Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 251 artikelen

x
Artikel

Wetgeving in de psychiatrie, psychogeriatrie en verstandelijk gehandicaptenzorg

Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden thematische wetsevaluatie, Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, Wet zorg en dwang
Auteurs Mr. dr. M.C. Ploem en prof. mr. J.K.M. Gevers
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage richt zich op de toekomstige wetgeving in de psychiatrie, de psychogeriatrie en de verstandelijk gehandicaptenzorg. Tegen de achtergrond van de uitkomsten van de thematische wetsevaluatie gedwongen zorg worden enkele onderdelen hiervan kritisch tegen het licht gehouden.


Mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het AMC/Universiteit van Amsterdam en lid van de redactie van dit tijdschrift.

prof. mr. J.K.M. Gevers
Sjef Gevers is emeritus hoogleraar gezondheidsrecht.

    How best to account for moral quality in adjudication? This article proposes a six-pack of judicial virtues as part of a truly virtue-centred approach to adjudication. These virtues are presented as both constitutive and indispensible for realizing moral quality in adjudication. In addition, it will be argued that in order to honour the inherent relational dimension of adjudication a judge should not only possess these judicial virtues to a sufficient degree, he should also have the attitude of a civic friend. The Aristotelian concept of civic friendship will be proposed as an important complement to a virtue-ethical approach to adjudication.


Iris van Domselaar
Iris van Domselaar is Assistant Professor and Executive Director of the Amsterdam Centre on the Legal Professions (ACLP), Department of Law, University of Amsterdam.
Artikel

Contracteren in de cloud – ken uw risico’s

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Cloud, XaaS, Cloud risico’s, Cloud contracten, Praktijktips
Auteurs K. Daniëls en P. Kits
SamenvattingAuteursinformatie

    Cloud computing is het via het internet altijd, overal en op elk ‘device’ gebruik kunnen maken van applicaties en online diensten. Het begrip ‘cloud’ verwijst naar de computers waarop gebruikers werken die feitelijk ‘onzichtbaar’ zijn geworden. Er kleven risico’s aan deze diensten. Dit artikel beschrijft de belangrijkste juridische en contractuele risico’s en aandachtspunten.


K. Daniëls
K. Daniëls is bedrijfsjurist bij Shell met een specialisatie in ICT en globale outsourcingcontracten. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.

P. Kits
P. Kits is advocaat IE, ICT & Privacy bij Holland Van Gijzen Advocaten en Notarissen en lid van de Expert Group on Cloud Computing Contracts bij de Europese Commissie.
Artikel

Privacyvoorwaarden voor de iOverheid

Vuistregels voor wet- en regelgevers met betrekking tot overheidsinformatiesystemen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2015
Trefwoorden iOverheid, privacy, transparantie, EVRM, Handvest
Auteurs Prof. mr. G.J. Zwenne en Mr. W. Steenbruggen
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid zet steeds vaker en op steeds grotere schaal ICT in als hulpmiddel bij de vervulling van de publieke taak. Over dit ICT-enthousiasme bestaan evenwel de nodige zorgen. Daarbij gaat het niet alleen om de soms spectaculaire budgetoverschrijdingen, vertragingen of mislukkingen, waarnaar de commissie-Elias onderzoek deed, maar ook over de naleving van de vereisten op grond van het recht op privacy, dat onder meer is neergelegd in artikel 8 EVRM en artikel 7 Handvest voor de Grondrechten van de EU. Deze bijdrage schetst aan de hand van een aantal uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van Mens en het Hof van Justitie van de Europese Unie welke voor ICT-projecten van de overheid relevante privacyvereisten kunnen worden afgeleid uit het EVRM en het Handvest.


Prof. mr. G.J. Zwenne
Prof. mr. G.J. Zwenne is hoogleraar Recht en de informatiemaatschappij aan de Universiteit Leiden, alsmede advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Mr. W. Steenbruggen
Mr. W. Steenbruggen is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

    The article takes as its point of departure some of the author’s multidisciplinary projects. Special attention is given to the question of whether the disciplines united in the various research team members already constituted a kind of ‘inter-discipline’, through which a single object was studied. The issue of how the disciplinary orientations of the research team members occasionally clashed, on methodological issues, is also addressed.
    The outcomes of these and similar multidisciplinary research projects are followed back into legal practice and academic legal scholarship to uncover whether an incorporation problem indeed exists. Here, special attention will be given to policy recommendations and notably proposals for new legislation. After all, according to Van Dijck et al., the typical role model for legal researchers working from an internal perspective on the law is the legislator.
    The author concludes by making a somewhat bold case for reverse incorporation, that is, the need for (traditional) academic legal research to become an integral part of a more encompassing (inter-)discipline, referred to here as ‘conflict management studies’. Key factors that will contribute to the rise of such a broad (inter-)discipline are the changes that currently permeate legal practice (the target audience of traditional legal research) and the changes in the overall financing of academic research itself (with special reference to the Netherlands).


Annie de Roo
Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam.
Artikel

Zwijgen is zilver, spreken is goud. De weigerende observandus en de voorgestelde wijziging van artikel 37a Sr

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2014
Trefwoorden TBS, weigerende observandus, gedragsdeskundige rapportage, medische dossiers, wetsvoorstel forensische zorg
Auteurs Mr. Martine Valk
SamenvattingAuteursinformatie

    When a person commits a severe crime in the Netherlands, for which he cannot be (fully) held responsible because of a mental disorder, a judge may impose a hospital order in a secured psychiatric institution. To make this possible, behavioural experts have to assess whether the suspect suffered from a mental disorder at the time of the crime. However, during this assessment a suspect has the right to remain silent. Since recent years the number of non-cooperating suspects is increasing. To solve this problem, the Secretary of State of Security and Justice has submitted a legislative proposal, which makes it possible to force health professionals to submit past medical records of the suspect to the behavioural experts for their assessment without his consent. This breaches the professional law of confidentiality. Following case law of the European Court of Human Rights, this can only be justified, if it complies with the principles of proportionality, subsidiarity and necessity. The legislative proposal does not comply with these principles, as alternatives are available. These are: improvement of the forensic psychiatric care, reduction of the duration of the treatment and extension of the behavioral research period.


Mr. Martine Valk
Mr. Martine Valk is junior onderzoeker aan het VU medisch centrum, afdeling Metamedica.
Artikel

De schadeclaim van het slachtoffer van strafbare feiten; bruggenbouwer tussen twee rechtsgebieden?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Slachtoffer, voeging in het strafproces, civiele vordering, financiële afwikkeling, immateriële genoegdoening
Auteurs Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart en Mr. A.J.J.G. Schijns
SamenvattingAuteursinformatie

    Zowel in het strafrecht als in het civiele letselschaderecht is (toenemende) aandacht voor de behoeften van slachtoffers. Bij beide categorieën slachtoffers leven zowel materiële als immateriële behoeften. Toch geven de beide disciplines op eigen wijze invulling aan deze behoeften. In deze bijdrage signaleren de auteurs overeenkomsten en verschillen in de benadering van het slachtoffer in het strafrecht en het civiele letselschaderecht en verkennen zij de mogelijkheden voor kruisbestuiving tussen de beide disciplines. Zij gaan onder andere in op de mogelijkheid om de civiele vordering van de benadeelde partij in het strafproces onder te brengen in een parallel civiel traject.


Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart is advocaat bij de sectie Cassatie van Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn en medewerker van dit tijdschrift.

Mr. A.J.J.G. Schijns
Mr. A.J.J.G. Schijns is advocaat bij de sectie Verzekeringen en Aansprakelijkheid van Kennedy Van der Laan en onderzoeker bij het Amsterdam Centre for Comprehensive Law van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. M.T. de Gans
Tom de Gans is plv. Hoofd van de Afdeling Europees Recht van de directie Juridische Zaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Artikel

Access_open What Makes Age Discrimination Special? A Philosophical Look at the ECJ Case Law

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2014
Trefwoorden age discrimination, intergenerational justice, complete-life view, statistical discrimination, anti-discrimination law
Auteurs Axel Gosseries
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper provides an account of what makes age discrimination special, going through a set of possible justifications. In the end, it turns out that a full understanding of the specialness of age-based differential treatment requires that we consider together the ‘reliable proxy,’ the ‘complete-life neutrality,’ the ‘sequence efficiency’ and the ‘affirmative egalitarian’ accounts. Depending on the specific age criteria, all four accounts may apply or only some of them. This is the first key message of this paper. The second message of the paper has to do with the age group/birth cohort distinction. All measures that have a differential impact on different cohorts also tend to have a differential impact on various age groups during the transition. The paper points at the practical implications of anti-age-discrimination law for differential treatment between birth cohorts. The whole argument is confronted all along with ECJ cases.


Axel Gosseries
Axel Gosseries is a permanent research fellow at the Belgian FRS-FNRS and a Professor at the University of Louvain (UCL, Belgium) where he is based at the Hoover Chair in Economic and Social Ethics.
Artikel

Access_open Empirical Facts: A Rationale for Expanding Lawyers’ Methodological Expertise

Tijdschrift Law and Method, 2013
Trefwoorden empirical facts, research methods, legal education, social facts
Auteurs Terry Hutchinson
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines the importance of the social evidence base in relation to the development of the law. It argues that there is a need for those lawyers who play a part in law reform (legislators and those involved in the law reform process) and for those who play a part in formulating policy-based common law rules (judges and practitioners) to know more about how facts are established in the social sciences. It argues that lawyers need sufficient knowledge and skills in order to be able to critically assess the facts and evidence base when examining new legislation and also when preparing, arguing and determining the outcomes of legal disputes. For this reason the article argues that lawyers need enhanced training in empirical methodologies in order to function effectively in modern legal contexts.


Terry Hutchinson
Terry Hutchinson is Associate Professor, Law School at QUT Faculty of Law.
Artikel

Pot, crack en Obama’s ‘third way’

Liberalisering van drugsbeleid in de Verenigde Staten?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2013
Auteurs I. Haen Marshall
SamenvattingAuteursinformatie

    This essay describes the most important recent events in the field of American drugs legislation covering the liberalization of cannabis policies in several states as well as the reduction of penalties for the possession of crack at the federal level. These developments are situated in a broader context of a complicated and big country with plenty of room for extreme moral views and a very punitive justice policy that targets Blacks and Latino’s much more than the white middle class. The disproportionate impact of the punitive drugs legislation is an important driving force behind the trend towards liberalization, next to the high costs of maintaining an overcrowded prison system.


I. Haen Marshall
Ineke Haen Marshall, PhD is Professor bij het Department of Sociology & Anthropology and School of Criminology and Criminal Justice van de Northeastern University in Boston.
Artikel

Henk Leenen: peetvader van het Nederlandse gezondheidsrecht

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Health law, agenda-setting, formal and informal position, self-determination
Auteurs Heleen Weyers
SamenvattingAuteursinformatie

    This article paints Henk Leenen as the godfather of Dutch health law. Godfather because Leenendesigned his own version of health law, a version that is characterized by an emphasis on autonomy of the patient. And godfather because Leenen was one of the founders of the Dutch Association of Health Law and for many years the editor of its periodical. He succeeded to bind almost all health law scholars to this organization and his way of seeing health law. The article illustrates Leenen’s influence by describing his reading of autonomy in health law, by outlining his informal and formal position in the health law landscape and by sketching the coming into being and the content of two important laws: the Law on medical contracts and the Law on physician assisted death (‘euthanasia’).


Heleen Weyers
Heleen Weyers is universitair docent bij de Vakgroep Rechtstheorie aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Zij geeft onderwijs in rechtssociologie, politieke theorie en wetsevaluatie. In haar onderzoek richt ze zich op de totstandkoming van recht, de sociale werking van recht en de relatie tussen beide. Qua onderwerpen gaat het daarbij onder andere om de regulering van het medisch handelen aan het einde van het leven en het rookverbod in de horeca.
Artikel

Nabeschouwing: de actor als factor

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Kingdon, policy formation, policy entrepreneurs
Auteurs Alex Jettinghoff en Leny de Groot-van Leeuwen
SamenvattingAuteursinformatie

    With the help of a model of policy formation designed by John Kingdon, we seek to map the actors in the previous cases of legal change and to establish the way in which they performed their key role and what conditions allowed them to do that. It appears that only two of the actors are insiders, government officials. The rest are outsiders. According to Kingdon’s model, a particular kind of actors is most likely to play a key role in policy change. He calls them ‘policy entrepreneurs’ and they typically are experts in a particular field of policy, who spend time, energy and money to promote a proposal they favour. They spring into action when they seize an opportunity to push their proposal on the agenda of the decision-makers. In our small collection of actors, Lemkin, Sinzheimer and Leenen are prototypical ‘policy entrepreneurs’. The others do not fit this profile, but played an influential role nevertheless.


Alex Jettinghoff
Alex Jettinghoff is als fellow verbonden aan het Instituut voor Rechtssociologie van de Rechtenfaculteit van Radboud Universiteit Nijmegen. Hij schreef recentelijk over het procederen van bedrijven, rechterlijke specialisatie en de wording van het Unified Patent System van de Europese Unie.

Leny de Groot-van Leeuwen
Leny de Groot-van Leeuwen is hoogleraar Rechtspleging en voorzitter van het gelijknamige onderzoeksprogramma van het onderzoekscentrum Staat en Recht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij publiceerde in boeken en tijdschriften over de juridische beroepen en de legitimiteit van rechtspraak.
Article

Access_open Unity in Multiplicity: Shared Cultural Understandings on Marital Life in a Damascus Catholic and Muslim Court

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3/4 2013
Trefwoorden Syria, personal status law, Eastern Catholic law, patriarchal family, marital obligations
Auteurs Esther Van Eijk Ph.D.
SamenvattingAuteursinformatie

    Family relations in Syria are governed by a plurality of personal status laws and courts. This plurality manifests itself on a variety of levels, including statutory, communal and individual. In this article, the author argues that, albeit this plurality, Syrian personal status law is also characterised by the prevalence of shared, gendered norms and views on marital life. Based on fieldwork conducted in a Catholic and a shar’iyya personal status courts in Damascus in 2009, the author examines the shared cultural understandings on marital relationships that were found in these courts, and as laid down – most importantly – in the respective Catholic and Muslim family laws. The article maintains that the patriarchal family model is preserved and reinforced by the various personal status laws and by the various actors which operated in the field of personal status law. Finally, two Catholic case studies are presented and analysed to demonstrate the importance and attachment to patriarchal gender norms in the Catholic first instance court of Damascus.


Esther Van Eijk Ph.D.
Esther Van Eijk is a postdoc researcher at Maastricht University, The Netherlands. She recently defended (September 2013) her Ph.D. thesis entitled ‘Family Law in Syria: A Plurality of Laws, Norms, and Legal Practices’ at Leiden University, the Netherlands. This study is based on her PhD fieldwork (including interviews and participant observation) conducted in March-April 2008, and October 2008-July 2009 in Syria.
Artikel

Medisch beroepsgeheim en familieleden

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden beroepsgeheim, familieleden, vertegenwoordiging, belangen, conflict van plichten
Auteurs Prof. mr. J.C.J. Dute en mr. dr. M.C. Ploem
SamenvattingAuteursinformatie

    Waar het gaat om de uitwisseling van medische gegevens vormt de hoedanigheid van familielid als zodanig geen grond om inbreuk te maken op het medisch beroepsgeheim. Het is in beginsel aan de betrokkene zelf om uit te maken of familieleden mogen worden geïnformeerd. In deze bijdrage worden situaties besproken waarin familieleden vanwege de rol die zij vervullen (vertegenwoordiger) of de belangen die zij bij inzage in het dossier van hun naaste hebben (rouwverwerking, behoefte aan informatie over erfelijkheidsonderzoek of andere gezondheidsbelangen, vermoeden van een medische fout, vermogensbelangen) moeten of mogen worden geïnformeerd, ook al heeft de betrokkene daarmee niet expliciet ingestemd.


Prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen en tevens lid van het College voor de Rechten van de Mens.

mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het AMC, Afdeling Sociale Geneeskunde.
Artikel

De bescherming van klokkenluiders: recente lessen uit Australië

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 7 2013
Trefwoorden whistleblower protection, Australian legislation, human rights, anti-retaliation model, public sector integrity
Auteurs A.J. Brown
SamenvattingAuteursinformatie

    This article seeks to aid understanding of the ways in which different policy purposes, approaches and legal options can be combined in the design of better legislation, using Australia’s recently passed Public Interest Disclosure Act 2013. It provides a guide to key elements of the new legislation, as an example of legislative development taking place over a long period, informed by different trends. In particular, it is one of the first national laws to seek to integrate divergent approaches to the ‘anti-retaliation’ model of whistleblower protection, including its place in the employment law system, it sets new standards for the role of ‘public whistleblowing’ in such a regime, and provides new responses on basic questions of coverage, including which individuals are able to gain the benefit of the legislation. This provides lessons as to how different legal approaches might be better integrated, in pursuit of a clearer understanding of the interface between whistleblowing and other integrity reforms.


A.J. Brown
Prof. A.J. Brown is hoogleraar Public Policy and Law bij het Centre for Governance & Public Policy van de Griffith University in Australië. E-mail: A.J.Brown@griffith.edu.au.
Artikel

Access_open The Meaning of the Presumption of Innocence for Pre-trial Detention

An Empirical Approach

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2013
Trefwoorden pre-trial detention practice, presumption of guilt, incapacitation, presumption of innocence
Auteurs Lonneke Stevens
SamenvattingAuteursinformatie

    The presumption of innocence (PoI) is considered to be an important principle for regulating pre-trial detention. The idea is that pre-trial detention should be a last resort. However, pre-trial detention practice demonstrates that pre-trial detention does not function on the basis of a presumption of innocence but rather from a presumption of guilt and dangerousness. It must be concluded that, with regard to pre-trial detention, the PoI has a rather limited normative effect.


Lonneke Stevens
Lonneke Stevens is Associate Professor of Criminal Law and Criminal Procedure at VU University Amsterdam.
Toont 101 - 120 van 251 gevonden teksten
1 2 3 4 6 8 9 10 11 12 13
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.