Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 204 artikelen

x

Dr. P.C.J. De Tavernier
Dr. P.C.J. De Tavernier is verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Leiden. Hij is tevens lid van het bijzonder academisch personeel van de Universiteit Antwerpen.

dr. T. Heremans
Dr. T. Heremans is Parlementair Assistente bij het Europees Parlement. De visie weergegeven in deze bijdrage is die van de auteur en weerspiegelt niet noodzakelijk de opinie van het Europees Parlement.
Artikel

Access_open De levensbeschouwelijke wortels van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Dutch Industrial Organisation, religious and philosophical roots
Auteurs René Guldenmund
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch Industrial Organisation is a public-law system of product boards and industrial boards, which are authorized to lay down general rules and impose levies on the companies under their jurisdiction. It was established in 1950 on a firm theoretical ground, where three principles coincide: the socialist principle of ‘functional decentralisation’, the protestant concept of ‘sovereignty within the communal spheres’ and the Roman Catholic concept of ‘subsidiarity’. The papal encyclical Quadragesimo Anno (1931) added greatly to the philosophical basis of this system and to the ‘collective bargaining economy’, which is so characteristic for the political culture of the Netherlands.


René Guldenmund
Mr. R.M.A. Guldenmund studeerde burgerlijk recht en internationaal recht, en was van 1984-1993 onderzoeker aan de Universiteit Utrecht. Sindsdien werkte hij als jurist aan verschillende ministeries. Hij publiceerde o.a. over de strafrechtelijke handhaving van het EU gemeenschapsrecht. Thans werkt hij aan een proefschrift God in de publieke ruimte. rene@guldenmund.eu
Artikel

Nationale koppen op EU-regelgeving; een relevante discussie?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden nationale koppen, implementatie, harmonisatie, regeldruk
Auteurs Mr. dr. J. Stoop
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat over de vraag of het relevant is nationale koppen (op EU-regelgeving) te onderscheiden van ‘gewoon’ nationaal beleid. De conclusie luidt dat dit niet het geval is.


Mr. dr. J. Stoop
Mr. dr. J. Stoop is werkzaam bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, Afdeling Risico en Milieukwaliteit, unit EU-milieurecht.
Artikel

(Uit)eindelijk een optioneel instrument voor Europees contractenrecht

De conceptverordening voor een gemeenschappelijk Europees kooprecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Europees contractenrecht, optioneel instrument, consumentenrecht, kooprecht, wetgeving
Auteurs Dr. C. Jeloschek
SamenvattingAuteursinformatie

    Met haar voorstel voor een verordening voor een gemeenschappelijk Europees kooprecht presenteert de Commissie een autonoom regime van contracten(koop)recht. Dit is een volledig geharmoniseerde set aan regels die bij grensoverschrijdende transacties in plaats van nationale (contracten)rechten kan worden gekozen. Deze bijdrage schetst de reikwijdte van dit voorstel en onderzoekt de toegevoegde waarde ervan. Hoewel deze verordening als een mijlpaal in de ontwikkeling van het Europese consumentenrecht kan worden gezien, is niet zonder meer duidelijk dat de consument hier ook echt beter van wordt. Zo plaatst de auteur enkele kritische kanttekening wat betreft de toepassing en de effecten van dit instrument in de (rechts)praktijk.


Dr. C. Jeloschek
Dr. C. Jeloschek is werkzaam als advocaat bij Kennedy Van der Laan in Amsterdam.
Artikel

OPTA: klem tussen CBb en Commissie? Over regulering, onmacht en overmacht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden voorrang Unierecht, tariefregulering, CBb, OPTA, bevoegdheid Commissie
Auteurs Mr. J.F.A. Doeleman
SamenvattingAuteursinformatie

    Telecomtoezichthouder OPTA stelt elke drie jaar plafonds vast voor bepaalde groothandelstarieven. Voor de berekening van deze plafonds hanteert OPTA een door de Commissie aanbevolen methode. Het laatste besluit – voor de periode juli 2010 tot juli 2013 – werd in augustus 2011 door het CBb vernietigd. De rechter voorzag deels zelf in de zaak en droeg OPTA voor het overige op vóór 1 januari 2012 een herstelbesluit te nemen waarin de betrokken tariefplafonds volgens een andere dan de door de Commissie aanbevolen methode werden berekend. De Commissie verhindert dat nu met een ‘standstill’. OPTA moet van het CBb rechtsaf, maar de Commissie wil dat zij linksaf gaat. Een toezichthouder tussen Scylla en Charybdis.


Mr. J.F.A. Doeleman
Mr. J.F.A. Doeleman is advocaat te Amsterdam (Houthoff Buruma).

    Beroep klaagster op haar verschoningsrecht minder zwaarwegend dan het belang bij een zorgvuldige en zo objectief mogelijke waarheidsvinding: klacht ongegrond

Artikel

Opsporingsbevoegdheden en privacy

Een internationale vergelijking

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2012
Auteurs J.B.J. van der Leij
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch regulation of phone tapping has a great deal of safeguards built in to ensure that this investigation method isn't used flippantly. Despite this, it appears that phone tapping is far more commonly used in The Netherlands than in any other western nation, including England, Sweden and Germany. This study shows that, due to differences in registration of phone tapping statistics, it is difficult to compare various countries' practices. However, it does appear that the Dutch authorities don't perceive to have viable alternatives to phone tapping. The limited alternatives that they do (perceive themselves to) have, such as infiltration, pose even greater ethical considerations, making them less attractive. Authorities in England, Sweden and Germany appear to use alternative investigation methods much more frequently than those in The Netherlands. Some examples of the types of alternatives more often resorted to in other countries are the use of traffic data, (intrusive) surveillance and various forms of infiltration. A comparison of the regulations in all four countries showed differences in the degree to which phone tapping is perceived to pose ethical considerations (posing a threat to the privacy of citizens) as an investigatory method.


J.B.J. van der Leij
Mr. dr. Bas van der Leij is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het WODC.
Artikel

De Nederlandse pensioensector en de EU: Hannibal aan de poort?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 4 2012
Trefwoorden pensioenfondsen, EU, IORP, Solvency II
Auteurs Mr. dr. H. van Meerten
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage biedt de lezer een actueel inzicht in de complexe wereld van Nederlandse en Europese pensioenfondsen.


Mr. dr. H. van Meerten
Mr. dr. H. van Meerten is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.
Artikel

Tussen hoop en vrees

Toepassing van herstelrecht in het buitengerechtelijk spoor

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden restorative justice, criminal proceedings, diversion, subsidiarity, sanctions
Auteurs Renée Kool
SamenvattingAuteursinformatie

    Topical developments regarding the use of restorative justice in the Netherlands are discussed. Several initiatives have been taken, showing a genuine interest in the benefits of the use of restorative justice. However, there are underlying risks for a managerial use of restorative justice. Momentarily Dutch criminal justice policy features a shift towards settlement by the Public Prosecution, implying a use of restorative justice in the context of consensual settlement. However, there are no signs directing towards an intrinsic interest for the concept of restorative justice by the criminal justice authorities. Notwithstanding the legislator having started a fundamental revision of the Dutch Code of Penal Procedure, there are no intentions known to acknowledge restorative justice arrangements to be part of the regular penal procedures and sanctions. Nevertheless, incorporating the use of restorative justice arrangements requires a systematic implementation of restorative justice arrangements.


Renée Kool
Renée Kool is hoofddocent straf(proces)recht, verbonden aan het Willem Pompe Instituut van de juridische faculteit, Universiteit Utrecht.
Artikel

Vrijwilligers binnen een gematigde visie op herstelrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden restorative justice, volunteers, citizenship, participation, communicative justice
Auteurs Erik Claes en Emilie Van Daele
SamenvattingAuteursinformatie

    In restorative thinking it is often assumed that the involvement of volunteers, almost naturally, flows from its values and aims. But are there really convincing arguments that account for, justify or even necessitate an active policy on volunteering in restorative justice practices?This contribution focuses on the moderate view on restorative justice as developed in the Belgian context. It is argued that this approach offers a variety of reasons for developing a volunteers-programme. Two central issues in a moderate view on restorative justice are essential to understand the value of volunteering in restorative justice practices. Such a view sees 1) crime as a multi-layered phenomenon, and 2) takes participative and communicative justice as its central aim.


Erik Claes
Erik Claes is docent sociaal werk aan de HUB en onderzoeker op het Centrum Pragodi (HUB). Hij begeleidt een praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek rond vrijwilligers en herstelrecht.

Emilie Van Daele
Emilie Van Daele is onderzoekster op het Centrum Pragodi (HUB) en doet onderzoek rond vrijwilligers en herstelrecht.

Jolande Uit Beijerse
Jolande uit Beijerse is universitair hoofddocent Straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, en plvv. jeugdrechter.

    Met het juridisch bindend worden van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie bestaat er in het recht van de Europese Unie een nieuwe verplichting om grondrechten te eerbiedigen. De duidelijkheid wanneer justitiabelen daadwerkelijk in rechte een beroep op het Handvest kunnen doen, laat echter nog te wensen over. Deze bijdrage bespreekt te maken keuzes en gaat in op daaraan ten grondslag liggende overwegingen en mogelijke consequenties.


Mr. T. Nauta
Mr. T. Nauta is werkzaam bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, Directie Juridische Zaken, afdeling Europees recht.
Artikel

De subsidiariteitstoets: analyse, ervaringen en aanbevelingen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2011
Trefwoorden subsidiariteit, Europa, parlementen, ontvankelijkheid
Auteurs Dr. mr. Ph. Kiiver
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bevat een juridische en empirische analyse van enkele aspecten van de subsidiariteitscontrole van Europese wetsvoorstellen zoals zij door nationale parlementen wordt uitgevoerd. De bijdrage concentreert zich op de ontvankelijkheidscriteria die voor opinies van nationale parlementen gelden en de wetgevingsbeginselen die in deze opinies behandeld kunnen worden, en stelt manieren voor om de strekking van de toets ten gunste van de parlementen lichtelijk uit te breiden zonder daarmee de tekst van de Europese verdragen te schenden.


Dr. mr. Ph. Kiiver
Dr. mr. Ph. Kiiver is universitair hoofddocent Europees en vergelijkend constitutioneel recht aan de Universiteit Maastricht/Montesquieu Instituut Maastricht. philipp.kiiver@maastrichtuniversity.nl
Artikel

‘De Tweede Kamermethode’: versterkte parlementaire invloed op Europese besluitvorming

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2011
Trefwoorden Tweede Kamer, EU-besluitvorming, subsidiariteit, behandelvoorbehoud, BNC-fiche, gele kaart, nationale parlementen
Auteurs Drs. J. Kester en Dr. M. van Keulen
SamenvattingAuteursinformatie

    In de afgelopen jaren heeft de Kamer haar betrokkenheid bij Europese ontwikkelingen en wetgevende voorstellen aanzienlijk versterkt. Vanuit hun ervaring in de EU-staf beschrijven de auteurs hoe de Tweede Kamer Europese besluitvormingsprocessen beïnvloedt. In de decentrale aanpak blijft de betrokkenheid niet beperkt tot de woordvoerders Europa. Instrumenten als de subsidiariteitstoets en het recent ingevoerde behandelvoorbehoud worden uiteengezet. Dit wordt toegelicht met praktijkcases van een ‘vakcommissie’ die veel meer is gaan doen aan de Europese Unie: Sociale zaken. De Kamerinbreng wordt minder juridisch-technisch en meer politiek. Soms wat korter door de bocht, maar een duidelijke bijdrage aan de politisering van het EU-beleid.


Drs. J. Kester
Drs. J. Kester was van 2008 t/m 2010 EU-adviseur van de Tweede Kamer en griffier van de Tijdelijke commissie subsidiariteitstoets. Hij was eerder werkzaam bij de Europese Commissie en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. jkester@minszw.nl

Dr. M. van Keulen
Dr. M. van Keulen is griffier van de vaste commissie voor Europese zaken en coördinator van de EU-staf van de Tweede Kamer; hiervoor was zij verbonden aan onder meer het Instituut Clingendael en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. m.vkeulen@tweedekamer.nl
Artikel

De veranderende rol van nationale parlementen in de Europese Unie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2011
Trefwoorden nationale parlementen, Europese verdragen, gescheiden bestuurslagen, Economische en Monetaire Unie
Auteurs Drs. Th.J.A.M. de Bruijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een historische schets gegeven van de positie die nationale parlementen hebben ingenomen in de opeenvolgende Europese verdragen, van het Verdrag van Rome (1957) tot en met dat van Lissabon (2009). Daarbij wordt duidelijk hoe groot de weerstand was en is tegen een rechtstreekse invloed van de nationale parlementen op het Europese besluitvormingsproces en welke institutionele principes aan dat verzet ten grondslag liggen. Recent hebben de pogingen van de Europese Unie (en in het bijzonder die van de landen van de eurozone) om grip te krijgen op de schuldencrisis geleid tot een discussie over de vraag of de steeds grotere bemoeienis vanuit Brussel met het begrotingsbeleid van de lidstaten de fundamentele bevoegdheden van de nationale parlementen niet uitholt. Mede in dat verband oppert de auteur ten slotte enkele ideeën voor een versterkte rol van de nationale parlementen bij de verdere vormgeving van de Economische en Monetaire Unie.


Drs. Th.J.A.M. de Bruijn
Drs. Th.J.A.M. de Bruijn is Staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State. t.debruijn@raadvanstate.nl
Artikel

Arrest Bablok: Naar een sterkere consumentenbescherming op het vlak van genetisch gewijzigde producten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2011
Trefwoorden GGO’s, consumentenbescherming, contaminatie, co-existentie, aansprakelijkheid
Auteurs Prof. dr. P. Nihoul en Dra. E. van Nieuwenhuyze
SamenvattingAuteursinformatie

    De centrale vraag van het arrest Bablok is of er voorafgaande toelating is vereist om een levensmiddel op de markt te brengen dat op een indirecte wijze is besmet met een toegestaan genetisch gemodificeerd organisme (GGO). Door te oordelen dat een vergunning ook noodzakelijk is in geval van een accidentele en minimale besmetting, onderstreept het Hof van Justitie de impact van het voorzorgsbeginsel in het Europees recht en bevestigt bovendien het streven naar een hoog niveau van consumenten- en gezondheidsbescherming in de EU.


Prof. dr. P. Nihoul
Prof. dr. P. Nihoul is verbonden aan het Fonds National de la Recherche Scientifique, Centre de droit de la consommation, Université catholique de Louvain.

Dra. E. van Nieuwenhuyze
Dra. E. Van Nieuwenhuyze is verbonden aan het Fonds National de la Recherche Scientifique, Centre de droit de la consommation, Université catholique de Louvain.

Artikel

Corporate Governance, de financiële crisis en het subsidiariteitsbeginsel

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Corporate Governance, EU Groenboek, Green Paper Financial Institutions, Green Paper Corporate Governance, financiële instellingen
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de onderzoeken naar de oorzaken van de financiële crisis werd ook de rol van Corporate Governance onder de loep genomen. Dit is aanleiding geweest voor de publicatie door de Europese Commissie van twee Groenboeken over respectievelijk Corporate Governance bij financiële instellingen en beloningsbeleid en de Europese Corporate Governance-structuur. Hierbij worden impliciet veel voorstellen voor nieuwe Corporate Governance-regels gedaan. In deze bijdrage wordt een aantal van deze voorstellen getoetst aan het subsidiariteitsbeginsel en het proportionaliteitsbeginsel die in art. 5 leden 3 en 4 TEU zijn vastgelegd en in de literatuur zijn uitgewerkt. Hierbij wordt ook bekeken of regulering van Corporate Governance-onderwerpen op EU-niveau ingaat tegen nationale voorkeuren in de vennootschappelijke regelgeving en dit gerechtvaardigd wordt door de noodzaak tot ingrijpen door de EU. Geconcludeerd wordt dat bij ‘gewone’ vennootschappen terughoudendheid moet worden betracht bij het invoeren van inhoudelijke aanvullende Corporate Governance-regels. Bij financiële instellingen is regulering op EU-niveau gewenst omdat aannemelijk is dat een falende Corporate Governance bij deze instellingen heeft bijgedragen aan de financiële crisis en een bedreiging vormt voor het Europese financiële systeem.


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel recht bij de Universiteit Utrecht en redacteur van dit tijdschrift.


Prof. mr. L.J.J. Rogier
Prof. mr. L.J.J. Rogier is als hoogleraar Staats- en Bestuursrecht verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en als bijzonder hoogleraar Staats- en bestuursrecht verbonden aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen.
Toont 101 - 120 van 204 gevonden teksten
1 2 3 4 6 8 9 10 11
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.