Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 475 artikelen

x
Jaar 2016 x
Artikel

Access_open Jacqueline de Savornin Lohman

Ouwer-power in de strafrechtshervorming

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2016
Trefwoorden penal reform, restorative justice, victim support, feminism, criminal justice politics
Auteurs prof. dr. René van Swaaningen
SamenvattingAuteursinformatie

    Jacqueline de Savornin Lohman is a ‘positive criminologist’ avant la lettre. In this interview, she tells about her belief in personal people’s willingness and ability to deal with problems (such as the reception of refugees), the discouraging role of government in this respect, her internment in a Japanese camp in the Netherlands’ Indies during WW II, the persons who have inspired her most (e.g. Louk Hulsman) and her initial disbelief in the idea of a ‘glass ceiling’ for women in a male-dominated academia. She would, however, be confronted with some stunning examples of everyday sexism – such as reactions that she did not need a tenured position at the university, because she does not have to maintain a family. Being active in the women’s movement, also led her to engage in critical victimological studies – mainly on sexual violence. The main part of the interview deals with the practical consequences she has drawn from her critical action-theory on criminal justice ‘Allowed evil?’ (Kwaad dat mag?) from 1975, such as her role in the establishment of the Dutch liberal democrat party D’66, her involvement in the Coornhert League for Penal Reform, her attempts to establish a platform for various practical, critical social work initiatives in the penal field and indeed the establishment of one of the first mediation projects in the Netherlands – which she saw boycotted by the Ministry of Justice, that, in the late 1980s, instrumentalised the victim’s voice for a stiffening of the penal system.


prof. dr. René van Swaaningen
Prof. dr. René van Swaaningen is werkzaam als hoogleraar Criminologie aan de Erasmus Universiteit, Erasmus School of Law, sectie Criminologie.
Artikel

Street Pastors

Securitas en certitudo in het Britse uitgaansleven

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2016
Trefwoorden night-time economy, volunteering, security, Care, Faith
Auteurs dr. Ronald van Steden
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper presents the results of a study on Street Pastors in Cardiff, capital city of Wales. Street Pastors are Christian volunteers who look after (intoxicated) people in the nightlife district. In so doing, they provide security through empathy and care. The motives of Street Pastors to engage with partygoers are multi-layered, but their personal faith appears as a key explanation. A certain kind of orthodox ‘certitude’ of being safe (and saved) in a Higher Power gives the pastors their strength to go out on the street, face the unknown and feel compassion for their fellow citizens.


dr. Ronald van Steden
Dr. Ronald van Steden is universitair hoofddocent Bestuurswetenschappen & Politicologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Discussie

Access_open Positieve criminologie

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2016
Trefwoorden securitas, rule of law, Polizeiwissenschaft, politeia, democracy
Auteurs prof. dr. Bob Hoogenboom
SamenvattingAuteursinformatie

    Positive security is a very promising development in criminology. The ‘movement’ reconnects the current debate on crime with the origins of ancient Greek thinking on the positive nature of politeia, policy and policing. Securitas - providing safety and security for the common good - has a long and rich tradition. Good governance is about many things, but foremost about providing security in society. Polizeiwissenschaft in 18th and 19th century Prussia made a distinction between Wohlfahrt- and Sicherheitspolizei.
    The latter is outright dangerous because security becomes equated with negative connotations: the other, the enemies of the state, the drug war and more recently the war in terror. In times like these the positive qualities of securitas become inflated. Human rights, privacy and the rule of law are no longer viewed in positive terms. Therefore I advocate the positive security movement. But the author is worried about two things. Firstly, the current Zeitgeist which is charged with xenophobia and war like languages. And, secondly the fact that the ‘movement’ is limited to a few rebels with a cause. The mainstream of criminology is not really interested in reconnecting with the philosophical positive roots of securitas. Mainstream criminology fosters the status quo and is financially too depended on the state to actually follow the new heroes of positivity. The only way out is to develop a following but this requires academics to actually take a stand.


prof. dr. Bob Hoogenboom
Prof. dr. Bob Hoogenboom is hoogleraar fraude en regulering aan de Nyenrode Business Universiteit.

    De vraag die in dit artikel centraal staat, is hoe het wetsvoorstel nieuwe normering primaire waterkeringen kan worden omgezet naar het stelsel van de Omgevingswet en met welke punten rekening gehouden moet worden. Allereerst wordt het wetsvoorstel beschreven, waarna wordt aangegeven welke kaders – naast de Waterwet en de Omgevingswet – van belang zijn voor de omzetting. Vervolgens komen technische aspecten van het incorporeren van het wetsvoorstel in het stelsel van de Omgevingswet aan de orde en worden enkele inhoudelijke punten aangestipt, die nog meer denkwerk vereisen. Tot slot wordt geschetst welke stappen nog moeten worden gezet richting de invoeringsregelgeving van de Omgevingswet voor zover het gaat om het waterveiligheidsbeleid.


Mr. drs. D. (Danny) van Twist
Mr. drs. D. van Twist is werkzaam bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en is met het onderwerp van dit artikel cum laude afgestudeerd aan de Academie voor Wetgeving.
Artikel

De stand van de stelselherziening: brede betrokkenheid bij de uitwerking van de Omgevingswet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden omgevingsrecht, Omgevingswet, stelselherziening
Auteurs Mr. H.W. (Wilco) de Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de stand van zaken van de stelselherziening van het omgevingsrecht gegeven tot de publicatie van de ontwerp-AMvB’s.


Mr. H.W. (Wilco) de Vos
Mr. H.W. de Vos is werkzaam bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en is als juridisch projectleider betrokken bij de totstandkoming van de nieuwe omgevingswetgeving.
Artikel

Detailhandel en de provinciale verordening: grenzen overschreden?!

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden omgevingsrecht, ruimtelijke ordening, Dienstenrichtlijn
Auteurs Mr. H. (Hans) Koolen
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat in op één specifieke instructieregel in de Verordening ruimte 2014 van de provincie Zuid-Holland, te weten art. 2.1.4 VR. Deze regel ziet op de vestigingsmogelijkheden van detailhandel in Zuid-Holland. Art. 2.1.4 VR staat al enige tijd in de belangstelling. Het is onderwerp van een aantal procedures bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over reactieve aanwijzingen ex art. 3.8 lid 6 Wro en de weigering van een ontheffing ex art. 4.1a Wro. De regeling staat ook in de belangstelling in verband met de vraag hoe dit artikel zich verhoudt tot de eisen van het Unierecht, de vraag of het voortvloeit uit dwingende redenen van algemeen belang, de vraag of het geschikt, evenredig en noodzakelijk is om ruimtelijke doelstellingen te bereiken, en tot slot de vraag of het kan worden geacht ruimtelijke en provinciaal noodzakelijke belangen te dienen.


Mr. H. (Hans) Koolen
Mr. H. Koolen is advocaat bij de maatschap Gijs Heutink Advocaten te Amsterdam.

Mr. J.R. (Jan Reinier) van Angeren
Mr. J.R. van Angeren is advocaat bij Stibbe.
Artikel

Concurrerende overheidsondernemingen: a continuing story

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2016
Trefwoorden staatssteun, vennootschapsbelasting, level playing field, overheidsonderneming, (object)vrijstelling
Auteurs Edwin Schotanus
SamenvattingAuteursinformatie

    De discussie tussen lidstaat Nederland en de Europese Commissie betreffende de fiscale ongelijkheid tussen overheidsondernemingen en ‘gewone’ ondernemingen als gevolg van de vrijstelling voor vennootschapsbelasting duurt voort. De Europese druk heeft inmiddels geleid tot afschaffing van de generieke vrijstelling voor vennootschapsbelasting voor overheidsondernemingen. Toch doet lidstaat Nederland vooralsnog geen algehele afstand van de vrijstelling. De Wet modernisering Vpb-belastingplicht overheidsondernemingen introduceert namelijk nieuwe categorieën vrijstellingen. Dit artikel behandelt de vraag of deze nieuwe vrijstellingen tegemoetkomen aan de dienstige maatregel van de Europese Commissie, of dat deze nog steeds een verstoring van de fiscale gelijkheid (kunnen) veroorzaken en dus slechts ‘uitstel van (Europese) executie’ zullen bieden.


Edwin Schotanus
Mr. E.W.F. Schotanus is advocaat bij KienhuisHoving.
Jurisprudentie

Eturas: ontvangst ongevraagde online informatie kan leiden tot onderling afgestemd feitelijk gedrag

HvJ EU 21 januari 2016, zaak C-74/14, Eturas UAB e.a./Lietuvos Respublikos konkurencijos taryba, ECLI:EU:C:2016:42

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2016
Trefwoorden onderling afgestemd gedrag, bewijslast, bewijsstandaard, Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, onschuldpresumptie
Auteurs Winfred Knibbeler
SamenvattingAuteursinformatie

    De uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Eturas vormt een belangrijke bouwsteen in de rechtspraak over onderling afgestemd feitelijk gedrag. Het Hof van Justitie bevestigt dat een online mededeling in een verticale context kan leiden tot een inbreuk op artikel 101 VWEU. Daarvoor is wel nodig dat een mededingingsautoriteit volgens nationale bewijsregels aannemelijk maakt dat de ontvanger van een online bericht op de hoogte was van de inhoud van het bericht. Nationale bewijsregels worden begrensd door het vermoeden van onschuld, dat vervat is in artikel 48 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie en het is ook mogelijk zich van de inbreuk te distantiëren door te bewijzen dat de ongevraagde online informatie commercieel is genegeerd.


Winfred Knibbeler
Mr. W. Knibbeler is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP te Amsterdam.
Jurisprudentie

Het DHL-arrest: ‘Foutje, bedankt!’ in een systeem van parallelle clementieregelingen

HvJ EU 20 januari 2016, zaak C-428/14, DHL Express (Italy) Srl en DHL Global Forwarding (Italy) SpA/Autorità Garante della Concorrenza e del Mercato, ECLI:EU:C:2016:27

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2016
Trefwoorden opsporing, clementie, kartel, Verordening (EG) nr. 1/2003, ECN-model
Auteurs Ruben Elkerbout
SamenvattingAuteursinformatie

    Tot voor kort was de hamvraag voor clementieverzoekers wat de precieze juridische status was van het ECN-clementieregelingsmodel van 2006 en welke precieze relatie een hoofdclementieverzoek bij de Commissie en een beknopt verzoek bij een nationale mededingingsautoriteit hebben. Op deze vragen en meer geeft het Hof van Justitie antwoord in het DHL-arrest. In deze bijdrage worden het DHL-arrest en de implicaties daarvan voor de clementiepraktijk besproken. Tevens komen het relevante juridische kader en het feitencomplex aan bod. Auteur pleit in zijn conclusie voor een in meer of mindere mate gecentraliseerd Europees clementieprogramma.


Ruben Elkerbout
Mr. R. Elkerbout is advocaat bij Stek te Amsterdam.
Artikel

Nieuw internationaal relatievermogensrecht

Een eerste verkenning

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 32 2016
Trefwoorden Testament
Artikel

Het gebruik van patiëntgegevens in de nieuwe klachtenprocedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden Klachtrecht, Wkkgz, patiëntgegevens, verdediging, art. 6 EVRM
Auteurs Mr. C.E. Philips-Santman
SamenvattingAuteursinformatie

    De heersende opvatting dat voor het gebruik van patiëntgegevens in een klachtenprocedure uitdrukkelijke toestemming van een patiënt nodig is, moet in het kader van de inwerkingtreding van de Wkkgz worden heroverwogen. Twee belangrijke wijzigingen in het klachtrecht geven daarvoor aanleiding: (1) een zorgaanbieder is voor de interne behandeling van een klacht niet langer verplicht gebruik te maken van een onafhankelijke klachtencommissie en (2) een zorgaanbieder is verplicht zich aan te sluiten bij een geschilleninstantie die (in tweede instantie) bij wege van bindend advies over een klacht oordeelt. Als een zorgaanbieder zelf een oordeel velt over de gegrondheid van een klacht moet het gebruik van patiëntgegevens in dat kader ook zonder toestemming van de patiënt mogelijk zijn. De procedure bij een geschilleninstantie valt onder de reikwijdte van artikel 6 lid 1 EVRM. De daarmee samenhangende waarborgen zouden ook van toepassing moeten zijn op de afhandeling van een klacht in ‘eerste aanleg’.


Mr. C.E. Philips-Santman
Cezanne Philips-Santman (34 jaar) is docent/onderzoeker in de sectie ethiek en recht van de gezondheidszorg in het LUMC. De auteur dankt Dick Engberts voor zijn commentaar op een eerdere versie van dit artikel.

Prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is lid van het College voor de Rechten van de Mens, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

De juridische houdbaarheid van de doorleverplicht – een eerste verkenning

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden doorleverplicht, zorginkoop, precontractuele fase, artikel 3:40 B beperkende werking redelijkheid en billijkheid
Auteurs Mr. B.A. van Schelven
SamenvattingAuteursinformatie

    De juridische houdbaarheid van de doorleverplicht is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Een rechtsgrond die zich in absolute zin tegen de doorleverplicht verzet, dient zich niet direct aan. In de precontractuele fase zal een doorleverplicht vermoedelijk het snelst ontoelaatbaar worden geoordeeld indien de doorleverplicht in combinatie met een omzetplafond wordt opgelegd door een dominante zorgverzekeraar. In de nakomingsfase zal de doorleverplicht waarschijnlijk het snelst ontoelaatbaar worden geoordeeld indien de bedrijfsvoering van de zorgaanbieder in gevaar komt, de reden voor effectuering niet bij de zorgaanbieder ligt, de verzekerden voor dezelfde zorg terecht kunnen bij een andere zorgaanbieder en de prijs-kwaliteitverhouding te veel doorslaat naar prijs.


Mr. B.A. van Schelven
Bas van Schelven (30 jaar) is advocaat bij Van Doorne. De auteur dankt Willemien Bischot en Cees Jan de Boer voor hun commentaar op eerdere versies van dit artikel.
Artikel

De verzwaarde betwistplicht: gebrekkige verslaglegging en een rechtsvergelijkend perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden verzwaarde betwistplicht, gebrekkige verslaglegging, rechtsvergelijking
Auteurs Mr. A. Beekhof
SamenvattingAuteursinformatie

    Een belangrijke factor die eraan bijdraagt dat medische schade weinig verhaald wordt, is dat de bewijslast bij de patiënt ligt, terwijl het bewijsmateriaal zich veelal bij de hulpverlener bevindt. In de Nederlandse rechtspraak is voor dit probleem een oplossing gevonden in de zogenoemde ‘verzwaarde stelplicht’ of ‘verzwaarde betwistplicht’. Een belangrijke vraag is wat in het kader van deze plicht rechtens is wanneer de medische verslaglegging gebrekkig is. De antwoorden op deze vraag geven aanleiding tot rechtsvergelijking: de bewijsrechtelijke positie van de patiënt heeft bij onze oosterburen in bepaalde situaties een meer afgewogen regeling gekregen.


Mr. A. Beekhof
Alexander Beekhof (25 jaar) studeerde cum laude af aan de Rijksuniversiteit Groningen. Dit artikel is geschreven naar aanleiding van de scriptie ter afronding van de master Nederlands Recht (privaatrecht en bedrijfsrecht) met de titel: ‘De verzwaarde betwistplicht. Toegespitst op medische aansprakelijkheidszaken’. De auteur dankt prof. mr. dr. H.B. Krans voor de uitstekende begeleiding tijdens het scriptietraject.
Artikel

Wilsbekwaam maar te jong? Over euthanasie bij wilsbekwame kinderen jonger dan twaalf jaar

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden Twaalfjaarsgrens euthanasie, leeftijdsgrenzen Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, wilsbekwaamheid onder de twaalf, euthanasie minderjarigen
Auteurs Mr. O.A. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt naar aanleiding van de actuele discussie en de hierbij door de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) en de Minister van VWS ingenomen standpunten, de mogelijkheid tot het schrappen van leeftijdsgrenzen in de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl) besproken en becommentarieerd. Dit artikel spitst zich hierbij toe op de juridische positie van kinderen die jonger dan twaalf én wilsbekwaam zijn. Ingegaan wordt op voor- en nadelen van het schrappen van de leeftijdsgrenzen en de juridische mogelijkheden en moeilijkheden die zich bij een eventuele wijziging van de Wtl zullen voordoen.


Mr. O.A. Meijer
Ottilie Meijer (26 jaar) is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen en schreef in 2015 de masterscriptie Over()lijden; als het jonge leven slechts lijden rest, waarin zij onderzoek deed naar de juridische, rechtsfilosofische en ethische aspecten bij de vormgeving van euthanasie en actieve levensbeëindiging bij kinderen tussen één en twaalf jaar jong. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

De Wet raadgevend referendum in de praktijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden Wet raadgevend referendum, referendabiliteit, artikel 12 Wrr, spoedprocedure, Oekraïne-referendum
Auteurs Mr. L.H.M. Weesing-Loeber en Mr. H.M.B. Breunese
SamenvattingAuteursinformatie

    Iets meer dan een jaar geleden is de Wet raadgevend referendum (Wrr) in werking getreden. In dit artikel wordt teruggekeken op dat jaar. Allereerst wordt kort de systematiek van de Wrr uiteengezet. Daarna wordt bezien hoe de wetgever omgaat met de referendabiliteit van wetten en het gebruik van de spoedprocedure uit artikel 12 Wrr. De bijdrage beschrijft tevens in hoeveel gevallen er daadwerkelijk verzoeken tot het houden van een referendum zijn gedaan. Ten slotte gaat het artikel in op de praktische lessen die geleerd kunnen worden van het eerste referendum dat op grond van deze wet is gehouden en op de suggesties die zijn gedaan om de Wrr aan te passen.


Mr. L.H.M. Weesing-Loeber
Mr. L.H.M. (Leontine) Weesing-Loeber is werkzaam bij de directie Advisering van de Raad van State.

Mr. H.M.B. Breunese
Mr. H.M.B. (Henk-Martijn) Breunese is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Nieuws

Ceci n’est pas un boerkini

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden boerkiniverbod, vrijheid van godsdienst, geloofsvrijheid, mensenrechten, grondrechten
Auteurs dr. S.H. Ranchordás
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zomer van 2016 zijn in een aantal Franse badplaatsen verboden ingevoerd op het dragen van de zogenaamde boerkini. Zowel binnen Frankrijk als daarbuiten is vervolgens een hevige discussie gevoerd over de symboliek van de boerkini: voor de een is het een zomerse boerka, voor de ander een symbool van onderdrukking van vrouwen. De Franse verboden hebben geleid tot een aantal gerechtelijke uitspraken, waarvan de uitspraak van 26 augustus 2016 van de Conseil d’État (het Franse equivalent van de Raad van State) de belangrijkste is. Die wordt in deze bijdrage geanalyseerd.


dr. S.H. Ranchordás
Dr. S.H. (Sofia) Ranchordás is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Casus

Macht aus dem Rechtsstaat keinen Gurkensalat

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden rechtsstaat, rechtsstatelijkheid, empirische data, bronnenonderzoek, rechtswetenschappelijk onderzoek
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel en Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is een reactie op het artikel ‘De rechtsstaat: van sluitpost naar “Leitmotiv”’ van Zouridis, Wierenga en Niemeijer in het Nederlands Juristenblad, waarin kritiek wordt geleverd op het eerste hoofdstuk van het jaarverslag van de Raad van State. De Raad waarschuwt daarin voor het zien van rechtsstatelijke overwegingen in de politiek als een soort van sluitpost. Zouridis, Wierenga en Niemeijer vragen zich af op basis van welke empirische feiten de conclusies van de Raad van State zijn gebaseerd en of deze wel de juiste oorzaken voor het afkalven van de rechtsstaat in het vizier heeft. De auteurs van deze reactie vragen zich op hun beurt echter af of het betoog in dat artikel op zijn beurt wel op voldoende empirische onderbouwing steunt. Het gaat de auteurs daarbij met name om de onderbouwing van de stelling dat bestuur en wetgever ‘regelverslaafd’ zijn, de vraag wat het aantal wettelijke regels zegt over het rechtsstatelijke gehalte van de samenleving en welke rol overheidsjuristen vervullen bij het bewaken van rechtsstatelijke normen. Aan het slot van de bijdrage gaan de auteurs in op de vraag of er niet sprake is van een bredere trend, die twijfels oproept over de wijze waarop binnen het rechtswetenschappelijk onderzoek met empirische data en bronnenonderzoek wordt omgegaan.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.

Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden) en voormalig rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen.
Artikel

De Eerste Kamer had het laatste woord

Over het interactieve totstandkomingsproces van STROOM en de behandeling in de Staten-Generaal

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden STROOM, horizontale beleidsvorming, wetgevingsproces, wetsbehandeling
Auteurs mr. J.B. van Beuningen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 22 december 2015 werd het wetsvoorstel STROOM verworpen door de Eerste Kamer. Het voorstel betrof een herziening van de Gaswet en de Elektriciteitswet 1998, gaf uitvoering aan het Energieakkoord en zou ondersteuning bieden aan de energietransitie. Dit artikel beschrijft het intensieve totstandkomingsproces van het wetsvoorstel dat werd ingericht met transparantie en interactie als uitgangspunten en beschrijft het parlementaire proces dat met STROOM doorlopen werd. Het doel van het totstandkomingsproces was om via horizontale beleidsvorming te komen tot een solide wetsvoorstel, dat door partijen gedragen werd en waarmee het noodzakelijk vertrouwen tussen partijen onderling en in hun verhouding tot de overheid werd hersteld. Uiteindelijk lag er een goed en gedragen wetsvoorstel in de Tweede Kamer, een fair deal, waarbij men op individuele punten had ingeleverd ten behoeve van een groter doel: de energietransitie. Het parlement had echter relatief weinig oog voor de nieuwe beleidsvoornemens, maar focuste zich op de splitsing van de energiebedrijven, een onderwerp dat geen onderdeel had uitgemaakt van het voorbereidingsproces, omdat over de splitsing rechtszaken werden gevoerd. Uiteindelijk is omwille van de splitsing het wetsvoorstel met één stem verschil verworpen. Een onbevredigende uitkomst: de energietransitie liep vertraging op en de splitsingsbepalingen bleven onverkort van toepassing. Hoe kon dat gebeuren?


mr. J.B. van Beuningen
Mr. J.B. (Jan) van Beuningen is werkzaam bij het ministerie van Economische Zaken als clusterleider Gasmarkt en Gasgebouw. Van 2011 tot mei 2015 was hij als projectleider vanuit de directie Wetgeving en Juridische Zaken betrokken bij STROOM.
Toont 121 - 140 van 475 gevonden teksten
1 2 3 4 5 7 9 10 11 23 24
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.