Zoekresultaat: 130 artikelen

x
Jaar 2018 x
Artikel

De Dienstenrichtlijn – 14 jaar discussie ten einde

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Verdrag, Europees recht, ruimtelijke ordening
Auteurs Mr. drs. P.R. (Patrick) van den Berghe
SamenvattingAuteursinformatie

    In het eerste deel van het artikel gaat de auteur in op de totstandkoming van de Dienstenrichtlijn en de implementatie van de richtlijn. Het tweede deel van het artikel wordt gewijd aan overweging 9 van de richtlijn. Auteur schetst de mogelijke (breder dan de ruimtelijke ordening) gevolgen van het arrest van het Hof van Justitie.


Mr. drs. P.R. (Patrick) van den Berghe
Mr. drs. P.R. van den Berghe is coördinerend raadadviseur EU-recht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Hij was nauw betrokken bij de totstandkoming van en de implementatie van de Dienstenrichtlijn en is thans nog betrokken bij de tenuitvoerlegging van de richtlijn.
Artikel

Jurisprudentie Afdeling bestuursrechtspraak over het (niet) van toepassing zijn van de Dienstenrichtlijn bij ruimtelijke besluiten

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Europees recht, ruimtelijke ordening, bestemmingsplan
Auteurs Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteur gaat in op de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over het (niet) van toepassing zijn van de Dienstenrichtlijn bij ruimtelijke besluiten, zowel de jurisprudentie over overweging 9 als de uitspraken over de vraag of detailhandel onder de Dienstenrichtlijn valt. Hij gaat tevens in op de mogelijke gevolgen voor het bestemminsplan van de gemeente Appingedam.


Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld
Mr. H.A.J. Gierveld is wetgevingsjurist bij de Hoofddirectie Juridische en Bestuurlijke Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Deze bijdrage is echter geschreven in zijn hoedanigheid als toegevoegd onderzoeker aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law van de Universiteit Utrecht.

    In dit artikel doet de auteur verslag van de discussies naar aanleiding van de inleidingen van sprekers op het symposium van de Universiteit Utrecht van 16 februari 2018 over het Hofarrest van 30 januari 2018 inzake Visser Vastgoed Beleggingen BV en de gemeente van Appingedam.


T.P.E. (Tim) de Graaff
T.P.E. de Graaff is student Legal Research Master aan de Universiteit Utrecht.
Redactioneel

Access_open De Dienstenrichtlijn: zoeken naar de balans tussen de markt en ruimtelijke ordening

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Europees recht, ruimtelijke ordening, bestemmingsplan
Auteurs Prof. mr. dr. J. (Jurian) Langer
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit gastredactioneel gaat de auteur in op de bijdragen van verschillende auteurs aan het symposium van de Universiteit Utrecht van 16 februari 2018, dat geheel gewijd was aan het arrest van het Hof van Justitie van de EU over de zaak Visser Vastgoed Beleggingen BV versus de raad van de gemeente Appingedam. Hij vat aan het einde van zijn bijdrage samen wat de toetsing aan artikel 15 van de Dienstenrichtlijn tot gevolg kan hebben.


Prof. mr. dr. J. (Jurian) Langer
Prof. mr. dr. J. Langer is ‘agent’ (procesgemachtigde) voor de Nederlandse regering in procedures bij het Hof van Justitie van de EU en hoofd van het Hofcluster bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. In zijn hoedanigheid als agent is hij betrokken geweest bij het in dit themanummer besproken arrest. Hij is ook als bijzonder hoogleraar Europees recht en de nationale rechtsorde verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

De gevolgen van het arrest ‘Visser Vastgoed’ op de ruimtelijke regulering van kleinhandelsactiviteiten in het Vlaamse Gewest

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Europees recht, Vlaams recht, Handelsvestigingsbeleid, bestemmingsplanM
Auteurs Mr. I. (Isabelle) Larmuseau en Mr. M. (Matthias) Strubbe
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteurs geven aan dat de ruimtelijke regulering van kleinhandelsactiviteiten in het Vlaamse Gewest twee niveaus kent: (1) het vergunningenniveau, hetgeen betekent dat voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten, boven bepaalde drempels, een omgevingsvergunning is vereist; (2) het ruimtelijk planniveau, hetgeen betekent dat ruimtelijke ordeningsplannen beperkingen op kleinhandel kunnen bevatten om ruimtelijke redenen of met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van het integraal handelsvestigingsbeleid. Zij gaan in op het Decreet van 15 juli 2016 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid en op de mogelijke gevolgen van het Hofarrest voor Vlaamse besluitvorming ten aanzien van plannen en vergunningen.


Mr. I. (Isabelle) Larmuseau
Mr. I. Larmuseau is verbonden aan LDR-Advocaten in Omgevingsrecht in Gent/Brugge. Zij is tevens docent omgevingsrecht aan de KU Leuven en voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Omgevingsrecht.

Mr. M. (Matthias) Strubbe
Mr. M. Strubbe is verbonden aan LDR-Advocaten in Omgevingsrecht in Gent/Brugge.
Artikel

Crimmigratie en het uitzetten van strafrechtelijk veroordeelde vreemdelingen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2018
Trefwoorden crimmigration, bordered penality, migration, banishment, bifurcation
Auteurs Jelmer Brouwer MSc E.MA
SamenvattingAuteursinformatie

    This article analyses to what extent current responses to crime committed by immigrants can be seen as a modern version of the classical practice of banishment. To that end it analyses three recent policy developments directed at criminally convicted immigration. The analysis shows that during the last ten years there has been a sharp increase in the number of immigrants losing their residence permit following a criminal conviction. Moreover, punishment aimed at criminally convicted immigrants without a legal right to stay is increasingly aimed at permanent exclusion through the practice of deportation. Drawing on the theoretical notions of crimmigration and bordered penality, it is therefore argued that criminally convicted immigrants increasingly see themselves confronted with punishment practices that are the modern equivalent of the classical practice of banishment. This raises important questions about where we should draw the line between insiders and outsiders.


Jelmer Brouwer MSc E.MA
J. Brouwer MSc E.MA is als promovendus verbonden aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Rechtsbescherming tegen de cumulatie van privaatrechtelijke en strafrechtelijke gebiedsverboden

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2018
Trefwoorden soccer banning order, pub banning order, criminal charge, accumulation, legal protection
Auteurs Mr. dr. drs. Benny van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    There are different types of banning orders (criminal, administrative and private banning orders) and also various procedures for imposing these orders. According to the case law of the European Court of Human Rights (EctHR) it is unlikely that the private banning orders can be labelled as a criminal charge. The nature of the private banning orders is not punitive. These orders are to be regarded as recovery sanctions. However, applying the ‘Engel criteria’ will lead to the conclusion that some criminal banning orders are to be considered as a criminal charge. Accumulation between criminal and private law banning orders might be troublesome, but it is possible. It is recommended that the Public Prosecution Service is cautious when it comes to demanding a criminal banning order, when a private banning order has already been imposed.


Mr. dr. drs. Benny van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht en verbonden aan het Willem Pompe Instituut en het Montaigne Centrum voor Conflictoplossing en Geschillenbeslechting van de Universiteit Utrecht.

Mr. M. Zilinsky
Mr. M. Zilinsky is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam, tevens verbonden aan Houthoff te Amsterdam en vaste medewerker van TCR.
Mededinging

Het ICAP-arrest: With a little help from my friends…

Over kartelfacilitatie en het vermoeden van onschuld in settlement procedures

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden artikel 101 lid 1 VWEU, hybride schikkingsprocedure, Facilitatie
Auteurs Mr. Y. de Vries en Mr. J. de Kok
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ICAP-arrest is om meerdere redenen interessant. In de eerste plaats verduidelijkt het de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om een onderneming als ‘facilitator’ van een inbreuk op artikel 101 lid 1 VWEU aan te merken en geeft het inzicht in de manier waarop en de intensiteit waarmee het Gerecht toetst of aan deze kwalificatie is voldaan. In de tweede plaats gaat het in op de vraag wanneer een zogenoemde hybride schikkingsprocedure ten aanzien van niet-schikkende partijen inbreuk kan maken op het vermoeden van onschuld en welke gevolgen verbonden moeten worden aan een dergelijke inbreuk. Tot slot bevat het interessante overwegingen over het concept van de voortgezette inbreuk en de motiveringsvereisten voor boetes.
    Gerecht 10 november 2017, zaak T-180/15, ICAP/Commissie, ECLI:EU:T:2017:795 (hogere voorziening verzocht: C-39/18 P), HvJ 22 oktober 2015, zaak C-194/14 P, AC-Treuhand, ECLI:EU:C:2015:717.


Mr. Y. de Vries
Mr. Y (Yvo) de Vries is advocaat bij Allen & Overy.

Mr. J. de Kok
Mr. J. (Jochem) de Kok is advocaat bij Allen & Overy.
Rechtsbescherming

De Achmea-zaak voor het Europees Hof van Justitie. Het einde van intra-EU-investeringsverdragen?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden investeringsverdrag, autonomie van de EU-rechtsorde, arbitrage
Auteurs Prof. dr. E. De Brabandere LL.M., PhD.
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 6 maart 2018 heeft het Hof van Justitie zijn oordeel geveld in de Achmea-zaak. Deze langverwachte uitspraak maakt een (voorlopig) einde aan een heet hangijzer, namelijk de discussie over de rechtsgeldigheid – in het EU-recht – van arbitrageclausules in investeringsverdragen gesloten tussen twee lidstaten van de Europese Unie (EU), de zogenoemde intra-EU-BIT’s. Het Hof van Justitie verklaart arbitrageclausules in intra-EU-investeringsverdragen in strijd met de artikelen 267 en 344 VWEU. De uitspraak van het Hof van Justitie is voor de Commissie, die sinds enkele jaren een actief beleid voert om een einde te maken aan investeringsverdragen tussen EU-lidstaten, zonder meer welkom. De lidstaten van de EU zullen thans weinig ruimte hebben om die intra-EU-BIT’s te behouden, maar de vraag blijft evenwel wat het effect van de uitspraak zal zijn op aanhangige en toekomstige arbitrages op basis van dergelijke verdragen.
    HvJ 6 maart 2018, zaak C-284/16, Slowakische Republiek/Achmea B.V., ECLI:EU:C:2018:158.


Prof. dr. E. De Brabandere LL.M., PhD.
Prof. dr. E. (Eric) De Brabandere is hoogleraar internationale geschillenbeslechting en Voorzitter van het Grotius Centre for International Legal Studies aan de Universiteit Leiden. Ook is hij advocaat aan de Balie te Gent, België.
Vrij verkeer

De Unierechtelijke evenredigheidstoets bij het verlies van het Nederlanderschap: drie gevallen nader toegelicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden Unieburgerschap, Unierechtelijke evenredigheidstoets, Nederlanderschap, Brexit, jihadisten
Auteurs Mr. dr. V.M. Bex-Reimert, Mr. G. Karapetian en S.M. de Mik
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds het befaamde arrest Rottmann van het Hof van Justitie dient een Unierechtelijke evenredigheidstoets te worden uitgevoerd indien intrekking van Nederlanderschap gepaard gaat met verlies van het Unieburgerschap.1xHvJ 2 maart 2010, zaak C-315/08, Janko Rottmann/Freistaat Bayern, ECLI:EU:C:2010:104. Deze bijdrage bespreekt de betekenis van deze toets in drie uiteenlopende gevallen, variërend van het uittreden van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie tot een verondersteld nationaal veiligheidsbelang. De vraag die zich voordoet, is hoe een Unierechtelijke evenredigheidstoets wordt uitgevoerd en wat de invloed is van de Unierechtelijke evenredigheidstoets op deze gevallen.

    • Rijkswet van 10 februari, houdende wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap in verband met het intrekken van het Nederlanderschap in het belang van de nationale veiligheid, Stb 2017, 52;

    • ABRvS 19 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1098;

    • Draft Agreement on the withdrawal of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland from the European Union and the European Atomic Energy Community, 19 maart 2018, TF50 (2018) 35

Noten

  • 1 HvJ 2 maart 2010, zaak C-315/08, Janko Rottmann/Freistaat Bayern, ECLI:EU:C:2010:104.


Mr. dr. V.M. Bex-Reimert
Mr. dr. V.M. (Viola) Bex-Reimert is universitair docent migratierecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. G. Karapetian
Mr. G. (Gohar) Karapetian is promovendus staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

S.M. de Mik
S.M. (Margje) de Mik is student European Market Law aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Telecommunicatie

Een nieuw kader voor netwerk- en informatiebeveiliging: een cultuuromslag?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden Netwerk- en informatiebeveiliging, Gegevensbescherming, Cybersecurity, Telecommunicatierecht, vitale infrastructuur
Auteurs J.P. Kalis LL.M. en Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    Veiligheid, bescherming en beveiliging van ICT-netwerken en digitale diensten, alsook van telecommunicatienetwerken en -diensten zijn van groot belang in de huidige informatiemaatschappij. In dit artikel worden de voornaamste ontwikkelingen besproken in zowel de Nederlandse wetgeving als Europese regelgeving om in dit kader een beveiligingscultuur te bewerkstelligen. Met name de stand van zaken rond de Wet gegevensbescherming en cybersecurity, de Europese Netwerk- en informatiebeveiligingsrichtlijn en diens implementatie krachtens de Cybersecuritywet, en de laatste ontwikkelingen in de telecommunicatieregulering worden behandeld.
    Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 houdende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Unie (NIB-richtlijn), PbEU 2016, L 194/1.
    De Wet gegevensverwerking en meldplicht cybersecurity;
    Wet van 25 juli 2017, houdende regels over het verwerken van gegevens ter bevordering van de veiligheid en de integriteit van elektronische informatiesystemen die van vitaal belang zijn voor de Nederlandse samenleving en regels over het melden van ernstige inbreuken (Wet gegevensverwerking en meldplicht cybersecurity, Wgmc), Stb. 2017, 316.
    Voorstel Cybersecuritywet (zoals die nu ligt bij de Tweede Kamer);
    Voorstel van wet, Regels ter implementatie van richtlijn (EU) 2016/1148 (Cybersecuritywet), Kamerstukken II 2017/18, 34883, 2.


J.P. Kalis LL.M.
J.P. (Pieter) Kalis is werkzaam als promovendus Telecommunicatierecht bij het Centrum voor Recht en Digitale Technologie (eLaw) aan de Universiteit Leiden.

Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als bijzonder hoogleraar Telecommunicatierecht verbonden aan eLaw van de Universiteit Leiden. Zij werkt daarnaast als advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.
Artikel

Over frauderende slachtoffers en WAM-verzekeraars

En de vraag of civielrechtelijke sanctionering mogelijk, of zelfs gewenst is

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2018
Trefwoorden WAM-verzekeraar, fraude, verval van uitkering, frauderende claimant
Auteurs Mr. F.M. Ruitenbeek en Mr. M. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij fraude door hun verzekerden kunnen verzekeraars ontkomen aan hun dekkingsplicht. Kan dat ook in de verhouding tussen WAM-verzekeraars en verkeersslachtoffers die ageren op grond van artikel 6 WAM? De kantonrechter te Amsterdam zag geen grond voor (analoge) toepassing van artikel 7:941 lid 5 BW of voor verval van het recht op uitkering via de band van de redelijkheid en billijkheid. Naar aanleiding van het kantonvonnis bespreken de auteurs in deze bijdrage of het verval van het recht op uitkering het door verzekeraars gewenste effect sorteert en of fraude in de aansprakelijkheidsverhouding kan derogeren aan het recht op schadevergoeding.


Mr. F.M. Ruitenbeek
Mr. F.M. Ruitenbeek is promovenda bij de sectie Burgerlijk Recht van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. M. de Vries
Mr. M. de Vries is promovenda aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam, bij het Verzekeringsinstituut.
Praktijk

Kroniek civiele rechtspraak mededingingsrecht 2017

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2018
Auteurs Marieke Bredenoord-Spoek en Stijn de Jong
Auteursinformatie

Marieke Bredenoord-Spoek
Mr. M.G. Bredenoord-Spoek is werkzaam als advocaat bij Stibbe.

Stijn de Jong
Mr. S. de Jong is werkzaam als advocaat bij Stibbe.
Artikel

Access_open Ambtshalve toepassing van EU-recht: ook financieel toezichtrecht?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden ambtshalve, consumentenbescherming, financieel toezichtrecht, gedragstoezicht, B2C
Auteurs Mr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de vraag of de door het HvJ EU geformuleerde verplichting tot ambtshalve toepassing van consumentenbeschermende bepalingen ook moet gelden voor financieel toezichtrecht, voor zover de bepalingen daarvan ook ten dele de particuliere belegger beogen te beschermen.


Mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is verbonden aan het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

KRONIEK ARBEIDSRECHT

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 4 2018
Auteurs Karol Hillebrandt, Christiaan Oberman en Nadia Adnani

Karol Hillebrandt

Christiaan Oberman

Nadia Adnani
Artikel

Preventieve politiecontroles en interne grenscontroles in het Schengengebied

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Grenscontrole, Profileren, Schengen
Auteurs Prof. dr. mr. Peter Rodrigues en Prof. mr. dr. Maartje van der Woude
SamenvattingAuteursinformatie

    Ever since the 2015 start of what is now often referred to as the European ‘migration crisis’, European member states have been struggling with one of the key fundaments of the European Union and in particular the Schengen Agreement: the principle of free movement. Whereas this principle entails that people should be able to move freely within the Schengen Area, as a result of the ongoing securitization and politicization of migration, Member States are exploring the different opportunities the Schengen Border Code allows them to monitor intra-Schengen cross-border mobility. In doing so, countries seem to have two options: either to temporarily reintroduce border controls or to – permanently – carry out police or immigration controls in an area around the border. In this article we explore and critically assess the choices various countries have made and what seems to be the position of the European Commission in all this.


Prof. dr. mr. Peter Rodrigues
Prof. dr. mr. P.R. Rodrigues is Hoogleraar Immigratierecht en voorzitter van het Instituut voor Immigratierecht. Hij is verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden en lid van de redactie van Crimmigratie & Recht.

Prof. mr. dr. Maartje van der Woude
Prof. mr. dr. M.A.H. van der Woude is Hoogleraar Rechtssociologie bij het Van Vollenhoven Instituut voor Recht, Bestuur & Samenleving. Zij is verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden en lid van de redactie van Crimmigratie & Recht.
Artikel

Access_open Discriminatie van IS en Al-Nusra-strijders bij intrekking Nederlanderschap in Unierechtelijk perspectief

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Rijkswet op het Nederlanderschap, intrekking naturalisatie, terrorisme, openbare orde
Auteurs Mr. Florimond Wassenaar
SamenvattingAuteursinformatie

    In its efforts in making effective counter terrorism legislation the Dutch government has introduced the possibility to deprive its own nationals of their Dutch nationality. The competence to revoke Dutch citizenship may arise in case of conducting behaviour abroad that can be labelled as terrorism or facilitating terrorism. Dutch citizenship can only be rescinded by the immigration authorities when such acts are performed outside the Dutch borders in certain appointed areas for certain appointed organisations. This is currently the case for the area of Syria and the organisations IS and Al-Nusra. However given the obligations within the Convention on the reduction of statelessness only Dutch nationals with dual citizenship fall within the scope of this newly introduced legislation. This article focusses on the question whether in EU-law perspective the distinction made between Dutch with dual citizenship and Dutch without a second foreign nationality is against the principle of equal treatment. By discussing the Council Directive 2000/43/EC, case law of the Court of Justice of the European Union (CJEU) and the preparatory documents of the convention on the reduction of statelessness the argument is developed that the convention serves as a trump card to enhance and justify the newly introduced legislation. Given CJEU case law the question of loyalty towards the member state of origin may lead to deprivation of EU-nationality. The aforementioned distinction made in Dutch nationality law would only be justified if it can be successfully be proven that dual citizenship raises an ipso facto loyalty issue toward member states by dual nationality holders. Since evidence of that nature is non existent it is concluded that the newly introduced counter terrorism provisions on deprivation of Dutch citizenship are discriminatory and advances second class nationality in The Netherlands.


Mr. Florimond Wassenaar
Mr. C.F. Wassenaar is advocaat bij Inigo advocaten te Rotterdam.
Jurisprudentie

Annotatie Lang

Ouhrami: Hoe een vasthoudende advocaat-generaal de wetgever liet verrassen

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 1 2018
Auteurs Marq Wijngaarden
Auteursinformatie

Marq Wijngaarden
Mr. M.F. Wijngaarden is advocaat bij Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers en lid van de redactie van Crimmigratie & Recht.

    Als een beleggingsdienstverlener zijn civielrechtelijke zorgplicht schendt, dan beïnvloedt dat feit vervolgens de toetsing van de overige vereisten van wanprestatie en onrechtmatige daad (relativiteit, causaal verband, schade en eigen schuld). In dit artikel komt aan de orde hoe die toetsing wordt beïnvloed en welke betekenis bij die toetsing aan de toezichtrechtelijke regels zou moeten toekomen.


Mr. I.P.M.J. Janssen
Mr. I.P.M.J. Janssen is bankjurist te Utrecht en fellow aan de Radboud Universiteit Nijmegen, Onderzoekcentrum Onderneming & Recht.
Toont 101 - 120 van 130 gevonden teksten
1 2 3 4 6
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.