Zoekresultaat: 202 artikelen

x
Artikel

De wet tot implementatie van de FZO-wijzigingsrichtlijn (2009/44/EG): zekerheid over zekerheid?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden financiëlezekerheidsovereenkomst, 2002/47/EG, kredietvordering, 2009/44/EG
Auteurs Mr. P. Heemskerk
SamenvattingAuteursinformatie

    De wet tot implementatie van Richtlijn 2009/44/EG (waarbij Richtlijn 2002/47/EG is gewijzigd) maakt mogelijk dat naast geld en effecten ook zogeheten ‘kredietvorderingen’ kunnen worden verschaft als zekerheid onder een financiëlezekerheidsovereenkomst. In de bijdrage wordt de implementatiewet besproken. Niet zelden lijkt de implementatiewet, die raakt aan de fundamenten van het Nederlandse goederenrecht, niet helemaal doordacht.


Mr. P. Heemskerk
Mr. P. Heemskerk is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Access_open Waarom vergeven wij onze schuldenaren?

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 1 2011
Trefwoorden insolventierecht, verbintenissenrecht, natuurlijke verbintenis, bescherming economisch zwakkeren, schuldsanering natuurlijke personen
Auteurs Prof. mr. B. Wessels
SamenvattingAuteursinformatie

    Na het succesvol doorlopen van de wettelijke regeling van de schuldsanering worden opeisbare schulden in niet-afdwingbare verbintenissen omgezet. Een korte speurtocht naar het daarachter schuilgaande (rechts)beginsel.


Prof. mr. B. Wessels
Prof. mr. B. Wessels is hoogleraar internationaal insolventierecht aan de Universiteit Leiden en redacteur van VrA. bwessels@bobwessels.nl
Artikel

Corporate governance op de grens van een nieuw decennium

Verhoudingen tussen bestuur, commissarissen en aandeelhouders van de beursvennootschap

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2011
Trefwoorden corporate governance, wetsvoorstel corporate governance, rapport commissie-De Wit, ASMI-beschikking, Corporate Governance Code, Code 2009, Code Banken
Auteurs Mr. J.J. Prinsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Corporate governance gaat over het functioneren van de raad van bestuur, de raad van commissarissen en de algemene vergadering van aandeelhouders. Het functioneren (of disfunctioneren) van die organen bij beursvennootschappen staat volop in de belangstelling, mede door de financiële crisis. Na een inleiding over de stand van zaken doet deze bijdrage verslag van: het wetsvoorstel corporate governance, het rapport van de commissie-De Wit, de enquêtebeschikking van de Hoge Raad inzake ASMI, de Corporate Governance Code 2009 en het rapport van de Monitoring Commissie over de naleving ervan, en de Code Banken en de Voorrapportage van de Monitoring Commissie Code Banken. De bijdrage wordt afgesloten met enkele slotopmerkingen, waarin een aantal tendensen wordt waargenomen dat in de eerstkomende tijd relevant zal zijn voor de ontwikkeling van corporate governance voor beursvennootschappen.


Mr. J.J. Prinsen
Mr. J.J. Prinsen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Nieuwe vereisten aan securitisatietransacties in de Regeling securitisaties Wft 2010

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 3 2011
Trefwoorden financiële ondernemingen, securitisaties, Wet op het financieel toezicht, Besluit prudentiële regels Wft
Auteurs Mr. R.J.W. Analbers
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de nieuwe vereisten die door de Regeling securitisaties Wft 2010 worden gesteld aan financiële ondernemingen die betrokken zijn bij een securitisatietransactie.


Mr. R.J.W. Analbers
Mr. R.J.W. Analbers is advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.
Artikel

De gevolgen van de AIFM Richtlijn voor de Nederlandse private equity-industrie

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 3 2011
Trefwoorden AIFM Richtlijn, alternatieve beleggingsfondsen, private equity-fondsen, beheerders
Auteurs Mr. J. Kerkvliet
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de gevolgen van de AIFM Richtlijn voor de Nederlandse private equity-industrie. Deze richtlijn beoogt een geharmoniseerd regelgevings- en toezichtkader voor beheerders van alternatieve beleggingsfondsen tot stand te brengen en moet begin 2013 in de Nederlandse wetgeving zijn geïmplementeerd.


Mr. J. Kerkvliet
Mr. J. Kerkvliet is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Het spanningsveld tussen een integere bancaire sector en laagdrempelige toegang tot het betalingsverkeer

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Wft, integriteit, banken, opzeggingsbevoegdheid, duurovereenkomsten
Auteurs Mr. J.W. Achterberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Van banken wordt (op grond van publiekrechtelijke financiële wetgeving) verwacht dat zij het vertrouwen in de bancaire sector waarborgen, door potentiële cliënten te screenen en bestaande cliënten te monitoren (en in bepaalde gevallen de relatie te beëindigen). Aan de andere kant is het besef doorgedrongen dat de beschikking over een bankrekening onontbeerlijk is en worden banken door rechters verplicht bancaire relaties met door hen ongewenste typen cliënten in stand te houden. Dit brengt banken in een lastig parket. Hoe moeten banken hun bevoegdheid tot opzegging toepassen en welke rechterlijke toets is hierop van toepassing?


Mr. J.W. Achterberg
Mr. J.W. Achterberg is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam (Afdeling Banking & Finance).
Artikel

Het partnerpensioen als verzorgingsinstrument na overlijden; een aantal pijnpunten

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden overlijden, verzorging, langstlevende, partnerpensioen, pijnpunten
Auteurs Mr. F.M.H. Hoens
SamenvattingAuteursinformatie

    Het partnerpensioen is een belangrijk instrument om na overlijden te voorzien in de verzorging van de langstlevende partner. Veel pensioendeelnemers realiseren zich niet, dan wel onvoldoende, dat het verzorgingsniveau van het partnerpensioen minder goed kan blijken te zijn dan algemeen wel wordt aangenomen. Ter onderbouwing van deze stelling worden de volgende potentiële pijnpunten besproken: wie is de pensioenpartner, de invloed van een scheiding, het ontbreken van een pensioenplicht, de hoogte van het partnerpensioen, het op risicobasis gefinancierd partnerpensioen, de door sommige pensioenfondsen gehanteerde leeftijdskorting en de duur van de pensioenuitkering.


Mr. F.M.H. Hoens
Mr. F.M.H. (Frank) Hoens is docent, auteur en estate planner te Nijmegen (hoens@hetnet.nl).
Artikel

Ontslagrecht in het Koninkrijk der Nederlanden (2)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden ontslagrecht, concordantiebeginsel, Antillen, Aruba, arbeidsrecht, Koninkrijk der Nederlanden, doorwerking, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Auteurs Mr. F.M. Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens artikel 39 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden zijn de wetgevers van de verschillende Koninkrijkslanden verplicht een aantal belangrijke rechtsgebieden ‘zoveel mogelijk’ op overeenkomstige wijze te regelen. In een tweetal artikelen onderzoekt de auteur in hoeverre zij met betrekking tot het ontslagrecht aan deze zogenoemde concordantieverplichting voldoen. Volgens de auteur houdt artikel 39 Statuut namelijk in dat een verschil in wetgeving tussen de drie Koninkrijkslanden slechts geoorloofd is indien daar een behoorlijke rechtvaardigingsgrond voor kan worden aangewezen. In dit tweede deel ligt de focus allereerst op gevolgen van de recente staatkundige hervormingen binnen het Koninkrijk voor het vigerende ontslagrecht. Conclusie hiervan is dat de materiële gevolgen voor het ontslagrecht zeer beperkt zijn. Met dit als uitgangspunt worden vervolgens de opzegbepalingen uit het BW, de rechterlijke ontbinding en het einde van rechtswege in de verschillende koninkrijkslanden met elkaar vergeleken. Uit deze vergelijking blijkt dat er tussen de verschillende landen een hoop ongerechtvaardigde verschillen bestaan. Deze verschillen lijken zich evenwel voornamelijk voor te doen op technisch-juridische gebieden. Bij het uitvaardigen van nieuwe wetgeving houden de wetgevers dus onvoldoende rekening met het concordantiebeginsel. De rechters uit het Koninkrijk kan men in dezen daarentegen weinig kwalijk nemen. Daar waar hun een zekere beoordelingsruimte wordt gelaten, bestaat er immers een grote mate aan concordantie. Door middel van concorderende interpretatie worden de open normen in de verschillende landen namelijk op dezelfde wijze ingevuld. Hierbij moet er echter wel voor worden gewaakt dat er een te grote mate van concordantie wordt bereikt. De rechter mag de verschillen in cultuur en gewoontes tussen de Koninkrijkslanden niet uit het oog verliezen.


Mr. F.M. Dekker
Mr. F.M. Dekker is externe promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en advocaat(-stagiair) bij BarentsKrans N.V. te Den Haag.
Artikel

Multilaterale handelsfaciliteiten en dark pools

Is MiFID na drie jaar al aan herziening toe?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2010
Trefwoorden MiFID, MTF, multilaterale handelsfaciliteit, multilateraal handelsplatform
Auteurs Mw. Mr. S. Rosmalen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de multilaterale handelsfaciliteit centraal. De bijdrage beoogt een globaal overzicht te geven van de regelgeving die van toepassing is op dit handelsplatform dat beter bekend is als MTF. Er wordt aansluiting gezocht bij de herziening van MiFID en bekeken wordt of MiFID na drie jaar de door haar beoogde concurrentieverhoging ten aanzien van handelsplatformen heeft weten te volbrengen. Besproken wordt de definitie van het begrip MTF en de belangrijkste elementen van het op een MTF van toepassing zijnde regelgevend kader. Tevens wordt stilgestaan bij de verschillen die er zijn tussen een gereglementeerde markt en een MTF. Ook wordt nader ingegaan op het begrip dark pool (het onderdeel van de handel dat buiten het orderboek van de handelsplatformen plaatsvindt) en komen de bevindingen van CESR en IOSCO aan bod voor zover die momenteel relevant zijn voor MTF’s en dark pools.


Mw. Mr. S. Rosmalen
Mw. mr. S. Rosmalen is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.

    ‘Informal economy’ is a controversial concept defined in many different ways. This is reflected in the amount of synonyms, such as shadow economy, parallel economy, hidden economy, black economy etcetera. On the international level the concept of the informal sector was first used in 1972 by the International Labour Organization (ILO) in its report on a mission to Kenya. The popular view of informal sector activities was that they are primarily those of petty traders, street hawkers, shoeshine boys and other groups ‘underemployed’ on the streets of the big towns. The evidence presented in the report suggested that the bulk of employment in the informal sector, far from being only marginally productive, is economically efficient and profit-making, though small in scale. The informal sector is formed by the coping behaviour of individuals and families in economic environment where earning opportunities are scarce, or where regulation is too complex. The informal sector can also be a product of rational behaviour of entrepreneurs wishing to escape state regulations. There is a relation between welfare (GDP per capita) and relative size of the informal sector. Richer countries have relatively a smaller informal sector. However, government policies and attitudes are important as well. The relative size of the informal sector depends, among other factors, on the ‘regulatory capacity’ and ‘regulatory intent’ of governments. There is little known about the relation between informal and criminal activities. The informal economy seems to be a permanent feature of both high, middle and low income countries. Due to the actual economic crisis, people are pushed from the formal to informal economy. Rapid urbanisation is a factor as well. While the problem of size measuring is not insignificant, most observers agree that the informal economy is large and growing and will be an enduring feature of the economy of mega-cities.


B.M.J. Slot
Dr. Brigitte Slot is als beleidsmedewerker verbonden aan de directie Financiële Markten van het ministerie van Financiën. Zij schreef dit artikel op persoonlijke titel.
Artikel

Inzage in het onderzoeksverslag in enquêteprocedures

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2010
Trefwoorden enquêterecht, inzage, onderzoeksverslag, bewijs, Fortis
Auteurs Mr. F.G.K. Overkleeft, LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt het door de Ondernemingskamer gehanteerde beleid voor terinzagelegging van het onderzoeksverslag in enquêteprocedures. Aanleiding is een recent geschil over het inzagerecht in de Fortis-enquête. De auteur bespreekt deze casus mede tegen de achtergrond van het mogelijke gebruik van het onderzoeksverslag als bewijs in civielrechtelijke procedures.


Mr. F.G.K. Overkleeft, LL.M.
Mr. F.G.K. Overkleeft, LL.M. is werkzaam als advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam en is tevens als docent-onderzoeker verbonden aan het Center for Company Law, Universiteit van Tilburg.
Artikel

Vuurwerkramp Enschede: de Staat gaat vrijuit

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2010
Trefwoorden vuurwerkramp, overheidsaansprakelijkheid, Enschede, ramp
Auteurs Mr. E.M. van Orsouw
SamenvattingAuteursinformatie

    Aanleiding voor deze bijdrage is de uitspraak van de Hoge Raad op 9 juli 2010 over de vuurwerkramp. Waar de vordering bij de Hoge Raad strandt op cassatietechnische gronden, werpt de zaak niettemin vele interessante vragen op. Wat is de invloed van politieke keuzes op de vraag wat we van de overheid mogen verwachten in het kader van rampenbestrijding? Wat te doen met gevaar van wijsheid achteraf bij de beoordeling of een bepaalde ramp had kunnen en moeten worden voorkomen? Heeft de kennis van een enkele ambtenaar te gelden als kennis van ‘de Staat’? Mag de Staat bij zijn doen en laten zonder meer vertrouwen op de naleving van afgegeven vergunningen?


Mr. E.M. van Orsouw
Mr. E.M. van Orsouw is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

Stuiting van de verjaring in en buiten rechte

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2010
Trefwoorden verjaring, stuiting, voorlopige bewijslevering, voorlopig getuigenverhoor
Auteurs Mr. M.L. Tuil
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staan de eisen die de Hoge Raad stelt aan de stuiting van de verjaring in en buiten rechte centraal. Daarbij wordt in het bijzonder ingegaan op de stuitingsproblematiek in het kader van onderhandelingen en stuiting van de verjaring door handelingen zoals het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor.


Mr. M.L. Tuil
Mr. M.L. Tuil is postdoc bij de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Verscherping van het toezicht op trustkantoren

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden trustkantoren, verscherping, toezicht, belastingontwijking, witwassen
Auteurs Mr. M.T. van der Wulp
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de inwerkingtreding van de Wijzigingswet financiële markten 2010 wordt de ‘verscherping’ van het toezicht op trustkantoren ingeluid. Verkopers van rechtspersonen worden duidelijker onder het bereik van de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) gebracht, terwijl kantoorverhuurbedrijven die uitsluitend domicilie verlenen (eventueel met ‘receptiewerkzaamheden’) worden uitgezonderd. Op beide punten constateerde DNB een handhavingslacune, die met deze reparatiewet wordt weggenomen. In het ter consultatie voorgelegde conceptwetsvoorstel Wijzigingswet financiële markten 2012, wordt voorts uitvoering gegeven aan de toezeggingen, gedaan in het Evaluatierapport Wtt (ministerie van Financiën, 2010), om door verscherping van het toezicht ook ‘virtuele trustkantoren’ onder het bereik van de Wtt te brengen.


Mr. M.T. van der Wulp
Mr. M.T. van der Wulp is promovendus aan de Sectie Strafrecht Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open Doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht in drievoud

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2009
Trefwoorden rechtsmachtverdeling, privaatrecht, publiekrecht, bestuursrechtelijke geldschulden
Auteurs Dr. mr. M.W. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Er bestaan in verhoudingen tussen een burger en de overheid drie vormen van doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht. De eerste vorm van doorwerking hangt samen met de rechtsmachtverdeling tussen de burgerlijke rechter en de bestuursrechter. De tweede vorm van doorwerking hangt samen met de voorrang van publiekrechtelijke normen in het privaatrecht. Deze voorrang kan op twee manieren worden bereikt. Het is mogelijk dat publiekrechtelijke normen op onaanvaardbare wijze worden doorkruist indien gebruik gemaakt wordt van een privaatrechtelijke bevoegdheid. Een andere wijze waarop deze voorrang kan worden bewerkstelligd is het opnemen van een regeling in het publiekrecht van materie die ook in het BW is geregeld. De derde vorm van doorwerking betreft de doorwerking van publiekrechtelijke regels via open normen in het privaatrecht. Met het oog op de toekomst rijst de vraag welke van deze drie vormen van doorwerking in de toekomst zullen blijven bestaan en welke het meest prominent zullen worden.


Dr. mr. M.W. Scheltema
Dr. mr. M.W. Scheltema is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag.

E. van Schooneveld

J.W. van de Gronden
Artikel

Maatschappelijk ondernemen en toezicht op publieke belangen in de zorg?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2010
Trefwoorden toezicht NZA, maatschappelijke onderneming, herdefiniëren publiek belang
Auteurs prof. mr. J.G. Sijmons
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zorg ligt bij de NZa het toezicht op de publieke belangen. Deze toezichtfunctie staat ten onrechte onder druk. Evenmin als op de zorgverzekeringsmarkt – de ‘countervailing power’ van de zorgverleningmarkt – is voor het bewaken van publieke belangen de rechtsvorm van de ‘maatschappelijke onderneming’ nodig. In recente evaluaties van de Zorgverzekeringswet en de Wet marktordening gezondheidszorg kwam naar voren dat beide wetten nog niet de verwachtingen waarmaken, o.a. vanwege een beperkte regierol van de zorgverzekeraar, respectievelijk te weinig sturing en toezicht door de NZa richting marktwerking. Een gewijzigde, maar reeds in de wet besloten liggende taakopvatting voor minister van VWS en NZa zou de transitie over dit gevaarlijke dode punt kunnen heen tillen.


prof. mr. J.G. Sijmons
Prof. mr. J.G. Sijmons is bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht en advocaat te Zwolle. j.g.sijmons@nysingh.nl
Artikel

Opzegbaarheid van bankkrediet: een economisch gegeven voor solvabiliteitsberekening

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2008
Trefwoorden bank, krediet, opzegging, bankkrediet, kredietnemer, kredietovereenkomst, kredietrisico, opeising, risico, burgerlijk recht
Auteurs S. Bochove

S. Bochove
Artikel

Wet op het financieel toezicht leidt tot wijzigingen in de Faillissementswet

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2006
Trefwoorden verzekeraar, faillissement, bewindvoerder, machtiging, de nederlandsche bank n.v., natura-uitvaartverzekeraar, noodregeling, kredietinstelling, memorie van toelichting, financieel toezicht
Auteurs B. Wessels

B. Wessels
Toont 121 - 140 van 202 gevonden teksten
1 2 3 4 5 7 9 10 11
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.