Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 447 artikelen

x
Artikel

De dringende reden en ernstige verwijtbaarheid; twee afwegingen op basis van de omstandigheden van één geval

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Ernstige verwijtbaarheid, Transitievergoeding bij ontslag op staande voet, Dringende reden, Ontslag op staande voet, Bagateldelict
Auteurs prof. mr. Stefan Sagel en mr. Rik van Haeringen
Samenvatting

    In een uitspraak van 30 maart 2018 maakte de Hoge Raad een einde aan de discussie over de vraag of een terecht gegeven ontslag op staande voet onder de Wwz kan samengaan met de verschuldigdheid van een transitievergoeding. De cassatierechter besliste dat het wettelijke systeem zich niet verzet tegen zulke samenloop. In al die gevallen waarin de door de rechter aangenomen dringende reden niet als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer kwalificeert, is de transitievergoeding verschuldigd. De vraag komt dan vervolgens wel op, wanneer van die ernstige verwijtbaarheid sprake is. Deze bijdrage beoogt de praktijk enige handvatten aan te reiken voor de beantwoording van die vraag. Net als bij de beoordeling of sprake is van een dringende reden, zullen ook hier de omstandigheden van het geval beslissend zijn. Maar hoewel er een grote mate van overlap is tussen de gezichtspunten die in aanmerking moeten worden genomen bij de afwegingen of sprake is van (i) een dringende reden en (ii) ernstige verwijtbaarheid, moeten de beide beoordelingen om verschillende redenen toch goed van elkaar worden onderscheiden. In de eerste plaats omdat bepaalde gezichtspunten in de beide wegingen voor verschillende partijen kunnen spreken. In de tweede plaats omdat aan bepaalde gezichtspunten die de Hoge Raad relevant acht in het kader van artikel 7:678 BW, geen gewicht toekomt in het kader van de op artikel 7:673 lid 7 onder c BW gestoelde weging van de ernstige verwijtbaarheid. Tot slot geldt bij weer andere van die gezichtspunten, dat het maar net van de omstandigheden van het geval afhangt, of zij ook van betekenis zijn voor de beoordeling of sprake is van ernstige verwijtbaarheid. Kortom: een genuanceerde benadering is vereist.


prof. mr. Stefan Sagel

mr. Rik van Haeringen
Wetenschap

Het trustkantoor als bestuurder en ‘omgaan’ in het bestuurdersaansprakelijkheidsrecht (HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:470)

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2018
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, taakverdeling, stelplicht, collegialiteitsbeginsel, bewaarnemingsrol
Auteurs Mr. dr. W.A. Westenbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage vervolgt de auteur zijn kritiek op de rechtspraak van de Hoge Raad over het bestuurdersaansprakelijkheidsrecht, nu naar aanleiding van een recent arrest waarin een trustbestuurder door derden werd aangesproken. De auteur constateert dat te veel gewicht is toegekend aan de taakverdeling binnen het bestuur en dat de stelplicht die bij externe bestuurdersaansprakelijkheid zou moeten gelden, is miskend. Daarnaast laat de auteur zien dat bij de beoordeling van externe aansprakelijkheid van bestuurders van buitenlandse rechtspersonen tevens dient te worden gekeken naar de wettelijke normen die volgens het recht van die buitenlandse rechtspersonen op bestuurders rusten.


Mr. dr. W.A. Westenbroek
Mr. dr. W.A. (Winand) Westenbroek is advocaat bij Westlegal te Amsterdam en tevens verbonden aan de Erasmus School of Law.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2018
Auteurs Mr. E.M.A. van Amersfoort
Auteursinformatie

Mr. E.M.A. van Amersfoort
Mw. mr. E.M.A. van Amersfoort is als docent en promovenda verbonden aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en werkzaam als kandidaat-notaris bij Blankhart & Bronkhorst Netwerk Notarissen, aangesloten bij Netwerk Notarissen.
Artikel

Access_open Enige opmerkingen over het (nieuwe) erfrecht en nalatenschapsmediation

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2018
Trefwoorden erfrecht, nalatenschapsmediation, langstlevende echtgenoot, hertrouwen, bescherming
Auteurs Prof. dr. mr. G. van der Burght LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de auteur stil bij het nieuwe erfrecht en het oplossen van erfrechtgeschillen, en in het bijzonder bij de complexe structuur van het nieuwe erfrecht, de positie van de langstlevende echtgenoot en de positie van de rechter bij erfenisconflicten.


Prof. dr. mr. G. van der Burght LL.M.
Prof. dr. mr. G. van der Burght LL.M. is juridisch adviseur en (nalatenschaps)mediator te Bloemendaal en docent aan de opleiding Nalatenschapsmediation; emeritus hoogleraar privaat- en notarieel recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en Familie- en erfrecht aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen (thans: University of Curaçao); oud-honorair raadsheer Gerechtshof ’s-Gravenhage; medeoprichter en eerste voorzitter Stichting Nalatenschapsmediation.

Mr. J. de Boer
Mr. J. de Boer is lid van het Gemeenschappelijk Hof.
Artikel

De constitutionele advisering door de Venice Commission

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2018
Auteurs Prof. mr. drs. B.P. Vermeulen en Mr. dr. A. Jasiak
SamenvattingAuteursinformatie

    De Venice Commission heeft zich sinds 1990 ontwikkeld tot een gezaghebbende constitutioneel raadgever met betrekking tot de verenigbaarheid van (grond)wetgeving met de beginselen van de rule of law, mensenrechten en democratie voor de lidstaten van de Raad van Europa. Besproken wordt wat de Commissie is, wat zij doet en hoe zij dat doet. Vervolgens wordt ingegaan op de maatstaven die zij hanteert, en de specifieke uitdagingen die haar internationale positie, mede gezien het opkomend populisme en het spanningsveld tussen democratie en rechtsstaat, met zich brengen voor de mate van terughoudendheid in haar oordeelsvorming. Daarbij wordt specifiek ingegaan op de ‘casus Polen’.


Prof. mr. drs. B.P. Vermeulen
Prof. mr. drs. B.P. (Ben) Vermeulen is lid van de Raad van State en lid van de Venice Commission (2007-2011 substituut-lid).

Mr. dr. A. Jasiak
Mr. dr. A. (Anna) Jasiak is sectorhoofd (sectie III) in de Afdeling advisering van de Raad van State; in 2014 was zij gedetacheerd bij het secretariaat van de Venice Commission.

    Iedereen wil betere kwaliteit van wetgeving, maar het daadwerkelijk realiseren hiervan is gemakkelijker gezegd dan gedaan. De rijksbrede wetgevingstoetsing, onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Justitie en Veiligheid, levert hieraan op verschillende manieren een bijdrage. De auteur gaat in op de organisatie en meerwaarde van de rijksbrede wetgevingstoetsing en de dilemma’s die hierbij spelen. Ook komen de effecten van de toetsing aan de orde, de relatie met de Raad van State en de parlementaire aandacht voor wetgevingskwaliteit. Aan de hand van internationale ontwikkelingen worden verder te onderzoeken opties geschetst voor de toekomstige ontwikkeling van de rijksbrede wetgevingstoetsing.


Drs. S.A.P.J. van Melis
Drs. S.A.P.J. (Suzanne) van Melis is strategisch raadadviseur en coördinator rijksbrede wetgevingstoetsing bij de sector Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid, directie Wetgeving en Juridische Zaken, ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

Access_open Wetgeving en de toets der kritiek

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2018
Trefwoorden regeldruk, tegenspraak, procedurele toets, koppeling ex-ante- en ex-postevaluatie
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De ex-antewetgevingstoetsing heeft sinds 1990 onder invloed van met name het streven naar vermindering en vereenvoudiging van regelgeving een hoge vlucht genomen. Het lijkt er echter op dat juist op het punt van deregulering en alternatieven voor wetgeving de meerwaarde ervan de afgelopen decennia beperkt is gebleven, mede omdat het toetsingsproces te veel gericht is op het vinden van consensus in plaats van het organiseren van kritiek en tegenspraak. Deze bijdrage stelt voor om een andere weg in te slaan, waarin meer nadruk ligt op procedurevoorschriften, afstandelijker toetsing en een meer systematische koppeling van ex-ante- en ex-postevaluatie.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.

    Onderzocht wordt of het elektronisch verrichten van rechtshandelingen rechtsgeldig is en dezelfde bewijskracht heeft als wanneer dat schriftelijk zou geschieden.


Mr. T.J. de Graaf
Mr. T.J. de Graaf is universitair docent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Interview

Experimenteren met de vrederechter is de moeite waard!

Een gesprek met kantonrechter Rik Kruisdijk en vrederechter Lode Vrancken

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2018
Auteurs Emese von Bóné
Auteursinformatie

Emese von Bóné
Emese von Bóné is als rechtshistorica verbonden aan de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit te Rotterdam.

    With a Belgian law of June, 18 2018, the principle of the voluntary nature of mediation was affected. A lot of critical comments can be made at this point. The scope of the obligation is not clear. Mandatory mediation raises the threshold to the court and has as effect that many cases are not handled in the most appropriate way. The bar doesn’t support the measure. Research is needed to find out if the new measure is justified.


Tom Wijnant
Tom Wijnant is assistent en doctoraatsonderzoeker aan de UGent. Zijn onderzoek legt de nadruk op de optimalisering van bemiddeling in België, met een focus op de faciliterende rol van de advocatuur.
Artikel

Kroniek vermogensrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 7 2018
Auteurs Coen Drion, Anna Zwalve, Bastiaan Kout e.a.

Coen Drion

Anna Zwalve

Bastiaan Kout

Sid Pepels
Artikel

Kroniek Aansprakelijkheidsrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2018
Auteurs Caspar Janssens, Petra Chao en Vincent Hofman

Caspar Janssens

Petra Chao

Vincent Hofman
Artikel

Ziet u de UBO(men) door het bos nog?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden vierde anti-witwasrichtlijn, vijfde anti-witwasrichtlijn, UBO, registratieverplichting, openbare informatie
Auteurs Mr. M.A.R. Vonk
SamenvattingAuteursinformatie

    De vierde anti-witwasrichtlijn introduceert een nieuwe verplichting in de strijd tegen witwassen en financiering van terrorisme. EU-lidstaten moeten bewerkstelligen dat van entiteiten die zijn opgericht op hun grondgebied, informatie over de ‘uiteindelijk belanghebbende’ centraal wordt geregistreerd en deels openbaar toegankelijk is. De auteur geeft in deze bijdrage een praktische weergave van de (mogelijke) inhoud van deze nieuwe verplichting.


Mr. M.A.R. Vonk
Mr. M.A.R. Vonk is als Juridisch adviseur Ondernemingsrecht werkzaam bij Bureau Vaktechniek van BDO Accountants & Belastingadviseurs te Tilburg.
Artikel

Access_open De stand van de stelselherziening: een nieuwe fase

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Omgevingswet, stelselherziening, Aanvullingswet bodem
Auteurs Mr. drs. C.D. (Lidia) Palm en Mr. H.W. (Wilco) de Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage geven auteurs een weergave van de stand van de stelselherziening omgevingsrecht begin 2018.


Mr. drs. C.D. (Lidia) Palm
Mr. drs. C.D. Palm is als MT-lid werkzaam bij de programmadirectie Eenvoudig Beter bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Mr. H.W. (Wilco) de Vos
Mr. H.W. de Vos is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en als juridisch projectleider betrokken bij de totstandkoming van de nieuwe omgevingswetgeving.
Artikel

Access_open Vermogensscheiding door beleggingsondernemingen: een perfecte symbiose van toezichtrecht en civiel recht (II)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2018
Trefwoorden vermogensscheiding, effectenbewaring, MiFID II, EMIR, Wet giraal effectenverkeer, CSD-verordening
Auteurs Prof. mr. W.A.K. Rank
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit – in twee delen verschenen – artikel worden de toezichtrechtelijke en civielrechtelijke aspecten van vermogensscheiding bij beleggingsondernemingen op een rijtje gezet en geanalyseerd. Het eerste deel – verschenen in MvV 2018, afl. 5 – betreft een beschrijving van de Europese toezichtregels. Dit tweede deel betreft de Nederlandse toezichtregels en de privaatrechtelijke implementatie van de vermogensscheiding. Uit dit deel blijkt ook hoe beide soorten rechtsregels zich tot elkaar verhouden.


Prof. mr. W.A.K. Rank
Prof. mr. W.A.K. Rank is hoogleraar Financieel Recht aan de Universiteit Leiden en Of Counsel bij NautaDutilh te Amsterdam.
Peer-reviewed artikel

Access_open Transparantie van kwaliteitsoordelen

Van instrumenteel naar responsief toezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden transparantie, openbaarmaking, verantwoording, inspectie, responsief toezicht
Auteurs Meike Bokhorst en Judith van Erp
SamenvattingAuteursinformatie

    Veel toezichthouders streven naar ‘transparantie’, maar hoe dit in de praktijk vorm moet krijgen, is niet altijd evident. Bestaand onderzoek naar transparantie heeft zich vooral gericht op de effecten van openbaarmaking van toezichtinformatie op gedrag van ondertoezichtgestelden. Dit artikel presenteert een breder analysekader, waarin we onderscheid maken tussen transparantie (openbaar maken), verantwoording (oordeel mogelijk maken) en responsiviteit (reactie en dialoog). We passen dit kader toe op de openbaarheidsstrategie van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie van het Onderwijs ten aanzien van de openbaarmaking van kwaliteitsoordelen over instellingen. Bij beide inspecties zien we een ontwikkeling in de tijd van transparantie naar verantwoording naar responsiviteit. Het analysekader kan ook voor andere toezichthouders behulpzaam zijn bij het maken van afwegingen ten aanzien van het delen van informatie met hun stakeholders.


Meike Bokhorst
Dr. A.M. Bokhorst is senior wetenschappelijk medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en onderzoeker bij de Universiteit Utrecht.

Judith van Erp
Prof. dr. J.G. van Erp is hoogleraar Publieke Instituties aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap, Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open De relativiteit van een energielabel: EnergyClaim/Staat

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden relativiteitsvereiste, overheidsaansprakelijkheid, lidstaataansprakelijkheid, rechten toekennen aan particulieren, energielabel
Auteurs Mr. R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 11 april 2017 waarin de vorderingen van de Stichting EnergyClaim tegen de Nederlandse Staat tot schadevergoeding wegens een onjuiste implementatie van het Unierecht op het gebied van het verplichte energieprestatiecertificaat zijn afgewezen. De afwijzing van de vorderingen door het hof is met name gebaseerd op het Europese en Nederlandse relativiteitsvereiste. De auteur plaatst enkele kanttekeningen bij dit oordeel.


Mr. R. Meijer
Mr. R. Meijer is advocaat bij ZIPPRO MEIJER CITTEUR te Amsterdam.
Telecommunicatie

Een nieuw kader voor netwerk- en informatiebeveiliging: een cultuuromslag?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden Netwerk- en informatiebeveiliging, Gegevensbescherming, Cybersecurity, Telecommunicatierecht, vitale infrastructuur
Auteurs J.P. Kalis LL.M. en Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    Veiligheid, bescherming en beveiliging van ICT-netwerken en digitale diensten, alsook van telecommunicatienetwerken en -diensten zijn van groot belang in de huidige informatiemaatschappij. In dit artikel worden de voornaamste ontwikkelingen besproken in zowel de Nederlandse wetgeving als Europese regelgeving om in dit kader een beveiligingscultuur te bewerkstelligen. Met name de stand van zaken rond de Wet gegevensbescherming en cybersecurity, de Europese Netwerk- en informatiebeveiligingsrichtlijn en diens implementatie krachtens de Cybersecuritywet, en de laatste ontwikkelingen in de telecommunicatieregulering worden behandeld.
    Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 houdende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Unie (NIB-richtlijn), PbEU 2016, L 194/1.
    De Wet gegevensverwerking en meldplicht cybersecurity;
    Wet van 25 juli 2017, houdende regels over het verwerken van gegevens ter bevordering van de veiligheid en de integriteit van elektronische informatiesystemen die van vitaal belang zijn voor de Nederlandse samenleving en regels over het melden van ernstige inbreuken (Wet gegevensverwerking en meldplicht cybersecurity, Wgmc), Stb. 2017, 316.
    Voorstel Cybersecuritywet (zoals die nu ligt bij de Tweede Kamer);
    Voorstel van wet, Regels ter implementatie van richtlijn (EU) 2016/1148 (Cybersecuritywet), Kamerstukken II 2017/18, 34883, 2.


J.P. Kalis LL.M.
J.P. (Pieter) Kalis is werkzaam als promovendus Telecommunicatierecht bij het Centrum voor Recht en Digitale Technologie (eLaw) aan de Universiteit Leiden.

Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als bijzonder hoogleraar Telecommunicatierecht verbonden aan eLaw van de Universiteit Leiden. Zij werkt daarnaast als advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.
Toont 101 - 120 van 447 gevonden teksten
1 2 3 4 6 8 9 10 22 23
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.