Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 427 artikelen

x
Artikel

Safe havens voor onrechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen

Veiligheid en het toezicht op irreguliere migratie via hulpverleningsorganisaties

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2016
Trefwoorden unauthorized migrants, civil society, safety, migration control, policing non-citizens, NGOs
Auteurs prof. dr. Richard Staring en Mieke Kox MA
SamenvattingAuteursinformatie

    Nongovernmental organizations (NGOs) within Dutch civil society provide material and immaterial assistance to unauthorized migrants in the Netherlands. Based on long-term qualitative fieldwork in the life worlds of unauthorized migrants, the authors describe how the migrants experience these NGOs as a safe haven where they feel at home and secure for the risks of apprehension and deportation. We argue that these safe havens are also beneficial for the society at large. These NGOs contribute to preventing unauthorized migrants from sleeping in public places and employing illegitimate survival strategies. In addition, the NGOs’ empowerment of these migrants is advantageous for their willingness to access healthcare and employ legal rights. Recent attempts of the Dutch government to restrict the number of these NGOs, lead amongst other things to NGOs who are increasingly focusing on the unauthorized migrants’ return. We argue that these governmental efforts of controlling unauthorized migration through NGOs, will result in unauthorized migrants loosing trust in these safe havens. Ultimately, this governmental control through NGOs will have a negative impact on feelings of security in the society at large as it fundamentally diminishes the significance of these NGOs in civil society for unauthorized migrants without offering an alternative.


prof. dr. Richard Staring
Prof. dr. Richard Staring is bijzonder hoogleraar mobiliteit, toezicht en criminaliteit aanp de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mieke Kox MA
Mieke Kox, MA, is PhD kandidaat bij de sectie criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Casus

Macht aus dem Rechtsstaat keinen Gurkensalat

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden rechtsstaat, rechtsstatelijkheid, empirische data, bronnenonderzoek, rechtswetenschappelijk onderzoek
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel en Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is een reactie op het artikel ‘De rechtsstaat: van sluitpost naar “Leitmotiv”’ van Zouridis, Wierenga en Niemeijer in het Nederlands Juristenblad, waarin kritiek wordt geleverd op het eerste hoofdstuk van het jaarverslag van de Raad van State. De Raad waarschuwt daarin voor het zien van rechtsstatelijke overwegingen in de politiek als een soort van sluitpost. Zouridis, Wierenga en Niemeijer vragen zich af op basis van welke empirische feiten de conclusies van de Raad van State zijn gebaseerd en of deze wel de juiste oorzaken voor het afkalven van de rechtsstaat in het vizier heeft. De auteurs van deze reactie vragen zich op hun beurt echter af of het betoog in dat artikel op zijn beurt wel op voldoende empirische onderbouwing steunt. Het gaat de auteurs daarbij met name om de onderbouwing van de stelling dat bestuur en wetgever ‘regelverslaafd’ zijn, de vraag wat het aantal wettelijke regels zegt over het rechtsstatelijke gehalte van de samenleving en welke rol overheidsjuristen vervullen bij het bewaken van rechtsstatelijke normen. Aan het slot van de bijdrage gaan de auteurs in op de vraag of er niet sprake is van een bredere trend, die twijfels oproept over de wijze waarop binnen het rechtswetenschappelijk onderzoek met empirische data en bronnenonderzoek wordt omgegaan.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.

Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden) en voormalig rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen.
Artikel

TenneT/ABB: een mijlpaal voor kartelschade én het algemene schadevergoedingsrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2016
Trefwoorden kartelschade, voordeelstoerekening, bewijslast(verdeling), passing-on verweer, doorberekeningsverweer
Auteurs Mr. J.A. Möhlmann en Mr. M.R. Fidder
SamenvattingAuteursinformatie

    Het TenneT/ABB-arrest van de Hoge Raad vormt een mijlpaal voor kartelschade en het algemene schadevergoedingsrecht. Het biedt duidelijkheid over het bij kartelschade belangrijke passing-on verweer en herziet de vereisten voor voordeelstoerekening. Het arrest werpt echter ook nieuwe vragen op met betrekking tot de bewijslastverdeling bij toerekening van voordeel.


Mr. J.A. Möhlmann
Mr. J.A. Möhlmann is advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht.

Mr. M.R. Fidder
Mr. M.R. Fidder is advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht.
Artikel

Modernisering van de personenvennootschappen

Column

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2016
Trefwoorden Werkgroep personenvennootschappen
Auteurs Mr. E.A. van Dooren
SamenvattingAuteursinformatie

    Onlangs heeft de minister van Veiligheid en Justitie een rapport over de modernisering van de personenvennootschappen in ontvangst genomen. Het rapport is opgesteld door de Werkgroep Personenvennootschap en bevat een voorgestelde regeling met aanbevelingen voor het oplossen van bekende knelpunten en de opvulling van lacunes onder het huidige recht.


Mr. E.A. van Dooren
Mr. E.A. van Dooren is promovendus bij het Van der Heijden Instituut (OO&R, Radboud Universiteit). Hij is als secretaris verbonden aan de Werkgroep Personenvennootschap.
Artikel

Schorsing bestuurder Stichting Loterijverlies.nl

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2016
Trefwoorden schorsing en ontslag, bestuurder, claimstichting, Claimcode, bestuur en toezicht
Auteurs Mr. J. Nijland en Mr. D.O. Ohmann
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel signaleert dat rechters recentelijk steeds vaker bereid zijn om in te grijpen in het bestuur van een stichting. Bestuurders van claimstichtingen dienen hierop bedacht te zijn. Daarnaast moeten zij rekening houden met de eisen die de Claimcode en het wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen aan (de governance van) een dergelijke stichting stellen.


Mr. J. Nijland
Mr. J. Nijland is universitair docent Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. D.O. Ohmann
Mr. D.O. Ohmann is kandidaat-notaris bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Artikel

Vragen over de vennootschappelijke medezeggenschapsregeling in artikel 2:333k BW bij grensoverschrijdende fusies

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden artikel 2:333k BW, vennootschappelijke medezeggenschap, grensoverschrijdende fusie, referentievoorschriften, toepasselijk recht
Auteurs Mr. P.H. Tieskens
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel bespreekt de auteur enkele vragen over de vennootschappelijke medezeggenschapsregeling in artikel 2:333k BW bij grensoverschrijdende fusies. De auteur gaat onder meer in op het toepasselijke recht, de interpretatie van artikel 2:333k lid 3 onderdeel c BW, de toepassing van de referentievoorschriften en de procedure tot statutenwijziging.


Mr. P.H. Tieskens
Mr. P.H. Tieskens is kandidaat-notaris bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Turboliquidatie: wat is een bate van de rechtspersoon in de zin van artikel 2:19 lid 4 BW?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden turboliquidatie, artikel 2:19 lid 4 BW, turbogeliquideerde rechtspersoon
Auteurs Mr. H.J. de Kloe
SamenvattingAuteursinformatie

    Als het faillissement van een turbogeliquideerde rechtspersoon wordt aangevraagd, is het regelmatig van belang of de artikel 2:248 BW-vordering, de paulianavordering en de Peeters/Gatzen-vordering baten zijn van de rechtspersoon in de zin van artikel 2:19 lid 4 BW. Deze vraag wordt behandeld en er worden alternatieven aangereikt voor schuldeisers van een turbogeliquideerde rechtspersoon.


Mr. H.J. de Kloe
Mr. H.J. de Kloe is wetenschappelijk docent ondernemingsrecht en faillissementsrecht bij de sectie Handels- en Ondernemingsrecht & Financieel Recht van de Erasmus School of Law te Rotterdam.
Artikel

Loyaliteitsdividend, bijzondere stemrechtaandelen en de positie van minderheidsaandeelhouders

Midstream or IPO introduction, that’s the question

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden bijzondere stemrechtaandelen, loyaliteitsaandelen, corporate governance, enquêterecht, minderheidsaandeelhouders
Auteurs Mr. drs. A.A. Bootsma
SamenvattingAuteursinformatie

    De recentelijke invoering van bijzondere stemrechtaandelen wordt vergeleken met het bij DSM voorgestelde loyaliteitsdividend. Het loyaliteitsdividend werd midstream – door statutenwijziging bij een bestaande beurs-NV met zittende publieke aandeelhouders – voorgesteld. De bijzondere stemrechtaandelen zijn voorafgaand aan een beursgang (IPO) van een nieuwe (holding)vennootschap ingevoerd. Dit verschil werkt door in de positie van minderheidsaandeelhouders. Tegen deze achtergrond wordt ingegaan op de Eumedion-voorstellen voor regulering van bijzondere stemrechtaandelen.


Mr. drs. A.A. Bootsma
Mr. drs. A.A. Bootsma is werkzaam als promovendus bij Erasmus School of Law en verbonden aan het Instituut voor Ondernemingsrecht (IvO) en het IvO Center for Financial Law & Governance (ICFG).
Artikel

Overnamegevechten, ongewenste investeerders en vitale vennootschappen

Is een investeringstoets ter waarborging van ‘het algemeen belang’ wenselijk?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden overname, algemeen belang, ongewenste investeerder, investeringstoets, KPN
Auteurs Mr. P.W.M. van Slobbe
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de waarborging van het algemeen belang binnen overnames centraal. Besproken wordt of het wenselijk is dat (in het licht van een mogelijk wetsvoorstel) het verkrijgen van zeggenschap in bepaalde voor Nederland vitale vennootschappen, zoals KPN, wordt getoetst op mogelijke bedreigingen voor het algemeen belang.


Mr. P.W.M. van Slobbe
Mr. P.W.M. van Slobbe is onlangs afgestudeerd aan de Radboud Universiteit Nijmegen, Duale Master Onderneming en Recht.
Praktijk

Het belonen van commissarissen in aandelen: alignment versus onafhankelijkheid?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Corporate Governance Code, beloningsbeleid, Beloning van commissarissen
Auteurs T.C.A. Dijkhuizen Mr. MPhil
SamenvattingAuteursinformatie

    In een tijdsgewricht waarin de aan bestuurders van Nederlandse beursvennootschappen toegekende beloningen steeds breed worden uitgemeten in de landelijke media en publieke ophef tot gevolg hebben, is het evident dat de beloning als onderwerp terug zou komen in het consultatievoorstel tot herziening van de Corporate Governance Code. De auteur bespreekt de voorgestelde principes en best practice bepalingen over de beloning, waarbij hij ingaat op het voorstel om het mogelijk te maken commissarissen in aandelen te belonen. De vraag rijst of met het belonen van commissarissen in de vorm een variabele beloning de onafhankelijkheid van deze commissarissen in het geding komt.


T.C.A. Dijkhuizen Mr. MPhil
Mr. T.C.A. Dijkhuizen MPhil is als promovendus verbonden aan de afdeling Ondernemingsrecht en het Hazelhoff Centre for Financial Law van Universiteit Leiden.
Artikel

Tegenstrijdig belang

Recente ontwikkelingen sinds de wetswijziging in 2013

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2016
Trefwoorden tegenstrijdig belang, Bruil, besluitvormingsregeling, materiële benadering, art. 2:239 BW
Auteurs Mr. E. Zwerus en Mr. S.R. Brand
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de inwerkingtreding van de Wet bestuur en toezicht per 1 januari 2013 heeft de externe vertegenwoordigingsregeling plaats moeten maken voor een interne besluitvormingsregeling bij tegenstrijdig belang van bestuurders. De invulling van het tegenstrijdig-belangbegrip is met de wijziging van de huidige regeling niet veranderd. De criteria zoals door de Hoge Raad geformuleerd in het 2007 gewezen Bruil-arrest zijn nog steeds leidend.


Mr. E. Zwerus
Mr. E. Zwerus is werkzaam als advocaat bij De Bok Roijers Gasseling Advocaten te Rotterdam.

Mr. S.R. Brand
Mr. S.R. Brand is werkzaam als advocaat bij De Bok Roijers Gasseling Advocaten te Rotterdam.
Artikel

Waarom er fiscaal nog iets zou moeten worden geregeld

‘Ways to tackle inheritance cross-border tax obstacles facing individuals within the EU’

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Grensoverschrijdende nalatenschappen / Successions in Europe, Inheritance crossborder tax obstacles, Habitual residence, Aanknopingspunten voor heffing, Situsland
Auteurs Mr. dr. K.M.L.L. van de Ven
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in op het rapport van de EU Expert Group: ‘Ways to tackle inheritance crossborder tax obstacles facing individual within the EU.’ Zij is van mening dat om de vraag te kunnen beantwoorden of de in het rapport gegeven weg naar een oplossing de juiste is, nog het nodige moet worden onderzocht. Gebruikmaking van het netwerk van de CNUe kan daarbij nuttig zijn.


Mr. dr. K.M.L.L. van de Ven
Mr. dr. K.M.L.L. van de Ven is docent belastingrecht aan de Universiteit Maastricht en tevens werkzaam bij Athena Advies en Praktijk te Maastricht.
Artikel

Doorwerking van aandeelhoudersovereenkomsten na invoering van de flex-BV: wat is het alternatief?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2016
Trefwoorden aandeelhoudersovereenkomsten, vennootschapsrechtelijke doorwerking, flex-BV
Auteurs Mr. T.L.M. van der Weijden
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit recente jurisprudentie blijkt dat de praktijk nog steeds worstelt met de vraag in hoeverre contractuele verplichtingen uit hoofde van een aandeelhoudersovereenkomst doorwerken binnen de vennootschapsrechtelijke verhoudingen. De invoering van de flex-BV heeft hier kennelijk onvoldoende verduidelijking gebracht. Aan de hand van enkele alternatieven voor aandeelhoudersovereenkomsten worden aanbevelingen gedaan voor de wetgever.


Mr. T.L.M. van der Weijden
Mr. T.L.M. van der Weijden is onlangs afgestudeerd aan de Radboud Universiteit Nijmegen in de masters Ondernemingsrecht en Burgerlijk recht.
Artikel

Het rechtspersoonlijk belang van het voorontwerp Wet bestuur en toezicht rechtspersonen: schijnuniformering of ware eendracht?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2016
Trefwoorden uniformering, vennootschapsbelang, rechtspersoonlijk belang, Wet bestuur en toezicht rechtspersonen, vennootschappelijk belang
Auteurs R.H.H. Vastmans LL.B (Hons.)
SamenvattingAuteursinformatie

    Het voorontwerp Wet bestuur en toezicht rechtspersonen introduceert het geüniformeerde begrip rechtspersoonlijk belang als gedragsnorm voor bestuurders en toezichthouders. Door duiding van en vergelijking met het huidige vennootschapsbelang komt de auteur tot de conclusie dat de in de consultatieronde geuite kritiek grotendeels onjuist c.q. onterecht is.


R.H.H. Vastmans LL.B (Hons.)
R.H.H. Vastmans is masterstudent Nederlands recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Bonje binnen de vereniging van eigenaars

Een bespreking van misbruik van meerderheidsmacht aan de hand van Rb. Limburg 5 november 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:9607

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2016
Trefwoorden vereniging van eigenaars, misbruik van meerderheidsmacht, redelijkheid en billijkheid, artikel 5:130 BW, artikel 2:12 BW
Auteurs Mr. B. Kemp
SamenvattingAuteursinformatie

    Handelt een appartementseigenaar in strijd met de redelijkheid en billijkheid als hij in lijn met zijn persoonlijke belang stemt? De kantonrechter oordeelde van wel. In de bijdrage wordt ingegaan op materieelrechtelijke en procesrechtelijke aspecten van besluitvorming en het aantasten van die besluitvorming binnen VvE’s.


Mr. B. Kemp
Mr. B. Kemp is advocaat bij DVDW Advocaten te Den Haag, als universitair docent verbonden aan het Institute for Corporate Law, Governance and Innovation Policies (ICGI) van de Universiteit Maastricht en redacteur van het Maandblad voor Ondernemingsrecht.
Article

Access_open Formerly cohabiting parents and parenting plans: Who makes the effort?

Tijdschrift Family & Law, juni 2016
Auteurs Simon de Bruijn Msc, dr. Anne-Rigt Poortman en Prof. dr. ir Tanja van der Lippe
SamenvattingAuteursinformatie

    When the Promotion of Continued Parenting and Proper Divorce Act came into force on March 2009 both married and cohabiting Dutch parents of minor children were obliged to draw up a parenting plan when they separate. Parenting plans are not enforceable for cohabiters, however. Using data from the New Families in the Netherlands survey, we examine how many former cohabiters create a parenting plan and how this compares to the number of verbal or no arrangements. We expect that child, parents and relationship characteristics are important for the likelihood that a parenting plan is constructed. Results show that more than half of former cohabiters create a parenting plan. Furthermore, former cohabiters are more likely to draw up a parenting plan if they consult a legal practitioner during their separation process. In addition, the younger the youngest child is, the more likely that former cohabiters will create a parenting plan or make verbal arrangements rather than no arrangements. That is also true for higher educated households and if they opt for residential co-parenting after divorce. Former cohabiters in a high-conflict situation are less likely to develop a parenting plan than make no arrangements.


Simon de Bruijn Msc
Simon de Bruijn is a Ph.D. candidate at the Department of Sociology and Research School (ICS) of Utrecht University. His research interests include divorce and post-divorce arrangements.

dr. Anne-Rigt Poortman
Anne-Rigt Poortman is an Assistant Professor at the Department of Sociology and Research School (ICS) of Utrecht University. She received her Ph.D. at Utrecht University in 2002. Her main research interests are divorce and separation, new relationship types and legal aspects of partner relationships.

Prof. dr. ir Tanja van der Lippe
Tanja van der Lippe is a Professor of Sociology of Households and Employment Relations at the Department of Sociology and Research School (ICS) of Utrecht University. She is the head of the Department of Sociology and research director of ICS Utrecht. Her research interests are in the area of work-family linkages in Dutch and other societies.

Dr. Liza Cornet
Dr. L.J.M. Cornet is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. Katy de Kogel
Dr. C.H. de Kogel is als senior wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

    It has become evident that the use of performance and image enhancing drugs (PIEDs) is becoming an important societal issue, with ramifications extending beyond elite sport. A particular concern of authorities is that the majority of PIEDs are not legally obtained through a physician, by means of a prescription, but instead are illegally purchased on the illicit market. Currently little research exists on the illegal production and supply of PIEDs. However, understanding illicit PIED markets is important for policy decisions as knowledge on the production and supply of these substances may assist in designing law enforcement efforts, harm reduction initiatives and other measures. This article will, therefore, focus on the production and supply of PIEDs in Belgium and the Netherlands. Specifically, it will examine the general characteristics of PIED suppliers and the ways in which the behaviour of dealers are influenced by cultural factors. In particular the role of the legal profession of PIED suppliers is examined, taking the fitness industry as an example. This research is based on a content analysis of 64 PIED-dealing cases initiated by criminal justice agencies in the Netherlands (N=33) and Belgium (N=31). This article illustrates that the dealing of PIEDs is a rather specialised business and that not everyone has the suitable ties, opportunities and/or knowledge to enter the PIED market. Many PIED dealers are already devoted to a gym, sport, medical, or other subculture before becoming involved in dealing. Importantly, the embeddedness of PIED-related supply-side activities in legitimate professions, roles, and institutional settings form an integral part of the market culture these dealers engage in. We, therefore, need to examine the production, distribution and use of PIEDs, as embedded within a diverse combination of social, economic and cultural processes, in which none is simply reducible to the other.


dr. Katinka van de Ven
Dr. Katinka van de Ven is werkzaam als Lecturer in Criminology aan de Birmingham City University. Zij is daarnaast oprichter en coördinator van het Human Enhancement Drug Network (HEDN) (www.humanenhancementdrugs.com).
Artikel

De kooptitel en aandelen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden Boek 7 BW, aandelen, onderneming, SPA, conformiteit
Auteurs Mr. T.J. Mosk
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de toepasselijkheid van de kooptitel op koop van aandelen en haar gevolgen, toegespitst op BV-aandelen. Partijen wijken in een SPA vaak (onbewust) af van de kooptitel, die deze beoogde regeling onbedoeld kan doorkruisen. Een teleurgestelde (ver)koper kan daarvan gebruik maken, maar uitsluiting is logisch en in beginsel mogelijk. Algehele uitsluiting werkt echter niet zonder meer. Partijen zouden daarom per artikel moeten opnemen in hoeverre zij beogen af te wijken.


Mr. T.J. Mosk
Mr. T.J. Mosk is advocaat bij Blenheim Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Finaliteit, representativiteit en kwaliteitsborging door de rechter

De sleutelbegrippen van het collectief actierecht

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden 305a-organisatie, massaschade, WCAM, gezag van gewijsde, finaliteit
Auteurs Mr. drs. T.M.C. Arons
SamenvattingAuteursinformatie

    De sleutelbegrippen bij massaschade(geschilbeslechting): representativiteit, finaliteit en kwaliteitsborging door de rechter. De schadevergoedingeisende organisatie moet representatief zijn ter waarborging van de belangen van de achterban. Finaliteit betekent binding van deze achterban. Het gezag van gewijsde en het EVRM vereisen een opt-inmodel.


Mr. drs. T.M.C. Arons
Mr. drs. T.M.C. Arons is universitair docent Financieel Recht bij het Instituut voor Financieel Recht (IFR), onderdeel van het Onderzoek­cen‍trum Onderneming & Recht (OO&R) aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Toont 141 - 160 van 427 gevonden teksten
1 2 3 4 5 6 8 10 11 12 21 22
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.