Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 291 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

‘Supplier codes of conduct’ en mensenrechten in een keten van contracten

Over enige vermogensrechtelijke implicaties van gedragscodes met betrekking tot mensenrechten en milieu in contractuele relaties

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2011
Trefwoorden gedragscode, mensenrechten, ketenaansprakelijkheid, zelfregulering, transnationaal privaatrecht
Auteurs Mr. M.-J. van der Heijden
SamenvattingAuteursinformatie

    Tegen de achtergrond van ernstige mensenrechtenschendingen van toeleveranciers in ontwikkelingslanden en sterk groeiende economieën, zoals China en India, stellen steeds meer ondernemingen supplier codes of conduct agreements (gedragsregels voor hun leveranciers in overeenkomsten) op als zelfregulerende mechanismen die mensenrechtenschendingen zouden moeten tegengaan in een internationale context waarin ondernemingen niet door de internationale gemeenschap of gastlanden aansprakelijk gehouden worden. De achtergrond van het opstellen van de codes en daarmee de relevantie van het onderwerp worden kort in de inleiding besproken. Vervolgens wordt aangegeven wat de inhoud van deze gedragscodes is en hoe de verschillende codes zich tot elkaar verhouden in een context van een proliferatie van gedragscodes. Ondanks de diversiteit van codes is een proces van standaardisering zichtbaar, zodat enige algemene opmerkingen mogelijk zijn. Daarna wordt de vraag behandeld wat de juridische impact van de codes kan zijn, enerzijds door hun effect op de relatie tussen de contractspartijen en op de positie van werknemers in ontwikkelingslanden aan de hand van verschillende situatieschetsen te toetsen, en anderzijds door de status van de codes onder Nederlands recht te beoordelen. Afsluitend volgt een aantal slotopmerkingen over mogelijke (toekomstige) implicaties en hoe supplier codes of conduct agreements passen in ontwikkelingen van transnationaal privaatrecht, constitutionalisering van privaatrecht, zelfregulering, en aansprakelijkheid in een web van relaties.


Mr. M.-J. van der Heijden
Mr. M.-J. van der Heijden is werkzaam aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht.
Artikel

Het spanningsveld tussen een integere bancaire sector en laagdrempelige toegang tot het betalingsverkeer

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Wft, integriteit, banken, opzeggingsbevoegdheid, duurovereenkomsten
Auteurs Mr. J.W. Achterberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Van banken wordt (op grond van publiekrechtelijke financiële wetgeving) verwacht dat zij het vertrouwen in de bancaire sector waarborgen, door potentiële cliënten te screenen en bestaande cliënten te monitoren (en in bepaalde gevallen de relatie te beëindigen). Aan de andere kant is het besef doorgedrongen dat de beschikking over een bankrekening onontbeerlijk is en worden banken door rechters verplicht bancaire relaties met door hen ongewenste typen cliënten in stand te houden. Dit brengt banken in een lastig parket. Hoe moeten banken hun bevoegdheid tot opzegging toepassen en welke rechterlijke toets is hierop van toepassing?


Mr. J.W. Achterberg
Mr. J.W. Achterberg is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam (Afdeling Banking & Finance).
Artikel

Criminaliteit en werk

Een veelzijdig verband

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2011
Trefwoorden employment, corruption, organisational crime, life course
Auteurs Judith van Erp, Victor van der Geest, Wim Huisman e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Employment and crime are commonly assumed to be negatively correlated. Those employed are less likely to commit crimes, and conversely, those who have a criminal record are less likely to become employed. Criminological research has provided strong empirical and theoretical support for the link between employment and crime, but also suggests that a complex set of mechanisms may be at play. Additionally, studies show that employment can also increase the risk of criminal behaviour. In the introduction of this special issue, three causal relationships in the work-crime nexus will be discussed: employment causing crime, employment preventing crime, and crime blocking future employment.


Judith van Erp
Dr. J.G. van Erp is criminoloog aan de faculteit rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam, vanerp@frg.eur.nl.

Victor van der Geest
Dr. V.R. van der Geest is als universitair docent verbonden aan de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam en als onderzoeker aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), vvandergeest@nscr.nl.

Wim Huisman
Prof. dr. W. Huisman is hoogleraar Criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, w.huisman@rechten.vu.nl.

Janna Verbruggen
J. Verbruggen, MSc is als promovendus verbonden aan het Phoolan Devi instituut, in een samenwerkingsverband tussen de Afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam en het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), jverbruggen@nscr.nl.
Artikel

Familierelaties en het stoppen met misdaad

Aangrijpingspunten voor het reclasseringswerk

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2011
Auteurs B. Vogelvang
SamenvattingAuteursinformatie

    Various criminologists describe family and partner relationships as forms of social capital. Also research shows that many delinquents say they have generally good relations with their family. Instead of focusing only on the delinquent's individual responsibility and risk factors, probation work should pay more attention to the protective aspects of the former convict's social environment. The author presents a framework, based on the work of the family therapist Nagy, that provides probations workers with the tools to involve the delinquent's family members in the process towards desistance.


B. Vogelvang
Dr. Bas Vogelvang is als lector Reclassering en Veiligheidsbeleid verbonden aan het Expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool te Den Bosch. Hij is tevens als expertadviseur werkzaam bij Adviesbureau Van Montfoort. Dit artikel is gebaseerd op het hoofdstuk ‘Justice for all: Family matters in offender supervision’ (Vogelvang en Van Alphen, 2011).

    Intervention teams are among the most discussed tools in the current process of securitisation. Their integrated approach takes into account all underlying causes of insecurity and quality of life. For a more effective approach authorities and organisations have to cooperate and let go of their mutual boundaries. But can the participants put aside their differences in perspectives and policies? This article discusses the goal of ‘ontkokering’ (‘decompartalisation’), this was done through a study of the practices of intervention team SIP in Amsterdam. On basis of thirteen interviews and observations the authors argue that there are three main mechanisms or ‘molar barriers’, which conserve the old structures in the integrated approach of the intervention team: ‘methodical robustness’, ‘institutional robustness’ and ‘financial robustness’.


M. Schuilenburg
Mr. Drs. Marc Schuilenburg is werkzaam bij de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij is tevens redactieraadlid van Justitiële verkenningen. Zie: www.marcschuilenburg.nl.

C. Dijkstra
Catharina Dijkstra MSc studeerde criminologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Artikel

Ethiek en herstelrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, ethics, moral praxis
Auteurs Bart Pattyn
SamenvattingAuteursinformatie

    Conceptions of what ethics are about inform the expectations one has when consulting ethicians. To illustrate this Pattyn shows how two different conceptions of ethics generate two opposite expectations. One could either consider ethics as a specific disciplinary domain that can evaluate and judge decisively about a certain phenomenon on the basis of fundamental criteria, or see ethics as the study of the ways in which a phenomenon – such as restorative justice – can appear as a morally accountable praxis in a specific cultural setting or ‘situated understanding’. Pattyn argues that only the second view makes sense and discusses several types of settings and understandings in relation to various types of judicial settlement. The conclusion following from the analysis is that the ambitions of restorative justice amount to an everyday moral strategy to heal the damaged cohesion of social groups after a transgression and to offer offender and victim alike the opportunity to rehabilitate.


Bart Pattyn
Bart Pattyn is als hoofddocent verbonden aan het Centrum voor Ethiek, Sociale en Politieke Filosofie (Overlegcentrum voor Ethiek) te Leuven.

    Hoewel diverse grondrechten al sinds jaar en dag worden ingeroepen in Europese mededingingsprocedures, komen op deze grondrechten gebaseerde verweren nog iets minder voor in Nederlandse mededingingszaken. In deze bijdrage, die wegens haar omvang geen uitputtend overzicht vormt, zal nader worden ingegaan op een aantal grondrechtelijke leerstukken die in dat kader met name relevant lijken.


Mr. H.M.H. Speyart
Mr. H.M.H. Speyart is advocaat bij NautaDutilh N.V. te Amsterdam.
Artikel

Efficiëntie in het kwadraat

Over de lotgevallen van de kleine strafzaak na invoering van de strafbeschikking en het verlofstelsel

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2010
Trefwoorden strafbeschikking, verlofstelsel, decriminalisering, efficiëntie in het strafproces
Auteurs Mr. dr. Jan Crijns
SamenvattingAuteursinformatie

    Recently, the punishment order by the prosecutor (article 257a Code of Criminal Procedure) and the leave to appeal system (article 410a Code of Criminal Procedure) have been adopted in Dutch criminal procedural law. Both legal measures have major consequences for the way in which minor criminal offences are dealt with. Viewing both these efficiency-promoting measures from their mutual interconnection, the question rises whether, in the settlement of these minor offences, a full process that actually does justice to all interests involved, may still be spoken of. It is suggested in this contribution that this question requires a more subtanstial revision and reassessment of the enforcement system with regards to minor offences, whereby decriminalisation may also play a pertinent role.


Mr. dr. Jan Crijns
Jan Crijns is universitair docent bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden en tevens rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Haarlem.
Artikel

De Werkwijze NMa analoog en digitaal rechercheren: trial and error again?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Werkwijze NMa analoog en digitaal rechercheren, onderzoek, evenredigheidsbeginsel, fishing expedition, geprivilegieerde gegevens
Auteurs Mr. M. Knapen en Mr. R. Elkerbout LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    Met ingang van 17 augustus 2010 voert de NMa een deel van haar toezichts- en onderzoeksbevoegdheden uit op basis van de Werkwijze NMa analoog en digitaal rechercheren. Deze werkwijze vervangt de NMa Digitale Werkwijze 2007 en beschrijft in hoofdlijnen de procedure die de toezichthoudende ambtenaar volgt bij het opsporen van overtredingen van de Mededingingswet en de vervoers- en energiewetten. In deze bijdrage wordt de nieuwe werkwijze kritisch tegen het licht gehouden en wordt ingegaan op de vraag of de nieuwe werkwijze het beoogde evenwicht heeft bereikt tussen effectief onderzoek en de waarborgen voor ondernemingen. Daarbij wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de waarborgen die zogenoemde fishing expeditions moeten voorkomen en de bescherming van geprivilegieerde gegevens.


Mr. M. Knapen
Mr. M. Knapen is werkzaam als advocaat in dienstbetrekking bij Philips.

Mr. R. Elkerbout LL.M.
Mr. R. Elkerbout LL.M. is advocaat bij Stek.
Artikel

Vertrouwen in toezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden toezicht, vertrouwen, controle
Auteurs Dr. ir. F.E. Six
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Nederlandse debat over de rol van vertrouwen in toezicht en handhaving heerst verwarring over het begrip vertrouwen. Dit artikel kijkt kritisch naar de argumenten en schept meer duidelijkheid over het begrip en de voor toezicht belangrijke relatie tussen vertrouwen en controle. Vertrouwen is onvermijdelijk aan de orde in toezichtrelaties en kan dus het beste expliciet in toezichttheorie geconceptualiseerd worden. De conceptualisatie van vertrouwen in de responsieve toezichttheorie van Braithwaite e.a. is echter aan herziening toe. Aan de hand van recente inzichten uit de vertrouwensliteratuur worden uitgangspunten en contouren van een mogelijke vertrouwensbenadering in toezicht geschetst.


Dr. ir. F.E. Six
Dr. ir. F.E. Six MBA is werkzaam aan de Vrije Universiteit, Afdeling Bestuurswetenschappen.
Artikel

Herwaardering van certificering als beschermingsconstructie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Administratiekantoor, beschermingsconstructies, certificering, certificering van aandelen, Dutch discount, market for corporate control
Auteurs Mr. J. de Koning Gans en Prof. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    De praktijk wijst uit dat aandeelhoudersactivisme het vennootschappelijk belang kan bedreigen. In deze bijdrage wordt onderzocht wat de meest adequate vorm van bescherming van een beursvennootschap tegen een vijandige overname is. Allereerst worden de in Nederland meest voorkomende beschermingsconstructies besproken en geëvalueerd. De auteurs constateren vervolgens dat aan elke beschermingsmaatregel voor- en nadelen kleven. Deze voor- en nadelen hebben betrekking op de toereikendheid van de bescherming of de aanvaardbaarheid van de inperking van de zeggenschap van kapitaalverschaffers. Vergeleken met de andere behandelde beschermingsconstructies lijkt certificering echter volgens de auteurs het best aan beide criteria te voldoen. De auteurs sluiten deze bijdrage af met enkele aanbevelingen ten aanzien van het bestuur van het Administratiekantoor (AK) die de certificaten uitgeeft teneinde de onafhankelijkheid van het AK te kunnen waarborgen en certificering in het algemeen als meest aanvaardbare beschermingsconstructie te kunnen aanmerken.


Mr. J. de Koning Gans
Mr. J. De Koning Gans is recentelijk afgestudeerd aan de Universiteit Utrecht in de master Recht en Onderneming.

Prof. W.J. Oostwouder
Prof. W.J. Oostwouder is hoogleraar bedrijfsfinancieel recht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

De schijnbeweging die tot een penalty leidde: kanttekeningen bij het Vitesse-arrest

HR 22 juni 2010, NJ 2010, 371, LJN BL5420

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2010
Trefwoorden onrechtmatige daad, (onbevoegde) vertegenwoordiging, toezegging
Auteurs Mr. H.J.S.M. Langbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    Gedeputeerden van de provincie Gelderland doen aan Vitesse c.s. een toezegging. Deze wordt niet nagekomen. Vitesse spreekt daarop de provincie aan. De rechtbank wijst de vorderingen van Vitesse c.s. af. Het hof oordeelt eveneens dat de provincie niet contractueel gebonden is aan de toezegging, maar tevens dat de provincie wel onrechtmatig heeft gehandeld jegens Vitesse c.s. De Hoge Raad laat het arrest van het hof in stand. In het artikel wordt het arrest van de Hoge Raad geanalyseerd.


Mr. H.J.S.M. Langbroek
Mr. H.J.S.M. Langbroek is werkzaam als advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Artikel

Uitleg van leverings- en vestigingsakten; een herbezinning waard?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2010
Trefwoorden objectieve uitleg, Haviltex, leveringsakte, vestigingsakte, wils-vertrouwensleer
Auteurs Mr. P. Memelink
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2001 oordeelde de Hoge Raad dat bij onenigheid over de omvang van een overgedragen onroerende zaak of de vestiging van een beperkt recht, de notariële akte moet worden uitgelegd aan de hand van objectieve maatstaven. Op die wijze van uitleg is in de literatuur kritiek geuit, die de Hoge Raad vooralsnog geen aanleiding heeft gegeven om op zijn oordeel terug te komen. Twee zaken waarin de uitleg van een notariële leveringsakte aan de orde kwam, werden begin dit jaar afgedaan met art. 81 Wet RO. De ‘objectieve uitleg’ van een notariële vestigingsakte werd nogmaals bevestigd in een arrest van 22 oktober jongstleden. In dit artikel pleit de auteur voor herbezinning op de wijze van uitleg van notariële akten.


Mr. P. Memelink
Mr. P. Memelink is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht (afdeling civiel recht) van de Universiteit Leiden.
Artikel

Wel ondertekend, maar geen partij: een opvallende toepassing van de wilsvertrouwensleer

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2010
Trefwoorden wilsvertrouwensleer, rechtshandeling, hoofdelijke aansprakelijkheid aandeelhouders
Auteurs Mr. S.Y. Cheung
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt het vonnis van de kantonrechter te Utrecht d.d. 21 juli 2010, waarin is beslist dat aandeelhouders en tevens indirect bestuurders van een vennootschap niet persoonlijk aan een door hen ondertekende huurovereenkomst zijn gebonden. Met toepassing van de wilsvertrouwensleer ex artikel 3:33 en 3:35 BW oordeelt de kantonrechter dat geen rechtshandeling tot het aangaan van het medehuurderschap tot stand is gekomen.


Mr. S.Y. Cheung
Mr. S.Y. Cheung is werkzaam als kandidaat-notaris bij Stibbe.
Artikel

Onevenwichtige contractvoorwaarden bij overheidsaanbestedingen en het beroep op artikel 6:248 lid 2 BW

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2010
Trefwoorden aanbesteding, overheidscontracten, onevenwichtige contractvoorwaarden, beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid
Auteurs Mr. S. Mutluer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het door overheidsaanbesteders opleggen van onevenwichtige contractvoorwaarden die een afwijking vormen van breed geaccepteerde standaardvoorwaarden, leidt in de aanbestedingspraktijk geregeld tot ongenoegen van inschrijvers. Aangezien het in de regel gaat om professionele verhoudingen en de jurisprudentie voor dergelijke verhoudingen een sterk belang toekent aan de contractvrijheid en de rechtszekerheid, rijst de vraag of inschrijvers hier contractenrechtelijk iets tegen kunnen ondernemen. In deze bijdrage wordt onderzocht of inschrijvers via een beroep op art. 6:248 lid 2 BW vermeend onevenwichtige contractvoorwaarden na sluiting van het contract door de rechter terzijde kunnen laten schuiven. Tevens wordt de vraag opgeworpen in hoeverre het aanbestedingsrecht grenzen stelt aan die bevoegdheid van de rechter.


Mr. S. Mutluer
Songül Mutluer is als promovenda verbonden aan de afdeling privaatrecht van de Vrije Universiteit Amsterdam en verricht haar promotieonderzoek binnen het onderzoeksprogramma van het VU University Amsterdam, Centre for Law and Governance.
Artikel

Grenzen aan de contracteervrijheid van private aanbesteders?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2010
Trefwoorden private aanbesteding, gelijke behandeling, pre-contractuele redelijkheid en billijkheid, aanbestedingsovereenkomst, beperkende werking van redelijkheid en billijkheid
Auteurs Prof. mr. C.E.C. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het komt in de private contractpraktijk regelmatig voor dat overeenkomsten geheel onverplicht worden aanbesteed. Hoewel private aanbesteders niet gehouden zijn tot naleving van het gereguleerde overheidsaanbestedingsrecht zijn ook zij – in beginsel althans – verplicht de deelnemers aan een aanbestedingsprocedure dezelfde gelijke kans te bieden op het verwerven van de aanbestede opdracht. De grondslag voor die verplichting kan in het verbintenissenrecht worden gevonden. In deze bijdrage wordt die grondslag nader verkend en komt ook de ratio van die verplichting aan de orde. Vervolgens wordt nagegaan of en in hoeverre het verbintenissenrecht zich verzet tegen het uitsluiten door private aanbesteders van die verplichting.


Prof. mr. C.E.C. Jansen
Prof. mr. C.E.C. Jansen is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en raadsheer-plaatsvervanger in het Hof Den Bosch. Hij verricht onderzoek binnen het onderzoeksprogramma van het VU University Amsterdam, Centre for Law and Governance.
Artikel

Vuurwerkramp Enschede: de Staat gaat vrijuit

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2010
Trefwoorden vuurwerkramp, overheidsaansprakelijkheid, Enschede, ramp
Auteurs Mr. E.M. van Orsouw
SamenvattingAuteursinformatie

    Aanleiding voor deze bijdrage is de uitspraak van de Hoge Raad op 9 juli 2010 over de vuurwerkramp. Waar de vordering bij de Hoge Raad strandt op cassatietechnische gronden, werpt de zaak niettemin vele interessante vragen op. Wat is de invloed van politieke keuzes op de vraag wat we van de overheid mogen verwachten in het kader van rampenbestrijding? Wat te doen met gevaar van wijsheid achteraf bij de beoordeling of een bepaalde ramp had kunnen en moeten worden voorkomen? Heeft de kennis van een enkele ambtenaar te gelden als kennis van ‘de Staat’? Mag de Staat bij zijn doen en laten zonder meer vertrouwen op de naleving van afgegeven vergunningen?


Mr. E.M. van Orsouw
Mr. E.M. van Orsouw is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.

    There is currently no legal base for financial supervision and crisis management at the European level. Powers are nationally based. This article develops the financial trilemma, which states that a stable financial system, an integrated financial system and national financial autonomy are incompatible. Any two of the three objectives can be combined, but not all three; one has to give. Assuming that a stable financial system is desirable, this article explores the trade-off between national financial autonomy and financial integration in Europe. Policymakers face a clear choice. If they want to preserve the benefits of the single market for financial services (financial integration), financial supervision and crisis management have to be based on a European footing. This article stresses that a strong legal base is needed for such European arrangements. Voluntary cooperation does not work in a crisis, as national governments tend to follow their national interests. The alternative to European arrangements is preserving the current national powers. This article predicts that banking will then become national: each country has its own national banks.


D. Schoenmaker
Prof. dr. Dirk Schoenmaker is decaan van de Duisenberg School of Finance.
Artikel

Uitbreiding bevoegdheden ter handhaving van de openbare orde en veiligheid

Een versterking of verzwakking van de positie van de burgemeester?

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden bestuurlijke handhaving, burgemeester, bestuurlijke bevoegdheden, openbare orde
Auteurs Arnt Mein
SamenvattingAuteursinformatie

    Lately, mayors’ powers for maintaining public order and safety have been considerably extended, and even more powers are in preparation. These powers must enable the mayor to act quickly against public order disturbances and security threats. The novelty is that the mayor may conditionally use and exercise these new powers preventively against groups of rioters. Their freedom of action and their privacy can also be considerably curtailed. This means these powers have to be used carefully and reluctantly. If the mayor overdoes the crimefighter role, he/she may lose the public’s confidence.


Arnt Mein
Mr. Arnt Mein is als onderzoeker verbonden aan het Verwey-Jonker Instituut en de vakgroep Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam. E-mail: AMein@verwey-jonker.nl.
Artikel

Access_open Algemene bankvoorwaarden: modernisering, maar geen vernieuwing

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Algemene Bankvoorwaarden, informatieplicht, titel 7.7B BW, zekerheidsrechten, beëindiging kredietrelatie
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 november 2009 gelden de Algemene Bankvoorwaarden 2009, die de Algemene Bankvoorwaarden 1995 vervangen. De Algemene Bankvoorwaarden 2009 bevatten een modernisering ten opzichte van de voorwaarden uit 1995. Er is rekening gehouden met de bepalingen van titel 7.7B BW. Opmerkelijk is voorts de schrapping van de aansprakelijkheidsbeperking. De belangrijkste onderdelen uit de Algemene Bankvoorwaarden 1995 zijn niet gewijzigd, zodat de onder die voorwaarden gewezen rechtspraak haar gelding blijft behouden. De reikwijdte van de voorwaarden is evenwel beperkt, omdat de specifieke bankproducten hun eigen voorwaarden kennen die boven de algemene bankvoorwaarden prevaleren.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten te Alphen aan den Rijn.
Toont 121 - 140 van 291 gevonden teksten
1 2 3 4 5 7 9 10 11 14 15
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.