Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 217 artikelen

x

    Since 2001 Family Group Conferences are being organised in the Netherlands, and in Flanders since 2006. The Eigen Kracht Centrale, the Dutch forum organising Family Group Conferences, supported in 2011 research into the economic potential of Family Group Conferences, particularly in multi problem families. The results of the research are promising, meaning that Family Group Conferences may contribute to savings of costs for youth care.


Annie de Roo
Mr. dr. Annie de Roo is verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en mediator.
Artikel

Brüstle: embryonale fout met grote gevolgen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden menselijke embryo’s, octrooieerbaarheid, richtlijn 98/44/EG, artikel 6 lid 2 onder c, menselijke waardigheid
Auteurs Prof. mr. H. Somsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Richtlijn 98/44/EG verplicht lidstaten biotechnologische uitvindingen door middel van het octrooirecht te beschermen. De octrooieerbaarheid van dergelijke uitvindingen is echter controversieel. Allereerst zijn de traditionele vereisten voor het verkrijgen van een octrooi (nieuw, inventieve stap, industrieel toepasbaar) slechts moeizaam verenigbaar met biologisch materiaal dat doorgaans in de natuur al voorhanden is. Daarnaast bestaan ethische en morele bezwaren tegen zowel het idee als zodanig dat (menselijke) levende materie het onderwerp zou kunnen zijn van eigendomsrechten, als tegen de gevolgen van dergelijke octrooien. Tot die laatste categorie behoort ook het gebruik en dus vernietiging van menselijke embryo’s voor industriële doeleinden.Om tegemoet te komen aan dergelijke bezwaren bepaalt de richtlijn in artikel 6 lid 1 dat uitvindingen waarvan de commerciële exploitatie strijdig zou zijn met de openbare orde of met de goede zeden van octrooieerbaarheid worden uitgesloten. Lid 2 maakt onder (c) duidelijk dat hieronder in ieder geval het gebruik van menselijke embryo’s voor industriële of commerciële doeleinden moet worden verstaan.In zaak C-34/10, Brüstle/Greenpeace, heeft het Hof van Justitie zich moeten uitlaten over de betekenis van het begrip ‘menselijk embryo’. Het antwoord op die vraag bepaalt de reikwijdte van de ethische uitzondering van artikel 6 lid 2 onder c, en daarmee wellicht de verdere ontwikkeling van stamceltherapie, waarbij door middel van het gebruik van embryo’s geneesmethodes worden ontwikkeld voor neurologische aandoeningen zoals de ziekte van Parkinson.


Prof. mr. H. Somsen
Prof. mr. H. Somsen is hoogleraar Europees Recht aan de Tilburg Law School.
Jurisprudentie

FA Premier League/Karen Murphy

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2011
Trefwoorden Uitzendrechten, territoriale exclusieve licenties, handel in decoders, absolute gebiedsbescherming bij content
Auteurs Mr. P.J. Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    De tamelijk opgewonden berichtgeving over de uitspraak van het Hof van Justitie van 4 oktober jl. in de FA Premier League-zaak doet vermoeden dat de tijden van Bosman en het Luxemburgse activisme van de jaren zeventig herleven. Belangwekkend is het arrest zonder meer, maar goed beschouwd minder spectaculair voor het mededingingsrecht dan voor het recht van de intellectuele eigendom.


Mr. P.J. Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat bij Linklaters LLP te Amsterdam.
Jurisprudentie

Luchtkwaliteit in de jurisprudentie

Programmasystematiek blijft haar waarde bewijzen

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, fijn stof, stikstofdioxide, NEC-richtlijn
Auteurs Mr. dr. C.N. van der Sluis
SamenvattingAuteursinformatie

    In het jaar 2010 en 2011 heeft het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) zijn waarde bewezen in de rechtszaal. Ondanks tegenvallende ontwikkelingen of maatregelen die niet of anders werden uitgevoerd, blijft het NSL, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, een plan dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden. Daarmee vormt het dus een onderbouwing voor individuele projecten. Deze rapportageperiode bleek ook dat aan de grenswaarde voor PM2,5 nog geen toetsing plaatsvindt. Het toepasbaarheidsbeginsel – kort gezegd: daar waar geen mensen verblijven, wordt de luchtkwaliteit niet beoordeeld – wordt strikt toegepast en beoordeeld. De uitspraak van het Hof van Justitie van de EG over de NEC-richtlijn geeft aan dat uit de(ze) Europese richtlijn geen directe koppeling voortvloeit, waaruit zou volgen dat het mogelijk niet voldoen aan een nationaal emissieplafond een rol kan spelen bij individuele besluitvorming.


Mr. dr. C.N. van der Sluis
Mr. dr. C.N. van der Sluis is advocaat bestuurs- en omgevingsrecht bij Ploum Lodder Princen en lid van de redactie van TO.
Artikel

Access_open Contra non valentem agere, non currit praescriptio

De vordering van degene die niet in staat is zijn vordering geldend te maken, verjaart niet

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2011
Trefwoorden verjaring, kennis omtrent de schade en de verantwoordelijke persoon, onmogelijkheid te ageren, contra non valentem-regel, Bemoti-zaak
Auteurs Prof. mr. E.J.H. Schrage
SamenvattingAuteursinformatie

    Het instituut van de verjaring beoogt mede de rechtszekerheid en de billijkheid te dienen. Aldus de Hoge Raad in een recent arrest, waarin het beroep op verjaring van de vordering wegens ernstig lichamelijk letsel werd gehonoreerd (de Bemoti-zaak). In het woordje en zit echter veel springstof verborgen. Het kan de grootst mogelijke eenheid suggereren (‘waar werd oprechter trouw dan tussen man en vrouw, ter wereld ooit gevonden?’, vroeg Vondel zich af); hetzelfde woordje en kan echter de grootst mogelijke tegenstelling verdoezelen (zoals in de uitdrukkingen water en vuur, hemel en hel). Dat laatste lijkt zich voor te doen in deze zaak. Misschien is de rechtszekerheid die met het arrest in de Bemoti-zaak is gediend, wel de zekerheid van onrecht. Aan de hand van enige buitenlandse voorbeelden, een tot op de veertiende eeuw teruggaand rechtsbeginsel dat heden ten dage een typerende karaktertrek van het instituut van de verjaring in Frankrijk en Louisiana vormt, en een recent rapport van de Zuid-Afrikaanse Law Commission betoogt de auteur dat toepassing van de korte verjaringstermijn er niet toe mag leiden dat de toegang tot de rechter wordt afgesloten in gevallen waarin gewichtige redenen het tijdig aanhangig maken van de vordering verhinderden.


Prof. mr. E.J.H. Schrage
Prof. mr. E.J.H. Schrage is emeritus hoogleraar Privaatrecht aan de Universiteit van Amsterdam, oud-hoogleraar Romeins recht aan de Vrije Universiteit en raadsheer-plaatsvervanger in het Hof Amsterdam.

    In the Netherlands, the legal consequences of a transfer of undertaking are especially unclear - or even: unreasonable - in the case of collective labour agreements. At the current state of affairs, employers will be bound by rights and obligations contained in those agreements even after the agreement itself has expired. Moreover, employees may, under certain circumstances, pick their labour conditions from different collective agreements and pick the most favourable ones (cherry picking). The author seeks to find a solution to these and other problems relating to the transfer of collective labour agreements.


Ronald Mr. Beltzer
R.M. Beltzer is UHD arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht aan de UvA.
Artikel

Collectief ontslag niet meer omzeild

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2011
Trefwoorden collectief ontslag, WMCO, gelijkgesteld ontslag
Auteurs Dr. mr. J.H. Even en Mr. B. Filippo
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage brengt het voorstel van wet ‘Wijziging van de Wet melding collectief ontslag in verband met de uitbreiding van de reikwijdte en ter bevordering van de naleving van deze wet’ in kaart. Dit wetsvoorstel wordt getoetst aan de Richtlijn collectief ontslag. In het bijzonder onderzoeken de auteurs van deze bijdrage (1) of de Richtlijn deze wetswijziging voorschrijft en, zo neen, (2) of de Richtlijn deze wetswijziging toestaat. Om deze vragen te kunnen beantwoorden analyseren de auteurs onder andere (1) de definitie van ontslag, (2) de definitie van gelijkgesteld ontslag, (3) het verschil in rechtsgevolgen tussen beide vormen van beëindiging van de arbeidsovereenkomst, (4) het ontslag tijdens faillissement, en (5) de timing inclusief de verplichting tot het in acht nemen van de wachttijd. Deze analyse richt zich op zowel de Richtlijn als de WMCO. Zij concluderen dat de WMCO na de wetswijziging een stuk beter aansluit bij de Richtlijn dan dat deze wet nu doet. Sommige voorgestelde wetswijzigingen gaan verder dan de Richtlijn voorschrijft, andere aspecten van de (nieuwe) WMCO zullen (nog steeds) niet richtlijnconform zijn.


Dr. mr. J.H. Even
Dr. mr. J.H. Even is advocaat bij SteensmaEven te Rotterdam.

Mr. B. Filippo
Mr. B. Filippo is advocaat bij SteensmaEven te Rotterdam.
Artikel

Naar meer flexibiliteit in het omgevingsrecht: het compensatiebeginsel centraal?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden compensatiebeginsel, integrale belangenafweging, programmatische aanpak
Auteurs Mr. H.D. Tolsma
SamenvattingAuteursinformatie

    Het huidige stelsel van het omgevingsrecht is regelmatig doelwit van kritiek: te complex en te star. De minister van Infrastructuur en Milieu is voornemens om in het voorjaar van 2012 met een uitgewerkt wetsvoorstel te komen om deze problemen op te lossen. Flexibelere regelgeving is een van de vertrekpunten bij het opbouwen van deze ‘Raamwet omgevingsrecht’. In deze bijdrage wordt bezien welke rol het compensatiebeginsel kan vervullen om te komen tot de gewenste flexibiliteit. De achtergrond van het compensatiebeginsel komt aan bod. Verder wordt ter illustratie van het compensatiebeginsel de regeling uit de Richtlijn luchtkwaliteit, de Kaderrichtlijn water, de Interimwet stad- en milieubenadering en de Crisis- en herstelwet beschreven. Tot slot wordt ingegaan op een aantal juridische vraagstukken rond het compensatiebeginsel. Blijken zal dat de toepassing van het compensatiebeginsel het bestuur meer manoeuvreerruimte kan bieden om belangen af te wegen en prioriteiten te stellen. De verwachtingen over de flexibiliteit in de regelgeving moeten vanwege de vereiste juridische waarborgen (zoals rechtszekerheid, evenredigheid en rechtsbescherming) evenwel niet te hoog gespannen zijn.


Mr. H.D. Tolsma
Mr. H.D. (Hanna) Tolsma is als postdoconderzoeker verbonden aan de vakgroep Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen en werkt aan een door NWO gefinancierd onderzoek: ‘De omgevingsvergunning met integrale belangenafweging: een verkenning van de juridische mogelijkheden’.
Artikel

Vrijheid van discriminerende uitingen?

De zaak Wilders

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Autonomie, uitingsvrijheid, discriminatieverbod, schadebeginsel, aanstoot
Auteurs Prof. dr. C.W. Maris
SamenvattingAuteursinformatie

    In Vrijheid van discriminerende uitingen? De zaak Wilders bespreekt C.W. Maris het lopende strafproces tegen de Nederlandse politicus Geert Wilders vanuit het rechtsfilosofische schadebeginsel. Wilders is beschuldigd van beledigen en aanzetten tot discriminatie van moslims. Wilders zelf beroept zich op uitingsvrijheid. Volgens de auteur is Wilders’ beeld van de islam bezijden de waarheid. Niettemin verleent het schadebeginsel in dit geval voorrang aan de vrijheid van meningsuiting boven het recht om niet te worden gediscrimineerd. Aanstoot of belediging is onvoldoende reden voor een strafrechtelijk verbod. Voor zover er schade dreigt, kan die beter worden beperkt door tegenargumenten dan door een verbod.


Prof. dr. C.W. Maris
Prof. dr. C.W. Maris is hoogleraar rechtsfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Art. 3:310 BW, subjectieve bekendheidseis en niet-stuiting verjaring zijdens minderjarige

HR 3 december 2010, LJN BN6241, RvdW 2010, 1449 (X/Bemoti c.s.)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden verjaring, subjectieve bekendheid, minderjarige, vertegenwoordiging
Auteurs Mr. J.H.M. van Swaaij en Mr. I.M. Walrecht
SamenvattingAuteursinformatie

    HR 3 december 2010, LJN BN6241, RvdW 2010, 1449 (X/Bemoti c.s.). Korte verjaringstermijn van art. 3:310 BW. Subjectieve bekendheidseis ook als eenvoudig identiteitsonderzoek waarmee aansprakelijke persoon bekend was geworden, nagelaten is? Toerekening aan destijds 9-jarig letselschadeslachtoffer van ontoereikende wettelijke vertegenwoordiging door moeder in meelijwekkende omstandigheden? Derogerende werking van redelijkheid en billijkheid?


Mr. J.H.M. van Swaaij
Mr. J.H.M. van Swaaij is Lawyer’s lawyer en advocaat bij Van Swaaij Cassatie & Consultancy te Nijmegen.

Mr. I.M. Walrecht
Mr. I.M. Walrecht is advocaat bij De Kempenaer Advocaten te Arnhem.

    Procedureregels in planvoorschriften met betrekking tot besluiten tot het verlenen van vrijstelling respectievelijk wijziging van het bestemmingsplan.


Tonny Nijmeijer
Artikel

Slotakkoord of nieuw begin

Enkele algemene beschouwingen over het nieuwe Koninkrijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Slotverklaring 2 november 2006, Slotverklaring 11 oktober 2006, staatkundige hervorming, wijziging van het Statuut, toekomst van het Koninkrijk
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey
SamenvattingAuteursinformatie

    De wijziging van het Statuut die vormt geeft aan de nieuwe verhoudingen binnen het Koninkrijk en alle daarmee verband houdende wetgeving, is op 10 oktober 2010 in werking getreden. De nieuwe verhoudingen zijn gebaseerd op de referenda die op de eilanden zijn gehouden tussen 2000 en 2004 en de afspraken die sinds die tijd tussen de betrokken partijen zijn gemaakt. Met name de twee slotverklaringen van 2006 zijn voor de uitwerking in wetgeving een belangrijke leidraad geweest.


Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. Verhey is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht en was in het kader van de staatkundige hervormingen projectleider bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Praktijk

Wetgevingscuriosa voor de West

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden wetgeving, Statuut voor het Koninkrijk, BES, ministeriële regelingen
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de inhoud en het proces rond de ‘wetten voor de West’ is inherent dat zich daarbij tal van bijzonderheden voordeden. Diverse saillante ‘curiosa’ worden in deze bijdrage beschreven. Onder andere wordt ingegaan op de omvorming van Nederlands-Antilliaanse regelingen tot Nederlandse ‘BES-regelingen’ en de bekendmaking daarvan. Ook komen terminologische kwesties ter sprake. Verder wordt ingegaan op de (record)omvang van de nieuwe wetgeving en de aanpassingswetgeving. Ook wetsprocedurele kwesties komen ter sprake, waaronder bijzonderheden rond de adviesprocedure bij de Raad van State, het houden van wetgevingsoverleg over voorstellen van rijkswet, de taal in het parlement en kwesties rond amendering door bijzondere gedelegeerden.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Discussie

De wens, de vader en de gedachte

Enkele bestuursrechtelijke instrumenten beoordeeld op mogelijkheden voor duurzaam ruimtegebruik

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden duurzaamheid, bestemmingsplan, bouwvergunning, exploitatieplan, exploitatieovereenkomst
Auteurs Mr. G. Bosma
SamenvattingAuteursinformatie

    Het optimaliseren van de mogelijkheden die er zijn binnen het stellen van regels ziet naar mijn oordeel met name op de duidelijke afwegingen die op politiek niveau moeten worden gemaakt omtrent de basisvragen op welke locaties in het betreffende grondgebied aan welke vormen van duurzaamheid de voorrang wordt gegeven, dan wel in welke balans meerdere vormen van duurzaamheid in die betreffende gebieden kan worden gevonden. Dit vanuit de erkenning en het uitgangspunt dat ‘een goede ruimtelijke ordening’ (primair) een duurzame ruimtelijke ordening is. Ruimte voor duurzame energie en maximale flexibiliteit zijn vervolgens leidend.Door goed te omschrijven en op te schrijven waar welke ontwikkelingen wél kunnen en mogen plaatsvinden en daarvoor in de regels en op de kaarten de kaders te scheppen, door aan te geven wat op welke locaties niet mag, door in de concretisering (bouwvergunning) aan te kunnen sluiten bij een ‘duurzaam Bouwbesluit’ en door daarnaast het grondexploitatie-instrumentarium maximaal in te zetten en minder te werken vanuit het uitgangspunt van toelatingsplanologie is naar mijn oordeel verregaande sturing mogelijk in het ontwikkelen en behouden van de gewenste duurzaamheid.


Mr. G. Bosma
Mr. G. (Gerben) Bosma is advocaat-partner bij Bosselaar & Strengers Advocaten te Utrecht en gespecialiseerd in het bouwrecht en het (ruimtelijk) bestuursrecht.

Prof. mr. H.D.C. Roscam Abbing
Artikel

Meca-Medina en Majcen (hogere voorziening): Convergentie gepreciseerd, Wouters bevestigd

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 11 2006
Trefwoorden mededinging en vrij verkeer van diensten
Auteurs J.J.M. Sluis en M.C.A. van Woerkom

J.J.M. Sluis

M.C.A. van Woerkom
Praktijk

Alles ineen: het combineren van uitvoeringsregels

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2010
Trefwoorden wetgevingstechniek, delegatie, Aanwijzingen voor de regelgeving, delegatiegrondslag, algemene maatregel van bestuur
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel de Aanwijzingen voor de regelgeving over deze materie zwijgen, is er sprake van een tendens om gedelegeerde regelgeving ter uitvoering van een wet te combineren in één uitvoerings-AMvB en één ministeriële uitvoeringsregeling. Dit kan worden aangetoond aan de hand van diverse voorbeelden. Argumenten voor bundeling van de uitvoeringswetgeving zijn veelal het bevorderen van overzichtelijkheid en samenhang en het terugdringen van het aantal regelingen.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Jurisprudentie

De zaak Bernard: het Hof van Justitie laat opleidingsvergoedingen toe in het voetbal

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2010
Trefwoorden Olympique Lyonnais, opleidingsvergoeding, Bernard
Auteurs Prof. dr. S.C.G. Van den Bogaert
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Bernard heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: Hof van Justitie) gesteld dat voetbalclubs een opleidingsvergoeding kunnen vragen voor jonge spelers die zij hebben opgeleid wanneer deze spelers na afloop van hun opleiding een profcontract met een club uit een andere lidstaat willen sluiten. De betwiste Franse regeling ging evenwel verder dan volgens het Hof van Justitie noodzakelijk was om de bescherming van de jeugdopleiding te verzekeren en werd dan ook verworpen als strijdig met het vrij verkeer van werknemers. Met deze uitspraak gaat het Hof van Justitie door op de reeds geruime tijd ingeslagen weg om sportregels te onderwerpen aan de Europese verdragsregels, zonder daarbij evenwel de eigenheid van sport uit het oog te verliezen. Het Hof van Justitie heeft zich in deze zaak niet uitgelaten over de verenigbaarheid van de thans geldende FIF- regels inzake opleidingsvergoedingen met het Europees recht.


Prof. dr. S.C.G. Van den Bogaert
Prof. dr. S.C.G. Van den Bogaert is hoogleraar Europees recht en directeur van het Europa Instituut aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

    Soccer is the most important professional sport played in Europe. During the last two decades, both the flows of money and the institutional setting have changed dramatically. This paper provides an analysis of the Dutch professional league. How does that league compare to other European leagues? Especially as far as television revenue is concerned, the Dutch league lags the big leagues. This financial inequality has partially been caused by three important changes in the institutional environment: the introduction of the Champions League, the Bosman ruling and the liberalization of the players labour market, that accompanied that ruling. At the moment, an open European market for soccer talent exists, and a closed national product market for teams. Economies of scales exacerbates these problems, so in the near future, it is not to be expected that Dutch soccer teams will be able to compete successfully with their Spanish or British counterparts.


R.H. Koning
Prof. dr. Ruud H. Koning is verbonden aan het Department of Economics, Econometrics & Finance, Faculty of Economics and Business van de Rijksuniversiteit Groningen.

L. Groot
Toont 141 - 160 van 217 gevonden teksten
1 2 3 4 5 6 8 10 11
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.