Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 195 artikelen

x
Artikel

Segregatie en portabiliteit: de Wge als panacee voor MiFID en EMIR

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2014
Trefwoorden vermogensscheiding, segregatie, portabiliteit, MiFID, EMIR
Auteurs Prof. mr. W.A.K. Rank
SamenvattingAuteursinformatie

    Vermogensscheiding en segregatie en portabiliteit worden in MiFID respectievelijk EMIR gepresenteerd als de ultieme instrumenten ter bescherming van de derivatenbelegger tegen faillissement van een tussenpersoon. In deze bijdrage wordt onderzocht welke betekenis aan deze begrippen moet worden toegekend en of de derivatenbelegger onder de nieuw voorziene wettelijke regeling van de Wge voldoende wordt beschermd.


Prof. mr. W.A.K. Rank
Prof. mr. W.A.K. Rank is advocaat en partner bij NautaDutilh te Amsterdam en hoogleraar financieel recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Kaveh Puid, Abdullahi en de Dublin-Verordening: uitleg bij een haperend asielsysteem, gemiste kans wat betreft de rechtsbescherming

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden Dublin-Verordening, interstatelijk vertrouwensbeginsel, rechtsbescherming, EU-Grondrechtenhandvest, asielzoeker
Auteurs Mr. dr. E.R. Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    In de uitspraken Kaveh Puid en Abdullahi geeft het Hof van Justitie nadere uitleg over de toepassing van de zogenoemde Dublin-Verordening inzake de vaststelling van een voor de behandeling van een asielverzoek verantwoordelijke lidstaat. Hoewel het Hof van Justitie in het Puid-arrest nog eens de verantwoordelijkheid van de overdragende lidstaat onderstreept om de Dublin-criteria zodanig toe te passen dat de asielzoeker niet de dupe wordt van eindeloze procedures, zijn beide uitspraken teleurstellend voor wat betreft de uitleg inzake de rechtsbescherming van asielzoekers tegen overdrachtsbesluiten.HvJ EU 14 november 2013, zaak C-4/11, Bundesrepublik Deutschland/Kaveh Puid, n.n.g., HvJ EU 10 december 2013, zaak C-394/12, Abdullahi/Bundesasylamt, n.n.g.


Mr. dr. E.R. Brouwer
Mr.dr. E.R. (Evelien) Brouwer is universitair hoofddocent bij de sectie migratierecht, Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Zedenmannen, zoetwatermatrozen en zware jongens

Een empirisch onderzoek naar hiërarchische (gender)verhoudingen in een Belgische mannengevangenis

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2014
Trefwoorden prison hierarchy, male inmate subculture, prison masculinities
Auteurs Maaike Beckmann MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Male inmate subcultures can be described as highly gendered settings where power relationships are based on a hierarchical gender order. Cultural idealized forms of masculinity provide an important foundation for these hierarchical rankings. Notions of hegemonic and subordinate masculinities offer a valuable theoretical framework for explaining the power relations and pecking order among male inmates. Drawing on observations and qualitative semi-structured interviews with prisoners in a medium-size Belgian male prison, this article analyses the various intermale dominance hierarchies among inmates and the discourses in which they are embedded: type of offence, social conduct, individual characteristics of the prisoners and the possession of different forms of capital. This article both stresses and nuances the importance of offence categories by explaining how hierarchical status can be enhanced through social performance and acting in accordance with the prison code. Additionally, it describes how hierarchical arrangements operate in the daily practice of prison life through spatial norms.


Maaike Beckmann MSc
M. Beckmann, MSc is promovendus bij de vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel en bij de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open Metatoezicht op voedselveiligheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden metatoezicht op voedselveiligheid, privaat toezicht, NVWA, voedselveiligheid, publiek-private samenwerking
Auteurs Mr. dr. Paul Verbruggen en Dr. ir. Tetty Havinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Toezicht op voedselveiligheid is een aangelegenheid van zowel publieke als private partijen. Overheid en bedrijfsleven dragen beide verantwoordelijkheid voor controle en naleving van voedselveiligheidsnormen. Zij hebben daartoe allebei geavanceerde systemen van toezicht ontwikkeld met als primair doel risico’s op voedselveiligheid te beheersen en beperken. Kenmerkend is de relatief recente ontwikkeling dat publieke en private actoren elkaars inspanningen voor de verwezenlijking van dit doel onderling pogen af te stemmen. In Nederland probeert de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) toezicht te houden op private vormen van toezicht. Hoe richt de NVWA dit metatoezicht (toezicht op toezicht) in? Welke waarborgen brengt de NVWA aan bij de afstemming van haar toezicht op private initiatieven en op welke punten behoeft dit verbetering? De auteurs maken een vergelijkende analyse van twee initiatieven van privaat toezicht die door de NVWA zijn geaccepteerd als ‘zelfcontrolesysteem’ voor levensmiddelen, te weten Bureau de Wit en Riskplaza.


Mr. dr. Paul Verbruggen
Mr. dr. P.W.J. Verbruggen is universitair docent Onderzoekcentrum Onderneming & Recht.

Dr. ir. Tetty Havinga
Dr. ir. T. Havinga is universitair hoofddocent rechtssociologie.
Artikel

Access_open Wat is juridisch interactionisme?

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2014
Trefwoorden interactionism, Lon Fuller, interactional law, legal pluralism, concept of law
Auteurs Wibren van der Burg
SamenvattingAuteursinformatie

    Two phenomena that challenge theories of law in the beginning of the twenty-first century are the regulatory explosion and the emergence of horizontal and interactional forms of law. In this paper, I develop a theory that can address these two phenomena, namely legal interactionism, a theory inspired by the work of Fuller and Selznick. In a pluralist approach, legal interactionism recognizes both interactional law and enacted law, as well as other sources such as contract. We should aim for a pluralistic and gradual concept of law. Because of this pluralist and gradual character, legal interactionism can also do justice to global legal pluralism and to the dynamic intertwinement of health law and bioethics.


Wibren van der Burg
Wibren van der Burg is Professor of Legal Philosophy and Jurisprudence, Erasmus School of Law at the Erasmus University Rotterdam.
Artikel

Symboolwetgeving: de opkomst, ondergang en wederopstanding van een begrip

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2014
Trefwoorden symboolwetgeving, communicatieve benadering van wetgeving, interactionisme, open normen, democratie
Auteurs Prof. dr. B. van Klink
SamenvattingAuteursinformatie

    De communicatieve benadering van wetgeving heeft aanleiding gegeven tot de nodige wetenschappelijke discussie. In deze bijdrage gaat de auteur nader in op de aangevoerde kritiekpunten. Doel van dit artikel is te bepalen in welke opzichten de communicatieve benadering aanvulling of correctie behoeft. Conclusie is dat het achterliggende democratische ideaal nog steeds relevant is: de wens om burgers meer te betrekken bij de totstandkoming en de uitvoering van wetgeving. Tegelijk moet beter rekenschap worden afgelegd van de processen van in- en uitsluiting waarmee wetgeving onvermijdelijk gepaard gaat. Niet iedereen kan, mag of wil meepraten over de betekenis van de wet, niet elk gezichtspunt kan in het uiteindelijke wetgevende besluit erkenning krijgen.


Prof. dr. B. van Klink
Prof. dr. B. van Klink is hoogleraar Methoden van recht en rechtswetenschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Herziening richtlijn erkenning beroepskwalificaties

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Richtlijn erkenning beroepskwalificaties, Gereglementeerde beroepen, Implementatie Richtlijn 2013/55/EU, Vrij verkeer van personen, Vrij verkeer van diensten
Auteurs Mr. R.V.A. Bishoen en Mr. I.M. Welbergen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 november 2013 is Richtlijn 2013/55/EU van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties vastgesteld. Dit artikel bespreekt in hoofdlijnen de achtergronden van deze richtlijn, de belangrijkste wijzigingen en waar mogelijk de Nederlandse reactie daarop.
    Richtlijn 2013/55/EU van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties en Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt (de IMI-verordening)


Mr. R.V.A. Bishoen
Mr. R.V.A. (Ranoe) Bishoen is wetgevingsjurist bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

Mr. I.M. Welbergen
Mr. I.M. (Inge) Welbergen is beleidsjurist bij de directie Media en Creatieve Industrie van het Ministerie van OCW en oud-expert national détaché bij de Europese Commissie (DG Interne markt en financiële diensten).
Artikel

Stefano Melloni: grenzen aan de nationale grondwettelijke grondrechtenbescherming bij uitvoering van een EAB

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden Europees strafrecht, voorrang recht van de Unie, Hof van Justitie, Melloni, Europees Aanhoudingsbevel
Auteurs Mr. M.I. Veldt-Foglia
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft zich in de zaak Melloni uitgesproken over de door de Spaanse constitutionele rechter opgeworpen vraag of de nationale rechter in het kader van een overleveringsprocedure aan de verzoekende staat – alvorens toestemming te verlenen de betrokken persoon over te leveren –, aanvullende eisen in de sfeer van de grondrechtenbescherming mag stellen die niet in het Kaderbesluit inzake het Europees aanhoudingsbevel staan vermeld. Deze bijdrage bespreekt de antwoorden van het Hof van Justitie op de door het Spaanse Constitutionele Hof gestelde prejudiciële vragen onder meer in het licht van de vaste rechtspraak van het Hof van Justitie over de voorrang van het recht van de Unie en duidt de betekenis van deze uitspraak met name in het licht van het bepaalde in artikel 53 van het Handvest.
    HvJ EU 26 februari 2013, zaak C-399/11, S. Melloni/Ministerio Fiscal, n.n.g.
    Kaderbesluit van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (2002/584/JBZ) (verder: Kaderbesluit 2002/584) zoals gewijzigd bij Kaderbesluit 2009/299/JBZ.
    Kaderbesluit 2009/299/JBZ van de Raad van 26 februari 2009 tot wijziging van Kaderbesluit 2002/584, Kaderbesluit 2005/214/JBZ, Kaderbesluit 2006/783, Kaderbesluit 2008/909/JBZ en Kaderbesluit 2008/947/JBZ en tot versterking van de procedurele rechten van personen, tot bevordering van de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen gegeven ten aanzien van personen die niet verschenen zijn tijdens het proces, Pb. EU 2009, L 81/24.


Mr. M.I. Veldt-Foglia
Mr. M.I. (Mappie) Veldt-Foglia is raadsheer in de sector Strafrecht van het Gerechtshof Den Haag.
Artikel

De bescherming van klokkenluiders: recente lessen uit Australië

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 7 2013
Trefwoorden whistleblower protection, Australian legislation, human rights, anti-retaliation model, public sector integrity
Auteurs A.J. Brown
SamenvattingAuteursinformatie

    This article seeks to aid understanding of the ways in which different policy purposes, approaches and legal options can be combined in the design of better legislation, using Australia’s recently passed Public Interest Disclosure Act 2013. It provides a guide to key elements of the new legislation, as an example of legislative development taking place over a long period, informed by different trends. In particular, it is one of the first national laws to seek to integrate divergent approaches to the ‘anti-retaliation’ model of whistleblower protection, including its place in the employment law system, it sets new standards for the role of ‘public whistleblowing’ in such a regime, and provides new responses on basic questions of coverage, including which individuals are able to gain the benefit of the legislation. This provides lessons as to how different legal approaches might be better integrated, in pursuit of a clearer understanding of the interface between whistleblowing and other integrity reforms.


A.J. Brown
Prof. A.J. Brown is hoogleraar Public Policy and Law bij het Centre for Governance & Public Policy van de Griffith University in Australië. E-mail: A.J.Brown@griffith.edu.au.
Artikel

Naar een betere waarborging van de onafhankelijkheid van de faillissementscurator

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden positie faillissementscurator, rechtsvergelijking, Europese Insolventieverordening, benoeming en ontslag curator, juridische beroepen
Auteurs Prof. mr. B. Wessels
SamenvattingAuteursinformatie

    Het thema ‘onafhankelijkheid van de faillissementscurator’ wordt onderzocht, mede vanuit rechtsvergelijkend en internationaal perspectief. Dit leidt tot een beschouwing van de onafhankelijkheid van een curator ten opzichte van de schuldenaar, van de schuldeisers en ten opzichte van de rechter-commissaris. Europese ontwikkelingen nopen er mede toe vaart te maken met het in de wet vastleggen van regels die de onafhankelijkheid van een faillissementscurator waarborgen.


Prof. mr. B. Wessels
Prof. mr. B. Wessels is juridisch adviseur te Dordrecht en hoogleraar internationaal insolventierecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Actieve rechtvaardigheid

Herstelrecht als vruchtbare bodem voor de uitoefening van burgerschap

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2013
Auteurs Brunilda Pali
SamenvattingAuteursinformatie

    The article reflects on the conceptual work undertaken during the first year of ALTERNATIVE, a project coordinated by KU Leuven. The overall objective of the project is to provide an alternative and deepened understanding of justice and security based on empirical evidence of how to handle conflicts within intercultural contexts, mainly through the active participation of citizens. The paper focuses mainly on the relation of the concept of citizenship with restorative justice, especially as viewed and enacted in the four intercultural settings of the ALTERNATIVE project. Several issues are discussed: the concept of participatory citizenship in relation to crime and conflict; the claim of the discourse of restorative justice to the concept of participatory citizenship and democracy and the challenges in the restorative justice discourse that complicate its relationship to participatory citizenship. Next, insight is provided in the ways the ALTERNATIVE project tries to tackle some of these challenges, by exploring and strengthening the relationship between the concept of active citizenship and justice in Europe. By targeting the intercultural field the ALTERNATIVE aims to explore the potential of mediation services and restorative justice models to engage with macro societal conflicts that are not referred to these services by the criminal justice system, and on the other hand expand the way some of the crimes referred by the criminal justice system are handled by the mediation services alternatively by fostering alliances with various civil society organisations. Employing ‘action research’ methodology, it is argued that the concept and framework of ‘nodal governance’ (Shearing and Wood, 2003) can serve to support participatory modes of conflict regulation. Interactive settings are created, which allow for spaces between informal and formal justice, and between justice mechanisms at the individual and at the societal level (Aertsen, 2001, 2008). Arguments are provided in support of the need to promote broader models of restorative justice which are able to address social and systemic crimes and conflicts, and which will help the theory and practice of RJ to move beyond the individualisation of crime and its remedies.


Brunilda Pali
Brunilda Pali is onderzoekster aan het Criminologisch Instituut, KU Leuven (LINC). Daar werkt zij aan een proefschrift over ethiek en herstelrecht, als onderdeel van het onderzoek verricht binnen het ALTERNATIVE-project.

Gert Jan Slump
Gert Jan Slump is criminoloog, sociaal-maatschappelijk ondernemer en ervaren adviseur. In 2010 was hij mede oprichter van de Stichting Restorative Justice Nederland en sindsdien ontwikkelt hij samen met Anneke van Hoek en anderen binnen het netwerk rond herstelrecht in Nederland allerlei projecten op dit terrein. Hij is ook actief op het terrein van professionaliseringsvraagstukken, onder meer binnen de jeugdzorg.

    Met de financiële steun van het FWO Vlaanderen werd een doctoraat geschreven over grensoverschrijdend familierecht in de praktijk. Opzet van het onderzoek was om de concrete toepassing van het Belgisch Wetboek IPR grondig door te lichten. De auteur onderzocht of de doelstellingen van de wetgever werden bereikt in de praktijk. Hiertoe steunde zij op drie bronnen: 1) een databank met meer dan 3000 adviesvragen aan het Steunpunt IPR; 2) diepte-interviews met magistraten gespecialiseerd in familiezaken met een internationaal aspect; 3) 659 rechterlijke uitspraken. Dit empirisch bronnenmateriaal gaf de auteur een goed zicht op de wijze waarop rechtbanken en administraties de IPR-regels toepassen. Het artikel gaat uitvoerig in op de empirische onderzoeksmethode en bespreekt enkele onderzoeksbevindingen en beleidsaanbevelingen.
    ---
    Through funding from the Research Foundation Flanders, a doctoral thesis on the actual practices of cross-border family law has been written. The main research question concerned whether or not the Belgian Code of Private International Law adequately deals with 'real-life' international family law matters. It was examined whether the objectives set out by the legislator have been met in practice. Three empirical sources were relied upon: 1) The database of the Centre for Private International Law, which contained more than 3.000 files, ranging from simple questions posed to the helpdesk to more elaborate advice given by the Centre's lawyers; 2) In-depth interviews with judges specialized in cross-border family cases; 3) 656 court decisions. This material allowed the author to obtain a very good understanding of how courts and (local) authorities apply the PIL rules. This paper elaborates on the empirical methodology, several research findings and policy recommendations.


Dr. Jinske Verhellen
Jinske Verhellen is currently a postdoctoral researcher at the Private International Law Institute of Ghent University. Alongside this, she lectures in private international law, nationality law and immigration law at the Oost-Vlaamse Bestuursacademie (East Flanders Management Academy).
Artikel

Herschikking Brussel I

over Italiaanse torpedo’s, de afschaffing van het exequatur en andere wijzigingen in het Europese IPR-procesrecht in burgerlijke en handelszaken

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden EEX-Verordening, herschikking Brussel I, IPR, internationaal procesrecht, erkenning en tenuitvoerlegging, burgerlijke en handelszaken
Auteurs Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 12 december 2012 is de Verordening tot herschikking van de Brussel I-Verordening vastgesteld. De nieuwe verordening herziet de reeds bestaande en geharmoniseerde regels inzake de rechtsmacht en de erkenning en tenuitvoerlegging in burgerlijke en handelszaken uit de huidige EEX- of Brussel I-Verordening. Doel van de aanpassing is om, mede op grond van de in de praktijk inmiddels opgedane ervaring met de huidige regeling, de toegang tot de (lidstaat)rechter verder te verbeteren en het vrije verkeer van beslissingen binnen de Europese Unie verder te vergemakkelijken.Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking), Pb. EU 2012, L 351/1 (Verordening 2012/1215/EU).


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en adviseur bij PlasBossinade te Groningen.
Artikel

Access_open Religiestress op het werk?

Non-discriminatie, neutraliteit en diversiteit in het arbeidsdomein

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2013
Auteurs Marjolein Rikmenspoel
SamenvattingAuteursinformatie

    Religion-related stress is the product of a predominantly secular society in which people are confronted with diverse religious practices. The phenomenon occurs where public meets private. How can employers ensure compliance with conflicting religious and other commitments in the workplace? The concept of respectful pluralism as formulated by Douglas Hicks in his book Religion and the Workplace, may go a long way to negotiating a solution to the debate between conformity and diversity.


Marjolein Rikmenspoel
Mr. M.J.H.T. Rikmenspoel BA is publiciste en bachelor Religiewetenschappen. rikmar@hotmail.com.

    In this feature authors review recently published books on subjects of interest to readers of Recht der Werkelijkheid.


Koen Van Aeken
Koen Van Aeken studeerde politieke en sociale wetenschappen en methodologie en promoveerde op een rechtssociologisch proefschrift aan de Universiteit Antwerpen. Sinds 2006 is hij verbonden aan de Tilburg Law School. Zijn onderwijs en onderzoek situeren zich op het terrein van de interdisciplinaire benadering van het recht, met bijzondere aandacht voor reguleringsvraagstukken.

    Voor een partij die een schadeclaim boven het hoofd heeft hangen, kan het van strategisch belang zijn een negatieve verklaring voor recht te vorderen. De eiser van een dergelijke vordering kan in geval van een grensoverschrijdend geschil op basis van de EEX-Verordening ‘shoppen’ tussen bevoegde Europese gerechten. Nadat de vordering is ingesteld bij een bevoegde rechter, kan de eiser er in beginsel van uitgaan dat een later door de wederpartij aangezochte rechter zich onbevoegd verklaart. Indien een negatieve declaratoire vordering is toegewezen, dient deze uitspraak in beginsel in alle lidstaten te worden erkend.


Mr. J.S. Kooij
Mr. J.S. Kooij is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. M.I. Hazelhorst
Monique Hazelhorst is promovenda aan de Erasmus School of Law.

Prof. mr. X.E. Kramer
Xandra Kramer is hoogleraar aan de Erasmus School of Law.
Artikel

Levenslange gevangenisstraf: uitlevering en overlevering aan Nederland

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2013
Trefwoorden life imprisonment the Netherlands, extradition, surrender, human rights, European Court of Human Rights
Auteurs V.H. Glerum
SamenvattingAuteursinformatie

    In principle a Dutch life sentence is served in full. ‘Lifers’ can benefit from executive clemency. However, over the last 26 years clemency has been applied so sparingly as to call into question whether clemency for ‘lifers’ is a real possibility at all. Recently the European Court of Human Rights has refined its case-law on the compatibility of life sentences with Art. 3 ECHR, in the national context as well as in the context of extradition. This contribution discusses whether under Article 3 ECHR the Dutch practice of executing life sentences in full acts as a bar to extradition or surrender of a person who faces the imposition and/or execution of a life sentence in the Netherlands.


V.H. Glerum
Mr. dr. Vincent Glerum is senior juridisch medewerker van de Internationale Rechtshulpkamer van de Rechtbank Amsterdam.
Artikel

Access_open De staat als ‘neutral organiser of religions’?

Een analyse van de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (I)

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2013
Trefwoorden religie, godsdienstvrijheid, EVRM, secularisme, neutraliteit, Europees Hof voor de rechten van de mens
Auteurs Sophie van Bijsterveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 2001 the European Court of Human Rights (ECtHR) regularly applies the normative characterization of the state as a ‘neutral and impartial organiser of religions’ in its cases. This qualification has no explicit basis in the European Convention on Human Rights (ECHR). Where does it come from, how does the ECtHR understand this, in which type of cases does the ECtHR use it and with which result? This essay analyses the use of this qualification by the ECtHR and aims to provide an answer to these questions. It asserts that the qualification of the state as ‘neutral and impartial organiser of religions’ is an inadequate standard and examines wether it may harbor other normative dimensions that are important in the relation between state and religion. After introducing the first case in which the ECtHR used this qualification, the first part deals with cases concerning conflicts within and between churches, equal treatment of religious groups in multi-tiered church and state systems, and pupils in public schools wearing religious garb. The second part will appear in the next issue of this Journal and continues with an analysis of cases concerning the place of religion in education, and various alleged interferences of religious liberty. It concludes with a reflection on the use by the ECtHR of the qualification of the state as ‘neutral and impartial organizer of religious’.


Sophie van Bijsterveld
Prof. dr. S.C. van Bijsterveld is bijzonder hoogleraar Religie, rechtsstaat en samenleving aan de Universiteit van Tilburg. Zij is redactielid van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. s.c.vbijsterveld@uvt.nl.
Toont 101 - 120 van 195 gevonden teksten
1 2 3 4 6 8 9 10
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.