Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 720 artikelen

x

    Care providers establish often long term relationships with their clients. It is of paramount importance that the threshold for a complaint or dispute resolution is preferably low. Ideally this is not a ‘mini-trial’ in which care provider and client are opposed against each other, but a constructive dialogue at a round table guided by a skillful complaints officer. This is what has been introduced by the Healthcare Quality, Complaints and Disputes Act (the Wkkgz).
    The new complaint system introduced with the Wkkgz applies to care covered by the Chronic Care Act (WLZ), the Healthcare Insurance Act (ZVW) and optionally can also apply to care based on the Social Support Act (WMO 2015).
    In my opinion it is a missed opportunity that the legislator has not introduced a similar complaint procedure in the Youth Act, but instead has chosen the ‘mini-trial’ option here. Moreover, it is also confusing for care providers and clients to follow different complaints systems next to each other.
    Finally, in psychiatric care where decisions of care providers can interfere with the right to self-determination there is a separate complaint procedure with a role for the Family Court. For all other run-of-the mill issues also in the psychiatric care the Wkkgz complaint procedure applies.


Simona Tiems
Simona Tiems is advocaat gezondheidsrecht bij Legaltree.
Artikel

Conceptwetsvoorstel ‘zeggenschap lichaamsmateriaal’: nog niet goed doordacht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4-5 2017
Trefwoorden Wet zeggenschap lichaamsmateriaal, wetenschappelijk onderzoek, toetsing
Auteurs Mr. dr. M.C. Ploem
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de inhoud van het – via een internetconsultatie uitgezette – conceptwetsvoorstel zeggenschap lichaamsmateriaal besproken en van commentaar voorzien. Geconcludeerd wordt dat de regering verschillende onderdelen van het wetsvoorstel, waaronder in het bijzonder de ruime werkingssfeer, nog eens goed tegen het licht zou moeten houden.


Mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is UD gezondheidsrecht bij het AMC/Universiteit van Amsterdam en lid van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

Strafvorderlijke bepalingen Wetsvoorstel zeggenschap lichaamsmateriaal

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4-5 2017
Trefwoorden Wet zeggenschap lichaamsmateriaal, Verschoningsrecht bij opsporing, DNA, Strafvordering
Auteurs Mr. D.J.P. van Barneveld en mr. W.R. Kastelein
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt het voorstel van de minister van VWS besproken om in het kader van de opsporing van ernstige strafbare feiten zonder toestemming lichaamsmateriaal te gebruiken dat bij een geneeskundige behandeling is verkregen. Hiermede wordt het verschoningsrecht buiten toepassing verklaard. Daartegen bestaan ernstige bezwaren, onder andere omdat de vrije toegang tot de zorg daarmede in het geding komt.


Mr. D.J.P. van Barneveld
Jan-Paul van Barneveld is strafrechtadvocaat bij Van Barneveld advocaten te Oosterbeek.

mr. W.R. Kastelein
Willemien Kastelein is advocaat/compagnon Nysingh advocaten-notarissen te Zwolle/Utrecht, en hoofdredacteur van dit tijdschrift.

    Like many other European countries the Netherlands experienced a major influx of refugees in the fall of 2015. A majority of the population supported providing shelter to the refugees, but not without worries and anxieties about the effects of that influx, which sometimes lead to limited, local forms of social unrest. A study was started to shed more light on the worries and fears that existed in the population, on the assumptions these were based upon and on whether these worries and fears could lead to social unrest on a larger scale. The study was explorative, based on an eclectic, multi methods approach. The findings show that worries and anxieties were not limited to those who were opposed to the influx of migrants, but existed among supporters as well. The worries and anxieties were of a diverse nature, on topics like security, livability, economics, perceived (in)justice and socio-cultural aspects of life. A clear, credible answer or policy from the government was missed. When compared to the findings of earlier studies on the influx of migrants, some worries and anxieties seemed closely connected to what might be expected, in other cases a distinct ‘disconnect’ was found. These could be understood however when distorting mechanisms were taken into consideration that have been described in studies of more general security perceptions. As the worries and anxieties on the influx of refugees resonated other existing worries, anxieties and fears in society, a ‘cocktail of concerns’ was created that, given the right trigger, could have led to social unrest on a larger scale.


Marnix Eysink Smeets
Marnix Eysink Smeets is Lector Publiek Vertrouwen in Veiligheid en Hoofd Onderzoeksgroep Recht & Veiligheid van Hogeschool Inholland.

Anoek Boot
Anoek Boot was tot april 2017 onderzoeker bij de Onderzoeksgroep Recht & Veiligheid van Hogeschool Inholland Rotterdam.
Artikel

Alcohol en drugs in het weg-, vlieg- en vaarverkeer

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2017
Trefwoorden wegenverkeersverordening, alcohol, roekeloos, strafbaar, bloedonderzoek
Auteurs Mw. mr. W.A.M. Hu-a-ng
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van nieuwsberichten omtrent roekeloos rij-, vlieg- en vaargedrag is de strafbaarstelling van het gebruik van alcohol of drugs door chauffeurs, piloten en schippers in het weg-, lucht- en vaarverkeer in Curaçao onder de loep genomen. Hierbij is een vergelijking gemaakt met de situatie in Aruba en Nederland, waarbij de nadruk ligt op beantwoording van de vraag of de Curaçaose wetgeving toereikend is om het rijden, vliegen en varen onder invloed van alcohol en drugs optimaal te kunnen bestrijden.


Mw. mr. W.A.M. Hu-a-ng
Mw. mr. W.A.M. Hu-a-ng is adviseur bij het Secretariaat van de Raad van Advies van Curaçao. Zij was voorheen parketjurist, belast met onder meer de voorbereiding van verkeersstrafzaken bij het Openbaar Ministerie in Curaçao.
Diversen

Access_open Theo van Boven

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2017
Auteurs dr. mr. Roland Moerland en prof. dr. Hans Nelen
SamenvattingAuteursinformatie

    The two editors of this issue conducted an interview with professor emeritus International law and Human Rights Theo van Boven. Van Boven was UN Special Rapporteur against Torture and he served as Director of Human Rights of the United Nations. In these and his other positions, Van Boven fought for the rights of victims of gross human rights violations and throughout his career he experienced first-hand how regimes try to cover up and deny their crimes. The interview focuses on his experiences with the former military junta in Argentina. Van Boven notes that in comparison to other regimes, the junta had developed the most sophisticated strategy of denial. Van Boven reflects on the regime’s vocabulary of denial, the political dimensions of denial and the implications for the victims. He is open and sincere about his experiences as Director of Human Rights of the United Nations and explains how victim rights, such as the right to truth, can clash with the bureaucratic and political reality within the United Nations.


dr. mr. Roland Moerland
Dr. mr. Roland Moerland is universitair docent criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Maastricht.

prof. dr. Hans Nelen
Prof. dr. Hans Nelen is hoogleraar criminologie aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

De verschuiving van illegale drugsmarkten van Nederland naar België

Perceptie of realiteit?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2017
Trefwoorden drug policy, drug markets, Displacement, the Netherlands, Belgium
Auteurs Dr. F. De Middeleer en Dr. B. De Ruyver
SamenvattingAuteursinformatie

    Recent figures indicate that certain drug markets, or at least parts of it, shift from the Netherlands to Belgium. However, it is still unclear whether it is a displacement of some parts of the illicit drug markets or whether it should be seen as a diversification of certain parts of some illicit drug markets in terms of spreading of risks and taking profit of new opportunities. In this respect, this article contributes to an ongoing research (DISMARK) by providing an overview of drug policy measures most recently taken by the Netherlands, from a Belgian point of view, and by trying to link these developments to drug-related trends in Belgium. It is clear that both countries will have to invest in a common approach of their common drug problems. However, it is not yet possible to draw any profound conclusions on the actual displacement of illicit drug markets.


Dr. F. De Middeleer
Freja De Middeleer MSc. is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) van de Universiteit Gent.

Dr. B. De Ruyver
Dr. Brice De Ruyver is als hoogleraar Strafrecht verbonden aan de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) aldaar.
Artikel

Drugsafval in Brabant

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2017
Trefwoorden synthetic drug waste, synthetic drugs, organized crime, environmental crime, criminal networks
Auteurs Drs. Y.M.M. Schoenmakers en S.L. Mehlbaum MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Synthetic drug waste dumpings are a growing concern in the Netherlands, particularly in the southern region. During the production process of ecstasy (MDMA) and speed (amphetamine), large quantities of chemical residue are released, that the illegal manufacturers need to get rid of. According to police statistics the chemical waste is mostly dumped in barrels in rural areas, and recovered as such by authorities. However, an unknown quantity of synthetic drug waste is also directly being discharged into sewer, soil or natural surface waters. The phenomenon embodies environmental crime as well as organized crime. From the viewpoint of environmental crime, both ecological and social harm are evident. The article also illustrates the operations of serious organized crime groups behind the scenes.


Drs. Y.M.M. Schoenmakers
Drs. Yvette Schoenmakers is werkzaam als zelfstandig onderzoeker en adviseur (www.yvetteschoenmakers.nl).

S.L. Mehlbaum MSc
Shanna Mehlbaum MSc is als onderzoeker verbonden aan het Verwey-Jonker Instituut in Utrecht en daarnaast werkzaam als zelfstandig onderzoeker.
Artikel

Effecten van informatieverstrekking op agressie van UWV-cliënten

Een experimentele scenariostudie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden experimental scenario study, frustration aggression, informational justice, workplace violence, negative affect
Auteurs Natascha Sprado MSc, Dr. Tamar Fischer en Lisa van Reemst MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    This study investigates the effect of providing information about decision making on aggression of clients of the Dutch Employee Insurance Agency (UWV). The expectation is that providing adequate information leads to a decrease in aggression, because it influences feelings of informational justice and frustration. UWV-clients (N=1.415) participated in an experimental scenario study (adequate vs. limited information providing). Next to aggression, psychological, UWV and social demographic characteristics were measured. Compared to limited information, receiving adequate information results in lower aggression. Clients with more negative affect show more aggression, but receiving adequate information especially reduces aggression in these clients.


Natascha Sprado MSc
N.N. Sprado, MSc is junior onderzoeker bij de sectie Criminologie van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam. Ten tijde van de dataverzameling van de beschreven studie was zij masterstudent.

Dr. Tamar Fischer
dr. T.F.C. Fischer is universitair docent bij de sectie Criminologie van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Lisa van Reemst MSc
L. van Reemst, MSc is promovenda bij de sectie Criminologie van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Veroordeeld tot (g)een baan

Hoe delict- en persoonskenmerken arbeidsmarktkansen beïnvloeden

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden employment experiment, employment chances, labour market, conviction, ethnicity
Auteurs Dr. Chantal van den Berg, Dr. Lieselotte Blommaert, Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Previous research showed that job applicants with a criminal record have lower chances of obtaining employment compared to job applicants with no criminal record. At the same time empirical studies showed that having a job is especially beneficial for ex-delinquents, as employment was found to lower recidivism. The current study uses an experimental design to look into the influence of a criminal record on employment chances. For this purpose, 520 resumes and motivation letters were sent in response to vacancies published on the internet. All were identical except for the stated offence type (no offence, violent offence, property offence, or sexual offence), duration between conviction and application, business sector and ethnicity of the applicant. Results show no effect for type of offence or no offence on employment chances. However, a strong effect is found for ethnicity. Ethnic minorities with no conviction were even found to have lower chances of receiving a positive reaction compared to applicants with a Dutch name and a conviction for a violent offence.


Dr. Chantal van den Berg
Dr. C.J.W. van den Berg is onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Dr. Lieselotte Blommaert
Dr. E.C.C.A. Blommaert is postdoctoraal onderzoeker aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld is directeur van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en hoogleraar Methoden en Technieken aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Stijn Ruiter
Prof. dr. S. Ruiter is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar Sociale en ruimtelijke aspecten van deviant gedrag aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Onderzoeksnotitie: Recidive na een korte of langere periode in detentie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden imprisonment, dose-response relationship, recidivism, propensity score methodology
Auteurs Dr. Hilde Wermink, Dr. Anke Ramakers, Prof. dr. Paul Nieuwbeerta e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper examines the relationship between imprisonment length and registered recidivism. The data come from a unique longitudinal and nationwide study of Dutch male prisoners, serving an average of 4.1 months of confinement (N=1,467). Ideally an experimental design would be appropriate to examine the influence of different sentence lengths on recidivism. In order to approximate such a design using observational data, we adopt a propensity score methodology to control for selection bias in the dose-response relationship. Using a six-month follow-up, we do not find significant differences in post-release recidivism between men who spent shorter or longer periods of time in confinement. We discuss the pros and cons of the methodology applied as well as potential implications of the findings.


Dr. Hilde Wermink
Dr. H.T. Wermink is universitair docent aan de afdeling Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Anke Ramakers
Dr. A.A.T. Ramakers is universitair docent aan de afdeling Criminologie van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. P. Nieuwbeerta is hoogleraar aan de afdeling Criminologie van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. Jan de Keijser
Prof. dr. J.W. de Keijser is hoogleraar aan de afdeling Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Anja Dirkzwager
Dr. A.J.E. Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Casus

De rechter als wetgevingswaakhond

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2017
Trefwoorden beleidsneutraliteit, proportionaliteitstoets, evidence base, Daubert-doctrine
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    We zien in de Verenigde Staten momenteel hoe belangrijk rechterlijke controle op de kwaliteit van wetgeving kan zijn, bijvoorbeeld bij het omstreden inreisverbod voor migranten uit ‘islamitische landen’. Gevaar daarbij is echter dat de rechter te veel in politiek vaarwater terechtkomt. Misschien dat de Amerikaanse rechter op dit punt wat kan leren van het Hof van Justitie van de EU, dat een procedurele toets heeft ontwikkeld om de ‘evidence base’ van wetten te toetsen door bijvoorbeeld te kijken in hoeverre er impact assessments zijn uitgevoerd volgens de methoden die daartoe in het wetgevingsbeleid ontwikkeld zijn. Tegelijkertijd laat de Luxemburgse jurisprudentie zien dat men er daarbij misschien toch niet altijd aan ontkomt om ook naar de kwaliteit van het onderliggende bewijs te kijken. Hier kan Luxemburg wellicht wat leren van het U.S. Supreme Court, dat regels heeft ontwikkeld met betrekking tot de vraag hoe rechters dienen om te gaan met deskundigenbewijs en wetenschappelijke gegevens.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.
Artikel

Ruim baan voor het reclasseringswerk: doen wat nodig is

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Probation, court advice, custom made, professional discretion
Auteurs Drs. Jacqueline Bosker en Mr. dr. Katinka Lünnemann
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 2016 advices the probation service delivers to the public prosecution office or prison service are no longer financed by counting the number of advices produced, but by a lump sum budget. That should give probation officers the much needed room to do what is necessary in an individual case, instead of following strict protocols. This article describes the changes in the work of probation officers and their co-operation with public prosecutors, as a result of this change. Findings are based on ongoing research, and describe the practice at the end of 2016.


Drs. Jacqueline Bosker
Drs. Jacqueline Bosker is hogeschoolhoofddocent bij het Instituut voor Recht en onderzoeker bij het lectoraat Werken in Justitieel Kader van Hogeschool Utrecht. Tevens is zij redacteur van PROCES.

Mr. dr. Katinka Lünnemann
Mr. dr. Katinka Lünnemann is onderzoeker bij het Verwey-Jonker Instituut en bij het lectoraat Werken in Justitieel Kader van Hogeschool Utrecht.
Artikel

Reclassering, beeldvorming en identiteit

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Probation, Parole, identity advice, probation supervision, community service
Auteurs Prof. dr. Peter van der Laan
SamenvattingAuteursinformatie

    The probation service gives advice to the court tens of thousands of time each year, coordinates tens of thousands of community service orders, and supervises tens of thousands of offenders. This is done professionally and takes place without much incidents or problems. However, the probation is not very well known to the general public. The identity of probation is also ambiguous and therefore not strong. There is less appreciation for the probation than they deserve. This can be met by making the probation service responsible for the implementation of all community-based sanctions (suspended sentences and other conditional modalities and community service orders), similar to the responsibility of the prison system for custodial sanctions and measures. Secondly, by differentiation in the nature and intensity of activities. Many probation clients do well. They represent only a low risk, and probation involvement may be limited. For other clients, more is needed: more activities, greater intensity and focus on criminogenic needs. It is proposed to distinguish between probation and probation plus. In both, probation supervision and community service are at the center, but the plus version is emphatically more focused on rehabilitation and reintegration, and thus on minimizing recidivism. This requires more efforts by the probation service. It also requires adapting the organization: one probation organization that is accountable and responsible for the implementation of community-based sanctions, but with the possibility to outsource work if special expertise and special activities are required.


Prof. dr. Peter van der Laan
Prof. dr. Peter van der Laan is verbonden aan de Vrije Universiteit en het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Praktijk

Kroniek Nederlands mededingingsrecht 2016

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2017
Auteurs Marc Custers, Marc Wiggers, Robin Struijlaart e.a.
Auteursinformatie

Marc Custers
Mr. drs. M.G.A.M. Custers is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.

Marc Wiggers
Mr. dr. M.Ph.M. Wiggers is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.

Robin Struijlaart
Mr. R.A. Struijlaart is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.

Mark Brabers
Mr. drs. M.C. Brabers is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Artikel

Ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit, 1997 tot 2015

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2017
Trefwoorden trends in juvenile and young adult crime, crime drop, Cybercrime, explanations for the crime drop, social media
Auteurs Dr. A.M. van der Laan, Dr. M.G.C.J. Beerthuizen en Dr. H. Goudriaan
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 2008 juvenile crime rates in the Netherlands annually decreased. The decrease is shown in official police and justice crime, as well as in self-reported delinquency. However, this crime drop mainly accounts traditional offline crime, whereas little is known about cybercrime amongst juveniles and young adults. According to the Juvenile Crime Monitor, approximately 20% of juveniles and young adults report involvement in cyber or digitized delinquency. Trends with regard to cyber or digitized crime are not (yet) available. Previous research indicates that multiple factors are responsible for the crime drop amongst juveniles. These explanations mainly regard to offline factors and are primarily focused on traditional offline crime. In this article the increased use of social media is also discussed as a potential explanation.


Dr. A.M. van der Laan
Dr. André van der Laan is senior onderzoeker en plaatsvervangend afdelingshoofd bij de afdeling Criminaliteit, Rechtshandhaving en Sancties van het WODC. Zie www.wodc.nl/organisatie/medewerkers/CRS/AndrevanderLaan.aspx.

Dr. M.G.C.J. Beerthuizen
Dr. Marinus Beerthuizen is onderzoeker bij de afdeling Criminaliteit, Rechtshandhaving en Sancties van het WODC. Zie www.wodc.nl/organisatie/medewerkers/CRS/RikBeerthuizen.aspx.

Dr. H. Goudriaan
Dr. Heike Goudriaan is senior onderzoeker en plaatsvervangend afdelingshoofd bij het Team Rechtsbescherming en Veiligheid van het CBS in Den Haag.
Artikel

Verdampende jeugdcriminaliteit

Verklaringen van de internationale daling

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2017
Trefwoorden youth crime, crime decline, technology, crime prevention, police registration
Auteurs Drs. A.C. Berghuis en J. de Waard
SamenvattingAuteursinformatie

    Registered youth crime figures in the Netherlands show a spectacular downward trend from 2007 (minus 60%). In this article the authors show that this trend can be observed in a lot of other countries. They argue that a number of international developments has created a climate favorable for juvenile crime reduction: more (situational) crime prevention, less use of alcohol, more commitment to schooling, more satisfaction with living conditions, and changing activity patterns during leisure time. For the Netherlands this coincides with a diminished willingness of the Dutch police to follow up on suspicions that a youngster has committed a minor offense. The authors discuss the worldwide dissemination of smartphones and online games that started in 2006/2007, as well as the subsequent changes in the use of free time, which might have contributed to juvenile crime reduction.


Drs. A.C. Berghuis
Drs. Bert Berghuis was voorheen raadadviseur op het terrein van rechtshandhaving bij het ministerie van Veiligheid en Justitie.

J. de Waard
Jaap de Waard is als senior beleidsmedewerker verbonden aan het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Lessen uit de aanpak van jeugdgroepen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2017
Trefwoorden juvenile crime, focussed policing, youth groups, group dynamic processes, integral approach
Auteurs Dr. H. Ferwerda en Drs. T. van Ham
SamenvattingAuteursinformatie

    Attention for youth group crime is important, because the majority of juvenile crime is committed in groups or is the result of group dynamic processes. The police makes an inventory of youth groups with the help of an instrument (called ‘the shortlist’). In the Netherlands this has contributed to an integral approach on the group, domain and individual level. Although there are some side effects, findings suggest that this approach is effective. This fact, together with other developments in juvenile crime, has led to the further development of the shortlist instrument. Its basis, i.e. applying focus and an integral analysis of a youth group as a starting point for an integral approach, is herein maintained.


Dr. H. Ferwerda
Dr. Henk Ferwerda is directeur van Bureau Beke in Arnhem.

Drs. T. van Ham
Drs. Tom van Ham is als onderzoeker verbonden aan Bureau Beke in Arnhem.
Artikel

Social media en smartphones als verklaring voor de daling in jeugdcriminaliteit?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2017
Trefwoorden juvenile crime, Delinquency, social media, Smartphones, time use
Auteurs Prof. dr. F. Weerman
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution explores the hypothesis that the rise of social media use and smartphone possession since 2007 contributed substantially to the international decrease in juvenile crime. The author addresses three processes that aid in understanding how social media and smartphones may have contributed to decreasing juvenile crime statistics. First, activity patterns of young people may have been altered in such a way that substantial less time is spent with unstructured socializing in public places. Second, the rise of social media may have led to additional and alternative possibilities to fulfill psychological and social needs of adolescents, taking away many immaterial motivations for juvenile crime. Third, it is possible that social media and smartphone use have facilitated a shift from offline to online juvenile crime, which is less detected and visible in official crime figures. While these theoretical arguments make the hypothesis plausible, research is needed to provide empirical evidence on the role of social media and smartphones in juvenile crime.


Prof. dr. F. Weerman
Prof. dr. Frank Weerman is bijzonder hoogleraar Jeugdcriminologie binnen de sectie Criminologie van de Erasmus School of Law in Rotterdam. Hij is tevens senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving te Amsterdam.
Redactioneel

Inleiding

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2017
Auteurs Jaap de Waard, Dr. André van der Laan en Mr. drs. Marit Scheepmaker
Auteursinformatie

Jaap de Waard
J. de Waard is als senior beleidsmedewerker verbonden aan het Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. André van der Laan
Dr. A.M. van der Laan is als senior onderzoeker en plaatsvervangend hoofd verbonden aan de afdeling Criminaliteit, Rechtshandhaving en Sancties van het WODC.

Mr. drs. Marit Scheepmaker
Mr. drs. M.P.C. Scheepmaker is hoofdredacteur van Justitiële verkenningen.
Toont 101 - 120 van 720 gevonden teksten
1 2 3 4 6 8 9 10 35 36
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.