Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 3045 artikelen

x
Artikel

Vermogensrechtelijke aspecten van ongedaanmaking onwettige staatssteun

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2014
Trefwoorden Staatssteun, Nietigheid, Onverschuldigde betaling, Ongerechtvaardigde verrijking
Auteurs Mr. G.J. van Midden en Mr. G.C. Nieuwland
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor de ongedaanmaking van onrechtmatige staatssteun dient een grondslag te bestaan in het nationale recht. Het beschikbare instrumentarium om staatssteun die is verleend in een civielrechtelijke context ongedaan te maken, is naar de mening van auteurs niet steeds toereikend en kan leiden tot ongewenste neveneffecten.


Mr. G.J. van Midden
Mr. G.J. van Midden is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.

Mr. G.C. Nieuwland
Mr. G.C. Nieuwland is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Artikel

Kapitalistische banken als criminele ondernemingen: de casus Wall Street

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2014
Trefwoorden finance crime, financial crisis, financial networks, white collar crime, Goldman Sachs
Auteurs D.O. Friedrichs
SamenvattingAuteursinformatie

    The central thesis of this article is that the structure of the present financial system, its culture, and its collective practices and policies are fundamentally criminal and criminogenic. The harms emanating from this financial system are exponentially greater than those emanating from the disadvantaged environments that generate a disproportionate percentage of conventional crime. Accordingly, on various levels, there is much at stake in more fully and directly recognizing and identifying many core policies and practices of the financial system for what they are: crimes on a very large scale.


D.O. Friedrichs
Prof. David O. Friedrichs is als distinguished professor verbonden aan het Department of Sociology, Criminal Justice & Criminology van de University of Scranton. Hij is tevens gasthoogleraar aan de School of Law van de University of Western Australia (Perth).

Frank Simons
Mr. drs. F. Simons is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Gerrit-Jan Zwenne
Prof. mr. G.J. Zwenne is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag en hoogleraar Recht en de informatiemaatschappij aan de Universiteit Leiden.
Wetenschap

Het enquêterecht en het toetsen van besluiten in arbitrage

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Arbitrage, vernietigen, besluiten, enquêtegeschillen, beroepsrecht, art 2:16 BW, art 26 WOR, geschillenregeling, Groenselect, Erasmus/Harbour
Auteurs Mr. H.R. Pleiter
SamenvattingAuteursinformatie

    Het vernietigen van besluiten is evenals het enquêterecht vanwege de openbare orde non-arbitrabel. De erga omnes-werking van de uitspraak/voorzieningen staat aan de arbitrabiliteit in de weg. De auteur betoogt dat de praktijk baat kan hebben bij een geval-tot-gevalbenadering ten aanzien van arbitrabiliteit van enquêtegeschillen. Met het vernieuwde bv-recht is beoogd de betrokkenen ruimte te geven bij het regelen van de rechtsgevolgen binnen de vennootschap; de rechter moet dit respecteren. De auteur stelt dat met implementatie van het beroepsrecht van art. 26 WOR in Boek 2 BW de erga omnes-werking niet langer aan arbitrabiliteit van besluiten in de weg zal staan.


Mr. H.R. Pleiter
Mr. H.R. Pleiter heeft dit artikel geschreven volgend op zijn afstudeerscriptie. Het artikel is inhoudelijk afgerond in mei 2014.
Wetenschap

Instructiebevoegdheid en de aansprakelijkheid van de moedervennootschap als medebeleidsbepaler van haar dochter-bv op grond van art. 2:248 lid 7 BW: een kwestie van balans

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Aansprakelijkheid moedervennootschap, instructie bevoegdheid, medebeleidsbepaler, hechte concernverhoudingen, dochter BV, bestuursautonomie, beleidsbepaling
Auteurs Mw. mr. D. Mokhberolsafa
SamenvattingAuteursinformatie

    Het geven van concrete instructies kan de moedervennootschap eerder in de gevarenzone brengen om door de curator als medebeleidsbepaler van haar dochter-bv in de zin van art. 2:248 lid 7 BW aansprakelijk te worden gesteld. De aanwezigheid van een concrete instructie kan immers de feitelijke ondergeschiktheidspositie van het dochterbestuur aan de moedervennootschap in zoverre onderstrepen, dat de moedervennootschap eerder gezien kan worden als degene die feitelijk het bestuur uitoefent. Zodoende kan zij als medebeleidsbepaler worden gekwalificeerd en door de rechter aansprakelijk worden gehouden op grond van art. 2:248 lid 7 BW.


Mw. mr. D. Mokhberolsafa
Mw. mr. Mokhberolsafa heeft dit artikel geschreven in het kader van haar afstudeerscriptie. Dit artikel is inhoudelijk afgerond in mei 2014.
Praktijk

Prijs- en waardebepaling van aandelen in besloten vennootschappen in ondernemingsrechtelijke procedures

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Prijsbepaling, waardebepaling, blokkeringsregeling, uitkoopprocedure, geschillenregeling
Auteurs Mr. J. van Borssum Waalkes en Drs. E. van der Schans
SamenvattingAuteursinformatie

    In de praktijk blijkt de prijs- en waardebepaling van aandelen in besloten vennootschappen in het kader van ondernemingsrechtelijke procedures tussen scheidende aandeelhouders, bij gebreke van statutaire en/of contractuele prijsbepalingsregels, niet zelden een kostbare, tijdrovende aangelegenheid met een onzekere uitkomst, waardoor de rechtszekerheid in het gedrang komt. Aan de hand van een analyse van het huidig wettelijk kader en de rechtspraak omtrent prijs- en waardebepaling van aandelen in ondernemingsrechtelijke procedures doen auteurs een tweetal voorstellen voor aanpassing van de wettelijke regelingen omtrent prijs- en waardebepaling om de gesignaleerde problematiek te mitigeren.


Mr. J. van Borssum Waalkes
Mr. J. van Borssum Waalkes is advocaat bij Boekel De Nerée te Amsterdam.

Drs. E. van der Schans
Drs. E. van der Schans is financieel deskundige (tevens gerechtelijk deskundige)/schade-expert bij Horatio Assurance Group B.V.
Praktijk

Verzekeringssecuritisatie; wie wekt de entiteit voor risicoacceptatie tot leven?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2014
Trefwoorden securitisatie, special purpose vehicle, spv, special purpose reinsurance vehicle, sprv, herverzekering, verzekeringssecuritisatie, entiteit voor risico-acceptatie
Auteurs Mr. R.P.L.M. Koopman en Mr. J.C. Lussenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Ongeveer zes jaar na de introductie van de entiteit voor risicoacceptatie in de Nederlandse toezichtwetgeving is er in de praktijk nog geen gebruik gemaakt van deze bijzondere entiteit. Bovendien lijkt de populariteit van verzekeringssecuritisatie in Nederland achter te blijven bij sommige andere landen in Europa en daarbuiten. In deze bijdrage wordt uitgebreid stilgestaan bij twee vormen van verzekeringssecuritisatie: securitisatie van verzekeringspremies en securitisatie van verzekeringsrisico's. Vanuit een praktisch oogpunt wordt bekeken hoe verzekeringssecuritisatie naar Nederlands recht kan worden vormgegeven. Daarbij wordt onder andere aandacht besteed aan de rol die een entiteit voor risicoacceptatie in een securitisatietransactie kan spelen.


Mr. R.P.L.M. Koopman
Mr. R.P.L.M. Koopman is advocaat bij Baker & McKenzie te Singapore.

Mr. J.C. Lussenburg
Mr. J.C. Lussenburg is advocaat bij Baker & McKenzie te Amsterdam.
Boekbespreking

Situational crime prevention in the international supply chain

The cost of alternative measures

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2014
Auteurs Henk Elffers PhD
Auteursinformatie

Henk Elffers PhD
H. Elffers, PhD is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam en emeritus hoogleraar empirische bestudering van de strafrechtpleging bij de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam en het Nachtwacht Instituut van deze universiteit.
Artikel

Zedenmannen, zoetwatermatrozen en zware jongens

Een empirisch onderzoek naar hiërarchische (gender)verhoudingen in een Belgische mannengevangenis

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2014
Trefwoorden prison hierarchy, male inmate subculture, prison masculinities
Auteurs Maaike Beckmann MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Male inmate subcultures can be described as highly gendered settings where power relationships are based on a hierarchical gender order. Cultural idealized forms of masculinity provide an important foundation for these hierarchical rankings. Notions of hegemonic and subordinate masculinities offer a valuable theoretical framework for explaining the power relations and pecking order among male inmates. Drawing on observations and qualitative semi-structured interviews with prisoners in a medium-size Belgian male prison, this article analyses the various intermale dominance hierarchies among inmates and the discourses in which they are embedded: type of offence, social conduct, individual characteristics of the prisoners and the possession of different forms of capital. This article both stresses and nuances the importance of offence categories by explaining how hierarchical status can be enhanced through social performance and acting in accordance with the prison code. Additionally, it describes how hierarchical arrangements operate in the daily practice of prison life through spatial norms.


Maaike Beckmann MSc
M. Beckmann, MSc is promovendus bij de vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel en bij de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Negatieve reacties en sociale contacten van partners van gedetineerden in Nederland: een empirisch onderzoek

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2014
Trefwoorden partners of detainees, prison, negative reactions, social contacts, stigma
Auteurs Susanne van 't Hoff-de Goede MSc, Prof. dr. ir. Tanja van der Lippe, Dr. Joni Reef e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Not only detainees, but also their spouses can experience negative consequences of imprisonment. Even though these negative consequences can be far-reaching, research in this area is scarce. This paper researches if detention causes female partners of male detainees in the Netherlands to experience negative reactions from family, friends and neighbours and if this causes changes in their social contacts. This study used longitudinal data from the Prison Project on 119 partners of detainees. Results show that many partners of detainees receive negative reactions from their network members. When partners of detainees experience negative reactions from their family in law, friends or neighbours, their contacts with those groups decrease. When partners of detainees experience negative reactions from their friends, their contact with their family increases.


Susanne van 't Hoff-de Goede MSc
M.S. van 't Hoff-de Goede, MSc is promovendus bij de faculteit sociale wetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Prof. dr. ir. Tanja van der Lippe
Prof. dr. ir. A.G. van der Lippe is hoogleraar bij de faculteit sociale wetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Dr. Joni Reef
Dr. J. Reef is universitair docent bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. P. Nieuwbeerta is hoogleraar bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Anja Dirkzwager
Dr. A.J.E. Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Actualia

De uitsluiting van overdraagbaarheid van vorderingen – een kwestie van uitleg

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Artikel 3:83 lid 2 BW, Overdraagbaarheid vorderingen, verpandingsverbod, uitleg, algemene voorwaarden
Auteurs Mr. drs. J.W.M Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 3:83 lid 2 BW geeft aan contracterende partijen de bevoegdheid de overdraagbaarheid van vorderingen uit te sluiten. Een dergelijke uitsluiting onder artikel 3:83 lid 2 BW kan ook goederenrechtelijke werking hebben, zodat een vordering niet rechtsgeldig gecedeerd of verpand kan worden. In het arrest Coface/Intergamma overwoog de Hoge Raad dat de vraag of een beding dat de overdraagbaarheid uitsluit goederenrechtelijke werking of uitsluitend verbintenisrechtelijke werking heeft, moet worden beantwoord door uitleg. Die uitleg wordt door objectief haviltexen verkregen, waarbij de verbintenisrechtelijke werking vooropstaat.


Mr. drs. J.W.M Spanjaard
mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.

    Klacht IGZ tegen huisarts; wettelijk zorgvuldigheidskader bij euthanasie; subsidiariteitsbeginsel; berisping; art. 293 Sr; art. 2 lid 1 sub a tot en met f Wtlvhz

    Ex-neuroloog; strafvervolging; hulpeloosheid; voorwaardelijke opzet; mishandeling

    Kort geding; zorginstelling; overplaatsing cliënt naar andere locatie; nader onderzoek CCE vereist; tussenvonnis

Diversen

Reactie op afwijzing van de voordracht tot vernietiging van ‘Beheersverordening Hellebeuk’

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden beheersverordening, spontane vernietiging, bestaand gebruik, recreatiewoningen
Auteurs Mr. M.J.H. van Baalen
SamenvattingAuteursinformatie

    De gemeente Voerendaal heeft door middel van een beheersverordening de – daarvoor illegale – permanente bewoning van recreatiewoningen gelegaliseerd. In deze bijdrage wordt de toelaatbaarheid van het legaliseren van gebruik in een beheersverordening besproken aan de hand van de afwijzing van de minister van IenM om de beheersverordening te vernietigen.


Mr. M.J.H. van Baalen
Mr. M.J.H. (Richard) van Baalen is advocaat bij A&S Advocaten in Wageningen.
Artikel

Art. 2:207c BW is vervallen – leve de steunverlening?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden steunverlening, aansprakelijkheid, tegenstrijdig belang, doeloverschrijding, pauliana
Auteurs Mr. J.H.L. Beckers
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het schrappen van artikel 2:207c BW is het leerstuk van de (financiële) steunverlening verleden tijd. Naar huidig recht moet steunverlening worden getoetst aan de algemene regels voor bestuurshandelen. In deze bijdrage wordt ingegaan op het aansprakelijkheidskader en de betekenis van de regels inzake doeloverschrijding, tegenstrijdig belang en de pauliana.


Mr. J.H.L. Beckers
Mr. J.H.L. Beckers is wetenschappelijk medewerker bij NautaDutilh te Amsterdam en verbonden aan het Van der Heijden Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Ben ik mijn broeders hoeder? De bijzondere zorgplicht van banken bij beleggingsfraude nader bekeken

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden beleggingsfraude, piramidespel, zorgplicht, derden, bank
Auteurs Mr. L.A. van Amsterdam
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van een relevant recent door het Gerechtshof Den Haag gewezen arrest bespreekt de auteur een aantal aspecten van de bijzondere zorgplicht die een bank jegens (potentiële) slachtoffers van beleggingsfraude heeft.


Mr. L.A. van Amsterdam
Mr. L.A. van Amsterdam is in april 2014 aan de Universiteit van Amsterdam op de bijzondere zorgplicht van banken in gevallen van beleggingsfraude afgestudeerd. Hij begint in september als advocaat-stagiair.
Artikel

Naar een vervanging van de unus-testisregel van artikel 342 lid 2 Sv

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2014
Trefwoorden unus testis, bewijsmotivering, bewijsbeslissing, bewijsminimum
Auteurs Mr. dr. Joost S. Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    The rule that a conviction cannot be based on the statement of just one witness, is codified in article 342 of the Dutch Criminal Procedural Code. The Supreme Court has recently demanded that such a statement finds sufficient support in other evidence and that sometimes the trial judge needs to specify why that statement is corroborated enough by other evidence. However, the Supreme Court has always given a very marginal meaning to this rule, by allowing convictions which basically are substantiated by only that one statement. The evidence supporting the story of the witness does not have to prove that the crime actually took place, nor that is indeed the defendant who has committed it. In this article, I propose the replacement of the rule with a well-founded motivated ruling of the trial judge on this subject.


Mr. dr. Joost S. Nan
Mr. dr. Joost S. Nan is universitair docent Straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)advocaat.

Mr. Rob van Noort
Mr. Rob van Noort is officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag. Hij is tevens redactielid van PROCES.
Artikel

Algemene aspecten van de Wet vereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2014
Trefwoorden belastingrecht, bestuursrecht, rechtsbescherming, elektronisch bestuurlijk verkeer
Auteurs Prof. mr. M. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op het wetsvoorstel Wet vereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst, dat door de staatssecretaris van Financiën in de zomer van 2013 is ingediend bij de Tweede Kamer. Het voorstel bevat twee componenten: een wijziging van de procedure voor het opleggen van een aanslag en de rechtsbescherming daartegen en de invoering van verplicht digitaal verkeer tussen de belastingplichtigen en de Belastingdienst. De voorstellen hangen met elkaar samen: digitaal verkeer vraagt om een eenvoudiger aanslagprocedure, die meer ruimte voor ‘informele’ correcties biedt. Beide voorstellen hebben bredere betekenis voor het bestuursrecht. De auteur gaat in op hun merites, zowel voor de fiscaliteit als voor het algemene bestuursrecht.


Prof. mr. M. Scheltema
Prof. mr. M. Scheltema is regeringscommissaris voor algemene regels van bestuursrecht.
Toont 981 - 1000 van 3045 gevonden teksten
1 2 42 43 44 45 46 47 48 50 »
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.