Zoekresultaat: 409 artikelen

x
Jurisprudentie

Btw-fraude; verhouding EU-recht en nationale verjaringsregels; worsteling van het Hof met fundamentele mensenrechten

Noot bij HvJ 8 september 2015, ECLI:EU: 2015:555 (Tarrico e.a., prejudiciële beslissing)

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2018
Trefwoorden strafrecht, EU-financiën, Verjaring, Grondrechten, Verhouding nationaal recht - EU-recht
Auteurs Prof. dr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    Het HvJEU stelt voorop dat handhaving van normen ter bescherming van de financiën van de EU strafrechtelijk kan plaatsvinden met voorbijgaan aan de verjaringsregelingen van de desbetreffende staat, maar met inachtneming van grondrechten van de betrokkenen. Vervolg en uitwerking van deze beslissing in HvJEU 5 december 2017.


Prof. dr. R.C.P. Haentjens
Prof. dr. R.C.P. Haentjens is bijzonder hoogleraar financieel strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam.

    In de zaak Austria Asphalt heeft het Hof van Justitie voor wat betreft de toepassing van de EU-Concentratieverordening bepaald dat bij een wijziging van uitsluitende naar gedeelde zeggenschap over een bestaande onderneming pas sprake is van een concentratie indien de gemeenschappelijke onderneming die uit een dergelijke transactie voortkomt duurzaam alle functies van een zelfstandige economische eenheid vervult.
    HvJ 7 september 2017, zaak C-248/16, Austria Asphalt GmbH/Bundeskartellanwalt, ECLI:EU:C:2017:643


Mr. dr. J.C.A. Houdijk
Mr. dr. J.C.A. (Joost) Houdijk is advocaat bij AKD te Brussel.

Mr. R.M.T.M. Jaspers
Mr. R.M.T.M. (Robbert) Jaspers is advocaat bij AKD te Brussel.
Artikel

Welk vertrouwen mogen clementieverzoekers hebben omtrent vertrouwelijk blijven van aangeleverde informatie?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2017
Trefwoorden clementieverklaring, geheimhoudingsplicht, mandaat raadadviseur-auditeur, publicatie inbreukbeschikking, Artikel 101 VWEU
Auteurs Mr. O.W. Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    In de onderhavige zaak breidt het Hof van Justitie de bevoegdheden van de raadadviseur-auditeur uit en wordt voor het eerst onderscheid gemaakt tussen publicatie van letterlijke citaten uit informatie verstrekt in het kader van de clementieregeling en publicatie van letterlijke citaten uit de clementieverklaring zelf. De relevantie van het arrest ligt met name in de (mate van) rechtvaardige verwachtingen die clementieverzoekers mogen hebben omtrent de eerbiediging van vertrouwelijkheid van informatie die zij aan de Commissie verschaffen. Dit is van groot belang voor een effectieve werking van de clementieregeling. Het arrest is ook van belang in de context van civiele schadeclaimprocedures. Private partijen die schade willen claimen, wensen zo veel mogelijk toegang tot informatie over de inbreuk.
    HvJ 14 maart 2017, zaak C-162/15 P, Evonik Degussa/Commissie, ECLI:EU:C:2017:205


Mr. O.W. Brouwer
Mr. O.W. (Onno) Brouwer is partner bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.
Jurisprudentie

Gedomineerde en aanpalende markten – enkele opmerkingen bij NS Limburg

Besluit ACM d.d. 22 mei 2017, artikel 24 Mw en artikel 102 VWEU (Aanbesteding Concessie Limburg)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5-6 2017
Trefwoorden misbruik van machtspositie, misbruik op aanpalende markten, roofprijzen, competition on the merits, stelsel van gedragingen als misbruik
Auteurs Paul Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    Was het misbruikverbod in de Nederlandse mededingingspraktijk lange tijd een rustig, zo niet wat ingeslapen bezit, met het zeer uitvoerige boetebesluit waarmee de ACM de gang van zaken rond de aanbesteding in 2014 van de OV-concessie Limburg afstraft, is aan die rust voorlopig een einde gekomen. Voor mededingingsjuristen biedt de ACM stof tot nadenken met een op onderdelen innovatieve aanpak, die echter de analyse van de effecten van het gestelde misbruik stiefmoederlijk bedeelt.


Paul Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat te Amsterdam (Visser Schaap & Kreijger).
Jurisprudentie

De bagatelbepaling van artikel 7 lid 2 Mw verplicht de ACM tot marktonderzoek

Rechtbank Rotterdam 13 oktober 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:7664

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2017
Trefwoorden bagatelbepaling, taxionderneming, ACM, merkbaarheidsvereiste, strekkingsbeding
Auteurs Frank Cornelissen en Sjaak van der Heul
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 13 oktober 2016 heeft de Rechtbank Rotterdam de boetebesluiten vernietigd die de ACM had gericht tegen twee taxiondernemingen (en hun feitelijk leidinggevenden) die actief waren op het gebied van contractueel taxivervoer. Volgens de ACM hadden de taxiondernemingen zich schuldig gemaakt aan verboden afstemmingen van hun inschrijvingen voor contractueel taxivervoer in de regio Rotterdam. Hoewel de Rechtbank Rotterdam het oordeel van de ACM deelt dat de taxiondernemingen partij waren bij overeenkomsten met mededingingsbeperkende strekking, had de ACM niet bewezen dat het marktaandeel van betrokken partijen groter was dan de bagateldrempel van artikel 7 lid 2 Mededingingswet (Mw). De uitspraak roept diverse vragen op. De auteurs gaan achtereenvolgens in op de zelfstandige rol van het merkbaarheidsvereiste in geval van een strekkingsbeding, op de rol van de bagatelbepaling en op de marktafbakening bij aanbestedingsprocedures.


Frank Cornelissen
Mr. drs. F.J.J. Cornelissen is advocaat bij Dirkzwager advocaten & notarissen N.V.

Sjaak van der Heul
Mr. S. van der Heul is advocaat bij Dirkzwager advocaten & notarissen N.V.
Artikel

Access_open Enkele opmerkingen over de invoering van de Curaçaose Landsverordening inzake Concurrentie en de instelling van een Curaçaose mededingingsautoriteit

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Curaçaose Landsverordening inzake Concurrentie, Curaçaose mededingingsautoriteit, Fair Trade Authority Curaçao (FTAC)
Auteurs Sjoerd Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage beoogt een introductie te geven van het Curaçaose mededingingsrecht. In deze bijdrage zal achtereenvolgens worden stilgestaan bij (1) de achtergronden voor invoering van genoemde Landsverordening op Curaçao en de vraag in hoeverre kleinere jurisdicties als die van Curaçao (überhaupt) regels nodig hebben die de economische mededinging reguleren en aan banden leggen, (2) de belangrijkste verschillen en overeenkomsten tussen de Landsverordening Concurrentie en de Nederlandse Mededingingswet (Mw) en (3) de vraag hoe de publiek- en privaatrechtelijke handhaving van de nieuwe Landsverordening eruit zal (kunnen gaan) zien.


Sjoerd Bakker
Mr. dr. P.S. Bakker is werkzaam bij Spigt Dutch Caribbean en tevens verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam. De auteur dankt mr. S. Tuinenga en prof. mr. L.J.J. Rogier voor hun advies en commentaar op een eerdere versie van dit artikel. Dit artikel zal, in iets gewijzigde vorm, binnenkort eveneens worden geplaatst in Caribisch Juristenblad.
Artikel

Eerste uitspraak over de rolverdeling tussen de Europese Centrale Bank en nationale toezichthouders binnen het Single Supervisory Mechanism

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2017
Trefwoorden SSM-bankentoezicht, prudentieel toezicht, Europese Centrale Bank, nationale toezichthouders, Administrative Board of Review (ABoR)
Auteurs Mr. A.W.M. van Toor
SamenvattingAuteursinformatie

    Het eerste arrest over de rolverdeling tussen de Europese Centrale Bank (ECB) en de nationale toezichthouders binnen het Single Supervisory Mechanism (SSM) is van principiële aard. Het Gerecht oordeelt dat het SSM-bankentoezicht een exclusieve bevoegdheid van de ECB is en dat de nationale toezichthouders deze taak ten aanzien van niet-significante banken decentraal uitoefenen. Hoewel dit oordeel voor de hand lag, doet het vragen rijzen over de uitoefening van nationale bevoegdheden door de ECB en over de ministeriële verantwoordelijkheid voor het SSM-toezicht van de nationale toezichthouder. Verder verduidelijkt het arrest de betekenis van de adviezen van de Administrative Board of Review (ABoR) voor de motivering van ECB-toezichtbesluiten.
    Gerecht 16 mei 2017, zaak T-122/15, Landeskreditbank Baden-Württemberg/ECB (L-Bank), ECLI:EU:T:2017:337


Mr. A.W.M. van Toor
Mr. A.W.M. (Anne) van Toor is jurist bij De Nederlandsche Bank N.V. Zij schrijft dit artikel op persoonlijke titel.
Artikel

Staatssteun en economische activiteiten van de kerk

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2017
Trefwoorden staatssteun, onderneming, status kerk, economische activiteit, loyaliteitsverplichting
Auteurs Mr. drs. M.A. Fierstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In een arrest gewezen naar aanleiding van een Spaanse vrijstelling van de Katholieke Kerk van belastingen heeft de Grote kamer van het Hof van Justitie een interessant oordeel gegeven over de toepasselijkheid van het recht van de Unie op activiteiten van kerken. Het arrest bevat fundamentele overwegingen over de kwalificatie van een entiteit als onderneming en gaat in op de vraag wanneer activiteiten economische activiteiten zijn. Voorts komt het onderscheid tussen bestaande en nieuwe steunmaatregelen aan de orde. Bijkomend gaat het Hof van Justitie in op de betekenis voor de nationale rechter van het beginsel van loyale samenwerking.
    HvJ (Grote kamer) 27 juni 2017, zaak C-74/16, Congregación de Escuelas Pías Provincia Betania/Ayuntamiento de Getafe, ECLI:EU:C:2017:496


Mr. drs. M.A. Fierstra
Mr. drs. M.A. (Marc) Fierstra is raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden en redactielid van NtEr.
Artikel

Kartels ontsluierd: heimelijkheid, vertrouwen en sociale inbedding

Hoe kartels erin slagen verborgen te blijven

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2017
Trefwoorden social embeddedness of crime, corporate crime, white-collar crime, illegal networks, business cartels
Auteurs Jelle David Jaspers MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article notions from literature on covert and illegal networks are applied to business cartels. Comparable to most criminal networks, cartel participants need to communicate in order to coordinate their activities, whilst under the risk of getting caught. Previous studies however show cartels can remain hidden from outsiders for long periods of time. Based on an analysis of fourteen Dutch cartel cases, this article addresses the question how cartels can remain hidden from outsiders for long periods of time. The analysis shows cartel participants communicate predominantly centralized and frequent. Moreover, the results show that not concealment but social embeddedness provides a strong explanation for the longevity of secrecy regarding cartels.


Jelle David Jaspers MSc
J.D. Jaspers, MSc is promovendus bij de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Enkele opmerkingen over de invoering van de Curaçaose Landsverordening inzake concurrentie en de instelling van een Curaçaose mededingingsautoriteit

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2017
Trefwoorden mededingingsrecht, mededingingsautoriteit, Landsverordening Concurrentie, Fair Trade Authority Curaçao, handhaving
Auteurs Mr. dr. P.S. Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat het Curaçaose mededingingsrecht centraal. Er zal worden stilgestaan bij (i) de achtergronden voor invoering van de Landsverordening Concurrentie op Curaçao en de vraag in hoeverre kleinere jurisdicties als die van Curaçao (überhaupt) regels nodig hebben die de economische mededinging reguleren en aan banden leggen, (ii) de belangrijkste verschillen en overeenkomsten tussen de Landsverordening Concurrentie en de Nederlandse Mededingingswet en (iii) de vraag hoe de publiek- en privaatrechtelijke handhaving van de nieuwe landsverordening eruit zal (kunnen gaan) zien.


Mr. dr. P.S. Bakker
Mr. dr. P.S. Bakker is werkzaam bij Spigt Dutch Caribbean en tevens verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. De auteur dankt mr. S. Tuinenga en prof. mr. L.J.J. Rogier voor hun advies en commentaar op een eerdere versie van dit artikel. Dit artikel is, in iets gewijzigde vorm, eerder verschenen in het tijdschrift Markt & Mededinging (M&M 2017, afl. 4).
Jurisprudentie

Vrijheid van religie op de werkplaats en het Hof van Justitie: terug naar cuius regio, illius religio?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Discriminatie, Vrijheid van religie, Hoofddoek, Richtlijn 2000/78/EU, Religie of overtuiging
Auteurs Prof. dr. Filip Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden twee mijlpaalarresten de dato 14 maart 2017 van het Hof van Justitie die betrekking hebben op discriminatie op basis van religie kritisch geanalyseerd. In beide gevallen gaf het dragen van een hoofddoek aanleiding tot het ontslag van een werkneemster. De auteur stelt dat het ontslag van een werkneemster wegens het dragen van een hoofddoek op basis van een algemene regel die uitingen van religieuze, politieke en filosofische overtuigingen verbiedt wel degelijk een directe vorm van discriminatie betreft. Hij betwist dat een beleid van neutraliteit in de onderneming een afdoende legitieme doelstelling vormt die indirecte discriminatie zou rechtvaardigen. De grondslag voor een dergelijke benadering, de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie opgenomen vrijheid van ondernemerschap, is niet dienstig om een richtlijn die het burgerschap binnen de Europese Unie beschermt, beperkend te interpreteren. Hij bepleit dat rechtvaardigingsgronden voor discriminatie op basis van religie voorzienbaar en kenbaar moeten zijn. Tot slot wordt het gebruik van de redelijke aanpassingen door het Hof van Justitie beschouwd. De auteur meent dat de analyse van het Hof op gespannen voet staat met de rechtspraak van het Hof voor de Rechten van de Mens en een risico in zich draagt van ‘harassment’ van werknemers die naar een plek in ‘backoffice’ worden verbannen.


Prof. dr. Filip Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Université Catholique de Louvain en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

De jurisdictie van het Hof van Justitie op het terrein van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2017
Trefwoorden Hof van Justitie, Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid, Politieke en niet-Politieke Besluiten, Beperkende Maatregelen, Prejudiciële Procedure
Auteurs Mr. A.P. van der Mei
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaken H en Rosneft werd het Hof van Justitie in de gelegenheid gesteld de eigen rechtsmacht op het terrein van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) te verduidelijken. Meer specifiek, het Hof van Justitie werd gevraagd vast te stellen (1) of het bepaalde ‘niet-politieke’ GBVB-besluiten ongeldig kan verklaren (art. 263 VWEU) en (2) of het zich ook in prejudiciële procedures (art. 267 VWEU) kan uitspreken over de geldigheid van GBVB-besluiten die strekken tot het opleggen van sancties aan natuurlijke of rechtspersonen. De arresten maken duidelijk dat de rechtsmacht van het Hof van Justitie ruimer is dan de tekst van de relevante Verdragsbepalingen suggereert.
    HvJ 19 juli 2016, zaak C-455/14 P, H/Raad van de Europese Unie, Europese Commissie en Politiemissie van de Europese Unie (EUPM) in Bosnië-Herzegovina, ECLI:EU:C:2016:569 en HvJ 28 maart 2017, zaak C-72/15, PJSC Rosneft Oil Company, voorheen Rosneft Oil Company OJSC/Her Majesty’s Treasury, Secretary of State for Business, Innovation and Skills, The Financial Conduct Authority, ECLI:EU:C:2017:236


Mr. A.P. van der Mei
Mr. A.P. (Anne Pieter) van der Mei is als universitair hoofddocent verbonden aan het Maastricht Center for European law (MCEL), Universiteit Maastricht.
Artikel

Handhaving van de Algemene Verordening Gegevensbescherming vanuit Nederlands perspectief

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2017
Trefwoorden gegevensbescherming, Algemene Verordening Gegevensbescherming, Autoriteit Persoonsgegevens, handhaving, boetes
Auteurs Mr. E. Oude Elferink en Mr. J.G. Reus
SamenvattingAuteursinformatie

    De Algemene Verordening Gegevensbescherming zal op 25 mei 2018 van toepassing worden. Ten aanzien van de handhaving van regels op het vlak van gegevensbescherming gaat dat grote veranderingen teweegbrengen. In dit artikel wordt een toekomstbeeld geschetst.
    Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), PbEU 2016, L 119/1


Mr. E. Oude Elferink
Mr. E. (Edmon) Oude Elferink is advocaat bij CMS in Brussel.

Mr. J.G. Reus
Mr. J.G. (Jurre) Reus is advocaat in Amsterdam.
Artikel

De strekkingsbeperking binnen het Europese mededingingsrecht: het EVA-Hof puzzelt mee

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2017
Trefwoorden mededingingsrecht, doelbeperking, Hof van de Europese Vrijhandelsassociatie, strekkingsbeperking, rechtspraak
Auteurs Mr. J. Mulder
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze uitspraak van het Hof van de Europese Vrijhandelsassociatie gaat in op een langslepende discussie omtrent de invulling van het onderzoek dat vereist is om te kunnen concluderen dat sprake is van een mededingingsrechtelijke strekkingsbeperking. Lange tijd was sprake van onduidelijkheid omtrent de exacte rol van de mededingingsbeperkende gevolgen binnen dit onderzoek. In de Cartes Bancaires-uitspraak heeft het Hof van Justitie besloten dat voor strekkingsbeperkingen geen enkel onderzoek is vereist naar de concrete gevolgen mits de overeenkomst behoort tot een categorie gedragingen waarvan de ervaring leert dat zij in voldoende mate de mededinging nadelig kunnen beïnvloeden. Daarnaast moet worden vastgesteld dat een overeenkomst in het licht van de economische en juridische context in staat is de mededinging te beperken. Het Hof van de Europese Vrijhandelsassociatie volgt deze benadering op een zeer heldere en systematische wijze. Na lezing van de uitspraak rijst echter de vraag: ontaardt een beoordeling van de economische en juridische context in bepaalde marktsituaties niet toch in een beoordeling van de gevolgen van een overeenkomst?
    EVA-Hof 22 december 2016, zaak E-03/16, Ski Taxi, Follo Taxi/Noorwegen


Mr. J. Mulder
Mr. J. (Jotte) Mulder is universitair docent aan de Universiteit Utrecht binnen de afdeling economisch publiekrecht van het Europa Instituut.
Artikel

Eindrapport E-Commerce Sector Inquiry: extra aandacht voor geoblocking en verticale prijsbinding

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2017
Trefwoorden E-commerce, Sector inquiry, Verticale prijsbinding, Geoblocking, Mededinging
Auteurs Mr. drs. D.P. Kuipers en Mr. G.P. Sholeh
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 10 mei 2017 heeft de Europese Commissie als onderdeel van haar Digital Single Market-strategie een eindrapport gepubliceerd waarin de conclusies van haar e-commerce sector inquiry zijn opgenomen. Dit eindrapport brengt handelspraktijken aan het licht die tot een beperking van de concurrentie zouden kunnen leiden op (digitale) e-commerce markten. In dit artikel bespreken wij onder andere de belangrijkste en interessantste bevindingen uit het eindrapport. Daarnaast bespreken we de beleidsconclusies van de Europese Commissie, en recente en nieuwe (inbreuk)zaken op het gebied van e-commerce. Wij sluiten af met enkele opmerkingen over de (mogelijke) betekenis van het eindrapport voor de (Nederlandse) rechtspraktijk.
    European Commission, Final Report on the E-Commerce Sector Inquiry, Commission staff working document, 10 mei 2017, SWD(2017) 154 final


Mr. drs. D.P. Kuipers
Mr. drs. D.P. (Pauline) Kuipers en mr. G.P. (Peyma) Sholeh zijn beiden advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Mr. G.P. Sholeh

    In dit artikel wordt aandacht besteed aan de Groepsvrijstellingsverordening verzekeringen die op 31 maart 2017 is vervallen. De vraag die zal worden beantwoord, is wat de gevolgen van het verval van de Groepsvrijstellingsverordening zijn voor de toepassing van het mededingingsrecht in de verzekeringssector. Hoewel de keuze van de Europese Commissie gerechtvaardigd lijkt te zijn, resteren nog wel enkele onduidelijkheden, bijvoorbeeld met betrekking tot de opkomst van (samenwerking bij) big data en de afbakening van de relevante markt.


Gerard Baak
Mr. drs. G.T. Baak is als promovendus werkzaam bij de sectie Handels- Ondernemings & Financieel recht van de Erasmus School of Law. Zijn promotieonderzoek gaat over het onderwerp mededinging en verzekering.
Column

De kaunterfèktual

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2017
Auteurs Winfred Knibbeler
Auteursinformatie

Winfred Knibbeler
Mr. W. Knibbeler is advocaat te Amsterdam bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.
Artikel

Vennootschappen uit het Verenigd Koninkrijk in Nederland na de brexit: gaan zij terug naar het verdomhoekje?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2017
Trefwoorden Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen, Verenigd Koninkrijk, brexit, buitenlandse rechtspersonen, incorporatiestelsel
Auteurs Mr. B. Kemp
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de gevolgen van een harde brexit voor de vrije vestiging van vennootschappen uit het Verenigd Koninkrijk in Nederland. Daarbij wordt onder meer ingegaan op de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen. Dit wordt ook beschouwd vanuit het perspectief van regulatory competition tussen landen.


Mr. B. Kemp
Mr. B. Kemp is advocaat en als universitair docent verbonden aan het Institute for Corporate Law, Governance and Innovation Policies (ICGI) van Maastricht University.
Artikel

De spannende kennismaking tussen staatssteun en voetbal onderzocht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden staatssteun, voetbalclubs, ondernemingsbegrip, marktconformiteit, richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun
Auteurs Mr. A.A. Khatib
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2013 begon de Europese Commissie een onderzoek naar staatssteun aan verschillende voetbalclubs in Nederland en Spanje. Dit onderzoek is op 4 juli 2016 tot een einde gekomen. De Europese Commissie oordeelt dat de steunmaatregelen ten gunste van de Nederlandse voetbalclubs geen of verenigbare staatssteun behelzen. De Spaanse voetbalclubs moeten echter substantiële bedragen terugbetalen omdat de Europese Commissie concludeert dat zij onverenigbare staatssteun hebben ontvangen.

    • Europese Commissie 4 juli 2016, SA.40168 (Willem II), SA.41612 (MVV), SA.41614 (Den Bosch), SA.41617 (NEC) en SA.41613 (PSV)

    • Europese Commissie 4 juli 2016, SA.29769 (Real Madrid CF, FC Barcelona, Athletic Club Bilbao, Atlético Osasuna), SA.33754 (Real Madrid) en SA.36387 (Valencia, Hercules en Elche).


Mr. A.A. Khatib
Mr. A.A. (Ali) al Khatib is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Praktijk

Kroniek civiele rechtspraak mededingingsrecht 2016

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2017
Auteurs Marieke Bredenoord-Spoek en Stijn de Jong
Auteursinformatie

Marieke Bredenoord-Spoek
Mr. M.G. Bredenoord-Spoek is werkzaam als advocaat bij Stibbe.

Stijn de Jong
Mr. S. de Jong is werkzaam als advocaat bij Stibbe.
Toont 121 - 140 van 409 gevonden teksten
1 2 3 4 5 7 9 10 11 20 21
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.