Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 601 artikelen

x
Jurisprudentie

Access_open Kroniek ondernemingsstrafrecht

Tweede helft 2018

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, prof. dr. R.C.P. Haentjens e.a.
Samenvatting


Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

prof. dr. R.C.P. Haentjens

mr. dr. I. Koopmans

mr. J. Boonstra-Verhaert

mr. dr. E. Sikkema

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Ten geleide

Selectieve wetgeving

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2019
Auteurs Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde
Auteursinformatie

Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde
Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde is universitair hoofddocent Straf(proces)recht. Hij is tevens als bijzonder hoogleraar Strafrechtsfilosofie, leerstoel Leo Polak, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen en redacteur van PROCES.
Artikel

De uitdagingen in het effectief aanpakken van stalking

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2019
Trefwoorden stalking, Politie, veiligheid, risicotaxatie
Auteurs Bianca Voerman MsC. en Cleo Brandt MsC.
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2016 an independent review into a deadly ex-partner stalking case1xEenhoorn Commission. (2016). Conclusies en aanbevelingen: Onderzoeksrapport TweeSteden. identified a number of structural problems in the police’s approach to stalking cases. Police struggle to accurately and effectively assess and respond to stalking cases because of several reasons. Police often fail to identify stalking by focusing too much on single incidents, missing the pattern of behaviours that constitute stalking. Investigations also focus on the criminal offence of stalking, with police waiting to take action until a particular threshold is reached. There is a lack of knowledge about stalking in general and risk factors associated with stalking in particular, which means the victim’s safety can be at stake if adequate security measures are not taken. These findings led to the development of a new structured response to ex-partner stalking cases, which consists of an automated query, case screening and prioritisation with the SASH2xMcEwan, T. E., Strand, S., MacKenzie, R. D., & James, D. V. (2015). Screening Assessment for Stalking and Harassment (SASH)., case management together with partner agencies and improved training for police officers who are handling stalking cases. Victim safety must always be the first priority.

Noten

  • * Bianca Voerman en Cleo Brandt zijn beiden recherchepsycholoog bij de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie.
  • 1 Eenhoorn Commission. (2016). Conclusies en aanbevelingen: Onderzoeksrapport TweeSteden.

  • 2 McEwan, T. E., Strand, S., MacKenzie, R. D., & James, D. V. (2015). Screening Assessment for Stalking and Harassment (SASH).


Bianca Voerman MsC.
Bianca Voerman is recherchepsycholoog bij de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie.

Cleo Brandt MsC.
Recherchepsycholoog bij de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie
Artikel

Partnerdoding in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Partnerdoding, Epidemiologie, Moord, Nederland
Auteurs Marieke Liem, Inge de Jong en Jade van Maanen
SamenvattingAuteursinformatie

    Intimate partner homicide (IPH) constitutes one of the most prevalent types of homicide. This study aims to assess the nature and prevalence of intimate partner homicide in the Netherlands in the period 2009-2014. In doing so, we make use of police data, court data, and media articles. Findings show that IPH occurs 29 times per year, resulting in a victimization rate of 0.20 per 100,000, similar to other Western-European countries. Our results further show a decline in IPH in the last years. IPH in the Netherlands mostly occurs in heterosexual relationships, and involves male perpetrators and female victims. Finally, we reflect on possible causes for the decline of this type of homicide.


Marieke Liem
Marieke Liem is Universitair Hoofddocent, verbonden aan het Institute of Security and Global Affairs, Faculteit Governance & Global Affairs van de Universiteit Leiden.

Inge de Jong
Inge de Jong is thans werkzaam bij de Nationale Politie als adviseur bij de dienst Informatie Management en tijdens het uitvoeren van deze studie student Crisis & Security Management aan de Universiteit Leiden.

Jade van Maanen
Jade van Maanen isthans werkzaam bij Rijkswaterstaat als technisch projectleider bij de dienst Centrale Informatievoorziening en tijdens het uitvoeren van deze studie student Crisis & Security Management aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Het VN-verdrag Handicap voor ouders met verstandelijke beperkingen

Verbindingen tussen wetenschap, praktijk en mensenrechten

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden VN-verdrag Handicap, Ouders met verstandelijke beperking
Auteurs Dr. M.W. Hodes
SamenvattingAuteursinformatie

    Moeder of vader worden, het stichten van een gezin, is een belangrijke stap in het leven van veel mensen. De transitie naar het ouderschap betekent voor velen een verrijking van de kwaliteit van leven. Daarnaast is het een sociale rol die herkenbaarheid en maatschappelijk aanzien geeft. Steeds meer mensen met verstandelijke beperkingen maken deze transitie naar het ouderschap.
    Binnen onze maatschappij is er echter een voortdurende discussie of ouders met verstandelijke beperkingen wel kinderen mogen krijgen. Dergelijke discussies worden vooral vanuit de emotie gevoerd en gevoed door incidenten die in de media breed worden uitgemeten. Professionals, politici en beleidsmakers zijn daarbij vaak niet goed op de hoogte van de laatste stand van zaken op het gebied van wetenschappelijk onderzoek naar ouderschap bij mensen met verstandelijke beperkingen. Ook wordt daarbij voorbijgegaan aan het feit dat ouderschap een fundamenteel mensenrecht is.


Dr. M.W. Hodes
Dr. M.W. (Marja) Hodes is klinisch psycholoog/orthopedagoog generalist en werkt al meer dan 33 jaar met gezinnen waarvan de ouders een verstandelijke beperking hebben. Zij is in 2017 gepromoveerd aan de VU Amsterdam binnen het onderzoeksconsortium ‘Wat werkt voor ouders met verstandelijke beperkingen’, met het proefschrift: Testing the effect of parenting support for people with intellectual disabilities and borderline intellectual functioning. Marja is leidinggevende van het regionaal Diagnostiek- en Behandelteam van zorgaanbieder ASVZ.
Artikel

Access_open Enkele opmerkingen over het het una via-beginsel en het nieuwe Wetboek van Strafvordering

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Modernisering strafvordering, Bestuursstrafrecht, Una via-beginsel, Bestuurlijk sanctierecht, Bijzonder strafrecht
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    Thans is een belangrijke wetgevingsoperatie gaande, waarbij het Wetboek van Strafvordering wordt herzien. Opmerkelijk genoeg wordt in de vaststellingswetten op geen enkele wijze aandacht besteed aan de keuze tussen bestuurlijke en strafrechtelijke handhaving. Om het una via-beginsel een plaats te geven in het nieuwe Wetboek van Strafvordering wordt voorgesteld om het bepaalde in artikel 243, tweede lid, Sv, te transponeren naar artikel 3.1.4, vijfde lid, van het nieuwe Wetboek van Strafvordering.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht en is verbonden aan het Willem Pompe Instituut en het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing van de Universiteit Utrecht. Hij is tevens redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

De opzetclausule (2000) uitgelegd door de Hoge Raad

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2018
Trefwoorden opzetclausule, AVP, geestesstoornis, categoriebenadering, maatschappelijke functie AVP
Auteurs Mr. dr. J.C. van Eijk-Graveland
SamenvattingAuteursinformatie

    Annotatie bij HR 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:601 (Shaken baby). In dit arrest geeft de Hoge Raad uitleg aan de opzetclausule die sinds 2000 in de AVP gehanteerd wordt. Gekeken wordt naar de invloed van de geestesstoornis op de toepassing van de opzetuitsluiting en er wordt een vergelijking getrokken met het strafrecht.


Mr. dr. J.C. van Eijk-Graveland
Mr. dr. J.C. van Eijk-Graveland is universitair docent bij het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Midden-Nederland.

Esther Coster
Esther Coster is persvoorlichter bij de Nationale Politie Eenheid Den Haag.
Peer reviewed

Onder een vergrootglas: de gevolgen van media-aandacht voor sociale professionals die werken met moeilijk bereikbaren

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2018
Trefwoorden Media-aandacht, Moeilijk bereikbaren, Incidenten, Beeldvorming, Zorg en welzijn
Auteurs Karlijn Suijkerbuijk en Drs. Jeanet de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    While media coverage supports citizens in exercising their democratic rights, developments in the media have turned organizations into glass houses. In this article we investigate what media attention and subsequent public reactions after incidents mean for social professionals who work with the so-called ‘hard-to- reach’. We draw on a practical example, literature and interviews. Media attention turns out to affect the public image of organizations and professionals and consecutively alters the long term public judgment. This results in professionals feeling powerless, unrecognized and pressurized. Professionals adopt different strategies to deal with the effects of media attention: resignation, defensiveness, caution and organizational blame.


Karlijn Suijkerbuijk
Karlijn Suijkerbuijk is sociaal pedagogisch hulpverlener en studeert Zorgethiek en Beleid aan de Universiteit voor Humanistiek.

Drs. Jeanet de Jong
Drs. Jeanet de Jong is cultureel antropoloog en verbonden aan het Expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool. Zij doet promotieonderzoek naar de positie en het handelen van sociale professionals die werken met ‘moeilijk bereikbaren’.
Artikel

Kroniek Materieel Strafrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2018
Auteurs Max den Blanken, Maike Bouwman, Rachel Bruinen e.a.

Max den Blanken

Maike Bouwman

Rachel Bruinen

Sophie Hof

Michiel Olthof

Ben Polman

Inge Raterman

Aram Sprey

Robert Malewicz
Artikel

Spraakmakende Zaken

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2018
Auteurs Sabine Droogleever Fortuyn, Nathalie Gloudemans-Voogd en Francisca Mebius

Sabine Droogleever Fortuyn

Nathalie Gloudemans-Voogd

Francisca Mebius
Artikel

Hét gevoel van onveiligheid bestaat niet

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2018
Trefwoorden fear of victimization, risk perception, feelings of unsafety, measurement, policy
Auteurs Dr. Lonneke van Noije en Dr. Jurjen Iedema
SamenvattingAuteursinformatie

    There is no such thing as the feeling of unsafety. The trend in feelings of unsafety is measured using a standard question that has figured in the successive Safety Monitors (Veiligheidsmonitors) for many years: ‘Do you occasionally feel unsafe?’ This general question formulation elicits information on how uneasy the Dutch feel about safety. The nature and burden of this unease may vary greatly among them. The authors’ analysis shows that crime-specific measures of fear of victimization differ fundamentally from both cognitive assessments (risk perception) and general measures of feelings of unsafety. Hence, people who occasionally feel unsafe do not automatically think or fear that they will fall victim to crime and vice versa. Consequently, the authors identify four main constellations of subjective safety which emerge in different population groups, some more burdened by fear of victimization than others. The authors argue that policy should at least seek to reduce the most serious problems. They propose personal fear of victimization as an alternative for general feelings of safety.


Dr. Lonneke van Noije
Dr. L. van Noije is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Sociaal en Cultureel Planbureau te Den Haag.

Dr. Jurjen Iedema
Dr. J. Iedema is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Sociaal en Cultureel Planbureau te Den Haag.
Artikel

Access_open Martha Nussbaums Anger and Forgiveness

Over vergelding en vergeving en over woede en liefde

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Vergeving, liefde, woede, vergelding, strafrecht
Auteurs Jacques Claessen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the author discusses the book Anger and Forgiveness written by the well-known and influential American philosopher Martha Nussbaum. In the opinion of the author Anger and Forgiveness is a provocative and challenging book. In the book, Nussbaum makes a distinction between conditional and unconditional forgiveness, she relates conditional forgiveness to the logic of retribution and she disapproves retribution and, by extension, conditional forgiveness on moral grounds. Her disapproval of retribution and conditional forgiveness is related to her disapproval of (vindictive) anger, which in her opinion is intrinsic part of retribution and conditional forgiveness. According to Nussbaum, anger – transitional anger excluded – has to be replaced by unconditional love; only conduct that stems from unconditional love can be qualified as moral. Sometimes unconditional forgiveness can be seen as a form of unconditional love. Subsequently, Nussbaum applies her ideas on anger, retribution, forgiveness and love to the political domain, to which also criminal law belongs. Nussbaum pleads for a criminal law system empty of anger and retribution; in Nussbaum’s criminal law system there is only room for prevention, grace and human welfare – all stemming of unconditional love. Nussbaum’s Anger and Forgiveness offers an alternative view on concepts such as anger, retribution, forgiveness and love, concepts which are important within the context of criminal law and restorative justice. The author argues that, although the reader can certainly learn from Nussbaum’s ideas as explained in Anger and Forgiveness, the radicality of her ideas inevitably causes criticism; Nussbaum holds a very idealistic perspective that neglects the human condition. Instead of ruling out anger and retribution, the author advocates a criminal law system that is capable of canalizing anger and transforming vindictive anger into transitional anger. Furthermore, he pleads for a criminal law system that makes forgiveness possible without forcing victims to forgive. For that reason restorative justice practices need to be incorporated into the criminal law system. In sum, to a certain extent Nussbaum and Claessen share the same moral ideals, but they disagree on the path leading tot those ideals. Where Nussbaum opts for a top-down approach, Claessen opts for a bottom-up approach which respects the human condition.


Jacques Claessen
Jacques Claessen (Maastricht, 1980) is als universitair hoofddocent straf(proces)recht verbonden aan de Capaciteitsgroep Strafrecht & Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht. Daarnaast is hij rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Limburg. In 2012 ontving hij voor zijn proefschrift de eerste Bianchi Herstelrecht Prijs.
Artikel

De katholieke sociale leer over de relatie gelovige/burger, samenleving en seculiere staat

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2018
Trefwoorden kerk-staatverhoudingen, canoniek recht, katholieke sociale leer, Geschiedenis, Staatsleer; Rooms-Katholieke Kerk
Auteurs Mr. dr. Maurice van Stiphout
SamenvattingAuteursinformatie

    In the 19th century in many Western states, the close relationship between Church and State came to an end and the Roman Catholic Church developed into a major and active player on social and educational level in society separate from the State.
    This was due, on the one hand, to the constitutional changes in the Western states from the end of the 18th century, which led to the gradual introduction of the formal principle of separation of Church and State. On the other hand, it was a result of the search for a new position of the Roman Catholic Church in society that also influenced the theological reflection of the Church on society.
    The ecclesiastical reflection on the ideal relationship between Church and State took shape in the course of this process in the Ius Publicum Ecclesiasticum. The ecclesiastical view on the relationship between believers/citizens, society and State simultaneously took shape in Catholic social doctrine, which today still offers a model for modern society. In Catholic social doctrine, the believer/citizen is the connecting element between Church and State in a secular society. The ‘state doctrine’ of the Catholic Church is presented in Catholic social doctrine as an ideal image of the democratic constitutional state in which man is central and forms the central link between Church, society and secular State.


Mr. dr. Maurice van Stiphout
Mr. dr. M. van Stiphout studeerde rechten in Leiden en canoniek recht en theologie in Leuven. Hij promoveerde in de rechtsgeleerdheid in Groningen. Hij is werkzaam bij de Belgische rooms-katholieke kerkprovincie in Brussel (Juridische dienst & Erkende Instantie rooms-katholieke godsdienst). Daarnaast is hij vrijwillig wetenschappelijk medewerker van de faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven (afdeling Geschiedenis van Kerk en Theologie).
Artikel

Het dossier als fundament voor de rechterlijke beslissing

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden het strafdossier, rechterlijke voorbereiding, processtukken, bevooroordeeld, oordeelsvorming
Auteurs D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Het dossier speelt in het Nederlandse strafprocesrecht een centrale rol. Zonder het dossier kunnen de snelheid en de efficiëntie van het huidige (en toekomstige) strafproces niet worden gewaarborgd. De processtukken zijn leidend tijdens de voorbereiding van de rechters en de griffier voorafgaand aan en tijdens het onderzoek ter terechtzitting. Deze werkwijze – het voorbereiden van het onderzoekt ter terechtzitting aan de hand van het dossier – volgt niet dwingend uit enige wettelijke bepaling. De rechterlijke voorbereiding van het onderzoek ter terechtzitting aan de hand van het dossier krijgt weinig aandacht in de rechtswetenschappelijke literatuur en het rechtspsychologische experimentele onderzoek. Hiervoor zou meer aandacht moeten bestaan omdat uit het wel beschikbare experimentele onderzoek blijkt dat de voorbereiding op basis van het dossier significante invloed heeft op het uiteindelijke rechterlijke oordeel. In deze bijdrage staat de kwestie centraal of de Modernisering van het Wetboek van Strafvordering aanpassingen in het wettelijk kader betreffende het dossier voorziet, en of deze aanpassingen veranderingen teweegbrengen in het gebruik van het dossier ten behoeve van de voorbereiding van het onderzoek ter terechtzitting.


D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. (Dave) van Toor PhD LLM BSc is verbonden als wetenschappelijk medewerker Straf(proces)recht & Criminologie aan de Universität Bielefeld (Duitsland). Daarnaast is hij als research fellow verbonden aan het Onderzoekscentrum voor Staat en Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij was van september 2016 tot juni 2017 als buitengriffier werkzaam bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (locatie Breda).

Mr Th. Veling
Lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Jurisprudentie

Vallen camerabeelden van de wachtruimte en de toegangswegen tot het ziekenhuis binnen de reikwijdte van het (afgeleide) verschoningsrecht?

Annotatie HR 10 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:553

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2018
Trefwoorden (Afgeleid) verschoningsrecht ziekenhuis, Inbeslagname, Gegevensdrager, (Versnelde) beklagprocedure, Camerabeelden
Auteurs Mr. L.J. Bergsma
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest van de Hoge Raad van 10 april 2018 staat de vraag centraal of camerabeelden die zich op een in beslag genomen gegevensdrager bevinden binnen de reikwijdte van het verschoningsrecht (kunnen) vallen. Volgens de Hoge Raad kán dit inderdaad het geval zijn.


Mr. L.J. Bergsma
Mr. L.J. Bergsma is advocaat bij Dirkzwager advocaten & notarissen, sectie gezondheidszorg.
Artikel

Aansprakelijkheid voor drones

Technologische ontwikkelingen en de toepasbaarheid van het aansprakelijkheidsrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden drones, onbemande luchtvaartuigen, privacy, productaansprakelijkheid, innovatie
Auteurs Mr. dr. ir. B.H.M. Custers
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht in hoeverre het Nederlandse aansprakelijkheidsrecht is toegerust op toenemende autonomie van drones en verdergaande miniaturisering in dronetechnologie. Na korte uitleg van relevante luchtvaartwetgeving voor dronegebruik wordt ingegaan op de onrechtmatige daad en productaansprakelijkheid. Daarna wordt besproken in hoeverre het huidige stelsel van aansprakelijkheid aanpassing behoeft.


Mr. dr. ir. B.H.M. Custers
Mr. dr. ir. B.H.M. Custers is associate professor en onderzoeksdirecteur bij eLaw, het centrum voor recht en digitale technologie aan de juridische faculteit van de Universiteit Leiden.
Artikel

Een bijzondere groep daders: vrouwelijke langgestraften na afloop van de Tweede Wereldoorlog in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Trefwoorden female, perpetrators, World War II, empirical study, criminal career
Auteurs Drs. Jantien Stuifbergen MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Early literature on female perpetrators of World War II focused on labelling the accused as deranged psychopaths, thereby distinguishing the group of perpetrators from the vast subdued and ‘normal’ population. While this perception has changed over the past decades, the perception of female perpetrators has remained limited either way, women are denied having a lot of agency when perpetrating crimes in conflict. Similar to the ‘mad Nazi’-theory these narratives imply that female perpetrators are different from ‘ordinary’ women, as their actions collide with notions of ideal femininity. This empirical research has shown that in the case of female perpetrators of World War II in the Netherlands it seems that they can be seen as ordinary women operating in extraordinary circumstances. In this study, a special group of female war criminals is described. Against the background of early post-war imaging of such women and more recent research on female perpetration during wartime, an analysis of Dutch perpetrators who received severe punishments after the War, is made. Based on unique historical data, the criminal career of these women as World War II perpetrators is analysed. The outcomes show that a notable part already had a criminal record before the war and that the perception of who they were and why they acted the way they did needs reconsideration, since they were not psychologically weak and incompetent. They were generally young, unemployed and low educated and they planned and committed their crimes of treasons in order to create better living conditions for themselves. In fact, one can claim that these women are likely to be ordinary people influenced by dispositional and situational factors.


Drs. Jantien Stuifbergen MSc
Drs. J.A.M. Stuifbergen, MSc is programmacoördinator van de Master International Crimes, Conflict and Criminology en promovenda bij de sectie Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam,
Boekbespreking

Reserve-onderdelen

Inzichten in de orgaanhandel en een pleidooi voor de vermarkting van orgaandonatie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Auteurs Dr. Michelle Habets
Auteursinformatie

Dr. Michelle Habets
Dr. M.G.J.L. Habets is medisch-ethicus en onderzoeker bij het Rathenau Instituut.
Toont 121 - 140 van 601 gevonden teksten
1 2 3 4 5 7 9 10 11 30 31
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.