Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1444 artikelen

x
Artikel

De dringende reden en ernstige verwijtbaarheid; twee afwegingen op basis van de omstandigheden van één geval

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Ernstige verwijtbaarheid, Transitievergoeding bij ontslag op staande voet, Dringende reden, Ontslag op staande voet, Bagateldelict
Auteurs prof. mr. Stefan Sagel en mr. Rik van Haeringen
Samenvatting

    In een uitspraak van 30 maart 2018 maakte de Hoge Raad een einde aan de discussie over de vraag of een terecht gegeven ontslag op staande voet onder de Wwz kan samengaan met de verschuldigdheid van een transitievergoeding. De cassatierechter besliste dat het wettelijke systeem zich niet verzet tegen zulke samenloop. In al die gevallen waarin de door de rechter aangenomen dringende reden niet als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer kwalificeert, is de transitievergoeding verschuldigd. De vraag komt dan vervolgens wel op, wanneer van die ernstige verwijtbaarheid sprake is. Deze bijdrage beoogt de praktijk enige handvatten aan te reiken voor de beantwoording van die vraag. Net als bij de beoordeling of sprake is van een dringende reden, zullen ook hier de omstandigheden van het geval beslissend zijn. Maar hoewel er een grote mate van overlap is tussen de gezichtspunten die in aanmerking moeten worden genomen bij de afwegingen of sprake is van (i) een dringende reden en (ii) ernstige verwijtbaarheid, moeten de beide beoordelingen om verschillende redenen toch goed van elkaar worden onderscheiden. In de eerste plaats omdat bepaalde gezichtspunten in de beide wegingen voor verschillende partijen kunnen spreken. In de tweede plaats omdat aan bepaalde gezichtspunten die de Hoge Raad relevant acht in het kader van artikel 7:678 BW, geen gewicht toekomt in het kader van de op artikel 7:673 lid 7 onder c BW gestoelde weging van de ernstige verwijtbaarheid. Tot slot geldt bij weer andere van die gezichtspunten, dat het maar net van de omstandigheden van het geval afhangt, of zij ook van betekenis zijn voor de beoordeling of sprake is van ernstige verwijtbaarheid. Kortom: een genuanceerde benadering is vereist.


prof. mr. Stefan Sagel

mr. Rik van Haeringen
Artikel

De gewijzigde UWV Uitvoeringsregels bij bedrijfseconomisch ontslag – een overzicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden UWV, Uitvoeringsregels, Bedrijfseconomisch ontslag, A-grond, Ontslagrecht
Auteurs mr. Marieke ten Broeke
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden de wijzigingen in de Uitvoeringsregels van het UWV bij bedrijfseconomisch ontslag besproken. Eerst wordt ingegaan op de wijzigingen voor de groepswerkgever en de grensoverschrijdende werkgever. Daarna komen de wijzigingen ten aanzien van medezeggenschap en flexibele arbeid aan bod. Vervolgens worden afspiegeling en herplaatsing behandeld. Afgesloten wordt met de wijzigingen betreffende de transitievergoeding.


mr. Marieke ten Broeke
Marieke ten Broeke is advocaat bij Bronsgeest Deur Advocaten.
Jurisprudentie

Strafvervolging van belastingdelicten in de Caribische delen van het Koninkrijk: nieuwe ontwikkelingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Belastingfraude, Strafvervolging, Niet-ontvankelijkheid, Emerald, Gerecht in eerste aanleg
Auteurs Mr. K.M.G. Demandt en Mr. P.C. Janssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In het voorjaar 2018 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten een aantal belangwekkende uitspraken gedaan op het gebied van het fiscale strafrecht. Dit is de eerste keer dat in het Caribisch deel van het Koninkrijk een strafvervolging wordt ingesteld voor zuivere belastingfraude (zonder combinatie met een commuun delict). In de jurisprudentie wordt een nieuw uitgangspunt geformuleerd. In deze annotatie gaan wij in op de meest in het oog springende punten uit de acht uitspraken.


Mr. K.M.G. Demandt
Mr. K.M.G. Demandt is advocaat bij Hertoghs advocaten.

Mr. P.C. Janssen
Mr. P.C. Janssen is juridisch medewerker bij Hertoghs advocaten.
Column

Perverse roulette

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 8 2018
Auteurs Harry Veenendaal

Harry Veenendaal
Artikel

Testeren door minderjarigen en de maatschappelijke behoefte van artikel 4:58 BW

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2018
Trefwoorden artikel 4:55 BW, artikel 4:58 BW, testeren door minderjarigen, minderjarigen, leermeesters
Auteurs Mr. H.J. de Jonge
SamenvattingAuteursinformatie

    Minderjarigen die de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt, kunnen uiterste wilsbeschikkingen maken. Uit cijfers verstrekt door de KNB blijkt dat op jaarbasis gemiddeld enkele tientallen testamenten door minderjarigen worden opgesteld. Dat was onder het oude erfrecht al zo. Indien een minderjarige testeert, mag hij op grond van artikel 4:58 BW geen uiterste wilsbeschikking maken ten voordele van zijn leermeester, met wie hij tezamen woont. In de literatuur wordt gesteld dat artikel 4:58 BW thans vrijwel achterhaald is en nauwelijks nog betekenis heeft. Ondanks het feit dat de resultaten van een door mij verricht praktijkonderzoek anders laten zien dan de heersende opvatting in de literatuur, ben ik het met deze stelling eens. Naar mijn mening is er voldoende reden om te stellen dat artikel 4:58 BW thans niet meer in een maatschappelijke behoefte voorziet. Daarnaast is er de bijstand van een notaris bij het opstellen van uiterste wilsbeschikkingen om ongewenste beïnvloeding van de testateur te voorkomen.


Mr. H.J. de Jonge
Mr. H.J. de Jonge is kandidaat-notaris in De Wijk en buitenpromovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open Enige opmerkingen over het (nieuwe) erfrecht en nalatenschapsmediation

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2018
Trefwoorden erfrecht, nalatenschapsmediation, langstlevende echtgenoot, hertrouwen, bescherming
Auteurs Prof. dr. mr. G. van der Burght LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de auteur stil bij het nieuwe erfrecht en het oplossen van erfrechtgeschillen, en in het bijzonder bij de complexe structuur van het nieuwe erfrecht, de positie van de langstlevende echtgenoot en de positie van de rechter bij erfenisconflicten.


Prof. dr. mr. G. van der Burght LL.M.
Prof. dr. mr. G. van der Burght LL.M. is juridisch adviseur en (nalatenschaps)mediator te Bloemendaal en docent aan de opleiding Nalatenschapsmediation; emeritus hoogleraar privaat- en notarieel recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en Familie- en erfrecht aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen (thans: University of Curaçao); oud-honorair raadsheer Gerechtshof ’s-Gravenhage; medeoprichter en eerste voorzitter Stichting Nalatenschapsmediation.

Mr. W.R. Kastelein
Willemien Kastelein is advocaat/compagnon bij Nysingh-advocaten en notarissen en hoofdredacteur van dit tijdschrift.

    Iedereen wil betere kwaliteit van wetgeving, maar het daadwerkelijk realiseren hiervan is gemakkelijker gezegd dan gedaan. De rijksbrede wetgevingstoetsing, onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Justitie en Veiligheid, levert hieraan op verschillende manieren een bijdrage. De auteur gaat in op de organisatie en meerwaarde van de rijksbrede wetgevingstoetsing en de dilemma’s die hierbij spelen. Ook komen de effecten van de toetsing aan de orde, de relatie met de Raad van State en de parlementaire aandacht voor wetgevingskwaliteit. Aan de hand van internationale ontwikkelingen worden verder te onderzoeken opties geschetst voor de toekomstige ontwikkeling van de rijksbrede wetgevingstoetsing.


Drs. S.A.P.J. van Melis
Drs. S.A.P.J. (Suzanne) van Melis is strategisch raadadviseur en coördinator rijksbrede wetgevingstoetsing bij de sector Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid, directie Wetgeving en Juridische Zaken, ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

De afnemende rol van de rechtspraak: is vervanging van de rechter mogelijk en wenselijk?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2018
Trefwoorden judges, marginalization, administrative bodies, truth finding, legal protection
Auteurs Mr. dr. Marijke Malsch
SamenvattingAuteursinformatie

    The last decades have shown a tendency in which tasks are transferred from the judge to other authorities, such as the police and public prosecutor, administrative bodies, administrative procedures, or private parties. The central question in this article is whether these authorities can really replace the court. A comparison is made between legal proceedings and procedures for other authorities on the following aspects: truth finding, openness and legal protection of the (vulnerable) citizen. The author also discusses a recent legislative proposal for an own budget for the Judiciary, which aims to strengthen the independence of the judge towards the two other state powers. It is argued that the courts should be also accessible in the case of relatively small offenses and for vulnerable citizens.


Mr. dr. Marijke Malsch
Mr. dr. M. Malsch is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), raadsheer-plaatsvervanger in het Hof ’s-Hertogenbosch en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Noord-Holland.
Artikel

Jongerenrechtbanken: oplossingsgerichte lekenrechtspraak voor en door leerlingen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2018
Trefwoorden youth courts, restorative justice, active citizenship, schools, community
Auteurs Drs. Gert Jan Slump en Prof. dr. Jessica Asscher
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes the backgrounds, the development and first findings on youth courts in the Netherlands. A Dutch version of the USA youth courts was developed and piloted in 4 Amsterdam schools. Cases referred are small (partly illegal) incidents committed in the school environment. The Dutch youth court practice is described against the background of transformational change in society and the development of restorative justice and (peer oriented) development of citizenship. Although the model is still in development and schools are somewhat reluctant to deliver and refer cases, practice is growing.


Drs. Gert Jan Slump
Drs. G.J. Slump is criminoloog en landelijk projectleider voor de Stichting Jongerenrechtbanken Nederland. Hij heeft een eigen adviespraktijk voor projecten op strafrechtelijk gebied en geeft trainingen op het terrein van herstelrecht en herstelgericht werken.

Prof. dr. Jessica Asscher
Prof. dr. J. Asscher is hoogleraar Forensische Orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht en hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam. Zij is lid van de Raad van Advies van de stichting Jongerenrechtbanken.
Overheidsaanbestedingen

Tirkkonen: besluiteloosheid wordt beloond?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden aanbesteding, raamovereenkomsten, uitzonderingen op aanbestedingsplicht
Auteurs Mr. B. Nijhof
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie oordeelt dat Aanbestedingsrichtlijn 2004/18/EG geen toepassing vindt bij een systeem waar potentiële opdrachtnemers slechts hoeven te voldoen aan toelatingseisen, zonder dat de aanbestedende dienst uiteindelijk een keuze maakt voor specifieke opdrachtnemers op basis van onderscheidende criteria. Daarbij is het irrelevant dat dat systeem niet ‘open house’ is.
    HvJ 1 maart 2018, zaak C-9/17, Maria Tirkkonen/Maaseutuvirasto, ECLI:EU:C:2018:142


Mr. B. Nijhof
Mr. B. (Bram) Nijhof is advocaat bij Taylor Wessing te Eindhoven.
Institutioneel recht

Examenantwoorden zijn ook persoonsgegevens

Over de reikwijdte van de AVG

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden privacy, gegevensbescherming, AVG, persoonsgegevens
Auteurs S. Kulk LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Nowak moest het Hof van Justitie de vraag beantwoorden of beroepsexamens persoonsgegevens zijn. De uitspraak van het Hof van Justitie biedt duidelijkheid over hoe te bepalen of informatie persoonsgegevens zijn. Voor hoger onderwijsinstellingen kan de uitspraak aanleiding geven hun beleid te heroverwegen ten aanzien van het opslaan, het verlenen van toegang tot, en het analyseren van tentamenantwoorden.
    HvJ 20 december 2017, zaak C-434/16, Peter Nowak/Data Protection Commissioner, ECLI:EU:C:2017:994.


S. Kulk LLM
S. (Stefan) Kulk LLM is universitair docent Recht, Innovatie en Technologie aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Online Dispute Resolution: een veelbelovend initiatief voor toegang tot het recht?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden toegang tot het recht, e-Court, digitalisering, Online Dispute Resolution, ODR
Auteurs Mr. E.M. van Gelder
SamenvattingAuteursinformatie

    Tegen de achtergrond van de huidige problematiek in de civiele rechtspraak is er een toenemende interesse in de unieke mogelijkheden die ICT biedt om geschiloplossing meer toegankelijk te maken. Recent stuit Online Dispute Resolution echter op steeds meer weerstand om een onvoldoende rechtsbescherming binnen ODR-procedures. Dit artikel focust op de potentie van ODR voor de toegankelijkheid van het recht, met e-Court als casestudy.


Mr. E.M. van Gelder
Mr. E.M. van Gelder is promovenda aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Aansprakelijkheid voor drones

Technologische ontwikkelingen en de toepasbaarheid van het aansprakelijkheidsrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden drones, onbemande luchtvaartuigen, privacy, productaansprakelijkheid, innovatie
Auteurs Mr. dr. ir. B.H.M. Custers
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht in hoeverre het Nederlandse aansprakelijkheidsrecht is toegerust op toenemende autonomie van drones en verdergaande miniaturisering in dronetechnologie. Na korte uitleg van relevante luchtvaartwetgeving voor dronegebruik wordt ingegaan op de onrechtmatige daad en productaansprakelijkheid. Daarna wordt besproken in hoeverre het huidige stelsel van aansprakelijkheid aanpassing behoeft.


Mr. dr. ir. B.H.M. Custers
Mr. dr. ir. B.H.M. Custers is associate professor en onderzoeksdirecteur bij eLaw, het centrum voor recht en digitale technologie aan de juridische faculteit van de Universiteit Leiden.

    Recently, a new law with articles concerning mandatory mediation was approved in Belgium. From January 1st, 2019, the judge will be able to refer parties to mediation on a mandatory basis. This article considers if mandatory mediation is a realistic and feasible track in Belgium, focusing on the evolution of alternative dispute resolution in Belgium and in the European Union. The first part will define mediation in Belgium, followed by an analysis of the articles concerning mandatory mediation of the newly passed law. The article will also have a gander at Belgian legal developments to see which initiatives have already been taken towards mandatory dispute resolution. To conclude, an assessment is made if mandatory mediation is a realistic and feasible track in light of the existing evolutions of ADR in Belgium.


Céline Jaspers
Céline Jaspers is doctoraatsbursaal aan de UHasselt. Voordien was zij advocaat-stagiair. Zij behaalde een LLM ‘Dispute Resolution’ aan Pepperdine University. Momenteel bereidt zij een proefschrift voor over ‘De verplichte ADR-poging in scheidingssituaties’.
Artikel

Access_open Oververtegenwoordiging van jongeren met een migratieachtergrond in de strafrechtketen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Trefwoorden disproportionate minority contact, DMC, juvenile justice, ethnicity, adolescents
Auteurs Dr. Albert Boon, Melissa van Dorp MSc en Drs. Sjouk de Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    In the United States, the term disproportionate minority contact (DMC) is used to refer to the disproportionate number of minority youth who come into contact with the juvenile justice system. Statistics on DMC in the United States put the issue on the political agenda and measures have been taken to reduce the inequality. In the Netherlands, there are some studies on the representation of ethnic minority groups in suspect statistics, but data regarding all ethnic groups at various stages of the juvenile justice chain are lacking. Due to this lack of information, DMC is not mentioned in Dutch research literature and is not a political issue. Therefore, the purpose of this article was to explore whether DMC existed in the Netherlands and whether elements of the US policy could be applied to the Dutch situation. To investigate this, the likelihood (odds ratio (OR)) was calculated for young people with a migration background to be registered and held as a suspect, to participate in an alternative punishment program (Halt) and their likelihood of incarceration. It turned out that the OR for young people with a non-Western migration background to be registered as a suspect was more than three times as high, with an OR of 5 or higher for some ethnic groups. The chances of a Halt-settlement were much lower for young people with a non-Western background. The odds of ending up in a youth prison was over six times higher for youngsters with a non-Western background compared to their Dutch native peers. For young people of Caribbean and Moroccan origin the likelihood was more than ten times higher. These results showed that DMC is present at all examined stages in the Dutch juvenile justice chain. The large overrepresentation of young people with a migration background (especially of Moroccan and Caribbean origin) shows that further research is needed in order to develop programs to reduce DMC. To establish this, it is important to register the ethnic origin of the individuals at all stages of the juvenile justice chain.


Dr. Albert Boon
Dr. A.E. Boon is psycholoog/onderzoeker bij Lucertis/De Jutters: kinder- en jeugdpsychiatrie (Parnassia Groep) en bij Curium-LUMC, de afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie Universiteit Leiden.

Melissa van Dorp MSc
M. van Dorp, MSc is psycholoog/onderzoeker bij Lucertis/De Jutters: kinder- en jeugdpsychiatrie (Parnassia Groep) en bij de Academische Werkplaats Risicojeugd.

Drs. Sjouk de Boer
Drs. S.B.B. de Boer is psycholoog/onderzoeker bij Lucertis/De Jutters: kinder- en jeugdpsychiatrie (Parnassia Groep).
Artikel

Een bijzondere groep daders: vrouwelijke langgestraften na afloop van de Tweede Wereldoorlog in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Trefwoorden female, perpetrators, World War II, empirical study, criminal career
Auteurs Drs. Jantien Stuifbergen MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Early literature on female perpetrators of World War II focused on labelling the accused as deranged psychopaths, thereby distinguishing the group of perpetrators from the vast subdued and ‘normal’ population. While this perception has changed over the past decades, the perception of female perpetrators has remained limited either way, women are denied having a lot of agency when perpetrating crimes in conflict. Similar to the ‘mad Nazi’-theory these narratives imply that female perpetrators are different from ‘ordinary’ women, as their actions collide with notions of ideal femininity. This empirical research has shown that in the case of female perpetrators of World War II in the Netherlands it seems that they can be seen as ordinary women operating in extraordinary circumstances. In this study, a special group of female war criminals is described. Against the background of early post-war imaging of such women and more recent research on female perpetration during wartime, an analysis of Dutch perpetrators who received severe punishments after the War, is made. Based on unique historical data, the criminal career of these women as World War II perpetrators is analysed. The outcomes show that a notable part already had a criminal record before the war and that the perception of who they were and why they acted the way they did needs reconsideration, since they were not psychologically weak and incompetent. They were generally young, unemployed and low educated and they planned and committed their crimes of treasons in order to create better living conditions for themselves. In fact, one can claim that these women are likely to be ordinary people influenced by dispositional and situational factors.


Drs. Jantien Stuifbergen MSc
Drs. J.A.M. Stuifbergen, MSc is programmacoördinator van de Master International Crimes, Conflict and Criminology en promovenda bij de sectie Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam,
Kroniek

Het adolescentenstrafrecht in Nederland: de stand van zaken vier jaar na invoering van de Wet adolescentenstrafrecht

Kroniek van het jeugdrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Youth justice – Jeugdstrafrecht, Adolescence – Adolescentie, Young adults – Jongvolwassenen, Age limits – Leeftijdsgrenzen, Judicial decision-making – Rechterlijke besluitvorming
Auteurs Prof. mr. Ton Liefaard en Dr. Stephanie Rap
SamenvattingAuteursinformatie

    On 1 April 2014, the Dutch Act on Adolescent Criminal Law entered into force. With this law, the age limit in article 77c of the Criminal Code, which allows for the application of juvenile criminal law to young adults, was stretched from 21 to 23 years. In this article stock is taken of the developments that have taken place in the four years after the introduction of this law. In practice, article 77c Criminal Code is increasingly being applied in case of young adult suspects, however still to a little extent. Among others, this has to do with confusion about the target group that qualifies for the adolescent criminal law. The access to and justification for the application of the law show a very diverse picture.


Prof. mr. Ton Liefaard
Prof. mr. T. Liefaard is hoogleraar kinderrechten en bekleedt de UNICEF-leerstoel Kinderrechten in de Afdeling Jeugdrecht van de Universiteit Leiden.

Dr. Stephanie Rap
Dr. S.E. Rap is universitair docent bij de Afdeling Jeugdrecht van de Universiteit Leiden.
Artikel

God blijft in Nederland

Kerkgemeenschappen van rooms-katholieke migranten in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden migrantenparochie, rooms-katholieke migranten, Rooms-Katholieke Kerk, Poolse parochies
Auteurs Dr. Jorge E. Castillo Guerra
SamenvattingAuteursinformatie

    The first national research into church formation among Roman Catholic migrants in the Netherlands dates from the year 2006. Since then many changes took place within these communities. However, there is not a single institution that collects their addresses and data. Policymakers, scholars or journalists do not have access to recent information. Based on questions about their development and composition, this article updates information about these church communities and places them in a broader historical context. One of the most significant findings in this article concerns the stability of their regular parishioners, that contrasts with the national trend in Roman Catholic Church, which is constantly dealing with a declining amount of members.


Dr. Jorge E. Castillo Guerra
Dr. J.E. Castillo Guerra is universitair docent aan de masterspecialisatie Religie en Beleid van de faculteit Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen, Radboud Universiteit Nijmegen. Hij promoveerde aan de RU Nijmegen op een proefschrift over Jon Sobrino’s ecclesiologie van de bevrijding in El Salvador (2001). Zijn onderzoek richt zich op migrantenchristenen in Nederland en op theologie van de migratie.
Toont 141 - 160 van 1444 gevonden teksten
1 2 3 4 5 6 8 10 11 12 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.