Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 178 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving x
Jurisprudentie

Proportionaliteit van strafrechtelijk beslag volgens het Europese Hof van de Rechten van de Mens

Noot bij EHRM 17 mei 2016, Dzinic tegen Kroatië

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Eerste Protocol, Eigendomsrecht, Conservatoir beslag, Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel, Proportionaliteit
Auteurs Mr. J.L. Baar
SamenvattingAuteursinformatie

    Het EHRM komt tot schending van artikel 1 van het Eerste Protocol EVRM, nu de waarde van het beslag de vermeende vordering van het OM ruim overstijgt. Daartoe wordt van belang geacht dat de nationale autoriteiten die waarde nooit hebben onderzocht en op de stellingen van klager niet zijn ingegaan. De vraag is welke gevolgen deze uitspraak heeft voor de Nederlandse rechtspraktijk.


Mr. J.L. Baar
J.L. Baar is advocaat bij Hoogendam Advocaten te Den Haag.
Redactioneel

Versterk de civielrechtelijke fraudebestrijding door de curator!

Fraudebestrijding door de curator

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Faillissementsfraude, Garantstellingsregeling curatoren, Fraudespreekuur, Fraude, Curator
Auteurs Mr. W.J.B. van Nielen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 14 juli 2015 is het wetsvoorstel versterking positie curator bij de Tweede Kamer ingediend, dat in het kader staat van het bestrijden van faillissementsfraude, het verbeteren van de informatiepositie van de curator en het institutionaliseren van een fraudesignalerende rol.
    De kern van het wetsvoorstel betreft het verankeren van de fraudesignalerende taak van de curator, waarmee hij de plicht krijgt om onrechtmatigheden te onderzoeken en er eventueel melding van te doen. Dit versterkt de positie van de curator uiteraard niet. Het ministerie kan de civiele aanpak door de curator echter bevorderen door de curator te voorzien in financiering, welke zijn grondslag kan vinden in de verruiming van de Garantstellingsregeling curatoren. Ten slotte is begin 2012 het project regionale ‘fraudespreekuren’ opgezet.


Mr. W.J.B. van Nielen
Mr. W.J.B. van Nielen is advocaat/partner bij FERMM advocaten, fraudecurator te Utrecht en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Het nemo-teneturbeginsel en de verhouding met de Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude

Een analyse naar de verhouding tussen het nemo-teneturbeginsel en nieuwe strafbaarstellingen van de meld- en inlichtingenplicht uit de Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Nemo-teneturbeginsel, faillissementsfraude, Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude, meewerkverplichting, Artikel 6 EVRM
Auteurs E.M. van Gelder LLB en D.A.G. van Toor LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden de nieuwe strafbaarstellingen uit de Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude, inhoudende een inlichtingen- en administratieplicht, in het licht van het nemo-teneturbeginsel geanalyseerd. Deze strafbaarstellingen verplichten de failliet inlichtingen en administratie over te dragen aan de curator op straffe van een gevangenisstraf. De vraag is of deze strafbaarstellingen de Straatsburgse toets kunnen doorstaan.


E.M. van Gelder LLB
E.M. van Gelder volgt de Legal Research Master aan de Universiteit Utrecht en was tot juli 2016 als student-assistent werkzaam bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen.

D.A.G. van Toor LLM BSc
D.A.G. van Toor is als onderzoeksmedewerker verbonden aan de Universität Bielefeld.
Artikel

Feitelijk leidinggeven

Hoe een weinig vernieuwend arrest toch veel nieuws kan brengen; een kritische beschouwing

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2016
Trefwoorden feitelijk leidinggeven, deelneming, aansprakelijkstelling, (voorwaardelijk) opzet, zorgplicht
Auteurs Mr. dr. M.J. Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    In diens recente overzichtsarrest blijft de Hoge Raad in weerwil van tegengeluiden vanuit de lagere rechtspraak en de literatuur vasthouden aan het opzetvereiste voor feitelijk leidinggeven. Daarmee wordt het deelnemingskarakter van deze aansprakelijkheidsfiguur nogmaals bevestigd. Die bevestiging is geheel terecht, maar het (waarschijnlijk onbedoelde neven)gevolg van de huidige benadering van dat opzetvereiste is wel dat de ondermaats presterende leidinggevende beter af is dan zijn normconform of bovenmaats presterende collega. Dit specifieke punt vergt nog redressering door de Hoge Raad en zou verholpen kunnen worden door een meer zorgplichtgerichte benadering van voorwaardelijk opzet.


Mr. dr. M.J. Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. De auteur is in juni 2016 gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht op een proefschrift naar de strafrechtelijke aansprakelijkheid van leidinggevenden van ondernemingen.
Artikel

Witwassen, ontneming & fiscale delicten anno 2016

De complicaties bij witwassen & ontneming van voordelen uit belastingfraude

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Fiscale delicten, Ontneming, Witwassen, Belastingfraude, Kwalificatie-uitsluitingsgrond
Auteurs Mr. V.S. Huygen van Dyck-Jagersma
SamenvattingAuteursinformatie

    Ontneming van voordelen uit belastingfraude leidt niet zelden tot complicaties. Niet-betaalde belasting levert een voordeel uit misdrijf op dat kan worden witgewassen. Waar de onbetaalde belasting zich in het vermogen bevindt, kan niet exact worden aangewezen. Het gehele vermogen wordt zodoende ‘besmet’, maar dat betekent nog niet dat het gehele (groten)deels legale vermogen ook als ‘uit misdrijf afkomstig’ kan worden ontnomen. Voor de reikwijdte van de ontnemingsmaatregel is ook de specifieke kwalificatie als opbrengsten uit fiscale delicten van belang, aangezien die niet via de strafrechtelijke route maar alleen via belastingheffing mogen worden ‘ontnomen’. Tot slot betoogt de auteur dat legaliteit en rechtszekerheid aan de ontneming voor verjaarde (fiscale) delicten in de weg zou moeten staan.


Mr. V.S. Huygen van Dyck-Jagersma
Mr. V.S. Huygen van Dyck-Jagersma is fiscaal straf- en procesadvocaat bij Jaeger Advocaten-belastingkundigen.
Artikel

De sanctionering van wildlife crime

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2016
Trefwoorden CITES, Wet natuurbescherming, Flora- en faunawet, Illegale handel, Wildlife crime
Auteurs Mr. H.J. van den Noort
SamenvattingAuteursinformatie

    De illegale handel in wilde dieren en planten is uitgegroeid tot een van de meest winstgevende vormen van georganiseerde criminaliteit. In februari 2016 heeft de Europese Commissie een EU-actieplan tegen de illegale handel in wilde dieren en planten gepresenteerd. Een van de prioriteiten van het EU-actieplan is om bestaande regels toe te passen. Dit artikel beschrijft de in Nederland geldende regels met betrekking tot de illegale handel in wilde dieren en planten.


Mr. H.J. van den Noort
Mr. H.J. van den Noort is advocaat bij Jones Day in Amsterdam. Met dank aan mr. J.T.N.M. Durenkamp.
Artikel

Voorlopige maatregelen uit het economisch strafrecht in handen van het openbaar bestuur?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2016
Trefwoorden verbreding bestuurlijk handhavingsinstrumentarium, voorlopige maatregelen WED
Auteurs Mr. ing. B.F. Algera
SamenvattingAuteursinformatie

    De voorlopige maatregelen ex artikel 28 en 29 Wet op de economische delicten zijn interessant indien daarmee de bestuurlijke reparatoire handhaving zou kunnen worden versterkt. Dwangsom of bestuursdwang zijn immers steeds vaker niet toereikend bij complexe overtredingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het verplichten tot het nalaten van bepaalde handelingen. Bij de rechtbank kan de officier van justitie verzoeken om bijvoorbeeld onderbewindstelling of tijdelijke stillegging van een onderneming. Deze maatregelen worden nu zelden opgelegd. De officier van justitie beschikt, anders dan het bestuur, immers vaak niet over de specifieke deskundigheid om te kunnen bepalen of een voorlopige maatregel geoorloofd is, hoe deze precies moet worden geformuleerd en wat de mogelijke impact en risico’s van de maatregel zijn. Wel is een nieuw samenspel tussen bestuur en Openbaar Ministerie vereist indien het bestuur deze bevoegdheid zou krijgen toebedeeld.


Mr. ing. B.F. Algera
Mr. ing. B.F. Algera is jurist omgevingsrecht bij de provincie Noord-Brabant.
Redactioneel

De punitieve handhaving van het omgevingsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Omgevingswet, Wet op de economische delicten, Rechtshandhaving, Ordeningsrecht
Auteurs Mr. dr. E. Gritter
SamenvattingAuteursinformatie

    Ter inleiding op de special rondom de punitieve handhaving van de nieuw te vormen Omgevingswet plaatst het redactioneel dit actuele vraagstuk kort tegen de achtergrond van eerdere ontwikkelingen op het terrein van de handhaving van het ordeningsrecht.


Mr. dr. E. Gritter
Mr. dr. E. Gritter is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de vakgroep strafrecht & criminologie, Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

De bestraffende handhaving van de Omgevingswet: bestuurlijke strafbeschikking of bestuurlijke boete?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2016
Trefwoorden strafrecht, bestuursrecht, omgevingsrecht, handhaving, sanctiestelsels
Auteurs Prof. mr. B.F. Keulen en Prof. mr. H.E. Bröring
SamenvattingAuteursinformatie

    In juni 2014 is het voorstel voor de Omgevingswet bij de Tweede Kamer ingediend. Aanvankelijk was het kabinet van plan over de volle breedte van de Omgevingswet de mogelijkheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete in te voeren. De Raad van State heeft zich daar in zijn advies tegen gekeerd. Dat heeft het kabinet ertoe gebracht opdracht te geven tot nader onderzoek. Dit artikel bouwt voort op dat onderzoek, dat vanaf de zomer van 2014 tot in maart 2015 is uitgevoerd door medewerkers van de Groningse rechtenfaculteit, onder wie de auteurs van dit artikel. In deze bijdrage richten wij ons vooral op de voorstellen die in de slotbeschouwing zijn gedaan. Het accent ligt op de samenwerking tussen bestuurlijke en justitiële autoriteiten.


Prof. mr. B.F. Keulen
Prof. mr. B.F. Keulen is hoogleraar Straf(proces)recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Prof. mr. H.E. Bröring
Prof. mr. H.E. Bröring is hoogleraar Integrale rechtsbeoefening aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Diversen: Trending Topics

Bestuurlijke boetes in de socialezekerheidswetgeving

Achtergrond en stand van zaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Sociale zekerheid, Boetes, Fraudewet, Boetebesluit, Inlichtingenverplichtingen
Auteurs Mr. dr. M.J.A. Duker
SamenvattingAuteursinformatie

    De laatste jaren is er veel gebeurd op het terrein van de bestuurlijke handhaving van socialezekerheidswetgeving. Op 1 januari 2013 trad met de ‘Fraudewet’ en het nieuwe Boetebesluit socialezekerheidswetten een betrekkelijk hard boetestelsel in werking. Na een kritische uitspraak hierover van de Centrale Raad van Beroep adviseerde de Raad van State de regering in 2015 zich te bezinnen op de mate van rechtsbescherming bij bestuurlijke beboeting. Een voorstel tot wetswijziging om meer differentiatie aan te brengen in het bestuursrechtelijke boetestelsel is sinds januari 2016 aanhangig, maar van een herbezinning lijkt nog geen sprake.


Mr. dr. M.J.A. Duker
Mr. dr. M.J.A. Duker is raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Amsterdam.
Artikel

Van feitgecodeerde naar beleidsgebaseerde bestuurlijke strafbeschikkingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2016
Trefwoorden bestuurlijke strafbeschikking, strafrecht, bestuurlijke boete, Omgevingswet, Openbaar Ministerie
Auteurs Mr. drs. P.W.S. Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    De huidige toepassing van de bestuurlijke strafbeschikking kent knelpunten: te weinig feiten, met rigide feitomschrijvingen en vaste tarieven, zodat onvoldoende rekening kan worden gehouden met specifieke omstandigheden. Voor meer passende bestraffing wordt in het onderzoeksrapport Punitieve handhaving van de Omgevingswet een meer open bestuurlijke strafbeschikkingsbevoegdheid voorgesteld. In dit artikel wordt dit voorstel gesteund. Door niet meer te werken met de systematiek van feitcodes maar met meer algemene omschrijvingen en bandbreedtes voor boetes, en dus met meer beleidsvrijheid kan het instrument van de bestuurlijke strafbeschikking leiden tot een bredere inzet van de kennis en capaciteit van het bestuur binnen de strafvordering.


Mr. drs. P.W.S. Boer
Mr.drs. P.W.S. Boer is raadadviseur bij de directie wetgeving en juridische zaken van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Bestuurlijke boete of bestuurlijke strafbeschikking?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Omgevingswet, bestuurlijke boete, bestuurlijke strafbeschikking
Auteurs Mr. P.C. Verloop en Mr. M.A.J. West
SamenvattingAuteursinformatie

    Een bijdrage van mr. Verloop en mr. West naar aanleiding van het WODC-rapport De punitieve handhaving van de Omgevingswet in welk rapport wordt ingegaan op de gewenste opzet en inrichting van de punitieve handhaving van de nieuwe Omgevingswet. Aan de hand van de slotbeschouwing van het rapport gaan de schrijvers in op de stelling of bij de keuze tussen de bestuurlijke strafbeschikking en de bestuurlijke boete, primair te dient worden ingezet op de bestuurlijke strafbeschikking.


Mr. P.C. Verloop
Mr. P.C. Verloop is advocaat bij Ploum Lodder Princen te Rotterdam.

Mr. M.A.J. West
Mr. M.A.J. West is advocaat bij Ploum Lodder Princen te Rotterdam.
Jurisprudentie

Noot bij ABRvS 7 oktober 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3138 (Wet Aanscherping)

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Bestuurlijke boete, Evenredigheid, Volle toetsing, Wet aanscherping, Beleidsregel
Auteurs Mr. dr. R. Stijnen
SamenvattingAuteursinformatie

    In haar uitspraak van 7 oktober 2015 stelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de Beleidsregel boeteoplegging Wav 2013 buiten werking door vast te houden aan de bedragen uit het oude beleid. In de noot wordt door Stijnen ingegaan op de tendens dat de wetgever bij het vaststellen van boetemaxima de evenredigheid uit het oog lijkt te verliezen. Betoogd wordt dat het daarom temeer van belang is dat de bestuursrechter vol toetst in boetezaken. De uitspraak van de ABRvS van 7 oktober 2015 is in dat verband toe te juichen.


Mr. dr. R. Stijnen
Mr. dr. R. Stijnen is senior stafjurist bij de Rechtbank Rotterdam (bestuursrecht) en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Noord-Holland.
Artikel

Bestuurlijke boete of bestuurlijke strafbeschikking?

Als gekozen wordt voor de bestuurlijke strafbeschikking, dan moet de behandeling van het verzet kunnen worden toevertrouwd aan het bestuursorgaan

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2016
Trefwoorden omgevingsrecht, sanctierecht, (bestuurlijke) boete, (bestuurlijke strafbeschikking, Omgevingswet
Auteurs Mr. B.M. Kocken
SamenvattingAuteursinformatie

    In opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is door de Rijksuniversiteit Groningen onderzoek verricht naar mogelijke sanctiestelsels voor de Omgevingswet. In het eindrapport De punitieve handhaving van de Omgevingswet gaan de opstellers in op de vraag: moet de bestuurlijke boete brede toepassing in het omgevingsrecht krijgen, of dient te worden gekozen voor verruiming en vernieuwing van de bestuurlijke strafbeschikking? Voorgesteld wordt onder meer de behandeling van het verzet onder omstandigheden toe te vertrouwen aan het bestuursorgaan. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de vraag of dit voorstel in de Omgevingswet zou moeten worden overgenomen. Tevens wordt ingegaan op de sancties in het huidige omgevingsrecht en op de vraag: bestuurlijke boete of bestuurlijke strafbeschikking?


Mr. B.M. Kocken
Mr. B.M. Kocken is advocaat te Amsterdam.
Diversen: Trending Topics

Handhaving in de openbare ruimte

Een verdere opmars van de (gewapende) BOA?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2016
Auteurs Prof. mr. J.H. Crijns
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanwege tekortschietende handhavingscapaciteiten bij de politie is de handhaving van publiekrechtelijke normen al vele jaren geleden gedeeltelijk overlaten aan buitengewone opsporingsambtenaren (BOA’s). Hoewel de inzet van BOA’s inmiddels onomstreden is, geeft het recent verschenen rapport ‘Stadshandhavers’ aanleiding opnieuw naar de verhouding en communicatie tussen de politie en BOA’s te kijken, mede in het licht van de wens stadshandhavers in de toekomst te bewapenen.


Prof. mr. J.H. Crijns
Prof. mr. J.H. Crijns is hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden. Daarnaast is hij als raadsheer-plaatsvervanger verbonden aan het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en maakt hij deel uit van de redactie van dit tijdschrift.
Redactioneel

De (on)mogelijkheden van artikel 80a RO

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2016
Trefwoorden artikel 80a RO, versimpelde afdoening, cassatie, belang bij cassatie, bewijs
Auteurs Mr. dr. J.S. Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    De jurisprudentie van de Hoge Raad maakt duidelijk dat allerlei – op zich ook terechte – klachten voortaan in cassatie zullen stranden. Voor de (cassatie) worden praktijk drie belangrijke aandachtspunten meegeven met het oog op het rechtens te respecteren belang. Voor zover dat belang niet meteen duidelijk is, zal daaraan in de cassatieschriftuur afdoende aandacht aan moeten worden besteed. Het komt erop neer dat de woorden die zichtbaar aan dat belang moeten worden gewijd, ook juridisch hout moeten snijden. Sjablonen of schoten voor de boeg zijn dus niet voldoende.


Mr. dr. J.S. Nan
Mr. dr. J.S. Nan is universitair docent straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)advocaat bij Wladimiroff Advocaten.
Artikel

De Wet Bibob en de onschuldpresumptie

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Wet Bibob, onschuldpresumptie, 6 EVRM, bestuurlijke aanpak misdaad, bestuursstrafrecht
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar staande jurisprudentie van de Afdeling is een weigering of intrekking van een beschikking op grond van de Wet Bibob niet aan te merken als een ‘criminal charge’. Hieruit kan niet de conclusie worden getrokken dat de onschuldpresumptie niet van toepassing is op de Wet Bibob. Uit een belangrijke uitspraak van de Afdeling uit 2015 blijkt dat de onschuldpresumptie in een Bibob-procedure kan worden geschonden. De gevolgen van deze uitspraak voor de Bibob-praktijk zijn beperkt.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is docent straf(procesrecht) aan de Tilburg University.

Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is docent straf(procesrecht) aan de Tilburg University.
Artikel

Het nemo-teneturbeginsel

Rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en de Hoge Raad vergeleken

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2016
Trefwoorden nemo-teneturbeginsel, zwijgrecht, EHRM, Hoge Raad
Auteurs D.A.G. van Toor LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Het nemo-teneturbeginsel en het zwijgrecht zijn internationaal erkende onderdelen van het eerlijk-procesrecht. Deze rechten spelen een belangrijke rol in zaken waarin sfeercumulatie en/of -overgang bestaat van het bestuurs- en het strafrecht. Vaak gaat het dan om in een administratieve procedure verplicht afgelegde verklaring of overdragen document dat ook als bewijs voor een strafbaar feit in een strafzaak wordt gebruikt. De precieze betekenis van en afscheiding tussen het nemo-teneturbeginsel en het zwijgrecht wordt al jaren bediscussieerd. Daarom wordt in dit artikel de rechtspraak van het EHRM en de Hoge Raad met betrekking tot deze rechten vergelijken.


D.A.G. van Toor LLM BSc
D.A.G. van Toor LLM BSc is onderzoeker Straf(proces)recht & Criminologie aan de Universität Bielefeld, docent Straf(proces)recht aan de Universiteit Utrecht en redactiesecretaris van dit tijdschrift.
Artikel

Geiten in de regen en ander dierenleed

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Wet dieren, welzijn, gezondheid, onthouden van de nodige zorg
Auteurs Mr. J.L. Baar
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 2.2 lid 8 Wet dieren bepaalt dat een dier niet de nodige zorg mag worden onthouden. Overtreding van deze norm kan zowel strafrechtelijk als bestuursrechtelijk worden gehandhaafd. De ‘nodige zorg’ is echter een breed en vaag begrip. In het artikel wordt getracht aan dat begrip nader invulling te geven. Hoe kan nu worden vastgesteld of al dan niet de nodige zorg verleend is. Daartoe worden in de eerste plaats de wetssystematiek en wetsgeschiedenis besproken. Nu artikel 2.2 lid 8 Wet dieren een welzijnsbepaling is, wordt ook het welzijnsbegrip nader ingevuld. Vervolgens wordt het ‘nodige zorg’ begrip besproken aan de hand van jurisprudentie. Geconcludeerd wordt dat de vraag of de nodige zorg is verleend, in sterke mate wordt beantwoord aan de hand van het welzijn van het dier.


Mr. J.L. Baar
Mr. J.L. Baar is advocaat bij Hoogendam Advocaten te Den Haag en behandelt zowel straf- als bestuursrechtzaken, met regelmaat zaken met betrekking tot de Wet dieren.
Toont 121 - 140 van 178 gevonden teksten
1 2 3 4 5 7 9
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.