Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 579 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x
Redactioneel

Kwaliteitsborging door het veld: en de wetgever dan?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Auteurs Mr.dr. G.J.M. Evers en Prof. mr. F.J. van Ommeren
Auteursinformatie

Mr.dr. G.J.M. Evers
Mr.dr. G.J.M. (Guido) Evers is wetgevingsjurist bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.

Prof. mr. F.J. van Ommeren
Prof. mr. F.J. (Frank) van Ommeren is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redacteur van RegelMaat.
Artikel

De functie van de kwaliteitsborging in het zorgstelsel

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden kwaliteit van zorg, professionele standaard, private regulering
Auteurs Prof. mr. J.G. Sijmons
SamenvattingAuteursinformatie

    In het gezondheidsrecht is de ontwikkeling van private normen van groot belang. Tussen normen van de wetgever en toetsing door de rechter ontwikkelt zich steeds meer een laag van standaarden, richtlijnen en protocollen. Deze geven invulling aan de meer globale normen en plichten die in formele wetgeving zijn neergelegd. Het Zorginstituut Nederland speelt hierin een belangrijke rol door registratie van richtlijnen en protocollen. De auteur gaat onder meer in op de ontwikkeling en vormgeving van de kwaliteitsnormering en plaatst enkele kanttekeningen daarbij. Zo zal de verwachting dat met deze ontwikkeling ook transparantie bij kwaliteit van zorg kan worden bevorderd, voorlopig niet zijn gerealiseerd. Integendeel, het heeft eerder de ondoorzichtigheid van het kwaliteitsvraagstuk in beeld gebracht. Het is zelfs de vraag of met een tendens naar standaarden als algemene, minimale kwaliteitsnormen met optimale doelmatigheid met de registratie wel de goede sleutel tot het goed functioneren van het stelsel is gevonden.


Prof. mr. J.G. Sijmons
Prof. mr. J.G. (Jaap) Sijmons is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht en advocaat bij Nysingh te Zwolle.
Artikel

Wet kwaliteitsborging voor het bouwen; nieuw stelsel voor het bouwtoezicht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden bouwkwaliteit, kwaliteitsborging, nalevingstoezicht, toelatingsorganisatie, stelselwijziging
Auteurs R. Ahraoui
SamenvattingAuteursinformatie

    Het langverwachte wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen ter introductie van een nieuw stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen en versterking van de privaatrechtelijke positie van de bouwconsument is ingediend bij de Tweede Kamer. Bouwpartijen moeten bij het bouwen zelf voorzien in privaatrechtelijk georganiseerd toezicht om te voldoen aan het Bouwbesluit 2012. Dit heeft gevolgen voor het nalevingstoezicht door de gemeente. Ingegaan wordt op de gemaakte keuzes. Tevens wordt ingegaan op de verschillende mogelijkheden waarop het toezicht op de naleving van de regels en afspraken vorm krijgt in het nieuwe stelsel.


R. Ahraoui
Mr. R. (Rachida) Ahraoui is senior wetgevingsjurist bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

Private kwaliteitsborging als wetgevingsvraagstuk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden private kwaliteitsborging, regulering, toezicht
Auteurs dr. A.R. Neerhof
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij zowel de Europese als de nationale overheid is er al meer dan twee decennia lang een duidelijke belangstelling voor private kwaliteitsborging als een instrument voor regulering en toezicht naast exclusief overheidsoptreden. Dit past bij de gedachte dat in de samenleving ook veel kan worden gereguleerd zonder dat de overheid daar meteen aan te pas hoeft te komen. De auteur bespreekt dit instrument als wetgevingsvraagstuk. Daarbij komen de modaliteiten van private kwaliteitsborging aan bod en welke aandachtspunten in acht moeten worden genomen als de wetgever kiest voor private kwaliteitsborging. Deze aandachtspunten zijn te ontlenen aan beginselen van de democratische rechtsstaat en beginselen van behoorlijke wetgeving, goed bestuur en de open markt. Aan het slot trekt de auteur enkele conclusies over op welke wijze de overheid rekening moet houden met private kwaliteitsborging bij de totstandkoming van wetgeving.


dr. A.R. Neerhof
dr. A.R. (Richard) Neerhof is als universitair hoofddocent bestuursrecht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verricht onderzoek in het programma ‘Public Contracts: Law & Governance’.
Artikel

Private toezichthouders als radertjes in wiens machine: die van de overheid of van bedrijven?

De casus van zelfregulering in de uitzendbranche

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden vervangende zelfregulering, private toezichthouders, toezicht, uitzendbureaus
Auteurs Dr. H.G. van der Voort
SamenvattingAuteursinformatie

    Overheden accepteren vaak private, helpende handen voor toezichtstaken, zoals normstelling, informatieverzameling en handhaving. Publieke toezichthouders ontmoeten in een dergelijk geval hun private collega’s. Voorbeelden van deze collega’s zijn zelfregulerende brancheorganisaties, die op hun beurt toezichtstaken hebben. Zij zijn te zien als de facto private toezichthouders tussen publieke toezichthouders en bedrijven. Hoe is de rol van private toezichthouders te typeren? In een uitgebreide casusbeschrijving over vervangende zelfregulering in de uitzendbranche exploreert de auteur de rol van private toezichthouders tussen overheid en de bedrijven waarop zij toezicht houden in. Zijn zij heel afhankelijk van de overheid, een radertje in haar machine? Of juist een radertje in de machine van de bedrijven die de schone schijn willen ophouden voor de overheid? De casus laat zien dat private toezichthouders niemands radertje zijn, maar beter te zien zijn als zelfstandige module die een ingewikkeld systeem van publieke en private regels gaande houdt. De casus is inspirerend voor de wetgever, want deze heeft de branche zelf de prikkels gegeven om zich op de huidige wijze te reguleren en daarmee de private toezichthouders de huidige rol gegeven. De bijdrage sluit af met een uiteenzetting van deze prikkels en de verklaring van hun werking.


Dr. H.G. van der Voort
Dr. H.G. (Haiko) van der Voort is universitair docent aan de TU Delft, faculteit Techniek, Bestuur en Management.
Diversen: Buitenlands nieuws

De boycot van de ‘toiletwet’

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden gelijkheidsbeginsel, genderidentiteit, discriminatie, transseksualiteit
Auteurs Dr. S.H. Ranchordás
SamenvattingAuteursinformatie

    De zogenaamde ‘toiletwet’ van de Amerikaanse staat North Carolina heeft zowel binnen als buiten de Verenigde Staten de nodige beroering veroorzaakt. Deze wet regelt wie welke toiletten en kleedkamers mag gebruiken op basis van het geboortegeslacht. Dit heeft vergaande gevolgen voor transgenders, maar de betekenis van deze wet beperkt zich niet tot een toiletbezoek. Volgens de auteur ligt de betekenis dieper, in het gelijkheidsbeginsel, maatschappelijke waarnemingen over geslacht, de relatie tussen federale en lokale overheid en hoe economische en culturele belangen de toekomst van wetgeving kunnen beïnvloeden. Deze aspecten komen in de bijdrage aan bod, alsmede pogingen om de wet te boycotten.


Dr. S.H. Ranchordás
Dr. S.H. (Sofia) Ranchordás is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden en Affiliated Fellow van het Information Society Project van de Yale Law School.
Casus

Eerste Kamer en wetgeving

Een boodschap aan de staatscommissie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden wetgevingsprocedure, wetgevingskwaliteit, novelle, amendement
Auteurs Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De positie van de Eerste Kamer heeft al vaak onder druk gestaan. Gelet daarop is het een wonder te noemen dat wij nog altijd een senaat hebben. Dit is te danken aan een voortdurende aanpassing van zijn functie, een strategie van terughoudendheid en een zware procedure van grondwetwijziging. In meer positieve zin is de huidige acceptatie ook te danken aan het meer en meer optreden als toetsende instantie van het wetgevingsproces en de wetgevingskwaliteit. Aan de hand van twee recente voorbeelden, het wetsvoorstel Elektriciteits- en gaswet en een wijziging van de Mediawet, beziet de auteur of deze positionering terecht is. Vanuit de Kamer zelf is kritiek geuit op het staatsrechtelijke gehalte van het optreden van de Kamer bij de behandeling van die voorstellen. De auteur is van mening dat het veel meer perspectief biedt als de aangekondigde staatscommissie aandacht besteedt aan de feitelijk bijdrage die de Senaat kan leveren aan de kwaliteit van onze wetgeving, zijnde dé functie van de Senaat, dan herhaalde aandacht voor zijn staatsrechtelijke positie, waarvoor de argumenten al vele malen gewisseld zijn.


Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden) en voormalig rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen.
Casus

‘Vluchten voor het AZC’

Over lokale democratie, referendumperikelen en trechterwerking in het bestuursrecht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2016
Trefwoorden asielopvang, specialiteitsbeginsel, trechterwerking, referendum, fair play
Auteurs Rob van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De vestiging van AZC’s in Nederland levert doorgaans heftige protesten op. Deze bijdrage laat aan de hand van een concrete casus zien dat dit niet altijd louter of vooral een kwestie is van boze burgers, maar soms ook wordt aangewakkerd door de wijze waarop door de wetgever bestuurlijke besluitvormingsprocessen zijn ingericht en de manier waarop bestuursorganen daarmee omgaan. Met name wanneer particuliere ondernemers een omgevingsvergunning aanvragen voor het vestigen van een AZC, kan een serieuze alternatievenafweging gemakkelijk worden geblokkeerd, wanneer het bevoegd gezag zich beperkt tot het nemen van een besluit op grondslag van de aanvraag. In zo’n geval hebben omwonenden weinig mogelijkheden om het achterliggende (ontbrekende) asielopvangbeleid ter discussie te stellen in bezwaar en beroep en blijkt ook een referendumverzoek om de gemeenteraad tot beleidskeuzes te dwingen geen garantie voor succes. In de sfeer van de rechtsbescherming doet zich bovendien al snel gevoelen dat het besluitbegrip als aangrijpingspunt voor bezwaar en beroep belemmert dat een geschil met de overheid in zijn totaliteit wordt bezien.


Rob van Gestel
Prof. dr. Rob van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School en was tot april 2016 redacteur van RegelMaat.
Redactioneel

Wetgeving en innovatie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2016
Auteurs Guido Evers en Dennis de Kok
Auteursinformatie

Guido Evers
Mr.dr. Guido Evers is wetgevingsjurist bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.

Dennis de Kok
Mr. Dennis de Kok is coördinerend jurist bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken bij het Ministerie van Economische Zaken en redacteur van RegelMaat.
Praktijk

Niet bekrachtigen of weigeren contraseign?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Contraseign, bekrachtiging, initiatiefwetgeving
Auteurs Tim Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaat de auteur in op de staatsrechtelijke finesses van de bekrachtiging van wetsvoorstellen nadat zij door de Eerste Kamer zijn aangenomen, het ministeriële contraseign en het verschil tussen die twee zaken. Letterlijk genomen ziet de term ‘bekrachtigen’ in de tekst van artikel 87 lid 1 Grondwet op een daad van de Koning en is de contrasignering door één of meer bewindspersonen een staatsrechtelijk en procedureel daarvan te onderscheiden handeling. Toch moet de bekrachtiging als geheel, dus inclusief het contraseign, worden gezien als een daad van de regering. Daarnaast gaat de auteur in op de niet-bekrachtiging van initiatiefwetsvoorstellen. De procedure voor niet-bekrachtiging wordt besproken, alsmede enige staatsrechtelijke curiosa die zich in de geschiedenis op dat punt hebben voorgedaan. Het blijkt dat niet-bekrachtiging niet alleen bij initiatiefwetsvoorstellen is voorgekomen, maar dat ook een aantal maal is afgezien van bekrachtiging van regeringsvoorstellen.


Tim Borman
Mr. Tim Borman is coördinerend raadadviseur bij de directive Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Regels voor de digitale deeleconomie, oftewel ‘uber-regulering’

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2016
Trefwoorden deeleconomie, experimenteerbepaling, innovatie
Auteurs Sofia Ranchordas
SamenvattingAuteursinformatie

    De zogenoemde ‘deeleconomie’ wordt steeds populairder en steeds meer elektronische platformen bieden goederen en diensten aan die niet door professionals, maar door gewone burgers geleverd worden. Dit levert kansen op, maar er zijn ook risico’s aan verbonden. Omdat de deeleconomie gebaseerd is op gedeelde consumptie, kunnen deze initiatieven in principe leiden tot een lager verbruik van hulpbronnen, minder CO2-uitstoot en een grotere vraag naar duurzamere producten van goede kwaliteit. Als nadelen worden vaak genoemd een gebrek aan regels, arbeidsonzekerheid, gevaren voor de veiligheid van de gebruikers en schending van de privacy van consumenten. Dit alles werpt de vraag op hoe de wetgever met de opkomst van de deeleconomie moet omgaan: moet hij maatregelen nemen om de deeleconomie te bevorderen of bestaande regelgeving toepassen? De auteur neemt het standpunt in dat, omdat de deeleconomie nog in grote beweging is, er een voorlopige oplossing moet worden gevonden waarbij de voordelen van de deeleconomie afgewogen worden tegen de publieke belangen die op dit moment onbeschermd blijven. Deze derde weg kan worden bewandeld door de invoering van afwijkende regels of via experimenten. De wijze waarop de gemeente Amsterdam omgaat met Airbnb is volgens de auteur hiervan een goed voorbeeld.


Sofia Ranchordas
Mr. dr. Sofia Ranchordas is universitair docent aan de Tilburg Law School en Resident Fellow aan de Yale Law School, Information Society Project.
Artikel

Paden naar Utopia

Over regels, regeldruk en experimenten in het onderwijs

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2016
Trefwoorden experimenten, regeldruk, toekomstbestendige wetgeving
Auteurs Erik Florijn
SamenvattingAuteursinformatie

    De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) maakte onlangs bekend dat hij een experiment met regelluwe scholen wil starten. Het experiment houdt in dat ongeveer zestig ‘excellente’ scholen zes jaar lang de ruimte krijgen om met het oog op verbetering van de kwaliteit of de doelmatigheid van het onderwijs af te wijken van vrijwel alle onderwijsrechtelijke bepalingen. In dit artikel gaat de auteur na of het experiment met regelluwe scholen als een voorbeeld kan dienen voor het werken met experimenteerbepalingen zoals het kabinet dat voor ogen staat, of dat uit de opzet van dit experiment juist andere lessen kunnen worden getrokken. De auteur ziet een aantal knelpunten bij dit experiment. Zo worden onder meer opmerkingen gemaakt over de meetbaarheid van kwaliteit van onderwijs, de vormgeving van het experiment, de verhouding tussen het experimentenbesluit en de bovenliggende wet, en de praktische uitvoerbaarheid van een evaluatie.


Erik Florijn
Dr. Erik Florijn is wetgevingsjurist bij de Afdeling advisering van de Raad van State.
Artikel

Een algemene bepaling of preambule voor de Nederlandse Grondwet – gerommel in de marge?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Grondwet, preambule, algemene bepaling
Auteurs Mirjam von Meijenfeldt en Roos Molendijk
SamenvattingAuteursinformatie

    De regering heeft voorgesteld een algemene bepaling aan de Grondwet toe te voegen waarin staat dat de Grondwet de kernwaarden democratie, rechtsstaat en grondrechten waarborgt. In reactie op het door Adams en Leenknegt geschreven artikel wordt betoogd dat zowel een algemene bepaling als een preambule bij de huidige constitutionele stand van zaken slechts gerommel in de marge is. Het voorstel gaat voorbij aan waar het daadwerkelijk om gaat: een fundamentele herbezinning op de Grondwet en diens plaats in de samenleving.


Mirjam von Meijenfeldt
Mirjam von Meijenfeldt volgt de master Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht.

Roos Molendijk
Roos Molendijk volgt de master Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Toekomstbestendige wetgeving: duurzaam? wendbaar? duurzaam wendbaar?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2016
Trefwoorden toekomstbestendige wetgeving, Right to Challenge, experimenteerbepaling, doelregulering
Auteurs Gert Jan Veerman
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Toekomstbestendigheid’ is in de mode, dat geldt ook voor het idee van de toekomstbestendige wetgeving. Van oorsprong betekent toekomstbestendig: duurzaam. Dat wordt geïllustreerd aan de hand van het materiaal waarop teksten vroeger werden vastgelegd en van ideeën over de aard en oorsprong van regels: een godheid, de natuur, het wezen van de mens. Empirisch gesproken, is wetgeving niet zo duurzaam, maar wordt zij aangepast aan de maatschappelijke omstandigheden. Dat is in het algemeen zo, maar is ook vast te stellen voor de recente tijd. Een onderzoek naar wetten die de laatste tien jaar niet zijn gewijzigd, laat zien dat dergelijke wetgeving nauwelijks voorkomt en dat die zeer specifieke situaties betreft.
    In een recente brief van de Minister van Economische Zaken over ‘Toekomstbestendige wetgeving’ lijkt toekomstbestendigheid een andere inhoud te hebben gekregen. Wetgeving moet wendbaar zijn om innovatie te faciliteren. Om niettemin tegemoet te komen aan de bescherming van publieke belangen wordt van de wetgever gevraagd ‘duurzaam wendbare’ wetgeving te ontwerpen. Drie operationaliseringen worden gegeven van dergelijke structureel wendbare wetgeving: doelregulering, ‘Right to Challenge’ en experimenteerbepalingen. Nadere analyse leert dat sprake is van een conceptuele vergissing, dat een politieke belangenafweging wordt vermomd als een technisch-legislatieve, dat de drie operationaliseringen zo structureel niet zijn en de nodige nadelen hebben. Wetgeving is al wendbaar, wordt aangepast aan de maatschappelijke omstandigheden en het daarvoor gewenste beleid. Zo worden (de) drie betekenissen van het concept van ‘toekomstbestendige wetgeving’ in het artikel ten grave gedragen.


Gert Jan Veerman
Mr. dr. Gert Jan Veerman was werkzaam bij het Kenniscentrum Wetgeving en is emeritus-hoogleraar Wetgeving en Wetgevingskwaliteit bij Maastricht University.
Artikel

Van meezeggen en tegenspreken – van democratisering naar een lastig gesprek

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Medezeggenschap, Onderwijs, Commissie Behoorlijk Bestuur
Auteurs drs. D.P. van den Bosch
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt beschreven hoe de opvattingen inzake medezeggenschap in het overheidsbeleid zich hebben ontwikkeld sinds de opkomst van de gedachten daarover in de jaren zeventig. Nadat de studentenprotesten van 1968 ook in Nederland tot democratisering van de universiteiten hadden geleid met de Wet Universitaire Bestuurshervorming (1970), werd de aanzet voor medezeggenschap in de hele semipublieke sector vooral gegeven door de commissie-Van der Burg, die in 1977 rapport uitbracht. In alle sectoren werd nadien de medezeggenschap wettelijk geregeld, soms na zeer lange discussies. En nog altijd is de discussie niet uitgewoed. De commissie-Halsema besprak in haar rapport van 2013 voor een deel dezelfde thema’s als de commissie-Van der Burg, in het licht van beoogde verbeteringen in het besturen van de inmiddels sterk veranderde instellingen. En de WRR liet in 2014 zijn licht over deze materie schijnen. Welke beleidsagenda levert dit nu op?


drs. D.P. van den Bosch
Drs. D.P. (Dick) van den Bosch is hoofd van de afdeling Wonen en Rijksdienst bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

Wettelijk geconditioneerde zelfregulering: het dilemma van het omarmen van zelfregulering door de wetgever

Casestudy: de Gedragscode internationale student in het Nederlandse hoger onderwijs

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Gedragscode, hoger onderwijs, wettelijk geconditioneerde zelfregulering
Auteurs Mr. dr. A.G.D. Overmars
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid stimuleert zelfregulering door het veld, zodat zij zelf minder regels hoeft te ontwikkelen. Zij doet daarbij een beroep op het verantwoordelijkheidsgevoel van het veld. Tegelijkertijd omarmt de wetgever de zelfregulering door inbedding ervan in wet- en regelgeving. Daarmee verandert het karakter van de regulering. In hoeverre is er nog sprake van zelfregulering? Is de zelfregulering door de inbedding in wet- en regelgeving feitelijk geen overheidsregulering geworden? Als casestudy wordt in deze bijdrage de toelating van internationale studenten in het Nederlandse hoger onderwijs beschreven. De uitvoeringspraktijk in deze sector maakt duidelijk dat de vervlechting van beide vormen van regulering, indien niet goed doordacht en op elkaar afgestemd, tot een juridisch kwetsbare constructie leidt.


Mr. dr. A.G.D. Overmars
Mr. dr. A.G.D. Overmars is werkzaam als senior beleidsadviseur bij de Dienst Uitvoering Onderwijs. Daarnaast is hij rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Noord-Nederland. Overmars was in de periode 2006-2015 secretaris van de Landelijke Commissie. In 2014 promoveerde hij aan de Radboud Universiteit Nijmegen op een rechtsvergelijkend onderzoek naar de werking van (zelf)regulering op het gebied van de toelating van studenten van buiten de EU tot het hoger onderwijs.
Casus

Politiek primaat achter een juridisch schild

Een kanttekening bij de verantwoordelijkheidsverdeling tussen Kamerleden en wetgevingsjuristen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Rechtsstaat, Rol van de wetgevingsjurist, Terrorismebestrijding
Auteurs Mr. dr. P.J.P.M. Van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt een door het Kamerlid Zijlstra ingediende motie, waarin hij oproept om juristen de opdracht te geven positief te adviseren over veiligheidsmaatregelen vanwege (dreigend) terrorisme. De wetgevingsjurist dient zich niet af te vragen of iets mogelijk is, maar te zorgen dat het mogelijk is. De auteur bespreekt welke juridische argumentaties er zijn om veiligheidsoverwegingen boven juridische overwegingen te laten gaan. Wel is het de vraag of het van een wetgevingsjurist kan worden verwacht dat hij zelf een afweging tussen veiligheidsoverwegingen en juridische overwegingen maakt. In feite maakt hij dan niet alleen een juridische afweging, maar ook een beleidsmatige afweging. De vraag is waarom wetgevingsjuristen zich kennelijk gedwongen voelen zich in dergelijke bochten te wringen. Het feit dat de Tweede Kamer zich weinig actief bemoeit met het waarborgen van rechtsstatelijke normen kan daar mede aan ten grondslag liggen. In die zin verbergen Kamerleden zich achter het schild van het juridisch advies.


Mr. dr. P.J.P.M. Van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden) en is voormalig rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen.
Redactioneel

Invloed op maatschappelijke organisaties

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2016
Auteurs Mr. M.M. den Boer en Prof. mr. F.J. van Ommeren
Auteursinformatie

Mr. M.M. den Boer
Mr. M.M. den Boer is directeur van de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en redacteur van RegelMaat.

Prof. mr. F.J. van Ommeren
Prof. mr. F.J. van Ommeren is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Ontwikkelingen in de governance van onderwijsinstellingen en de rol van medezeggenschap daarbij

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Medezeggenschap, Kwaliteit van onderwijs, Goed bestuur
Auteurs mr. J.A.P. Veringa en mr. L. Schouten BA
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt teruggekeken op de ontwikkelingen in de afgelopen tien jaar van sturing in het onderwijs en de rol van de medezeggenschap hierbij. De vraag wat de visie op de rol van maatschappelijk belanghebbenden is en in welke mate de overheid met succes belanghebbenden (zowel de medezeggenschap als andere stakeholders) stimuleert om de kwaliteit van het onderwijs en van het bestuur te verbeteren staat in deze bijdrage centraal. In alle onderwijssectoren is in juridische zin de positie van de medezeggenschap versterkt, maar de medezeggenschap heeft volgens de auteurs beperkte invloed gehad in situaties waar problemen aan het ontstaan waren. Hier valt winst te behalen. Hiermee kan ook de legitimatie van de semipublieke instellingen in het onderwijs worden versterkt. Wij zijn van oordeel dat de rol van de medezeggenschap een meer integraal onderdeel van de visie op goed bestuur in het onderwijs zou moeten zijn.


mr. J.A.P. Veringa
Mr. J.A.P. Veringa is directeur Wetgeving en Juridische Zaken bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

mr. L. Schouten BA
Mr. L. Schouten BA is wetgevingsjurist bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Artikel

Inspraak van verstandelijk gehandicapten

Effectiviteit en ineffectiviteit van wet- en regelgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Wetgeving, Naleving, Inspraak, Medezeggenschap
Auteurs Mr. dr. M. Malsch en Mr. M.L.W. Verhagen-Maat
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt de doelstellingen van de wet- en regelgeving die van toepassing is op inspraak in de zorg en onderzoekt de doelbereiking in de praktijk. Ingegaan wordt op de doelstelling en naleving van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (WMCZ) en van wetten en beleidsregels die betrekking hebben op andere vormen van inspraak van verstandelijk gehandicapten, zoals het zorgplan en het leefwensenonderzoek. Geen van de betrokken wetten of beleidsregels blijkt in de praktijk te functioneren conform het doel: vergroting van de daadwerkelijke inspraak van de cliënt. De vraag wordt gesteld of wet- en regelgeving een geschikte methode is om betere inspraak te bevorderen. In de conclusies worden suggesties voor verbetering van mogelijkheden van inspraak gedaan, waarbij aandacht wordt besteed aan zowel wet- en regelgeving en toezicht als alternatieve benaderingen.


Mr. dr. M. Malsch
Mr. dr. M. Malsch is senior wetenschappelijk onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam. Zij is curator van een verstandelijk gehandicapte man en lid van een vertegenwoordigersraad in een verstandelijk-gehandicapteninstelling.

Mr. M.L.W. Verhagen-Maat
Mr. M.L.W. Verhagen-Maat was verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht te Utrecht en is curator van een verstandelijk gehandicapt familielid. Zij is voorzitter van een familievereniging van mensen met een verstandelijk gehandicapt familielid.
Toont 101 - 120 van 579 gevonden teksten
1 2 3 4 6 8 9 10 28 29
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.