Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1035 artikelen

x
Artikel

De toekomst van het concordantiebeginsel

Een onderzoek naar de vraag of het concordantiebeginsel zoals neergelegd in artikel 39 Statuut in de huidige vorm gehandhaafd moet blijven

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2019
Trefwoorden concordantiebeginsel, Statuut, landsaangelegenheid, consultatieplicht, leemte in de wet
Auteurs E. van Keeken
SamenvattingAuteursinformatie

    Heeft het concordantiebeginsel na de herstructurering van 10 oktober 2010 nog een toekomst? Een literatuuronderzoek heeft tot de volgende conclusies geleid. Het concordantiebeginsel moet blijven bestaan. De open norm van artikel 39 lid 1 Statuut moet gehandhaafd blijven, daar het een landsaangelegenheid betreft. Omdat er veel onbewuste discordantie plaatsvindt, moet artikel 39 lid 2 Statuut aangescherpt worden. Concordantie van rechtspraak moet bij een leemte in de wet in lijn met de juridisch meest zuivere visie van Lewin afgebakend worden in het Statuut onder andere met het oog op de machtenscheiding en de autonomie van de Caribische landen.


E. van Keeken
E. van Keeken is masterstudent Nederlands Recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Access_open Strafzaken in het overzeese deel van het Koninkrijk

Enkele praktische aspecten en verschillen met Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Trefwoorden verlofstelsel, Gemeenschappelijk Hof van Justitie, Gerecht in eerste aanleg, Hoger beroep, herziening
Auteurs Prof. mr. dr. G.G.J.A. Knoops
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse advocaat die in het overzeese deel van het Koninkrijk wil optreden en daarvoor verlof heeft gekregen van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, ziet zich gesteld voor een aantal juridische en praktische verschillen tussen de rechtsgang aldaar en hier in Nederland. In dit artikel zijn daarvan enkele voorbeelden gegeven, maar er bestaan uiteraard nog meer verschillen die van belang zijn voor het voeren van de verdediging. Het is dan ook van belang dat de Nederlandse advocaat die in het overzeese deel van het Koninkrijk gaat optreden, zich van tevoren terdege vergewist van deze verschillen en op dit gebied zal samenwerken met een lokale advocaat.


Prof. mr. dr. G.G.J.A. Knoops
Prof. mr. dr. G.G.J.A. Knoops is advocaat bij Knoops’ advocaten te Amsterdam en is als bijzonder hoogleraar politiek van het internationale recht verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Buitengerechtelijke afdoening van financieel-economische strafzaken op Curaçao

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Buitengerechtelijke afdoening, Transactie, Curaçao, Openbaar Ministerie, Fraudezaken
Auteurs Mr. D.S. Schreuders en mr. N. Van der Voort
SamenvattingAuteursinformatie

    Transacties met het OM in financieel-economische en fraudezaken op Curaçao volgen grotendeels dezelfde procedure als Nederlandse strafzaken op het gebied van fraude en kennen dezelfde uitgangspunten en kenmerken. Toch zijn er ook verschillen tussen de transactieregelingen in Nederland en in Curaçao. In deze bijdrage wordt een beschrijving gegeven van de wijze van afdoening buiten de rechter om van financieel-economische strafzaken en fraudezaken, zoals die op Curaçao plaats kan vinden. Het artikel beoogt tevens (mede op basis van praktijkervaringen) inzicht te geven in dit sluitstuk van de strafrechtspleging vanuit een rechtsvergelijkend perspectief ten opzichte van Nederland. Met het oog op het komende Caribische Wetboek van Strafvordering en de modernisering van het Nederlandse Wetboek van Strafvordering is het immers buitengewoon interessant om de verdere ontwikkelingen in de schikkingspraktijk van het OM Curaçao en de overige overzeese gebiedsdelen de komende tijd scherp in de gaten te houden.


Mr. D.S. Schreuders
Mr. D.S. Schreuders is partner bij Simmons & Simmons Amsterdam, Crime Fraud & Investigations.

mr. N. Van der Voort
Mr. N. van der Voort is advocaat bij Simmons & Simmons Amsterdam, Crime Fraud & Investigations.
Artikel

Access_open Schadevergoeding voor dummies

Tijdschrift Afwikkeling Personenschade, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Letselschade, Aansprakelijkheid
Auteurs Mr. H. de Hek
SamenvattingAuteursinformatie

    Wie de jurisprudentie op het gebied van letselschade wil bijhouden, doet er de laatste jaren verstandig aan niet alleen de uitspraken van civiele rechters te volgen, maar ook die van strafrechters.


Mr. H. de Hek
Mr. H. de Hek is senior-raadsheer bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en redacteur van dit blad.
Artikel

Access_open A thief can’t pass good title

Tijdsverloop en eigendomsverkrijging naar civil en naar common law

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2019
Trefwoorden verjaring, belangenafweging, derdenbescherming, laches-verweer, roofkunst
Auteurs Prof. mr. E.J.H. Schrage
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij verjaring staan twee belangen op gespannen voet: het belang van de rechthebbende bij het behoud van zijn recht enerzijds en het belang van een ongestoord rechtsverkeer, dat bescherming van derden-verkrijgers te goeder trouw vereist, anderzijds. De common law kiest voor bescherming van het eerstgenoemde belang, de civil law van het laatste. Recentelijk zijn er echter aan beide zijden pogingen gaande om de scherpe kantjes van de tegenstelling af te slijpen. Die pogingen blijken niet altijd even gelukkig.


Prof. mr. E.J.H. Schrage
Prof. mr. E.J.H. Schrage is Honorary Professor aan de Nelson Mandela University te Port Elizabeth (South Africa) en emeritus hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Zekerheidsrechten op een aandeel in (een goed van) de gemeenschap van nalatenschap

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden zekerheidsrecht op aandeel in gehele gemeenschap van nalatenschap, beschikken over aandeel in gemeenschappelijk goed afzonderlijk, beschikken over aandeel in gehele gemeenschap van nalatenschap, uitwinning aandeel in gehele gemeenschap van nalatenschap
Auteurs Prof. dr. S. Perrick
SamenvattingAuteursinformatie

    Een deelgenoot in een gemeenschap van nalatenschap kan zijn aandeel in de gehele gemeenschap niet verpanden. In deze bijdrage bespreekt de auteur de mogelijkheid en de gevolgen van het vestigen van een zekerheidsrecht op een aandeel in een gemeenschappelijk goed afzonderlijk. Hij verduidelijkt de betekenis van de wettelijke regelingen, die een redelijk hoog abstractieniveau hebben, mede aan de hand van voorbeelden.


Prof. dr. S. Perrick
Prof. dr. S. Perrick is advocaat te Amsterdam.
Jurisprudentie

Nietigverklaring van een testament bij leven van de testateur

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden uiterste wil, meerderjarigenbewind, wilsgebrek, nietigverklaring, financieel misbruik
Auteurs Mr. dr. J.H.M. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    Onlangs verklaarde de rechter een uiterste wil nietig. Het bijzondere aan de uitspraak was dat de testateur nog leefde. In een andere recente zaak werd een verzoek om een testament bij leven van de testateur nietig te verklaren afgewezen. In deze bijdrage worden beide uitspraken naast elkaar gezet. Er wordt ingegaan op de vraag in hoeverre het wenselijk is dat een uiterste wil nog tijdens leven van een testateur nietig verklaard kan worden.


Mr. dr. J.H.M. ter Haar
Mr. dr. J.H.M. ter Haar is universitair docent notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

De Urgenda-zaak en de mogelijkheden voor internationale rechtspraak door de Nederlandse rechter in algemeen-belangacties

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2019
Trefwoorden staatsmachten, legitimatie, internationaal recht, Rookverbod-arrest, dualiteit rechtspraak
Auteurs Mr. dr. B.A. Kuiper-Slendebroek
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de Urgenda-zaak is niet alleen de dialoog geopend over de betekenis van het internationale klimaatrecht, de mogelijkheden voor algemeen-belangacties op andere gebieden en de verhouding tussen de Nederlandse staatsmachten, maar komt ook de rol van de nationale rechter in het internationale recht aan bod. Via de route van het EVRM wijst de Nederlandse rechter de Staat op zijn internationale verplichtingen – waaronder die van de positieve bescherming van mensenrechten – en brengt hij de rechtsopvattingen van internationaal en nationaal recht op één lijn. Dit getuigt van een actieve rol van de rechter. Geplaatst in het licht van internationale ontwikkelingen en het Rookverbod-arrest biedt deze rol ook mogelijkheden voor algemeen-belangacties wanneer de normen uit internationale verdragen in het concrete geval rechtstreeks toegepast kunnen worden door de rechter.


Mr. dr. B.A. Kuiper-Slendebroek
Mr. dr. B.A. Kuiper-Slendebroek is docent en onderzoeker aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht. Zij promoveerde in 2017 aan de Universiteit Leiden op het proefschrift getiteld ‘Rechter over grenzen: de interpretatie en doorwerking van internationaal recht in het Nederlands privaatrecht’.
Article

Access_open Commercial Litigation in Europe in Transformation: The Case of the Netherlands Commercial Court

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2019
Trefwoorden international business courts, Netherlands Commercial Court, choice of court, recognition and enforcements of judgements
Auteurs Eddy Bauw
SamenvattingAuteursinformatie

    The judicial landscape in Europe for commercial litigation is changing rapidly. Many EU countries are establishing international business courts or have done so recently. Unmistakably, the approaching Brexit has had an effect on this development. In the last decades England and Wales – more precise, the Commercial Court in London - has built up a leading position as the most popular jurisdiction for resolving commercial disputes. The central question for the coming years will be what effect the new commercial courts in practice will have on the current dominance of English law and the leading position of the London court. In this article I address this question by focusing on the development of a new commercial court in the Netherlands: the Netherlands Commercial Court (NCC).


Eddy Bauw
Professor of Private Law and Administration of Justice at Molengraaff Institute for Private Law and Montaigne Centre for Rule of Law and Administration of Justice, Utrecht University. Substitute judge at the Court of Appeal of Arnhem-Leeuwarden and the Court of Appeal of The Hague.
Article

Access_open The Brussels International Business Court: Initial Overview and Analysis

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2019
Trefwoorden international jurisdiction, English, court language, Belgium, business court
Auteurs Erik Peetermans en Philippe Lambrecht
SamenvattingAuteursinformatie

    In establishing the Brussels International Business Court (BIBC), Belgium is following an international trend to attract international business disputes to English-speaking state courts. The BIBC will be an autonomous business court with the competence to settle, in English, disputes between companies throughout Belgium. This article focuses on the BIBC’s constitutionality, composition, competence, proceedings and funding, providing a brief analysis and critical assessment of each of these points. At the time of writing, the Belgian Federal Parliament has not yet definitively passed the Bill establishing the BIBC, meaning that amendments are still possible.


Erik Peetermans
Erik Peetermans is a legal adviser at the Federation of Enterprises in Belgium (FEB).

Philippe Lambrecht
Philippe Lambrecht is the Director-Secretary General at the Federation of Enterprises in Belgium (FEB).
Article

Access_open Requirements upon Agreements in Favour of the NCC and the German Chambers – Clashing with the Brussels Ibis Regulation?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2019
Trefwoorden international commercial courts, the Netherlands Commercial Court (NCC), Chambers for International Commercial Disputes (Kammern für internationale Handelssachen), Brussels Ibis Regulation, choice of court agreements, formal requirements
Auteurs Georgia Antonopoulou
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent years, the Netherlands and Germany have added themselves to the ever-growing number of countries opting for the creation of an international commercial court. The Netherlands Commercial Court (NCC) and the German Chambers for International Commercial Disputes (Kammern für internationale Handelssachen, KfiH) will conduct proceedings entirely in English and follow their own, diverging rules of civil procedure. Aspiring to become the future venues of choice in international commercial disputes, the NCC law and the legislative proposal for the establishment of the KfiH allow parties to agree on their jurisdiction and entail detailed provisions regulating such agreements. In particular, the NCC requires the parties’ express and in writing agreement to litigate before it. In a similar vein, the KfiH legislative proposal requires in some instances an express and in writing agreement. Although such strict formal requirements are justified by the need to safeguard the procedural rights of weaker parties such as small enterprises and protect them from the peculiarities of the NCC and the KfiH, this article questions their compliance with the requirements upon choice of court agreements under Article 25 (1) Brussels Ibis Regulation. By qualifying agreements in favour of the NCC and the KfiH first as functional jurisdiction agreements and then as procedural or court language agreements this article concludes that the formal requirements set by the NCC law and the KfiH proposal undermine the effectiveness of the Brussels Ibis Regulation, complicate the establishment of these courts’ jurisdiction and may thus threaten their attractiveness as future litigation destinations.


Georgia Antonopoulou
PhD candidate at Erasmus School of Law, Rotterdam.
Artikel

Benoeming deskundigen in testament?

Het gesloten stelsel zit niet in de weg

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 33 2019
Trefwoorden Testament
Auteurs Prof. mr. dr. F.W.J.M. Schols

Prof. mr. dr. F.W.J.M. Schols
Over de grens

Over de Tiffany/Swatch-procedures en het Nederlandse materiële recht bezien vanuit internationale partijen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2019
Trefwoorden uitleg en aanvulling, Rechtskeuze, Forumkeuze, internationale handelsgeschillen, NCC
Auteurs Mr. J.M. Luycks en Mr. drs. A.M.M. Hendrikx
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bevat een beschouwing naar aanleiding van de arbitrage en vernietigingsprocedure tussen Tiffany en Swatch. Het Nederlandse materiële recht bezien vanuit internationale partijen staat centraal, waarbij de focus ligt op het onderscheid tussen de uitleg en aanvulling van een overeenkomst en de gevolgen van een door partijen gemaakte rechtskeuze.


Mr. J.M. Luycks
Mr. J.M. Luycks is werkzaam bij Clifford Chance LLP te Amsterdam.

Mr. drs. A.M.M. Hendrikx
Mr. drs. A.M.M. Hendrikx is werkzaam bij Clifford Chance LLP te Amsterdam. Zij is tevens als buitenpromovenda verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Leiden en werkt aan een proefschrift op het terrein van de uitleg van overeenkomsten.
Impressies

De ‘prognose-torpedo’: een effectief verweermiddel tegen vorderingen in kort geding

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2019
Trefwoorden [ontbreken] Franchise, Exploitatie prognose, Dwaling, Kort Geding, Wilsgebrek
Auteurs Mr. J.H. Kolenbrander
SamenvattingAuteursinformatie

    Een beroep op dwaling vanwege een ondeugdelijke prognose kan in kort geding een effectief verweermiddel zijn van een franchisenemer om de vordering van een franchisegever af te laten wijzen door de rechter.


Mr. J.H. Kolenbrander
Mr. Jan-Willem Kolenbrander is advocaat bij De Clercq Advocaten Notariaat te Leiden en gespecialiseerd in franchising.

    This article is part of a broader discussion about attaining a full-fledged child-friendly (criminal) justice. Attaining that goal is particularly challenging in cases of international parental abduction, due to the involvement of two branches of law. It is examined to what extent the current interaction guarantees a decision in the best interests of the child. More specifically, the implications of the adage le criminel tient le civil en état are scrutinised from a children’s rights perspective.
    The central research question reads: “to what extent can the adage le criminal tient le civil and état be upheld when further elaborating the best interests of the child in criminal law, more specifically in the interaction between civil and criminal law?” The research wants to contribute to the debate of the difficult triangular relationship between civil law, criminal law and children's rights law.
    In cases of child abduction, the link and interaction between the two procedures goes beyond the traditionally accepted scope of civil damages arising from a criminal offense. Nevertheless, both procedures following a parental abduction are based on the same facts and are inextricably linked, which means that they have to be assessed together, which means that they should be judged together. The question arises as to how the two parallel procedures can be coordinated better, now that it is clear that they may significantly influence each other.
    A full-fledged application of the adage means that a decision concerning the return of the child can only be handed down from the moment when the criminal proceeding (concerning the prosecution of the parent) is completed. It is immediately clear that this cannot be in the best interests of the child.
    It is argued that the adage must be abandoned or reversed to guarantee article 3 CRC. This statement is substantiated with arguments of both practical (referring to the time course) and fundamental (importance of the child best interets as a first consideration) nature. Thereby counterarguments are anticipated.
    ---
    Dit artikel kadert binnen de bredere discussie inzake het streven naar een kindvriendelijk (straf)rechtssysteem. In zaken van internationale parentale ontvoering, waarbij twee rechtstakken betrokken zijn, is dit bijzonder uitdagend. Er wordt onderzocht in welke mate de huidige interactie tussen beide rechtstakken het belang van het kind waarborgt. Concreet wordt het adagium le criminel tient le civil en état vanuit een kinderrechten-perspectief aan een kritische blik onderworpen.
    De centrale onderzoeksvraag luidt: “in welke mate is het adagium le criminel tient le civil and état houdbaar in de verdere uitwerking van het belang van het kind in het strafrecht, meer bepaald in de wisselwerking tussen burgerlijk en strafrecht?” Het artikel wil aan het belang van het kind een duidelijkere positie geven in de moeilijke driehoeksverhouding tussen burgerlijk recht, strafrecht en kinderrechten.
    In zaken van kinderontvoering gaat het de toepassing van het adagium verder dan de traditioneel aanvaarde reikwijdte van civielrechtelijke schadevergoedingen die voortvloeien uit een strafbaar feit. Niettemin zijn beide procedures, volgend op een parentale ontvoering, gebaseerd op dezelfde feiten en onlosmakelijk verbonden met elkaar, wat betekent dat ze samen moeten worden beoordeeld. De vraag rijst hoe de twee parallelle procedures beter gecoördineerd kunnen worden, nu duidelijk is dat ze elkaar op een significante manier kunnen beïnvloeden.
    Onverkorte toepassing van het adagium betekent dat de burgerlijke beslissing betreffende de terugkeer van het kind pas kan plaatsvinden vanaf het moment dat de strafrechtelijke procedure (betreffende de vervolging van de ouder) is voltooid. Het is meteen duidelijk dat dit niet in het belang van het kind kan zijn.
    Er wordt geargumenteerd dat het adagium moet worden verlaten dan wel omgedraaid om artikel 3 IVRK te garanderen. Argumenten van zowel praktische (verwijzend naar de tijdsverloop) als fundamentele (belang van het kind als eerste overweging) aard onderbouwen dit standpunt. Daarbij wordt geanticipeerd op tegenargumenten.


Elise Blondeel MSc
Doctoraal onderzoekster Strafrecht & Rechten van het Kind (BOF-mandaat). Onderzoeksdomein: Internationale Parentale Ontvoering. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

prof. dr. Wendy De Bondt
Professor Strafrecht/Rechten van het Kind/Jeugdrecht aan Universiteit Gent. Onderzoeksdomein: (Europees) strafrecht(elijk beleid) & Rechten van het Kind. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).
Artikel

Erfrecht in de onderwereld (deel IV): de nabestaanden

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden afgeleide onrechtmatige daad, beneficiaire aanvaarding, affectieschade, shockschade, criminele nalatenschap
Auteurs Mr. L.A.G.M. van der Geld
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de hand van twee recente uitspraken wordt ingegaan op de afgeleide onrechtmatige daad en de affectieschade. Er kan secundaire aansprakelijkheid zijn als er sprake is van een afgeleide onrechtmatige daad. Waren de ouders van Tristan van der V. zich ervan bewust dat hun zoon derden leed zou gaan betrokkenen? Het Hof Den Haag deed er onlangs uitspraak over. De ouders en broer van Anne Faber hebben affectieschade gevorderd. In het hoger beroep van Michael P. werd daar onlangs door het Hof Arnhem-Leeuwarden een uitspraak over gedaan. De mogelijkheid om affectieschade te vorderen (in het strafrechtelijke proces) is op 1 januari 2019 ingegaan.


Mr. L.A.G.M. van der Geld
Mr. L.A.G.M. van der Geld is directeur Netwerk Notarissen, en docent bij het Centrum voor notarieel recht Radboud Universiteit Nijmegen
Artikel

Access_open Het beslechten van dekkingsgeschillen

Een uiteenzetting naar aanleiding van Geschillencommissie Verzekeringen Curaçao 6 november 2015, nr. 2015-001

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2019
Trefwoorden dekkingsgeschillen, uitleg polisvoorwaarden, redelijkheid en billijkheid, verzekeringsovereenkomst, Geschillencommissie Verzekeringen Curaçao
Auteurs Mr. dr. M.V.R. Snel
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de uitspraak van de Geschillencommissie Verzekeringen Curaçao van 6 november 2015 verkent dit artikel de stand van zaken met betrekking tot de wijze(n) waarop een dekkingsgeschil tussen verzekeraar en verzekerde (kan) worden beslecht. Aangetoond wordt dat dit met name een kwestie van uitleg van de verzekeringsovereenkomst is, maar dat ook de redelijkheid en billijkheid een – afzonderlijke – rol kan spelen. Voor de toepassing van beide leerstukken is van belang eerst vast te stellen onder welke omstandigheden de verzekeringsovereenkomst tot stand is gekomen en wat de aard van de polisvoorwaarde(n) die in geding zijn is.


Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is wetenschappelijk hoofdmedewerker privaatrecht verbonden aan de University of Curaçao, als research fellow aan het Tilburgs Instituut voor Privaatrecht en als visiting lecturer aan de Nyenrode Business University.

Mr. Th. Veling
Mr. Th. Veling is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Stijn Dunk
Artikel

Schadevergoeding onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden AVG, schadevergoeding, privacy, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. F.C. van der Jagt-Vink
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt onderzocht in hoeverre de mogelijkheden om bij een schending van de privacywetgeving schadevergoeding te vorderen, worden versterkt door de komst van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Hierbij wordt specifiek aandacht besteed aan de mogelijkheid om een collectieve schadevergoedingsactie te starten.


Mr. F.C. van der Jagt-Vink
Mr. F.C. van der Jagt-Vink is advocaat bij Hunter Legal te Amsterdam en fellow bij het Onderzoekscentrum voor Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Toont 101 - 120 van 1035 gevonden teksten
1 2 3 4 6 8 9 10 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.