Zoekresultaat: 319 artikelen

x
Jurisprudentie

De reikwijdte van de geheimhoudingsplicht

Tussen loyaliteit en klokkenluiden staan wetten in de weg en praktische bezwaren

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2013
Trefwoorden geheimhouding, klokkenluiden, vrijheid van meningsuiting, Wft, belangenconflict
Auteurs A.M. Helstone
SamenvattingAuteursinformatie

    De geheimhoudingsplicht is verbonden met loyaliteit en discretie. Bij schending van deze plicht rijst de vraag of een werknemer recht heeft op klokkenluidersbescherming. Hoofdregel is dat de werknemer eerst intern misstanden aan de orde moet stellen bij een leidinggevende of een andere competente autoriteit of competent orgaan.
    De Hoge Raad heeft zich nu voor het eerst expliciet uitgelaten over een mogelijke uitzondering als duidelijk is dat een interne melding geen effect zal hebben. Die uitzondering doet zich voor als de directie zelf op de hoogte is van de misstand. In cassatie had de werknemer zich ook nog beroepen op interne en wettelijke regels. Tegen deze achtergrond gaat de auteur na wat de reikwijdte van de uitzondering in dit geval is. Haar conclusie is dat een rechtvaardiging voor schending van geheimhouding nog steeds niet snel mag worden aangenomen.


A.M. Helstone
Mw. mr. drs. A.M. Helstone is advocaat en partner bij Stibbe te Amsterdam.
Hoofdartikel

Uniform of gedifferentieerd arbeidsrecht

Een nationaal en rechtsvergelijkend onderzoek naar de rechtvaardiging en toekomst van bijzondere arbeidsverhoudingen

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2013
Trefwoorden bijzondere arbeidsverhoudingen, uniform, differentiatie, rechtsvergelijking, gelijkheidsbeginsel, kwalificatievraag
Auteurs Prof. mr. dr. A.R. Houweling en Mr. dr. G.W. van der Voet
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1907 heeft de wetgever bewust gekozen voor een uniforme wettelijke regeling inzake de arbeidsovereenkomst. Een gedifferentieerd stelsel van afzonderlijke arbeidsrechtelijke regelingen voor bijzondere beroepsgroepen werd uitdrukkelijk van de hand gewezen. Zo’n stelsel zou namelijk slechts aanleiding geven tot afbakeningsproblemen en rechtsonzekerheid. Inmiddels heeft zich evenwel – niettegenstaande dit uitgangspunt − een ‘waaier’ aan bijzondere arbeidsverhoudingen ontwikkeld. Gezien de parlementaire geschiedenis van de huidige wettelijke regeling in titel 7.10 van het Burgerlijk Wetboek, zou men verwachten dat het creëren (of handhaven) van afwijkende regelingen voor bepaalde arbeidsverhoudingen uitdrukkelijk door de wetgever is/wordt gemotiveerd en dat aan de vormgeving van dergelijke bijzondere arbeidsverhoudingen bewuste keuzes en/of principes ten grondslag liggen. In dit artikel onderzoeken de auteurs welke bijzondere arbeidsverhoudingen er zijn en in hoeverre daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat. In het tweede deel van dit onderzoek analyseren de auteurs de trends en ontwikkelingen van bijzondere arbeidsverhoudingen in de Europese Unie. De auteurs concluderen dat voor een groot aantal bijzondere arbeidsverhoudingen geen rechtvaardigingsgronden (meer) bestaan. Voorts concluderen de auteurs dat ook in het buitenland geen rechtvaardigingsgronden zijn aangetroffen voor onderscheidingen in arbeidsrechtelijke regelingen. Zij wijzen erop dat bepaalde ontwikkelingen in het buitenland – met name ingegeven vanuit het gelijkheidsbeginsel en EU-recht – laten zien dat eerder een verregaande uniformering in plaats van verdergaande differentiatie valt te verwachten. Het gebruik van open normen – zoals in Nederland het geval is – zal in deze ontwikkeling een belangrijke rol spelen.


Prof. mr. dr. A.R. Houweling
Prof. mr. dr. A.R. Houweling is hoogleraar arbeidsrecht aan de Erasmus School of Law.

Mr. dr. G.W. van der Voet
Mw. mr. dr. G.W. van der Voet is universitair docent aan de Erasmus School of Law en arbeidsrechtadvocaat bij AKD.

    If two or more educational institutions intend to merge, such institutions must obtain approval from the Minister of Education prior to merging in accordance with the “Educational Merger test Act” (Wet fusietoets onderwijs) which came into force on 1 October 2011. Since then, further to the implementation of the Educational Merger test Act, the Minister of Education has taken several decisions on merger requests from educational institutions. Prior to delivering a decision on a merger request the Minister of Education is advised by its advisory committee ("Adviescommissie fusietoets onderwijs"). This article describes and analyses the legal framework put into place be the Educational Merger test Act. It further analyses the functioning of the Act in its first year of existence and proposes solutions for problems found. The article in this respect focuses on the advice of the advisory committee.


T. Barkhuysen
Tom Barkhuysen is advocaat-partner bij Stibbe te Amsterdam en hoogleraars Staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden

Machteld Claessens
Machteld Claessens is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Proxy-toezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2013
Trefwoorden proxy-toezicht, intern toezicht, extern toezicht
Auteurs Dr. J. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    Een van de vragen die de redactie bij de voorbereiding van dit themanummer formuleerde is: ‘In hoeverre is er een vruchtbare wisselwerking mogelijk tussen publiek of extern toezicht en intern toezicht?’ Deze vraag is van groot belang, omdat aan veel hedendaags toezichtsbeleid allerlei veronderstellingen ten grondslag liggen over manieren waarop ‘intern toezicht’ en ‘extern toezicht’ elkaar kunnen aanvullen en ondersteunen. Een vergaande veronderstelling op dit vlak is dat de ‘interne toezichthouder’ een deel of het geheel van de taak van de ‘externe toezichthouder’ kan en zal overnemen. De auteur noemt dat ‘proxy-toezicht’. De vraagstelling van het artikel is, onder welke voorwaarden een proxy-toezichthouder een publiek belang binnen een organisatie zou kunnen borgen.


Dr. J. de Ridder
Dr. J. de Ridder is hoogleraar bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Prof. mr. J. Legemaate
Prof. mr. J. Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam en lid van de raad van toezicht van het Jeroen Bosch Ziekenhuis te ’s-Hertogenbosch.
Artikel

Sectorspecifiek mededingingsrecht en fusietoetsing

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2013
Trefwoorden fusietoets, aanmerkelijke marktmacht, mededinging, toezicht, sectorspecifiek
Auteurs Prof. mr. W. Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederland kent naast het algemene op Europese leest geschoeide mededingingsregime dat wordt gehandhaafd door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) een aantal sectorspecifieke regimes, die deels eveneens door de ACM, maar ook deels door andere toezichthouders worden gehandhaafd. Het algemene regime dat geldt ten aanzien van de mededingingsbeperkende afspraken, misbruik van economische machtsposities en fusies wordt voor een aantal sectoren aangevuld met een regime ten aanzien van aanmerkelijke marktmacht (AMM), dat het mogelijk maakt om verplichtingen op te leggen teneinde mededingingsproblemen te voorkomen. Bovendien kent een aantal sectorregimes een eigen – doorgaans aanvullende – fusietoets. Deze bijdrage beschrijft het sectorspecifieke mededingingsrecht met de nadruk op de verschillende vormen van fusietoetsing en hun samenhang met het commune mededingingsregime.


Prof. mr. W. Sauter
Prof. mr. W. Sauter is werkzaam bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het Tilburg Law and Economics Center (TILEC). wsauter@nza.nl

    Uit de koker van de Europese Commissie kwam bij voorstel voor een verordening van 8 februari 2012 een Europese stichting van algemeen nut te voorschijn. Het voorstel is niet goed doordacht. Ook kunnen de beoogde doelen op eenvoudigere wijze worden bereikt. Dat zullen de auteurs in dit artikel inzichtelijk maken.
    Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende het statuut van de Europese stichting (FE), COM(2012) 35 final


Mr. N. Peters
Mr. N. Peters is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch, alsmede buiten-promovendus en docent aan de RUG.

Mr. M. Goorts
Mr. M. Goorts is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch.
Artikel

Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie: beweging in de rechtspraak

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden handvest, grondrechten, reikwijdte, EVRM, solidariteit
Auteurs Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen en Mr. A. Pahladsingh
SamenvattingAuteursinformatie

    In het laatste deel van een drieluik over het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, nadat dit juridisch bindend is geworden op 1 december 2009, constateren de auteurs dat de Europese en Nederlandse rechtspraak over het Handvest duidelijk in beweging is, al zijn er nog steeds vragen onbeantwoord. Twee terreinen zijn met name interessant om ook in de nabije toekomst te blijven volgen: de reikwijdte van het Handvest, dat wil zeggen de vraag wanneer het toepasbaar is ten aanzien van de lidstaten, en de relatie van het Handvest tot andere mensenrechtenverdragen zoals het EVRM.


Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen
Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen is als jurist werkzaam bij de Raad van State in Den Haag.

Mr. A. Pahladsingh
Mr. A. Pahladsingh is als jurist werkzaam bij de Raad van State in Den Haag.
Artikel

Arbeidsrechtelijke aspecten in geval van faillissement: een update

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 3 2013
Trefwoorden doorbraak aansprakelijkheid, vereenzelviging, faillissement, opvolgend werkgeverschap, ketenregeling
Auteurs Mr. L.H. van de Kar
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur enkele arbeidsrechtelijke aspecten in geval van faillissement.


Mr. L.H. van de Kar
Mr. L.H. van de Kar is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Column

De Inspectie opnieuw onderzocht

Bespreking van de rapporten Sorgdrager en Van der Steenhoven over de Inspectie voor de Gezondheidszorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2013
Trefwoorden IGZ, Sorgdrager, Van der Steenhoven
Auteurs Mr. dr. Ph.S. Kahn
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2012 verschenen in een lange reeks opnieuw twee rapporten over de IGZ: van Sorgdrager en van Van der Steenhoven. Beide onderzoekers verlangen van de Inspectie enerzijds een sterk op de individuele burger gerichte (procedurele) taak met betrekking tot klachtbehandeling, anderzijds een focus met betrekking tot het systeemtoezicht waarmee zij sinds 1995 is belast. Beide gaat niet samen. Een fundamentele discussie over de rol van de IGZ wordt echter uit de weg gegaan. Hierdoor wordt de verwarring over de positie van de IGZ vergroot en leidt dit tot gezag- en reputatieverlies van de Inspectie, hetgeen zeer ongewenst is.


Mr. dr. Ph.S. Kahn
Philip Kahn is secretaris raad van bestuur en hoofd bureau managementondersteuning van het HagaZiekenhuis in Den Haag.
Artikel

Dossier Arbeid & Recht december 2012

Tijdschrift Dossier Arbeid & Recht, Aflevering 12 2012
Auteurs Prof. mr. C.J. Loonstra en Mr. B. Hoogendijk

Prof. mr. C.J. Loonstra

Mr. B. Hoogendijk
Artikel

Dossier Arbeid & Recht november 2012

Tijdschrift Dossier Arbeid & Recht, Aflevering 11 2012
Auteurs Prof. mr. C.J. Loonstra en Mr. B. Hoogendijk

Prof. mr. C.J. Loonstra

Mr. B. Hoogendijk
Artikel

De rol van de ondernemingsraad bij het aantrekken van krediet en het stellen van zekerheid in concernverband

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2012
Trefwoorden ondernemingsraad, adviesrecht, krediet, zekerheid, herfinanciering
Auteurs Mr. L.A. Beukers
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de rol van de ondernemingsraad bij besluiten tot het aantrekken van krediet en het stellen van zekerheid in concernverband.


Mr. L.A. Beukers
Mr. L.A. Beukers is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

    This article deals with employee board-level representation (EBLR) in the case of a cross-border merger. Article 16 CBM Directive (Tenth Directive 2005/56/EC) contains a provision to preserve this form of employee participation on national level. One of the fundamental principles of this article is the so called 'before and after principle'. This means that a cross-border merger may not be used to escape from already existing rights on employee participation. This article discusses the role of article 16 CBM Directive in the context of Dutch company law from the point of view of this fundamental principle. I will focus on two aspects: (i) the application of the said article and (ii) the embedding thereof in Dutch company law. This will lead to the conclusion that article 16 CBM Directive does not always protect what it should protect according to its objectives.


mr. Femke Laagland
Artikel

Klokkenluiden en veiligheid

De wegen die werknemers bewandelen bij verschillende typen misstanden op het werk

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2012
Trefwoorden whistle-blowing, safety, employee, report, wrongdoing
Auteurs Doris van van Dijk, Marijke Malsch, Gezinus Wolters e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands whistle-blowing regulations are still unbalanced and ineffective in the protection of whistle-blowers and the prevention of misconduct at work. This article focuses on the question how whistle-blowing behaviour is influenced by the type and severity of the wrongdoing. The study also examines to whom employees would report (internally and/or externally), if they would report anonymously, and why they would do that or not. As far as the authors know, this is one of the first studies on whistle-blowing behaviour that systematically investigates the characteristics of the wrongdoing by using vignettes. In a two by two design, two kinds of wrongdoing (safety problem or embezzlement) at two levels of severity are plotted against each other. When confronted with severe wrongdoing, respondents intend to blow the whistle more often (externally) than with mild wrongdoing. Of the four cases, the difference between mild and severe embezzlement is most pronounced. Internally, a difference is found between the vignettes in reporting anonymously. Most respondents prefer to report to their direct supervisor, especially when a mild safety problem occurs. With severe embezzlement however, respondents prefer to report to a confidential adviser within the company. Outside the company, reporting to one’s trade union is most popular. Nearly all respondents would only report externally after an internal report has not yielded any results, or they would not report outside the company at all. They often argue that it is an internal problem and that the company could be harmed if the wrongdoing would be disclosed. This argument is used in all vignettes. Anonymity is still considered important by the majority of the respondents. It is recommended in this article that policymakers specify whistle-blowing regulations that are adaptable to the specific characteristics of the wrongdoing and the reporting employee(s).


Doris van van Dijk
Mr. D. (Doris) van Dijk MSc is junior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR). E-mail: dorisvandijk@zonnet.nl

Marijke Malsch
Mr. dr. Marijke Malsch is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Haarlem en in het Hof Den Bosch. E-mail: mmalsch@nscr.nl

Gezinus Wolters
Dr. Gezinus Wolters is universitair hoofddocent cognitieve psychologie aan de Universiteit Leiden.

Wim Huisman
Prof. mr. dr. Wim Huisman is hoogleraar criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. E-mail: w.huisman@vu.nl
Artikel

Mediation in zakelijke geschillen

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 9 2012
Trefwoorden mediation, procederen, ADR, geschiloplossing, procesrecht
Auteurs Mr. P. van der Veld
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de voordelen die mediation heeft in – met name – zakelijke geschillen. Door de implementatie van de Richtlijn betreffende bepaalde aspecten van bemiddeling/mediation in burgerlijke en handelszaken worden enkele bezwaren om niet voor mediation te kiezen weggenomen. En voor zakelijke geschillen kan mediation bovendien kostenbesparend werken. Tot slot behandelt de auteur kort het concept deal-mediation.


Mr. P. van der Veld
Mr. P. van der Veld is advocaat bij NautaDutilh te Rotterdam.
Artikel

De in beginsel strakke regel

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Hoger beroep, In beginsel strakke regel, Grieven, Nieuwe weer, Eiswijziging, Nieuw feit
Auteurs Mr. drs. B.T.M. van der Wiel
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. drs. B.T.M. van der Wiel
Mr.drs. B.T.M. van der Wiel is advocaat bij Houthoff Buruma
Artikel

De positie van de statutair bestuurder in een notendop

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 7/8 2012
Trefwoorden statutair bestuurder, dubbele rechtsbetrekking, benoeming, arbeidsovereenkomst, ontslag
Auteurs Mr. E.W.M. Heyman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur, mede naar aanleiding van de aanstaande invoering van de Wet bestuur en toezicht, hoe de positie van de statutair bestuurder ten opzichte van de vennootschap ook alweer in elkaar zit.


Mr. E.W.M. Heyman
Mr. E.W.M. Heyman is advocaat ten kantore van Allen & Overy te Amsterdam.
Praktijk

Zakelijk geschil? Zakelijke mediation!

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2012
Trefwoorden mediation, geschiloplossing, zakelijk conflict, business mediation
Auteurs Mr. A.G. Wennekes
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur mediation als geschiloplossing bij zakelijke conflicten. Allereerst wordt ingegaan op het begrip zakelijke mediation. Voorts worden er enkele praktijkvoorbeelden van conflicten in het bedrijfsleven besproken waarbij mediation als oplossing van het conflict de meest wenselijke route is gebleken. Deze voorbeelden zijn in beginsel fictief, waarbij een deel gebaseerd is op jurisprudentie en een deel geïnspireerd op de mediationpraktijk. Vervolgens wordt de wettelijke context van zakelijke mediation besproken. In dit verband wordt ingegaan op de Europese Mediationrichtlijn, de initiatiefnota van de VVD om mediation wettelijk te verankeren in de Nederlandse wetgeving en de aangekondigde verhoging van het griffierecht. Betoogd wordt dat mediation als conflictoplossing voor bedrijven een volwaardig en dikwijls beter alternatief is dan de traditionele rechtspraak.


Mr. A.G. Wennekes
Mr. A.G. Wennekes is senior knowhow adviseur en NMI geregistreerd mediator bij Loyens & Loeff te Rotterdam.
Toont 101 - 120 van 319 gevonden teksten
1 2 3 4 6 8 9 10 15 16
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.