Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 4164 artikelen

x

    Overzicht hoofdlijnen jurisprudentie planschade.

    Ontheffing provinciale verordening. Terugwerkende kracht vernietiging ontheffingsverlening. Grootschalige detailhandel. Betekenis factory outlet center.

    Geen bevoegdheid tot stellen maatwerkvoorschriften voor woningen op een gezoneerd industrieterrein.


Rut Wingens
Artikel

Een extra termijn van de Brzo-omgevingsdiensten voor het indienen van het VR: gunst of niet?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2016
Trefwoorden strafrecht, handhaving, vertrouwensbeginsel, Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo), Gedogen
Auteurs Mr. B. d’Hooghe en mr. C.J. IJdema
SamenvattingAuteursinformatie

    Bedrijven die onder het zwaarste regime van het nieuwe Besluit risico’s zware ongevallen 2015 (hierna Brzo 2015) vallen, hadden vóór 1 juni 2016 een veiligheidsrapport moeten indienen dat aan de eisen van het Brzo 2015 voldoet. Dat was in de praktijk problematisch omdat inwerkingtreding van de Regeling risico’s zware ongevallen 2015 lang op zich heeft laten wachten en de PGS 6-richtlijn nog niet definitief is aangepast. Om die reden hebben de Brzo-omgevingsdiensten aan bestaande inrichtingen laten weten dat een ‘begunstigingstermijn’ zal worden geboden tot en met 1 januari 2017 om te voldoen aan het Brzo 2015. Wij hebben onderzocht of Brzo-bedrijven op basis van de brief inderdaad langer de tijd mochten nemen om een nieuw veiligheidsrapport in te dienen, of dat zij daardoor op het verkeerde been zijn gezet.


Mr. B. d’Hooghe
Mr. B. d’Hooghe en mr. C.J. IJdema zijn advocaat bij Adriaanse van der Weel advocaten.

mr. C.J. IJdema
Artikel

Wwft en het strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Wwft, Strafrecht, Cliëntenonderzoek, Meldplicht, Ongebruikelijke transactie
Auteurs Mr. J.P. Rozemeijer en mr. C. van der Meulen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wwft-meldplichtigen zijn de poortwachters van het economische stelsel in de strijd tegen witwassen en terrorismefinanciering. Indien die poortwachters zich niet houden aan hun meldplicht van ongebruikelijke transacties of de plicht tot cliëntenonderzoek kunnen zij naast bestuurs- of tuchtrechtelijk ook strafrechtelijk worden vervolgd. In dit artikel een analyse van de toenemende hoeveelheid strafrechtelijke jurisprudentie met betrekking tot Wwft/WED-zaken. In het bijzonder aandacht voor enkele Wwft/WED-specifieke leerstukken, te weten kleurloos opzet, het instellingsbegrip, de ‘ongebruikelijke transactie’, de vervolgingsuitsluitingsgrond, het transactiebegrip en de samengestelde transactie. Dit artikel behandelt tevens de vraag waarom Wwft-feiten strafrechtelijk worden aangepakt.


Mr. J.P. Rozemeijer
Mr. J.P. Rozemeijer is werkzaam als beleidsmedewerker bij het bureau van de Landelijk Officier van Justitie (LOvJ) Witwassen en Terrorismefinanciering van het Functioneel Parket.

mr. C. van der Meulen
C. van der Meulen is stagiair bij het bureau van de Landelijk Officier van Justitie (LOvJ) Witwassen en Terrorismefinanciering van het Functioneel Parket, studerend aan de UU opleiding Utrecht Law College.
Artikel

De procespositie van de rechtspersoon in het (milieu)strafrechtelijk vooronderzoek

Enkele opmerkingen uit de losse pols

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2016
Trefwoorden vooronderzoek, zwijgrecht, rechtspersoon, procespositie, daderschap rechtspersoon
Auteurs Mr. dr. L.E.M. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het is tijd voor bezinning op de procespositie van de rechtspersoon in het vooronderzoek en op de wijze waarop daar in de praktijk mee wordt omgegaan. De keuzes die een natuurlijk persoon kan maken ter bepaling van zijn proceshouding in het vooronderzoek, blijken in de praktijk niet of nauwelijks voorhanden voor de rechtspersoon. Een goede rechtvaardiging daarvoor is – met in het achterhoofd dat het uitgangspunt dat in het vooronderzoek aan de rechtspersoon dezelfde rechten zouden moeten toekomen als aan de natuurlijke persoon – niet aanwezig. Ter illustratie wordt ingegaan op een voorbeeld uit de milieustrafrechtelijke praktijk.


Mr. dr. L.E.M. Hendriks
Mr. dr. L.E.M. Hendriks is advocaat te Maastricht en raadsheer-plaatsvervanger Hof Arnhem-Leeuwarden.
Diversen: Trending Topics

De Wet op de kansspelen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Wet op de kansspelen, kansspel, gokken, Kansspelautoriteit, Internetgokzuilen
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers
SamenvattingAuteursinformatie

    Actuele ontwikkelingen op het gebied van rechtspraak en wetgeving inzake de Wet op de kansspelen.


Prof. mr. H.J.B. Sackers
Prof. mr. H.J.B. Sackers is hoogleraar bestuurlijk sanctierecht aan de Radboud Universiteit en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

De hoge en bijzondere transactie: een pleidooi voor rechterlijke controle op de afdoening buiten geding

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2016
Trefwoorden buitengerechtelijke afdoening, hoge transactie, bijzondere transactie, EHRM, internationale straftribunalen
Auteurs Mr. dr. K.C.J. Vriend
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel zijn de mogelijkheden van rechterlijke controle op de afdoening buiten geding in strafzaken onderzocht. Gepleit wordt voor een aparte raadkamerprocedure voor hoge en bijzondere transacties, waarbij toetsingscriteria werden ontleend aan de jurisprudentie van het EHRM en de internationale straftribunalen. De raadkamer toetst de overeengekomen transactie aan drie criteria. Ten eerste of de verdachte de transactie vrijwillig heeft geaccepteerd. Ten tweede of de verdachte voldoende geïnformeerd is over de procedurele gevolgen en over het bewijs dat tegen hem vergaard is. Ten derde toetst de raadkamer of er prima facie voldoende bewijsmateriaal in het dossier voorhanden is. Een door de raadkamer in het openbaar uitgesproken gemotiveerde beschikking maakt controle mogelijk op het overeenkomen van hoge en bijzondere transacties.


Mr. dr. K.C.J. Vriend
Mr. dr. K.C.J. Vriend is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Praktijk

Update mededingingsrechtelijke aspecten van postcontractuele concurrentieverboden in franchiseovereenkomsten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Franchise, Postcontractuele concurrentieverboden, Verticaal mededingingsrecht, Nevenrestrictie
Auteurs Mr. H.E. Urlus
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdrage ziet op mededingingsrechtelijke ontwikkelingen bij postcontractuele concurrentieverboden in franchiseovereenkomsten en de implicaties van de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de beschikking La Retoucherie de Manuele. De auteur stelt de vraag of dergelijke bedingen in de context van franchise nog kunnen worden aangemerkt als noodzakelijke nevenrestricties. Dat is van belang, omdat dergelijke nevenrestricties zijn onttrokken aan mededingingsrechtelijke toetsing, waardoor de merkbaarheid geen rol meer speelt. De auteur wijst erop dat bij een mededingingsrechtelijke toetsing van postcontractuele concurrentieverboden meer factoren van belang zijn dan slechts een belangenafweging tussen partijen.


Mr. H.E. Urlus
Mr. H.E. Urlus is advocaat te Amsterdam, verbonden aan Greenberg Traurig, LLP, en onder meer gespecialiseerd in civielrechtelijke en mededingingsrechtelijke aspecten van agentuur, distributie en franchise. Hij heeft daarover regelmatig gepubliceerd en was ook betrokken bij de totstandkoming van de Nederlandse Franchisecode als voorzitter van de Denktank Franchisegevers. De auteur dankt zijn kantoorgenoten mr. T. Charatjan en mr. J.H. Christ voor hun waardevolle bijdragen aan de totstandkoming van dit artikel.
Column

Negatieve rente op consumentenspaarsaldo een Europese no-go?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Ambtshalve toetsing, Richtlijn 93/13, Spaarrente, Negatieve rente, Uitleg van overeenkomst
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    In veel bankvoorwaarden wordt de spaarrente als positieve spaarrente gepresenteerd: de bank betaalt een spaarrente aan de consument. In toenemende mate, daartoe gedreven door ontwikkelingen op de kapitaalmarkt, zijn banken zich aan het voorbereiden op het heffen van negatieve spaarrente. Dit wil zeggen dat de consument aan de bank rente moet betalen over zijn spaarsaldo. Aan de hand van de Richtlijn Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten wordt onderzocht of banken überhaupt een negatieve rente mogen heffen.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

Schadebegroting bij een doorberekeningsverweer en een bijgestelde maatstaf voor voordeelstoerekening

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Kartelschade, Passing-on verweer, Schadebegroting, Voordeelstoerekening
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse en Mr. dr. M. van Kogelenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    In lijn met Europees schadevergoedingsrecht wendt de Hoge Raad overcompensatie af. In de recente follow-on kartelschadeprocedure TenneT c.s/ABB c.s. maakt de Hoge Raad namelijk de weg vrij voor een consistente toekenning van het zogenoemde passing-on verweer. Daarbij geeft hij te kennen ruimer te zijn gaan denken over het leerstuk van voordeelstoerekening. In deze bijdrage wordt het belang van deze ontwikkelingen voor zowel het mededingingsrecht als het algemene schadevergoedingsrecht geduid.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. Anne Keirse is als hoogleraar Privaatrecht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht en aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) van de Universiteit Utrecht. Zij is daarnaast (parttime) raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.

Mr. dr. M. van Kogelenberg
Mr. dr. M. van Kogelenberg is als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht en aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) van de Universiteit Utrecht.
Praktijk

Rechtskeuzebedingen in consumentenovereenkomsten: spitsroeden lopen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Rechtskeuze, Ambtshalve toetsing, Richtlijn Oneerlijke bedingen, Rome I, Transparantie
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 28 juli 2016 besliste het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak VKI/Amazon dat een rechtskeuzeclausule in een consumentenovereenkomst oneerlijk is indien de indruk wordt gewekt dat de consument niet terug kan vallen op dwingendrechtelijke bescherming die het recht van zijn woonplaats hem biedt. Dit arrest, de rechtskeuze in internationale overeenkomsten en de ambtshalve toetsing van bedingen in consumentenovereenkomsten worden in deze bijdrage besproken.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Jurisprudentie

Hoogste bestuursrechter in Frankrijk acht boerkiniverbod strijdig met grondrechten

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Boerkiniverbod, Fundamentele vrijheden, Openbare orde
Auteurs Paul van Sasse van Ysselt Mr. BA
SamenvattingAuteursinformatie

    The French state council ruled that the mayor of Villeneuve-Loubet did not have the right to ban burkinis. The court found that the anti-burkini decrees were “a serious and manifestly illegal attack on fundamental freedoms”, including the right to move around in public and the freedom of conscience. The judges stated that local authorities could only restrict individual liberties if there was a “proven risk” to public order. It ruled that a proven public order risk had not been demonstrated.


Paul van Sasse van Ysselt Mr. BA
Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt BA is coördinerend senior adviseur constitutionele zaken/grondrechten, ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en gastdocent/-onderzoeker, afdeling Staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Franse toestanden?

Veranderende visies op religieuze vrijheid in Nederland en Europa

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Godsdienstvrijheid;, Liberalisme, Secularisme, ontkerkelijking, gewetensvrijheid, morele gemeenschappen
Auteurs Dr. mr. Floris Mansvelt Beck
SamenvattingAuteursinformatie

    Ideas about the purport and value of religious liberty differ from place to place and can change over time. Over the past fifty years, the trend of secularization has laid the social foundations for a reassessment of religious liberty in the Netherlands. Prompted by the confrontation with Islam, the process of reassessment has gained urgency from, but is also hampered by, terrorist attacks and the migration crisis. However that may be, the result is a prioritization of individual autonomy above freedom of conscience in religious matters. This is borne out by an analysis of parliamentary debates in the Netherlands since 2000 and is explained as part of a broader shift from conscience-based to autonomy-based interpretations of liberalism in Dutch society.


Dr. mr. Floris Mansvelt Beck
Dr. mr. F.F. Mansvelt Beck is als politiek filosoof verbonden aan het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Hij doet onderzoek naar vrijheid en tolerantie in post-geseculariseerde samenlevingen.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2016
Auteurs Mr. E.M.A. van Amersfoort

Mr. E.M.A. van Amersfoort
Jurisprudentie

Een notariële redactiefout in een uiterste wil

Rb. Amsterdam 16 december 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:9032

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden uiterste wilsbeschikking/uiterste wil, herroeping, clerical error, uitlegging, discrepantie tussen wil en verklaring
Auteurs Prof. mr. W. Breemhaar
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdrage behelst een kritische bespreking van het vonnis van de Rechtbank Amsterdam van 16 december 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:9032, omtrent een notariële redactiefout in een uiterste wil. Het praktische belang van het leerstuk van de discrepantie tussen wil en verklaring (art. 3:33 BW) in een dergelijk geval wordt in het bijzonder onderstreept.


Prof. mr. W. Breemhaar
Prof. mr. W. Breemhaar is senior raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en emeritus bijzonder hoogleraar notarieel recht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Nieuwe Europese IPR-verordeningen inzake huwelijksvermogensrecht en vermogensrechtelijke gevolgen van geregistreerde partnerschappen

Belangrijkste wijzigingen voor de notariële praktijk

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden Huwelijksvermogensrechtverordening, geregistreerd partnerschap, toepasselijk recht, IPR, notariële praktijk
Auteurs Mr. J.G. Knot en Mr. J.L.D.J. Maasland
SamenvattingAuteursinformatie

    IPR-vragen omtrent huwelijksvermogens- en partnerschapsvermogensrecht worden vanaf 29 januari 2019 beantwoord aan de hand van de regels uit twee nieuwe Europese verordeningen. Dit artikel beoogt een overzicht te geven van de hoofdlijnen van deze verordeningen. De nadruk ligt daarbij op het toepassingsgebied van beide verordeningen (welke onderwerpen regelen de verordeningen zoal?) en met name de regels van toepasselijk recht. Welke mogelijkheden zijn er tot het uitbrengen van een rechtskeuze en welk recht beheerst het huwelijksvermogens- of partnerschapsvermogensregime als partijen geen rechtskeuze hebben uitgebracht? Beide verordeningen worden besproken vanuit hun belang voor de notariële praktijk. In dat kader komen ook het overgangsrecht en het geldingsbereik van artikel 1:88 BW in grensoverschrijdende gevallen uitdrukkelijk aan de orde.


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen, raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en IPR-adviseur bij PlasBossinade Notarissen te Groningen.

Mr. J.L.D.J. Maasland
Mr. J.L.D.J. Maasland is kandidaat-notaris/partner bij Bluelyn te Rotterdam en universitair gastdocent bij de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Praktijk

Een verkenning van het fenomeen ‘reliance’ verstrekken in de overname- en financieringspraktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2016
Trefwoorden reliance letter, due diligence-rapport, zorgplicht
Auteurs Mr. K.J. Koops en Mr. H.K. Schrama
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs duiden in dit artikel de situatie waarin een advocaat een derde door middel van een ‘reliance letter’ laat afgaan op zijn due diligence-rapport. Zij gaan daarbij in op de vraag of in die situatie een zorgplicht van de advocaat tegenover de derde ontstaat en wat de omvang van die zorgplicht is. De auteurs zien goede redenen om aan te nemen dat de advocaat en de derde op basis van de reliance letter een overeenkomst aangaan, maar achten onaannemelijk dat een (eigen) zorgplicht van de advocaat tegenover de derde ontstaat.


Mr. K.J. Koops
Mr. K.J. Koops is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. H.K. Schrama
Mr. H.K. Schrama is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Praktijk

Het fzo-pandrecht op giraal saldo: een alternatief voor de huidige verpandingspraktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2016
Trefwoorden fzo-pandrecht, financiëlezekerheidsovereenkomst, pandrecht, giraal saldo, controlevereiste
Auteurs Mr. S. Swinkels
SamenvattingAuteursinformatie

    Het pandrecht in het kader van een financiëlezekerheidsovereenkomst (fzo-pandrecht) is nog een vrij onbekende rechtsfiguur. Onterecht, want het fzo-pandrecht kan in de praktijk een andere uitwerking hebben dan ‘reguliere’ pandrechten en daarmee voordelen meebrengen voor marktpartijen. In dit artikel wordt onderzocht of fzo-pandrechten gebruikt kunnen worden in de huidige verpandingspraktijk, waar vooralsnog een openbaar pandrecht wordt bedongen op het girale saldo van een bankrekening. Belangrijk aspect van deze praktijk is dat de pandgever in zijn hoedanigheid van rekeninghouder over de rekening wil blijven beschikken. Dit levert problemen op met het zogenaamde ‘controlevereiste’.


Mr. S. Swinkels
Mr. S. Swinkels is advocaat bij AKD te Amsterdam.
Artikel

De twitterende wijkagent en het veiligheidsgevoel van de burger

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Twitter, police, safety perceptions, communication, social media
Auteurs Imke Smulders, Wilbert Spooren en Emile Kolthoff
SamenvattingAuteursinformatie

    This article reports on a conceptual model that provides insight into the relationship between Twitter use by community policing officers and citizens’ safety perceptions. The model has been tested using data from a relatively large-scale survey study and these results are supporting the model. Furthermore, a small impact of Twitter use has been found on feelings of safety and judgments about the police. To confirm these findings, further research on a larger scale is necessary. To find out more about the exact positive and negative effects of Twitter use by community policing officers, a more experimental design is required.


Imke Smulders
Imke Smulders is als promovenda/onderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen en het Expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool. Ook is zij docent taal- en communicatievaardigheden aan de Juridische Hogeschool Avans-Fon‍tys. i.smulders@fontys.nl

Wilbert Spooren
Wilbert Spooren is hoogleraar Taalbeheersing van het Nederlands en verbonden aan het Centre for Language Studies (CLS) van de Faculteit der Letteren van de Radboud Universiteit. w.spooren@let.ru.nl

Emile Kolthoff
Emile Kolthoff is hoogleraar criminologie aan de Open Universiteit, en doet onderzoek bij Avans University en de VU Amsterdam. emile.kolthoff@ou.nl
Toont 981 - 1000 van 4164 gevonden teksten
1 2 42 43 44 45 46 47 48 50 »
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.