Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 4322 artikelen

x
Artikel

Programma Aanpak Stikstof ter inzage

Spanning tussen natuur en economie

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden PAS, Programma Aanpak Stikstof, Habitatrichtlijn, Natura 2000, stikstof
Auteurs Mr. G.C.W. (Godert) van der Feltz
SamenvattingAuteursinformatie

    Van 10 januari tot 20 februari jl. lagen voor zienswijzen ter inzage: het ontwerp voor het Programma Aanpak Stikstof (het PAS, te onderscheiden van de programmatische aanpak stikstof, de PAS), het bijbehorend plan-MER, inclusief passende beoordeling (met enkele achtergrondrapporten) en de gebiedsanalyses van alle Natura 2000-gebieden waar sprake is van (bedreiging van) habitats die gevoelig zijn voor stikstof (‘de gebiedsanalyses’). Tegelijkertijd zijn openbaar gemaakt: de ontwerpen voor het Besluit grenswaarden programmatische aanpak stikstof en de Regeling programmatische aanpak stikstof (ieder met een eigen toelichting), de Overeenkomst generieke maatregelen in verband met het programma aanpak stikstof en een groot aantal achtergronddocumenten. In deze bijdrage bespreek ik het systeem van de PAS en de bouwstenen ervan, de ter inzage gelegde documenten, op hun juridische merites. De kernvraag luidt of Nederland met de PAS, zoals geconcretiseerd in het PAS en gebiedsanalyses, in overeenstemming handelt met (art. 6 van) de Habitatrichtlijn.


Mr. G.C.W. (Godert) van der Feltz
Mr. G.C.W. (Godert) van der Feltz is advocaat bij Van der Feltz advocaten.
Artikel

Een algemene nadeelcompensatieregeling, ook in het omgevingsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Omgevingswet, schadevergoeding, gedoogplicht, planschade, nadeelcompensatie
Auteurs Mr. H.J.M. (Hans) Besselink en Mr. J.S. (Jelmer) Procee
SamenvattingAuteursinformatie

    In het licht van de komst van de nieuwe Omgevingswet zijn de auteurs nagegaan of nadeelcompensatiebepalingen in de in de Omgevingswet op te nemen wetten gehandhaafd moeten blijven, of kunnen worden geschrapt bij de invoering van de Wet nadeelcompensatie. Alleen bij het opleggen van een gedoogplicht bestaan fundamentele bezwaren om zonder meer art. 4:126 Awb van toepassing te verklaren. Dergelijke bezwaren bestaan niet bij het schrappen van de bijzondere bepalingen omtrent planschade (en andere limitatieve vergoedingsstelsels). Wel zou in een aantal gevallen (bevoegde rechter, afwenteling en adoptie) een bijzondere regeling in aanvulling op de nieuwe afdeling 4.5 van de Awb wenselijk zijn.


Mr. H.J.M. (Hans) Besselink
Mr. H.J.M. (Hans) Besselink is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Mr. J.S. (Jelmer) Procee
Mr. J.S. (Jelmer) Procee is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Artikel

Objectieve vergelijkbaarheid bij belastingvoordelen voor cultureel erfgoed: bouwt het Hof van Justitie luchtkastelen?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden directe belastingen, vrij verkeer, objectieve vergelijkbaarheid, rechtvaardigingsgronden, cultureel erfgoed
Auteurs Mr. P.S. Phoa
SamenvattingAuteursinformatie

    De centrale vraag in deze twee prejudiciële verwijzingen was of belanghebbenden, eigenaren van respectievelijk een kasteel in België en een landgoed in het Verenigd Koninkrijk, gebruik konden maken van Nederlandse belastingvoordelen voor het behoud van nationaal cultureel en natuurlijk erfgoed. De Nederlandse belastingautoriteiten meenden van niet, waarna in beroep de vraag is of dit een beperking vormt van het vrij verkeer van X en Q (de vrijheid van vestiging, respectievelijk het vrije kapitaalverkeer). Het Hof van Justitie was van oordeel dat geen sprake was van een ongeoorloofde inbreuk op het vrij verkeer, aangezien de situaties van X en Q niet objectief vergelijkbaar zijn met die van een ingezetene die een monument dan wel een landgoed in Nederland bezit.
    HvJ 18 december 2014, zaak C-87/13, Staatssecretaris van Financiën/X, ECLI:EU:C:2014:2459 HvJ 18 december 2014, zaak C-133/13, Staatssecretaris van Economische Zaken en Staatssecretaris van Financiën/Q, ECLI:EU:C:2014:2460


Mr. P.S. Phoa
Mr. P.S. (Pauline) Phoa is promovenda Europees recht bij de Universiteit Utrecht. Met dank aan mw. mr. S.A. van Waert voor haar waardevolle commentaar op een eerdere versie van deze bijdrage.
Artikel

Prioritering en rechtsbescherming in het mededingingsrecht: de zaak easyJet

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden Artikel 13 Verordening (EG) nr. 1/2003, prioriteringsbesluit, afwijzen klacht, rechtsbescherming, rechtswaarborgen
Auteurs Mr. P.B. Gaasbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest easyJet is de vraag aan de orde of en wanneer de Europese Commissie een zaak kan afwijzen omdat een nationale mededingingsautoriteit een prioriteringsbesluit heeft genomen. De uitspraak past in de lijn van arresten over Verordening (EG) nr. 1/2003 waarin veel ruimte wordt geboden aan de nationale autoriteiten en de Commissie om een doeltreffend decentraal stelsel voor toepassing van de mededingingsregels te garanderen. De vraag is of deze ruimte niet het onwenselijke gevolg heeft dat een klacht nergens daadwerkelijk wordt behandeld.
    Gerecht 21 januari 2015, zaak T-355/13, easyJet Airline Co. Ltd/Europese Commissie, ECLI:EU:T:2015:36


Mr. P.B. Gaasbeek
Mr. P.B. (Pierrette) Gaasbeek is advocaat bij Bird & Bird LLP.
Artikel

Hof van Justitie erkent meestbegunstigingsverplichting in het EU-recht: de zaak Sopora

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden meestbegunstiging, non-discriminatie, vrij verkeer van werknemers, 30 procent-regeling, fiscale belemmering
Auteurs Dr. M.G.H. Schaper en Mr. H. Niesten
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft in zijn arrest Sopora geoordeeld dat een verschillende behandeling van twee buitenlanders discriminatoir kan zijn. Daarmee heeft het Hof van Justitie effectief een verdragsrechtelijke verplichting tot meestbegunstiging geschapen. De reikwijdte van deze verplichting is echter onzeker wanneer deze wordt bezien in het licht van ’s Hofs eerder gewezen jurisprudentie in directe belastingzaken.
    HvJ 24 februari 2015, zaak C-512/13, Sopora, ECLI:EU:C:2015:108


Dr. M.G.H. Schaper
Dr. M.G.H. (Marcel) Schaper is als Universitair docent verbonden aan het Maastricht Centre for Taxation van de Universiteit Maastricht. Deze bijdrage is geschreven in het kader van het onderzoeksprogramma van het Institute for Transnational and Euregional Cross Border Cooperation and Mobility (ITEM).

Mr. H. Niesten
Mr. H. (Hannelore) Niesten promoveeert aan de Universiteit Hasselt. Deze bijdrage is geschreven in het kader van het onderzoeksprogramma van het Institute for Transnational and Euregional Cross Border Cooperation and Mobility (ITEM).
Artikel

Strijd tegen misbruik van rechtspersonen: twee nieuwe registers voor aandeelhouders in opkomst

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 7/8 2015
Trefwoorden UBO-register, centraal aandeelhoudersregister, fraude, antiwitwasrichtlijn, privacy aandeelhouders
Auteurs Mr. F. van Zanten en Mr. S.S.M. Rutten
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk is een richtlijn aangenomen waarbij het verplicht wordt voor bedrijven om gegevens over hun ultimate beneficial owner (UBO) ‘openbaar’ te maken in een register. Daarnaast ligt er een conceptwetsvoorstel ter invoering van een centraal aandeelhoudersregister. De auteurs bespreken van beide registers de achtergrond, geven een inhoudelijke toelichting en sluiten af met een vergelijking, tevens in tabelvorm.


Mr. F. van Zanten
Mr. F. van Zanten is advocaat corporate M&A bij NautaDutilh te Rotterdam.

Mr. S.S.M. Rutten
Mr. S.S.M. Rutten is professional support lawyer corporate M&A bij NautaDutilh te Rotterdam en Amsterdam.
Artikel

Wetgevingsjuristen ten prooi aan New Political Governance?

Een inventarisatie (2002-2015)

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2015
Trefwoorden politisering, gedelegeerde regelgeving, rechtsstatelijkheid
Auteurs Dr. C.F. van den Berg en Mr. dr. G.S.A. Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdrage richt zich op de vraag in hoeverre de rol en positie van de wetgevingsjuridische functie in het laatste decennium zijn veranderd, in het bijzonder of het werk van wetgevingsjuristen is gepolitiseerd. Politisering komt voor in drie vormen, namelijk in patronagebenoemingen, het versterken van de partijpolitieke grip op beleid en uitvoering en in New Political Governance. De auteurs concluderen voorlopig dat het werk van wetgevingsjuristen inderdaad is gepolitiseerd, waarbij een transitie heeft plaatsgevonden van de tweede vorm van politisering naar New Political Governance. Dit is met name zichtbaar doordat steeds meer gebruik wordt gemaakt van gedelegeerde wetgeving, waar wetgevingsjuristen van oudsher minder bemoeienis mee hebben. De politisering van hun werk leidt ertoe dat wetgevingsjuristen steeds minder in staat zijn om rechtsstatelijke waarden te waarborgen. De auteurs onderscheiden, in navolging van Van Lochem, vijf verschillende strategieën om hiermee om te gaan, maar er lijkt onder wetgevingsjuristen zelf geen consensus te zijn over wat nu de beste strategie is. De auteurs zijn van mening dat de democratische rechtsstaat moet worden versterkt om de toegenomen politieke spanning in het werk van wetgevingsjuristen te verlichten.


Dr. C.F. van den Berg
Dr. C.F. van den Berg is als universitair hoofddocent verbonden aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden.

Mr. dr. G.S.A. Dijkstra
Mr. dr. G.S.A. Dijkstra is als universitair docent verbonden aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden.
Artikel

Vereenzelviging: nog altijd zeldzaam

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 5 2015
Trefwoorden vereenzelviging, misbruik identiteitsverschil, onrechtmatige daad, Rainbow
Auteurs Mr. J. Pouw
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het onderwerp vereenzelviging. Hij onderzoekt hoe een recente uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland past in de lijn van jurisprudentie van de Hoge Raad over vereenzelviging.


Mr. J. Pouw
Mr. J. Pouw is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

De aandeelhoudersovereenkomst en dwingend recht

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 5 2015
Trefwoorden aandeelhoudersovereenkomst, statuten, Kekk/Delfino, vennootschapsrechtelijke doorwerking, artikel 2:244 lid 2 BW
Auteurs Mr. L. Bosman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de uitspraak van het Hof Amsterdam van 13 januari 2015. Meer in het bijzonder zal zij stilstaan bij de contractuele toelaatbaarheid en afdwingbaarheid van een aandeelhoudersovereenkomst in strijd met dwingend recht.


Mr. L. Bosman
Mr. L. Bosman is kandidaat-notaris bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Concernfinancieringsmaatschappijen anno 2015: oplossing voor oneigenlijk gebruik wel werkbaar in de praktijk?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 5 2015
Trefwoorden concernfinancieringsmaatschappij, artikel 3:2 Wft, doorlopende verplichting, onvoorwaardelijke garantie, mededelingsplicht
Auteurs Mr. M.C. Spee
SamenvattingAuteursinformatie

    In het licht van de gewijzigde wetgeving met betrekking tot concernfinancieringsmaatschappijen wordt in deze bijdrage nader ingegaan op de aangescherpte vereisten in artikel 3:2 van de Wet op het financieel toezicht, en maakt de auteur een aantal praktische kanttekeningen bij deze wetswijziging.


Mr. M.C. Spee
Mr. M.C. Spee is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Disclosure statement voorafgaand aan het inhoudelijk onderzoek door de deskundige: een idee met haken en ogen

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2015
Trefwoorden civiel recht, disclosure, disclosure statement, deskundige, voorlopig deskundigenbericht
Auteurs Mr. M. Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    In een letselschadezaak wordt een verzoek gedaan aan de rechter om een voorlopig deskundigenbericht te bevelen. Er wordt een deskundige benoemd, waarna deze wordt gevraagd om, voorafgaand aan het inhoudelijke deel van het deskundigenonderzoek, een disclosure statement af te geven. Aan de hand van drie tussenbeschikkingen wordt bezien wat de voor- en nadelen zijn van het loskoppelen van een disclosure statement van het inhoudelijke deel van het onderzoek. Geconcludeerd wordt dat wanneer enkele randvoorwaarden in acht worden genomen de voordelen uiteindelijk zwaarder wegen dan de nadelen.


Mr. M. Visser
Mr. M. Visser is werkzaam als promovendus bij de Open Universiteit Nederland.
Jurisprudentie

De reikwijdte van het subrogatieverbod ex artikel 7:962 lid 3 BW

HR 28 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3461 (Anderzorg-arrest)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2015
Trefwoorden civiel recht, schadeverzekering, subrogatieverbod, vaste kracht, inleenkracht
Auteurs Mr. V. Oskam
SamenvattingAuteursinformatie

    Twee inzittenden, collega’s, van een auto raken betrokken bij een eenzijdig verkeersongeval. De bestuurder, werknemer op basis van een arbeidsovereenkomst, veroorzaakte het ongeval. De benadeelde was op inleenbasis via het uitzendbureau werkzaam. De zorgverzekeraar van deze ingeleende kracht wil regres nemen op de (WAM-)verzekeraar van de werknemer. Die beroept zich op het subrogatieverbod ex artikel 7:962 BW. De rechtsvraag ligt voor of ‘degene die in dienst staat tot dezelfde werkgever als de verzekerde’ ook ingeleend personeel omvat. De Hoge Raad komt – anders dan rechtbank en hof – tot een restrictieve uitleg van het subrogatieverbod en acht subrogatie derhalve in deze verhouding mogelijk.


Mr. V. Oskam
Mr. V. Oskam is advocaat bij Van Traa Advocaten te Rotterdam.
Boekbespreking

Beginselen van goed markttoezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden markttoezicht, beginselen, financieel toezicht, onafhankelijkheid
Auteurs Prof. dr. Paul Robben
Auteursinformatie

Prof. dr. Paul Robben
Prof. dr. P.B.M. Robben is bijzonder hoogleraar ‘Effectiviteit van toezicht op de kwaliteit van de gezondheidszorg’, instituut Beleid en Management Gezondheidszorg Erasmus Universiteit Rotterdam/Inspectie voor de Gezondheidszorg.

    Verzoeker niet ontvankelijk voor de activiteit ‘bouwen’ nu hij uitsluitend een zienswijze naar voren heeft gebracht die betrekking heeft op de milieuaspecten van de omgevingsvergunning.

    De bouw van de acht eengezinswoningen met garage is als een normale maatschappelijke ontwikkeling aan te merken, ook al bestond er geen concreet zicht op de omvang waarin, de plaats waar en het moment waarop de ontwikkeling zich zou voordoen.


G.M. van den Broek

    De bekendmaking van een verzoek tot het starten van een vrijstellingsprocedure is niet voldoende om voorzienbaarheid te kunnen aannemen.

Casus

Contractuele afspraken met goederenrechtelijke werking: het onoverdraagbaarheidsbeding, eigendomsvoorbehoud en overwaardearrangement

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2015
Trefwoorden onoverdraagbaarheidsbeding, eigendomsvoorbehoud, overwaardearrangement, goederenrechtelijke werking
Auteurs Mr. dr. R. Mellenbergh
SamenvattingAuteursinformatie

    Sommige contractuele afspraken hebben vergaande goederenrechtelijke gevolgen. De precieze formulering van contractuele afspraken met goederenrechtelijke gevolgen is noodzakelijk, aangezien kleine aanpassingen in de tekst van het contractuele beding belangrijke goederenrechtelijke gevolgen kunnen hebben. In dit artikel wordt aan de hand van drie in de praktijk belangrijke situaties ingegaan op de goederenrechtelijke werking van contractuele afspraken: (1) het onoverdraagbaarheidsbeding, (2) het eigendomsvoorbehoud, en (3) het overwaardearrangement. Deze drie situaties zijn van belang binnen de commerciële contractspraktijk en voor de financiering van bedrijven.


Mr. dr. R. Mellenbergh
Mr. dr. Rik Mellenbergh is als universitair hoofddocent verbonden aan de Vrije Universiteit, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, afdeling Privaatrecht, en is directeur van het International Business Law programma van de VU.
Praktijk

Tegen fraude is geen bankgarantie opgewassen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Bankgarantie, Uitleg, Strikte conformiteit, Bedrog, Willekeur
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    De bankgarantie is een verbintenisrechtelijke zekerheidsfiguur, die de begunstigde aanspraak geeft jegens een bank op uitbetaling van een doorgaans door een derde verschuldigd bedrag. Indien aan de voorwaarden van de bankgarantie is voldaan, is de bank in beginsel gehouden tot uitkering over te gaan. De bank mag uitkering weigeren op grond van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, voornamelijk indien sprake is van bedrog of willekeur. In het Amstelpark-arrest, dat in deze bijdrage centraal staat, oordeelde de Hoge Raad dat bedrog of willekeur niet uitsluitend door de opdrachtgever of begunstigde hoeft te zijn bewerkstelligd, maar dat ook bedrog of willekeur van een betrokken derde tot weigering van uitkering kan leiden.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Discussie

McBankroet: faillissement en franchise

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2015
Trefwoorden franchise, faillissement, curator, franchisegever, franchisenemer
Auteurs Mr. J.H. Kolenbrander
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden enkele onderwerpen besproken waarmee zowel franchisegevers als franchisenemers te maken kunnen gaan krijgen op het moment dat er sprake is van een faillissement binnen een franchiseformule.


Mr. J.H. Kolenbrander
Mr. J.H. Kolenbrander is advocaat bij De Clercq Advocaten Notarissen en gespecialiseerd in franchise. Met uitdrukkelijke dank aan zijn collega’s Willem Balfoort, Teun Pouw en Sacha Krekel, die de nodige input voor dit artikel hebben geleverd.
Artikel

Toerekening van kennis van een gevolmachtigde - een verkenning van artikel 3:66 lid 2 BW

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Toerekening, Kennis, Volmacht, actio pauliana
Auteurs Mr. B.M. Katan
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de toepassing van de leer van het grootste aandeel, zoals vervat in artikel 3:66 lid 2 BW, bestaat veel onduidelijkheid. De auteur geeft antwoord op zes vragen over de werking van artikel 3:66 lid 2 BW en signaleert onjuiste toepassingen van deze bepaling in de rechtspraak.


Mr. B.M. Katan
Mr. B.M. Katan is advocaat bij Stibbe en schrijft aan de Radboud Universiteit een proefschrift over de toerekening van kennis aan rechtspersonen. Reacties zijn welkom op.
Toont 981 - 1000 van 4322 gevonden teksten
1 2 42 43 44 45 46 47 48 50 »
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.