Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 254 artikelen

x
Artikel

Beoordeling ziekenhuisfusies door ACM: staat de consument wel echt centraal?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2014
Trefwoorden ziekenhuisfusie, ACM, Mededingingswet, rechtmatigheidsvereisten
Auteurs Edith Loozen, Marco Varkevisser en Erik Schut
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse ziekenhuissector consolideert in rap tempo. Onder meer omdat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) tot op heden alle ziekenhuisfusies goedkeurt. In dit artikel wordt aan de hand van een recent goedkeuringsbesluit, dat exemplarisch is voor de huidige toepassingspraktijk, uiteengezet dat de wijze waarop ACM ziekenhuisfusies beoordeelt niet aan de rechtmatigheidsvereisten van artikel 41 lid 2 Mw voldoet.


Edith Loozen
Mr. dr. E.M.H. Loozen is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Marco Varkevisser
Dr. M. Varkevisser is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Erik Schut
Prof. dr. F.T. Schut is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Ben Koolen
Dr. G.M.J.M. Koolen heeft diverse studies over de relatie tussen religie en samenleving in historisch perspectief gepubliceerd. Hij is redactielid van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. gmjmkoolen@tele2.nl.

    In juni 2013 wees het Hof van Justitie een arrest naar aanleiding van een grotendeels geheime procedure op gronden van staatsveiligheid over de vraag hoe zo’n procedure zich verhoudt tot fundamentele beginselen van een eerlijke procesvoering, zoals onder meer terug te vinden in het Handvest van de grondrechten. De casus ziet op de toelating tot een lidstaat en ligt zodoende in de sfeer van het vreemdelingenrecht.
    Het dilemma waar het Hof van Justitie voor stond, betreft een vaker gezien beslispunt waarvan de kern lijkt neer te komen op een ‘balancing act’, waarbij twee fundamentele beginselen worden afgewogen; dat van bescherming van de staatsveiligheid (of andere gegronde redenen voor een deels min of meer geheime procesvoering) tegen het recht op een eerlijke (en daarmee openbare) procedure. Zo bezien kan de uitspraak die hier besproken wordt wel eens bredere gevolgen hebben, ook voor onze rechtsorde. Dit artikel zoekt naar die mogelijke gevolgen.
    HvJ EU 4 juni 2013, zaak C-300/11, ZZ, n.n.g.


Mr. R. de Bree
Mr. R. (Robbert) de Bree is advocaat bij Wladimiroff Advocaten te Den Haag.
Artikel

M.e.r.: Omgevingswetinstrument bij uitstek!

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden m.e.r., toetsversie Omgevingswet, toepassingsbereik, alternatieven
Auteurs mr. drs. G.A.J.M. Hoevenaars
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt het hoofdstuk milieueffectenrapportage uit de toetsversie van de Omgevingswet. Daarbij wordt gereageerd op de bijdrage van Soppe, Gundelach en Witbreuk in TO 2, 2013. Volgens de auteur sluit de m.e.r. goed aan bij de beoogde integraliteit van de instrumenten in de Omgevingswet. Voor de flexibiliteit in instrumenten ligt dit mogelijk complexer. Verder worden het voorgestelde open toepassingsbereik van de regeling, de verplichting alternatieven te onderzoeken en de beoordeling voorafgaand aan de planm.e.r. besproken.


mr. drs. G.A.J.M. Hoevenaars
Gijs Hoevenaars is werkzaam als jurist/werkgroepsecretaris van de Commissie voor de m.e.r. Hij schrijft dit artikel op persoonlijke titel.

    Duurzame ontwrichting. Wijziging jurisprudentie


Daniëlle Roelands-Fransen
Artikel

Access_open Presumption of Innocence Versus a Principle of Fairness

A Response to Duff

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2013
Trefwoorden rules, principles, fairness, PoI
Auteurs Magnus Ulväng
SamenvattingAuteursinformatie

    In my response to Duff I focus mainly on the following two issues. Firstly, I examine what kind of a norm the presumption of innocence (PoI) really is and how it ontologically differs from other types of rules, principles, rationales, etc. My tentative conclusion is that a PoI does not suffice the requirement of being a dogmatic rule and, thus, has less weight than what Duff perhaps assumes.
    Secondly, I examine what role the concept of innocence plays in the debate on fundamental (moral and legal) principles and the underlying rationales of a criminal law system. Although I am sympathetic to much of what Duff purports in his plea for civic trust and a parsimonious use of criminal law, I am reluctant to believe that it is really a broader version of a PoI that warrants the kind of morally decent criminal law system that he suggests normatively ought to be. In my view, most of what Duff wants to ascribe to the PoI can be derived from a principle of fairness which, in my view, is already embedded in the fundamentals of criminal law doctrine.


Magnus Ulväng
Magnus Ulväng is Professor of Criminal Law at Uppsala University.

Eric Brewaeys
Eric Brewaeys is Staatsraad, docent aan de Vrije Universiteit Brussel en lid van de Raad voor de Journalistiek.

Herman Verbist
Herman Verbist is advocaat bij de balies te Gent en te Brussel, werkzaam bij Everest Advocaten, erkend bemiddelaar en redacteur van dit tijdschrift.

    Met de financiële steun van het FWO Vlaanderen werd een doctoraat geschreven over grensoverschrijdend familierecht in de praktijk. Opzet van het onderzoek was om de concrete toepassing van het Belgisch Wetboek IPR grondig door te lichten. De auteur onderzocht of de doelstellingen van de wetgever werden bereikt in de praktijk. Hiertoe steunde zij op drie bronnen: 1) een databank met meer dan 3000 adviesvragen aan het Steunpunt IPR; 2) diepte-interviews met magistraten gespecialiseerd in familiezaken met een internationaal aspect; 3) 659 rechterlijke uitspraken. Dit empirisch bronnenmateriaal gaf de auteur een goed zicht op de wijze waarop rechtbanken en administraties de IPR-regels toepassen. Het artikel gaat uitvoerig in op de empirische onderzoeksmethode en bespreekt enkele onderzoeksbevindingen en beleidsaanbevelingen.
    ---
    Through funding from the Research Foundation Flanders, a doctoral thesis on the actual practices of cross-border family law has been written. The main research question concerned whether or not the Belgian Code of Private International Law adequately deals with 'real-life' international family law matters. It was examined whether the objectives set out by the legislator have been met in practice. Three empirical sources were relied upon: 1) The database of the Centre for Private International Law, which contained more than 3.000 files, ranging from simple questions posed to the helpdesk to more elaborate advice given by the Centre's lawyers; 2) In-depth interviews with judges specialized in cross-border family cases; 3) 656 court decisions. This material allowed the author to obtain a very good understanding of how courts and (local) authorities apply the PIL rules. This paper elaborates on the empirical methodology, several research findings and policy recommendations.


Dr. Jinske Verhellen
Jinske Verhellen is currently a postdoctoral researcher at the Private International Law Institute of Ghent University. Alongside this, she lectures in private international law, nationality law and immigration law at the Oost-Vlaamse Bestuursacademie (East Flanders Management Academy).
Artikel

De rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie op het gebied van het mededingingsrecht: ontwikkelingen in de jaren 2011 en 2012

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden Restrictieve afspraken, Misbruik van machtspositie, ToepassingsvoorwaardenProcedureel, Fundamentele rechtsbeginselen
Auteurs Mr. E. Oude Elferink en mr. E.L.H. Mattioli
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden enkele belangrijke ontwikkelingen besproken die zich in de jaren 2011 en 2012 aan het Hof van Justitie van de Europese Unie hebben voorgedaan op het terrein van het mededingingsrecht. Nu er op de Kirchberg in de genoemde periode meer dan 160 beschikkingen en arresten zijn geproduceerd, gaat het om een selectie van de interessantste thema’s.


Mr. E. Oude Elferink
Mr. E. Oude Elferink is advocaat bij CMS te Brussel.

mr. E.L.H. Mattioli
Mr. E.L.G. Mattioli is advocaat bij CMS te Brussel.
Artikel

Burgers voor/tegen burgers: buurtwachten in Nederland en hun verbindingen met bewoners, politie en gemeente

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden citizen watches, citizen participation, local public safety, local governance, The Netherlands
Auteurs Marco van der Land
SamenvattingAuteursinformatie

    During the last decade the phenomenon of citizen watches has become a common and meaningful element in citizen participation that aims to improve local public safety. Citizen watches make a great case for examining the tension between the need for the Dutch government to maintain control over local safety issues and the strivings of citizens to contribute to local solutions in a more or less autonomous way. This paper examines the question to what extent citizen watches can contribute to the governance of local safety in a meaningful way. The Dutch government has been appealing strongly for more citizen involvement in public matters for some time, but is unclear about how municipalities and the police should respond to active citizens. The paper describes two different ways in which citizens can realize such an involvement i.e. either in a predominantly top-down fashion, in which the municipality and the police take a strongly directive approach towards citizen watches or in a more bottom-up oriented way, in which citizen watches are well embedded in local systems of informal social control. The paper argues and explains that both approaches have advantages as well as disadvantages regarding the way they support new forms of governance and cooperation between citizens and the state. It suggests that formal authorities can contribute to the self-reliance and collective efficacy of neighbourhood residents with regard to local public safety if they make a better effort of combining the pros of both approaches.


Marco van der Land
Dr. Marco van der Land is universitair docent bij de afdeling Bestuurswetenschappen en Politicologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en onderzoeker bij de Leerstoel Veiligheid en Burgerschap van de gelijknamige universiteit. Hij is tevens hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Veiligheid. E-mail: m.vander.land@vu.nl
Artikel

Als de berg niet naar Mohammed komt ...

Over het belang van inzicht in levensbeschouwing bij de politiële aanpak van eergerelateerd geweld

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2013
Trefwoorden honour-based violence, religion, Islam, police, motive
Auteurs Dr. Janine Janssen en Drs. Ruth Sanberg
SamenvattingAuteursinformatie

    How can police officers make use of citizens’ religious beliefs when dealing with cases of honour-based violence (HBV)? In this article religion is addressed regarding motive and legitimisation of violence and as a social network of people and institutions for communities of believers. We focus on Islamic religion, because most cases of HBV handled by the police take place within Islamic communities and because the Dutch public debate on religion revolves around Islam. We interviewed police officers with expertise on HBV. These officers have an instrumental vision on religion. It helps them to gain insight in motives for violence and it offers opportunities for conflict mediation and coping with the aftermath of HBV.


Dr. Janine Janssen
Dr. J.H.L.J. Janssen is hoofd onderzoek bij het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld (LEC EGG) en universitair docent bij de vakgroep Strafrecht en Criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Drs. Ruth Sanberg
Drs. R. Sanberg is onderzoeker bij het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld (LEC EGG).
Jurisprudentie

2013/23 Hoge Raad 12 maart 2013

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Niet BIG-geregistreerde behandelaar, handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg, gedragingen waardoor buiten noodzaak schade aan de gezondheid wordt toegebracht of aanmerkelijke kans daarop ontstaat, geen schending zorgplicht, geen verhoging gevaar dat gevolg aan handelen kan worden toegerekend
Artikel

Proportionele aansprakelijkheid en veroorzakingswaarschijnlijkheid

Een verkenning van het criterium veroorzakingswaarschijnlijkheid ter vaststelling van het percentage van proportionele aansprakelijkheid

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden proportionele aansprakelijkheid, veroorzakingswaarschijnlijkheid, eigen schuld, billijkheidscorrectie, gevaar
Auteurs Mr. dr. J.M. Emaus en Prof. mr. A.L.M. Keirse
SamenvattingAuteursinformatie

    Nu proportionele aansprakelijkheid stevige voet aan de grond krijgt, is het zaak een eenduidige verdelingsmaatstaf voor de proportionele benadering te formuleren. Deze bijdrage draagt daartoe de leidraad van de veroorzakingswaarschijnlijkheid aan. Beslissend is in welke mate de mogelijke oorzaken het gevaar voor de schade, zoals die is ingetreden, in het leven hebben geroepen. Voor een bijstelling van deze causale schadedeling op grond van een billijkheidscorrectie is geen plaats.


Mr. dr. J.M. Emaus
Mr. dr. J.M. Emaus is docent/onderzoeker bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is hoogleraar burgerlijk recht bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.

    Door ontbreken van zeggenschap vormen de veehouderij en de vergistingsinstallatie zelfstandige inrichtingen waarvoor afzonderlijke vergunningen moeten worden aangevraagd

Artikel

De interactie tussen migratiebeleid en penaal beleid ten aanzien van gedetineerden zonder recht op verblijf in België

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2012
Trefwoorden migration policy, penal policy, illegal migrants, detention
Auteurs Steven De Ridder MSc. en Clara Vanquekelberghe MSc.
SamenvattingAuteursinformatie

    Ever since prison overcrowding in Belgium emerged in the late 1980s, irregular migrants in prison were subjected to penal and migration policy initiatives. In this article, particularly (1) the opening of closed administrative detention facilities, (2) the periods of administrative detention in prison and (3) the installation of migration officers who identify irregular migrants in prison will be scrutinized. We will argue that besides a legal approach of the concept Crimmigration − as the convergence of Criminal and Migration Law and procedures − the evolution of the presented migration and penal policy in Belgium is a crucial aspect of the process of Crimmigration.


Steven De Ridder MSc.
Steven De Ridder MSc. is assistent van de vakgroep Criminologie aan de faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel en lid van de onderzoeksgroep Crime & Society (CriS).

Clara Vanquekelberghe MSc.
Clara Vanquekelberghe MSc. is master in de Criminologische Wetenschappen, behaald mede op basis van de masterproef getiteld De identificatie van irreguliere migratie? De rol van migratieambtenaren in een penale context (begeleider: prof. dr. K. Beyens).

E. Dewitte
E. Dewitte is assistent aan het Instituut voor Goederenrecht, Katholieke Universiteit Leuven, Kulak.

V. Sagaert
V. Sagaert is hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven en Universiteit Antwerpen en directeur van het Instituut voor Goederenrecht van de Katholieke Universiteit Leuven.

    In dit artikel wordt aandacht besteed aan duo-moederschap in Nederland vanuit een ontwikkelingspsychologisch/pedagogisch en een juridisch perspectief. Allereerst wordt aandacht besteed aan de huidige juridische situatie en de ontwikkelingen die zich recent daarin hebben voorgedaan. Uit deze bespreking rijst een aantal vragen met betrekking tot de relatie tussen de duo-moeders, het kind en de (on)bekende donor, die vervolgens vanuit ontwikkelingspsychologisch perspectief worden besproken. In het laatste deel van het artikel wordt aandacht besteed aan de voorgestelde wetgeving met betrekking tot de positie van het kind in een gezin met twee moeders, waarbij aan de hand van de ontwikkelingspsychologische bevindingen wordt gekeken naar de kwaliteit van het voorstel.
    ---
    This article focuses upon dual motherhood in the Netherlands from a psychological development/educational and legal perspective. Firstly, attention is paid to the current legal situation and the developments which have recently occurred in this regard. From this, a number of questions arise concerning the relationship between dual mothers, the child and the (un)known donor, which will be discussed from a psychological development perspective. The last part of the article focuses upon the proposed legislation with regard to position of the child in a family with two mothers, examining the quality of the proposal on the basis of the findings concerning psychological development.


Machteld Vonk
Machteld Vonk studied law between 1998 and 2002 at the University of Amsterdam. Following this, she began her PhD at the Molengraaff Institute for Private Law of Utrecht University, under the supervision of Prof. K. Boele-Woelki. Her research looked at the legal relationship between children and non-biological parents from a comparative perspective. In December 2007, she defended her PhD dissertation ‘Children and their parents’ (Intersentia; 2007). From January 2008 until July 2012, she was employed at the Molengraaff Institute as a lecturer/researcher on family law and comparative law. Since 1st July 2012, she has worked in the department of child law of Leiden University as a lecturer/researcher on child law.

Dr. Henny Bos
Henny Bos works as a lecturer at the University of Amsterdam (the department of child development and education and teacher training). Her research concerns gay and lesbian parenthood. She has established a Dutch longitudinal study on this research area, and also participates in an American longitudinal study concerning this subject. From February until the end of June 2012, she was a visiting scholar at the Williams Institute (University of California in Los Angeles).
Artikel

Access_open Scheiding tussen kerk en staat als bevrijding

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2012
Trefwoorden church and state, France, history, The Netherlands
Auteurs Ben Koolen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article sketches the relationship between the churches and the State since the end of the reign of the Stadtholders (1795). The decision of the Batavian Republic to recognize independence and equal rights of each church (1796) appears to be effective not before the midst of the 19th century, under influence of liberal policy. It opened the way to co-operation between church and state, aimed at a democratic society. The churches should not be reluctant in implementing their freedom to act as free partners in the social debate.


Ben Koolen
Dr. G.M.J.M. Koolen heeft diverse studies over de relatie tussen religie en samenleving in historisch perspectief gepubliceerd. Hij is redactielid van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. gmjmkoolen@tele2.nl

Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Toont 121 - 140 van 254 gevonden teksten
1 2 3 4 5 7 9 10 11 12 13
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.