Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1627 artikelen

x
Artikel

Het arrest Wintersteiger en de plaats van het schadebrengende feit: het Hof van Justitie zet de doos van Pandora verder open

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8/9 2012
Trefwoorden internationale rechtsmacht, onrechtmatige daad, internet, nationaal merk, AdWord
Auteurs Mr. H.W. Wefers Bettink
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft in het arrest Wintersteiger prejudiciële vragen beantwoord van het Oostenrijkse Oberste Gerichtshof over de uitleg van artikel 5 punt 3 Verordening 2001/44/EG in geval van inbreuk op een in Oostenrijk geregistreerd merk. De Merkenrichtlijn, die het nationale merkenrecht van de lidstaten harmoniseert, heeft geen betrekking op procesrechtelijke aspecten zoals de aanwijzing van de bevoegde rechter.1x Richtlijn 2008/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten, PbEU 2008, L 299/25-33. De nationale rechter bepaalt aan de hand van Verordening 2001/44/EG2x Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken PbEG 2001, L 12/1-23 (Verordening 2001/44/EG). en het nationale procesrecht zijn internationale bevoegdheid. In het arrest Wintersteiger geeft het Hof van Justitie aanknopingspunten voor het bepalen van de bevoegde rechter bij inbreuk op een nationaal merk.

Noten

  • * Met dank aan prof. mr. M. Koppenol-Laforce en mr. M. Zilinsky voor hun commentaar.
  • 1 Richtlijn 2008/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten, PbEU 2008, L 299/25-33.

  • 2 Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken PbEG 2001, L 12/1-23 (Verordening 2001/44/EG).


Mr. H.W. Wefers Bettink
Mr. H.W. Wefers Bettink is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

Een Europees buitenlands aanbestedingsbeleid?

Het voorstel van de Commissie voor een verordening inzake de toegang van derde landen tot de Europese aanbestedingsmarkt.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8/9 2012
Trefwoorden overheidsopdrachten, gemeenschappelijke handelspolitiek, interne markt
Auteurs Mr. W.R. Möhlmann
SamenvattingAuteursinformatie

    In maart 2012 heeft de Europese Commissie de Europese wetgever voorgesteld een buitenlands beleid vast te stellen op het gebied van Europese aanbestedingen. De voorgestelde verordening voorziet in een drietal instrumenten die moeten leiden tot een betere toegang van Europese goederen, diensten en bedrijven tot aanbestedingen in derde landen, tot eerlijker concurrentie op de Europese interne markt en tot meer rechtszekerheid. De instrumenten machtigen enerzijds individuele aanbestedende diensten en anderzijds de Commissie om onder specifieke voorwaarden restrictieve maatregelen te treffen als er sprake is van protectionistische maatregelen in derde landen.


Mr. W.R. Möhlmann
Mr. W.R. Möhlmann is werkzaam bij de Europese Commissie, DG Interne markt en diensten, afdeling Internationale dimensie van overheidsopdrachten.
Artikel

Arrest Toshiba: toepassing ne bis in idem-beginsel in kartelzaken

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8/9 2012
Trefwoorden Toshiba, Ne bis in idem, gasgeïsoleerd schakelmateriaal, Artikel 11 Verordening 2003/1/EG
Auteurs Mr. G. Oosterhuis en mr. A.M. Huijts
SamenvattingAuteursinformatie

    Het te bespreken arrest betreft prejudiciële vragen gesteld door de regionale rechtbank te Brno, Tsjechië1x Voluit: Krajský soud v Brně. met betrekking tot het gasgeïsoleerd schakelmateriaalkartel. Aan de orde komen de bevoegdheidsverdeling tussen de Commissie en nationale mededingingsautoriteiten op grond van Verordening 2003/1/EG en het ne bis in idem-beginsel.

Noten

  • 1 Voluit: Krajský soud v Brně.


Mr. G. Oosterhuis
Mr. G. Oosterhuis is advocaat bij Houthoff Buruma in Brussel.

mr. A.M. Huijts
Mr. A.M. Huijts is eveneens advocaat bij Houthoff Buruma in Brussel.
Artikel

Minimumeis aan volgestort maatschappelijk kapitaal in strijd met fundamentele vrijheden

De vrijheid van vestiging en de vrijheid van dienstverrichting verzetten zich tegen de dubbele standaard van Italiaanse belastinginning.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8/9 2012
Trefwoorden vrijheid van vestiging/dienstverrichting, aanbesteding en dienstenconcessie
Auteurs Mr. M.L. Weeda en mr. L.J. Terpstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze prejudiciële verwijzingsprocedure stelt het Hof van Justitie vast dat de artikelen 49 en 56 VWEU1x In dit artikel zal naar de artikelnummers van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie worden verwezen. aldus moeten worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen de verplichting uit hoofde van een Italiaanse regeling tot het hebben van een minimaal volgestort maatschappelijk kapitaal van 10 miljoen euro voor marktdeelnemers belast met de inning van belastingen, met uitzondering van vennootschappen waarin de Italiaanse overheid een meerderheidsbelang heeft. Volgens de verwijzende rechter bevat de Italiaanse regeling voorzorgsmaatregelen die de overheid op een meer evenredige wijze kunnen beschermen. Dit lijkt voor het Hof van Justitie onder meer reden om op de vragen van de verwijzende rechter te antwoorden dat de betrokken bepaling uit de Italiaanse regeling een onevenredige en dus ongerechtvaardigde beperking van de fundamentele vrijheden van vestiging en dienstverlening vormt.

Noten

  • 1 In dit artikel zal naar de artikelnummers van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie worden verwezen.


Mr. M.L. Weeda
Mr. M.L. Weeda is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

mr. L.J. Terpstra
Mr. L.J. Terpstra is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Afbakening van bevoegdheden en de toepassing van het ne bis in idem-beginsel in het mededingingsrecht na het Toshiba-arrest

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Ne bis in idem-beginsel, Verordening 2003/1/EG, competentieverdeling, handhaving, boete
Auteurs Mr. R. Elkerbout LL.M
SamenvattingAuteursinformatie

    43 jaar na het Walt Wilhelm-arrest heeft de grote kamer van het Hof van Justitie zich in het Toshiba-arrest opnieuw uitgelaten over de onderlinge afbakening van bevoegdheden tussen de Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten alsook over de betekenis van het ne bis in idem-beginsel bij de handhaving van het mededingingsrecht in grensoverschrijdende kartelzaken. De auteur bespreekt in deze bijdrage het arrest en de implicaties daarvan voor de afbakening van bevoegdheden binnen het Europese netwerk van mededingingsautoriteiten. Voorts wordt een aantal kritische kanttekeningen geplaatst bij het oordeel van het Hof van Justitie aangaande de toepassing van het ne bis in idem-beginsel in de onderhavige kartelzaak.


Mr. R. Elkerbout LL.M
Ruben Elkerbout is advocaat bij Stek in Amsterdam.
Artikel

Voorstellen voor verbetering van het wetsvoorstel natuurbescherming

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Wet natuurbescherming, soortenbescherming, gebiedsbescherming, intrinsieke waarde natuur
Auteurs Mr. H.M. Dotinga, Mr. E.E. Meijer en Mr. S. Scheerens
SamenvattingAuteursinformatie

    Het voorstel voor de Wet natuurbescherming beoogt één overkoepelende regeling te bieden voor het Nederlandse natuurbeschermingsrecht. Daarbij is als uitgangspunt gekozen dat de bestaande regelgeving versoberd moet worden en dat aansluiting moet worden gezocht bij de Europese regelgeving. In deze kritische bijdrage bespreken de auteurs het wetsvoorstel, de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de bestaande regelgeving, mogelijke conflicten met Europees en internationaal recht, benoemen ze gemiste kansen en geven ze mogelijke alternatieven voor het wetsvoorstel.


Mr. H.M. Dotinga
Mr. H.M. (Harm) Dotinga is senior jurist bij Vogelbescherming Nederland en universitair docent bij het departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.

Mr. E.E. Meijer
Mr. E.E. (Ernestine) Meijer was ten tijde van het schrijven van deze bijdrage zelfstandig juridisch adviseur voor onder meer Natuurmonumenten.

Mr. S. Scheerens
Mr. S. (Sytske) Scheerens heeft als stagiaire meegewerkt aan het opstellen van alternatieve voorstellen voor een nieuwe Wet natuurbescherming namens een groot aantal samenwerkende Nederlandse natuur-, landschaps- en dierenwelzijnsorganisaties.
Artikel

Vogelvrij

Een beschouwing over vogels met jaarrond beschermde verblijfplaatsen in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Flora- en faunawet, ontheffing, jaarrond, positieve afwijzing, mitigerende maatregelen
Auteurs Mr. J. Gundelach
SamenvattingAuteursinformatie

    De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een reeks recente jurisprudentie een eind gemaakt aan de praktijk van EL&I, die draaide om de zogenoemde positieve afwijzing, zoals deze praktijk tot nu toe door EL&I werd toegepast De minister en de staatssecretaris worden nu weer gedwongen om voor ruimtelijke projecten die tot een overtreding van de verboden uit de Flora- en faunawet leiden, een ontheffing te verlenen. Dit is in het bijzonder problematisch indien het vogels met jaarrond beschermde nesten betreft, omdat slechts ten behoeve van een aantal doelen ontheffing verleend kan worden en deze doelen zelden bij (kleinschalige) ruimtelijke projecten aan de orde zijn. De auteur bespreekt de mogelijkheden die de wet en jurisprudentie van de Afdeling laten voor het voorkomen van een overtreding van de verboden uit de Flora- en faunawet en het verlenen van ontheffing bij ruimtelijke ontwikkelingen.


Mr. J. Gundelach
Mr. J. (Jade) Gundelach is advocaat bestuursrecht bij Soppe Gundelach Witbreuk advocaten te Almelo.
Artikel

Access_open Grondslagen en methoden van juridisch onderwijs

Tijdschrift Law and Method, 2012
Trefwoorden onderwijsmethode, theorieconcepties, Europeanisering, methodologische dilemma’s
Auteurs René Foqué
SamenvattingAuteursinformatie

    This article aims at elucidating some methodological dilemmas which should be taken seriously in legal education. It also aims at articulating the process of how these dilemmas emerged both historically and philosophically. The article starts with the observation that our Western legal systems are rooted in a specific theoretical tradition which can be described as being twofold. In a first already ancient (pre-philosophical) conception, theory finds its nexus both in experience and in narrativity, whereas a more modern conception of theory focuses on logical and conceptual coherence, building a system of professional knowledge. The author argues for a combination of both theoretical conceptions as complementary cornerstones of legal educational programs.The twofold theoretical background of our Western legal tradition can offer us a welcome and fruitful basis for dealing with some important methodological dilemmas: an anascopic (from action to institution) vs a katascopic (from institution to action) approach; deductive vs inductive reasoning; problem-oriented thinking vs systems thinking; case based/case oriented vs doctrinal/conceptual thinking. The author argues for a dialectical complementarity between the respective poles of these dilemmas.Finally, the author argues for introducing – already in an early stage of the program –European Union legal thinking as a challenging laboratory ‘in action’ for searching a reflective equilibrium in dealing with the aforementioned methodological dilemmas.


René Foqué
René Foqué is emeritus hoogleraar in de rechtsfilosofie en rechtstheorie aan de Faculteiten Rechtsgeleerdheid van de Katholieke Universiteit te Leuven en de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Aan het European Inter University Centre for Human Rights and Democratisation te Venetië doceert hij philosophy of human rights.
Jurisprudentie

Collectieve actie/massaschade

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2012
Trefwoorden ADR, class action, class arbitration
Auteurs Prof. mr. E. Hondius
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek signaleert enige nieuwe uitgaven en een drietal congressen op het gebied van class actions. De boeken zijn de Gentse dissertatie van Stefaan Voet, een bundel over de rechtseconomische aspecten van class actions onder redactie van Jürgen Backhaus, Alberto Cassone en Giovanni Ramello, en het boek Mass justice onder redactie van Jenny Steele en Willem van Boom. Deze zomer waren aan dit onderwerp in ons land voorts drie bijeenkomsten gewijd: een vergadering van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht te Amsterdam, een workshop aan het Netherlands Institute for Advanced Studies te Wassenaar en een inaugurele rede aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Uit een rede van de eurocommissaris voor Justitie kan evenwel worden afgeleid dat er op Europees niveau thans geen class action zal komen.


Prof. mr. E. Hondius
Mr. E. Hondius is hoogleraar Europees privaatrecht aan de Universiteit Utrecht.

    Eind november 2011 presenteerde de Europese Commissie twee voorstellen op het gebied van alternatieve geschillenbeslechting voor consumentengeschillen. In deze bijdrage worden enkele kanttekeningen geplaatst bij de voorstellen en bij de wenselijkheid van een nationale wettelijke regeling op dit terrein. De voorstellen bieden tamelijk gedetailleerde regelingen die, mochten zij in deze vorm blijven bestaan, ongewenste consequenties kunnen hebben voor de in ons land thans goedlopende vormen van geschillenbeslechting voor consumenten.


Mr. A.H. Santing-Wubs
Mr. A.H. Santing-Wubs is universitair docent privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Praktijk

Kartels en concernverhoudingen: extra zorgplicht voor moeders?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2012
Trefwoorden kartelinbreuk, toerekening, boete, concernverhoudingen, mededingingsrecht
Auteurs Mr. S.G.J. Smallegange en mr. L.L. Bremmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Een boete voor een kartelinbreuk van een dochteronderneming kan aan een moedermaatschappij worden toegerekend als zij een economische eenheid vormen en de moeder een beslissende invloed uitoefent. De Europese Commissie gaat hierbij uit van een weerlegbaar vermoeden als de moeder 100% van het kapitaal bezit, waarbij de moeder het bewijs moet aandragen dat zij geen beslissende invloed heeft gehad op de dochter. Hoe zit dat bij andere posities van moedermaatschappijen? Bij de beoordeling kijkt de Commissie naar de feiten en omstandigheden van het geval. Overlap in besturen, management en zelfs negatieve zeggenschap kunnen beslissende invloed creëren. De moeder doet er daarom goed aan – voordat zij wordt geconfronteerd met een overtreding – inzichtelijk te hebben of zij als een economische eenheid gezien wil worden.


Mr. S.G.J. Smallegange
Mr. S.G.J. Smallegange is als advocaat werkzaam bij de vakgroep Europees en Mededingingsrecht AKD te Brussel.

mr. L.L. Bremmer
Mr. L.L. Bremmer is als advocaat werkzaam bij de vakgroep Europees en Mededingingsrecht AKD te Brussel.

Joke Baeck
Doctor-Assistent Universiteit Gent.

    This article deals with employee board-level representation (EBLR) in the case of a cross-border merger. Article 16 CBM Directive (Tenth Directive 2005/56/EC) contains a provision to preserve this form of employee participation on national level. One of the fundamental principles of this article is the so called 'before and after principle'. This means that a cross-border merger may not be used to escape from already existing rights on employee participation. This article discusses the role of article 16 CBM Directive in the context of Dutch company law from the point of view of this fundamental principle. I will focus on two aspects: (i) the application of the said article and (ii) the embedding thereof in Dutch company law. This will lead to the conclusion that article 16 CBM Directive does not always protect what it should protect according to its objectives.


mr. Femke Laagland
Casus

De eerste gele kaart voor Europa

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2012
Trefwoorden nationale parlementen, Europese wetgeving, subsidiariteit, gele kaart, impact assessment
Auteurs Mr. dr. A.C.M. Meuwese
SamenvattingAuteursinformatie

    De recente ervaringen met de ‘gele kaart’ voor de Europese Commissie wegens vermeende subsidiariteitsbezwaren tegen het voorstel voor een Verordening over het uitoefenen van het recht op collectieve actie in het kader van de vrijheden van vestiging en dienstverlening geven aanleiding nog eens kritisch te kijken naar de afbakening van de procedure. Hoe kunnen we zorgen dat de parlementen de Commissie in deze procedure aanspreken op het enige punt dat haar dwingt tot een inhoudelijk antwoord: de analytische kwaliteit van haar subsidiariteitstoets?


Mr. dr. A.C.M. Meuwese
Mr. dr. A.C.M. Meuwese is universitair hoofddocent bij het departement Publiekrecht, Encyclopedie en Rechtsgeschiedenis van Tilburg Law School.
Artikel

Hoe 13L het Bosal-gat moet dichten

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2012
Trefwoorden deelnemingsschuld, renteaftrek, artikel 13L Wet VPB 1969, deelnemingsrente, financiering
Auteurs Mr. M.J. van den Berg
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de werking en de gevolgen van de introductie van artikel 13L in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 per 1 januari 2013 voor (de beperking van) de aftrek van ‘excessieve’ deelnemingsrente.


Mr. M.J. van den Berg
Mr. M.J. van den Berg is belastingadviseur bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

VALE: grensoverschrijdende omzetting in het verlengde van Cartesio

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2012
Trefwoorden grensoverschrijdende omzetting, zetelverplaatsing, Cartesio, Europese Unie
Auteurs Mr. W.J.T. de Jonge
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het onlangs gewezen VALE-arrest en de mogelijkheden die dit arrest schept met betrekking tot grensoverschrijdende omzettingen binnen de Europese Unie.


Mr. W.J.T. de Jonge
Mr. W.J.T. de Jonge is kandidaat-notaris bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Banesto/Caldéron Camino – Unierechtelijke geboden en verboden bij toetsing aan Europees consumentenrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2012
Trefwoorden ambtshalve toetsing, consumentenrecht, Unierecht, partiële nietigheid, conversie, betalingsbevelprocedure
Auteurs Mr. R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aan de hand van het arrest Banesto van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 14 juni 2012 nader ingegaan op de verplichtingen die vanuit het EU-recht rusten op nationale rechters bij toetsing aan Europees consumentenrecht.


Mr. R. Meijer
Mr. R. Meijer is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Arbitraal beding in algemene voorwaarden niet per definitie onredelijk bezwarend in business-to-consumer verhoudingen

Denk niet zwart, denk niet grijs, denk niet zwart-wit, maar in de kleur van ... de concrete omstandigheden van het geval

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2012
Trefwoorden arbitraal beding, arbitragebeding, onredelijk bezwarend, Richtlijn oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten, zwarte lijst
Auteurs Mr. dr. E.-J. Zippro
SamenvattingAuteursinformatie

    De geldigheid van arbitrale bedingen in algemene voorwaarden die de consument de toegang tot de overheidsrechter ontzeggen, staat al geruime tijd ter discussie. Hoewel de regeling betreffende algemene voorwaarden in Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek reeds in 1992 is ingevoerd en de Richtlijn oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten vanaf 1993 is ingetreden, is er tot nu toe geen eenduidig antwoord mogelijk op de vraag of een arbitraal beding in business-to-consumer verhoudingen onredelijk bezwarend is. In deze bijdrage wordt aan de hand van HR 21 september 2012, LJN BW6135 (Van Marrum/de opdrachtgever) nader ingegaan op de vraag of een arbitraal beding in algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is voor de consument.


Mr. dr. E.-J. Zippro
Mr. dr. E.-J. Zippro is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Mensenrechten begrensd: detentie in het vreemdelingenrecht

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2012
Trefwoorden immigration detention, human rights, Dutch immigration law, detention of children, territorial sovereignty
Auteurs G. Cornelisse
SamenvattingAuteursinformatie

    This article investigates the practice of immigration detention in the Netherlands, which has been fiercely criticized by international organizations and NGOs. It focuses in particular on three aspects of that measure: justification, implementation, and its use with regard to children. These issues are discussed in the light of human rights law, more in particular the case law by the European Court of Human Rights. It will be shown that this Court, by portraying immigration as a phenomenon implicating first and foremost territorial sovereignty, makes it difficult for immigrants’ individual interests to be addressed in substance, let alone to be perceived as rights. It is argued that the European Court of Justice in its application of EU law in this field is perhaps better suited to grant unwanted migrants their human rights than traditional human rights law has done so far.


G. Cornelisse
Mr. dr. Galina Cornelisse is als universitair docent verbonden aan de afdeling Transnational Legal Studies van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Toont 981 - 1000 van 1627 gevonden teksten
1 2 42 43 44 45 46 47 48 50 »
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.