Zoekresultaat: 196 artikelen

x
Artikel

AWBZ: nieuwe wijn in oude zakken of oude wijn in nieuwe zakken?

HR 1 februari 1991, NJ 1992, 259: vrijwillig uitbetalen revisited

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden AWBZ, opeisbaarheid, uitbetalen, uitkeren, HR 1 februari 1991, NJ 1992, 259, vrijwillig
Auteurs Mr. F.M.H. Hoens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2013 is een vermogensinkomensbijtelling ingevoerd in de AWBZ. Hoens gaat in op de vraag of dit gevolgen heeft voor het antwoord op de vraag of (testamentaire) opeisbaarheid van de erfdelen gewenst of nodig is, zodra er sprake is van een (dreiging van een) door de vermogensinkomensbijtelling veroorzaakte vermogensintering. Bij de beantwoording staat de verzorging van de langstlevende voorop. Dat bij dit alles eenvoud het kenmerk van het ware ís, en kán zijn, volgt uit een arrest van de Hoge Raad van 1 februari 1991, NJ 1992, 259.


Mr. F.M.H. Hoens
Mr. F.M.H. Hoens is als docent/onderzoeker verbonden aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en is estate planner te Nijmegen (f.hoens@jur.ru.nl).

    Ter Haar’s thesis is een verfrissende studie. De aanpak is origineel: verschillende thema’s rond het vermogen van een minderjarige worden besproken. De inhoud van het proefschrift bestaat voornamelijk uit reeds gepubliceerde artikelen, met inbegrip van een uitgebreid empirisch onderzoek. Hoewel het vermogen van een minderjarige de rode draad van zijn dissertatie vormt, handelt Ter Haar over veel verschillende aspecten van minderjarigheid: handelings(on)bekwaamheid (vergeleken met het fictieve tachtig-pusbewind), bewind (Boek 1 en Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek), ouderlijk vruchtgenot, de som ineens, de verjaringstermijn in het kader van vermogensbeheer en de minderjarige in het erfrecht. Naar mijn mening ligt het zwaartepunt van de dissertatie bij het testamentaire bewind, waar Ter Haar een goede analyse maakt van de verhouding tussen het beschermingsbewind van Boek 1 en die van Boek 4 BW. Maar ook de andere hoofdstukken, gevuld met soms prikkelende suggesties, zijn zeer lezenswaardig.
    ---
    Ter Haar's thesis is a refreshing study. The approach is original: different themes surrounding the property of a minor are discussed. The contents of his thesis mainly consist of already published articles, including extensive empirical investigation. Although the minor's property is absolutely the leitmotiv in his thesis, Ter Haar deals with very different aspects of minority: legal (in)capacity (compared with a fictitious eighty-plus administration), administration (Book 1 and Book 4 of the Dutch Civil Code), parental usufruct, the lump sum, the limitation period within the framework of property management, the minor in inheritance law. As far as I am concerned, the centre of gravity of the thesis lies with the testamentary administration under inheritance law, where Ter Haar makes a fine analysis between the administration from Book 1 and that from Book 4. But also the other chapters, filled with sometimes tantalizing suggestions, are very much worth reading.


Prof. mr. Tea Mellema-Kranenburg
Prof. T.J. Mellema-Kranenburg is a senior lecturer at the Faculty of Law (Institute for Private Law, civil law section) of Leiden University.

    Machtiging inzake curatelebewind; opvragen medische gegevens curandus door curator; handeling van ingrijpende aard; hoogstpersoonlijke rechtshandeling; artikel 1:453 BW

Jurisprudentie

Waarin een kleine zaak groot kan zijn…

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2013
Trefwoorden voorzieningenrechter, nalatenschap, verdeling, brief/geschrift, executeur
Auteurs Prof. mr. E.A.A. Luijten en Prof. mr. W.R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Aanleiding voor deze bijdrage vormt een uitspraak van de Rechtbank te Den Bosch van 9 oktober 2012, zaaknummer 251552/KG ZA 12-563.Moeder – de latere erflaatster – heeft drie dochters, terwijl één dochter – dochter 3 – met de twee andere – dochter 1 en dochter 2 – en moeder sinds geruime tijd geen of nauwelijks meer contact heeft. Moeder heeft in haar laatste uiterste wil van 13 november 2007 dochter 1 tot executeur benoemd. Moeder overlijdt in 2010. Dochter 2 heeft op enig moment dochter 3 verteld van een brief van moeder aan haar, dochter 3. Deze wil thans in het bezit worden gesteld van, althans inzage krijgen in bedoelde brief. De beide andere dochters weigeren de inhoud van de brief aan dochter 3 kenbaar te maken, laat staan haar deze brief te doen toekomen. Mede daardoor is moeders nalatenschap tussen de drie zusters nog niet verdeeld. Dochter 3 vordert in kort geding afgifte van bedoelde brief van de beide andere dochters.


Prof. mr. E.A.A. Luijten
Prof. mr. E.A.A. Luijten is emeritus hoogleraar aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Prof. mr. W.R. Meijer
Mw. prof. mr. W.R. Meijer is hoogleraar aan de Open Universiteit Nederland te Heerlen.
Artikel

Planning en sociale zekerheid De eigen bijdrage in de AWBZ Steekt verplichte vermogensintering (weer) de kop op? (VI)

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 14 2013
Trefwoorden levensverzekering, pensioen en sociale zekerheidhenking
Auteurs Mr. F.M.H. Hoens

Mr. F.M.H. Hoens
Artikel

Planning en sociale zekerheid De eigen bijdrage in de AWBZ Steekt verplichte vermogensintering (weer) de kop op? (VII)

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 15 2013
Trefwoorden levensverzekering, pensioen en sociale zekerheidhenking
Auteurs Mr. F.M.H. Hoens

Mr. F.M.H. Hoens




    In deze bijdrage wordt op experimentele wijze gezocht naar een antwoord op de vraag wat de rechtvaardiging is van de beperking van de handelingsbekwaamheid van de minderjarige en het het bewind over zijn vermogen. Bij wijze van experiment wordt een fictieve regeling in het leven geroepen, het zogenaamde tachtigplusbewind. Op grond van deze regeling wordt eenieder die de tachtigjarige leeftijd passeert van rechtswege beperkt in zijn handelingsbekwaamheid en verliest hij het bewind over zijn vermogen. Vervolgens wordt de vraag gesteld waarom een dergelijk tachtigplusbewind niet wenselijk is en de bescherminsgmaatregelen die minderjarigen treffen wel. Deze bijdrage is een onderdeel van een breder dissertatieonderzoek met als titel 'Minderjarigen en (de zorg voor hun) vermogen.'
    ---
    This contribution seeks, in an experimental manner, to find an answer to the question of what is the justification for restriction on the capacity of the minor and the administration of their assets. By way of experimentation, a fictitious arrangement is created, the so-called ‘eighty-plus-fiduciary-administration’. Under this scheme, anyone who is over the age of eighty will have their legal capacity limited, and lose control of their assets. The question then arises as to why this eighty plus rule is not desirable whilst the protective rules for minors are widely accepted. This contribution is part of a wider dissertation research entitled ‘Minors and (the care of) their assets’.


Mr. Hans ter Haar
Hans ter Haar is a lecturer in notarial law at the University of Groningen.
Jurisprudentie

Zuivere aanvaarding door handelingen van een gevolmachtigde?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden als erfgenaam gedragen, zuiver aanvaarden, volmacht, artikel 4:192 BW, verwerping
Auteurs Prof. Mr. E.A.A. Luijten en Prof. Mr. W.R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken de uitspraak van de Rb ’s-Gravenhage 13 juni 2012, LJN BX2012, waarin de rechtbank oordeelt dat de langstlevende zich niet als erfgenaam heeft gedragen. De echtgenoten hebben tijdens leven volmacht en opdracht aan een derde gegeven, gericht op sanering van de onderneming. Na overlijden van een van de echtgenoten heeft de gevolmachtigde de onderneming verkocht. De langstlevende heeft nadien de nalatenschap verworpen. De vraag rijst of zij zich als erfgenaam heeft gedragen.


Prof. Mr. E.A.A. Luijten
Prof. Mr E.A.A. Luijten is emeritus hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Nijmegen.

Prof. Mr. W.R. Meijer
Prof. Mr W.R. Meijer is emeritus hoogleraar aan de Open Universiteit Nederland te Heerlen.
Artikel

Verhaal op het niet-geërfde vermogen van een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden Zuivere aanvaarding, dubbel verhaalsrecht, positie schuldeisers, beneficiaire aanvaarding, saisine, art. 4:182 BW, art. 4:184 BW
Auteurs Mr. Lucienne van der Geld
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in op de vraag of schuldeisers door de zuivere aanvaarding door erfgenamen een dubbel verhaalsrecht moeten krijgen. In het huwelijksvermogensrecht is op 1 januari 2012 het verhaalsrecht na ontbinding van de gemeenschap ingeperkt. In deze bijdrage wordt een van de voorstellen tot wijziging van de wet besproken uit het rapport ‘Erven zonder financiële gevolgen’. Dit voorstel brengt met zich dat schuldeisers in beginsel alleen verhaal hebben op de goederen van de nalatenschap.’


Mr. Lucienne van der Geld
Mr. Lucienne van der Geld, juridisch directeur Netwerk Notarissen en als docent verbonden aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit te Nijmegen.
Praktijk

De verbeterde geschillenregeling: meer potentieel dan wellicht wordt gedacht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2012
Trefwoorden geschillenregeling, vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht, art. 2:335-2:343c BW, flex-bv
Auteurs Mr. drs. H.T. Verhaar
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel behandelt de wijzigingen in de geschillenregeling die op 1 oktober 2012 in werking treden als onderdeel van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht. De auteur gaat dieper in op een vijftal wijzigingen die de snelheid en aantrekkelijkheid van de geschillenregeling bevorderen. De conclusie is dat hoewel verdere aanpassingen in de geschillenregeling reeds zijn aangekondigd, de huidige wijzigingen de geschillenregeling al veel populairder kunnen maken. De verbeterde geschillenregeling heeft meer potentieel dan wellicht wordt gedacht.


Mr. drs. H.T. Verhaar
Mr. drs. H.T. Verhaar is advocaat bij NautaDutilh NV in Rotterdam.
Praktijk

Zakelijk geschil? Zakelijke mediation!

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2012
Trefwoorden mediation, geschiloplossing, zakelijk conflict, business mediation
Auteurs Mr. A.G. Wennekes
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur mediation als geschiloplossing bij zakelijke conflicten. Allereerst wordt ingegaan op het begrip zakelijke mediation. Voorts worden er enkele praktijkvoorbeelden van conflicten in het bedrijfsleven besproken waarbij mediation als oplossing van het conflict de meest wenselijke route is gebleken. Deze voorbeelden zijn in beginsel fictief, waarbij een deel gebaseerd is op jurisprudentie en een deel geïnspireerd op de mediationpraktijk. Vervolgens wordt de wettelijke context van zakelijke mediation besproken. In dit verband wordt ingegaan op de Europese Mediationrichtlijn, de initiatiefnota van de VVD om mediation wettelijk te verankeren in de Nederlandse wetgeving en de aangekondigde verhoging van het griffierecht. Betoogd wordt dat mediation als conflictoplossing voor bedrijven een volwaardig en dikwijls beter alternatief is dan de traditionele rechtspraak.


Mr. A.G. Wennekes
Mr. A.G. Wennekes is senior knowhow adviseur en NMI geregistreerd mediator bij Loyens & Loeff te Rotterdam.
Artikel

Ouderlijk vruchtgenot en testamentair bewind

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden ouderlijk vruchtgenot, vruchtgenot, testamentair bewind, minderjarigenbewind
Auteurs Mr. J.H.M. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    Aanleiding voor deze bijdrage is een beschikking van het Hof Den Haag van 11 april 2012 (zaaknummer 200.095.837/01). Een erfdeel van een minderjarige is door de testateur onder bewind is gesteld. Een ander dan de gezaghebbende ouder is testamentair bewindvoerder, het bewind duurt voort tot het kind tweeëntwintig is. De testateur heeft het ouderlijk vruchtgenot niet uitgesloten, maar heeft de bewindvoerder in algemene bewoordingen de bevoegdheid gegeven de uitkering van rente aan de rechthebbende uit te stellen tot het einde van het bewind. De vraag is hoe zich deze bevoegdheid verhoudt tot het recht van de ouder op ouderlijk vruchtgenot. Het Hof gaat volgens de schrijver uit van de verkeerde redenering dat de rente niet opeisbaar is zolang deze niet door de bewindvoerder aan de minderjarige wordt uitgekeerd. Hierdoor maakt de vader ten onrechte geen aanspraak op de vruchten. In de bijdrage wordt een antwoord gezocht op de vraag hoe het ouderlijk vruchtgenot zich verhoudt tot het testamentair bewind. Tevens wordt onderzocht in hoeverre een testateur ten aanzien van het ouderlijk vruchtgenot nadere bepalingen in zijn uiterste wil kan opnemen. Geconstateerd wordt dat dat het ouderlijk vruchtgenot een persoonlijk recht is dat voortvloeit uit het familierecht. Van een zakelijk recht op vruchten is volgens schrijver geen sprake. Voert een ander dan de ouder het bewind over het erfdeel van een minderjarig kind dan dient de ouder die aanspraak maakt op het ouderlijk vruchtgenot bij de bewindvoerder afgifte van de vruchten te vorderen. De ouder heeft dus niet het recht de vruchten van het onder bewind gestelde vermogen zelf rechtstreeks te innen. De testateur kan volgens schrijver - in tegenstelling tot hetgeen het Hof Den Haag oordeelt - de bewindvoerder niet de bevoegdheid geven de betaling van de vruchten aan de ouder op te schorten. De testateur kan het recht op ouderlijk vruchtgenot op grond van artikel 1:253m BW uitsluiten of in omvang beperken. Deze uitsluiting of beperking dient ondubbelzinnig (impliciet dan wel expliciet) uit de uiterste wil te blijken. De testateur kan aan de uitkering van de vruchten in het kader van het ouderlijk vruchtgenot geen nadere lasten of voorwaarden verbinden. Er zijn wel constructies denkbaar waarmee een vergelijkbaar effect bereikt kan worden.


Mr. J.H.M. ter Haar
Mr. J.H.M. ter Haar is docent notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie twee jaar juridisch bindend: rechtspraak in beweging?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden EU-Handvest, grondrechten, rechtspraak, reikwijdte, EVRM
Auteurs Mr. A. Pahladsingh en Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beoogt inzicht te bieden in de wijze waarop de rechtspraak van het Hof van Justitie en de Nederlandse colleges zich in het tweede jaar van juridische verbindendheid van het EU-Handvest heeft ontwikkeld. Daarbij komen onder meer de volgende onderwerpen ter sprake: de inroepbaarheid en de reikwijdte van het EU-Handvest, alsmede toetsing ten gronde, in het bijzonder wat betreft de rechtstreekse werking van EU-Handvestbepalingen, de uitleg van EU-Handvestbepalingen in relatie tot het EVRM, grondrechten in een Unierechtelijke context en prejudiciële verzoeken uit Nederland. De auteurs constateren een toename van zaken waarin het EU-Handvest in het tweede jaar aan de orde komt en bespeuren tekenen van beweging in de rechtspraak, hetgeen hoopvol is, nu het EU-Handvest nog steeds ‘jong’ is en veel uitleg behoeft.


Mr. A. Pahladsingh
Mr. A. Pahladsingh is als jurist werkzaam bij de Raad van State in Den Haag.

Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen
Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen is als jurist werkzaam bij de Raad van State in Den Haag.
Artikel

De procedure na cassatie en verwijzing

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2012
Trefwoorden cassatie, verwijzing, bindende eindbeslissing, procesrecht
Auteurs Mr. N.T. Dempsey
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever is weinig concreet geweest in het regelen van het verdere verloop van een procedure nadat de Hoge Raad heeft gecasseerd en verwezen. In deze bijdrage wordt aan de hand van de jurisprudentie van de Hoge Raad en recente ontwikkelingen daarin een uiteenzetting gegeven van de beperkingen waarmee verwijzingsrechter en partijen rekening moeten houden bij de voortzetting van het geding na cassatie en verwijzing.


Mr. N.T. Dempsey
Mr. N.T. Dempsey is advocaat bij Houthoff Buruma.
Jurisprudentie

2011/39 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 5 juli 2011

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden verpleegkundige, art. 47 lid 1 Wet BIG, beroepsuitoefening, beroepsmatig handelen
Samenvatting

    Verpleegkundige; coördinerende en leidinggevende taken; tuchtrechtelijke aansprakelijkheid in het kader van art. 47 lid 1 Wet BIG; beoordeling of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen of nalaten in die hoedanigheid is gebleven binnen de grenzen van een redelijke bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard: klacht ongegrond.

Jurisprudentie

‘Vernietiging’ van een zuivere aanvaarding van een nalatenschap

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden zuiver aanvaarden, beneficiair aanvaarden, vernietiging, overbedelingsvordering
Auteurs Prof. mr. E.A.A. Luijten en Mw. Prof. mr. W.R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het komt wel eens voor dat erfgenamen een nalatenschap zuiver aanvaarden en pas later ontdekken dat zij beter zouden zijn overgegaan tot beneficiaire aanvaarding of zelfs tot verwerping van de betrokken nalatenschap. In deze bijdrage is gekozen voor een beschikking van Rechtbank Assen, sector kanton, d.d. 19 oktober 2010, nr. 295357/EK VERZ 10-10180, Notafax 2011, 74, waarin een erfgenaam zuiver had aanvaard, maar daarop later wilde terugkomen.


Prof. mr. E.A.A. Luijten
Prof. mr. E.A.A. Luijten is emeritus hoogleraar aan de RU Nijmegen, oud-notaris en thans advocaat te Heerlen.

Mw. Prof. mr. W.R. Meijer
Mw. prof. mr. W.R. Meijer is hoogleraar privaatrecht aan de OU Nederland, Heerlen.
Praktijk

Kroniek rechtspraak Wet Bopz

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden dwangbehandeling, gedwongen opneming, kroniek, rechtspraak, Wet Bopz
Auteurs Mr. dr. V.E.T. Dörenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek behandelt de belangrijkste uitspraken met betrekking tot de Wet Bopz sinds februari 2010. De gebruikelijke onderwerpen worden besproken: criteria voor gedwongen opneming, procedurele vereisten bij opneming, bijzondere machtigingen, dwangbehandeling en overige vrijheidsbeperkingen en het klachtrecht. Bijzondere aandacht is er voor onrechtmatige vrijheidsbeneming en de samenloop met het strafrecht. Zo zijn er drie interessante uitspraken gewezen over de verantwoordelijkheidsverdeling rondom gedwongen opneming bij expiratie van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling. Opvallend is verder de ontwikkeling dat rechters steeds meer verwijzen naar de beginselen van subsidiariteit, proportionaliteit en doelmatigheid.


Mr. dr. V.E.T. Dörenberg
Vivianne Dörenberg is docent gezondheidsrecht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en verbonden aan het EMGO-instituut.
Artikel

De ‘voorwaardelijke’ verklaring van erfrecht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden verklaring van erfrecht, tweetrapsmaking, dertigdagenclausule, andere voorwaarden testament
Auteurs Mw. mr. L.A.G.M. van der Geld
SamenvattingAuteursinformatie

    Als er een voorwaarde aan een erfstelling is verbonden, heeft dat dan ook gevolgen voor de verklaring van erfrecht? Ja, er moet dan een ‘voorwaardelijke verklaring’ van erfrecht worden gemaakt. De auteur geeft een voorzet hoe de verklaring van erfrecht er bij vaak voorkomende testamentaire voorwaarden uit zou kunnen zien. In dat verband komt de tweetrapsmaking aan de orde.


Mw. mr. L.A.G.M. van der Geld
Mw. mr. L.A.G.M. van der Geld is juridisch directeur van Netwerk Notarissen, kandidaat-notaris en docent bij het Centrum voor Notarieel Recht aan de RU Nijmegen.
Toont 121 - 140 van 196 gevonden teksten
1 2 3 4 5 7 9 10
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.