Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1120 artikelen

x
Jaar 2013 x


Jurisprudentie

Waarin een kleine zaak groot kan zijn…

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2013
Trefwoorden voorzieningenrechter, nalatenschap, verdeling, brief/geschrift, executeur
Auteurs Prof. mr. E.A.A. Luijten en Prof. mr. W.R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Aanleiding voor deze bijdrage vormt een uitspraak van de Rechtbank te Den Bosch van 9 oktober 2012, zaaknummer 251552/KG ZA 12-563.Moeder – de latere erflaatster – heeft drie dochters, terwijl één dochter – dochter 3 – met de twee andere – dochter 1 en dochter 2 – en moeder sinds geruime tijd geen of nauwelijks meer contact heeft. Moeder heeft in haar laatste uiterste wil van 13 november 2007 dochter 1 tot executeur benoemd. Moeder overlijdt in 2010. Dochter 2 heeft op enig moment dochter 3 verteld van een brief van moeder aan haar, dochter 3. Deze wil thans in het bezit worden gesteld van, althans inzage krijgen in bedoelde brief. De beide andere dochters weigeren de inhoud van de brief aan dochter 3 kenbaar te maken, laat staan haar deze brief te doen toekomen. Mede daardoor is moeders nalatenschap tussen de drie zusters nog niet verdeeld. Dochter 3 vordert in kort geding afgifte van bedoelde brief van de beide andere dochters.


Prof. mr. E.A.A. Luijten
Prof. mr. E.A.A. Luijten is emeritus hoogleraar aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Prof. mr. W.R. Meijer
Mw. prof. mr. W.R. Meijer is hoogleraar aan de Open Universiteit Nederland te Heerlen.
Jurisprudentie

Wanneer begint de termijn van artikel 4:192 BW te lopen?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2013
Trefwoorden boedelregister, termijnstelling voor aanvaarding of verwerping, formaliteiten betekening, belang onderliggende stukken
Auteurs Prof. mr. B.E. Reinhartz
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak van HR 9 november 2012, LJN BX7468, was de beschikking van de kantonrechter, inhoudende een termijnstelling voor de keuze tussen aanvaarding en verwerping, niet rechtsgeldig betekend. Desondanks was de beschikking ingeschreven in het boedelregister. De erfgenamen beriepen zich erop dat door het ontbreken van een correcte betekening de termijn nog niet was gaan lopen. Later hebben zij alsnog de nalatenschap beneficiair aanvaard. De Hoge Raad oordeelde dat zij niet konden worden veroordeeld tot betaling van een huurschuld die deel uitmaakte van de nalatenschap. Uit de onderliggende stukken kon worden afgeleid dat de inschrijving ten onrechte was geschied.


Prof. mr. B.E. Reinhartz
Mw. prof. mr. B.E. Reinhartz is hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.
Diversen

Buitenlandse herroepingsclausule en het toepasselijke recht op de uitleg van uiterste wilsbeschikkingen

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2013
Trefwoorden internationaal erfrecht, toepasselijk recht erfopvolging, uitleg testament, buitenlandse herroepingsclausule, overgangsrecht, Boek 10 BW, Haags Erfrechtverdrag 1989, Europese Erfrechtverordening
Auteurs Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    Aanleiding voor deze bijdrage vormt een arrest van het Hof Den Haag over de uitleg van een in het buitenland opgestelde testamentaire beschikking, met name op het punt van de daarin opgenomen herroepingsclausule. Is met die herroeping het eerder in Nederland opgemaakte testament geheel van tafel of is enige nuancering op haar plaats? Nu in deze zaak internationale elementen een rol speelden, was de vraag aan de orde aan de hand van welk recht de uitleg diende plaats te vinden. De overwegingen van het hof op dit punt worden aan een kritische analyse onderworpen. Hoe zit het met het overgangsrecht tussen de Wet conflictenrecht erfopvolging en titel 12 van Boek 10 BW? Had de erflater een geldige rechtskeuze uitgebracht en welk recht beheerst dan de erfopvolging? Valt ook de uitleg van uiterste wilsbeschikkingen onder de werkingssfeer van het Haags Erfrechtverdrag 1989? Ten slotte wordt de vraag gesteld of met dit arrest, waarin de herroeping uiteindelijk voor niet geschreven wordt gehouden – en in het licht van de toekomstige Europese Erfrechtverordening – elk gevaar van ‘ongelukken’ met buitenlandse herroepingsclausules is geweken. Conclusie: geenszins, voorzichtigheid blijft geboden.


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en wetenschappelijk adviseur bij PlasBossinade te Groningen.
Discussie

Llewellyn en het rechtsrealisme

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2013
Trefwoorden codificatie, interpretatie, rechtsrealisme
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Amerikaanse rechtsrealisme is een stroming die zich richt tegen opvattingen die het recht buiten de maatschappij plaatsen in een apart domein (positivisme) of boven de maatschappelijke orde (natuurrecht). Hierbinnen neemt Karl Llewellyn een centrale positie in. Op basis van sociaalwetenschappelijk onderzoek (inclusief veldwerk bij de Cheyenne-indianen) ontwerpt hij een theorie over ‘law jobs’ die de basis is voor projecten die tot een realistische rechtspraak en realistische wetgeving leiden. Daarbij is vooral het begrip ‘situation sense’ van belang; het blijkt te operationaliseren tot een werkwijze die in vijf stappen tot een oordeel of beslissing leidt.


Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg. w.j.witteveen@uvt.nl
Artikel

De wetgever als keuzearchitect

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2013
Trefwoorden gedragsregulering, evidence-based wetgeven, irrationaliteit, nudging, new governance
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Wie de wet niet louter gebruikt om bestaande normen, zeden en gewoonten te codificeren, maar ook om gedrag te modificeren, zal rekening moeten houden met kennis uit de gedragswetenschappen. Met name gedragseconomisch onderzoek richt zich in toenemende mate op voorspelbaar irrationeel keuzegedrag van burgers. Zogeheten nudges of slimme prikkels worden voorgesteld om het gedrag van burgers te reguleren. De vraag is echter hoe evidence-based nudges zijn, in hoeverre ze wetgeving overbodig maken en of de wetgever überhaupt wel rekening wenst te houden met wetenschappelijke inzichten. In deze bijdrage wordt betoogd dat (wetgevings)juristen veel kunnen leren van recente inzichten uit gedragswetenschappelijk onderzoek, maar dat we er tegelijkertijd ook geen overspannen verwachtingen van moeten koesteren. Bovendien is het van belang om de normatieve vragen die een rol spelen bij het ‘manipuleren’ van keuzegedrag niet uit het oog te verliezen.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar theorie en methode van wetgeving aan de Universiteit van Tilburg en redacteur van RegelMaat. r.a.j.vangestel@uvt.nl

Mr. M.M. den Boer
Mr. M.M. den Boer is directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en redacteur van RegelMaat. mm.d.boer@minvws.nl
Casus

Ontspoorde experimenten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Stapel-affaire, experimenten, slordige wetenschap, rechtenopleiding
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De commotie rond de fraude van sociaalpsycholoog Diederik Stapel heeft een smet geworpen op de (sociale) psychologie en meer in het algemeen op de betrouwbaarheid van de wetenschap. Zijn data bleken vaak verzonnen en van de experimenten die wel werden uitgevoerd, werden de uitkomsten ‘opgepompt’. Wat valt er voor wetgevingsjuristen en wetgevingsonderzoekers van deze fraudezaak te leren: zijn rechtswetenschappers in het algemeen minder ‘slodderig’ dan psychologen en hoe bewaken we de kwaliteit van wetgeving of juridische publicaties waarbij gebruik wordt gemaakt van inzichten uit andere disciplines? In deze bijdrage wordt betoogd dat de methodologische basiskennis van juristen de komende jaren op een hoger peil dient te worden gebracht om ervoor te zorgen dat zowel rechtswetenschappers als praktijkjuristen niet te snel ontsporen wanneer zij bijvoorbeeld deskundigenoordelen en empirische data gebruiken in hun werk.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar theorie en methode van wetgeving aan de Universiteit van Tilburg en redacteur van RegelMaat.r.a.j.vangestel@uvt.nl
Artikel

Inzicht in gedrag voorwaarde voor goede wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2013
Trefwoorden gedragsmechanismen, gedragsinzichten in overheidsbeleid, keuzearchitectuur, framing, gedragscontracten en implementatie-intenties
Auteurs P. Jonkers
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur in hoofdlijnen een aantal belangrijke inzichten in achtergronden van bewust en onbewust gedrag en gaat in op gedragsmechanismen die een rol spelen in effectieve beleidsinstrumenten. Vervolgens bespreekt zij de wijze waarop actief gestuurd kan worden met de nieuwe inzichten – al of niet met nieuwe, alternatieve instrumenten –mogelijke belemmeringen om gedragsinzichten te verwerken in wetgeving, en hoe met die belemmeringen kan worden omgegaan.


P. Jonkers
Dr. P. Jonkers is politicoloog en rechtssocioloog en werkzaam bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. In 2009 werkte ze mee aan de redactie van de WRR-publicatie De menselijke beslisser. Voor het Integraal Afwegingskader (zie <www.naarhetiak.nl>) schreef zij teksten over gedrag, die ook verwerkt zijn in dit artikel. jonkers@wrr.nl
Artikel

Een beter Bkmw door een gesimuleerde rechtszaak?

Ervaringen met een nieuw toetsingsinstrument bij wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Kaderrichtlijn Water, Bkmw, wetgevingskwaliteit, toetsing, simulatie
Auteurs Dr. C.G. Le Blansch en Drs. M.S. Thijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    Om de houdbaarheid en werkbaarheid te toetsen van juridische implementatie van de Kaderrichtlijn Water door middel van het Bkmw vond op initiatief van het ministerie van VROM een gesimuleerde rechtszaak plaats. Nieuw hieraan was dat nog vóórdat sprake was van vigerende wetgeving een gesimuleerde rechterlijke toets werd gevraagd met het oog op het voorkomen van onbedoelde effecten. Evaluatie van de ervaringen leert dat het instrument van de gesimuleerde rechtszaak duidelijk potentie heeft, zowel qua verbetering van de wetgeving en het voorkomen van misinterpretaties en dure reparatiewetgeving als qua toegenomen vertrouwen tussen maatschappelijke partijen. Ook zijn aandachts- en verbeterpunten gesignaleerd voor een – door de auteurs aanbevolen – verdere inzet van het instrument.


Dr. C.G. Le Blansch
Dr. C.G. Le Blansch is directeur van Bureau KLB, Onderzoek Advies Proces. klb@bureauklb.nl

Drs. M.S. Thijssen
Drs. M.S. Thijssen is werkzaam bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu en was als projectleider betrokken bij de implementatie van de Kaderrichtlijn Water. martijn.thijssen@minienm.nl
Artikel

Strafrecht en Verlichting

Over het karakter van een waarlijk verlicht strafrechtssysteem

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2013
Trefwoorden criminal law system, Enlightenment, legal theory, retribution, risk assessment
Auteurs J.A.A.C. Claessen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines the influence of the Enlightenment on the development of our criminal law system, using a legal theory perspective. On the basis of the dialectical character of this movement and the enlightened view on mankind, it is postulated that a true enlightened criminal law system is one in which there is both room for retribution, free will and responsibility as well as for prevention, causal determinism and risk. Furthermore, it is put forth that the daily practice of the criminal law has by now moved too far into the direction of prevention, causal determinism and risk, due to the ‘scientification’ and the simultaneous demoralisation of criminal law. As a result of these developments, it is out of the question to talk of a balanced and, consequently, of a truly enlightened criminal law system. Within the framework of the ‘scientification’ of the criminal law system, additional attention is devoted to the recent topic of neuroscience.


J.A.A.C. Claessen
Mr. dr. Jacques Claessen is als universitair docent straf(proces)recht verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht. Hij is tevens rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Limburg.
Artikel

Wilsvrijheid en strafrechtelijke verantwoordelijkheid

Een rondgang langs fysicalisme, connectionisme en belichaamde cognitie

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2013
Trefwoorden free will, criminal responsibility, fysicalism, connectionism, embodied cognition
Auteurs F. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, the author defends two propositions related to the concepts of free will and criminal responsibility. Free will is defined as the capability of distancing oneself from one’s immediate surroundings and reflect on impulses. The first proposition is that it is a mistake to suppose – as do many neuroscientists adhering to objectivist theories on the human mind – that the concept of free will refers to a postulated natural phenomenon, the existence of which could, in principle, be established or falsified. Instead, the concept of free will constitutes a practice; it is a human artefact that is part and parcel of the differing means by which mankind structures intersubjective life. The second proposition is that the criminal law legitimately presupposes that persons normally act out of free will and that they, consequently, are morally responsible and accountable for the wrongful actions they perform. The author claims that his arguments for both propositions are supported by insights from the neuroscientific fields of connectionism and embodied cognition.


F. de Jong
Mr. dr. Ferry de Jong is als universitair docent strafrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut van de Universiteit Utrecht. E-mail: f.dejong1@uu.nl.
Artikel

De psychiater en toerekeningsvatbaarheid

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2013
Trefwoorden forensic psychiatrists, criminal responsibility, administration of criminal justice, legal insanity, legal insanity standard
Auteurs G. Meynen
SamenvattingAuteursinformatie

    Currently, there is a vivid debate in the Netherlands about the possible non-existence of free will and its implications for criminal law, in particular for the concept of ‘criminal responsibility’. Especially forensic psychiatrists who advise the court on a defendant’s legal insanity feel uneasiness because of this discussion on free will. In this contribution the author suggests to reconsider the current practice in the Netherlands in which psychiatrists explicitly advise the court on legal insanity and to consider the option to leave the judgment on legal insanity entirely to the judge. Meanwhile, of course, psychiatrists will have to inform the judge about the defendant’s mental condition at the time of the crime and its influence on the defendant’s behaviour. If needed, in order to optimize communication between the medical domain (psychiatrist) and the legal domain (judge), a legal insanity standard could be developed and introduced.


G. Meynen
Prof. dr. Gerben Meynen is als bijzonder hoogleraar forensische psychiatrie verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Vrije wil en verantwoordelijkheid in de strafuitvoering

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2013
Trefwoorden penal execution, rehabilitation, responsibility, life course approach, motivation
Auteurs M.M. Boone
SamenvattingAuteursinformatie

    Responsibility of the prisoner for his own rehabilitation is a central element of ‘Modernising Imprisonment’, the masterplan that aims to reform the execution of the prison sentence in the Netherlands. The Secretary of Justice strives for an individual approach based on the points of departure of the Life Course Approach in criminology. This method is designed in different ways. A central element is that rehabilitation will only be offered in the near future to prisoners that show responsibility for their rehabilitation. Based on this starting point, a far-reaching system of advancing and degrading is introduced. Prisoners can deserve freedoms by showing responsible behaviour, but loose them again in case of irresponsible or unmotivated conduct. Three objections against this aspect of Modernising Imprisonment are discussed. First, the rehabilitation principle itself does not allow for such a far-reaching exclusion of categories of prisoners. Second, the high demands put on prisoners are not realistic given the characteristics of the prison population. Third, the assumption that a strict system of advancing and degrading will increase the effectiveness of sentencing is not well founded and cannot be derived from research.


M.M. Boone
Prof. mr. Miranda Boone is als bijzonder hoogleraar penitentiair recht en penologie verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij is tevens werkzaam bij het Willem Pompe Instituut van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Welke vrije wil heeft het strafrecht nodig?

Over bewustzijn, brein en capaciteitsverantwoordelijkheid

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2013
Trefwoorden free will, criminal responsibility, metaphysics, causal control, capacity control
Auteurs D. Roef
SamenvattingAuteursinformatie

    Various leading neuroscientists argue that free will does not exist and that therefore any traditional notion of criminal responsibility is based upon an illusion. This article attempts to make clear that the ‘free will’, which is now empirically denied, is conceptually not the one we use and need in criminal law. The neuroscientific argument depends on the assumption that undetermined causal control is necessary to responsibility. It supposes that someone has no free will when his conscious will is not the ultimate cause of his behaviour. However, the legal practice of criminal responsibility is not rooted in such a metaphysically free will, but on an alternative, more realistic understanding of control, i.e. the capacity sense of control. Criminal law bases responsibility on certain mental capacities people have, for instance the capacity to act for reasons, according to socially constructed standards. The so-called illusion of free will forms therefore not a serious threat to the foundations of our criminal responsibility system.


D. Roef
Dr. David Roef is als universitair docent straf(proces)recht verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht.
Artikel

Strafrechtelijke verantwoordelijkheid en de neurowetenschappen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2013
Trefwoorden neuroscience, legal responsibility, mental capacities, brain mechanisms, brain imaging techniques
Auteurs N. Vincent
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper argues that to the extent that legal responsibility hinges on mental capacities – capacities which are implemented in (brain) mechanisms – scientists working in the fields of behavioural genetics and neuroscience can assist courts to adjudicate responsibility in several ways. First, by studying what mechanisms paradigmatically fully responsible agents possess and how those mechanisms operate. Second, by developing techniques to more individually, accurately and less subjectively inspect people’s mechanisms to gauge their true mental capacities. Third, by studying how youth, advanced age, and mental disorders affect these mechanisms. And fourth, by developing interventions to create, restore and enhance the function of these mechanisms in order to create, restore and enhance people’s responsibility-relevant mental capacities.


N. Vincent
Prof. Nicole Vincent is verbonden aan de Macquarie University in Sidney en aan de Technische Universiteit Delft.
Redactioneel

Voorwoord

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2013
Auteurs Bas van Stokkom en Marit Scheepmaker
Auteursinformatie

Bas van Stokkom
Dr. Bas van Stokkom is verbonden aan het Criminologisch Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Marit Scheepmaker
Mr. drs. Marit Scheepmaker is hoofdredacteur van Justitiële verkenningen.
Artikel

Data en interpretaties in de cognitieve neurowetenschap

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2013
Trefwoorden cognitive neuroscience, criminal law, single cell recording, functional Magnetic Resonance Imaging, interpretation of neuroscientific data
Auteurs W.F.G. Haselager, F. Leoné en D.A.G. van Toor
SamenvattingAuteursinformatie

    Research in cognitive neuroscience may have significant implications for law. In order to assess such implications properly, a basic knowledge of the complexities involved in the acquisition and interpretation of brain data could be helpful. In this paper the authors will discuss some of the issues involved in two basic techniques of cognitive neuroscience: single cell recordings and functional Magnetic Resonance Imaging. The authors aim to improve the reader’s understanding of the kind of assumptions and inferences that help to bridge the gap between data and interpretation.


W.F.G. Haselager
Dr. Pim Haselager is als associate professor verbonden aan het Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour van de Radboud Universiteit.

F. Leoné
Frank Leoné, MSc is promovendus bij het Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour van de Radboud Universiteit.

D.A.G. van Toor
Dave van Toor, LLM, BSc is als junior docent/promovendus verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit.
Toont 981 - 1000 van 1120 gevonden teksten
1 2 42 43 44 45 46 47 48 50 »
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.