Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 165 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving x
Artikel

Bestuurlijke boete of bestuurlijke strafbeschikking?

Als gekozen wordt voor de bestuurlijke strafbeschikking, dan moet de behandeling van het verzet kunnen worden toevertrouwd aan het bestuursorgaan

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2016
Trefwoorden omgevingsrecht, sanctierecht, (bestuurlijke) boete, (bestuurlijke strafbeschikking, Omgevingswet
Auteurs Mr. B.M. Kocken
SamenvattingAuteursinformatie

    In opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is door de Rijksuniversiteit Groningen onderzoek verricht naar mogelijke sanctiestelsels voor de Omgevingswet. In het eindrapport De punitieve handhaving van de Omgevingswet gaan de opstellers in op de vraag: moet de bestuurlijke boete brede toepassing in het omgevingsrecht krijgen, of dient te worden gekozen voor verruiming en vernieuwing van de bestuurlijke strafbeschikking? Voorgesteld wordt onder meer de behandeling van het verzet onder omstandigheden toe te vertrouwen aan het bestuursorgaan. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de vraag of dit voorstel in de Omgevingswet zou moeten worden overgenomen. Tevens wordt ingegaan op de sancties in het huidige omgevingsrecht en op de vraag: bestuurlijke boete of bestuurlijke strafbeschikking?


Mr. B.M. Kocken
Mr. B.M. Kocken is advocaat te Amsterdam.
Diversen: Trending Topics

Handhaving in de openbare ruimte

Een verdere opmars van de (gewapende) BOA?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2016
Auteurs Prof. mr. J.H. Crijns
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanwege tekortschietende handhavingscapaciteiten bij de politie is de handhaving van publiekrechtelijke normen al vele jaren geleden gedeeltelijk overlaten aan buitengewone opsporingsambtenaren (BOA’s). Hoewel de inzet van BOA’s inmiddels onomstreden is, geeft het recent verschenen rapport ‘Stadshandhavers’ aanleiding opnieuw naar de verhouding en communicatie tussen de politie en BOA’s te kijken, mede in het licht van de wens stadshandhavers in de toekomst te bewapenen.


Prof. mr. J.H. Crijns
Prof. mr. J.H. Crijns is hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden. Daarnaast is hij als raadsheer-plaatsvervanger verbonden aan het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en maakt hij deel uit van de redactie van dit tijdschrift.
Redactioneel

De (on)mogelijkheden van artikel 80a RO

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2016
Trefwoorden artikel 80a RO, versimpelde afdoening, cassatie, belang bij cassatie, bewijs
Auteurs Mr. dr. J.S. Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    De jurisprudentie van de Hoge Raad maakt duidelijk dat allerlei – op zich ook terechte – klachten voortaan in cassatie zullen stranden. Voor de (cassatie) worden praktijk drie belangrijke aandachtspunten meegeven met het oog op het rechtens te respecteren belang. Voor zover dat belang niet meteen duidelijk is, zal daaraan in de cassatieschriftuur afdoende aandacht aan moeten worden besteed. Het komt erop neer dat de woorden die zichtbaar aan dat belang moeten worden gewijd, ook juridisch hout moeten snijden. Sjablonen of schoten voor de boeg zijn dus niet voldoende.


Mr. dr. J.S. Nan
Mr. dr. J.S. Nan is universitair docent straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)advocaat bij Wladimiroff Advocaten.
Artikel

De Wet Bibob en de onschuldpresumptie

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Wet Bibob, onschuldpresumptie, 6 EVRM, bestuurlijke aanpak misdaad, bestuursstrafrecht
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar staande jurisprudentie van de Afdeling is een weigering of intrekking van een beschikking op grond van de Wet Bibob niet aan te merken als een ‘criminal charge’. Hieruit kan niet de conclusie worden getrokken dat de onschuldpresumptie niet van toepassing is op de Wet Bibob. Uit een belangrijke uitspraak van de Afdeling uit 2015 blijkt dat de onschuldpresumptie in een Bibob-procedure kan worden geschonden. De gevolgen van deze uitspraak voor de Bibob-praktijk zijn beperkt.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is docent straf(procesrecht) aan de Tilburg University.

Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is docent straf(procesrecht) aan de Tilburg University.
Artikel

Het nemo-teneturbeginsel

Rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en de Hoge Raad vergeleken

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2016
Trefwoorden nemo-teneturbeginsel, zwijgrecht, EHRM, Hoge Raad
Auteurs D.A.G. van Toor LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Het nemo-teneturbeginsel en het zwijgrecht zijn internationaal erkende onderdelen van het eerlijk-procesrecht. Deze rechten spelen een belangrijke rol in zaken waarin sfeercumulatie en/of -overgang bestaat van het bestuurs- en het strafrecht. Vaak gaat het dan om in een administratieve procedure verplicht afgelegde verklaring of overdragen document dat ook als bewijs voor een strafbaar feit in een strafzaak wordt gebruikt. De precieze betekenis van en afscheiding tussen het nemo-teneturbeginsel en het zwijgrecht wordt al jaren bediscussieerd. Daarom wordt in dit artikel de rechtspraak van het EHRM en de Hoge Raad met betrekking tot deze rechten vergelijken.


D.A.G. van Toor LLM BSc
D.A.G. van Toor LLM BSc is onderzoeker Straf(proces)recht & Criminologie aan de Universität Bielefeld, docent Straf(proces)recht aan de Universiteit Utrecht en redactiesecretaris van dit tijdschrift.
Artikel

Geiten in de regen en ander dierenleed

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Wet dieren, welzijn, gezondheid, onthouden van de nodige zorg
Auteurs Mr. J.L. Baar
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 2.2 lid 8 Wet dieren bepaalt dat een dier niet de nodige zorg mag worden onthouden. Overtreding van deze norm kan zowel strafrechtelijk als bestuursrechtelijk worden gehandhaafd. De ‘nodige zorg’ is echter een breed en vaag begrip. In het artikel wordt getracht aan dat begrip nader invulling te geven. Hoe kan nu worden vastgesteld of al dan niet de nodige zorg verleend is. Daartoe worden in de eerste plaats de wetssystematiek en wetsgeschiedenis besproken. Nu artikel 2.2 lid 8 Wet dieren een welzijnsbepaling is, wordt ook het welzijnsbegrip nader ingevuld. Vervolgens wordt het ‘nodige zorg’ begrip besproken aan de hand van jurisprudentie. Geconcludeerd wordt dat de vraag of de nodige zorg is verleend, in sterke mate wordt beantwoord aan de hand van het welzijn van het dier.


Mr. J.L. Baar
Mr. J.L. Baar is advocaat bij Hoogendam Advocaten te Den Haag en behandelt zowel straf- als bestuursrechtzaken, met regelmaat zaken met betrekking tot de Wet dieren.
Artikel

Van containers en growshops

Over functioneel daderschap als alternatief voor medeplegen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2016
Trefwoorden medeplegen, functioneel daderschap, functioneel medeplegen, growshops
Auteurs Prof. mr. J.M. ten Voorde
SamenvattingAuteursinformatie

    In de rechtspraak van de Hoge Raad over medeplegen wordt soms verwezen naar de mogelijkheid om strafrechtelijke aansprakelijkheid via de figuur van het functioneel daderschap vast te stellen. Dit artikel onderzoekt de mogelijkheid of functioneel daderschap (in de vorm van functioneel plegen en functioneel medeplegen) een alternatief voor medeplegen kan vormen. De voorzichtige conclusie luidt dat de figuur van het functioneel medeplegen tot strafrechtelijke aansprakelijkheid kan leiden in geval van vóór, ten tijde en na afloop van het delict geconstateerde passiviteit die strijdig is met een voor de functionaris geldende zorgplicht.


Prof. mr. J.M. ten Voorde
Prof. mr. J.M. ten Voorde is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan de Universiteit Leiden en bijzonder hoogleraar strafrechtsfilosofie (leerstoel Leo Polak) aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Jurisprudentie

Noot bij Rb Rotterdam, sector bestuur, 31 juli 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:5635

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2016
Trefwoorden integriteitsvragen financieel management, bestuurlijke afdoening, voorgenomen publicatie van uitspraak, procedurele tekortkoming, vergelijking bestuursrechtelijke en strafrechtelijke afdoening
Auteurs Prof. dr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De hierboven afgedrukte uitspraak in een van de rechterlijk procedures van DNB tegen de Delta Lloyd c.a. is uitdrukking van de lange tijd geheerst hebbende onmin tussen DNB als toezichthouder en Delta Lloyd (die overigens naar het schijnt, na de komst van een nieuw ma­nagement, enigszins lijkt te verdwijnen, al bemoeide DNB zich onlangs nog met de op stapel staande, maar lange tijd betwiste emissie door Delta Lloyd).
    Aanleiding was van een vermoeden bij de AFM van handelen met voorkennis door leden van het financiële management van Delta Lloyd, afgedekt, naar de rechtbank Rotterdam vaststelde, door de top van Delta Lloyd. Dit vermoeden van aangetaste integriteit van de bestuurders was voor de DNB aanleiding Delta Lloyd op de korrel te nemen. De bestuursrechtelijke procedure eindigde met de boven vermelde uitspraak van de rechtbank Rotterdam met een ferme negatieve uitspraak jegens door Delta Lloyd ingeroepen hulp van deskundigen. Zij verklaarde het beroep van de natuurlijke personen gegrond, stelde de bestuurlijke boete naar beneden bij wegens een, in mijn ogen, overigens niet geringe procedurele tekortkoming en vernietigde het publicatiebesluit.
    In het onderstaande commentaar wordt ingegaan op het verschil tussen een bestuursrechterlijke of een strafrechtelijke afdoening in dit soort zaken. De conclusie is dat Delta Lloyd door de ‘vlucht naar voren’ slechts als verliezer uit deze strijd komt, ook al wint zij op punten. Zij lijdt ernstig imagoverlies mede door zelf de publiciteit te kiezen. Ook DNB komt niet geheel ongeschonden uit de strijd: zij verliest op punten en of zij haar blazoen nu geheel heeft opgepoetst na het aanhoudende verwijt uit financiële kringen dat zij een ferme daad wilde stellen na haar, naar men stelt, zwakke optreden tijdens de financiële crises sedert 2008, blijft de vraag.


Prof. dr. R.C.P. Haentjens
Prof. dr. R.C.P. Haentjens is Bijzonder hoogleraar financieel strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam en raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof Amsterdam.
Artikelen

Steekspel met de fiscus

De fiscale aftrekbeperking van steekpenningen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 6 2015
Auteurs mr. A.A. Feenstra en G.H. Ulrich
Samenvatting

    De bestrijding van corruptie staat al enige tijd hoog op de politieke agenda. Ook het Openbaar Ministerie heeft het zoeklicht gericht op corruptie, hetgeen wel blijkt uit diverse strafrechtelijke onderzoeken die recent de aandacht van de media hebben gehaald (SBM Offshore, gedeputeerde Hooijmaijers). Dat de bestrijding van corruptie ook onderdeel uitmaakt van de fiscale wetgeving is minder bekend. In deze bijdrage zullen wij ingaan op de ontstaansgeschiedenis van deze wetgeving en de fiscale praktijk in relatie tot steekpenningen. Het komt immers nog steeds voor dat ondernemers betalingen doen in de vorm van commissies, kortingen of bonussen in relatie tot het kunnen of mogen leveren van hun producten of diensten. In die gevallen is het mogelijk dat discussie ontstaat met de fiscus over de zakelijkheid en de aftrekbaarheid van deze betalingen.


mr. A.A. Feenstra

G.H. Ulrich

    Op 1 januari 2015 is het wetsvoorstel ‘Verruiming mogelijkheden bestrijding financieel-economische criminaliteit’ in werking getreden. Volgens oud-minister Opstelten van Veiligheid en Justitie zorgt de combinatie van hoge winsten en verhoudingsgewijs lage straffen ervoor dat het plegen van financieel-economische fraude aantrekkelijk is. Het kabinet wil dat dit tot het verleden gaat behoren en heeft daarom de wettelijke sancties voor financieel-economische criminaliteit aangescherpt en de bevoegdheden voor opsporing en vervolging van dit soort feiten verruimd.


mr. dr. drs. G.G. Vos

    Na de recordschikking van het OM met SBM Offshore over omkoping door handelsagenten, vraagt men zich af: is dit nog wel een incident? Nee, het is een logisch gevolg van trend dat het internationaal actieve bedrijfsleven zijn groei steeds vaker uit corruptiegevoelige gebieden haalt en onvoldoende is voorbereid op de risico’s die dat met zich meebrengt. Third parties en partijen verderop in de supply chain zijn de zwakste schakel in de integriteitsketen.


dr. S. Iyer

mr. A.B. Scheltema Beduin

    Begin september publiceerde de U.S. Department of Justice (DOJ) een nieuwe richtlijn voor federale aanklagers die uiteenzet hoe bij corruptie-onderzoeken, waarbij veelal rechtspersonen als verdachte worden aangemerkt, omgegaan zal (moeten) worden met betrokken natuurlijke personen.


mr. J. Verhaert

    Deze bijdrage stelt in een high level outline een aantal trends aan de orde dat in dit verband aandacht verdient. Hoewel deze trends zonder meer van betekenis zijn op het terrein van anti-corruptie, overstijgen zij deze focus en verdienen zij aandacht in breder verband. Tevens wordt in deze bijdrage een aantal te verwachten ontwikkelingen beschreven. Bij het schrijven dit artikel is met een schuin oog gekeken naar de praktijk aan gene zijde van de oceaan.


mr. T. van Roomen

mr. A. Verbruggen
Artikelen

Strafrecht als probleemgerichte aanpak van corruptie?

Studies naar de responsiviteit van anticorruptiebeleid in Nederland en Roemenië

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 6 2015
Auteurs prof. mr. dr. W. Huisman en M. Gorsira
Samenvatting

    Concreet ten aanzien de strafrechtelijke aanpak is de vraag of corrupt gedrag inderdaad het gevolg van een kosten en baten analyse is. In dit artikel proberen wij deze vraag te beantwoorden door een vergelijking te maken tussen twee landen binnen de Europese Unie die zowel wat betreft de omvang van corruptie als het gevoerde anti-corruptiebeleid sterk verschillen: Nederland en Roemenië. Eerst beschrijven wij kort de verschillen in anti-corruptie beleid tussen de twee landen. Dat doen wij op basis studies en evaluaties van GRECO (Group of States against Corruption), OESO, de Europese commissie en Transparency International. Vervolgens kijken we naar de uitkomsten van een studie naar mogelijke oorzaken van corruptie in Nederland en naar mogelijke oorzaken van corruptie in Roemenië. Bij de studies in Nederland en Roemenië waren de auteurs van dit artikel betrokken.


prof. mr. dr. W. Huisman

M. Gorsira

    In dit tijdschrift dat ‘zich beweegt op het snijvlak van het bijzonder strafrecht en het bestuursrechtelijk handhavingsrecht’ wordt veel aandacht besteed aan belangwekkende juridische ontwikkelingen. Daarvoor is dit tijdschrift ook opgezet. Daarbij is ook ruimte om aandacht te vragen voor specifieke onderwerpen en nieuwe ontwikkelingen. Zie hier de reden gelegen voor dit themanummer over corruptie(bestrijding).


A.H.M. de Groot

    Dit artikel vormt een analyse van de tuchtrechtspraak voor accountants in zoverre het klachten betreft gerelateerd aan de (meldplicht van de) ongebruikelijke transactie. Overigens wordt in dit verband (uitsluitend) gekeken naar de werkzaamheden van de accountant bij het samenstellen, beoordelen dan wel controleren van de jaarrekening en/of andere financiële overzichten. Met andere woorden: hij is actief als (openbaar) accountant.


drs. J.H.M. Vestjens

    Op 9 oktober 2014 hield Roan Lamp zijn inaugurele rede ter gelegenheid van zijn benoeming als bijzonder hoogleraar Financieel strafrecht aan de VU Amsterdam onder de titel ‘Denken over toezicht en straf na de financiële crisis’. De inhoud van de door Lamp uitgesproken rede is interessant en actueel. Kort samengevat bepleit Lamp een integratie van bestuursrecht en strafrecht voor het financiële sanctierecht met als doel de handhaving van normen niet alleen doelmatig en effectief maar ook ‘eerlijk’ te maken. Een toekomstperspectief op het financiële sanctierecht is in zijn ogen te meer van belang in een tijd waarin het denken binnen het financiële recht punitiever is geworden.


mr. dr. M.J.A. Duker

    Strafvorderlijk vergaard bewijsmateriaal kan via artikel 55 AWR of door spontane verstrekking in handen van de fiscus geraken en worden gebruikt voor belastingheffing en/of bestuurlijke beboeting. De vraag rijst wat er moet gebeuren als het materiaal op strafvorderlijk onrechtmatige wijze is verkregen. Deze noot gaat in op deze vraag en vergelijkt daarbij het beoordelingskader ten aanzien van bewijsuitsluiting van de belastingrechter met dat van de strafrechter.


mr. C. Hofman

mr. dr. J.S. Nan

    De centrale vraag in dit artikel is of rechterlijke toetsing van transacties wenselijk is. Om deze vraag te beantwoorden gaan wij in paragraaf 2 allereerst kort in op de geuite kritiek over de transactiebevoegdheid van het Openbaar Ministerie (OM). Vervolgens wordt in paragraaf 3 de huidige schikkingsregeling uiteengezet, waarna in paragraaf 4 de thans bestaande mogelijkheden om een schikking voor te leggen aan de rechter aan bod komt. Om een goed beeld te krijgen van de mogelijkheden van een rechterlijke toetsing bij schikking, komt in paragraaf 5 de rechterlijke controle op schikkingen in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk aan bod. Wij sluiten in paragraaf 6 het artikel af met ons antwoord op de centrale vraag en doen daarnaast enkele aanbevelingen.


mr. N.G.H. Verschaeren

mr. A.B. Schoonbeek
Toont 121 - 140 van 165 gevonden teksten
1 2 3 4 5 7 9
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.