Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1999 artikelen

x
Artikel

Toetsing in het wetgevingsproces versterkt

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2012
Trefwoorden constitutionele toetsing, grondrechten
Auteurs Prof. mr. R.J.B. Schutgens
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de adviezen van de Nationale conventie en de Staatscommissie Grondwet en naar aanleiding van het (nog aanhangige) voorstel-Halsema wordt in deze bijdrage de constitutionele toetsing door de wetgever opnieuw aan een beschouwing onderworpen. Daarbij is vooral aandacht voor de toetsing aan de grondrechten. Er komen verschillende manieren aan bod om de toetsing tijdens de wetsprocedure te versterken: verbeteringen in de wetgevingsadvisering door de Raad van State; de instelling van een algemene Kamercommissie voor grondrechten en constitutionele toetsing naar Brits voorbeeld; een kritischere en onafhankelijke rol voor de Kamers ten opzichte van de regering; het vaststellen van een toetsingskader waarin regering, Staten-Generaal en Raad van State gezamenlijk vastleggen aan welke materiële normen zij (nader) toetsen bij toetsing aan de Grondwet. Tot slot wordt betoogd dat de rechter de kwaliteit van de toetsing in de wetsprocedure kan bevorderen door bij zijn toetsing aan de verdragsgrondrechten de toetsing door de wetgever kritisch te beoordelen.


Prof. mr. R.J.B. Schutgens
Prof. mr. R.J.B. Schutgens is hoogleraar Algemene rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen. r.schutgens@jur.ru.nl
Artikel

De in beginsel strakke regel

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Hoger beroep, In beginsel strakke regel, Grieven, Nieuwe weer, Eiswijziging, Nieuw feit
Auteurs Mr. drs. B.T.M. van der Wiel
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. drs. B.T.M. van der Wiel
Mr.drs. B.T.M. van der Wiel is advocaat bij Houthoff Buruma
Artikel

De voorlopige voorziening hangende de bodemprocedure. De reikwijdte van art. 223 Rv

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Voorlopige voorziening, art. 223 Rv, Exhibitievordering art. 843a Rv, Opheffing beslag, Voorschot
Auteurs Mr. J.H. van Dam-Lely
SamenvattingAuteursinformatie

    In de jurisprudentie voorkomende 223 Rv vorderingen worden beoordeeld op hun geschiktheid voor een voorlopige voorziening die samenhangt met de hoofdzaak en geldt voor de duur van de procedure. Een voorschot op de hoofdvordering leent zich voor een voorlopige voorziening voor zover de vordering voldoet aan de randvoorwaarden van art. 223 Rv. De vorderingen die geen voorschot inhouden blijken veelal ongeschikt zijn voor een voorlopige voorziening ex art. 223 Rv. Beargumenteerd wordt waarom de exhibitievordering van art. 843a Rv en de vordering tot opheffing van beslag (die geen ‘voorschot’ is) ongeschikt zijn voor de voorlopige voorziening ex art. 223 Rv.


Mr. J.H. van Dam-Lely
Mr. J.H. van Dam-Lely is wetenschappelijk docent privaatrecht Erasmus School of Law.

Mr. dr. drs. C.M.D.S. Pavillon
Charlotte Pavillon is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan het Groningen Centre for Law and Governance (RUG). Mijn dank gaat uit naar Jesse Meindertsma voor zijn waardevolle bijdrage aan de totstandkoming van dit artikel.

mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.

mr. dr. T.H.M. van Wechem
Mr. dr. T.H.M. van Wechem is verbonden aan Baker & McKenzie advocaten in Amsterdam, directeur van Law@Work B.V en raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Prof. dr. A. De Boeck
Prof. dr. A. De Boeck is hoofddocent privaatrecht aan de Hogeschool-Universiteit Brussel, docent aan de Universiteit Antwerpen en geaffilieerd onderzoeker aan de KU Leuven.

    In deze bijdrage staat de vraag centraal hoe de rechter moet handelen als hij nieuwe informatie ontvangt in de periode tussen de sluiting van het onderzoek ter terechtzitting en de uitspraak. In 1922 werd daar in dit tijdschrift een discussie over gevoerd tussen De Jongh, rechter te Amsterdam en Besier, advocaat-generaal bij de Hoge Raad. Waar De Jongh meende dat de rechter doof en blind moest zijn voor deze informatie, kon deze volgens Besier hervatting van het onderzoek ter terechtzitting bevelen, omdat tijdens de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. Beide opvattingen worden in deze bijdrage nader genuanceerd in het licht van de hedendaagse jurisprudentie over dit vraagstuk.


Mr. Rob van van Noort
Mr. Rob van Noort is officier van justitie in Den Haag en sinds 2010 redactielid van PROCES.

Mr. I.D.J. Willemars
Mr. I.D.J. Willemars is advocate bij Holland Van Gijzen Advocaten en Notarissen te Rotterdam.

Dr. H.J. van Kooten
Dr. H.J. van Kooten is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

dr. G.C.C. Lewin
Dr. G.C.C. Lewin is raadsheer in het gerechtshof te Amsterdam.

Mr. J.R. Sijmonsma
Mr J.R. Sijmonsma is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

Dichtung und Wahrheit in de thuiszorg

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2012
Trefwoorden thuiszorg, Wahrheit, Dichtung, Nma, contextonderzoek
Auteurs Mr. P.V.F. Bos
SamenvattingAuteursinformatie

    De Rechtbank Rotterdam heeft in april 2012 in twee zaken over de thuiszorgsector in ’t Gooi en in Kennemerland besluiten van de NMa wegens onvoldoende onderzoek en onvoldoende motivering vernietigd. Kort gezegd heeft de bestuursrechter geoordeeld dat de NMa deze twee zaken beter moet onderzoeken: de ontwikkeling van mededingingstheorieën is te veel Dichtung; ze moeten ook getoetst worden aan de concrete situaties. De NMa moet dus extra huiswerk doen en niet te veel verzinnen. De vraag is of dit haar gaat lukken. Of zal zij een terugtrekkende beweging moeten maken en indachtig de psychologen-zaak eerdere sanctiebesluiten herroepen en afzien van het opleggen van een boete?


Mr. P.V.F. Bos
Mr. P.V.F. Bos is advocaat bij BarentsKrans en tevens redactielid van M&M.
Jurisprudentie

Het CBb als wetgever: de bestuurlijke lus toegepast bij de bestuurlijke boete

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2012
Trefwoorden bestuurlijke lus, bestuurlijke boete, Ne bis in idem-beginsel, tussenuitspraak, Noord-Holland Acht
Auteurs Mr. drs. T.N. Sanders
SamenvattingAuteursinformatie

    In twee tussenuitspraken op 14 maart 2012 in de ‘Noord-Holland Acht’-kartelzaken heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) de ‘bestuurlijke lus’ toegepast bij de bestuurlijke boete. Het CBb doet dit om tot een spoedige beëindiging van het geschil te komen. Men kan zich echter afvragen of het CBb in het licht van de wetsgeschiedenis van de bestuurlijke lus en de bestuurlijke boete de juiste keuze heeft gemaakt door niet te volstaan met vernietiging ex artikel 8:72a Awb.


Mr. drs. T.N. Sanders
Mr. drs. T.N. Sanders is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.

Mr. B.J. Drijber
Mr. B.J. Drijber is advocaat en partner bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn en tevens redactielid van M&M.
Jurisprudentie

2012/28 College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 juni 2012

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden Apotheek, artikel 48 Wmg, verplichting tot sluiten contracten met zorgverzekeraars
Samenvatting

    Apotheek; artikel 48 Wmg; AMM; verplichting tot sluiten contracten met zorgverzekeraars

Artikel

De positie van de statutair bestuurder in een notendop

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 7/8 2012
Trefwoorden statutair bestuurder, dubbele rechtsbetrekking, benoeming, arbeidsovereenkomst, ontslag
Auteurs Mr. E.W.M. Heyman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur, mede naar aanleiding van de aanstaande invoering van de Wet bestuur en toezicht, hoe de positie van de statutair bestuurder ten opzichte van de vennootschap ook alweer in elkaar zit.


Mr. E.W.M. Heyman
Mr. E.W.M. Heyman is advocaat ten kantore van Allen & Overy te Amsterdam.

    This publication discusses all aspects of causal connection between damages and unlawful governmental decisions.


Laura Di Bella
: Laura Di Bella is als PhD. fellow verbonden aan de afdeling Staats- en bestuursrecht van de Universiteit Leiden. Zij doet onderzoek naar de bijzondere positie van de overheid in het onrechtmatigedaadsrecht.

    The central issue of this article is which European requirements apply when European and national authorities divide European grants among the applicants. Mostly, the European money which is available for awarding European grants is scarce. In this article, two questions come up for discussion. First: which distribution system has to be chosen? Second: to what extent the principles of equal treatment and transparancy – derived from the European procurement rules – are applicable to the distribution of European grants? This article will conclude that there is a difference between European grants awarded by the European Commission, European agencies and the so-called national agencies on the one hand, and European grants awarded by national authorities on the other.


Jacobine van den Brink
Jacobine van den Brink promoveert later dit jaar met het proefschrift ‘De uitvoering van Europese subsidieregelingen Nederland’ en is werkzaam als onderzoeker bij de Universiteit Leiden.
Artikel

OPTA: klem tussen CBb en Commissie? Over regulering, onmacht en overmacht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden voorrang Unierecht, tariefregulering, CBb, OPTA, bevoegdheid Commissie
Auteurs Mr. J.F.A. Doeleman
SamenvattingAuteursinformatie

    Telecomtoezichthouder OPTA stelt elke drie jaar plafonds vast voor bepaalde groothandelstarieven. Voor de berekening van deze plafonds hanteert OPTA een door de Commissie aanbevolen methode. Het laatste besluit – voor de periode juli 2010 tot juli 2013 – werd in augustus 2011 door het CBb vernietigd. De rechter voorzag deels zelf in de zaak en droeg OPTA voor het overige op vóór 1 januari 2012 een herstelbesluit te nemen waarin de betrokken tariefplafonds volgens een andere dan de door de Commissie aanbevolen methode werden berekend. De Commissie verhindert dat nu met een ‘standstill’. OPTA moet van het CBb rechtsaf, maar de Commissie wil dat zij linksaf gaat. Een toezichthouder tussen Scylla en Charybdis.


Mr. J.F.A. Doeleman
Mr. J.F.A. Doeleman is advocaat te Amsterdam (Houthoff Buruma).
Artikel

Vrijmetselarij en criminalisering tijdens het Vichy-regime

Een criminologische benadering van de ‘forces occultes’

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2012
Trefwoorden freemasonry, secrets, anti-masonry, criminalization
Auteurs Marc Cools
SamenvattingAuteursinformatie

    The political far right French Vichy-regime or French State (1940-1944) criminalized freemasonry as a dangerous secret society using several state owned measures. In the tradition of the secret Jewish-Masonic conspiracy theory a legal framework was established to criminalize and ban freemasonry, to dissolve the lodges and to remove individual freemasons from command positions. Intellectuals, former freemasons, public and private police and intelligence agencies helped the regime to establish an anti-Masonic documentation, exhibition and movie (Forces occultes) in order to show the French population the danger of freemasonry. A specialized police force (Service des sociétés secrètes) identified 60.000 freemasons, the names of 18.000 were published and 3.000 lost their jobs. 989 were brought to the extermination camps and 545 were shot immediately by private militias.


Marc Cools
Prof. dr. Marc Cools is professor in de vakgroep strafrecht en criminologie aan de Universiteit Gent en in de vakgroep criminologie aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij is daar ook lid van de interdisciplinaire onderzoeksgroep Vrijmetselarij. E-mail: Marc.Cools@UGent.be
Artikel

De zelfstandige betekenis van lid 4 van art. 7:658 BW

HR 23 maart 2012, RvdW 2012, 447 (Davelaar/Allspan)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden werkgeversaansprakelijkheid, art. 7:658 lid 4 BW, zzp’er, zorgplicht
Auteurs Mr. A. Kolder en Mr. R.K.R. Zwols
SamenvattingAuteursinformatie

    Kan een zelfstandige arbeidskracht ook de bescherming inroepen van lid 4 van art. 7:658 BW? Op 23 maart 2012 heeft de Hoge Raad zich hierover moeten uitspreken. In deze bijdrage wordt in het licht van het oordeel van de Hoge Raad stilgestaan bij de toepassingsvoorwaarden van het artikellid. Ook wordt aandacht besteed aan de (vervolg)vraag naar de – op een zorgplichtschending gebaseerde – aansprakelijkheid van de inlener/opdrachtgever conform lid 1-3 van art. 7:658 BW.


Mr. A. Kolder
Mr. A. Kolder is advocaat bij Houkes c.s. Advocaten te Emmen en duaal promovendus en docent privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. R.K.R. Zwols
Mr. R.K.R. Zwols is advocaat bij Houkes c.s. Advocaten te Emmen.
Toont 981 - 1000 van 1999 gevonden teksten
1 2 42 43 44 45 46 47 48 50 »
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.