Zoekresultaat: 154 artikelen

x

G.R.J. de Groot










Jurisprudentie

2003/53 Het beginsel van de vrijheid van dienstverrichting staat in de weg aan de Nederlandse wettelijke regeling die voorafgaande toestemming vereist voor extramurale zorg die in een andere lidstaat wordt verstrekt door een dienstverlener met wie geen overeenkomst is gesloten.

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (Rodríguez Iglesias, Wathelet (rapporteur), Schintgen,Timmermans, Edward, La Pergola, Jann, Macken, Colneric, Von Bahr en Cunha Rodrigues), 13 mei 2003, zaak C-385/99 (m.nt. G.J.A. Hamilton).

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2003
Auteurs



G.J. de Groot

Mr. W. Kokkedee

Mw prof. mr H.D.C. Roscam Abbing

Mr G.R.J. de Groot
Artikel

De civielrechtelijke hulpverleningsplicht van arts en ziekenhuis in een publiekrechtelijk jasje

Een commentaar op het artikel van mr. Sijmons

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 1995
Auteurs Mw. prof. mr H.D.C. Roscam Abbing

Mw. prof. mr H.D.C. Roscam Abbing

E.W.M. Meulemans

Mr. P.C.M. Habets

Mr. J.E.M. Akveld
Artikel

Signaal Rechtspraak van de Week

RvdW april en mei 2005, afl. 11 tot en met 16

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2005
Trefwoorden gemeente, schade, aansprakelijkheid, risico, ziekenfonds, overeenkomst, stichting, verdrag, vermogensrecht, werknemer
Auteurs J.A.M. Strens-Meulemeester

J.A.M. Strens-Meulemeester

Edwin de Jong
Edwin de Jong promoveerde in 2004 aan de Rijksuniversiteit Groningen op een empirisch proefschrift over tijdigheid van bestuursrechtspraak. Daarna was hij ruim twee jaar universitair docent bestuurskunde aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, waar hij onder andere heeft meegewerkt aan de evaluatie van de Wet kosten bestuurlijke voorprocedures. In februari 2007 heeft hij het onderzoeksbureau De Jong beleidsadvies opgericht, dat gespecialiseerd is in evaluatie- en rekenkameronderzoek. Momenteel is hij in deze rol mede-uitvoerder van de evaluatie van de Wet bescherming persoonsgegevens.
Jurisprudentie

Het moment van de raadpleging van werknemersvertegenwoordigers op grond van de richtlijn collectief ontslag

Hof van Justitie EG 10 september 2009, C-44/08, JAR 2009/252 en RAR 2009/157 (Akavan Erityisaloyen Keskusliitto AEK ry e.a./Fujitsu Siemens Computers Oy)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2010
Trefwoorden tijdige raadpleging van werknemersvertegenwoordigers bij collectief ontslag, toerekening van besluitvorming, Wet melding collectief ontslag, welke ontslagen tellen mee voor de ondergrens van twintig ontslaggevallen
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Akavan-arrest geeft het Hof van Justitie EG een richtsnoer voor het bepalen van het moment van de raadpleging van werknemersvertegenwoordigers op grond van de Richtlijn Collectief Ontslag (98/59/EG). Deze richtlijn spreekt over het overwegen tot collectief ontslag over te gaan en over tijdige raadpleging. Dat zijn zeker binnen concernverband begrippen die door jurisprudentie nader moeten worden ingekleurd. Het Europese Hof vindt in dit arrest een werkbare oplossing. Het Hof maakt onderscheid tussen de fase waarin nog geen besluit is genomen (dan is raadpleging te vroeg), het moment waarop een strategisch of commercieel besluit is genomen dat de werkgever ertoe dwingt een collectief ontslag te overwegen (het moment waarop de raadpleging moet starten) en het moment waarop een besluit is genomen dat tot een collectief ontslag noodzaakt (dan is raadpleging te laat). De annotatie gaat op een en ander nader in.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar arbeidsrecht RU, tevens advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Column

Wetsvoorstel 31 358: een hamerstuk met losse eindjes

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2010
Trefwoorden schriftelijkheidseis, elektronisch verkeer, wetsvoorstel
Auteurs Mr. dr. T.H.M. van Wechem
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze Ad rem wordt een aantal kanttekeningen geplaatst bij wetsvoorstel 31 358, welk wetsvoorstel in het kort regelt: kwesties ter zake van het langs elektronische weg tot stand komen van verzekeringsovereenkomsten, de elektronische akte, het langs elektronische weg toestemming geven door de echtgenoot in het kader van artikel 1:88 BW en vragen die in het algemeen kunnen spelen bij ‘schriftelijkheidseisen’ en een uitbreiding in het kader van het elektronisch ter beschikking stellen van algemene voorwaarden.


Mr. dr. T.H.M. van Wechem
Mr. dr. T.H.M. van Wechem is verbonden aan Baker & McKenzie, advocaten, notarissen en belastingadviseurs.
Toont 101 - 120 van 154 gevonden teksten
1 2 3 4 6 8
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.