?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden EMIR, initial margin, vermogensscheiding, onderpand, bewaarneming
Auteurs Mr. K.J.C. Bader en Mr. D.J. Wickering
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanwege de naderende vierde en vijfde fase van de initiëlemargeverplichting voor niet-geclearde otc-derivaten onder EMIR wordt in deze bijdrage stilgestaan bij de vermogensrechtelijke overwegingen ten aanzien van deze verplichting. Het regelgevend kader wordt hierin geschetst, alsmede enige praktische overwegingen ten aanzien van de verplichte vermogensscheiding.


Mr. K.J.C. Bader
Mr. K.J.C. Bader is werkzaam als bedrijfsjurist bij een Nederlandse financiële instelling te Amsterdam.

Mr. D.J. Wickering
Mr. D.J. Wickering is werkzaam als bedrijfsjurist bij een buitenlandse financiële instelling te Amsterdam.

    This article examines the hearing of children in Belgian and Dutch courts in return proceedings following an international child abduction. The analysis is based on the experience, insights and needs of both children who have experienced an abduction by one of their parents, and family judges. In this sensitive and often highly conflicted family context, hearing children in court is not self-evident. Challenges of both a judicial-institutional and communicative-relational nature can hinder the effective implementation of children’s right to be heard. This contribution seeks to answer the question of how to better support judges and children in addressing these challenges, with the aim of enabling children to fully and effectively participate in return procedures. Building on the interviews with children and judges, supplemented with findings from Belgian and Dutch case law and international literature, three key recommendations are formulated: 1) explore and evaluate opportunities for judges and children to experience support during the return procedure, for example via the figure of the guardian ad litem; 2) invest in training and opportunities for specialisation of judges with a view to strengthen their expertise in taking the best interests of the child into account; and 3) systematically pay attention to feedback to the children involved on how the final decision about their return is made – and this before, during and after the procedure.
    ---
    Dit artikel bestudeert het horen van kinderen in Belgische en Nederlandse rechtbanken in terugkeerprocedures volgend op een internationale kinderontvoering. De analyse vertrekt vanuit de beleving, ervaring, inzichten, noden en behoeften van zowel kinderen als van bevoegde familierechters. In deze gevoelige en vaak uiterst conflictueuze gezinscontext is het horen van kinderen door de rechter geen evidentie. Uitdagingen van zowel juridisch-institutionele als communicatieve-relationele aard kunnen een effectieve implementatie van het recht van kinderen om gehoord te worden in de weg staan. Dit artikel zoekt een antwoord op de vraag hoe rechters en kinderen beter kunnen worden ondersteund om deze uitdagingen aan te pakken, met als doel dat kinderen volwaardig kunnen participeren in de terugkeerprocedure. Voortbouwend op de interviews met kinderen en rechters, aangevuld met bevindingen uit Belgische en Nederlandse rechtspraak en internationale literatuur, worden drie sleutelaanbevelingen geformuleerd: 1) voorzie mogelijkheden voor rechters en kinderen om spanningsvelden weg te werken tijdens de terugkeerprocedure, bijvoorbeeld via de ondersteunende figuur van de bijzonder curator; 2) investeer in opleiding en groeiende specialisatiemogelijkheden bij rechters en 3) heb aandacht voor feedback en terugkoppeling naar de betrokken kinderen over hoe de eindbeslissing over hun terugkeer tot stand komt, en dit zowel voor, tijdens als na de procedure.


Sara Lembrechts LLM
Sara Lembrechts is researcher at University of Antwerp (Law and Development Research Group) and policy advisor at Children’s Rights Knowledge Centre (KeKi).

Marieke Putters LLM
Marieke Putters is researcher at the International Child Abduction Center (Centrum IKO).

Kim Van Hoorde
Kim Van Hoorde is Project & Prevention Manager at Child Focus.

dr. Thalia Kruger
Thalia Kruger, PhD, is Associate Professor at the University of Antwerp (Personal Rights and Property Rights Research Group) and Honorary Research Associate, University of Cape Town.

dr. Koen Ponnet
Koen Ponnet, PhD, is Professor at Imec-Mict-Ghent University (Faculty of Social Sciences).

dr. Wouter Vandenhole
Wouter Vandenhole, PhD, is Professor at the University of Antwerp (Law and Development Research Group).
Redactioneel

Access_open Special Issue on Active Learning and Teaching in Legal Education

Editorial

Tijdschrift Law and Method, februari 2019
Auteurs Bart van Klink, Hedwig van Rossum en Bald de Vries
Auteursinformatie

Bart van Klink
Bart van Klink is Professor of Legal Methodology, Faculty of Law, Vrije Universiteit Amsterdam, The Netherlands.

Hedwig van Rossum
Hedwig van Rossum is lecturer-researcher in the Department of Legal Theory at the Vrije Universiteit Amsterdam, Amsterdam, The Netherlands.

Bald de Vries
Bald de Vries is lecturer at the Department of Jurisprudence, Constitutional and Administrative Law of the Faculty of Law (JCAL), Utrecht University, Utrecht, The Netherlands.

    Alternative/amicable dispute resolution (ADR) is omnipresent these days. In line with global evolutions, the Belgian legislator embraced the use of these ADR mechanisms. Recent reforms of the law, first in 2013 with the act concerning the introduction of a Family and Juvenile Court and consecutively in 2018 with the act containing diverse provisions regarding civil law with a view to the promotion of alternative forms of conflict resolution, implemented more far-reaching measures to promote ADR than ever before. The ultimate goal seems to alter our society’s way of conflict resolution and make the court the ultimum remedium in case all other options failed.In that respect, the legislator took multiple initiatives to stimulate amicable dispute resolution. The reform of 2013 focused solely on family cases, the one in 2018 was broader and designed for all civil cases. The legal tools consist firstly of an information provision regarding ADR for the family judge’s clerk, lawyers and bailiffs. The judges can hear parties about prior initiatives they took to resolve their conflict amicably and assess whether amicable solutions can still be considered, as well as explain these types of solutions and adjourn the case for a short period to investigate the possibilities of amicable conflict resolution. A legal framework has been created for a new method, namely collaborative law and the law also regulates the link between a judicial procedure and the methods of mediation and collaborative law to facilitate the transition between these procedures. Finally, within the Family Courts, specific ‘Chambers of Amicable Settlement’ were created, which framework is investigated more closely in this article. All of these legal tools are further discussed and assessed on their strengths and weaknesses.
    ---
    Alternatieve of minnelijke conflictoplossing is alomtegenwoordig. De Belgische wetgever heeft het gebruik van deze minnelijke oplossingsmethodes omarmd, in navolging van wereldwijde evoluties. Recente wetshervormingen implementeerden maatregelen ter promotie van minnelijke conflictoplossing die verder reiken dan ooit tevoren. Het betreft vooreerst de hervorming in 2013 met de wet betreffende de invoering van een familie- en jeugdrechtbank en vervolgens kwam er in 2018 de wet houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing. De ultieme doelstelling van deze hervormingen is een mentaliteitswijziging omtrent onze wijze van conflictoplossing teweegbrengen, waarbij de rechtbank het ultimum remedium dient te worden nadat alle overige opties faalden.De wetshervorming van 2013 focuste uitsluitend op familiale materies, de hervorming van 2018 was ruimer en had alle burgerlijke zaken voor ogen. De wettelijke mogelijkheden bestaan vooreerst uit een informatieverstrekking omtrent minnelijke conflictoplossing in hoofde van de griffier van de familierechtbank, advocaten en gerechtsdeurwaarders. Rechters kunnen partijen horen omtrent eerdere ondernomen initiatieven om hun conflict op een minnelijke manier op te lossen, zij beoordelen of minnelijke oplossingen alsnog kunnen worden overwogen, zij kunnen de diverse minnelijke mogelijkheden toelichten aan partijen alsook de zaak voor een korte periode uitstellen om partijen toe te laten de mogelijkheden aan minnelijke conflictoplossing te verkennen. Er werd voorts een wetgevend kader uitgewerkt voor een nieuwe oplossingsmethode, namelijk de collaboratieve onderhandeling. De wet creëert tevens een link tussen een gerechtelijke procedure en de methodes van bemiddeling en collaboratieve onderhandeling, om de overgang tussen deze procedures te vereenvoudigen. Tot slot werden er binnen de familierechtbanken specifieke kamers voor minnelijke schikking opgericht, waarvan het wetgevend kader in detail wordt bestudeerd in dit artikel. Al deze wettelijke opties worden nader besproken en beoordeeld aan de hand van hun sterktes en zwaktes.


Sofie Raes
Sofie Raes is a Ph.D. candidate at the Institute for Family Law of the University of Ghent, where she researches alternative dispute resolution, with a focus on the chambers of amicable settlement in Family Courts. She is also an accredited mediator in family cases.
Artikel

Access_open Basic Building Blocks Map as a Key to Activating Education. Special Issue on Active Learning and Teaching in Legal Education Bart van Klink, Hedwig van Rossum & Bald de Vries (eds.)

Tijdschrift Law and Method, februari 2019
Trefwoorden active participation, Basic Building Blocks Map (BBB Map), cognitivism & constructivism, teaching method
Auteurs Renetta Bos
SamenvattingAuteursinformatie

    When it comes to learning, mapping turns out to be an effective tool. There is a wide variety of information maps, such as mind maps, argument maps and concept maps. This paper develops a teaching method that puts mapping at the centre of a seminar. It builds upon ideas of cognitivism and constructivism. The proposed didactic method incorporates a new variant of mapping, Basic Building Blocks Map (BBB Map), with a specific style of teaching. It is argued that this teaching method leads to engaged and active student participation. By dividing the subject up into small pieces and searching for answers to questions interactively, the student will learn more effectively. The paper concludes by providing teachers tools to put the method of BBB Mapping into practice.


Renetta Bos
Renetta Bos is a lecturer at the Institute of Jurisprudence, Constitutional and Administrative Law (Utrecht University). She has graduated with a number of qualifications in law and philosophy: Jurisprudence and Philosophy of Law (Law, Leiden University), Philosophy of Management and Organisation (Philosophy, VU Amsterdam) and Philosophy of Law (Philosophy, Leiden University). In addition, she has studied at the Friedrich-Schiller-Universität, Jena (Germany). In her tutorial teaching, she makes use of her experience gained at the Erasmus University Rotterdam and the Free University of Amsterdam. She thanks Hedwig van Rossum, Bald de Vries, Vera van de Glind, and an anonymous referee from the journal for useful comments on earlier versions of this article.
Article

Access_open A changing paradigm of protection of vulnerable adults and its implications for the Netherlands

Tijdschrift Family & Law, februari 2019
Auteurs H.N. Stelma-Roorda LLM MSc, dr. C. Blankman en prof. dr. M.V. Antokolskaia
SamenvattingAuteursinformatie

    The perception of how the interests of vulnerable adults should be protected has been changing over time. Under the influence of human and patient’s rights a profound shift of protection paradigms has taken place in the last decades. In the framework of this shift, in addition to traditional adult guardianship measures, new instruments have been developed allowing adults to play a greater role in the protection of their (future) interests. This has also been the case in the Netherlands, where adults in the course of the last decade have acquired the possibility to make a so-called living will, internationally better known as a continuing, enduring or lasting power of attorney. This article discusses this instrument, in comparison with the traditional adult guardianship measures currently in force in the Netherlands, from the perspective of the new protection paradigm based on a human rights approach.
    ---
    In de afgelopen decennia is de manier waarop naar de bescherming van kwetsbare meerderjarigen wordt gekeken, veranderd. Van een benadering waarbij de focus voornamelijk lag op bescherming is de nadruk steeds meer komen te liggen op het recht op autonomie en zelfbeschikking van de meerderjarige. De opkomst van mensen- en patiëntenrechten heeft geleid tot het ontstaan van een nieuw beschermingsparadigma. In dat kader zijn nieuwe instrumenten ontwikkeld, die meerderjarigen een grotere rol toekennen in de bescherming van hun (toekomstige) belangen. Dit is eveneens het geval in Nederland, waar meerderjarigen een levenstestament kunnen opstellen om voorzieningen te treffen voor een toekomstige periode van wilsonbekwaamheid. Dit artikel bespreekt het levenstestament, in samenhang met de traditionele rechterlijke beschermingsmaatregelen, vanuit het perspectief van het nieuwe beschermingsparadigma.


H.N. Stelma-Roorda LLM MSc
Rieneke Stelma-Roorda is PhD candidate at the Vrije Universiteit Amsterdam.

dr. C. Blankman
Kees Blankman is associate professor at the Vrije Universiteit Amsterdam.

prof. dr. M.V. Antokolskaia
Masha Antokolskaia is professor of family law at the Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De aansprakelijkheid voor medische hulpzaken

Bespreking van het proefschrift van mr. J.T. Hiemstra

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden medische aansprakelijkheid, gebrekkige hulpzaken, ongeschikte hulpzaken, medische hulpzaken, productaansprakelijkheid
Auteurs Mr. M.J.J. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    Hiemstra concludeert dat het risico dat voortvloeit uit het gebruik van een hulpzaak in beginsel voor rekening van de hulpverlener dient te komen. In het arrest van het Gerechtshof Arnhem van 28 november 2018 in de Miragel-casus is deze conclusie gevolgd. Toegelicht wordt dat andere rechtspolitieke keuzes mogelijk zijn.


Mr. M.J.J. de Ridder
Mr. M.J.J. de Ridder is advocaat bij KBS Advocaten te Utrecht
Artikel

Access_open Handhaving van privaatrecht door toezichthouders

Bespreking van het proefschrift van mr. C.A. Hage

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden verwevenheid privaatrecht en publiekrecht, wisselwerking bestuursrecht en privaatrecht, publiek- en privaatrechtelijke handhaving, dialoog, contractsvrijheid
Auteurs Mr. L.F. Wiggers-Rust
SamenvattingAuteursinformatie

    Het proefschrift van Hage bevat een intensief onderzoek naar de wisselwerking tussen bestuursrecht en privaatrecht op een drietal gebieden: het telecommunicatierecht, het consumentenrecht en het financiële recht. Hij beschouwt daarbij ook mogelijkheden tot verbetering daarvan in het belang van een effectieve handhaving. Het is daarmee uiterst actueel.


Mr. L.F. Wiggers-Rust
Mr. L.F. Wiggers-Rust is raadsheer in het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem, en raadsheer-plaatsvervanger in het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb).
Artikel

Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker

Bespreking van het proefschrift van mr. A. Kolder

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden bedrijfsmatige gebruiker, kwalitatieve aansprakelijkheid, art. 6:181 BW, opstal, dier
Auteurs Mr. P.W. den Hollander
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze recensie gaat in het bijzonder in op Kolders centrale stelling dat de kwalitatieve aansprakelijkheid van de bedrijfsmatig gebruiker het primaat zou moeten hebben boven die van de bezitter. Daarnaast komt het criterium voor bedrijfsmatig gebruik dat Kolder introduceert aan de orde, evenals diens voorstel voor stroomlijning van de tekst van art. 6:181 BW.


Mr. P.W. den Hollander
Mr. P.W. den Hollander is advocaat bij Stibbe te Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Toerekening van kennis aan rechtspersonen

Bespreking van het proefschrift van mr. B.M. Katan

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden kennistoerekening, rechtspersoon
Auteurs Mr. J.B.M.M. Wuisman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het proefschrift van Katan is vooral voor de praktijkjurist een goede gids om een beeld te krijgen van de vragen die spelen bij het toerekenen van kennis aan een rechtspersoon, en om tot een beantwoording van die vragen te komen.


Mr. J.B.M.M. Wuisman
Mr. J.B.M.M. Wuisman is voormalig advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie

Bespreking van het proefschrift van mr. W.A. Westenbroek

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden maatstaf, bestuurdersaansprakelijkheid
Auteurs Mr. A.J.P. Schild
SamenvattingAuteursinformatie

    Westenbroek betoogt dat afscheid dient te worden genomen van de ‘ernstig verwijt’-maatstaf. In de opdracht die art. 2:9 BW geeft aan het bestuur om de bestuurstaak behoorlijk te vervullen, ligt reeds een maatstaf voor aansprakelijkheid besloten.


Mr. A.J.P. Schild
Mr. A.J.P. Schild is rechter bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant.
Artikel

Eigendomsvoorbehoud

Bespreking van het proefschrift van mr. E.F. Verheul

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden vermogensrecht, eigendomsvoorbehoud, art. 3:92 BW
Auteurs Mr. B.I. Kraaipoel en Mr. drs. V.G.M. Leferink
SamenvattingAuteursinformatie

    Verheul heeft een proefschrift over eigendomsvoorbehoud geschreven met een mooi en strak juridisch-dogmatisch kader. Een welkome aanvulling op bestaande literatuur over een beding dat in de praktijk veel voorkomt.


Mr. B.I. Kraaipoel
Mr. B.I. Kraaipoel is als advocaat werkzaam bij RESOR te Amsterdam.

Mr. drs. V.G.M. Leferink
Mr. drs. V.G.M. Leferink is als advocaat werkzaam bij RESOR te Amsterdam.
Artikel

Consumentenbescherming door informatie?

Bespreking van het proefschrift van mr. C. de Jager

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden informatieplichten, PRIIPs-verordening, Key Information Document, beleggersbescherming, beleidstheorie
Auteurs Mr. dr. J.J.A. Braspenning
SamenvattingAuteursinformatie

    De Jager gaat in haar proefschrift in op de ontwikkeling en werking van gestandaardiseerde informatieplichten op het gebied van beleggersbescherming. De Jager concludeert dat dergelijke informatieplichten niet in staat zijn om complexe financiële producten voor beleggers begrijpelijk en vergelijkbaar te maken.


Mr. dr. J.J.A. Braspenning
Mr. dr. J.J.A. Braspenning is advocaat bij Linssen cs Advocaten te Tilburg.
Toont 981 - 1000 van 20785 gevonden teksten
1 2 42 43 44 45 46 47 48 50 »
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.