Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 579 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x
Artikel

De regelgevende bevoegdheid van zelfstandige bestuursorganen, mede in het licht van het EU-recht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2015
Trefwoorden zelfstandige bestuursorganen, regelgevende bevoegdheid, Europese agencies
Auteurs Mr. J.L.W. Broeksteeg
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel onderzoekt de democratische en rechtsstatelijke inbedding van zbo’s, in het bijzonder ten aanzien van hun regelgevende bevoegdheden en in het licht van de Europese regelgeving over zbo’s. Artikel 124c Ar bepaalt dat regelgevende bevoegdheden uitsluitend aan zbo’s worden toegekend voor zover het organisatorische of technische onderwerpen betreft, of indien voorzien is in goedkeuring door de minister. De praktijk is weerbarstiger: een aanzienlijk gedeelte van de zbo’s beschikt over regelgevende bevoegdheden die verder lijken te gaan dan hetgeen artikel 124c Ar bepaalt. Daar komt bij dat zbo’s onder grote EU-invloed staan en langs die weg regelgevende bevoegdheid krijgen toegekend. Zij moeten, op grond van Europese regelgeving, bovendien onafhankelijk zijn van nationale autoriteiten. Het gevolg is een concentratie van bevoegdheden bij deze zbo’s, buiten het bereik van (nationale) parlementaire controle. Deze zbo’s ‘zweven’ tussen het Europese en het nationale bestuur. Beter zou het zijn de fundamentele keuze te maken om de staatsrechtelijke inbedding, de inrichting en de bevoegdheidstoedeling meer over te laten aan de lidstaten, dan wel om deze zbo’s in te richten als (nationale dependances van) Europese agencies. Dan kunnen de zbo’s beter worden ingebed in democratische en rechtsstatelijke structuren.


Mr. J.L.W. Broeksteeg
Mr. J.L.W. Broeksteeg is universitair hoofddocent staatsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Praktijk

Territoriale aanduidingen in het Koninkrijk na 10-10-10

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Aanwijzingen voor de regelgeving, Statuut voor het Koninkrijk, Grondwet, Koninkrijk, Caribisch Nederland
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de wijze waarop de gebiedsdelen van ons Koninkrijk, bestaande uit de vier landen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten, en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba tezamen en elk afzonderlijk kunnen of moeten worden aangeduid in wetgeving en andere documenten. Besproken worden de aanduidingen ‘Koninkrijk’, ‘Koninkrijk der Nederlanden’, ‘het Europese deel van Nederland’, ‘Nederland’, ‘Rijk’, ‘Rijk in Europa’, ‘het Europese deel van het Koninkrijk’, ‘(de openbare lichamen) Bonaire, Sint Eustatius en Saba’, ‘de BES’, ‘de BES-eilanden’, ‘Caribisch Nederland’, ‘het Caribische deel van Nederland’, ‘Caribische openbare lichamen’, ‘de K3-eilanden’, ‘de K3’, ‘het Caribische deel van het Koninkrijk’, ‘de Caribische delen van het Koninkrijk’, ‘de Antillen’, ‘de Nederlandse Antillen’, ‘de voormalige Nederlandse Antillen’, ‘de bovenwindse eilanden’, ‘de benedenwindse eilanden’, ‘de ABC-eilanden’, ‘de SSS-eilanden’, ‘de Caribische landen (van het Koninkrijk)’ en ‘ACS’. Ten slotte wordt ingegaan op de spelling ‘Caribisch’ en ‘Caraïbisch’.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Regelgeving en beleid door onafhankelijke toezichthouders: de praktijk van ACM

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Autoriteit Consument & Markt, regelgevende bevoegdheden, zelfstandig bestuursorgaan, onafhankelijk toezicht
Auteurs Mr. J.G. Vegter en Mr. P.I.W.R. Maandag
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage geeft een inkijkje in de dagelijkse praktijk van de ACM. Er wordt beschreven op welke wijze de ACM invulling geeft aan haar wettelijke taken en bevoegdheden om regelgeving en beleid vast te stellen op het gebied van mededinging, consumentenbescherming en sectorspecifiek toezicht op de energie-, telecommunicatie-, post- en vervoersector. Zij heeft hiertoe een aantal wettelijke taken opgelegd gekregen, waaronder het vaststellen van beleidsregels en het maken van marktanalyses, alsmede het voorlichten van consumenten. Daarnaast brengt de ACM handreikingen en visiedocumenten uit, waarmee zij beoogt haar wettelijke doelstellingen en missie te verwezenlijken. Deze zijn niet gebaseerd op een wettelijke taak, maar op de missie en doelstelling van de ACM en zijn dus een meer informele manier om de effectiviteit van het toezicht te vergroten. De auteurs concluderen dat de ACM hierbij onafhankelijk opereert, omdat haar onafhankelijkheid ten opzichte van de verantwoordelijk minister voldoende is geborgd.


Mr. J.G. Vegter
Mr. J.G. Vegter is bestuurslid van ACM.

Mr. P.I.W.R. Maandag
Mr. P.I.W.R. Maandag is als senior jurist werkzaam bij de directie Juridische Zaken van ACM.
Artikel

Onafhankelijkheid en regulerende bevoegdheden van markttoezichthouders in EU-perspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2015
Trefwoorden legaliteitsbeginsel, onafhankelijk markttoezicht, zelfstandig bestuursorgaan
Auteurs Prof. dr. S. Lavrijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de vraag centraal of en hoe Europese onafhankelijkheidsvereisten in overeenstemming zijn met het legaliteitsbeginsel en het democratiebeginsel, en of deze beginselen ook op een andere wijze kunnen of moeten worden ingevuld, gelet op de Europese ontwikkelingen inzake markttoezicht. De Europese eisen inzake de onafhankelijkheid van markttoezicht houden enerzijds in dat de toezichthouder onafhankelijk moet zijn en anderzijds dat de toezichthouder ook tot op zekere hoogte onafhankelijk moet zijn van de nationale politiek. Dit laatste element roept de vraag op of zich dat verdraagt met de Nederlandse invulling van het legaliteitsbeginsel, namelijk het primaat van de wetgever. Deze vraag wordt bevestigend beantwoord, omdat zowel het democratiebeginsel als het legaliteitsbeginsel ruimte laat voor een andere invulling dan de traditionele, mits wordt gewaarborgd dat burgers inspraak hebben en dat de autoriteit verantwoording schuldig is aan de rechter. Daarnaast nopen Europese ontwikkelingen bij markttoezicht ook tot een andere invulling.


Prof. dr. S. Lavrijssen
Prof. dr. S. Lavrijssen is hoogleraar consument en energierecht aan de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan het Tilburg Law and Economics Center van Tilburg University.
Nieuws

Obamacare na Obama

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2015
Auteurs Dr. S.H. Ranchordás
Auteursinformatie

Dr. S.H. Ranchordás
Dr. S.H. Ranchordás is universitair docent aan de Tilburg Law School van Tilburg University, Resident Fellow bij het Information Society Project van de Yale Law School en Niels Stensen Fellow.
Redactioneel

De markttoezichthouder als wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2015
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey
Auteursinformatie

Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. Verhey is hoogleraar Kirchheiner leerstoel aan de Universiteit Leiden en Staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State.
Praktijk

De begrotingswet: een wet als iedere andere?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Comptabiliteitswet 2001, begrotingswet, rijksbegroting, wetgeving, Grondwet
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Jaarlijks worden er in Nederland circa tachtig begrotingswetten vastgesteld. Dat is een derde van het totale aantal wetten. Begrotingswetten volgen in beginsel dezelfde wetsprocedure als andere wetten, maar er zijn diverse wetstechnische en wetsprocedurele bijzonderheden. Een interessante vraag is of in begrotingswetten ook ‘gewone’ bepalingen kunnen worden opgenomen. Strikt formeel gesproken is dat mogelijk. Casuïstiek uit de afgelopen decennia laat zien dat dit af en toe gebeurt. Soms gaat het om nauw met de begroting samenhangende bepalingen, bijvoorbeeld tijdelijke afwijkingen van de comptabiliteitswetgeving (‘begrotingsruiters’). Een enkele keer gaat het echter een stap verder en worden in een begrotingswet bepalingen opgenomen die geen verband houden met de begroting (‘begrotingsparasieten’). Met name die laatste categorie is onwenselijk. Bovendien kan het na de inwerkingtreding van de Wet raadgevend referendum de vraag oproepen of dan nog sprake is van een wet inzake de begroting, bedoeld in artikel 105 lid 1 van de Grondwet, waarvoor de mogelijkheid van een referendum is uitgesloten. Gevaar voor oneigenlijk gebruik ligt dan op de loer.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

    De adviezen van de Afdeling advisering van de Raad van State zijn een goede maatstaf voor de kwaliteit van wetsvoorstellen en algemene maatregelen van bestuur die op de ministeries worden voorbereid. Aan de hand van een aantal horizontale thema’s (zoals motivering van stelselwijzigingen of de introductie van nieuwe bevoegdheden, de reactie op externe adviezen of uitvoeringstoetsen, de inschatting van de effectiviteit van het voorstel) is een analyse gemaakt van de adviezen van de Afdeling in 2013 en eerste helft van 2014. In deze bijdrage worden enige algemene lijnen getrokken, gewezen op de risico’s van slechte wetgeving en aangegeven hoe de kwaliteit van wetsvoorstellen en de motivering van gemaakte keuzes kunnen worden verbeterd.


M.Tj. Bouwes
Mr. M.Tj. Bouwes is hoofd van de sector Strafrecht en Sanctierecht van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Redactioneel

Wetgevingsonderwijs: binnen en buiten de rechtenopleiding

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2015
Auteurs F.J. van Ommeren en R.A.J. van Gestel
Auteursinformatie

F.J. van Ommeren
Prof. mr. F.J. van Ommeren is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redacteur van RegelMaat.

R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar theorie en methode van wetgeving aan de Universiteit van Tilburg en redacteur van RegelMaat.
Casus

Rechtsstatelijk wetgeven in de West

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2015
Trefwoorden gelegenheidswetgeving, primaat, bestemmingsplan, rechtsbescherming, grondrechten
Auteurs R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Wijziging van bestemmingsplan op Curaçao voor de commerciële ontwikkeling van het Oostpunt-gebied met het oog op het bouwen van woningen en recreatievoorzieningen met behulp van gelegenheidswetgeving, waardoor de bestuursrechtelijke rechtsbescherming tegen ruimtelijke plannen buiten spel lijkt te worden gezet zonder dat de wetgever in formele zin volledig open is over de belangenafweging die heeft plaatsgevonden. Mogelijke strijd met EVRM. Verhouding tussen primaat van de wetgever en mogelijke toetsing van wetgeving aan eenieder verbindende verdragsbepalingen.


R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar theorie en methode van wetgeving aan de Universiteit van Tilburg en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Regulation & governance-onderzoek in het rechtenonderwijs in Nederland

Stranger in a strange land?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2015
Trefwoorden onderwijs, wetgeving, regulering, governance, curriculum
Auteurs K. Van Aeken
SamenvattingAuteursinformatie

    Het onderzoeksdomein regulering en governance groeit gestaag sinds 2007. Toch weerspiegelt dit succes zich niet in de curricula van de rechtenopleidingen in Nederland. De kloof tussen het onderzoek en het onderwijs inspireert tot dit artikel. Eerst wordt dit onderzoeksveld afgebakend ten opzichte van klassiek wetgevingsonderwijs en de zogenaamde leg-reg studies. Kenmerkend voor de regulering-en-governancebenadering is de erkenning van de rol van niet-statelijke actoren en niet-hiërarchische vormen van gezag, terwijl de klassieke rechtsstaat wijkt voor een administratieve, regulerende overheid. Dit perspectief is bij uitstek multidisciplinair en empirisch, en zou een verrijking betekenen voor de opleiding van de toekomstige jurist. Personele, perceptieve en institutionele factoren verklaren waarom de bevindingen uit het regulering-en-governanceonderzoeksveld maar beperkt doorsijpelen naar het rechtenonderwijs. Vooral de perceptie van het veld als niet-juridisch lijkt van groot belang te zijn. Een blijvende ondervertegenwoordiging in het onderwijs zou een gemiste kans zijn, temeer omdat de rechtswetenschappen een unieke bijdrage kunnen leveren aan de reguleringsstudies door de instrumenteel ingestelde sociale wetenschappers vertrouwd te maken met normatieve vraagstukken.


K. Van Aeken
Dr. K. Van Aeken is Assistant Professor aan de Tilburg Law School.
Artikel

De postinitiële masteropleiding tot wetgevingsjurist: opzet, resultaten en toekomst

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2015
Trefwoorden opleiding, wetgevingskwaliteit, wetgevingsbeleid, wetgevingsjuristen
Auteurs N.A. Florijn
SamenvattingAuteursinformatie

    De opleiding tot wetgevingsjurist van de Academie voor Wetgeving was ingericht om te voldoen aan een indertijd gevoelde behoefte. De inmiddels behaalde resultaten zijn goed, maar is de opleiding nog steeds nuttig? Er kunnen namelijk vragen worden gesteld over de inhoud van het wetgevingsonderwijs, terwijl ook de rol en functie van wetgevingsjuristen veranderen. Het verdient daarom aanbeveling om opnieuw na te gaan hoe tegenwoordig wetgevingsjuristen feitelijk hun werk doen en resultaten bereiken. Daarna moet worden bepaald in welke opzichten wetgevingsjuristen opleiding behoeven om ervoor te zorgen dat zij hun werk kritisch en constructief kunnen doen. De opleiding kan zich dan tegelijk met de wetgevingsfunctie en de wetenschappelijke studie van wetgeving ontwikkelen en daarmee haar nut voor de toekomst bewijzen.


N.A. Florijn
Dr. N.A. Florijn is programmamanager bij de Academie voor Wetgeving.
Artikel

Waarom is er zo weinig wetgevingsonderwijs in de universitaire rechtenopleiding?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2015
Trefwoorden academische rechtenopleiding, wetgevingsonderwijs, socialiseringsproces, rechtswetenschap, judocentrisme, jurist, rechtsvorming, civiel effect
Auteurs W.J.M. Voermans
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de vraag gesteld waarom er zo weinig wetgevingsonderwijs terug te vinden is in de academische opleidingen rechtsgeleerdheid, en dat terwijl wetgeving toch de voornaamste bron van rechtsvorming is. Dat is waarschijnlijk te wijten aan een combinatie van cultuurelementen in de juridische curricula, die juristen opleiden – socialiseren – in redeneer- en argumentatievaardigheden en het rolmodel van de rechtsvindende rechter centraal stellen. Nu de aard van het juridische werk en de rechtswetenschap van karakter veranderen, is er alle aanleiding de juridische academische opleidingen nader te doordenken. Wie die wil herzien, dient zich wel goed rekenschap te geven van de culturele aspecten van de rechtenopleiding.


W.J.M. Voermans
Prof. dr. W.J.M. Voermans is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Ruimte krijgen en ruimte nemen

De onwenselijkheid van ruime delegatiebepalingen naar aanleiding van de nieuwe zorgwet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2015
Trefwoorden delegatie, Zorgverzekeringswet, Meststoffenwet, motie-Jurgens, tijdelijke delegatie, vrijstelling
Auteurs D.R.P. de Kok
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2014 sneuvelde de nieuwe zorgwet van minister Schippers in de Eerste Kamer. De fractievoorzitters van de coalitiepartijen suggereerden vervolgens dat de regering dan misschien maar een algemene maatregel van bestuur zou moeten opstellen om de beoogde maatregelen alsnog door te voeren. De basis daarvoor zou worden gevormd door een zeer ruim geformuleerde delegatiebepaling in de Zorgverzekeringswet. Deze suggestie leidde tot veel commotie, zowel binnen het parlement als daarbuiten, omdat het parlement blijkbaar zomaar opzij zou kunnen worden gezet door de regering. Dit artikel gaat in op dergelijke algemene delegatiebepalingen aan de hand van twee casus: de delegatiebepaling in de Zorgverzekeringswet en de eveneens zeer algemene vrijstellingsmogelijkheid in de Meststoffenwet. Bij beide casus wordt eerst besproken hoe de desbetreffende bepaling recentelijk dreigde te worden, respectievelijk werd ingezet. Vervolgens wordt bezien hoe deze delegatiebepalingen in de wet terecht zijn gekomen: wat is er in de wetsgeschiedenis over gewisseld. Ten slotte worden conclusies getrokken over de wenselijkheid van dergelijke bepalingen en hoe ermee zou moeten worden omgegaan als ze er eenmaal zijn.


D.R.P. de Kok
Mr. D.R.P. de Kok is coördinerend jurist bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Economische Zaken en redacteur van RegelMaat.
Artikel

De overheid als verschaffer en beschermer van digitale identiteiten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2015
Trefwoorden digitale identiteit, privacy, digitale overheid, bescherming persoonsgegevens
Auteurs Prof. dr. B. Jacobs
SamenvattingAuteursinformatie

    Traditioneel is de overheid leverancier van de ‘bronidentiteit’ van haar burgers, in de vorm van een paspoort of een identiteitskaart. De vraag wordt besproken of de overheid ook in de digitale wereld zo’n bronidentiteit zou moeten verschaffen en in hoeverre koppelbaarheid van onlineactiviteiten van burgers daardoor mogelijk zou moeten worden. Op de achtergrond spelen daarbij fundamentele vragen over de rol van de wetgever in de digitale wereld, in het bijzonder met betrekking tot de wens van private partijen om burgers te kunnen traceren en profileren.


Prof. dr. B. Jacobs
Prof. dr. B. Jacobs is hoogleraar computerbeveiliging aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Privacyvoorwaarden voor de iOverheid

Vuistregels voor wet- en regelgevers met betrekking tot overheidsinformatiesystemen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2015
Trefwoorden iOverheid, privacy, transparantie, EVRM, Handvest
Auteurs Prof. mr. G.J. Zwenne en Mr. W. Steenbruggen
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid zet steeds vaker en op steeds grotere schaal ICT in als hulpmiddel bij de vervulling van de publieke taak. Over dit ICT-enthousiasme bestaan evenwel de nodige zorgen. Daarbij gaat het niet alleen om de soms spectaculaire budgetoverschrijdingen, vertragingen of mislukkingen, waarnaar de commissie-Elias onderzoek deed, maar ook over de naleving van de vereisten op grond van het recht op privacy, dat onder meer is neergelegd in artikel 8 EVRM en artikel 7 Handvest voor de Grondrechten van de EU. Deze bijdrage schetst aan de hand van een aantal uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van Mens en het Hof van Justitie van de Europese Unie welke voor ICT-projecten van de overheid relevante privacyvereisten kunnen worden afgeleid uit het EVRM en het Handvest.


Prof. mr. G.J. Zwenne
Prof. mr. G.J. Zwenne is hoogleraar Recht en de informatiemaatschappij aan de Universiteit Leiden, alsmede advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Mr. W. Steenbruggen
Mr. W. Steenbruggen is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.
Artikel

De Algemene verordening gegevensbescherming

De rechtsopvolger van de Wbp

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2015
Trefwoorden bescherming van persoonsgegevens, Algemene verordening gegevensbescherming, implementatie van EU-verordeningen
Auteurs Mr. dr. J.P. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Het nieuwe gegevensbeschermingsrecht in de Algemene verordening gegevensbescherming zal voor bedrijven, burgers en de overheid ingrijpende gevolgen hebben. Het gegevensbeschermingsrecht wordt voortaan in Brussel vastgesteld. De Wet bescherming persoonsgegevens zal verdwijnen. In deze bijdrage wordt beschreven waar zich de grootste veranderingen in het recht voordoen en wat behouden blijft. Daarbij gaat aandacht uit naar de beginselen van gegevensbeschermingsrecht, de rechten van de betrokkene, de plichten van de verantwoordelijke, het toezicht, de handhaving en de rechtsbescherming. Er komt een ingewikkelde wetgevingsoperatie in Nederland aan om dat alles goed te implementeren. Aan de hand van adviezen van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en de Afdeling advisering van de Raad van State wordt geïnventariseerd waar wetgevingsambtenaren mee worden geconfronteerd.


Mr. dr. J.P. de Jong
Mr. dr. J.P. de Jong is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Casus

De wet als kunstwerk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Witteveen, Fuller, instrumentalisme, participatiesamenleving, filosofie (of wetgevingsfilosofie)
Auteurs P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn De wet als kunstwerk vormt Willem Witteveen ruim twintig jaar Nomoi-bijdragen tot één samenhangend geheel. Die samenhang bestaat uit de ‘tien geboden voor de wetgever’. Deze wet voor de wetgever zijn de acht beginselen van Fullers Inner Morality of Law, waaraan Witteveen nog twee ‘eigentijdse’ beginselen toevoegde: over de voorkeur voor zelfregulering en over het vermijden van bureaucratie. Witteveen verzet zich tegen de gangbare benadering van de wet als instrument. De auteur gaat in op Witteveens kritiek op deze instrumentele benadering en op zijn idee over wetgeving in de participatiesamenleving. Hij sluit af met de vraag welke opstelling senator Witteveen zou hebben gekozen in de Zorgwet-kwestie.


P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem is werkzaam bij het Fellow Meijers Instituut (Universiteit Leiden) en is voormalig rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen.
Redactioneel

Verwerking persoonsgegevens

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2015
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey
Auteursinformatie

Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. Verhey is hoogleraar Kirchheiner leerstoel aan de Universiteit Leiden en Staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State.
Toont 141 - 160 van 579 gevonden teksten
1 2 3 4 5 6 8 10 11 12 28 29
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.