Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 2817 artikelen

x
Artikel

Segregatie en portabiliteit: de Wge als panacee voor MiFID en EMIR

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2014
Trefwoorden vermogensscheiding, segregatie, portabiliteit, MiFID, EMIR
Auteurs Prof. mr. W.A.K. Rank
SamenvattingAuteursinformatie

    Vermogensscheiding en segregatie en portabiliteit worden in MiFID respectievelijk EMIR gepresenteerd als de ultieme instrumenten ter bescherming van de derivatenbelegger tegen faillissement van een tussenpersoon. In deze bijdrage wordt onderzocht welke betekenis aan deze begrippen moet worden toegekend en of de derivatenbelegger onder de nieuw voorziene wettelijke regeling van de Wge voldoende wordt beschermd.


Prof. mr. W.A.K. Rank
Prof. mr. W.A.K. Rank is advocaat en partner bij NautaDutilh te Amsterdam en hoogleraar financieel recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Henk Leenen-lezing: Bepalen de media de kwaliteit van zorg?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden media, publiciteit, mediabeleid zorginstellingen
Auteurs Prof. mr. J.H. Hubben
SamenvattingAuteursinformatie

    Zesde Henk Leenen-lezing, uitgesproken ter gelegenheid van de op 25 april 2014 gehouden jaarvergadering van de Vereniging voor Gezondheidsrecht. In de lezing gaat de auteur in op de vraag welke wisselwerking er is tussen de media en de gezondheidszorg en hoe de relatie zou kunnen worden verbeterd.


Prof. mr. J.H. Hubben
Joep Hubben is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Groningen en adviseur voor het gezondheidsrecht bij Nysingh advocaten-notarissen.

Prof. mr. A.C. Hendriks
Artikel

Meer of minder afval?

Het onderscheid tussen afvalstoffen en grondstoffen onder de vernieuwde Kaderrichtlijn Afvalstoffen 2008/98/EG

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2014
Trefwoorden afvalstof, grondstof, hergebruik, Kaderrichtlijn Afvalstoffen
Auteurs Mr. dr. J.R.C. Tieman
SamenvattingAuteursinformatie

    De vernieuwde Kaderrichtlijn Afvalstoffen verscheen eind 2008 in het Europese publicatieblad. Vijf jaar na dato kan aan de hand van de rechtspraak over het begrip afvalstof en de in de richtlijn opgenomen uitzonderingen de balans worden opgemaakt: is het met de nieuwe richtlijn in de hand inderdaad makkelijker geworden om afvalstoffen van (secundaire) grondstoffen te onderscheiden? De conclusie is dat dit maar zeer ten dele is gelukt, en dat het nog steeds vooral aan de rechter is om de scherpe randjes van het afvalstoffenbegrip weg te vijlen. Wel lijkt het zo dat het begrip afvalstof anno 2014 minder ruim is dan in 2000 na het arrest ARCO Chemie misschien nog werd gedacht.


Mr. dr. J.R.C. Tieman
Mr. dr. J.R.C. (John) Tieman is werkzaam bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Access_open Private law as an open legal order: understanding contract and tort as interactional law

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2014
Trefwoorden contract law, Fuller, informal law, pragmatism, rules versus standards
Auteurs Prof Sanne Taekema PhD
SamenvattingAuteursinformatie

    This article puts forward the claim that private law, and especially contract and tort, is the area of law that most clearly shows how law depends on social interactions. Taking its cue from Lon Fuller, interactional law is presented as a form of law that depends on informal social practices. Using tort and contract cases, it is argued that this implies that law is in open connection to moral norms and values, and that law cannot be understood without taking into account people’s everyday reciprocal expectancies.


Prof Sanne Taekema PhD
Sanne Taekema is Professor of Jurisprudence, Erasmus School of Law, Erasmus University of Rotterdam. Her current research is oriented to the rule of law in a global context and to methodological and conceptual issues pertaining to interdisciplinary rule of law.

Willem Witteveen PhD
Artikel

Access_open Liberalism and Societal Integration: In Defence of Reciprocity and Constructive Pluralism

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2014
Trefwoorden societal integration, liberalism, conflict, constructive pluralism, citizenship, national communities
Auteurs Dora Kostakopoulou PhD
SamenvattingAuteursinformatie

    Communities can only be dynamic and projective, that is, oriented towards new and better forms of cooperation, if they bring together diverse people in a common, and hopefully more equal, socio-political life and in welfare. The latter requires not only back-stretched connections, that is, the involvement of co-nationals and naturalized persons, but also forward-starched connections, that is, the involvement of citizens in waiting. Societal integration is an unhelpful notion and liberal democratic polities would benefit from reflecting critically on civic integration policies and extending the norm of reciprocity beyond its assigned liberal national limits. Reciprocity can only be a comprehensive norm in democratic societies - and not an eclectic one, that is, either co-national or co-ethnic.


Dora Kostakopoulou PhD
Dora Kostakopoulou is currently Professor of European Union Law, European Integration and Public Policy at Warwick University. Her research interests include European public law, free movement of persons and European Union citizenship, the area of freedom, security and justice, migration law and politics, citizenship, multiculturalism and integration, democracy and legitimacy in the EU, law and global governance, political theory and constructivism, and, fairly recently, equality law.
Artikel

Access_open The Public Conscience of the Law

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Hobbes, reciprocity, rule of Law, conscience, legality, liberty
Auteurs David Dyzenhaus PhD
SamenvattingAuteursinformatie

    I focus on Hobbes’s claim that the law is ’the publique Conscience, by which [the individual] (…) hath already undertaken to be guided.’ This claim is not authoritarian once it is set in the context of his complex account, which involves three different relationships of reciprocity: the contractarian idea that individuals in the state of nature agree with one another to institute a sovereign whose prescriptions they shall regard as binding; the vertical, reciprocal relationship between ruler and ruled; and the horizontal relationship between individuals in the civil condition, made possible by the existence of the sovereign who through enacting laws dictates the terms of interaction between his subjects. The interaction of these three relationships has the result that subjects relate to each other on terms that reflect their status as free and equal individuals who find that the law enables them to pursue their own conceptions of the good.


David Dyzenhaus PhD
David Dyzenhaus is a Professor of Law and Philosophy at the University of Toronto, and a Fellow of the Royal Society of Canada. His books include Hard Cases in Wicked Legal Systems: South African Law in the Perspective of Legal Philosophy (now in its second edition) and Legality and Legitimacy: Carl Schmitt, Hans Kelsen, and Hermann Heller in Weimar.

A. Daniel Oliver-Lalana PhD
Artikel

Access_open The Normative Foundation of Legal Orders: A Balance Between Reciprocity and Mutuality

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2014
Trefwoorden reciprocity, mutuality, social morality of duties, legal morality of rights, intergenerational justice
Auteurs Dorien Pessers PhD
SamenvattingAuteursinformatie

    Reciprocity seems to figure as a self-evident normative foundation of legal orders. Yet a clear understanding of the often opaque role that reciprocity plays in this regard demands drawing a conceptual distinction. This article views reciprocity as a social morality of duties, in opposition to mutuality, which concerns a legal morality of rights. In everyday life these two broad categories of human interaction interfere in a dynamic way. They need to be brought into an appropriate balance in legal orders, for the sake of justice. The practical relevance of this conceptual distinction is clarified by the debate about justice between present and future generations. I argue that this debate should be viewed as a debate about the terms of reciprocity rather than relations of mutuality. Acknowledging the deeply reciprocal nature of the relations between past, present and future generations would lead to a more convincing moral theory about intergenerational justice.


Dorien Pessers PhD
Dorien Pessers is Professor of the Legal and Theoretical Foundations of the Private Sphere at the VU University and at the University of Amsterdam. Her research focuses primarily on the theoretical foundations of the public and private spheres.
Artikel

Access_open Reciprocity: a fragile equilibrium

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2014
Trefwoorden reciprocity, exchange theory, natural law theory, dyadic relations, corrective justice
Auteurs Prof. dr. Pauline Westerman PhD
SamenvattingAuteursinformatie

    Reciprocity may serve to explain or to justify law. In its latter capacity, which is the topic of this article, reciprocity is commonly turned into a highly idealized notion, as either a balance between two free and equal parties or as the possibility of communication tout court. Both ideals lack empirical reference. If sociological and anthropological literature on forms of exchange is taken into account, it should be acknowledged that reciprocal relations are easy to destabilize. The dynamics of exchange invites exclusion and inequality. For this reason reciprocity should not be presupposed as the normative underpinning of law; instead, law should be presupposed in order to turn reciprocity into a desirable ideal.


Prof. dr. Pauline Westerman PhD
Pauline Westerman is Professor in Philosophy of Law at the University of Groningen and member of staff at the Academy for Legislation in the Hague. She is editor of The Theory and Practice of Legislation, a journal published by Hart, Oxford. She writes mainly on legal methodology and legislation, especially on alternative forms of legislation. For more information as well as publications, see her personal website: <www.paulinewesterman.nl>.
Artikel

Klaarheid over het Clearing House

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2014
Trefwoorden wetsevaluatie, wetgevingskwaliteitsbeleid, werking van wetgeving, Clearing House voor Wetsevaluatie, IAK
Auteurs Prof. mr. G.J. Veerman
SamenvattingAuteursinformatie

    Bezien wordt wat het Clearing House voor Wetsevaluatie (CHW) heeft opgeleverd en of, en zo ja, hoe een CHW moet worden verankerd in het wetgevingskwaliteitsbeleid. De opbrengst is meer kennis: een empirisch onderbouwd schema van factoren die invloed kunnen hebben op de naleving en doelbereiking van wetten. Een meta-evaluatie leverde onder andere op dat wetten heel behoorlijk hun doel bereiken, dat er een sterk verband is tussen bekendheid, naleving en doelbereiking, en dat consultatie en gebruik van toezichts- en handhavingsbevoegdheden bijdragen aan naleving en doelbereiking. Een institutionele inbedding van kwaliteitszorg is nodig als tegenwicht tegen de druk zo snel mogelijk wetgeving te produceren tegen de laagste kosten. Voortdurende aanvulling van kennis en inzicht in het proces van wetgeving kan via het IAK worden georganiseerd, bij voorkeur aan de hand van thematisch onderzoek.


Prof. mr. G.J. Veerman
Prof. mr. G.J. Veerman is sinds 2012 met pensioen. Hij startte het Clearing House voor Wetsevaluatie en was daarvoor hoofd van het Kenniscentrum Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Hij was van 2003 tot 2014 hoogleraar wetgeving aan Maastricht University.
Artikel

Ex-antestudies op de kaart

Onderzoek naar beleidsvoornemens (2005-2011): aard, aantallen en wat ex-postevaluaties erover zeggen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2014
Trefwoorden ex-ante-evaluatie, beleidsvoorbereiding, metastudie, ex-postevaluatie, feedback-onderzoek
Auteurs Dr. C.M. Klein Haarhuis en Dr. M. Smit
SamenvattingAuteursinformatie

    In hoeverre is de toegenomen aandacht voor ex-ante-evaluatie, zowel in beleidskringen als in publicaties, terug te zien in de evaluatiepraktijk? Op basis van de uitkomsten van een recente door het WODC verrichte metastudie gaan we in deze bijdrage in op aard en omvang van 306 in de periode 2005-2011 voor de rijksoverheid verrichte ex-anteanalyses. Daarbij besteden we ook aandacht aan hun voorspellingskracht. We onderscheiden acht typen ex-anteanalyses. Combinaties van studietypen, kosten-batenanalyses en verkennende ( quickscan) studies komen het meest voor. Van de bestudeerde analyses was 15% gevolgd door een latere evaluatie (ex durante of ex post). Redenen waarom latere evaluaties ontbreken, zijn dat het ex ante onderzochte beleid inmiddels van de baan is, of nog in de ontwerpfase verkeert. In sommige gevallen was het waarschijnlijk nog te vroeg voor evaluatie. Lang niet alle latere evaluaties sluiten aan op het ex-anteonderzoek. Wanneer dat wel het geval is, worden voorspellingen soms wel, soms deels en soms niet bevestigd. Aan het belang van zowel ex-ante- als ex-postonderzoek doen deze observaties niet af; bevindingen uit ex-postevaluaties over wat in het verleden of elders gewerkt heeft, zijn een onmisbare bron van kennis voor toekomstig ex-anteonderzoek en daarmee voor beleid en wetgeving.


Dr. C.M. Klein Haarhuis
Dr. C.M. Klein Haarhuis is onderzoeker bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. M. Smit
Dr. M. Smit is afdelingshoofd bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Apple’s APPA

Nieuwe wijn in oude zakken of oude wijn in nieuwe zakken? Een economisch commentaar

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2014
Trefwoorden online verticale restricties, netwerkeffecten, most favoured nation clauses, across-platforms parities agreement, transactiekosten
Auteurs Drs. Matthijs Visser en Dr. Jan Kees Winters
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij online transacties is vaak sprake van platforms die transactiekosten tussen aanbieders en vragers van producten verlagen. Om investeringen in platforms tegen free riding te beschermen, kunnen platforms met de aanbieders die actief zijn op het platform een across-platforms parities agreement (APPA) afspreken: aanbieders beloven hun producten of diensten niet voor een lagere prijs aan te bieden via een ander platform/distributiekanaal. Mededingingsautoriteiten zien APPAs’ nogal eens als mededingingsbelemmerend. De Apple-casus illustreert juist hoe toetreding mogelijk kan worden door middel van een APPA. Onze conclusie is dat (verticale) afspraken een beoordeling van een concrete casusspecifieke theory of harm vereisen.


Drs. Matthijs Visser
Drs. M. Visser is partner bij RBB Economics.

Dr. Jan Kees Winters
Dr. J.K. Winters is principal bij RBB Economics.
Artikel

De nieuwe aanbestedingsrichtlijnen: werk aan de winkel of kan de wetgever op zijn lauweren rusten?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden nieuwe aanbestedingsrichtlijnen, concessierichtlijn, inbesteding, B-diensten, Wezenlijke wijziging
Auteurs Mr. M.J.J.M. Essers, Mr. R.S. Damsma en Mr. C.G. van Blaaderen
SamenvattingAuteursinformatie

    Minder dan een jaar na de inwerkingtreding van de Aanbestedingswet 2012 wordt de nationale wetgever – niet geheel onverwacht – geconfronteerd met drie nieuwe aanbestedingsrichtlijnen. Op 21 december 2011 had de Europese Commissie al een eerste aanzet gedaan door een drietal voorstellen te publiceren. Het wetgevingstraject is na de gebruikelijke rondjes langs de diverse Europese (advies) instellingen op 26 februari 2014 uitgemond in de ondertekening van een drietal definitieve teksten. Deze teksten zijn op 28 maart 2014 in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend gemaakt. Nationale wetgevers hebben tot en met 18 april 2016 de tijd om de richtlijnen in de Aanbestedingswet te implementeren. Vanzelfsprekend zullen de ‘huidige’ aanbestedingsrichtlijnen met de komst van de nieuwe richtlijnen worden ingetrokken. In dit artikel zullen wij alleen de ‘highlights’ bespreken van de nieuwe Richtlijn Overheden (hierna: de nieuwe Richtlijn) en de Concessierichtlijn.Richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van concessieovereenkomsten, Pb. EU 2014, L 91/1;Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG, Pb. EU 2014, L 94/65;Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG, Pb. EU 2014, L 94/243.


Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. (Maurice) Essers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. R.S. Damsma
Mr. R.S. (Redmar) Damsma is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. C.G. van Blaaderen
Mr. C.G. (Cor) van Blaaderen is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Naar standaardisering van de kosten van de deelgeschilprocedure?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2014
Trefwoorden deelgeschilprocedure, buitengerechtelijke kosten, begroting, proceskosten, redelijkheidstoets, redelijke kosten, BGK, uurtarief, standaardisering, indicatietarieven
Auteurs I.D. Kerekes
SamenvattingAuteursinformatie

    De rechter dient per deelgeschil te beoordelen of en in hoeverre de kosten die een partij stelt te hebben gemaakt in het kader van de procedure als redelijk kunnen worden aangemerkt. In de praktijk blijkt het lastig te ontdekken wat onder ‘redelijke kosten’ dient te worden verstaan. Belangenbehartigers, verzekeraars en rechters hebben de behoefte geuit aan een handvat om de redelijkheid van de kosten te kunnen beoordelen en/of een betere inschatting te kunnen maken van het mogelijke kostenrisico. In de literatuur is betoogd dat standaardisering van de kosten in de deelgeschilprocedure tot meer transparantie en rechtszekerheid zal leiden. Met de evaluatie van de Wet deelgeschillen op komst lijkt dit een geschikt moment om het kostenprobleem en een aantal oplossingen die zijn aangedragen op een rij te zetten.


I.D. Kerekes
I.D. Kerekes is student-onderzoeker aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. De auteur dankt mr. A.J. Van en prof. mr. A.J. Akkermans voor de commentaren op eerdere versies. Voor het onderzoek is tevens dankbaar gebruik gemaakt van een door L.C. Hogeling samengesteld overzicht van uitspraken in deelgeschilprocedures.
Artikel

Professionele weerbaarheid en de politie

Naar een persoonsgerichte aanpak

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2014
Auteurs Geeske ten Wolde, Barbara Zwirs en Nelleke Kruse
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of the article is to analyse the correlations between social cognitive factors and behaviour that increases resilience by police officers and to assess in which way intention mediates the possible correlations. The study was based on Ajzen's theory of planned behaviour. A cross-sectional survey study was conducted in which 1.799 police officers in the Netherlands completed a questionnaire. Data was also collected by organising qualitative expert meetings with police officers. The data has been analysed using linear regression. The results show that intention had the highest correlation with behaviour that increases resilience and mediates the correlations of the social cognitive factors partially. Perceived behavioural control and attitude also had a direct correlation with behaviour that increases resilience. Subjective norm had a weak correlation with behaviour. This is the first study which tested TPB for behaviour that increases resilience by police officers. Because the design of this study was cross-sectional, more research is needed to better understand the causal relations between social cognitive factors and intention with behaviour that increases resilience by police officers.


Geeske ten Wolde
Geeske ten Wolde is werkzaam voor de politie-eenheid Noord-Holland en onderzoeker bij het project ‘Versterking Professionele Weerbaarheid’.

Barbara Zwirs
Barbara Zwirs is universitair docent Criminologie aan het Instituut Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Nelleke Kruse
Nelleke Kruse was onderzoeker bij het project ‘Versterking Professionele Weerbaarheid’ van de politie-eenheid Noord-Holland.

    The economic analysis of (potential) disasters is an important method to determine the efficacy and efficiency of investments in disaster prevention and mitigation. The Dutch National Risk Assessment (NRA) provides an integrated, whole-of-government and all-hazard approach to Dutch national security. The strategy does not only intend to identify capacity gaps and define measures regarding individual threats and risks, but also to enhance capability planning and policy development concerning overall national security. The approach is multi-disciplinary and based upon scenarios which are evaluated and graded in terms of impact and likelihood according to a unified scoring method. Economic impact is one of the criteria in the NRA risk assessment methodology. This article provides a review of the (applied) scientific literature of the many economic tools and methods that have been used worldwide to estimate the (potential) impact of disasters and provides concrete applications at the micro and macro levels to Dutch cases and scenarios that were developed during the five annual cycles of the NRA's existence (2007-2011). We discuss pros and cons of applied methodologies.


Peter van Bergeijk
Peter van Bergeijk is hoogleraar Internationale economie en Macro-economie aan het International Institute of Social Studies van de Erasmus Universiteit.

Marcel Mennen
Marcel Mennen is algemeen secretaris van het Analistennetwerk Nationale Veiligheid en senior onderzoeker CBRN aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Centrum voor Veiligheid te Bilthoven.

    Bij besluit tot snelheidsverhoging is onvoldoende rekening gehouden met de gezondheidsbelangen van omwonenden.

Artikel

Het bestrijden van uitkeringsfraude: mogelijkheden en moeilijkheden

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2014
Trefwoorden social security fraud, social assistance benefits, detecting fraud, municipalities, local policies
Auteurs M. Fenger en W. Voorberg
SamenvattingAuteursinformatie

    This article focuses on the role of local municipalities in detecting and sanctioning benefit fraud, specifically fraud with social assistance benefits. Since the early 2000's, the government's attention for benefit fraud has been increased, resulting in the strengthening of the tasks and responsibilities of local municipalities in combatting and detecting fraud. There are indications that this has been successful: there is an increase in detection and the number of people that claims to offend the rules is decreasing. However, there is a significant amount of variety between municipalities in their performance with this regard. The authors argue that these differences are related to the design and implementation of local policies concerning the detection of benefit fraud. They offer several recommendations for more effective policies at the local level. These recommendations include a better use of available data and knowledge about the background of offenders and social assistance recipients.


M. Fenger
Dr. Menno Fenger is universitair hoofddocent aan de opleiding Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

W. Voorberg
William Voorberg MSc is promovendus aan de opleiding Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Toont 981 - 1000 van 2817 gevonden teksten
1 2 42 43 44 45 46 47 48 50 »
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.