Zoekresultaat: 280 artikelen

x
Artikel

Schadebegroting bij een doorberekeningsverweer en een bijgestelde maatstaf voor voordeelstoerekening

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Kartelschade, Passing-on verweer, Schadebegroting, Voordeelstoerekening
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse en Mr. dr. M. van Kogelenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    In lijn met Europees schadevergoedingsrecht wendt de Hoge Raad overcompensatie af. In de recente follow-on kartelschadeprocedure TenneT c.s/ABB c.s. maakt de Hoge Raad namelijk de weg vrij voor een consistente toekenning van het zogenoemde passing-on verweer. Daarbij geeft hij te kennen ruimer te zijn gaan denken over het leerstuk van voordeelstoerekening. In deze bijdrage wordt het belang van deze ontwikkelingen voor zowel het mededingingsrecht als het algemene schadevergoedingsrecht geduid.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. Anne Keirse is als hoogleraar Privaatrecht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht en aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) van de Universiteit Utrecht. Zij is daarnaast (parttime) raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.

Mr. dr. M. van Kogelenberg
Mr. dr. M. van Kogelenberg is als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht en aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Culturen van letselschadeafwikkeling

Indrukken uit een vergelijkend onderzoek naar de wijze van afwikkeling van letselschades in Engeland, Noorwegen en Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2016
Trefwoorden letselschade, schadeafwikkeling, personenschade, cultuurverschillen, rechtsvergelijking
Auteurs Mr. E.S. Engelhard en Prof. mr. S.D. Lindenbergh
SamenvattingAuteursinformatie

    Onderzoek naar de wijze waarop letselschades worden afgewikkeld in Engeland, Noorwegen en Nederland brengt relevante verschillen in afwikkelingsculturen aan het licht. De Engelse wijze van afwikkeling is sterk gericht op afwikkeling in rechte en is vergaand vercommercialiseerd. De Noorse praktijk kenmerkt zich door een op sociale zekerheid gebaseerde afwikkelingscultuur buiten rechte, die in hoge mate is gebaseerd op onderling vertrouwen. De Nederlandse praktijk van schadeafwikkeling heeft met de Engelse gemeen dat zij vorm krijgt in een commerciële setting tegen de achtergrond van het civiele aansprakelijkheidsrecht. Met de Noorse praktijk heeft zij gemeen dat het proces van afwikkeling in hoge mate is gebaseerd op overleg buiten rechte en op onderling vertrouwen.


Mr. E.S. Engelhard
Mw. mr. E.S. Engelhard is als promovenda verbonden aan de Erasmus School of Law.

Prof. mr. S.D. Lindenbergh
Prof. mr. S.D. Lindenbergh is als hoogleraar privaatrecht verbonden aan de Erasmus School of Law.
Artikel

Wat is een behoorlijke verzekering in het kader van goed werkgeverschap?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2016
Trefwoorden behoorlijke verzekering, polissenonderzoek, werkgeversaansprakelijkheid, werknemersschade
Auteurs Mr. J.R. Goudkuil
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft in 2011 voor werkgevers een behoorlijke verzekeringsplicht in het leven geroepen met betrekking tot de werknemers die zich tijdens de uitoefening van werkzaamheden in het verkeer bevinden. Wat wordt verstaan onder een behoorlijke verzekering? Om deze centrale vraag te onderzoeken zijn eerst aanknopingspunten gezocht in de jurisprudentie. Hierna zijn meerdere verzekeringspolissen onderzocht om te bezien wat een gangbare verzekeringspolis is. Het voornaamste onderzoeksresultaat is dat verzekeraars het Burgerlijk Wetboek van toepassing hebben verklaard. Enerzijds betekent dit in beginsel volledige schadevergoeding voor de werknemer, anderzijds betekent dit dat eventuele onduidelijkheden wat betreft de schadevergoeding aan de rechter worden overgelaten.


Mr. J.R. Goudkuil
Mr. J.R. Goudkuil is werkzaam als letselschadejurist bij Juridisch Bureau Letselschade & Gezondheidsrecht.
Artikel

Een helikopterongeval in de Bommelerwaard

Annotatie bij HR 24 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1278 (deel I)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2016
Trefwoorden doorkruisingsleer, onrechtmatige daad, kostenverhaal, abstracte schadeberekening, loonkosten
Auteurs Mr. dr. J.E. van de Bunt
SamenvattingAuteursinformatie

    Kunnen gemeenten de kosten van rampbestrijding, waaronder brandweerkosten, als gevolg van een helikopterongeval in de Bommelerwaard verhalen op de overheid via de privaatrechtelijke weg? Of levert dat een onaanvaardbare doorkruising van een publiekrechtelijke regeling op? En als een gemeente loonkosten wil verhalen, moeten deze dan abstract of concreet worden berekend? Die vragen staan centraal in het arrest van de Hoge Raad van 24 juni 2016 en in twee opeenvolgende bijdragen in het Maandblad voor Vermogensrecht. Dit is deel I over het aspect van de doorkruisingsleer.


Mr. dr. J.E. van de Bunt
Mr. dr. J.E. van de Bunt is gastonderzoeker bij de afdeling burgerlijk recht van de Universiteit Leiden. Zij promoveerde daar in juni op het proefschrift Het rampenfonds.
Artikel

Access_open Schadebegroting en tijdsverloop

Over schade als veranderlijk verschijnsel, en wat dit betekent voor het schadevergoedingsrecht

Tijdschrift Preadviezen Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht, Aflevering 1 2016
Auteurs Marnix Hebly en Siewert Lindenbergh
Auteursinformatie

Marnix Hebly
Mr. M.R. (Marnix) Hebly is als promovendus verbonden aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Siewert Lindenbergh
Prof. mr. S.D. (Siewert) Lindenbergh is als hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Relativiteit, eigen schuld en de collectieve actie

Enkele opmerkingen naar aanleiding van HR 27 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3399, NJ 2016/245 m.nt. T.F.E. Tjong Tjin Tai (Stichting Gedupeerde Beleggers/ABN Amro)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2016
Trefwoorden collectieve actie, relativiteit, eigen schuld, bancaire zorgplicht, beleggingsschade
Auteurs Mr. drs. D.F.H. Stein
SamenvattingAuteursinformatie

    In hoeverre staat onvoorzichtigheid van de belegger in de weg aan diens bescherming door de bancaire zorgplicht? De auteur bespreekt deze vraag in het kader van een collectieve actie en gaat tevens in op de mogelijkheid om daarin een oordeel te krijgen omtrent het beschermingsbereik van een geschonden norm (relativiteit ‘in strikte zin’).


Mr. drs. D.F.H. Stein
Mr. drs. D.F.H. Stein is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Jurisprudentie

Artikel 6:165 BW: ‘een als een doen te beschouwen gedraging’

HR 29 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:147

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2016
Trefwoorden onrechtmatige daad, toerekening, geestelijke of lichamelijke tekortkoming, een als een doen te beschouwen gedraging, kosten rechtsbijstand
Auteurs Mr. H. Vorsselman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze uitspraak tussen twee voormalig echtgenoten staat een tweetal juridische thema’s centraal: de uitleg van het in artikel 6:165 BW opgenomen criterium ‘een als een doen te beschouwen gedraging’ en de vraag of de door een partij in een gerechtelijke procedure gemaakte kosten van rechtsbijstand die niet zijn vergoed door een eventuele proceskostenveroordeling (alsnog) kunnen worden verhaald in een aparte procedure waarin deze kosten worden gevorderd als schade als gevolg van een onrechtmatige daad. Dit in het licht van eerdere procedures tussen dezelfde partijen waarin reeds een oordeel is gegeven over de proceskostenveroordeling.


Mr. H. Vorsselman
Mr. H. Vorsselman is advocaat Aansprakelijkheids- en Verzekeringsrecht bij PlasBossinade advocaten en notarissen en docent Letselschade en Beroepsziekten aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    De beroepsbeoefenaar – en dus ook de letselschadeadvocaat – die een informatieverplichting schendt, zal enigszins op zijn aansprakelijkheidsrechtelijke tellen moeten passen als het om het bewijs van die zorgplichtschending en het (bewijs van het) causaal verband gaat. Maar daar is die advocaat nog redelijk ‘beschermd’. Geraakt een cliënt voorbij die hindernissen, dan is het echter snel afgelopen: eigen schuld als verweer mag niet meer in beeld komen, althans mag slechts een marginale rol spelen, zo wordt betoogd.


Prof. mr. I. Giesen
Prof. mr. I. Giesen is hoogleraar Privaatrecht aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht en programmaleider van het Utrecht Center for Accountability and Liability Law (Ucall) van de Universiteit Utrecht.
Praktijk

De internationale koop van een hijskraan: over rente en voordeelstoerekening

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Weens Koopverdrag, voordeelstoerekening, Koop, Ontbinding, Rente
Auteurs Mr. Drs. J.H.M. Spanjaard
Auteursinformatie

Mr. Drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

Vergoeding van integriteitsschade mede bezien vanuit een mensenrechtelijk perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2016
Trefwoorden integriteitsschade, immateriële schade, schadevergoeding, informatieplicht, zelfbeschikkingsrecht
Auteurs A.M. Overheul
SamenvattingAuteursinformatie

    Met vergoeding van integriteitsschade wordt een vergoeding van immateriële schade toegekend wegens een inbreuk op het zelfbeschikkingsrecht. Hiermee verschuift het juridische obstakel van de causaliteit naar het schadebegrip. De vraag is of deze ‘schadepost’ daadwerkelijk juridisch relevante ‘schade’ is. De wetgever heeft zich hierover niet uitgelaten en de Hoge Raad heeft zich op dit punt nog niet uitgesproken. De wijze waarop het EHRM omgaat met het zelfbeschikkingsrecht kan inspiratie bieden voor de invulling van het Nederlandse concept ‘integriteitsschade’. In deze bijdrage wordt daarom niet alleen stilgestaan bij de discussie in Nederland over de invulling van dit concept, maar wordt ook een vergelijking gemaakt met rechtspraak van het EHRM over de schending van het recht op informatie in medische aansprakelijkheidszaken. De vraag is met name hoe de begrenzing van deze schadepost eruit zou moeten zien.


A.M. Overheul
A.M. Overheul is bachelorstudent aan het Utrecht Law College van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Het wetsvoorstel ter vergoeding van affectieschade: enkele gedachten en suggesties

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2016
Trefwoorden wetsvoorstel ter vergoeding van affectieschade, smartengeld, affectieschade
Auteurs Mr. J.S. Overes
SamenvattingAuteursinformatie

    In juli 2015 is – na zo’n twaalf jaar wederom – een (nieuw) wetsvoorstel ter vergoeding van affectieschade ingediend bij de Tweede Kamer door de minister van Veiligheid en Justitie. De strekking van het huidige wetsvoorstel is de invoering van de mogelijkheid tot vergoeding van affectieschade in het Burgerlijk Wetboek alsook de verruiming om als derde schadevergoeding te kunnen krijgen in een strafproces en een wijziging van het recht omtrent beslag en overgang bij smartengeld. De auteur gaat in dit artikel in op de vraag of dit wetsvoorstel, zoals het nu voorligt, een goede regeling zou zijn.


Mr. J.S. Overes
Mr. J.S. Overes is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam, sectie Verzekering en Aansprakelijkheid.
Artikel

Het wetsvoorstel affectieschade

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2016
Trefwoorden affectieschade, immateriële schade, claimcultuur, letselschade
Auteurs Mr. drs. M.J.J. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 juli 2015 heeft de Minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie) een nieuw wetsvoorstel voor vergoeding van affectieschade bij de Tweede Kamer ingediend Het artikel bespreekt dit wetsvoorstel en de consequenties die dit wetsvoorstel voor het medische aansprakelijkheidsrecht heeft. Het huidige wettelijke kader wordt geschetst en vervolgens worden de bepalingen van het wetsvoorstel besproken en de consequenties daarvan voor het medische aansprakelijkheidsrecht.


Mr. drs. M.J.J. de Ridder
Michel de Ridder is advocaat/partner bij KBS Advocaten N.V. en lid van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

Een doelmatigheidsonderzoek naar de maatstaf van de gemiddelde consument

Proefschrift van mr. B.B. Duivenvoorde

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2016
Trefwoorden maatman, gemiddelde consument, Richtlijn oneerlijke handelspraktijken, misleidende handelspraktijk, consumentenrecht
Auteurs Mr. dr. drs. C.M.D.S. Pavillon
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese ‘gemiddelde consument’-maatstaf bemoeilijkt de realisering van de door de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken nagestreefde doelstellingen van consumentenbescherming, interne markt en eerlijke concurrentie. Onderhavige bijdrage bespreekt hoe Duivenvoorde in zijn proefschrift tot deze conclusie komt en spiegelt de wijze waarop de Nederlandse rechter omgaat met de consumentmaatstaf aan zijn bevindingen.


Mr. dr. drs. C.M.D.S. Pavillon
Mr. dr. drs. C.M.D.S. Pavillon is universitair docent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De shockschadevordering in het strafproces

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2015
Trefwoorden shockschade, strafproces, voeging benadeelde partij
Auteurs Mr. E.S. Engelhard, Mr. M.R. Hebly en Mr. drs. I. van der Zalm
SamenvattingAuteursinformatie

    Naasten en nabestaanden van slachtoffers van ernstige misdrijven kunnen, indien zij door de confrontatie met de schokkende gebeurtenis psychische schade lijden, zich met hun vordering tot vergoeding van shockschade voegen in het strafproces. Hoe en in welke mate worden shockschadevorderingen in het strafproces inhoudelijk behandeld, gegeven het feit dat deze vorderingen snel een onevenredige belasting van het strafproces kunnen opleveren? Welke invloed en betekenis heeft de verruiming van het voegingscriterium per 1 januari 2011 hierin? Ter beantwoording van deze vragen hebben de auteurs uitvoerig jurisprudentieonderzoek uitgevoerd naar het ‘lot’ van shockschadevorderingen in het strafproces.


Mr. E.S. Engelhard
Mr. E.S. Engelhard is promovendus bij de sectie Burgerlijk Recht van Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam.

Mr. M.R. Hebly
Mr. M.R. Hebly is promovendus bij de sectie Burgerlijk Recht van Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam.

Mr. drs. I. van der Zalm
Mr. drs. I. van der Zalm is wetenschappelijk docent bij de sectie Burgerlijk Recht van Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam.
Artikel

Drieluikherstelbemiddeling bij seksueel misbruik, een symbiose van erkenning en financiële genoegdoening

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2015
Trefwoorden seksueel misbruik, herstelbemiddeling, Rooms-Katholieke Kerk, erkenning, financiële genoegdoening
Auteurs Mr. dr. L.P.M. Klijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit de contacten met slachtoffers van seksueel misbruik binnen kerkelijk verband werd duidelijk dat zij andere behoeften hadden dan enkel schadevergoeding. Met name omdat in het verleden het misbruik was ontkend of was genegeerd, bleek vooral erkenning belangrijk. Hiervoor is het nodig dat partijen tot elkaar worden gebracht. Enkel toekennen van schadevergoeding via een schadevergoedingsprocedure is daarvoor niet een passende remedie, want die brengt partijen eerder tegenover elkaar dan tot elkaar. Samen met slachtoffers is gezocht naar een weg waarbij erkenning en schadevergoeding zo konden worden gebundeld dat het een niet ten koste van het ander ging. Dat leidde tot de (door)ontwikkeling van de drieluikherstelbemiddeling. Daarover gaat dit artikel.


Mr. dr. L.P.M. Klijn
Mr. dr. L.P.M. Klijn is werkzaam als specialist klachtrecht en compensatie bij seksueel misbruik bij KZO|013 Advocaten te Tilburg.
Jurisprudentie

Verwerping beroep omkeringsregel

Hof Arnhem-Leeuwarden 31 maart 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:2353

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2015
Trefwoorden zorgplicht, risicoaansprakelijkheid, causaal verband, omkeringsregel
Auteurs Mr. M. Jongkind
SamenvattingAuteursinformatie

    Ouders stellen de camping aansprakelijk voor gehoorschade van hun zoon. Op 12 juni 2003 zou de zoon in het zwembad van de camping besmet zijn geraakt met de PA-bacterie. Daarna is geconstateerd dat een filter van het zwembad defect was. De ouders stellen dat de camping haar zorgplicht heeft geschonden, alsmede dat de camping risicoaansprakelijk is op grond van artikel 6:175, 6:174 of 6:173 BW. Met betrekking tot het causaal verband wordt een beroep gedaan op de omkeringsregel. Het gerechtshof oordeelt dat geen sprake is van risicoaansprakelijkheid ex artikel 6:175 BW. Het beroep op de omkeringsregel wordt verworpen.


Mr. M. Jongkind
Mr. M. Jongkind is advocaat bij Van Traa Advocaten te Rotterdam.
Artikel

De koers van de Hoge Raad: (on)voorspelbaar?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 5 2015
Trefwoorden werkgeversaansprakelijkheid, art. 81 Wet RO, rechtseenheid, rechtsvorming, onvoorspelbaarheid
Auteurs Prof. mr. C.J.M. Klaassen
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in op de taak van de Hoge Raad om de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling te bevorderen. Aan de hand van een aantal arresten op het terrein van het aansprakelijkheidsrecht stelt zij de vraag of de koers van de Hoge Raad wel voldoende voorspelbaar is en op welke wijze de Hoge Raad de voorspelbaarheid van zijn beslissingen kan verbeteren.


Prof. mr. C.J.M. Klaassen
Mw. prof. mr. C.J.M. Klaassen is hoogleraar burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Art. 3:305a lid 2 BW schiet zijn doel voorbij!

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2015
Trefwoorden belangenbehartiging, collectieve actie, massaschade, rechtsbescherming, groepsactie
Auteurs Mr. K. Rutten
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan art. 3:305a lid 2 BW is een zin toegevoegd over (niet-)ontvankelijkheid van rechtspersonen omdat getwijfeld werd aan de zuiverheid van de motieven van bepaalde ad-hoc claimstichtingen. Aan de hand van twee uitspraken staat de auteur stil bij de rol en functie van commerciële belangenbehartigers in het collectieve actierecht en behandelt hij de vraag of deze toevoeging aan art. 3:305a lid 2 BW niet haar doel voorbijschiet.


Mr. K. Rutten
Mr. K. Rutten is advocaat bij Wijn & Stael Advocaten te Utrecht.

Dr. C. Bollen
Dr. C. Bollen is wetenschappelijk hoofdmedewerker Privaatrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Aruba en tevens decaan van deze faculteit.
Praktijk

Kroniek rechtspraak civiel recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden aansprakelijkheid, schending zorgplicht, schending toezichthoudende taken, integriteitsschade, smartengeld
Auteurs Mr. drs. M.J.J. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden in het kort de belangrijkste ontwikkelingen in de jurisprudentie besproken in de periode van 1 juni 2013 tot en met 1 juni 2015. Daarbij wordt eerst ingegaan op de diverse gronden waarop de aansprakelijkheid kan worden gebaseerd: schenden van de zorgplicht, ontoelaatbare gevaarzetting, onbevoegde uitoefening, schenden toezichthoudende taak/bijzondere zorgplicht, gebruik maken van een gebrekkige hulpzaak, niet nakomen protocol, het ontbreken van informed consent en bijzondere vormen van aansprakelijkheid. Voorts wordt ingegaan op het causaal verband en toerekening, in welk kader ook de ontwikkelingen op het gebied van de kansschade aan bod komen. Andere onderwerpen die in de kroniek worden besproken zijn: de omvang van de schadevergoedingen, onrechtmatige uitlatingen over de hulpverlener en het beroepsgeheim.


Mr. drs. M.J.J. de Ridder
Michel de Ridder is werkzaam als advocaat bij KBS Advocaten te Utrecht.
Toont 101 - 120 van 280 gevonden teksten
1 2 3 4 6 8 9 10 13 14
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.