Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 529 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Jurisprudentie x

Dr. H.J. van Kooten
Dr. H.J. van Kooten is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

dr. G.C.C. Lewin
Dr. G.C.C. Lewin is raadsheer in het gerechtshof te Amsterdam.

Mr. P.E. de Kort
Mr. P.E. de Kort is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Mr. K. Frielink
Mr. K. Frielink is advocaat en partner bij Spigthoff Advocaten & Belastingadviseurs.

    Exploitatieplan. Openbaarheid stukken. Belanghebbende. Toerekening, inbrengwaarden, fasering, bepaling exploitatie­bijdrage, wat te doen na vernietiging exploitatie­plan en verhouding met Wabo.

    Gebruik van kunstmatige lichtbronnen is in strijd met de Europese regelgeving.

Jurisprudentie

2011/21 Gerechtshof Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden 8 maart 2011

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden zorgovereenkomst, tweede audit, verzekeraar, fysiotherapeut
Samenvatting

    Niet verlengen zorgovereenkomst; tweede audit; verzekeraar; fysiotherapeut.

Jurisprudentie

Van Europese en Nederlandse prioriteiten

(GvEA 15 december 2010, zaak T-427/08, Confédération europeénne des associations d’horlogers-réparateurs, n.n.g.; CBb 20 augustus 2010, Vereniging van Reizigers/NMa II, LJN BN4700)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2011
Trefwoorden beleidsruimte bij afdoen van klachten zonder onderzoek, primaire en secundaire productmarkten, beginselplicht tot handhaving in het mededingingsrecht
Auteurs Mr. P.J. Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    In kort bestek heeft zowel het Gerecht van Eerste Aanleg van de Europese Unie als het College van Beroep voor het bedrijfsleven zich kritisch uitgelaten over besluiten van respectievelijk de Commissie en de NMa om een klacht niet (verder) in behandeling te nemen wegens gebrek aan prioriteit. Het CBb trekt de teugels aan met de introductie in het mededingingsrecht van de beginselplicht tot handhaving, terwijl het Gerecht, kritisch en tamelijk diep toetsend, de eigen rechtspraak op het punt van het (gebrek aan) ‘communautair belang’ als prioriteringscriterium aanscherpt.


Mr. P.J. Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat bij Linklaters LLP te Amsterdam.
Jurisprudentie

IPR-procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2011
Trefwoorden EEX-Verordening, materiële toepassingsgebied, bepalen van de rechtsmacht, schadebrengende feit
Auteurs Mr. M. Zilinsky
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek zal aandacht worden besteed aan een aantal arresten van het Hof van Justitie over de uitleg van de EEX-Verordening (PbEG L 12/2001, p. 1; hierna: EEX-Vo). In het kader hiervan passeren drie onderwerpen de revue: het materiële toepassingsgebied van de verordening, de vraag naar het bepalen van de rechtsmacht bij geschillen uit overeenkomsten en de vraag naar het bepalen van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan.


Mr. M. Zilinsky
Mr. M. Zilinsky is universitair docent internationaal privaatrecht aan de VU Amsterdam.
Jurisprudentie

(Onderhandse) schenking onder schuldigerkenning, artikel 7:177 BW en artikel 10 SW

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden schenking onder schuldigerkenning, zakelijke rente, vormvereiste van notariele akte, art. 7:177 BW, art. 10 SW
Auteurs Mw. prof. T.J. Mellema-Kranenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Recent deed het hof Arnhem een uitspraak over onderhandse schenkingen onder schuldigerkenning. Het hof is van oordeel dat voor de geldigheid hiervan een notariële akte vereist is.Daarnaast kwam de vraag aan de orde hoe hoog de rente over schuldigerkenningen van voor 2010 moet zijn ter vermijding van toepasselijkheid van artikel 10 SW.


Mw. prof. T.J. Mellema-Kranenburg
Mw. prof. T.J. Mellema-Kranenburg is notaris bij Van Heeswijk Notarissen te Rotterdam en hoogleraar aan de Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

Het Hof van Justitie: Engelbewaarder van het transparantiebeginsel

Een bespreking van het arrest Engelmann (zaak C-64/08) en tien jaar transparantierechtspraak van het Hof van Justitie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden arrest Engelmann, zaak C-64/08, transparantiebeginsel, dienstenconcessies, dienstenrichtlijn
Auteurs Mr. H.M. Stergiou
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 september 2010 heeft het Hof van Justitie naar aanleiding van prejudiciële vragen van het Landesgericht Linz over een Oostenrijkse kansspelconcessie, een belangrijk arrest gewezen over de toepasselijkheid van het transparantiebeginsel op nationale vergunningstelsels. Hiermee bevestigt het Hof de in het arrest Sporting Exchange ontwikkelde lijn dat overheden vergunningen en andere exclusieve rechten niet buiten enige vorm van mededinging kunnen opdragen, indien buitenlandse interesse bestaat in deze vergunningen of rechten.


Mr. H.M. Stergiou
Mr. H.M. Stergiou MA is PhD-fellow aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Jurisprudentie

Wel goed, niet gek: borstvoedingsverlof voor haar … en voor hem!

HvJ EG 30 september 2010, zaak C-104/09 (Roca Álvarez)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2011
Trefwoorden Richtlijn 76/207, gelijke behandeling van mannelijke en vrouwelijke werknemers, borstvoedingsverlof, recht op verlof voor in loondienst werkzame moeders, in loondienst werkzame vaders van recht op verlof uitgesloten, ouderschapsverlof
Auteurs P. Foubert
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Roca Álvarez besliste het Hof van Justitie, op grond van Richtlijn 76/207 inzake de gelijke behandeling van mannelijke en vrouwelijke werknemers, dat een Spaanse man, werknemer van een uitzendbureau, recht had op ‘borstvoedingsverlof’. Deze beslissing is minder controversieel dan ze op het eerste gezicht lijkt. In de eerste plaats bleek het Spaanse ‘borstvoedingsverlof’ de facto een ‘ouderschapsverlof’ te zijn, toegekend aan ouders (moeders én vaders) van jonge kinderen. Vanuit deze optiek ontwaarde het Hof een discriminatie in het feit dat werkneemsters, moeders van jonge kinderen, een zelfstandig recht op zorgverlof hadden, terwijl werknemers, vaders van jonge kinderen, slechts over een afgeleid recht beschikten (dat wil zeggen op voorwaarde dat de moeder van hun kind ook in loondienst werkte).In de tweede plaats heeft het pleidooi van het Hof voor een gelijk aandeel van mannen in de zorg voor kinderen voorlopig slechts een beperkte impact. In tegenstelling tot wat het geval was in de zaak Hofmann (1984), doet het Hof in Roca Álvarez immers geen uitspraak over een regeling die voorbehouden is aan moeders op grond van hun bijzondere relatie met het kind. Het Hof moest hier enkel een uitspraak doen over een verlofregeling die, hoewel oorspronkelijk voorbehouden aan vrouwen, door de Spaanse wetgeving intussen ook werd toegekend aan mannen (hoewel niet op volledige voet van gelijkheid). In deze zaak werd het Hof dus niet gedwongen een standpunt in te nemen over de vraag of lidstaten hun ruime beoordelingsmarge moeten behouden voor wat betreft regelingen die aan werkneemsters worden voorbehouden op grond van de bijzondere moeder-kindrelatie. Het zijn echter precies deze laatste regelingen die – in de huidige stand van de rechtspraak van het Hof van Justitie – nog steeds toelaten dat aan werkneemsters de zorg voor jonge kinderen wordt opgedrongen, terwijl aan mannen een gelijk aandeel in de kinderverzorging wordt ontzegd.


P. Foubert
Mw. prof. dr. P. Foubert is hoofddocent aan de Universiteit Hasselt en advocaat aan de balie Leuven.
Jurisprudentie

Over ouderschap van cao’s en ouderschap van tweelingen

HvJ 16 september 2010, C-149/10 (Zoi Chatzi/Ypourgos Oikonomikon)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2011
Trefwoorden Europese raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof, WAZO, geboorte, zwangerschap, meerlingen, interpretatie Europese cao’s, rechterlijke tussenkomst, sociale partners
Auteurs Prof. dr. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    Clausule 2.1 van de Europese raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof kent aan ‘werknemers, zowel mannen als vrouwen, bij geboorte of adoptie van een kind een individueel recht op ouderschapsverlof toe om hen in staat te stellen gedurende ten minste drie maanden tot een door de Lid-Staten en/of de sociale partners vast te stellen leeftijd van maximaal acht jaar voor hun kind te zorgen’. De via Richtlijn 96/34 omgezette overeenkomst wordt door het Hof van Justitie dubbelzinnig geacht. Ze verduidelijkt niet of in het geval van een geboorte van een meerling het ouderschapsverlof per kind of per zwangerschap moet worden berekend. De erkenning van het recht op ouderschapsverlof in het Charter van de grondrechten van de Europese Unie brengt het Hof er niet toe om het bestaan van een ouderschapsverlof per kind te berekenen. De titularis van dit recht is geenszins het kind, wel de ouder. Het komt de nationale rechter volgens het Hof toe te beoordelen of het regulerende kader voor het gezinsbeleid (l’ensemble de la réglementation nationale) recht doet aan de specifieke noden van ouders van tweelingen. Het Hof merkt op dat niet enkel naar de regeling inzake ouderschapsverlof moet worden gekeken. Andere faciliterende maatregelen zoals een recht op toegang tot de opvang en onthaalstructuren of een financiële tegemoetkoming die de toegang tot deze structuren draaglijker maakt, moeten eveneens worden meegewogen. Het Hof instrueert de rechter het nationale recht (ergo: niet enkel de omzetting van de raamovereenkomst) zo ruim mogelijk te interpreteren, opdat een resultaat kan worden bereikt dat conform het Europese recht is.Het arrest Chatzi legt de noodzaak bloot van het betrekken van de sociale partners die auteurs zijn van een Europese raamovereenkomst als amici curiae. De omstandigheid dat het Hof de Europese Commissie op dit punt heeft geïnterpelleerd, is significant. Artikel 152 van het nieuwe Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vormt daartoe een afdoende juridische grondslag.


Prof. dr. F. Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is hoogleraar arbeidsrecht aan de Université Catholique de Louvain.
Jurisprudentie

Het Hof van Justitie en zijn benigna interpretatio van werkgever en werknemer

HvJ EG 21 oktober 2010, C-242/09, JAR 2010/298 (Albron Catering BV/FNV Bondgenoten & John Roest)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2011
Trefwoorden overgang van onderneming, rechtspositie permanent gedetacheerde werknemer binnen concern
Auteurs Dr. R.M. Beltzer en Mr. I.A. Haanappel
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Albron/Roest heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie een belangwekkende uitspraak gedaan die grote gevolgen heeft voor de Nederlandse rechtspraktijk. De binnen een concern permanent gedetacheerde werknemer wordt beschermd door Richtlijn 2001/23 (overgang van onderneming) en wel door een welwillende interpretatie van de begrippen werkgever en werknemer door het Hof. Het arrest zal naar het oordeel van de auteurs moeten leiden tot een aanpassing van de Nederlandse wetgeving.


Dr. R.M. Beltzer
Dr. R.M. Beltzer is universitair hoofddocent arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.

Mr. I.A. Haanappel
Mw. mr. I.A. Haanappel is promovenda aan de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

2011/15 Voorzieningenrechter Rechtbank Arnhem 2 februari 2011

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden zorgaanbieder, zorgverzekeraar, overeenkomst, redelijkheid en billijkheid, contractuele relatie
Samenvatting

    Overeenkomst zorgaanbieder-zorgverzekeraar; geen verlenging voor 2011 op grond van prijs en kwaliteit van zorg; contractuele relatie sinds 2011; rechtsverhouding beheerst door maatstaven redelijkheid en billijkheid; zorgverzekeraar kan niet zonder meer relatie beëindigen; vordering toegewezen.

Jurisprudentie

2011/12 Rechtbank Zwolle-Lelystad 27 oktober 2010

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden marginale toetsing, redelijkheid en billijkheid, Scheidsgerecht Gezondheidszorg, vernieting
Samenvatting

    Bindend advies Scheidsgerecht Gezondheidszorg; poging tot vernietiging; marginale toetsing door rechter; bindend advies in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aanvaardbaar; vordering afgewezen.

Jurisprudentie

2011/16 Rechtbank Breda 2 februari 2011

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden informed consent, overeenkomst, complicaties, compensatie
Samenvatting

    Informed consent; patiënte onvoldoende geïnformeerd, derhalve geen toestemming; overeenkomst vernietigd: compensatie voor ten onrechte ondergane behandeling en daarmee samenhangende complicaties.


Dr. G.C.C. Lewin
Dr. G.C.C. Lewin is raadsheer in het gerechtshof te Amsterdam.

Dr. G.C.C. Lewin
Dr. G.C.C. Lewin is raadsheer in het gerechtshof te Amsterdam.

    Uitzicht. Bestemming alleen aanvaardbaar als in het plan een voorschrift is opgenomen dat de aanleg en de instandhouding van een beplantingshaag garandeert.


Tycho Lam
Jurisprudentie

Sociale zekerheid, vrij verkeer en Unieburgerschap: de rafelranden van het nieuwe zorgstelsel?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden het nieuwe zorgstelsel, Zorgverzekeringswet, gepensioneerden, verordening 1408/71/EG, artikel 21 en 45 VWEU
Auteurs Prof. mr. W. Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de invoering van het nieuwe zorgstelsel per 1 januari 2006 zijn ook Nederlandse pensioengerechtigden woonachtig in andere lidstaten verplicht aangesloten bij het Nederlandse systeem. Van Delft en een aantal anderen maakten hiertegen bezwaar. Ten aanzien van de Europese socialezekerheidsregels oordeelt het Hof van Justitie dat sprake is van een sluitend systeem van conflictregels dat een eigen keuze voor een bepaald regime door de rechthebbenden uitsluit. Aangezien in casu geen van hen in het buitenland gewerkt heeft zijn de bepalingen inzake het vrij verkeer van werknemers niet van toepassing. De nationale regeling mag echter ingezetenen en niet-ingezetenen niet verschillend behandelen. De verwijzende rechter dient te beoordelen of aan deze voorwaarde wordt voldaan.


Prof. mr. W. Sauter
Prof. mr. W. Sauter is verbonden aan het Tilburg Law en Economics Centre (TILEC) van Tilburg University en is daarnaast werkzaam bij de Zorgautoriteit (NZa).
Toont 121 - 140 van 529 gevonden teksten
1 2 3 4 5 7 9 10 11 26 27
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.