Zoekresultaat: 295 artikelen

x
Artikel

Europees bankentoezicht (SSM). Juridische en praktische perspectieven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden Europese toezichthouder, bankenunie, interne markt, bankenregelgeving, Europese Centrale Bank (ECB)
Auteurs Mr. W.H. Bovenschen LL.M, Mr. K. Holtring, Dr. G.J.S. ter Kuile LL.M e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor het vormgeven van het Europese bankentoezicht stond de EU-wetgever voor juridische en praktische uitdagingen. In dit artikel worden enkele hiervan belicht: verdragsgrondslag, bevoegdheidsverdeling tussen de Europese en nationale toezichthouders, rechtsbescherming, governance, toezichttaken ECB, vergunningverlening en -intrekking, relevant Unierecht, home/host-toezicht en de verhouding tot EBA. De praktijk moet uitwijzen of de gekozen oplossingen effectief zijn.Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen, Pb. EU 2013, L 287/63-89 (SSM-Verordening);Richtlijn 2013/36/EU betreffende de toegang tot de werkzaamheden van kredietinstellingen en het bedrijfseconomisch toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (CRD IV);Verordening (EU) nr. 2013/575 over prudentiële voorschriften voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (CRR).


Mr. W.H. Bovenschen LL.M
Mr. W.H. Bovenschen LL.M werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank NV.

Mr. K. Holtring
Mr. K. Holtring werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank NV.

Dr. G.J.S. ter Kuile LL.M
Dr. G.J.S. ter Kuile LL.M werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank NV.

Mr. L. Wissink
Mr. L. Wissink werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank NV.
Artikel

Ambtshalve toepassing van consumentenbeschermend EU-recht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2013
Trefwoorden ambtshalve, rechtsstrijd, matiging, onderzoeksplicht, consumenten
Auteurs Mr. dr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoe ver reikt de plicht tot ambtshalve toepassing van consumentenrecht? Uit recente jurisprudentie van het HvJ EU en de Hoge Raad volgt dat deze ook rust op de appèlrechter. In deze bijdrage wordt besproken welke gevolgen deze jurisprudentie heeft voor de feitenrechters en hoe zij daar invulling aan kunnen geven.


Mr. dr. A.G.F. Ancery
Mr. dr. A.G.F. Ancery is werkzaam bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad der Nederlanden.

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het beoordelingskader van de ‘onbelangrijk verzuim’-exceptie van artikel 2:248 lid 2 BW in het geval dat de publicatietermijn van artikel 2:394 lid 3 BW niet is nageleefd. Hierbij wordt onder meer ingegaan op de (recente) jurisprudentie hieromtrent en het in de literatuur regelmatig opgeworpen betoog dat niet-naleving van de publicatieplicht uit artikel 2:248 lid 2 BW dient te worden geschrapt.


Mr. J.M. Siegers
Mr. J.M. Siegers is advocaat bij Stibbe.
Jurisprudentie

De Hoge Raad in civiele zaken uit het Caribische deel van het Koninkrijk

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2013
Auteurs Dr. H.J. van Kooten en dr. G.C.C. Lewin

Dr. H.J. van Kooten

dr. G.C.C. Lewin
Article

Access_open At the Crossroads of National and European Union Law. Experiences of National Judges in a Multi-level Legal Order

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3/4 2013
Trefwoorden national judges, legal pluralism, application of EU law, legal consciousness, supremacy and direct effect of EU law
Auteurs Urszula Jaremba Ph.D.
SamenvattingAuteursinformatie

    The notion and theory of legal pluralism have been witnessing an increasing interest on part of scholars. The theory that originates from the legal anthropological studies and is one of the major topical streams in the realm of socio-legal studies slowly but steady started to become a point of departure for other disciplines. Unavoidably it has also gained attention from the scholars in the realm of the law of the European Union. It is the aim of the present article to illustrate the legal reality in which the law of the Union and the national laws coexist and intertwine with each other and, subsequently, to provide some insight on the manner national judges personally construct their own understanding of this complex legal architecture and the problems they come across in that respect. In that sense, the present article not only illustrates the new, pluralistic legal environment that came into being with the founding of the Communities, later the European Union, but also adds another dimension to this by presenting selected, empirical data on how national judges in several Member States of the EU individually perceive, adapt to, experience and make sense of this reality of overlapping and intertwining legal orders. Thus, the principal aim of this article is to illustrate how the pluralistic legal system works in the mind of a national judge and to capture the more day-to-day legal reality by showing how the law works on the ground through the lived experiences of national judges.


Urszula Jaremba Ph.D.
Urszula Jaremba, PhD, assistant professor at the Department of European Union Law, School of Law, Erasmus University Rotterdam. I am grateful to the editors of this Special Issue: Prof. Dr. Sanne Taekema and Dr. Wibo van Rossum as well as to the two anonymous reviewers for their useful comments. I am also indebted to Dr. Tobias Nowak for giving me his consent to use the data concerning the Dutch and German judges in this article. This article is mostly based on a doctoral research project that resulted in a doctoral manuscript titled ‘Polish Civil Judges as European Union Law Judges: Knowledge, Experiences and Attitudes’, defended on the 5th of October 2012.

Mr. L.A.D. Keus
Mr. L.A.D. Keus is advocaat-generaal in de Hoge Raad.
Artikel

De vermogensrechtelijke koers van het cognossement

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2013
Trefwoorden handelsrecht, cognossement, Europees privaatrecht, derdenbeding, traditio longa manu
Auteurs Mr. H. Logmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In de bijdrage komt de verhouding tussen het handelsrecht en het vermogensrecht aan de orde. Die verhouding wordt geïllustreerd met de vraag op welke wijze een cognossement aan order moet worden ingepast in het goederen- en verbintenissenrecht. De gevonden dogmatische constructies passen bij enkele actuele trends in het vermogensrecht, namelijk een toegenomen aandacht voor business-to-business-verhoudingen en de aanzetten die gegeven zijn om te komen tot een Europees privaatrecht.


Mr. H. Logmans
Mr. H. Logmans is medewerker bij het wetenschappelijk bureau van de Hoge Raad.

Prof. mr. R.P.J.L. Tjittes
Prof. mr. R.P.J.L. Tjittes is advocaat en partner bij BarentsKrans.

J. Kampman LL.B.
J. Kampman LL.B. is masterstudent privaatrecht en strafrecht aan de UvA; diens masterscriptie heeft als basis gediend voor dit artikel.

    De Hoge Raad wees op 12 april jl. een arrest over de schadevergoeding die een ontvanger moet betalen als hij toerekenbaar niet in staat is de ingevolge een naderhand vernietigde rechtshandeling ontvangen prestatie aan de betaler terug te geven. In deze bijdrage wordt het arrest onder de loep genomen.


Mr. F. Damsteegt-Molier
Mr. F. Damsteegt-Molier is rechter bij de Rechtbank Rotterdam. Deze bijdrage heeft zij op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Causale perikelen: het is moeilijk en zal moeilijk blijven

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2013
Trefwoorden omkeringsregel, verlies van een kans, proportionele aansprakelijkheid en causaal verband
Auteurs Mr. Chr.H. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt een aantal problemen rond het vaststellen van csqn-verband tussen een onrechtmatige daad of wanprestatie en de schade. Mede aan de hand van een aantal recente arresten van de Hoge Raad gaat het in op de ratio en de toepassingsvoorwaarden van de omkeringsregel, proportionele aansprakelijkheid en verlies van een kans. Geconstateerd wordt dat niet alleen maar vooral bij letselschade in bepaalde gevallen goede mogelijkheden voor toepassing van deze leerstukken bestaan. Kritiek wordt uitgeoefend op het onderscheid dat de Hoge Raad maakt bij toepassing van proportionele aansprakelijkheid en verlies van een kans omdat het hier grotendeels om uitwisselbare perspectieven gaat.


Mr. Chr.H. van Dijk
Mr. Chr.H. van Dijk is advocaat bij Kennedy Van der Laan, gespecialiseerd in aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht.

Mr. R.A.F. Willems
Mr. R.A.F. Willems is advocaat bij Holla Advocaten te ’s-Hertogenbosch en bestuurslid (portefeuillehouder opleidingen) van de Vereniging van Incasso- en procesadvocaten (VIA).
Jurisprudentie

De Hoge Raad in civiele zaken uit het Caribische deel van het Koninkrijk

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2013
Auteurs Dr. H.J. van Kooten en Dr. G.C.C. Lewin

Dr. H.J. van Kooten

Dr. G.C.C. Lewin
Column

Richtlijnconforme interpretatie bij de informatieplicht van algemene voorwaarden voor dienstverleners

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Informatieplicht, dienstverlening, Dienstenrichtlijn
Auteurs Mr. dr. M.Y. Schaub
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. dr. M.Y. Schaub
Mr. dr. M.Y. Schaub is universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

Esmilo/Mediq: toetsingskader voor nietigheid ex art. 3:40 lid 1 BW

HR 1 juni 2012, RvdW 2012, 765 (Esmilo/Mediq)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2013
Trefwoorden art. 3:40 lid 1 BW, nietigheid, openbare orde, toetsingskader, strijd met de wet
Auteurs Mr. M.R. Hebly en Mr. A.N.L. de Hoogh
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad geeft in het arrest Esmilo/Mediq een toetsingskader voor de beoordeling of een overeenkomst die naar haar inhoud of strekking strijdig is met de wet door nietigheid moet worden getroffen wegens strijd met de openbare orde.


Mr. M.R. Hebly
Mr. M.R. Hebly is werkzaam als wetenschappelijk docent bij de sectie Burgerlijk Recht van de Erasmus School of Law te Rotterdam.

Mr. A.N.L. de Hoogh
Mr. A.N.L. de Hoogh is werkzaam als wetenschappelijk docent bij de sectie Burgerlijk Recht van de Erasmus School of Law te Rotterdam.
Artikel

De mogelijkheden en onmogelijkheden van 334t-aansprakelijkheid

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 2 2013
Trefwoorden artikel 2:334t BW, splitsing, deelbare verbintenis, ondeelbare verbintenis, toekomstige verbintenis
Auteurs Mr. G.C. Linse
SamenvattingAuteursinformatie

    Wanneer rechtspersonen gebruik maken van het instrument juridische splitsing wordt doorgaans uitgebreid stilgestaan bij de aansprakelijkheid van de partijen op grond van artikel 2:334t BW. In deze bijdrage gaat de auteur in op de mogelijkheden die partijen hebben om deze aansprakelijkheid te beperken.


Mr. G.C. Linse
Mr. G.C. Linse is advocaat bij Allen & Overy.

    Bespreking van het proefschrift van mr. M.H.E. Rongen


Mr. R. Westrik
Mr. R. Westrik is universitair hoofddocent privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en hoofd wetenschappelijk bureau bij Holla Advocaten te Den Bosch.
Artikel

De ontbindingsprocedure: rechtsmiddelenverbod en bewijsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2012
Trefwoorden ontbindingsprocedure, artikel 6 EVRM, rechtsmiddelenverbod, bewijsrecht, onrechtmatige rechtspraak
Auteurs mr. D.M.A. Bij de Vaate
SamenvattingAuteursinformatie

    De ontbindingsprocedure kent twee procesrechtelijke bijzonderheden: het rechtsmiddelenverbod en het bewijsrecht. Deze bijzonderheden brengen niet mee dat de ontbindingsprocedure in strijd is met artikel 6 EVRM. Artikel 6 EVRM vereist immers niet een berechting van een zaak in twee feitelijke instanties. Bovendien is de ontbindingsrechter altijd gehouden, ook in een spoedeisende ontbindingsprocedure, het beginsel van ‘equality of arms’ in acht te nemen op straffe van doorbreking van het appèlverbod.Dit voorkomt echter niet dat de ontbindingsrechter, net als iedere andere rechter (in laatste en hoogste instantie), soms in strijd zal handelen met artikel 6 EVRM of anderszins een ‘fout’ zal maken in de beoordeling van het geschil. Voor dergelijke incidentele schendingen van artikel 6 EVRM door de kantonrechter is veelal een doorbreking van het appèlverbod mogelijk. Voor de inhoudelijk onjuiste ontbindingsbeschikking kan het leerstuk van onrechtmatige rechtspraak uitkomst bieden.


mr. D.M.A. Bij de Vaate
Mw. mr. D.M.A. Bij de Vaate is als docent/onderzoeker sociaal recht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Een ‘nieuwe’ weg naar volledige schadevergoeding voor derden in personenschadezaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2012
Trefwoorden derden, schade, affectieschade, medische aansprakelijkheid, overlijdensschade
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof Den Bosch heeft een ‘nieuwe’ mogelijkheid tot volledige schadevergoeding voor derden in personenschadezaken toegevoegd aan het bestaande rijtje: de autonome vordering op grond van een toerekenbare niet-nakoming van een geneeskundige behandelingsovereenkomst. Die mogelijkheid tot volledige schadevergoeding voor derden wordt echter sterk beperkt door het hof: de feitelijk derde moet aantonen dat zijn schade is veroorzaakt door de medische fout en niet door het overlijden (of letsel) van de direct gekwetste. Deze beperking vloeit voort uit de exclusieve werking van het bijzondere systeem van de artikelen 6:107-108 BW. In deze bijdrage wordt gesuggereerd om die exclusieve werking te heroverwegen.


Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht (R.Rijnhout@uu.nl).
Praktijk

Arbitrage en ambtshalve toetsing: mag de arbitrageclausule wel of niet?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Algemene voorwaarden, ambtshalve toetsing, Richtlijn oneerlijke bedingen, arbitragebeding, onredelijk bezwarend beding
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 26 april 2012 overwoog het HvJ EU in het Invitel-arrest dat bij de beoordeling van algemene voorwaarden in een algemeen-belangprocedure in het kader van de Richtlijn oneerlijke bedingen de voorwaarden getoetst moeten worden in het licht van de nationaalrechtelijke regeling, de gehele overeenkomst en de door de gebruiker aangevoerde rechtvaardigingsgronden voor het betreffende beding. Op 21 september 2012 oordeelde de Hoge Raad in een procedure over een arbitraal beding dat de arbitrageclausule niet per definitie onredelijk bezwarend is op grond van de Richtlijn oneerlijke bedingen. Beide arresten worden in deze bijdrage besproken.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Toont 141 - 160 van 295 gevonden teksten
1 2 3 4 5 6 8 10 11 12 13 14 15
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.