Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 438 artikelen

x
Consumenten

Modernisering van het Europese consumentenrecht: meer vlees op het bot (I)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden handhaving, online marktplaatsen, informatieplichten, dynamic pricing, bedenktijd
Auteurs Prof. dr. M.B.M. Loos
SamenvattingAuteursinformatie

    In eerdere publicaties ben ik ingegaan op de Mededeling ‘Een New Deal voor consumenten’ en het daarmee samenhangende voorstel voor een moderniseringsrichtlijn. In dit artikel bespreek ik de verdere voortgang van het richtlijnvoorstel, waar inmiddels politieke overeenstemming over is bereikt. Daarin staat de vraag centraal of de moderniseringsrichtlijn in haar uiteindelijke vorm de in de New Deal-mededeling gedane belofte waarmaakt van modernisering en verbetering van de handhaving van het consumenten-acquis. In het eerste deel van deze bijdrage richt ik mij daartoe op de individuele en publiekrechtelijke handhaving van het consumentenrecht en op dynamic pricing en informatieverplichtingen voor online marktplaatsen. In het tweede deel ga ik in op de vraag met wie de consument eigenlijk contracteert als de overeenkomst via een online marktplaats wordt gesloten, op enkele vereenvoudigingen voor handelaren en op de herziene regels voor de bedenktijd van consumenten. Ik rond dan af met een conclusie.

    • Voorstel van 11 april 2018 voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993, Richtlijn 98/6/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de EU, COM(2018) 185 final;

    • Tekst politiek akkoord richtlijnvoorstel van 29 maart 2019, Openbaar register van Raadsdocumenten, Interinstitutioneel dossier 2018/0090(COD), nummer document: ST 8021 2019 INIT.


Prof. dr. M.B.M. Loos
Prof. dr. M.B.M. (Marco) Loos is als hoogleraar verbonden aan het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

The Imperfect International Sales Law

Time for a New Go or Better Keeping the Status Quo?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2019
Trefwoorden CISG, imperfections of the current international sales law, reform, supplement, CISG 2.0
Auteurs Prof. mr. A.U. Janssen en N.G. Ahuja
SamenvattingAuteursinformatie

    A series of imperfections in the CISG touching upon various areas are laid out thereby prompting the question of whether the Convention ought to be reformed. Two possibilities, namely supplementing the CISG with additional hard law instruments and drafting a new convention, i.e. CISG 2.0 are discussed and evaluated.


Prof. mr. A.U. Janssen
Prof. mr. A.U. Janssen is a Professor of Civil Law and European Private Law at the Radboud University Nijmegen, The Netherlands.

N.G. Ahuja
N.G. Ahuja is a Doctorate Candidate in Law at City University of Hong Kong.
Artikel

Access_open Just culture en herstelrecht in de afwikkeling van medische schade

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2019
Trefwoorden herstelrecht, restorative justice, just culture, medische aansprakelijkheid, schade
Auteurs Mr. B.S. Laarman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht wat er vanuit een ‘herstelgericht’ perspectief te zeggen is over de afwikkeling van medische schade. Biedt restorative just culture aanknopingspunten voor een afwikkeling van medische schade die beter aansluit bij de behoeften van betrokkenen?


Mr. B.S. Laarman
Mr. B.S. Laarman is docent-onderzoeker aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law (ACCL), verbonden aan de afdeling Privaatrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit, en de uitvoerend onderzoeker in project OPEN.
Article

Access_open Commercial Litigation in Europe in Transformation: The Case of the Netherlands Commercial Court

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2019
Trefwoorden international business courts, Netherlands Commercial Court, choice of court, recognition and enforcements of judgements
Auteurs Eddy Bauw
SamenvattingAuteursinformatie

    The judicial landscape in Europe for commercial litigation is changing rapidly. Many EU countries are establishing international business courts or have done so recently. Unmistakably, the approaching Brexit has had an effect on this development. In the last decades England and Wales – more precise, the Commercial Court in London - has built up a leading position as the most popular jurisdiction for resolving commercial disputes. The central question for the coming years will be what effect the new commercial courts in practice will have on the current dominance of English law and the leading position of the London court. In this article I address this question by focusing on the development of a new commercial court in the Netherlands: the Netherlands Commercial Court (NCC).


Eddy Bauw
Professor of Private Law and Administration of Justice at Molengraaff Institute for Private Law and Montaigne Centre for Rule of Law and Administration of Justice, Utrecht University. Substitute judge at the Court of Appeal of Arnhem-Leeuwarden and the Court of Appeal of The Hague.
Article

Access_open Requirements upon Agreements in Favour of the NCC and the German Chambers – Clashing with the Brussels Ibis Regulation?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2019
Trefwoorden international commercial courts, the Netherlands Commercial Court (NCC), Chambers for International Commercial Disputes (Kammern für internationale Handelssachen), Brussels Ibis Regulation, choice of court agreements, formal requirements
Auteurs Georgia Antonopoulou
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent years, the Netherlands and Germany have added themselves to the ever-growing number of countries opting for the creation of an international commercial court. The Netherlands Commercial Court (NCC) and the German Chambers for International Commercial Disputes (Kammern für internationale Handelssachen, KfiH) will conduct proceedings entirely in English and follow their own, diverging rules of civil procedure. Aspiring to become the future venues of choice in international commercial disputes, the NCC law and the legislative proposal for the establishment of the KfiH allow parties to agree on their jurisdiction and entail detailed provisions regulating such agreements. In particular, the NCC requires the parties’ express and in writing agreement to litigate before it. In a similar vein, the KfiH legislative proposal requires in some instances an express and in writing agreement. Although such strict formal requirements are justified by the need to safeguard the procedural rights of weaker parties such as small enterprises and protect them from the peculiarities of the NCC and the KfiH, this article questions their compliance with the requirements upon choice of court agreements under Article 25 (1) Brussels Ibis Regulation. By qualifying agreements in favour of the NCC and the KfiH first as functional jurisdiction agreements and then as procedural or court language agreements this article concludes that the formal requirements set by the NCC law and the KfiH proposal undermine the effectiveness of the Brussels Ibis Regulation, complicate the establishment of these courts’ jurisdiction and may thus threaten their attractiveness as future litigation destinations.


Georgia Antonopoulou
PhD candidate at Erasmus School of Law, Rotterdam.
Article

Access_open Matchmaking International Commercial Courts and Lawyers’ Preferences in Europe

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2019
Trefwoorden choice of court, commercial court, lawyers’ preferences, survey on lawyers, international court
Auteurs Erlis Themeli
SamenvattingAuteursinformatie

    France, Germany, Belgium, and the Netherlands have taken concrete steps to design and develop international commercial courts. Most of the projects claim to be building courts that match the preferences of court users. They also try to challenge England and Wales, which evidence suggests is the most attractive jurisdiction in the EU. For the success of these projects, it is important that their proposed courts corresponds with the expectations of the parties, but also manages to attract some of the litigants that go to London. This article argues that lawyers are the most important group of choice makers, and that their preferences are not sufficiently matched by the new courts. Lawyers have certain litigation service and court perception preferences. And while the new courts improve their litigation service, they do not sufficiently addressed these court perception preferences.


Erlis Themeli
Postdoc, Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam.

Wolf Sauter
Prof. dr. mr. drs. W. Sauter werkt bij de ACM, Directie Zorg, en is verbonden aan TILEC (Tilburg Law and Economics Center).

Mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is docent en onderzoeker gezondheidsrecht Academisch Medisch Centrum/Universiteit van Amsterdam en lid van de redactie van dit tijdschrift.

    In 2016 the Dutch Government Commission of Reassessment of Parenthood (GCRP) proposed a wide array of legal changes to Family Law, e.g. with regard to legal multi-parenthood and legal multiple parental responsibility. Although the commission researched these matters thoroughly in its quest towards proposing new directions in the field of Family Law, multi-parents themselves were not interviewed by the commission. Therefore, this article aims to explore a possible gap between the social experiences of parents and the recommendations of the GCRP. Data was drawn from in depth-interviews with a sample of 25 parents in plus-two-parent constellations living in Belgium and the Netherlands. For the most part the social experiences of parents aligned with the ways in which the GCRP plans to legally accommodate the former. However, my data tentatively suggests that other (legal) recommendations of the GCRP need to be explored more in depth.
    ---
    In 2016 stelde de Nederlandse Staatscommissie Herijking ouderschap voor om een wettelijk kader te creëren voor meerouderschap en meeroudergezag. Ondanks de grondigheid van het gevoerde onderzoek ontbraken er gegevens omtrent de ervaringen van de meerouders zelf. Dit artikel levert een bijdrage in het vullen van deze leemte door inzage te geven in de (juridische) ervaringen van 25 ouders in meerouderschapsconstellaties in België en Nederland.


Nola Cammu MA
Nola Cammu is PhD Candidate at the Law Faculty of the University of Antwerp.
Artikel

Online uitbuiting van consumenten voorkomen: een zorgplicht voor dominante ondernemingen?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2019
Trefwoorden online markten, uitbuiting, consumenten, digitale machtspositie, data
Auteurs Wolf Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Online markten vormen een nieuwe uitdaging voor het mededingingsrecht. Alle voordelen van deze vorm van handel in termen van toegankelijkheid en keuzemogelijkheden ten spijt kunnen consumenten hier worden overschaduwd door ondernemingen die in een virtuele omgeving de persoonlijke data van hun tegenpartij kunnen benutten om deze uit te buiten of te discrimineren. Dit artikel behandelt de vraag of, en zo ja wanneer, deze tak van het recht gebruikt kan worden om door middel van het opleggen van een zorgplicht consumenten te beschermen tegen onbillijk ofwel oneerlijk gedrag door partijen die hun digitale machtspositie misbruiken.


Wolf Sauter
Prof. dr. mr. drs. W. Sauter is in dienst bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en verbonden aan het Tilburg Law and Economics Center (Tilec). Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel, en is een bewerkte en gecondenseerde versie van het Social Sciences Research Network (SSRN) Working Paper ‘A duty of care to prevent online exploitation of consumers? Digital dominance and special responsibility in EU competition law’, https://ssrn.com/abstract=3353280

    Op 7 februari 2019 heeft de Duitse kartelwaakhond Bundeskartellamt (BKa) het langverwachte besluit bekendgemaakt waarin het vaststelt dat Facebook misbruik maakt van haar dominante marktpositie door op websites van derden gebruikersdata te verzamelen en te verwerken en in strijd handelt met dataprotectiewetgeving. Volgens het BKa geven gebruikers hier geen expliciete toestemming voor of wordt hun geen ‘opt-out’ geboden. Dat geldt ook voor de toestemming voor commercieel gebruik van persoonsgegevens, die door Facebook wordt afgedwongen van haar gebruikers. Het BKa legt Facebook daarom verplichtingen op om dit gedrag binnen twaalf maanden te beëindigen en haar gebruiksvoorwaarden aan te passen. De zaak is een novum, omdat het de eerste keer is dat een mededingingsautoriteit het misbruikverbod handhaaft op grond van overtreding van de dataprotectieregels. In deze bijdrage gaan de auteurs in op het Facebook-besluit, een aantal controversiële standpunten die het BKa inneemt en hoe de zaak past in het bredere debat over mededingingstoezicht in digitale markten.


Pauline Kuipers
Mr. drs. D.P. Kuipers is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Janneke Kohlen
Mr. J.I. Kohlen is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Annelot Kuiper
Mr. A.C.A. Kuiper is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.
Artikel

Access_open De dialectiek bij Paul Scholten: haar aard, oorsprong en bronnen

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Paul Scholten, dialectiek, existentialisme, Artificiële Intelligentie, ethische theologie
Auteurs Wim Borst
SamenvattingAuteursinformatie

    Een bekend kenmerk van Scholtens beschouwingswijze was zijn dialectiek.
    Langemeijer heeft de aard ervan scherp geduid, maar erkend in het duister te tasten over haar oorsprong en bronnen. Hegel en Barth komen niet in aanmerking. Ik wijs op de betekenis die de theoloog P.D. Chantepie de la Saussaye (1848-1920) gehad kan hebben voor de ontwikkeling van Scholtens denken, zowel inhoudelijk als qua dialectiek. Sommige contemporaine auteurs lijken Scholten schatplichtig te achten aan Kierkegaard; ik acht dat te speculatief. Moderne digitale technologie opent potentieel grote mogelijkheden voor de toepassing van computers en artificiële intelligentie (AI) in de rechtspleging. Scholtens dialectiek stelt ons voor fundamentele rechtsfilosofische vragen ten aanzien van de mogelijkheid en wenselijkheid van ‘rechtspraak door computers’.


Wim Borst
Wim Borst is beleidsadviseur op het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

Big data: vatbaar voor (faillissements)beslag?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden big data, beslag, verhaalsbeslag, faillissement
Auteurs Mr. F.S.M. Ruitinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Big data lijkt waarde te vertegenwoordigen en dat maakt deze data een interessant object voor een (faillissements)beslag. Gelet op het onstoffelijke karakter van data brengt dit ook de nodige vragen met zich. In dit artikel wordt de mogelijkheid tot het leggen van beslag en faillissementsbeslag op data onderzocht en worden de gevolgen van een (faillissements)beslag op data verkend.


Mr. F.S.M. Ruitinga
Mr. F.S.M. Ruitinga is wetenschappelijk docent bij Erasmus School of Law.
Artikel

Het nieuwe goud: betalen met data

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden persoonsgegevens, data, ontbinding, consumentenbescherming, toestemming
Auteurs Mr. dr. C. Spierings
SamenvattingAuteursinformatie

    Gebruikers betalen voor veel online diensten niet met geld, maar met gegevens In dit artikel onderzoekt de auteur welke bescherming consumenten kunnen ontlenen aan de op 11 juni 2019 in werking getreden richtlijn over digitale inhoud en digitale diensten (2019/770) en de Algemene verordening gegevensbescherming.


Mr. dr. C. Spierings
Mr. dr. C Spierings is advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam en als fellow verbonden aan het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De digitale werkwijzen van de ACM en de AFM bekeken met een AVG-bril

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden AVG, digitale opsporing, werkwijze ACM en AFM, artikel 5:17 Awb
Auteurs Elsbeth Beumer
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor het opsporen van overtredingen vergaren toezichthouders in toenemende mate digitaal materiaal bij vermeende overtreders. De bevoegdheid om digitaal opgeslagen zakelijke gegevens te kopiëren, hebben toezichthouders op grond van artikel 5:17 Awb. De ACM en AFM hebben deze bevoegdheid en de manier waarop zij het digitale materiaal verzamelen en kopiëren uitgewerkt in een werkwijze. In dit artikel worden deze ‘digitale werkwijzen’ van de ACM en AFM bekeken met een AVG-bril. Is de bevoegdheid om (soms grote) hoeveelheden en (on)gestructureerde data te verzamelen en kopiëren in overeenstemming met de AVG? En zo ja, welke eisen stelt de AVG aan de digitale werkwijzen?


Elsbeth Beumer
Dr. mr. A.E. Beumer is als senior opsporingsambtenaar werkzaam bij de Autoriteit Consument & Markt en is nauw betrokken bij de uitvoering van de ACM Digitale Werkwijze.
Notenkraker

De digitale werkwijze: bestuursrechtelijk toezicht aan de hand van digitale gegevens

Gerechtshof Den Haag 12 februari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:470

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden rechtsbescherming, digitale werkwijze, bestuursrechtelijk toezicht
Auteurs Marije Batting
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest van 12 februari 2019 oordeelt het Gerechtshof Den Haag dat de digitale werkwijze van de ACM voldoende waarborgen voor effectieve rechtsbescherming biedt bij bestuursrechtelijk toezicht aan de hand van digitale gegevens.


Marije Batting
Mr. M.L. Batting is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, Den Haag en redacteur van Tijdschrift voor Toezicht. Kantoorgenoten zijn betrokken geweest bij het in deze Notenkraker te bespreken arrest.
Artikel

Access_open Technologische hulpmiddelen bij toezicht op delinquenten in de samenleving

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2019
Trefwoorden supervising offenders, reintegrating offenders, technological tools, smartphone and sensor technology, GPS tracking
Auteurs Dr. Katy de Kogel
SamenvattingAuteursinformatie

    How can technological tools contribute to supervising and reintegrating offenders in society? Globally, technological tools for supervision are broken down into so-called first generation (GPS tracking) and second generation (smartphone and sensor technology). An overview is given of what is globally known about the effectiveness and assumed mechanisms of action of first-generation technical tools. Then it is explored what added value second-generation technical aids can have and to which working mechanisms they could connect. Smartphone and sensor technology have the potential to contribute to the rehabilitation functions of the supervision, inter alia because they offer possibilities for more personalized supervision and for the combination of supervision and treatment. Although initiatives have been started in this regard and research is ongoing, hardly anything is known yet about the effectiveness of these new technological applications. The reliability and safety of IT, as well as ethical and legal aspects also require attention.


Dr. Katy de Kogel
Dr. C.H. de Kogel is senior wetenschappelijk medewerker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid en senior onderzoeker bij de Capaciteitsgroep Strafrecht en Criminologie van de Faculteit Rechten van de Universiteit Maastricht.
Artikel

Neurogeheugendetectietests in de Nederlandse strafrechtspleging: hoop of huiver?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2019
Trefwoorden neurogeheugendetectie, Opsporingsmethode, Zwijgrecht, Neurotests, brain-imaging, neurolaw, concealed information
Auteurs Mr. Naomi van Burgsteden
SamenvattingAuteursinformatie

    Neuroscience teaches us that we can obtain information about the brain by the use of neuro tests. An example of a neuro test is the concealed information test (CIT). This test examines whether a suspect recognizes specific details of a criminal offence. Afterwards experts can conclude whether the suspect has knowledge of a criminal offence, which only a perpetrator can know. This way a CIT contributes by the detection and adjudication of criminal offences. In recent decades, the interest in neuro tests such as the CIT has increased, also at the Ministry of Justice and Security. Based on the existing literature, both advantages and disadvantages of the CIT are discussed in this article.


Mr. Naomi van Burgsteden
Mr. Naomi van Burgsteden is juridisch medewerker bij Stichting Rechtswinkel Utrechtse Heuvelrug.
Toont 121 - 140 van 438 gevonden teksten
1 2 3 4 5 7 9 10 11 21 22
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.