Zoekresultaat: 196 artikelen

x
Artikel

(Uit)eindelijk een optioneel instrument voor Europees contractenrecht

De conceptverordening voor een gemeenschappelijk Europees kooprecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Europees contractenrecht, optioneel instrument, consumentenrecht, kooprecht, wetgeving
Auteurs Dr. C. Jeloschek
SamenvattingAuteursinformatie

    Met haar voorstel voor een verordening voor een gemeenschappelijk Europees kooprecht presenteert de Commissie een autonoom regime van contracten(koop)recht. Dit is een volledig geharmoniseerde set aan regels die bij grensoverschrijdende transacties in plaats van nationale (contracten)rechten kan worden gekozen. Deze bijdrage schetst de reikwijdte van dit voorstel en onderzoekt de toegevoegde waarde ervan. Hoewel deze verordening als een mijlpaal in de ontwikkeling van het Europese consumentenrecht kan worden gezien, is niet zonder meer duidelijk dat de consument hier ook echt beter van wordt. Zo plaatst de auteur enkele kritische kanttekening wat betreft de toepassing en de effecten van dit instrument in de (rechts)praktijk.


Dr. C. Jeloschek
Dr. C. Jeloschek is werkzaam als advocaat bij Kennedy Van der Laan in Amsterdam.
Artikel

Effectieve rechtsbescherming: eindeloos potentieel, ongeleid projectiel?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden effectieve rechtsbescherming, effectiviteitsbeginsel, toegang tot de rechter, procedurele autonomie, rechterlijke toetsing
Auteurs Dr. L.Y.M. Parret
SamenvattingAuteursinformatie

    Het beginsel van effectieve rechtsbescherming komt in toenemende mate voor in de rechtspraak van het Hof van Justitie en het Gerecht, dwars door alle rechtsgebieden heen. De bedoeling van deze bijdrage is om aan de hand van enkele uitspraken van de afgelopen twee jaren, de grote variëteit van procesrechtelijke onderwerpen te illustreren waar de rechtspraak uit Luxemburg een impact op heeft. Die periode valt ook samen met de tijdspanne gedurende welke het Handvest van de grondrechten juridisch bindend is. Het Handvest bevat het beginsel van effectieve rechtsbescherming zoals hierna zal blijken. De nadruk ligt op de rechtspraak die handelt over de handhaving van het EU-recht door de nationale rechter, al wordt hier en daar de vergelijking gemaakt met de rol van het Hof van Justitie en het Gerecht als bestuursrechter. In dit overzicht worden enkele vragen geformuleerd die de rechtspraak oproept. De coherentie van de rechtspraak wordt bemoeilijkt door de complexiteit van de rechtsbronnen. Het zou naar de toekomst toe goed zijn als er meer klaarheid zou komen in de relatie tussen het beginsel van effectieve rechtsbescherming en het effectiviteits- of doeltreffendsbeginsel. Als achtergrond voor de bespreking van de rechtspraak hierna, wordt eerst kort stilgestaan bij de bronnen en de twee genoemde beginselen.


Dr. L.Y.M. Parret
Dr. L.Y.M. Parret is raadslid en kamervoorzitter, Belgische Raad voor de Mededinging, en universitair docent, Tilburg University.

    Een bekende uitzondering op het uitgangspunt van toezicht in twee feitelijke instanties is het appelverbod bij de ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Krachtens art. 7:685 lid 11 BW kan tegen een ontbindingsbeschikking hoger beroep noch cassatie worden ingesteld. Dit roept vragen op met betrekking tot de rechtsbescherming van werknemers en werkgevers, mede gegeven de eisen die daaraan vanuit art. 6 EVRM gesteld kunnen worden. De auteur onderzoekt of het appelverbod in overeenstemming is met de voornoemde hogere norm en of eventuele misslagen in de ontbindingsbeschikking, ondanks het wettelijk appelverbod, hersteld kunnen worden. Aandacht wordt besteed aan de mogelijkheden van doorbreking van het appelverbod, herstel, herroeping en het leerstuk van de onrechtmatige rechtspraak. Onderzocht wordt of, en zo ja, voor welke gebreken in de ontbindingsbeschikking en de ontbindingsprocedure deze acties uitkomst kunnen bieden.


mr. Vivian Bij de Vaate
Mw. mr. D.M.A. (Vivian) Bij de Vaate is als docent/onderzoeker sociaal recht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

    Een procesrechtelijke bijzonderheid in de ontbindingsprocedure van art. 7:685 BW ziet op de niet integrale toepasselijkheid van het wettelijk bewijsrecht van afdeling 9, titel 2 uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Volgens de memorie van toelichting bij de Wet tot herziening van het burgerlijk procesrecht kan de spoedeisendheid van de ontbindingsprocedure zich tegen toepassing van het wettelijke bewijsrecht verzetten. In dit artikel wordt allereerst betoogd dat niet iedere ontbindingsprocedure per definitie spoedeisend is en zich tegen de toepasselijkheid van het wettelijk bewijsrecht verzet en tevens dat in een spoedeisende ontbindingsprocedure onderscheid moet worden gemaakt tussen bewijsregels die wel en die niet aan een spoedige beslissing in de ontbindingsprocedure in de weg staan. Vervolgens onderzoekt de auteur of de ontbindingsprocedure wat betreft de bewijsvoering in overeenstemming is met art. 6 EVRM en het recht van de Europese Unie.


mr. Vivian Bij de Vaate
Mw. mr. D.M.A. (Vivian) Bij de Vaate is als docent/onderzoeker sociaal recht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Pas de deux

De wisselwerking tussen Luxemburgse en Straatsburgse jurisprudentie bij de harmonisatie van het asielrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2012
Auteurs Prof. mr. H. Battjes
SamenvattingAuteursinformatie

    In januari 2011 oordeelde het Europese Hof voor de Rechten van de Mens dat artikel 3 EVRM overdracht van asielzoekers naar Griekenland verbiedt, in december 2011 concludeert het Hof van Justitie dat hetzelfde geldt voor artikel 4 van het Handvest van Grondrechten voor de EU. Met deze uitspraken leggen beide hoven belangrijke onvolkomenheden in het gemeenschappelijk Europees Asielstelsel bloot. In deze bijdrage wordt het voor beide arresten relevante recht geschetst, en de wisselwerking geanalyseerd in de jurisprudentie van het Hof van Justitie en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens bij de Europese harmonisatie van het asielrecht.


Prof. mr. H. Battjes
Prof. mr. H. Battjes is hoogleraar Europees asielrecht bij de Faculteit rechtsgeleerdheid aan Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Wezenlijke wijzigingen na Europese aanbesteding

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden aanbestedingsrecht, wezenlijke wijziging, Pressetext, GPA, modernisering aanbestedingsrichtlijnen
Auteurs Prof. mr. J.M. Hebly en Mr. P. Heijnsbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteurs gaan in op het leerstuk van de ‘wezenlijke wijziging’. Wordt een Europees aanbestede overeenkomst wezenlijk gewijzigd, dan is sprake van een nieuwe opdracht die (mogelijk) wederom Europees moet worden aanbesteed. Auteurs behandelen het relevante Europese aanbestedingsrecht met daarbij korte uitstapjes naar internationale regelingen. Vervolgens signaleren zij enkele praktisch relevante punten waarop thans rechtsonzekerheid bestaat; voor die punten worden aanbevelingen gedaan.


Prof. mr. J.M. Hebly
Prof. mr. J.M. Hebly is advocaat bij Houthoff Buruma en tevens hoogleraar Bouw- en aanbestedingsrecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. P. Heijnsbroek
Mr. P. Heijnsbroek is advocaat bij Houthoff Buruma.
Artikel

De Nederlandse pensioensector en de EU: Hannibal aan de poort?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 4 2012
Trefwoorden pensioenfondsen, EU, IORP, Solvency II
Auteurs Mr. dr. H. van Meerten
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage biedt de lezer een actueel inzicht in de complexe wereld van Nederlandse en Europese pensioenfondsen.


Mr. dr. H. van Meerten
Mr. dr. H. van Meerten is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.
Artikel

Tegenstrijdige Europese regelgeving? De verhouding tussen de EEX-verordening en de Richtlijn oneerlijke bedingen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden forumkeuze, EEX-verordening, Richtlijn oneerlijke bedingen, coherentie Europees recht, ambtshalve toetsing
Auteurs Mr. M.W. Knigge
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de verhouding tussen de EEX-verordening en de Richtlijn oneerlijke bedingen. Kan een forumkeuzebeding dat voldoet aan alle vereisten die in de EEX-verordening worden gesteld, toch onverbindend zijn op grond van de Richtlijn oneerlijke bedingen? En is art. 24 EEX-Vo wel verenigbaar met deze richtlijn?


Mr. M.W. Knigge
Mr. M.W. Knigge is universitair docent aan de Universiteit Leiden.

Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is als hoogleraar burgerlijk recht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. S.A. Kruisinga
Mr. S.A. Kruisinga is als universitair hoofddocent handelsrecht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. M.Y. Schaub
Mr. M.Y. Schaub is als universitair docent burgerlijk recht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Gemengde overeenkomsten

De betekenis van art. 6:215 BW in de praktijk: kwalificatie van overeenkomsten

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Gemengde overeenkomsten, Kwalificatie van overeenkomsten, Samenloop, Bijzondere overeenkomsten, Benoemde overeenkomsten
Auteurs Mr. M.E. Hinskens-van Neck en Mr. L.A.R. Siemerink
SamenvattingAuteursinformatie

    In de voorganger van het Maandblad voor Vermogensrecht is geschreven over gemengde overeenkomsten, de samenloop van verschillende door de wet benoemde bijzondere overeenkomsten, waarvoor art. 6:215 BW een grondslag biedt. Deze bijdrage bouwt hierop voort. Daartoe wordt ingegaan op de samenloop van verschillende wetsbepalingen en op de samenloop van overeenkomsten, om daarna in te gaan op de norm van art. 6:215 BW. Vervolgens wordt aan de hand van jurisprudentie de betekenis van art. 6:215 BW in de praktijk besproken.


Mr. M.E. Hinskens-van Neck
Mr. Hinskens-van Neck en mr. Siemering zijn gerechtsauditeurs bij de Hoge Raad der Nederlanden. Deze bijdrage is door hen geschreven op persoonlijke titel.

Mr. L.A.R. Siemerink
Mr. Siemerink is redactielid van MvV.
Artikel

(Fast)food for thoughts: de uitspraak van het Hof van Justitie in de Scarlet/Sabam-zaak

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden handhaving intellectuele eigendom, ISPs, grondrechten, proportionaliteit, E-Commerce Richtlijn
Auteurs Dr. N. Helberger en Mr. drs. J. van Hoboken
SamenvattingAuteursinformatie

    Met Scarlet/Sabam heeft het Hof van Justitie een belangrijke uitspraak gedaan over de juiste balans in de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten op internet en zorgplichten van ISPs. Meer concreet gaat het over het controversiële gebruik van internet monitoring en filters door ISPs voor het verkeer van hun klanten in de ‘strijd tegen piraterij’. De discussie rond de handhaving van auteursrechtschendingen op het internet en de betrokkenheid van ISPs is buitengewoon actueel, ook met het oog op een aantal recente ontwikkelingen in Europa, waaronder de aanvulling van delen uit de E-Commerce Richtlijn. Dit artikel plaatst de uitspraak in zijn grotere politieke context en biedt een aantal kritische reflecties.


Dr. N. Helberger
Dr. N. Helberger is werkzaam bij het Instituut voor Informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam.

Mr. drs. J. van Hoboken
Mr. drs. J. van Hoboken is werkzaam bij het Instituut voor Informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De Anti-Piraterij Verordening: grenzen aan de maatregelen bij de grens

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden intellectuele Eigendom, anti-Piraterij Verordening, ontwikkelingen, recent arrest, commissievoorstel
Auteurs Mr. M.W. Wiegerinck
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van het recente arrest van het Hof van Justitie1x HvJ EU 1 december 2011, gevoegde zaken C-446/09, Koninklijke Philips Electronics N.V./Lucheng Meijing Industrial Company c.s. en C-495/09 Nokia Corporations/Her Majesty’s Commissioners of Revenue and Customs, <B9 10487>. Hierna: ‘arrest in de gevoegde zaken Philips en Nokia’,<B9 10487>. met betrekking tot de vervaardigingsfictie in de Anti-Piraterij Verordening en het voorstel van de Commissie voor een gewijzigde Anti-Piraterij Verordening.2x Europese Commissie, Brussel 24 mei 2011, Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, COM (2011) 285 definitief.
    * Mr. M.W. Wiegerinck
    Met dit arrest komt een einde aan het gebruik van dit slagvaardige instrument in de strijd tegen namaak transitogoederen. Bezien wordt wat de laatste stand van zaken is en of het voorstel een alternatief biedt.

Noten

  • 1 HvJ EU 1 december 2011, gevoegde zaken C-446/09, Koninklijke Philips Electronics N.V./Lucheng Meijing Industrial Company c.s. en C-495/09 Nokia Corporations/Her Majesty’s Commissioners of Revenue and Customs, <B9 10487>. Hierna: ‘arrest in de gevoegde zaken Philips en Nokia’,<B9 10487>.

  • 2 Europese Commissie, Brussel 24 mei 2011, Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, COM (2011) 285 definitief.
    * Mr. M.W. Wiegerinck


Mr. M.W. Wiegerinck
Mr. M.W. Wiegerinck is advocaat te Amsterdam bij Arnold + Siedsma.
Artikel

Naar een uniforme klachtplicht bij consumentencontracten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 5 2011
Trefwoorden klachttermijn, klachtplicht, Art. 6:89 BW, consumentenkoop
Auteurs Prof. mr. R.P.J.L. Tjittes
SamenvattingAuteursinformatie

    Rieme-Jan Tjittes ten slotte, pleit voor het gelijkschakelen van de eisen die het recht stelt aan het tijdig klagen door consumenten. Als gevolg van het implementeren van een Europese richtlijn geldt bij de consumentenkoop voor het op de voet van artikel 7:23 BW gaan lopen van de klachttermijn alleen de eis dat de consument feitelijk weet van het gebrek aan de zaak, niet daarenboven ook nog de (vaak in de tijd daaraan voorafgaande) eis dat de consument het gebrek redelijkerwijs had behoren te ontdekken. Artikel 6:89 BW (de algemene klachtplicht) differentieert echter niet tussen een consument-crediteur en een andere crediteur, zodat voor de consument-crediteur in algemene zin ook gewoon de dubbele eis geldt, terwijl het niet zelden (denk aan financiële dienstverlening) om complexere producten gaat dan bij de doorsnee-koop. Tjittes vindt dit onwenselijk en wil voor consumenten ook bij de algemene klachtplicht uitgaan van (in feite) enkel de eis van feitelijk weten en, Grosheide, heeft hij daarmee misschien niet een punt?


Prof. mr. R.P.J.L. Tjittes
Rieme-Jan Tjittes is advocaat bij BarentsKrans, hoogleraar Privaatrecht VU, raadsheer-plv. Gerechtshof Arnhem en redacteur van dit tijdschrift.
Jurisprudentie

Nawerking van gunstigere cao-bepalingen

HR 8 april 2011, JAR 2011/135 (ABVAKABO/Unieke Kinderopvang BV)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2011
Trefwoorden cao, nawerking, minimum-cao, collectieve actie
Auteurs mr. C.W.G. Rayer
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft in het arrest ABVAKABO/Unieke Kinderopvang geoordeeld dat een nieuwe minimum-cao geen einde maakt aan de nawerking van gunstigere arbeidsvoorwaarden uit de oude cao voor de gebonden werknemer. Het arrest past in de lijn van voorgaande arresten en literatuur waarbij de permanente doorwerking van de cao in de individuele arbeidsovereenkomst is aangenomen. De rechtsregel is ook toepasbaar op de ongebonden werknemer. Tegelijkertijd heeft het arrest een stapeleffect van de gunstigste arbeidsvoorwaarden tot gevolg. Betoogd wordt dat dit was voorkomen wanneer de Hoge Raad eerder tijdelijke nawerking als uitgangspunt had genomen. Nu echter van permanente nawerking wordt uitgegaan, wordt onderzocht welke oplossingen mogelijk zijn.


mr. C.W.G. Rayer
Mw. mr. C.W.G. Rayer is als docent verbonden aan de vakgroep Sociaal recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Grenzen aan het beperken van toegang tot de rechter in milieuzaken volgens het Europese Hof van Justitie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2011
Trefwoorden toegang rechter, relativiteitsvereiste, milieuverenigingen, gemengde verdragen, rechtsbasis
Auteurs Dr. W.Th. Douma
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europese Hof van Justitie legt in twee rechtszaken uit hoe ver EU-lidstaten kunnen gaan in het beperken van de toegang tot de rechter en bestuurlijke procedures in milieuzaken. Duitsland ging te ver door het voor milieubeschermingsorganisaties onmogelijk te maken bezwaar te maken tegen beslissingen onder wetten die algemene belangen (zoals natuurbehoud) aangaan, en niet hun subjectieve rechten. In de Slovaakse zaak werd duidelijk dat nationale rechters nationale procesrechtelijke bezwaar- of beroepsvoorwaarden moeten uitleggen in overeenstemming met artikel 9 lid 3 Verdrag van Aarhus en de EU-verplichting om effectieve rechterlijke bescherming van door het EU-recht verleende rechten te verzekeren.


Dr. W.Th. Douma
Dr. Wybe Th. Douma is senior onderzoeker Europees Recht en Internationaal Handelsrecht, T.M.C. Asser Instituut, Den Haag.
Artikel

Regres in internationaal verband

Een bespreking van het leerstuk van regres in het internationale privaatrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2011
Trefwoorden regres, subrogatie, internationaal privaatrecht, Tijdelijke Regeling Verhaalsrechten
Auteurs Mevrouw mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
SamenvattingAuteursinformatie

    Als zich in een regressituatie internationale aanknopingspunten voordoen, rijzen vragen omtrent internationale rechtsmacht en toepasselijk recht. Aan de hand van enkele praktijkvoorbeelden worden in deze bijdrage de op subrogatie en wettelijk verhaal van toepassing zijnde regels van internationaal privaatrecht besproken. Het antwoord de vraag welk recht van toepassing is verschilt per deelaspect van de regressituatie. De rechtsgeldigheid van subrogatie wordt bijvoorbeeld beheerst door het recht op de verzekeringsovereenkomst van toepassing is, maar de omvang van de schade wordt bepaald door het recht dat op de onrechtmatige daad van toepassing is. Oplettendheid is dus geboden.


Mevrouw mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
Mevrouw mr. F.M. Ruitenbeek-Bart is cassatieadvocaat en tevens medewerkster van het Bureau Kennis & Innovatie bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.

    This contribution examines how the Directive 2008/52/EC of the European Parliament and of the Council of 21 May 2008 on certain aspects of mediation in civil and commercial matters is transposed in various member states of the European Union, or how the discussion about the transposition is conducted or is still ongoing in some countries. The following seven countries are examined: Belgium, the Netherlands, Luxemburg, England, France, Germany and Austria.


Herman Verbist
Prof. dr. mr. Herman Verbist is gastprofessor aan de Universiteit Gent, advocaat bij de balies te Gent en te Brussel, voormalig adviseur bij het Internationaal Hof van Arbitrage van de ICC, erkend bemiddelaar en voormalig plaatsvervangend lid van de Bijzondere Commissie voor Burgerlijke en Handelszaken van de Federale Bemiddelingscommissie in België.

Wouter Devroe
Wouter Devroe is gewoon hoogleraar en vice-decaan aan de rechtsfaculteit van de K.U. Leuven en tevens hoogleraar Competition Law aan de Universiteit Maastricht en advocaat, balie van Brussel. Voorheen onder meer referendaris bij het Hof van Justitie en lid van de Belgische mededingingsautoriteit (Raad voor de Mededinging). In 1999 preadviseur voor VVSRBN Sectie Publiekrecht met A. Alen (‘Verzelfstandiging van bestuurstaken in België’, Deventer: Tjeenk Willink).

Jules Stuyck
Jules Stuyck is buitengewoon hoogleraar aan de rechtsfaculteit van de K.U. Leuven en tevens buitengewoon hoogleraar aan de R.U. Nijmegen. Daarnaast is hij visiting professor European Competition Law aan de Central European University (Boedapest). Professeur invité, Université Panthéon-Assas-Paris 2. Adocaat, balie van Brussel.

Arthur Hartkamp
A.S. Hartkamp is hoogleraar Europees privaatrecht, Radboud Universiteit; voormalig procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Jurisprudentie

Het arrest Vicoplus

Bij grensoverschrijdende uitzendarbeid is zowel het vrij verkeer van werknemers als het vrij verkeer van diensten van toepassing

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden vrij verrichten van diensten, richtlijn 96/71/EG, vrij verkeer van werknemers, toetredingsakte van 2003, overgangsmaatregelen
Auteurs Prof. mr. M.S. Houwerzijl
SamenvattingAuteursinformatie

    Poolse werknemers konden tot 1 mei 2007 in Nederland geen rechten tot verplaatsing ontlenen aan het vrij verkeer van werknemers. Maar niet alle werknemersmobiliteit vanuit Polen was onvrij. Detachering van werknemers om een dienst te verrichten in een andere lidstaat maakt deel uit van het vrij verkeer van diensten en leek dus wel onbelemmerd mogelijk. Nederland paste zijn overgangsregime echter ook toe op gedetacheerde Poolse uitzendkrachten. De vraag was of dit in strijd is met het vrij verkeer van diensten. In zijn arrest Vicoplus bepaalt het Hof van Justitie dat de Nederlandse regeling door de Europese beugel kan. Hiermee is aan de omzeiling van het overgangsregime door detacheringconstructies een halt toegeroepen.


Prof. mr. M.S. Houwerzijl
Prof. mr. M.S. Houwerzijl is als UHD verbonden aan de vaksectie sociaal recht, Radboud Universiteit Nijmegen en als hoogleraar Europees en rechtsvergelijkend arbeidsrecht werkzaam aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Toont 121 - 140 van 196 gevonden teksten
1 2 3 4 5 7 9 10
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.