Zoekresultaat: 184 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x Rubriek Artikel x
Artikel

Waarom het transparantiebeginsel maar niet transparant wil worden

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden transparantiebeginsel, aanbestedingsrecht, rechtszekerheid, vrij verkeer
Auteurs Mr. A.W.G.J. Buijze
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europese transparantiebeginsel breidt zich uit als een olievlek over de zee van het Europese recht. Nu meer en meer rechtsgebieden onder de reikwijdte van het transparantiebeginsel vallen, wordt het steeds moeilijker het belang van het beginsel voor het Nederlandse recht te ontkennen. Toch blijft het moeilijk te preciseren wat het transparantiebeginsel precies vereist. In dit artikel wordt betoogd dat de sleutel ligt in het instrumentele karakter van het transparantiebeginsel: steeds is een mate van transparantie vereist die zo goed mogelijk bijdraagt aan het realiseren van de doelen die in een bepaalde context bij transparantie zijn gediend.


Mr. A.W.G.J. Buijze
Mr. A.W.G.J. Buijze is promovenda bij het Instituut voor Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

De Europese patiëntenrichtlijn: van privileges naar rechten voor alle patiënten in Europa?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden mobiliteit patiënten, richtlijn, zorg, patiëntrechten, vrij verkeer
Auteurs Mr. dr. S.A. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Bijna drie jaar nadat de Europese Commissie haar voorstel had gepubliceerd,1x Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg van 2 juli 2008, COM(2008) 414 def. Zie ook W. Sauter, ‘Patiëntenrechten bij grensoverschrijdende zorg’, NTER 2009/1, p. 1-7. is de richtlijn betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg onlangs door het Europees Parlement en de Raad aangenomen.2x Richtlijn 2011/24/EU betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende zorg, Pb. EU 2011, L 88/45. Op zichzelf is deze periode niet eens zo verbazingwekkend, gezien de ‘gevoeligheid’ van het onderwerp. Gezondheidszorg is bovendien een terrein waarop de lidstaten primair bevoegd zijn en de Europese Unie, volgens artikel 6 VWEU en artikel 168 lid 7 VWEU, slechts een ondersteunende en coördinerende rol vervult.Maar met de arresten van het Hof van Justitie over de toepassing van de Verdragsbepalingen betreffende het vrije dienstenverkeer op grensoverschrijdende zorg werd al lang vóór de totstandkoming van deze richtlijn de weg vrijgemaakt voor Europese regelgeving op dit terrein. In dit artikel staat de patiëntenrichtlijn centraal en het belang van deze richtlijn voor de ontwikkeling van patiëntenrechten in Europa.

Noten

  • 1 Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg van 2 juli 2008, COM(2008) 414 def. Zie ook W. Sauter, ‘Patiëntenrechten bij grensoverschrijdende zorg’, NTER 2009/1, p. 1-7.

  • 2 Richtlijn 2011/24/EU betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende zorg, Pb. EU 2011, L 88/45.


Mr. dr. S.A. de Vries
Mr. dr. S.A. de Vries is universitair hoofddocent Europees recht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Richtlijn consumentenrechten in eindfase

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden richtlijn consumentenrecht, op afstand gesloten overeenkomsten, buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten, informatieverplichtingen, herroepingsrecht
Auteurs Prof. mr. M.B.M. Loos en Mr. J.A. Luzak
SamenvattingAuteursinformatie

    In NTER 2011/5 berichtten wij over de behandeling van het voorstel voor een Richtlijn betreffende consumentenrechten (COM(2008) 614 def)1x Voorstel van de Europese Commissie voor een richtlijn betreffende consumentenrechten, COM(2008) 614 def, online verkrijgbaar op <www.ec.europa.eu/consumers/rights/docs/COMM_PDF_COM_2008_0614_F_NL_PROPOSITION_DE_DIRECTIVE.pdf> (laatstelijk gecontroleerd op 13 juli 2011). door het Europees Parlement en de Raad van Ministers.2x M.B.M. Loos en J.A. Luzak, ‘Ontwikkelingen betreffende het voorstel voor een Richtlijn consumentenrechten: de positie van de Raad en het Europees Parlement’, NTER 2011/5, p. 168-177. Aanmerkelijk sneller dan verwacht is het richtlijnvoorstel in de eindfase beland: het Europees Parlement heeft op 23 juni 2011 een sterk gewijzigde tekst in eerste lezing aanvaard.3x Zie het persbericht van de Europese Commissie van die dag, < www.europa.eu/rapid/pressReleasesAction.do?reference=MEMO/11/450&format=HTML&aged=0&language=NL&guiLanguage=nl> (laatstelijk gecontroleerd op 13 juli 2011). De door het Europees Parlement aanvaarde tekst kan worden gedownload via <www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+TA+P7-TA-2011-0293+0+DOC+XML+V0//NL&language=NL#BKMD-20> (laatstelijk gecontroleerd op 13 juli 2011). Het is de verwachting dat de tekst in september in verder ongewijzigde vorm zal worden aanvaard door de Raad. In deze bijdrage gaan wij kort in op enkele hoofdpunten uit de definitieve tekst van de richtlijn.

Noten


Prof. mr. M.B.M. Loos
Prof. mr. M.B.M. Loos is werkzaam bij het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.

Mr. J.A. Luzak
Mr. J.A. Luzak is werkzaam bij het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Kroniek ontwikkelingen Europees aanbestedingsrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden aanbesteding, concessie, rechtsbescherming, defensie, kroniek
Auteurs Mr. A. van der Linden en Mr. M.J.J.M. Essers
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden de ontwikkelingen in het Europese aanbestedingsrecht belicht die zich hebben voor gedaan in de periode 1 juli 2010 tot 1 juni 2011. De kroniek sluit aan op de vorige kroniek die in november 2010 in NTER is gepubliceerd. Allereerst wordt de jurisprudentie van het Hof van Justitie besproken. Het betreft arresten over de werkingsfeer, de toepassing van de fundamentele beginselen van aanbestedingsrecht, de uitvoering van aanbestedingsprocedures en de rechtsbescherming. Vervolgens komen activiteiten van de Europese Commissie inzake beleidsvorming en wetgeving aan bod. De kroniek sluit af met enkele voorbeelden van handhaving van het aanbestedingsrecht door de Commissie, meer specifiek ten aanzien van de Nederlandse aanbestedingspraktijk.


Mr. A. van der Linden
Mr. A. van der Linden is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. Essers is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

RIE vervangt IPPC

Is de toepassing van BBT nu wél gewaarborgd?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden BBT, IPPC, installatie, inrichting, emissies
Auteurs Mr. A. van Rossem
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2010 is de Europese Richtlijn 2010/75/EU inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) aangenomen, kortweg de Richtlijn Industriële Emissies (RIE). De RIE voegt de IPPC-richtlijn samen met zes sectorale richtlijnen met betrekking tot industriële emissies. Daarnaast zijn de bestaande richtlijnen aangepast. Een aantal voorschriften van de IPPC-richtlijn zijn ingrijpend gewijzigd om te waarborgen dat de ‘beste beschikbare technieken’ zoals reeds voorgeschreven in de IPPC-richtlijn in alle lidstaten coherent worden toegepast. In deze bijdrage ga ik in op deze wijzigingen en zal ik mogelijke implicaties voor de Nederlandse praktijk aanstippen.


Mr. A. van Rossem
Mr. A. van Rossem is advocaat bij NautaDutilh.
Artikel

De aanleg van infrastructuur als economische activiteit

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden staatssteun, infrastructuur, onderneming, economische activiteit, steunomvang
Auteurs Mr. K. Sevinga en Mw. mr. drs. N. Saanen
SamenvattingAuteursinformatie

    Tien jaar na het arrest in de zaak Aéroport de Paris is het Gerecht in de gelegenheid gesteld om de in dat arrest uitgezette lijn over het begrip onderneming te verbinden met de vraag of overheidsfinanciering van luchthaveninfrastructuur onder de staatssteunregels valt. Het Gerecht bevestigt hiermee een inmiddels constante praktijk van de Europese Commissie.GvEA 24 maart 2011, gevoegde zaken T-443/08 Freistaat Sachsen en Land Sachsen-Anhalt/Commissie en T-455/08 Mitteldeutsche Flughafen AG en Flughafen Leipzig-Halle GmbH/Commissie (Leipzig-Halle), n.n.g.


Mr. K. Sevinga
Mr. K. Sevinga is hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Mw. mr. drs. N. Saanen
Mw. mr. drs. N. Saanen is universitair docent aan de TU Delft, Faculteit TBM, sectie Policy, Organisation, Law and Gaming (POLG).
Artikel

De arresten Ruiz Zambrano en McCarthy

Het Hof van Justitie en het effectieve genot van EU-burgerschapsrechten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden EU Burgerschap, interne situaties, omgekeerde discriminatie, fundamentele rechten, nationaliteitsrecht
Auteurs Mr. A.P. van der Mei, Prof. S.C.G. van den Bogaert en Prof. G.R. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Ruiz Zambrano heeft het Hof van Justitie verklaard dat een staatsburger van een derde staat zich op artikel 20 VWEU kan beroepen om aanspraak te maken op het recht van verblijf en afgifte van een werkvergunning in de lidstaat waar zijn ten laste komende kinderen verblijven en waarvan zij de nationaliteit bezitten. Deze uitspraak heeft potentieel vergaande gevolgen voor het EU-recht en de ontwikkeling van de beginselen inzake het EU-burgerschap in het algemeen, en voor de rechtspositie van EU-burgers die geen gebruik hebben gemaakt van hun vrije verkeersrechten in het bijzonder. Bijna twee maanden later echter oordeelde het Hof van Justitie in de zaak McCarthy dat EU-burgers die nooit hun recht op vrij verkeer hebben uitgeoefend, zich niet kunnen beroepen op het EU-burgerschap om het verblijf van hun echtgenoot die uit een derde land komt, te regulariseren. Het heeft er dus alle schijn van dat het Hof van Justitie in McCarthy al meteen de eerste gelegenheid te baat heeft genomen om eventuele scherpe kantjes van Ruiz Zambrano af te vijlen.HvJ EU (Grote Kamer) 8 maart 2011, zaak C-34/09, Gerardo Ruiz Zambrano/Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA), n.n.g. en HvJ EU (Derde Kamer) 5 mei 2011, zaak C-434/09, Shirley McCarthy/Secretary of State for the Home Department, n.n.g.


Mr. A.P. van der Mei
Mr. A.P. van der Mei is als universitair docent verbonden aan het Maastricht Center for European Law.

Prof. S.C.G. van den Bogaert
Prof. S.C.G. van den Bogaert is hoogleraar Europees recht en directeur van het Europa Instituut aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Prof. G.R. de Groot
Prof. G.R. de Groot is hoogleraar Rechtsvergelijking en International Privaatrecht aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

The proof of the pudding…: het nieuwe EU-toezichtstelsel voor de financiële sector

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden toezicht, banken, verzekeringsmaatschappijen, effectenhandel, financiële sector
Auteurs Mr. J.C. van Haersolte
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2011 is in de Europese Unie het nieuwe toezichtstelsel voor de financiële sector in werking getreden. Het is een groot bouwwerk geworden met drie sectorale pilaren (EBA, EIOPA en ESMA). De ECB fungeert, in de gedaante van de ESRB, als entablement en de ondergrond wordt gevormd door de toezichthouders in de lidstaten. In dit artikel komen de belangrijkste verschillen met de reeds eerder in NTER besproken voorstellen van september 2009 aan de orde.– Verordening (EU) nr. 1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betr. macroprudentieel toezicht van de Europese Unie en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico’s, Pb. EU 2010, L 331/1;– Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie, Pb. EU 2010, L 331/12;– Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie, Pb. EU 2010, L 331/48;– Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie, Pb. EU 2010, L 331/84;– Verordening (EU) Nr. 1096/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2010 tot toewijzing aan de Europese Centrale Bank van specifieke taken betreffende de werking van het Europees Comité voor systeemrisico’s, Pb. EU 2010, L 331/162


Mr. J.C. van Haersolte
Mr. J.C. van Haersolte is jurist EU-recht, bureau Secretaris bij de Raad van State.
Artikel

Handhavingsautonomie bij de Decentrale Toepassing van het EU-Mededingingsrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden mededingingsrecht, decentrale handhaving, nationale autonomie, sancties, Verordening (EG) nr. 1/2003
Auteurs M.J. Frese LL.M
SamenvattingAuteursinformatie

    Recente ontwikkelingen in de rechtspraak van het Hof van Justitie en van de zijde van de Commissie wijzen erop dat de autonomie van de lidstaten bij de publieke handhaving van de artikelen 101 en 102 VWEU geen rustig goed is. Subsidiariteit en uniformiteit zoeken telkens een nieuwe balans en worden daarbij geholpen door fundamentele rechtsbeginselen. Deze bijdrage analyseert de ‘beschikkingsautonomie’ onder artikel 5 Verordening (EG) nr. 1/2003. De conclusie wordt getrokken dat nationale mededingingsautoriteiten niet rechtstreeks beschikkingsbevoegdheden ontlenen aan deze bepaling. Aangegeven wordt verder op welke wijze tekst, strekking en doelstelling van Verordening (EG) nr. 1/2003 de nationale beschikkingsautonomie bepalen. De consequenties hiervan worden vervolgens vanuit Nederlands perspectief bezien.


M.J. Frese LL.M
M.J. Frese LL.M is promovendus, Amsterdam Centre for European Law and Governance/Amsterdam Center for Law & Economics aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Het arrest TeliaSonera: geen economische invulling van het begrip prijssqueeze

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden prijssqueeze, afwezigheid leveringsverplichting, even efficiënte concurrent, verticale integratie
Auteurs Mr. B.J.H. Braeken
SamenvattingAuteursinformatie

    In een met name voor verticaal geïntegreerde ondernemingen belangwekkend arrest heeft het Hof van Justitie de voorwaarden waaronder een prijssqueeze (in goed Nederlands: de prijsklem) kan optreden gepreciseerd.1x HvJ EU 17 februari 2011, zaak C-52/09, TeliaSonera. Het arrest bouwt verder op het arrest van het Hof van Justitie inzake Deutsche Telekom,2x HvJ EU 14 oktober 2010, zaak C-280/08, Deutsche Telekom. maar bevat op een tweetal punten belangrijke nieuwe inzichten. In de eerste plaats nuanceert het Hof van Justitie het uitgangspunt dat bij het bepalen van de tarieven en kosten moet worden uitgegaan van de tarieven en kosten van de dominante aanbieder. Volgens het Hof van Justitie kan onder omstandigheden van dit beginsel worden afgeweken. Deze door het Hof van Justitie geïntroduceerde uitzondering is evenwel opmerkelijk ruimhartig geformuleerd. In de tweede plaats bepaalt het Hof van Justitie dat een dominante onderneming zich schuldig kan maken aan een prijssqueeze, ook indien op deze onderneming geen leveringsplicht rust. Dat laatste lijkt op gespannen voet te staan met een economische toepassing van artikel 102 VWEU.
    HvJ EU 17 februari 2011, zaak C-52/09, TeliaSonera

Noten

  • 1 HvJ EU 17 februari 2011, zaak C-52/09, TeliaSonera.

  • 2 HvJ EU 14 oktober 2010, zaak C-280/08, Deutsche Telekom.


Mr. B.J.H. Braeken
Mr. B.J.H. Braeken is advocaat te Amsterdam (Stibbe).
Artikel

Ontwikkelingen betreffende het voorstel voor een Richtlijn consumentenrechten: de positie van de Raad en het Europees Parlement

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden richtlijn consumentenrechten, consumentenbescherming, harmonisatie, op afstand gesloten overeenkomst, herroepingsrecht ontbindingsbevoegdheid
Auteurs Prof. mr. M.B.M. Loos en Mr. J.A. Luzak
SamenvattingAuteursinformatie

    Op het eind 2008 ingediende voorstel voor een Richtlijn consumentenrechten is veel kritiek gekomen omdat het ertoe zou leiden dat het niveau van consumentenbescherming in veel landen, waaronder Nederland, zou worden verlaagd. Zowel binnen de Raad van Ministers als in het Europees Parlement is de kritiek serieus genomen. De Raad en het Parlement hebben eerst echter andere keuzes gemaakt om het niveau van consumentenbescherming te verhogen. In deze bijdrage bespreken we de verschillende benaderingen en de daaruit voortvloeiende voorstellen.
    Voorstel van de Europese Commissie voor een richtlijn betreffende consumentenrechten, COM(2008) 614 def


Prof. mr. M.B.M. Loos
Prof. mr. M.B.M. Loos is werkzaam bij het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.

Mr. J.A. Luzak
Mr. J.A. Luzak is werkzaam bij het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.

    Op 16 februari 2011 is de nieuwe Richtlijn betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties vastgesteld (Richtlijn 2011/7/EU). Uit diverse onderzoeken was gebleken dat betalingsachterstanden nog steeds aan de orde van de dag zijn en dat Richtlijn 2000/35/EG daarin geen verandering heeft gebracht. Met de nieuwe richtlijn wordt getracht (1) schuldeisers middelen te geven waarmee ze hun rechten bij wanbetaling volledig en succesvol kunnen uitoefenen en (2) door middel van hoge rente debiteuren te prikkelen tijdig te betalen. Het is echter de vraag of deze wijzigingen ertoe zullen leiden dat betalingsachterstanden tot de verleden tijd gaan behoren.
    Richtlijn 2011/7/EU van 16 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties (Pb. EU 2011, L 48/1)


Mr. A.C. Rozeman
Mr. A.C. Rozeman is werkzaam als advocaat bij NautaDutilh N.V. te Amsterdam.
Artikel

De nieuwe regels voor ‘comitologie’ na het Verdrag van Lissabon

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden comitologie, comitologieverordening, gedelegeerde handelingen, uitvoeringshandelingen
Auteurs Drs. M. Chamon
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de comitologieverordening wordt uitvoering gegeven aan artikel 291 VWEU. Het Verdrag van Lissabon herschikte de wijze waarop EU-wetgeving geïmplementeerd wordt. In deze bijdrage worden de relevante bepalingen in het primair recht beschouwd en wordt de comitologieverordening onder de loep genomen. Hoewel de verordening een wezenlijke hervorming doorvoert, is deze niet zo drastisch als mogelijk is onder de nieuwe bepalingen van het Verdrag. Voor een definitieve evaluatie is het wachten op de praktijk na de inwerkingtreding van de verordening. Duidelijk is alvast dat ook het Hof van Justitie zich over een aantal onduidelijkheden in de verordening en het Verdrag zal moeten uitspreken.


Drs. M. Chamon
Drs. M. Chamon is assistent aan de vakgroep Europees recht, Universiteit Gent.
Artikel

Kroniek gelijke behandeling in het Unierecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden kroniek, gelijke behandeling, unierecht
Auteurs Dr. S.D. Burri
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek wordt vooral aandacht besteed aan de arresten van het Hof van Justitie over gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid en het aanbod van goederen en diensten, zwangerschap en beloning en bescherming tegen ontslag, ouderschapsverlof en leeftijdsdiscriminatie. Het Hof van Justitie heeft nationale bepalingen soms rechtstreeks getoetst aan het Handvest van de Grondrechten. Een bepaling van Richtlijn 2004/113/EG is ongeldig verklaard. De positie van zelfstandigen is enigszins versterkt met de inwerkingtreding van Richtlijn 2010/41/EU, hetzelfde geldt voor degenen die ouderschapsverlof willen opnemen (Richtlijn 2010/18/EU). Twee dossiers – wijzigingsvoorstellen voor de Kaderrichtlijn 2000/78/EG en de Zwangerschapsrichtlijn 92/85/EG zijn nog steeds aanhangig.


Dr. S.D. Burri
Dr. S.D. Burri (Susanne) is als universitair hoofddocent verbonden aan het Departement Rechtsgeleerdheid (Gender en recht en Europa Instituut) van de Faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie van de Universiteit Utrecht en is coördinator van het Europees Netwerk op het terrein van Gendergelijkheid van de Europese Commissie.
Artikel

‘Lookin’ for a little green bag…’ en de werkingssfeer van het Unierecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden werkingssfeer Unierecht, Josemans, softdrugsbeleid, beginsel van non-discriminatie
Auteurs Mr. H. van Eijken en Mr. H. J. van Harten
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Josemans staat in de kern de beperking van de toegang tot Maastrichtse coffeeshops voor bezoekers die woonachtig zijn in andere EU-lidstaten ter discussie. Mogen met een beroep op een publiek belang Unieburgers uit andere lidstaten geweigerd worden in coffeeshops? Of forceert het vrijegoederenverkeer dan wel het vrijedienstenverkeer een recht op toegang tot coffeeshops? En is het bijzondere karakter van de verkoop van softdrugs van belang voor de toepasselijkheid van het Unierecht?


Mr. H. van Eijken
Mr. H. van Eijken is promovenda bij het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.

Mr. H. J. van Harten
Mr. H. van Harten is werkzaam als universitair docent bij het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.
Artikel

Rome III: geen geünificeerd Europees conflictenrecht op het terrein van de echtscheiding voor Nederland

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden echtscheiding, conflictenrecht, verordening Rome III, unificatie, ‘nauwere samenwerking’
Auteurs Dr. A.E. Oderkerk
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 december 2010 is Verordening Rome III vastgesteld. In deze verordening is het toepasselijk recht op de echtscheiding geregeld. De verordening is tot stand gekomen via de procedure tot nauwere samenwerking en zal voor veertien EU-landen in werking treden op 21 juni 2012. Nederland behoort niet tot de deelnemende landen en zal waarschijnlijk niet van de mogelijkheid gebruik maken zich aan te sluiten. Voor de Nederlandse rechter zal de verordening slechts in een zeer beperkt aantal gevallen relevant zijn. Dit ligt anders voor de Nederlandse advocaat met een internationale familierechtpraktijk.Verordening (EU) nr. 1259/2010 van de Raad van 20 december 2010 tot nauwere samenwerking op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed, Pb. EU 2010, L 343/10.


Dr. A.E. Oderkerk
Dr. A.E. Oderkerk is Universitair hoofddocent internationaal privaatrecht en rechtsvergelijking, Afdeling Privaatrecht, Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Zorg over de grens: de arresten Commissie/Frankrijk en Elchinov

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Elchinov, patiëntenrichtlijn, grensoverschrijdende zorg, EU-verenigbaarheidstoezicht
Auteurs Mr. A.P. van der Mei
SamenvattingAuteursinformatie

    Commissie/Frankrijk en Elchinov zullen niet de geschiedenisboeken in gaan als baanbrekende arresten die de EU-regels betreffende de vergoeding van de kosten van grensoverschrijdende zorg significant wijzigen. De door het Hof van Justitie getrokken conclusies vloeien logisch voort uit eerdere rechtspraak, komen overeen met de conclusies van respectievelijk Advocaten-generaal Cruz Villalón en Sharpston1x Om deze reden worden de conclusies van de twee A-G’s niet apart besproken. en zijn in lijn met de relevante bepalingen van de recent aangenomen Richtlijn betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg (Patiëntenrichtlijn).2x De richtlijn werd door de Raad aangenomen op de dag dat deze bijdrage werd afgerond: 28 februari 2011. Zie verder het persbericht van de Raad van de Europese Unie, 28 februari 2011, 7056/11, beschikbaar op <www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_Data/docs/pressdata/en/lsa/119514.pdf>. Zie voor een commentaar op het voorstel van de Commissie (COM(2008)414) voor deze richtlijn W. Sauter, ‘Patiëntenrechten bij Grensoverschrijdende Zorg’, NTER 2009/1, p. 1-7. Niettemin, Commissie/Frankrijk en Elchinov verdienen aandacht. In de eerste plaats omdat het Hof van Justitie nadere duidelijkheid verschaft over verenigbaarheid met het EU-recht van nationale regels die de vergoeding van de kosten van in een andere lidstaat ontvangen zorg afhankelijk stellen van voorafgaande toestemming. In de tweede plaats omdat het Hof van Justitie weigert afstand te nemen van de ‘aloude’ regel dat het EU-recht zich verzet tegen een nationale regel die lagere rechters gebiedt uitvoering te geven aan een arrest van de, of een, hoogste rechter dat mogelijk in strijd is met het EU-recht.

Noten

  • 1 Om deze reden worden de conclusies van de twee A-G’s niet apart besproken.

  • 2 De richtlijn werd door de Raad aangenomen op de dag dat deze bijdrage werd afgerond: 28 februari 2011. Zie verder het persbericht van de Raad van de Europese Unie, 28 februari 2011, 7056/11, beschikbaar op <www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_Data/docs/pressdata/en/lsa/119514.pdf>. Zie voor een commentaar op het voorstel van de Commissie (COM(2008)414) voor deze richtlijn W. Sauter, ‘Patiëntenrechten bij Grensoverschrijdende Zorg’, NTER 2009/1, p. 1-7.


Mr. A.P. van der Mei
Mr. A.P. van der Mei is universitair docent aan de capaciteitsgroep Internationaal & Europees recht van de Universiteit Maastricht.
Artikel

Kolencentrales, robuuste verbindingen en EU-milieurichtlijnen: balanceren tussen nationale en Europese doelstellingen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden milieu, implementatie milieurichtlijnen, omzettingstermijn, ecologische hoofdtrsuctuur (EHS), vogel-en habitatrichtlijn
Auteurs Mr. F.M. Fleurke en Mr. dr. A. Trouwborst
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden twee actuele milieudossiers besproken die direct de grenzen van het Europees recht raken, namelijk de voorgenomen bouw van een aantal nieuwe kolencentrales en het huidige regeringsbeleid ten aanzien van ecologische verbindingszones. Beide dossiers illustreren dat de Nederlandse moeite met het voldoen aan Europese resultaatsverplichtingen nog niet tot het verleden behoort.


Mr. F.M. Fleurke
Mr. F.M. Fleurke is UD milieurecht aan de Universiteit van Tilburg.

Mr. dr. A. Trouwborst
Dr. A. Trouwborst is UD milieurecht aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Eenheid en verdeeldheid in Europa: EEX-Verordening versus CMR en het vrij verkeer van vonnissen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden EEX-Verordening, litispendentie en samenhang, tenuitvoerlegging, samenloop bijzondere verdragen, CMR
Auteurs Mr. P.H.L.M. Kuypers
SamenvattingAuteursinformatie

    De EEX-Verordening laat regels in verdragen over bijzondere onderwerpen onverlet. Het CMR-Verdrag is een dergelijk verdrag voor vervoerovereenkomsten en beoogt onder meer de aansprakelijkheid van vervoerders uniform te regelen. In de praktijk oordelen de rechters in de EU verschillend over de aansprakelijkheid van een vervoerder. Daardoor ontstaat soms een race naar de rechter om de (afwezigheid van) aansprakelijkheid vast te stellen door de rechter die waarschijnlijk voor de vervoerder of ladingbelanghebbende een gunstige benadering heeft. Keerzijde van de race naar de rechter zijn vragen over litispendentie en samenhang (zie eerder het arrest van het Hof van Justitie Tatry) en vervolgens discussie over tenuitvoerlegging en de weigeringsgronden. In welke verhouding staan de EEX-Verordening en het CMR tot elkaar bij litispendentie en tenuitvoerlegging?


Mr. P.H.L.M. Kuypers
Mr. P.H.L.M. Kuypers is advocaat bij AKD te Brussel.
Artikel

Verbod van verkoop van contactlenzen via internet is in strijd met het EU-recht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden contactlenzen, Ker-Optica, Richtlijn elektronische handel
Auteurs Mr. drs. H.A.G. Temmink
SamenvattingAuteursinformatie

    De zaak Ker-Optika betreft een Hongaarse regeling die de verkoop van contactlenzen uitsluitend voorbehoudt aan speciaalzaken voor medische hulpmiddelen en die dus de verkoop van contactlenzen via internet verbiedt. Het Hof van Justitie verklaart een dergelijke regeling onverenigbaar met de Richtlijn elektronische handel (Richtlijn 2000/31/EG) en methet vrije verkeer van goederen (art. 34 en 36 VWEU).


Mr. drs. H.A.G. Temmink
Mr. drs. H.A.G. Temmink is werkzaam als plv. afdelingshoofd bij de Europese Commissie DG Interne Markt en Financiële Diensten, unit vrij verkeer van diensten en vestiging II.
Toont 121 - 140 van 184 gevonden teksten
1 2 3 4 5 7 9 10
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.