Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 2576 artikelen

x
Artikel

De speelruimte van de strafrechter

Een pleidooi voor een meer open en transparante opstelling

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2014
Trefwoorden strafrecht, onpartijdigheid, rechter, wraking
Auteurs Mr. Leonard de Weerd en Mr. Liza Stapel
SamenvattingAuteursinformatie

    A fair trial can only be guaranteed if a judge gives as much insight in his line of thinking as possible and if a judge is actively participating in finding the truth in a criminal case. According to statutes and case law a judge has a lot of freedom to show how he feels about certain things during criminal proceedings. A challenge to a judge shall not quickly be admissible. Still, a judge needs to be impartial and willing to review his preliminary decision/opinion.


Mr. Leonard de Weerd
Mr. Leonard de Weerd is senior rechter bij de Rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, afdeling strafrecht.

Mr. Liza Stapel
Mr. Liza Stapel is senior juridisch medewerkster Midden-Nederland, locatie Utrecht, afdeling strafrecht.
Column

Tussen familieband en toga-advies

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2014
Auteurs Mr. Coosje Peterse
Auteursinformatie

Mr. Coosje Peterse
Mr. Coosje Peterse is strafrechtadvocaat te Den Haag en tevens redactielid van PROCES.
Artikel

Access_open Metatoezicht op voedselveiligheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden metatoezicht op voedselveiligheid, privaat toezicht, NVWA, voedselveiligheid, publiek-private samenwerking
Auteurs Mr. dr. Paul Verbruggen en Dr. ir. Tetty Havinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Toezicht op voedselveiligheid is een aangelegenheid van zowel publieke als private partijen. Overheid en bedrijfsleven dragen beide verantwoordelijkheid voor controle en naleving van voedselveiligheidsnormen. Zij hebben daartoe allebei geavanceerde systemen van toezicht ontwikkeld met als primair doel risico’s op voedselveiligheid te beheersen en beperken. Kenmerkend is de relatief recente ontwikkeling dat publieke en private actoren elkaars inspanningen voor de verwezenlijking van dit doel onderling pogen af te stemmen. In Nederland probeert de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) toezicht te houden op private vormen van toezicht. Hoe richt de NVWA dit metatoezicht (toezicht op toezicht) in? Welke waarborgen brengt de NVWA aan bij de afstemming van haar toezicht op private initiatieven en op welke punten behoeft dit verbetering? De auteurs maken een vergelijkende analyse van twee initiatieven van privaat toezicht die door de NVWA zijn geaccepteerd als ‘zelfcontrolesysteem’ voor levensmiddelen, te weten Bureau de Wit en Riskplaza.


Mr. dr. Paul Verbruggen
Mr. dr. P.W.J. Verbruggen is universitair docent Onderzoekcentrum Onderneming & Recht.

Dr. ir. Tetty Havinga
Dr. ir. T. Havinga is universitair hoofddocent rechtssociologie.
Artikel

Uitvoering van de Europese Erfrechtverordening in Nederland: wijziging van Boek 10 BW en inpassing van de Europese erfrechtverklaring

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2014
Trefwoorden internationaal erfrecht, grensoverschrijdende erfopvolging, Uitvoeringswet Verordening Erfrecht, Europese Erfrechtverordening, Haags Erfrechtverdrag 1989, Boek 10 BW, Europese erfrechtverklaring, IPR
Auteurs Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    Onlangs is bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel tot uitvoering van de Europese Erfrechtverordening ingediend. Verschillende onderdelen van de verordening vragen om nadere uitvoeringswetgeving in de lidstaten. In deze bijdrage worden de belangrijkste bepalingen uit het Nederlandse wetsvoorstel besproken. Onder meer de wijzigingen in Titel 12 van Boek 10 BW en de introductie van de Europese erfrechtverklaring in het Nederlandse rechtssysteem komen aan bod.
    Al met al maakt de Uitvoeringswet de contouren van de toepassing van de verordening in Nederland weer een beetje duidelijker, al blijven er voor de weerbarstige internationale boedelpraktijk ook nog voldoende vragen open.


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en adviseur bij PlasBossinade advocaten en notarissen te Groningen.
Artikel

Het semi-dwingendrechtelijke karakter van de klantenvergoeding bij het einde van de agentuurovereenkomst nader belicht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden handelsagent, agentuurovereenkomst, klantenvergoeding, goodwillvergoeding, dwingendrechtelijk
Auteurs Mr. ir. M.J. Sturm
SamenvattingAuteursinformatie

    De regeling van de klantenvergoeding ex art. 7:442 BW is semidwingendrechtelijk van karakter. De mogelijkheden om via het internationaal privaatrecht de regeling te omzeilen zijn beperkt, terwijl ook anderszins die mogelijkheden lijken te ontbreken.


Mr. ir. M.J. Sturm
Mr. ir. M.J. Sturm is advocaat bij Houthoff Buruma te Rotterdam.
Artikel

Internationale politiële openbareordehandhaving in Benelux-verband: relevante wetgeving en praktische toepassing

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Benelux-verdrag, Internationale samenwerking, Politie, Openbareordehandhaving
Auteurs Dr. Benjamin R. van Gelderen
SamenvattingAuteursinformatie

    Police agencies in Europe operate outside their domestic territory more and more often. Within the European Union, special attention is focused on the exchange of information and on countering organized crime. However, international public order enforcement receives less attention. The present article highlights the relevant legislation and practical opportunities applicable to public order enforcement in the cooperation between the Dutch and Belgium police force. In addition, the use of force and the principle of sovereignty are debated. Finally, recommendations will be given in order to improve future cooperation within the field of international public order enforcement in the Benelux.


Dr. Benjamin R. van Gelderen
Dr. Benjamin R. van Gelderen CPO is als hoofdinspecteur van politie werkzaam bij de Politie Zeeland-West-Brabant.
Artikel

EMIR: de verplichtingen voor de niet-financiële tegenpartij (onder de clearingdrempel)

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 4 2014
Trefwoorden EMIR, derivatencontract, niet-financiële tegenpartij
Auteurs Mr. S.N. Demper
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur beoogt (aan de hand van een op de financieringspraktijk gebaseerde casus) een overzicht te geven van de verplichtingen voor niet-financiële tegenpartijen – hetgeen omvat alle ondernemingen in Europa die een derivatencontract afsluiten – bij derivatencontracten, zoals deze voortvloeien uit de European Markets Infrastructure Regulation 648/2012 (EMIR).


Mr. S.N. Demper
Mr. S.N. Demper is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Implicaties van de Flex-BV voor de overnamepraktijk: een praktische benadering vanuit de private equity-praktijk

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Flex-BV, private equity, overnamepraktijk, managementparticipatie, statuten
Auteurs Mr. T.P.H. Olthoff
SamenvattingAuteursinformatie

    Het is alweer anderhalf jaar geleden dat de Flex-BV-wetgeving is ingevoerd. Time flies when you’re having fun. In deze bijdrage zet de auteur aan de hand van een praktijkvoorbeeld uiteen wat de implicaties van de invoering van de Flex-BV-wetgeving voor de praktijk zijn.


Mr. T.P.H. Olthoff
Mr. T.P.H. Olthoff is kandidaat-notaris bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Toetsing van plaatsing op een sanctielijst na Kadi II

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden sanctielijst, rechterlijke toetsing, recht op verdediging, afscherming van informatie
Auteurs Prof. mr. A.A. Franken en prof. mr. P.T.C. van Kampen
SamenvattingAuteursinformatie

    In Kadi II heeft het Hof van Justitie vastgehouden aan zijn lijn dat een verordening die uitvoering geeft aan een VN-resolutie geen immuniteit van jurisdictie geniet. De plaatsing van een persoon op een sanctielijst wordt daarom volledig getoetst aan de grondrechten die behoren tot de algemene beginselen van Unierecht. In zijn arrest van 18 juli 2013 heeft het Hof van Justitie richtlijnen voor die toetsing geformuleerd. De toekomstige discussie zal zich vooral toespitsen op de vraag hoe specifiek de uiteenzetting van redenen moet zijn die aan de plaatsing op een sanctielijst ten grondslag ligt en op de vraag hoe met informatie moet worden omgegaan die voor de betrokken persoon of entiteit geheim wordt gehouden.HvJ EU 18 juli 2013, gevoegde zaken C-584/10 P, C-593/10 P en C-595/10 P, Europese Commissie e.a./Kadi, n.n.g.


Prof. mr. A.A. Franken
Prof. mr. A.A. (Stijn) Franken is hoogleraar straf(proces)recht aan de Universiteit Utrecht en advocaat te Amsterdam.

prof. mr. P.T.C. van Kampen
Prof. mr. P.T.C. (Petra) van Kampen is hoogleraar strafrechtspraktijk aan de Universiteit Utrecht en advocaat te Amsterdam.
Artikel

De Embryowet opnieuw geëvalueerd

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2014
Trefwoorden embryo, stamcellen, geslachtskeuze, chimaere
Auteurs Mr. dr. M.C. Ploem, dr. W.J. Dondorp, prof. mr. J. Legemaate e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De Embryowet werd in 2012 voor de tweede keer geëvalueerd. Veel van de in de eerste evaluatie gesignaleerde knelpunten zijn nog niet opgelost, en er zijn nieuwe bijgekomen. Het zijn met name de verbodsbepalingen die tot discussie (blijven) leiden. Zo beperkt het verbod om embryo’s voor andere doeleinden dan zwangerschap tot stand te brengen nog steeds de mogelijkheden voor onderzoek naar de effectiviteit en veiligheid van nieuwe voortplantingstechnieken. Een nieuwe discussie betreft het maken van mens-diercombinaties als mogelijke bron van menselijke organen. De Embryowet verbiedt dergelijke ‘chimaeren’ langer dan veertien dagen te kweken, maar dat verbod is zo geformuleerd dat de huidige techniek voor het maken van chimaeren er niet onder valt. De auteurs bespreken in hun bijdrage nog diverse andere technologische ontwikkelingen, geven aan welke implicaties die hebben voor de Embryowet en plaatsen kanttekeningen bij de door het kabinet in reactie op beide evaluaties ingenomen standpunten.


Mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het AMC, Afd. Sociale Geneeskunde.

dr. W.J. Dondorp
Wybo Dondorp is onderzoeker/docent bij de Universiteit Maastricht, Afd. Metamedica en onderzoeksscholen CAPHRI en GROW.

prof. mr. J. Legemaate
Johan Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht bij het AMC, Afd. Sociale Geneeskunde.

prof. dr. G.M.W.R. de Wert
Guido de Wert is hoogleraar bij de Universiteit Maastricht, Afd. Metamedica en onderzoeksscholen CAPHRI en GROW. Alle auteurs maakten deel uit van het onderzoeksteam dat de tweede evaluatie van de Embryowet heeft uitgevoerd. De laatste auteur maakte ook deel uit van het team dat de eerste evaluatie uitvoerde.

    Cardioloog; succesvol beroep tegen waarschuwing in eerste aanleg; informed consent; art. 7:450 en 7:452 BW

Discussie

Mooie woorden zijn nog geen mooie daden

Een kritische reflectie op het verband tussen legitimiteit en nalevingsgedrag

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2014
Auteurs Ben van Velthoven en Bo Terpstra
Auteursinformatie

Ben van Velthoven
Ben van Velthoven is universitair hoofddocent rechtseconomie aan de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek richt zich op aansprakelijkheidsvraagstukken, geschilbeslechting en rechtshandhaving.

Bo Terpstra
Bo Terpstra is als wetenschappelijk docent verbonden aan de Juridische Faculteit van de Universiteit Leiden.

    In Denemarken en Nederland is sprake geweest van wetgeving die tot doel had, in het belang van het kind, de gelijkheid van ouders ten opzichte van hun kinderen verder te bevorderen. Voor beide landen werd al tijdens de parlementaire behandeling van de wetsvoorstellen toegezegd dat de wetten binnen een termijn van drie jaar zouden worden geëvalueerd. Inmiddels heeft de evaluatie van de Deense wet op de ouderlijke verantwoordelijkheid ook tot wetswijziging geleid. In dit artikel worden de achtergrond van de Deense wetsevaluatie, de evaluatie zelf en de daaropvolgende wetswijzigingen behandeld. Daarna wordt kritisch gekeken naar de interactie tussen de wetsevaluatie en de daaropvolgende wetswijzigingen. De vragen die hier rijzen, betreffen de doelstellingen van de wetsevaluatie. Wat werd beoogd? Moest de wet zich bewijzen of werd alleen beoogd de eventuele scherpe randjes van de wet af te halen? In hoeverre zijn de bevindingen verwerkt in de daaropvolgende wetswijzigingen? Ten slotte wordt het gezamenlijk ouderschap na evaluatie in perspectief gebracht.
    ---
    Recent developments in Danish and Dutch legislation have provided norms which were directed at furthering equality between parents, in the interest of the child. In both countries, it was promised in the course of the parliamentary deliberations that the enacted legislation would be evaluated within a period of three years. The Danish evaluation led to new legislation being enacted. In this article the background for the Danish evaluation, the findings in the evaluation en the resulting legislative changes are deliberated. Subsequently, the interaction between the evaluation and the resulting changes is critically analysed. An essential question concerns the purpose of the evaluation. What was envisaged? That the stated aims were realised? Or just the elimination of sharp edges of the legislation? To what extent were the findings in the evaluation taken into account in the subsequent legislative changes? Finally, joint parenting after evaluation will be brought into perspective.


Dr. Christina G. Jeppesen de Boer
Christina Jeppesen de Boer is a lecturer on comparative law at the Molengraaff Institute for Private Law (Utrecht University). She is also part of the Utrecht Centre for European Research into Family law (UCERF).
Artikel

Het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand in roerige tijden

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2014
Trefwoorden legal aid, certificate, Legal Services Counters, Roadmap to Justice, cutbacks
Auteurs S.L. Peters en L. Combrink-Kuiters
SamenvattingAuteursinformatie

    For years it has been stated that the Dutch legal aid system is balanced and performs well. Supply and demand seem to be matched and the quality of the system is judged as good. Serious problems seem to be lacking, although there is a constant increase in the number of certificates issued. The most important threat to the system are the ever shrinking government budgets together with the increasing use of the system. To date, the Dutch legal aid system has utilised open-end-financing. The Ministry of Security and Justice is in search of measures in order to contain the number of certificates, and thereby also the ever increasing costs. At the moment it is discussed if vital system changes are necessary. Will the system as we know still exist in the near future? Or will major changes need to be made? However, changes can also lead to improvement of the system.


S.L. Peters
Mr. Susanne Peters is verbonden aan de Raad voor Rechtsbijstand.

L. Combrink-Kuiters
Mr. Lia Combrink-Kuiters is verbonden aan de Raad voor Rechtsbijstand.
Artikel

De technologie van toegang tot het recht

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2014
Trefwoorden dispute resolution technology, acces to justice, ODR, justice innovation, e-Justice
Auteurs J.H. Verdonschot
SamenvattingAuteursinformatie

    Current trends in the delivery of legal services create the opportunity to develop a new generation of access to justice platforms. On the basis of two examples, the author illustrates how this can work. M-Sheria is a technology-based access to justice service that serves the poor in Kenya. It combines state of the art information technology (USSD, SMS, internet) and human technology (community paralegals and pro bono advocates) to help slum dwellers solve their legal problems. Rechtwijzer 2.0 is an internet-based platform that provides online human and technology-facilitated support to people with a legal problem in the Netherlands. These examples show how processes and professionals can be innovated to facilitate dispute resolution in delivering information and interventions just in time.


J.H. Verdonschot
Mr. dr. Jin Ho Verdonschot is werkzaam als dispute resolution technology advisor bij HiiL Innovating Justice.
Artikel

Access_open Wat is juridisch interactionisme?

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2014
Trefwoorden interactionism, Lon Fuller, interactional law, legal pluralism, concept of law
Auteurs Wibren van der Burg
SamenvattingAuteursinformatie

    Two phenomena that challenge theories of law in the beginning of the twenty-first century are the regulatory explosion and the emergence of horizontal and interactional forms of law. In this paper, I develop a theory that can address these two phenomena, namely legal interactionism, a theory inspired by the work of Fuller and Selznick. In a pluralist approach, legal interactionism recognizes both interactional law and enacted law, as well as other sources such as contract. We should aim for a pluralistic and gradual concept of law. Because of this pluralist and gradual character, legal interactionism can also do justice to global legal pluralism and to the dynamic intertwinement of health law and bioethics.


Wibren van der Burg
Wibren van der Burg is Professor of Legal Philosophy and Jurisprudence, Erasmus School of Law at the Erasmus University Rotterdam.
Artikel

Opzettelijke wanprestatie en contractuele remedies: een onderbelicht terrein

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Wanprestatie, Motief, Schuldeiser, Opzettelijk, remedies
Auteurs Mr. dr. M. van Kogelenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt via een rechtsvergelijkende analyse betoogd dat de teleurgestelde crediteur in het geval van opzettelijke wanprestatie toegang zou moeten hebben tot strengere sancties dan het contractenrecht normaal gesproken biedt. De teleurgestelde crediteur zou bijvoorbeeld eerder nakoming moeten kunnen vorderen, in ruimere mate tegemoet moeten worden gekomen in bewijs en begroting van de schade ter grootte van het positief contractsbelang, een hogere schadevergoeding moeten kunnen claimen, eerder toegang moeten hebben tot winstafdracht en eerder moeten kunnen ontbinden.


Mr. dr. M. van Kogelenberg
Mr. dr. M. van Kogelenberg is onderzoeker en docent burgerlijk recht aan Erasmus Universiteit te Rotterdam. De auteur dankt A.G. Castermans, M.W. Knigge en S.D. Lindenbergh voor hun commentaar op eerdere versies.
Toont 981 - 1000 van 2576 gevonden teksten
1 2 42 43 44 45 46 47 48 50 »
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.