Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1166 artikelen

x
Jaar 2010 x
Artikel

Een upgrade van het zorgbeleid van de NMa: de derde versie van de Richtsnoeren voor de zorgsector

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2010
Trefwoorden zorg en mededinging, publieke belangen en mededinging, diensten van algemeen economisch belang, begrip onderneming
Auteurs Prof. mr. J.W. van de Gronden
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 maart 2010 stelde de NMa haar Richtsnoeren voor de zorgsector vast. Dit is alweer de derde versie van deze richtsnoeren die de NMa publiceert. De NMa wil graag tegemoet komen aan de onzekerheden die in de zorgsector over toelaatbaarheid van bepaalde afspraken en andere praktijken bestaan. Een belangrijke kwestie in dit verband is welke rol publieke belangen spelen. In de onderhavige bijdrage staat daarom de vraag centraal of de NMa in de Richtsnoeren de verhouding tussen het mededingingsrecht en de publieke zorgbelangen heeft verduidelijkt.


Prof. mr. J.W. van de Gronden
Prof. mr. J.W. van de Gronden is hoogleraar Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Professor Wolf Sauter wordt hartelijk dank gezegd voor zijn commentaar op een conceptversie van dit artikel.
Jurisprudentie

Een uitgelezen uitgever geeft vooral geld uit

OK 27 mei 2010, LJN BM5928, JAR 2010/181

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden enquêterecht, toetsing bij enquêterecht in vergelijking tot toetsing bij medezeggenschapsrecht, strategische aspecten van een zogeheten LBO, ondernemingsraad
Auteurs Mr. R.A.A. Duk
SamenvattingAuteursinformatie

    De Ondernemingskamer heeft bij beschikking van 27 mei 2010 beslist dat rond de zogeheten leveraged buy-out (LBO) van PCM Holding door Apax sprake is geweest van wanbeleid. Daarbij kwamen vragen van strategie aan de orde en werd gewezen op de risico’s die een LBO naar zijn aard meebrengt. De OK was van oordeel, kort samengevat, dat PCM Holding een onderneming zonder duidelijke strategie was en dat ook daardoor bij de keuze voor Apax als partner voor een LBO niet voldoende doordacht was gehandeld.In de annotatie wordt bezien hoe de toetsing onder de vigeur van het enquêterecht in een geval als dit zich verhoudt tot de toetsing die de OK zou hebben toegepast wanneer de zaak via een beroep op artikel 26 Wet op de ondernemingsraden aan haar oordeel zou zijn onderworpen. Conclusie is dat die toetsing langs vergelijkbare lijnen zou zijn verlopen, aangenomen dat de betrokken centrale ondernemingsraad op dat moment zou hebben beschikt over de informatie die de OK op grond van het uitgevoerde onderzoek had.


Mr. R.A.A. Duk
Mr. R.A.A. Duk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V. te Den Haag.
Artikel

Verzorging van een functionerende lokale zorgmarkt: mogelijk tekortkomingen beleid NMa en NZa

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2010
Trefwoorden zorggroepen, ketenzorg, zorgmarkt, zorgaanbieders
Auteurs Mr. P.D. van den Berg
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Richtsnoeren Zorggroepen zetten de NMa en de NZa het beleid inzake (multidisciplinaire) samenwerking door zorgaanbieders op lokale zorgmarkten uiteen. Het mededingingsrecht wordt op te formele wijze toegepast. Enerzijds wordt de samenwerking tussen onafhankelijke zorgaanbieders te veel beperkt, terwijl anderzijds het ontstaan van marktmacht op lokale markten niet wordt voorkomen. De lokale aard van de markt en de aard van de zorgsector brengen enkele specifieke problemen met zich die onvoldoende lijken te zijn meegewogen. Een mogelijke oplossing is het creëren van een groepsvrijstelling voor ketenzorg onder het kartelverbod.


Mr. P.D. van den Berg
Mr. P.D. van den Berg is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP in Amsterdam.
Artikel

Ontslagrecht in het Koninkrijk der Nederlanden (2)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden ontslagrecht, concordantiebeginsel, Antillen, Aruba, arbeidsrecht, Koninkrijk der Nederlanden, doorwerking, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Auteurs Mr. F.M. Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens artikel 39 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden zijn de wetgevers van de verschillende Koninkrijkslanden verplicht een aantal belangrijke rechtsgebieden ‘zoveel mogelijk’ op overeenkomstige wijze te regelen. In een tweetal artikelen onderzoekt de auteur in hoeverre zij met betrekking tot het ontslagrecht aan deze zogenoemde concordantieverplichting voldoen. Volgens de auteur houdt artikel 39 Statuut namelijk in dat een verschil in wetgeving tussen de drie Koninkrijkslanden slechts geoorloofd is indien daar een behoorlijke rechtvaardigingsgrond voor kan worden aangewezen. In dit tweede deel ligt de focus allereerst op gevolgen van de recente staatkundige hervormingen binnen het Koninkrijk voor het vigerende ontslagrecht. Conclusie hiervan is dat de materiële gevolgen voor het ontslagrecht zeer beperkt zijn. Met dit als uitgangspunt worden vervolgens de opzegbepalingen uit het BW, de rechterlijke ontbinding en het einde van rechtswege in de verschillende koninkrijkslanden met elkaar vergeleken. Uit deze vergelijking blijkt dat er tussen de verschillende landen een hoop ongerechtvaardigde verschillen bestaan. Deze verschillen lijken zich evenwel voornamelijk voor te doen op technisch-juridische gebieden. Bij het uitvaardigen van nieuwe wetgeving houden de wetgevers dus onvoldoende rekening met het concordantiebeginsel. De rechters uit het Koninkrijk kan men in dezen daarentegen weinig kwalijk nemen. Daar waar hun een zekere beoordelingsruimte wordt gelaten, bestaat er immers een grote mate aan concordantie. Door middel van concorderende interpretatie worden de open normen in de verschillende landen namelijk op dezelfde wijze ingevuld. Hierbij moet er echter wel voor worden gewaakt dat er een te grote mate van concordantie wordt bereikt. De rechter mag de verschillen in cultuur en gewoontes tussen de Koninkrijkslanden niet uit het oog verliezen.


Mr. F.M. Dekker
Mr. F.M. Dekker is externe promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en advocaat(-stagiair) bij BarentsKrans N.V. te Den Haag.
Artikel

Naschrift: De Werkwijze NMa analoog en digitaal rechercheren: einde van een zoektocht

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Werkwijze NMa analoog en digitaal rechercheren, onderzoek, evenredigheidsbeginsel, fishing expedition, geprivilegieerde gegevens
Auteurs Mr. E.J. van Dijk AA en Mr. M.J. van Heyningen M.Jur (Oxford)
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 16 augustus 2010 heeft de NMa haar nieuwe Werkwijze analoog en digitaal rechercheren (hierna ‘Werkwijze’ ) gepubliceerd. Na publicatie van de Werkwijze is een tweetal artikelen verschenen waarin mededingingsadvocaten hun visie geven op de Werkwijze. In een eerder naschrift hebben medewerkers van de NMa een nadere toelichting gegeven op de toepassing van de Werkwijze in de praktijk. In reactie op het hieraan voorafgaande artikel van Knapen en Elkerbout willen wij ingaan op enkele door Knapen en Elkerbout bij de Werkwijze geplaatste kanttekeningen. Knapen en Elkerbout gaan, nadat zij een beschrijving hebben gegeven van de Werkwijze, vooral in op de verenigbaarheid van het digitale onderzoek met artikel 5:13 Awb, alsmede op de in de Werkwijze opgenomen bescherming van ‘legal professional privilege’. In dit naschrift willen wij dan ook ingaan op deze twee onderwerpen, waarbij wij de achtergronden nader willen toelichten van enkele keuzes die bij de totstandkoming van de Werkwijze zijn gemaakt.


Mr. E.J. van Dijk AA
Mr. E.J. van Dijk AA is werkzaam bij de Directie Mededinging van de NMa.

Mr. M.J. van Heyningen M.Jur (Oxford)
Mr. M.J. van Heyningen M.Jur (Oxford) is werkzaam bij de Directie Mededinging van de NMa.
Jurisprudentie

Het recht op informatie van toezichthouders

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2010
Trefwoorden inzagerecht NZa, medisch beroepsgeheim, artikel 8 EVRM
Auteurs Prof. mr. A.T. Ottow
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de orde is het inzagerecht van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) op grond van artikel 66 Wet marktordening gezondheidszorg. De NZa stelde een controleonderzoek in bij een ziekenhuis en verlangde daartoe inzage in medische persoonsgegevens. Het ziekenhuis weigerde deze patiëntgegevens te verstrekken met een beroep op het medisch beroepsgeheim. Het CBb oordeelt dat het verschoningsrecht van de medische beroepsgroep niet zonder meer van toepassing is. Een wettelijke grondslag is aanwezig voor een beperking van het recht van patiënten op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer ingevolge artikel 8, lid 2 EVRM en daarmee eveneens voor een inbreuk op het daarmee samenhangende medische beroepsgeheim.


Prof. mr. A.T. Ottow
Prof. mr. A.T. Ottow is hoogleraar economisch publiekrecht, Europa Instituut, Universiteit Utrecht en geassocieerd lid van het college van de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA). Tevens is zij redactielid van M&M.
Redactioneel

Spindoctoring

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2010
Auteurs Mr. P.V.F. Bos
Auteursinformatie

Mr. P.V.F. Bos
Mr. P.V.F. Bos is advocaat bij BerendKrans en tevens redactielid van M&M.
Discussie

Babylon (de hangende tuinen van) revisited

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden groene daken, gebod vs. stimulering, voorschrift vs. subsidie
Auteurs Mr. G.C.W. van der Feltz
SamenvattingAuteursinformatie

    In Toronto wordt bij nieuwbouw voorgeschreven dat een percentage van het dak wordt aangelegd als een ‘groen dak’, een bedekking met levende organismen. In Amsterdam geldt een subsidieregeling voor de aanleg van groene daken en groene muren. Het verschil tussen voorschrijven en subsidiëren is principieel van belang, maar dat verschil wordt verkleind nu het voorschrift van Toronto alleen nieuwbouw betreft. Het is maatschappelijk niet eenvoudig om een voorschrift voor het vergroenen van daken ingang te doen vinden en dat geldt nog sterker als het gaat om bestaande bouw. Een subsidiesysteem lijkt daarvoor dan ook de enige mogelijkheid.


Mr. G.C.W. van der Feltz
Mr. G.C.W. (Godert) van der Feltz is werkzaam bij Van der Feltz advocaten.
Discussie

Duurzaam ruimtegebruik in de grensstreek

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden ruimtegebruik, grensoverschrijdend, regionaal, afstemming, rechtsmacht
Auteurs Mr. Y.M. Denissen-Visscher
SamenvattingAuteursinformatie

    De ruimtelijke sturingsfilosofie en het ruimtelijk juridisch instrumentarium maken het mogelijk om duurzaam ruimtegebruik binnen Nederland te realiseren. Voor duurzaam gebruik van ruimte die de Nederlandse grens overschrijdt, geldt dit niet. De betrokken staten c.q. overheden bezitten op dit gebied geen grensoverschrijdende rechtsmacht en de Europese Unie is niet bevoegd om de ruimtelijke ordening in en/of tussen de lidstaten te regelen. Duurzaam ruimtegebruik in de grensstreek vraagt om een grensoverschrijdende ruimtelijke visie en om grensoverschrijdende besluitvorming over de inrichting en het gebruik van de ruimte. Als hiervoor geen geschikte juridische instrumenten kunnen worden gevonden, dan zou de Europese Unie net als bij het Europees milieubeleid meer bevoegdheden moeten krijgen tot het (indirect) beïnvloeden van de ruimtelijke ordening tussen de lidstaten.


Mr. Y.M. Denissen-Visscher
Mr. Y.M. (Yvonne) Denissen-Visscher is docent/senioronderzoeker bij het lectoraat Gebiedsontwikkeling en recht van Saxion Hogeschool en doet een promotieonderzoek aan de Radboud Universiteit naar grensoverschrijdende gebiedsontwikkeling tussen Nederland en Duitsland.
Diversen

Nieuw toezicht op de advocatuur?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden zelfregulering, systeemtoezicht, toezicht op advocaten, advocatuur, De Hoogd
Auteurs Mr. M. de Rijke
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de totstandkoming van de Advocatenwet van 23 juni 1952 is de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) ingesteld en is wettelijk geregeld dat het toezicht op de advocatuur wordt uitgeoefend door Raden van toezicht, de bestuurders van de plaatselijke orden van advocaten. De leden van de Raden van toezicht worden gekozen uit de leden van de orde. Dit systeem van zelfregulering staat ter discussie, sinds de Minister van Justitie in een brief aan de Tweede Kamer van 5 maart 2010 zijn visie heeft gegeven op de “in de toekomst wenselijke en mogelijke aanpassingen van de wettelijke regelingen van het toezicht op notarissen, advocaten en gerechtsdeurwaarders”. De visie behelst onder meer de introductie van een nieuwe toezichthouder die controle uitoefent op de naleving van wettelijke voorschriften door advocaten. Wat echter ontbreekt in deze visie is een overtuigende onderbouwing om op zoek te gaan naar een alternatief voor het bestaande systeem en daarmee een legitimatie om de keuze te laten vallen op het andere uiterste van het spectrum van toezichtstijlen. In dit essay plaatst de auteur het bestaande toezichtsysteem, de controle hierop en de visie van de Minister in het kader van het algemeen toezichtsrecht. Zij komt tot de conclusie dat een te wankele basis bestaat voor een drastische oversteek van intern naar extern toezicht.


Mr. M. de Rijke
Mr. M. de Rijke is advocaat en partner bij Bird & Bird LLP te Den Haag.
Discussie

Op weg naar een duurzame openbare ruimte

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden openbare ruimte, duurzaam, klimaatbestendig, wateroverlast, hittestress
Auteurs Mr. dr. P. Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage vindt een verkenning plaats van de wenselijkheid, de praktijk en enige juridische aanknopingspunten van een duurzame(re) openbare ruimte. In dit verband wordt onder een ‘duurzame openbare ruimte’ verstaan: een openbare ruimte die in redelijke mate bestand is tegen extreme lokale klimaatinvloeden, met name wateroverlast en hittestress (droogte). Uit onderzoek van de VROM-Inspectie (2010) blijkt dat in bestemmingsplannen weinig over klimaatadaptatie is terug te vinden. De auteur constateert dat de gemeente kosten van verduurzaming van de openbare ruimte kan verhalen in het kader van de grondexploitatie. Daarnaast noemt hij een vijftal juridische aanknopingspunten om een gemeente aan te spreken op haar verantwoordelijkheid tot verduurzaming van de openbare ruimte.


Mr. dr. P. Jong
Mr. dr. P. (Pieter) Jong is onderzoeker bij het Centre for Law & Innovation van de TU Delft en secretaris van de CAW (Commissie van advies inzake de waterstaatswetgeving). Hij is betrokken bij het onderzoeksprogramma Klimaat voor Ruimte (IC12). Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Vertrouwen in toezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden toezicht, vertrouwen, controle
Auteurs Dr. ir. F.E. Six
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Nederlandse debat over de rol van vertrouwen in toezicht en handhaving heerst verwarring over het begrip vertrouwen. Dit artikel kijkt kritisch naar de argumenten en schept meer duidelijkheid over het begrip en de voor toezicht belangrijke relatie tussen vertrouwen en controle. Vertrouwen is onvermijdelijk aan de orde in toezichtrelaties en kan dus het beste expliciet in toezichttheorie geconceptualiseerd worden. De conceptualisatie van vertrouwen in de responsieve toezichttheorie van Braithwaite e.a. is echter aan herziening toe. Aan de hand van recente inzichten uit de vertrouwensliteratuur worden uitgangspunten en contouren van een mogelijke vertrouwensbenadering in toezicht geschetst.


Dr. ir. F.E. Six
Dr. ir. F.E. Six MBA is werkzaam aan de Vrije Universiteit, Afdeling Bestuurswetenschappen.
Discussie

Duurzaam gebruik door energie-efficiency

Het afdwingen van meer energie-efficiency bij bestaande inrichtingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden duurzaamheid, energie-efficiency, energiebesparing, bestaande inrichtingen, MJA
Auteurs Mr. M.C. Brans
SamenvattingAuteursinformatie

    Een van de belangrijkste middelen om duurzaam gebruik bij bestaande inrichtingen af te dwingen is energie-efficiency. In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van de wettelijke mogelijkheden om in het kader van dat bestaand gebruik energie-efficiency te bewerkstelligen. De toepasselijke regelingen in het Activiteitenbesluit en de Wet milieubeheer/Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) staan daarbij centraal. Voorts wordt aandacht besteed aan het vrijwillige spoor, de door overheden en (groepen) bedrijven gesloten zogenaamde meerjarenafspraken (MJA’s). Met inachtneming hiervan wordt uiteindelijk een aantal aanbevelingen gedaan om de energie-efficiency van die bedrijven in de toekomst te verbeteren.


Mr. M.C. Brans
Mr. M.C. (Marloes) Brans is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Discussie

Integrale duurzame gebiedsontwikkeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden A2 Maastricht, cradle to cradle, aanbesteding, concurrentiegerichte dialoog, vervlechting
Auteurs Mr. R.H.J. Cox
SamenvattingAuteursinformatie

    Er is een maatschappelijke behoefte aan de versnelde realisatie van ruimtelijke ontwikkelingen zoals grote bouw- en infrastructuurprojecten. Daarnaast is er ook de urgentie van duurzame ontwikkeling. Hoe nu projecten te versnellen en tegelijkertijd in kwaliteit en uitvoering te verduurzamen? In deze bijdrage wordt een model besproken (Maastrichts model) dat is toegepast op het A2-project in Maastricht en dat als hoofdingrediënten heeft: (1) een nieuwe samenwerkingsvorm tussen de publieke bestuurslagen, (2) gebiedsontwikkeling op basis van de aanbestedingsvorm van de concurrentiegerichte dialoog, (3) het vervlechten van ruimtelijke-ordeningsprocedures met de aanbestedingsprocedure en (4) de toepassing van het duurzaamheidsconcept Cradle to Cradle als inspiratiebron en bruggenbouwer tussen overheid, markt, burger en milieubeweging tijdens het planproces.


Mr. R.H.J. Cox
Mr. R.H.J. (Roger) Cox is advocaat en bestuurder bij Paulussen Advocaten N.V. te Maastricht.
Discussie

De AMvB Ruimte: rem op ontwikkeling nieuwe bedrijventerreinen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden AMvB, ruimte, duurzaam, SER-ladder, bestemmingsplan
Auteurs Mr. dr. M. Klijnstra
SamenvattingAuteursinformatie

    De medio 2009 gepubliceerde ontwerp-AMvB Ruimte legt ter bevordering van diverse nationale, ruimtelijke belangen verplichtingen op aan provincies en gemeenten. Eén daarvan betreft het locatiebeleid inzake de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen en kantoren. Op grond van de ontwerp-AMvB moeten provincies via een provinciale verordening de gemeenten opdragen een verplichte afweging te maken omtrent de daadwerkelijke behoefte aan nieuwe locaties en de mogelijkheden in die behoefte te voorzien door herstructurering en intensivering van bestaande locaties. Dit verplichte afwegingskader betreft de toepassing van de zogenoemde SER-ladder. De vraag is echter onder meer of de ontwerp-AMvB wel iets toevoegt aan de reeds bestaande afspraken die Rijk, provincies en gemeenten op dit punt al hebben gemaakt.


Mr. dr. M. Klijnstra
Mr. dr. M. (Michael) Klijnstra is advocaat bij Lexence te Amsterdam.
Jurisprudentie

Afspraken met de overheid in ruil voor een lagere boete

CBb 7 juli 2010, LJN BN0540

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden fair trial-beginsel, marktoezichthouders, bestuurlijke boete
Auteurs Mr. dr. E.J. Daalder
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin het gaat om de vraag of een toezichthouder met een overtreder de afspraak kan maken dat deze in ruil voor een lagere boete afziet van bepaalde verdedigingsrechten, zoals het recht op stukken en het recht om te betwisten dat er sprake is van een overtreding. Het CBb is van oordeel dat dergelijke afspraken in beginsel rechtmatig zijn, maar laat wel ruimte voor de overtreder om onder stringente voorwaarden op de afspraak terug te komen.


Mr. dr. E.J. Daalder
Mr. dr. E.J. Daalder is advocaat bij Pels Rijcken en is tevens redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.
Jurisprudentie

Kan een toezichthouder bij de handhaving nog prioriteiten stellen?

CBb 20 augustus 2010, LJN BN4700

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden wettelijke voorschriften, prioritering handhaving, handhavingspraktijk
Auteurs Mr. dr. E.J. Daalder
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin het gaat om de vraag in hoeverre een toezichthouder een verzoek om handhavend op te treden mag weigeren met verwijzing naar het prioriteitsbeleid. Het CBb stelt in deze uitspraak hier beperkingen aan. Toezichthouders moeten bij een handhavingsverzoek eerst onderzoek doen naar de gedraging die in de klacht wordt genoemd en vervolgens voor het niet handhaven na een inhoudelijke beoordeling van de klacht een motivering geven.


Mr. dr. E.J. Daalder
Mr. dr. E.J. Daalder is advocaat bij Pels Rijcken.


Mr. M.N. Boeve
Mr. M.N. (Marlon) Boeve is als onderzoeker verbonden aan het Centrum voor Milieurecht van de Universiteit van Amsterdam en is redacteur van TO.
Discussie

Duurzaamheidseisen in de bestaande bouw

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden duurzaamheid, bestaande bouw, Bouwbesluit, Woningwet, convenanten
Auteurs Mr. G. Aarts
SamenvattingAuteursinformatie

    De bestaande bouwsector kent een aanzienlijk besparingspotentieel. Reden genoeg dus om bestaande bouw (verder) te verduurzamen. Anders dan in de nieuwbouwsector, heerst in de bestaande bouw evenwel de opvatting dat het ontbreekt aan kansen en verplichtingen om bestaande bouw (verder) te verduurzamen. Veel gehoorde bezwaren zijn dat duurzaamheidseisen bij bestaande bouw (vaak) niet afdwingbaar zijn en aanwezige (financiële) instrumenten onvoldoende prikkels bieden. Mogelijkheden om bestaande bouw (verder) te verduurzamen zijn niettemin wel degelijk aanwezig. Een voorbeeld hiervan is de aanschrijvingsbevoegdheid van burgemeester en wethouders op grond van artikel 13 Woningwet. Toch schiet de huidige wet- en regelgeving naar de mening van de auteur op dit moment tekort. Wijziging, c.q. uitbreiding van het huidige juridische instrumentarium verdient daarom aanbeveling. Daarnaast zou (nog) meer de nadruk op het nut en de noodzaak van de toepassing van convenanten kunnen worden gelegd.


Mr. G. Aarts
Mr. G. (Godelieve) Aarts is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.


Mr. R. Vos
Mr. R. Vos is partner bij VMW Taxand te Amsterdam, lid van het bestuur van de Nederlandse Vereniging van Advocaten-belastingkundigen en de Vereniging van Fiscale Mediators.

J.A. Rouw
J.A. Rouw is strategisch adviseur en coach voor Inrichtings- en Toezichtsvraagstukken bij de Belastingdienst.
Toont 101 - 120 van 1166 gevonden teksten
1 2 3 4 6 8 9 10 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.