Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 8025 artikelen

x
Artikel

De wettelijke bedenktijd in het licht van een goede corporate governance

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2020
Trefwoorden bescherming beursvennootschappen, vennootschappelijk belang, checks-and-balances
Auteurs Mr. N.D. Niederer
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt het spanningsveld tussen de wettelijke bedenktijd en het systeem van corporate governance in het Nederlandse vennootschapsrecht. Teneinde beursvennootschappen aanvullende bescherming te bieden bij een rechtstreeks vijandig overnamebod doet de auteur een voorstel om de reikwijdte van de responstijd uit te breiden.


Mr. N.D. Niederer
Mr. N.D. Niederer is masterstudent aan de Universiteit Maastricht. In juni 2020 is zij cum laude afgestudeerd in de master Nederlands Recht, waaronder de specialisatie privaatrecht.
Artikel

Afdwingbaarheid van nakoming commerciële koopcontracten bezien vanuit een internationaal perspectief

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2020
Trefwoorden civil law, common law, Weens koopverdrag, CISG, koopcontract
Auteurs Mr. dr. P.C.M. Kemp
SamenvattingAuteursinformatie

    In het internationale handelsverkeer wordt onvoldoende aandacht besteed aan de afdwingbaarheid van contractuele afspraken. Om de lezer meer inzicht te geven in deze problematiek wordt aandacht besteed aan de belangrijkste verschillen tussen de twee grootste rechtssystemen (hierna: ‘civil law’ en ‘common law’) en ‘interne’ afwijkingen.


Mr. dr. P.C.M. Kemp
Mr. dr. P.C.M. Kemp advocaat bij Banning Advocaten te ’s-Hertogenbosch en gastmedewerker aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Naar een nieuwe invulling van de kringenleer in de jaarrekeningprocedure

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2020
Trefwoorden jaarrekening, verzoekschriftprocedure, belanghebbende, kring van belanghebbenden, Timmerman
Auteurs Mr. C.E.J.M. Hanegraaf
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever heeft de invulling van het begrip ‘belanghebbende’ in de jaarrekeningprocedure aan de rechtspraak overgelaten. Datzelfde geldt voor andere verzoekschriftprocedures waarbij rechtspersonen betrokken zijn. In de rechtspraak is het onderscheid ontwikkeld tussen twee kringen van belanghebbenden. A-G Timmerman stelt in een recente conclusie voor aan de kringenleer in de jaarrekeningprocedure dezelfde invulling te geven als aan de kringenleer zoals die ontwikkeld is buiten de jaarrekeningprocedure. De auteur gaat in op het voorstel van Timmerman.


Mr. C.E.J.M. Hanegraaf
Mr. C.E.J.M. Hanegraaf is werkzaam als advocaat bij VDB Advocaten Notarissen te Waalre.
Artikel

De huurprijsbetalingsverplichting van huurders van middenstandsbedrijfsruimte in coronatijd

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Coronacrisis, Huurprijsvermindering, Opschorting huur
Auteurs Mr. dr. M.V.R. Snel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht of en zo ja onder welke condities de huurder van middenstandsbedrijfsruimte bevoegd is zijn verplichting tot betaling van de huurprijs tijdelijk uit te stellen en/of vermindering van de huurprijs te vorderen indien de coronacrisis tot een verminderd gebruik van het gehuurde heeft geleid.


Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is als wetenschappelijk hoofdmedewerker verbonden aan de University of Curaçao en als research fellow aan Tilburg University.
Artikel

Huurrecht en de coronacrisis

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2020
Trefwoorden gebrek, onvoorziene omstandigheden, bedrijfsruimte, woonruimte
Auteurs Mr. Z.H. Duijnstee-van Imhoff
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beschrijft de gevolgen van de coronacrisis in het huurrecht bij bedrijfsruimte en bij woonruimte. Bij bedrijfsruimte zijn er juridische escapes voor de huurder, die worden gevonden in de gebrekenregeling, maar vooral in de onvoorziene omstandigheden. Huurders van woonruimte moeten het hebben van coulance en subsidies.


Mr. Z.H. Duijnstee-van Imhoff
Mr. Z.H. Duijnstee-van Imhoff is docent Privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open De verklaring voor recht, voldoende belang(rijk)?

Over het belang bij declaratoire vordering na afwijzing condemnatoire vordering

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2020
Trefwoorden proceseconomie, processueel belang, genoegdoening, rechtsherstel, subjectief recht
Auteurs Dr. P. Gillaerts en Prof. mr. A.L.M. Keirse
SamenvattingAuteursinformatie

    Een recent arrest van de Hoge Raad bevestigt het zelfstandige belang bij een verklaring voor recht als genoegdoening voor een rechtsschending, ook indien de daarop voortbouwende veroordelende vorderingen stranden. In dit licht duiden de auteurs de speelruimte bij de declaratoire vordering in het verbintenissenrecht.


Dr. P. Gillaerts
Dr. P. Gillaerts is advocaat aan de balie van Brussel en onderwijsassistent aan het Leuven Centre for Public Law van de KU Leuven.

Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is raadsheer bij het gerechtshof Amsterdam en als hoogleraar burgerlijk recht verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Overdracht van kredietvorderingen na Promontoria

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2020
Trefwoorden cessie, vordering, rentebeleid, afhankelijk recht, zorgplicht
Auteurs Mr. J.L. Snijders en Mr. Y.C. Tonino
SamenvattingAuteursinformatie

    De Promontoria-arresten maken duidelijk dat bancaire vorderingen naar hun aard niet onoverdraagbaar zijn en dat, hoewel de bancaire zorgplicht niet op de verkrijgende partij overgaat, onder meer de redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat op de verkrijgende partij een eigen zorgplicht rust. Dit artikel gaat in op deze zorgplicht van de verkrijgende partij en de impact daarvan op de positie van de overdragende partij.


Mr. J.L. Snijders
Mr. J.L. Snijders en is werkzaam als advocaat bij FIZ advocaten te Rotterdam.

Mr. Y.C. Tonino
Mr. Y.C. Tonino is werkzaam als advocaat bij FIZ advocaten te Rotterdam.
Artikel

Urgenda als civielrechtelijk geschil

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2020
Trefwoorden cassatie, rechterlijk bevel, executiegeschil, beleidsvrijheid
Auteurs Prof. mr. A.G. Castermans en Mr. W.Th. Nuninga
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken de Urgenda-procedure als civielrechtelijk geschil. Waarom leent het Nederlands privaatrecht zich zo goed voor dit oordeel? Hoe goed past het in de civielrechtelijke traditie? En – wellicht belangrijker – hoe zou een eventueel vervolg hierop er binnen dat civielrechtelijk kader uit kunnen zien?


Prof. mr. A.G. Castermans
Prof. mr. A.G. Castermans is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden en rechter-plaatsvervanger in de rechtbank Den Haag.

Mr. W.Th. Nuninga
Mr. W.Th. Nuninga is verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Leiden als Meijers PhD Fellow.
Mededinging

Gunjumping in het Europese concentratietoezicht: een overzicht van recente ontwikkelingen in Brussel en Luxemburg

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden mededinging, Europese Commissie, concentratiecontrole, gunjumping, boetes
Auteurs Mr. P.J.H.M. van Osch
SamenvattingAuteursinformatie

    Transacties die leiden tot een wijziging van zeggenschap en die de omzetdrempels van de Europese Concentratieverordening overschrijden, moeten worden gemeld bij de Europese Commissie. Gedurende het onderzoek naar de gevolgen van de transactie voor de mededinging mogen aangemelde transacties niet ten uitvoer worden gebracht. Ondernemingen die in strijd handelen met deze meldings- en standstill-verplichting maken zich schuldig aan gunjumping en kunnen door de Europese Commissie worden beboet. In deze bijdrage beschrijf ik het wettelijke kader en bespreek ik recente ontwikkelingen in Brussel en Luxemburg op het gebied van gunjumping. De conclusie is dat de Europese Commissie gunjumping in de afgelopen periode onder het vergrootglas heeft gelegd, en het Hof van Justitie het toepassingsbereik strakker heeft omkaderd.
    HvJ 31 mei 2018, zaak C-633/16, ECLI:EU:C:2018:371 (Ernst & Young P/S/Konkurrenceradet)
    HvJ 4 maart 2020, zaak C-10/18, ECLI:EU:C:2020:149 (Mowi ASA/Commissie)
    Besluit Commissie 27 juni 2019, zaak M.8179 (Canon/Toshiba Medical Systems Corporation)
    Besluit Commissie 24 april 2018, zaak M.7993 (Altice/PT Portugal)


Mr. P.J.H.M. van Osch
Mr. P. J.H.M. (Pieter) van Osch is advocaat en bedrijfsjurist bij FedEx te Hoofddorp.
Milieu

Access_open Aanscherping van rechtsbescherming en handhaving in milieuzaken: het recht op schone lucht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden luchtkwaliteit, milieurecht, rechtsbescherming, handhaving, rechterlijke toetsing
Auteurs Mr. dr. F.M. Fleurke
SamenvattingAuteursinformatie

    In twee hier te bespreken arresten bouwt het Hof van Justitie voort op de rechtspraak met betrekking tot het recht op schone lucht zoals neergelegd in Richtlijn 2008/50/EG betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa.
    De belangrijkste aanvulling die het Hof van Justitie in het Craeynest-arrest geeft, is dat ook de wetenschappelijke beoordeling van de luchtkwaliteit door het bepalen van de plaats van een bemonsteringspunt onderworpen kan worden aan rechterlijke toetsing om zodoende het nuttig effect van de richtlijn te garanderen.
    Het tweede arrest, Deutsche Umwelthilfe, is opzienbarend omdat het Hof van Justitie hierin oordeelde dat het EU-recht onder bepaalde voorwaarden een nationale rechter als ultimum remedium de verplichting geeft gebruik te maken van een nationale bevoegdheid lijfsdwang op te leggen aan het bevoegd gezag als dit stelselmatig weigert milieumaatregelen te nemen in het kader van Richtlijn 2008/50/EG en als niet aannemelijk is dat dit zal veranderen.
    Hoewel gewezen in de context van luchtkwaliteit hebben beide arresten ook implicaties voor andere gebieden uit het milieurecht, zoals biodiversiteit, klimaat en waterkwaliteit.
    HvJ 26 juni 2019, zaak C-723/17, ECLI:EU:C:2019:533 (Lies Craeynest e.a./Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Brussels Instituut voor Milieubeheer); HvJ 19 december 2019, zaak C-752/18, ECLI:EU:C:2019:1114 (Deutsche Umwelthilfe eV/Freistaat Bayern)


Mr. dr. F.M. Fleurke
Mr. dr. F.M. (Floor) Fleurke is als universitair hoofddocent Europees milieurecht verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Asiel en migratie

Access_open Het nieuwe migratie- en asielpact: flexibele solidariteit, verplichte grensprocedures en nog meer dataverzameling

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden migratie, asielrecht, Europese Unie, grensprocedures, solidariteit
Auteurs Prof. dr. H. Battjes, Mr. dr. E.R. Brouwer en Mr. dr. M. den Heijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 23 september 2020 presenteerde de Europese Commissie het migratie- en asielpact. Dit pact beslaat 509 pagina’s aanbevelingen en wetgevende voorstellen op het gebied van migratie- en asielrecht, het Schengenacquis en grenscontrole. In deze bijdrage bespreken we onder meer de vraag in hoeverre de voorstellen een basis bieden voor solidaire, menswaardige, maar ook effectievere migratie- en asiel afspraken in de Europese Unie. De bijdrage gaat met name in op de voorgestelde grensprocedures en de hervorming van het Dublinsysteem. Ook bespreken we de plannen ter versterking van Schengen en de maatregelen op het gebied van persoonsgegevens en EU- datasystemen.
    Mededeling van de Commissie over een nieuw migratie- en asielpact COM(2020)609 def., 23 september 2020.


Prof. dr. H. Battjes
Prof. dr. H. (Hemme) Battjes is hoogleraar Europees asielrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. dr. E.R. Brouwer
Mr. dr. E.R. (Evelien) Brouwer is universitair docent migratierecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. dr. M. den Heijer
Mr. dr. M. (Maarten) den Heijer is universitair docent internationaal recht aan de Universiteit van Amsterdam.
Telecommunicatie

Kroniek Telecommunicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden elektronische communicatie, Telecomcode, connectiviteit, aanleg netwerken, netneutraliteit
Auteurs Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    De beschikbaarheid van vaste en mobiele netwerken met zeer hoge capaciteit, zoals glasvezelnetwerken en 5G-netwerken, is cruciaal in de digitale economie. De Richtlijn van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (‘de Telecomcode’) heeft als doelstelling om bij te dragen aan de ontwikkeling van hoogwaardige netwerken. Deze connectiviteitsdoelstelling staat naast de reeds bestaande doelstellingen op het gebied van mededinging, interne markt en de bescherming van eindgebruikers. Deze bijdrage beschrijft allereerst de maatregelen, veelal soft law, die ter invulling van de connectiviteitsdoelstelling in de twee jaar na de vaststelling van de Telecomcode op Europees niveau zijn genomen, zoals Berec-richtsnoeren met een verduidelijking van nieuwe begrippen en instrumenten in de Telecomcode en een Aanbeveling van de Commissie voor een toolbox om de kosten van aanleg van nieuwe netwerken te verlagen. Daarna komt de gedeeltelijke implementatie in de Nederlandse Telecommunicatiewet aan de orde. Vervolgens passeert de jurisprudentie de revue, waarin een uitleg van de reikwijdte en de inhoud van het kader voorafgaand aan de Telecomcode, en van de Netneutraliteitsrverordening wordt gegeven. Daarbij wordt, waar relevant, ook benoemd hoe de uitleg zicht verhoudt tot de Telecomcode en de Nederlandse implementatie.


Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als bijzonder hoogleraar Telecommunicatierecht verbonden aan eLaw van de Universiteit Leiden en is advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.
Europees internationaal privaatrecht

Internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter en de immuniteit van internationale organisaties

De uitspraak van het Hof van Justitie in Supreme/Supreme Headquarters Allied Powers Europe (SHAPE)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden internationale organisaties, internationale bevoegdheid van de nationale rechter, immuniteit, Brussel I-bis
Auteurs Prof. dr. E.C.P.D.C. De Brabandere
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 3 september 2020 heeft het Hof van Justitie uitspraak gedaan in de zaak Supreme/Supreme Headquarters Allied Powers Europe (SHAPE). De zaak heeft betrekking op de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter inzake een geschil tussen een reeks vennootschappen en een internationale organisatie. Naast de vraag of de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is om kennis te nemen van een verzoek door een internationale organisatie tot opheffing van een conservatoir beslag, bespreken het arrest en deze noot de vraag of rekening gehouden moet worden met de immuniteit van executie van internationale organisaties.
    HvJ 3 september 2020, zaak C-186/19, ECLI:EU:C:2020:638 (Supreme/Supreme Headquarters Allied Powers Europe (SHAPE)).


Prof. dr. E.C.P.D.C. De Brabandere
Prof. dr. E.C.P.D.C. (Eric) De Brabandere is hoogleraar internationale geschillenbeslechting aan Grotius Centre for International Legal Studies en advocaat aan de Balie te Brussel (DMDB Law).
Staatssteun

Dôvera: ziektekostenverzekeringen en het ondernemingsbegrip – onzekerheid verzekerd?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden staatssteun, mededingingsrecht, ondernemingsbegrip, economische activiteiten
Auteurs Mr. drs. B.M.M. Reuder
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt het arrest in de staatssteunzaak Dôvera besproken, waarin het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat Slowaakse zorgverzekeraars geen ondernemingen zijn in de zin van de Europese mededingingsregels, nadat het Gerecht had geoordeeld dat zij wel als ondernemingen moesten worden gezien. Dit artikel bespreekt achtereenvolgens het ondernemingsbegrip in de context van socialezekerheidsstelsels, de verschillende oordelen in de Dôvera-zaak en de betekenis van het arrest van het Hof van Justitie voor de toepasselijkheid van mededingingsregels op Nederlandse zorgverzekeraars.
    HvJ 11 juni 2020, gevoegde zaken C-262/18 P en C-271/18 P, ECLI:EU:C:2020:450 (Commissie/Dôvera zdravotná poist’ovňa).


Mr. drs. B.M.M. Reuder
Mr. drs. B.M.M. (Berend) Reuder is advocaat bij Stek.
Artikel

De terugkeer van de beeldenstorm

Over iconoclasme, cultuurgoed en identiteit

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2020
Trefwoorden iconoclasm, definition, fear, identity, cultural heritage
Auteurs Joris Kila
SamenvattingAuteursinformatie

    This article aims to clarify the phenomenon of iconoclasm and how it impacts today’s society, in spite of the lack of research on this topic. After establishing its complex and sensitive nature, a first assessment containing types of iconoclasm and various motives of iconoclasts is presented. Different forms of iconoclasm are distinguished, explained and illustrated using examples. Special attention is given to the subject’s sensitivity in modern society while establishing the connection of the topic with identity in multiple shapes and forms. The article aims at contributing to a future multi-disciplinary debate.


Joris Kila
Dr. J.D. Kila is kunsthistoricus en klassiek archeoloog en promoveerde als cultureel-erfgoeddeskundige. Hij is thans onafhankelijk onderzoeker, maar werkte tot voor kort als senior onderzoeker bij het het Kompetenzzentrum Kulturelles Erbe und Kulturgüterschutz van de Universität Wien. Contact: www.joriskila.com.
Artikel

Dubieuze verwervingen en het Advies over de omgang met koloniale collecties

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2020
Trefwoorden colonial collections, dubious acquisitions, looted art, restitution, provenance research
Auteurs Jos van Beurden
SamenvattingAuteursinformatie

    Several countries in Europe are developing new policies for dealing with collections from colonial contexts. In October 2020, the Council for Culture also made a contribution to this matter commisioned by Minister Van Engelshoven with the Advice for dealing with colonial collections. This article makes two caveats to this advice. The first is about provenance research, about which the advisers have a lot to say, but clues are lacking as to how museums can balance this kind of time-consuming and costly research with the large number of dubiously acquired objects from colonial contexts awaiting investigation. Second, the author misses references to how claims for two other categories of looted art involving Europeans are handled: those of human remains and objects from the early inhabitants of European settler colonies (Australia, Canada, New Zealand, USA and South Africa) and Nazi-looted art. Those early inhabitants and the descendants of the victims of the Nazi regime have made more progress with their restitution requests than the old colonies with theirs.


Jos van Beurden
Dr. J. van Beurden is senior onderzoeker koloniale collecties en teruggavekwesties. Zijn werk is gebaseerd op onderzoek in Afrika, Azië, Latijns-Amerika en Europa. In mei 2021 verschijnt van zijn hand Ongemakkelijk erfgoed. Koloniale collecties en teruggave in de Lage Landen.
Article

Access_open Mechanisms for Correcting Judicial Errors in Germany

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2020
Trefwoorden criminal proceedings, retrial in favour of the convicted, retrial to the disadvantage of the defendant, Germany, judicial errors
Auteurs Michael Lindemann en Fabienne Lienau
SamenvattingAuteursinformatie

    The article presents the status quo of the law of retrial in Germany and gives an overview of the law and practice of the latter in favour of the convicted and to the disadvantage of the defendant. Particularly, the formal and material prerequisites for a successful petition to retry the criminal case are subject to a detailed presentation and evaluation. Because no official statistics are kept regarding successful retrial processes in Germany, the actual number of judicial errors is primarily the subject of more or less well-founded estimates by legal practitioners and journalists. However, there are a few newer empirical studies devoted to different facets of the subject. These studies will be discussed in this article in order to outline the state of empirical research on the legal reality of the retrial procedure. Against this background, the article will ultimately highlight currently discussed reforms and subject these to a critical evaluation as well. The aim of the recent reform efforts is to add a ground for retrial to the disadvantage of the defendant for cases in which new facts or evidence indicate that the acquitted person was guilty. After detailed discussion, the proposal in question is rejected, inter alia for constitutional reasons.


Michael Lindemann
Michael Lindemann is Professor for Criminal Law, Criminal Procedure and Criminology at the Faculty of Law of Bielefeld University, Germany.

Fabienne Lienau
Fabienne Lienau is Research Assistant at the Chair held by Michael Lindemann.
Article

Access_open Migration and Time: Duration as an Instrument to Welcome or Restrict

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Migration, EU migration law, time
Auteurs Gerrie Lodder
SamenvattingAuteursinformatie

    States apply different material conditions to attract or restrict residence of certain types of migrants. But states can also make use of time as an instrument to design more welcoming or more restrictive policies. States can apply faster application procedures for desired migrants. Furthermore, time can be used in a more favourable way to attract desired migrants in regard to duration of residence, access to a form of permanent residence and protection against loss of residence. This contribution makes an analysis of how time is used as an instrument in shaping migration policy by the European Union (EU) legislator in the context of making migration more or less attractive. This analysis shows that two groups are treated more favourably in regard to the use of time in several aspects: EU citizens and economic- and knowledge-related third-country nationals. However, when it comes to the acquisition of permanent residence after a certain period of time, the welcoming policy towards economic- and knowledge-related migrants is no longer obvious.


Gerrie Lodder
Gerrie Lodder is lecturer and researcher at the Europa Institute of Leiden University.
Article

Access_open Can Non-discrimination Law Change Hearts and Minds?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2020
Trefwoorden law and society, social change, discrimination, non-discrimination law, positive action
Auteurs Anita Böcker
SamenvattingAuteursinformatie

    A question that has preoccupied sociolegal scholars for ages is whether law can change ‘hearts and minds’. This article explores whether non-discrimination law can create social change, and, more particularly, whether it can change attitudes and beliefs as well as external behaviour. The first part examines how sociolegal scholars have theorised about the possibility and desirability of using law as an instrument of social change. The second part discusses the findings of empirical research on the social working of various types of non-discrimination law. What conclusions can be drawn about the ability of non-discrimination law to create social change? What factors influence this ability? And can non-discrimination law change people’s hearts and minds as well as their behaviour? The research literature does not provide an unequivocal answer to the latter question. However, the overall picture emerging from the sociolegal literature is that law is generally more likely to bring about changes in external behaviour and that it can influence attitudes and beliefs only indirectly, by altering the situations in which attitudes and opinions are formed.


Anita Böcker
Anita Böcker is associate professor of Sociology of Law at Radboud University, Nijmegen.

    The entry into force of the United Nations Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD) pushed state obligations to counter prejudice and stereotypes concerning people with disabilities to the forefront of international human rights law. The CRPD is underpinned by a model of inclusive equality, which views disability as a social construct that results from the interaction between persons with impairments and barriers, including attitudinal barriers, that hinder their participation in society. The recognition dimension of inclusive equality, together with the CRPD’s provisions on awareness raising, mandates that states parties target prejudice and stereotypes about the capabilities and contributions of persons with disabilities to society. Certain human rights treaty bodies, including the Committee on the Rights of Persons with Disabilities and, to a much lesser extent, the Committee on the Elimination of Discrimination against Women, require states to eradicate harmful stereotypes and prejudice about people with disabilities in various forms of interpersonal relationships. This trend is also reflected, to a certain extent, in the jurisprudence of the European Court of Human Rights. This article assesses the extent to which the aforementioned human rights bodies have elaborated positive obligations requiring states to endeavour to change ‘hearts and minds’ about the inherent capabilities and contributions of people with disabilities. It analyses whether these bodies have struck the right balance in elaborating positive obligations to eliminate prejudice and stereotypes in interpersonal relationships. Furthermore, it highlights the convergences or divergences that are evident in the bodies’ approaches to those obligations.


Andrea Broderick
Andrea Broderick is Assistant Professor at the Universiteit Maastricht, the Netherlands.
Toont 141 - 160 van 8025 gevonden teksten
1 2 3 4 5 6 8 10 11 12 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.