Zoekresultaat: 130 artikelen

x
Jaar 2018 x
Artikel

Enkele kanttekeningen bij de Wiv 2017

De uitbreiding van bevoegdheden getoetst aan mensenrechten

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Dutch Intelligence and Security Services Act 2017, Snowden disclosures, Dilemma’s, Checks and balances, Human rights
Auteurs Prof. dr. Nico van Eijk en Mr. dr. Quirine Eijkman
SamenvattingAuteursinformatie

    The new Dutch Intelligence and Security Services Act 2017 extends the (special) powers of the intelligence and security services and introduces a new system of checks and balances. In this article several of the most impactful changes and underlying issues are discussed. They include the technology neutral approach, the new bulk surveillance powers, oversight (its role, tasks, independence and the use of outside experts), complaints and whistleblowers procedure, the lack of appeal procedures and the exchange of information with foreign agencies.


Prof. dr. Nico van Eijk
Prof. dr. N.A.N.M. van Eijk is hoogleraar informatierecht verbonden aan het Instituut voor Informatierecht (IViR, Universiteit van Amsterdam), www.ivir.nl/employee/eijk.

Mr. dr. Quirine Eijkman
Mr. dr. Quirine Eijkman is ondervoorzitter van het College voor de Rechten van de Mens en lector Toegang tot het Recht bij de Hogeschool Utrecht. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

De Snowden-onthullingen en ongerichte interceptie onder de Wiv 2017

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Snowden, Untargeted bulk interception, New Dutch Security Services Act, Mass surveillance, XKEYSCORE
Auteurs Mr. Peter Koop
SamenvattingAuteursinformatie

    This year, the new Dutch Intelligence and Security Services Act (Wiv 2017) will come into force. It’s most controversial part is the untargeted bulk interception of internet and telephone cables, where previously this was only allowed for wireless communication links. Since June 2013, the Snowden revelations led to a fear for mass surveillance of ordinary citizens by NSA and GCHQ. The original documents however show that their collection programs are actually focused at valid foreign intelligence targets. Where the British and Americans have online and realtime filtering systems, the Dutch will store the communications from untargeted cable interception for up to three years. Also the Dutch will lack the opportunity of XKEYSCORE to find anonymous internet communications, as they will select content just as targeted as is the case with traditional wiretaps. Therefore, the main improvement for Dutch intelligence appears to be a much greater access to metadata


Mr. Peter Koop
Mr. P.J.F. Koop schrijft over signals intelligence, communications security en top level telecommunications op zijn weblog www.electrospaces.blogspot.nl en is sinds kort als gastonderzoeker verbonden aan het Institute of Security and Global Affairs van de Universiteit Leiden.
Artikel

De Wiv 2002 en Wiv 2017 op enkele hoofdlijnen vergeleken

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2018
Trefwoorden New Intelligence and Security Services Act, Advisory referendum, Powers of intelligence and security services, Safeguards, Supervision
Auteurs Drs. Rob Dielemans
SamenvattingAuteursinformatie

    Last year, Dutch parliament approved the proposal for a new Intelligence and Security Services Act (Wiv 2017). This law will replace the current Intelligence and Security Services Act 2002 (Wiv 2002). The Wiv 2017 should be considered feasible with effect from 1 May 2018. Before that time however, an advisory referendum on the new law will be held on 21 March. This article first discusses the nature of the law and the need for innovation. Subsequently, a comparison of both laws takes place in general terms, with regard to the powers of the intelligence and security services, the safeguards, the supervision, the complaint handling and the international cooperation between intelligence and security services. It is argued that the extension of the powers of the services in the Wiv 2017 is only limited in scope, while the safeguards have been considerably strengthened. The introduction of a binding judgment in complaint handling also contributes to a better and more effective legal protection for citizens.


Drs. Rob Dielemans
Drs. R.J.I. Dielemans is werkzaam bij de Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Impressies

Wat is de impact van de Algemene Verordening Gegevensbescherming van de EU op internationale franchiseovereenkomsten?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Algemene Verordening Gegevensbescherming, Franchiseovereenkomsten, Nationaal en internationaal contracteren, E-commerce, Bescherming persoonsgegevens
Auteurs Mr. M. de Koning en Mr. dr. H.H. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zal per ingang van 25 mei 2018 van toepassing zal zijn in alle EU-lidstaten. Het artikel zet de belangrijkste veranderingen die de AVG met zich meebrengt en de betekenis voor franchiseovereenkomsten uiteen. In het kort verruimt de AVG de rechten van betrokkenen (natuurlijke personen) op basis van hun fundamentele recht op gegevensbescherming en scherpt het de verplichtingen aan van de bij verwerking van persoonsgegevens betrokken ondernemingen. Ook verzwaart de Verordening het sanctieregime.
    Voor de meeste franchisegevers en franchisenemers geldt dat zij persoonsgegevens verwerken en dus te maken krijgen met het regime van de AVG. De meeste franchisenetwerken maken gebruik van loyaltyprogramma’s en digitale marketingmethodes. Ook komt het in de praktijk voor dat franchisegevers en franchisenemers in geschillen terechtkomen over wie de gegevens met betrekking tot de klanten van de franchisenemers mag gebruiken, tijdens of na beëindiging van de franchiserelatie. Wij behandelen de basisbeginselen van de AVG, de vereisten voor een rechtmatige verwerking van persoonsgegevens, de nieuwe verplichtingen en rechten van betrokkenen. Teneinde aan de AVG te kunnen voldoen, moeten franchisegevers en franchisenemers onder meer de gegevensverwerking van in franchisesystemen in kaart brengen en moeten zij rolduidelijkheid scheppen: wie is de verantwoordelijke en wie is eventuele verwerker jegens de betrokken natuurlijke personen?
    Het artikel concludeert dat de meeste internationaal gebruikte standaard franchiseovereenkomsten vrij veel aanpassingen behoeven om aan de vereisten van de AVG te voldoen. Momenteel zijn de rollen van franchisegevers en franchisenemers en de activiteiten voor bescherming van persoonsgegevens in de franchiseketen niet duidelijk bepaald en vastgelegd. Dan blijft dikwijls in het midden welke partij voor de naleving van de AVG verantwoordelijk is. Niet-naleving kan tot hoge boetes, civielrechtelijek aansprakelijkheid en/of reputatieschade van het gehele franchisenetwerk leiden. De AVG is ook relevant voor buiten de EU gevestigde franchisegevers. Ongeacht of de verwerking van persoonsgegevens in de EU plaatsvindt, is de AVG van toepassing op de verwerking in de context van activiteiten van een vestiging van een verwerkingsverantwoordelijke of een verwerker in de EU.
    Er is voorts nog een e-Privacy Verordening in de maak. Deze zal op het punt van profilering, e-marketing, behavioral advertising en geo-targeting aanvullende eisen stellen.


Mr. M. de Koning
Mr. M. de Koning is advocaat/partner bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam en hoofd van de sectie Commercial.

Mr. dr. H.H. de Vries
Mr. dr. H.H. de Vries is advocaat/partner bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam en hoofd van de sectie Privacy.
Artikel

Access_open Follow-on schadeclaims wegens schending van het mededingingsrecht: van law in the books naar law in action

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Kartelschade, Richtlijn schadeclaims wegens mededingingsinbreuken, Implementatiewet privaatrechtelijke handhaving, Passing-on verweer, Voordeelstoerekening
Auteurs Mr. dr. R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaat de auteur in op een aantal recente ontwikkelingen op het gebied van de private handhaving van het mededingingsrecht. Daarbij wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de nieuwe wettelijke bepalingen als gevolg van de implementatie van de richtlijn inzake schadeclaims wegens mededingingsinbreuken alsmede enkele noemenswaardige ontwikkelingen in de jurisprudentie op het gebied van kartelschade.


Mr. dr. R. Meijer
Mr. dr. R. Meijer is advocaat te Amsterdam.
Jurisprudentie

Btw-fraude; verhouding EU-recht en nationale verjaringsregels; worsteling van het Hof met fundamentele mensenrechten

Noot bij HvJ 8 september 2015, ECLI:EU: 2015:555 (Tarrico e.a., prejudiciële beslissing)

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2018
Trefwoorden strafrecht, EU-financiën, Verjaring, Grondrechten, Verhouding nationaal recht - EU-recht
Auteurs Prof. dr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    Het HvJEU stelt voorop dat handhaving van normen ter bescherming van de financiën van de EU strafrechtelijk kan plaatsvinden met voorbijgaan aan de verjaringsregelingen van de desbetreffende staat, maar met inachtneming van grondrechten van de betrokkenen. Vervolg en uitwerking van deze beslissing in HvJEU 5 december 2017.


Prof. dr. R.C.P. Haentjens
Prof. dr. R.C.P. Haentjens is bijzonder hoogleraar financieel strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam.

Simone Dirven
Advocaat bij Kessels Advocaten in Breda.
Artikel

Industry Codes of Conduct in a Multi-Layered Dutch Private Law

Bespreking van het proefschrift van mr. M. Menting

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden gedragscodes, juridische relevantie
Auteurs Mr. D.P.C.M. Hellegers
SamenvattingAuteursinformatie

    Na systematisch onderzoek naar de functies van gedragscodes en de wijze waarop de Europese en Nederlandse wetgever en rechter omgaan met gedragscodes, concludeert Menting dat deze juridische relevantie verder gaat dan eerder werd aangenomen.


Mr. D.P.C.M. Hellegers
Mr. D.P.C.M. Hellegers is universitair docent privaatrecht bij de Open Universiteit, onderzoeker bij het Amsterdam Centre for Insurance Studies van de UvA en voorzitter van de Geschillencommissies Private Lease, Rijopleidingen, Schadeherstelbedrijven, Tweewielers, Voertuigen en Voertuigverhuur.
Artikel

De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure

Bespreking van het proefschrift van mr. F. Eikelboom

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Ondernemingskamer, art. 2:349a BW, onmiddellijke voorzieningen, enquêteprocedure
Auteurs Prof. mr. S.M. Bartman
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze studie naar het ingrijpinstrumentarium van de Ondernemingskamer stemt tot nadenken over de (toekomstige) slagkracht van dit zo unieke rechtsinstituut in ons stelsel van ondernemingsrecht.


Prof. mr. S.M. Bartman
Prof. mr. S.M. Bartman is hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Instituut van Privaatrecht, Afdeling Ondernemingsrecht van de Universiteit Leiden en advocaat bij Bartman Company Law te Baambrugge.
Toont 121 - 130 van 130 gevonden teksten
1 2 3 4 5 7 »
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.