Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 251 artikelen

x

    In this reply, Steven L. Winter adresses his critics.


Steven L. Winter
Praktijk

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden EVRM, EHRM, rechten van de mens, schending
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft in het verslagjaar 2011-2012 weer meer zaken afgedaan dan in het voorgaande jaar. Onder de uitspraken en ontvankelijkheidsbeslissingen van het Hof bevinden zich er verschillende die vanuit gezondheidsrechtelijk perspectief interessant zijn. Hierbij kan worden gedacht aan zaken over het zonder informed consent steriliseren van vrouwen, de gedwongen behandeling van onvrijwillig opgenomen patiënten, het ontslag van een arts na kritiek op het functioneren van een afdelingshoofd en het verwijderen van de naam van een arts op de lijst van toegelaten zorgaanbieders. Deze kroniek bevat een beschrijving en analyse van de voor het gezondheidsrecht belangrijkste zaken uit het verslagjaar 2011-2012.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC en redacteur van dit blad.

    Dutch society is continually faced with conflicting interests in the context of religious expression by ethnic minorities in particular. In such instances, the constitutional freedom of religion clashes with other rights and interests, including other fundamental rights. This article provides a guideline for approaching such conflicts. It demonstrates the juridical need to seek compromise, as a means of overcoming the dilemma posed by conflicting interests. The article contains a moral call for an open mind and tolerance, as a favourable condition for achieving compromise.


Jan Piet van Berkel
Mr. J.P. van Berkel is manager van InterCoach, een rijksbrede organisatie voor collega-coaching. jpvanberkel@casema.nl
Artikel

Prenatale screening in het licht van zelfbeschikking

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden Downsyndroom, informed consent, leeftijdsdiscriminatie, prenatale screening, zelfbeschikking
Auteurs Mr. R.E. van Hellemondt, mr. drs. E.C.C. van Os, prof. mr. A.C. Hendriks e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Informatie is van groot belang voor het uitoefenen van zelfbeschikking bij prenatale screening. Gezondheidsraad, regering en parlement hechten veel waarde aan gestandaardiseerde informatie en een non-directieve attitude van diegene(n) die de zwangere begeleidt in het kader van het landelijk programma prenatale screening. Echter, voor het borgen van zelfbeschikking van zwangeren is het belangrijk dat het informeren over prenatale screening wordt opgevat als een sociaal-dialogisch proces dat verder reikt dan het geven van feitelijke informatie. Daarenboven is het noodzakelijk dat de leeftijdsgrens voor de vergoeding van de combinatietest wordt losgelaten, opdat zwangeren daadwerkelijk keuzevrijheid hebben bij beslissingen rond prenatale screening op Downsyndroom.


Mr. R.E. van Hellemondt
Rachèl van Hellemondt is als onderzoeker/docent verbonden aan de sectie Ethiek en Recht van de gezondheidszorg van het LUMC.

mr. drs. E.C.C. van Os
Carla van Os werkt bij de Nederlandse afdeling van Defence for Children.

prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC.

prof. dr. M.H. Breuning
Martijn Breuning is hoofd van de afdeling Klinische Genetica van het LUMC.
Praktijk

Securing legal certainty within a multilevel regulatory space

Evidence from the regulatory practice of marketing authorisation of medical devices in Europe

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2012
Trefwoorden legal certainty, multilevel regulation, regulatory space
Auteurs Nupur Chowdhury
SamenvattingAuteursinformatie

    One of the primary functions of law is to ensure that the legal structure governing all social relations is predictable, coherent, consistent and applicable. All these characteristics of law are referred to as legal certainty. In traditional approaches to legal certainty, law is regarded as a hierarchic system of rules characterised by stability, clarity, predictability, uniformity, calculable enforcement, publicity and predictability.1xWeber 1925, p. 68. Others like Llewellyn have underlined the importance of appellate courts in ensuring legal certainty by filling up gaps in the law.2xLlewellyn 1960. Also see, Stinchcombe 1999. Such traditional approaches to legal certainty were developed within the context of national legal orders, in which rule making, rule enforcement and rule adjudication authority vested within public actors functioning as representatives of the state.

Noten

  • 1 Weber 1925, p. 68.

  • 2 Llewellyn 1960. Also see, Stinchcombe 1999.


Nupur Chowdhury
Nupur Chowdhury is doctoral fellow at the Law and Regulation Group, School of Management and Governance, University of Twente.
Praktijk

Kroniek concentratiecontrole 2011

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2012
Trefwoorden concentratiecontrole, kroniek, concentratie, concurrentie
Auteurs Mr. J.W. Fanoy en Mr. N.C. Stive
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek geeft een overzicht van de belangrijkste besluiten en informele zienswijzen van de Nederlandse Mededingingsautoriteit en de Nederlandse rechtspraak met betrekking tot concentratiecontrole. Ook zal nieuw beleid op dit gebied kort aan bod komen. Waar nodig hebben schrijvers kanttekeningen geplaatst bij de besluiten.


Mr. J.W. Fanoy
Mr. J.W. Fanoy is advocaat bij BarentsKrans in Den Haag.

Mr. N.C. Stive
Mr. N.C. Stive is advocaat bij BarentsKrans in Den Haag.
Hoofdartikel

Grenzen aan de rechtsvormende taak van de rechter in het privaatrecht en het arbeidsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2012
Trefwoorden rechtsvormende taak, wetgever-plaatsvervanger, rechtszekerheid, privaatrechtelijke benadering
Auteurs Prof. mr. C.J.H. Jansen en Prof. mr. C.J. Loonstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Het lijkt een bijna uitgemaakte zaak dat de rechter een rechtsvormende taak heeft. De Hoge Raad heeft op het gebied van het algemene privaatrecht grenzen aan deze taak gesteld, bijvoorbeeld door te overwegen dat een bepaalde oplossing vanuit het oogpunt van rechtszekerheid onaanvaardbaar is of dat een bepaalde uitspraak de rechtsvormende taak van het college te boven gaat. Naar aanleiding van een drietal recente arbeidsrechtelijke uitspraken van de Hoge Raad onderzoeken de schrijvers de grenzen aan zijn rechtsvormende taak op het terrein van het arbeidsrecht. In het verleden ging het college op dit politiek gevoelige rechtsgebied wel erg ver in zijn optreden als wetgever-plaatsvervanger.


Prof. mr. C.J.H. Jansen
Prof. mr. C.J.H. Jansen is hoogleraar rechtsgeschiedenis en burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen, en tevens bijzonder hoogleraar Romeins recht aan de UvA.

Prof. mr. C.J. Loonstra
Prof. mr. C.J. Loonstra is hoogleraar arbeidsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en adviseur bij Boontje Advocaten Arbeidsrecht te Amsterdam.
Artikel

Technologie en wetgeving in cyberspace: verstandshuwelijk of innige relatie?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2012
Trefwoorden ICT, technoregulering, privacy
Auteurs Prof. mr. dr. M. Hildebrandt, Prof. dr. R.E. Leenes en Mr. M.H.A.F. Lokin
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een schets gegeven van de ontwikkelingen in cyberspace, ofwel de informatiegestuurde samenleving, en de wijze waarop de rechtsstaat daar een plaats in kan en moet krijgen. De auteurs benaderen dit vraagstuk vanuit twee invalshoeken, namelijk die van ‘juridische bescherming by design’ en die van ‘(computer)code as regulation’. De eerste invalshoek betreft de vraag hoe fundamentele waarden en grondrechten kunnen worden geborgd door ze een herkenbare en afdwingbare plaats te geven in de ICT-infrastructuren die ons dagelijks leven inmiddels beheersen. De tweede betreft de vraag hoe technologie ons de norm kan stellen, en welke randvoorwaarden daar noodzakelijkerwijs bij vervuld moeten worden om te zorgen dat de techniek niet met het recht op de loop gaat.Dit stelt de wetgever voor nieuwe uitdagingen. Meer geschreven regels zijn niet voldoende om de technologische ontwikkelingen in goede banen te leiden. Het vergt dat juristen en architecten daadwerkelijk elkaars werelden gaan delen, in het proces van ontwerp van zowel de regels als de systemen waarin deze een plaats moeten krijgen.


Prof. mr. dr. M. Hildebrandt
Prof. dr. mr. M. Hildebrandt is hoogleraar ICT en rechtsstaat aan het Institute of Computing and Information Sciences (iCIS) van de Radboud Universiteit Nijmegen, universitair hoofddocent Rechtstheorie aan de Erasmus School of Law Rotterdam en Senior Researcher bij het Centre for Law Science Technology and Society van de Vrije Universiteit Brussel. hildebrandt@law.eur.nl

Prof. dr. R.E. Leenes
Prof. dr. R.E. Leenes is hoogleraar regulering door technologie aan de Universiteit van Tilburg.

Mr. M.H.A.F. Lokin
Mr. M.H.A.F. Lokin is juridisch adviseur bij het DG Belastingdienst en redacteur van RegelMaat.mariette.lokin@planet.nl
Column

Juridische aspecten van nieuwsvoorziening bij dwangopneming in de psychiatrie

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden dwangopneming, nieuwsvoorzieningstandaard, psychiatrie, recht op nieuwsvergaring, recht op vrije meningsuiting
Auteurs Mr. drs. T.P. Widdershoven
SamenvattingAuteursinformatie

    Nieuwsvoorziening bij psychiatrische dwangopneming is een veronachtzaamd onderwerp. Uit recente jurisprudentie blijkt dat beperkingen in nieuwsvoorziening mogelijk zijn op basis van de regeling van dwangbehandeling. Die route komt onvoldoende tegemoet aan het belang van het recht op nieuwsvergaring en een meer op de materie toegespitste regeling ligt in de rede. Daarnaast is het ontwikkelen van een nieuwsvoorzieningstandaard van belang. Die standaard zou ruim moeten uitvallen (met aandacht voor radio, televisie, internet, kranten, tijdschriften en boeken). Het faciliteren van mogelijkheden tot nieuwsvergaring heeft betekenis voor de legitimiteit van de dwangopneming zelf.


Mr. drs. T.P. Widdershoven
Ton-Peter Widderhoven is jurist bij de Stichting PVP te Utrecht.
Artikel

Brüstle: embryonale fout met grote gevolgen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden menselijke embryo’s, octrooieerbaarheid, richtlijn 98/44/EG, artikel 6 lid 2 onder c, menselijke waardigheid
Auteurs Prof. mr. H. Somsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Richtlijn 98/44/EG verplicht lidstaten biotechnologische uitvindingen door middel van het octrooirecht te beschermen. De octrooieerbaarheid van dergelijke uitvindingen is echter controversieel. Allereerst zijn de traditionele vereisten voor het verkrijgen van een octrooi (nieuw, inventieve stap, industrieel toepasbaar) slechts moeizaam verenigbaar met biologisch materiaal dat doorgaans in de natuur al voorhanden is. Daarnaast bestaan ethische en morele bezwaren tegen zowel het idee als zodanig dat (menselijke) levende materie het onderwerp zou kunnen zijn van eigendomsrechten, als tegen de gevolgen van dergelijke octrooien. Tot die laatste categorie behoort ook het gebruik en dus vernietiging van menselijke embryo’s voor industriële doeleinden.Om tegemoet te komen aan dergelijke bezwaren bepaalt de richtlijn in artikel 6 lid 1 dat uitvindingen waarvan de commerciële exploitatie strijdig zou zijn met de openbare orde of met de goede zeden van octrooieerbaarheid worden uitgesloten. Lid 2 maakt onder (c) duidelijk dat hieronder in ieder geval het gebruik van menselijke embryo’s voor industriële of commerciële doeleinden moet worden verstaan.In zaak C-34/10, Brüstle/Greenpeace, heeft het Hof van Justitie zich moeten uitlaten over de betekenis van het begrip ‘menselijk embryo’. Het antwoord op die vraag bepaalt de reikwijdte van de ethische uitzondering van artikel 6 lid 2 onder c, en daarmee wellicht de verdere ontwikkeling van stamceltherapie, waarbij door middel van het gebruik van embryo’s geneesmethodes worden ontwikkeld voor neurologische aandoeningen zoals de ziekte van Parkinson.


Prof. mr. H. Somsen
Prof. mr. H. Somsen is hoogleraar Europees Recht aan de Tilburg Law School.
Jurisprudentie

Vrijheid van meningsuiting op de werkplek in twee maten en gewichten: de werknemer mag blaffen, de ‘watchdog’ wordt gemuilkorfd

EHRM 21 juli 2011, Application nr. 28274/08 (Heinisch/Duitsland) en EHRM 12 september 2011, Application nr. 28955/06, 28957/06, 28959/06 en 28964/06 (Palomo Sanchez e.a./Spanje)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2011
Trefwoorden klokkenluiders, vrijheid van meningsuiting op de werkplek, private en publieke sector, vakverenigingsvrijheid, EVRM
Auteurs Prof. dr. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    Tijdens de zomermaanden oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over twee verzoekschriften waarin de vrijheid van meningsuiting van werknemers centraal stond. De eerste zaak (Heinisch/ Duitsland) betrof naar de woorden van het Hof een zaak van whistle-blowing (klokkenluiders). Een werkneemster maakte van haar vrijheid van meningsuiting gebruik om extern wantoestanden in de onderneming aan te klagen die een kwestie van algemeen belang raken. In de tweede zaak (Sanchez e.a./Spanje) onderzocht een Grote Kamer het ontslag op staande voet van enkele vakbondsleden wegens een naar de mening van de werkgever diffamerende cartoon in een interne vakbondspublicatie. Deze cartoon hield verband met een juridisch geschil tussen de vakbond en de werkgever dat in de Spaanse rechtbanken werd uitgevochten. In deze zaak wordt ook aan de vakverenigingsvrijheid getoetst. Een onderliggende vergelijking van beide zaken laat toe te appreciëren of werknemers in de uitoefening van een vertegenwoordigend mandaat dat zij van aangesloten vakbondsleden hebben gekregen, over een grotere dan wel een kleinere expressievrijheid beschikken dan geïsoleerde werknemers die ‘onrecht’ aanklagen. De relevantie van de aard van de ondernemingsactiviteit (publieke of private sector) en de arbeidsverhouding (ambtenaar/contractueel) wordt bekeken. Na een afzonderlijke analyse van beide zaken, een beschouwing over de tussenkomst van de vakbond in de zaak Heinisch en een beschouwing over de formele methodologie van het Hof worden beide arresten vanuit enkele kernvragen rond expressievrijheid op de werkplek op een meer vergelijkende wijze beschouwd.


Prof. dr. F. Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is als hoogleraar verbonden aan onderzoekscentrum Crides Jean Renauld van de Université catholique de Louvain.
Discussie

Access_open Hybrid Constitutionalism, Fundamental Rights and the State

A Response to Gunther Teubner

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2011
Trefwoorden societal constitutionalism, Gunther Teubner, system theory, fundamental rights
Auteurs Gert Verschraegen
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution explores how much state is necessary to make societal constitutionalism work. I first ask why the idea of a global societal constitutionalism ‘beyond the state-and-politics’ might be viewed as a significant and controversial, but nonetheless justified innovation. In the second part I discuss what Teubner calls ‘the inclusionary effects of fundamental rights’. I argue that Teubner underplays the mediating role of the state in guaranteeing inclusion or access, and in a way presupposes well-functioning states in the background. In areas of limited statehood there is a problem of enforcing fundamental rights law. It is an open question whether, and under which conditions, constitutional norms within particular global social spheres can provide enough counter-weight when state constitutional norms are lacking.


Gert Verschraegen
Gert Verschraegen is Assistant Professor of Theoretical Sociology at the University of Antwerp, Belgium.
Discussie

Access_open Human Rights, and the Destructive Communications and Actions of Differentiated Society

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2011
Trefwoorden communication, one-sided rationality, human rights, bare body and mind, inclusion, action, exclusion
Auteurs Wil Martens
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution raises two questions with regard to Teubner’s view on human rights. First and foremost, it asks how one might conceive of modern society as a threat to human beings. Attention is brought to bear on Teubner’s attempt to describe society as a matter of communication, and more specifically as a set of one-sided communication systems. In this regard, I scrutinise the attempt to describe the threat of society in terms of inclusion/exclusion and criticise the vacuity of the concept of inclusion. Secondly, it questions Teubner’s description of human beings that demand justice and protection by human rights. Are their demands about the bare existence of body and mind? Moreover, are these concerns identical to worries about the destruction of human presuppositions for the self-reproduction of functional social systems, as Teubner suggests? Against Teubner, I contend that human rights are actually about social human beings that ask for justice as acting beings, which claim does not coincide with presuppositions of societal subsystems.


Wil Martens
Wil Martens is Assistant Professor of Organisational Development and Senior Researcher at the Nijmegen School of Management at the Radboud University Nijmegen, the Netherlands.
Artikel

Access_open Contra non valentem agere, non currit praescriptio

De vordering van degene die niet in staat is zijn vordering geldend te maken, verjaart niet

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2011
Trefwoorden verjaring, kennis omtrent de schade en de verantwoordelijke persoon, onmogelijkheid te ageren, contra non valentem-regel, Bemoti-zaak
Auteurs Prof. mr. E.J.H. Schrage
SamenvattingAuteursinformatie

    Het instituut van de verjaring beoogt mede de rechtszekerheid en de billijkheid te dienen. Aldus de Hoge Raad in een recent arrest, waarin het beroep op verjaring van de vordering wegens ernstig lichamelijk letsel werd gehonoreerd (de Bemoti-zaak). In het woordje en zit echter veel springstof verborgen. Het kan de grootst mogelijke eenheid suggereren (‘waar werd oprechter trouw dan tussen man en vrouw, ter wereld ooit gevonden?’, vroeg Vondel zich af); hetzelfde woordje en kan echter de grootst mogelijke tegenstelling verdoezelen (zoals in de uitdrukkingen water en vuur, hemel en hel). Dat laatste lijkt zich voor te doen in deze zaak. Misschien is de rechtszekerheid die met het arrest in de Bemoti-zaak is gediend, wel de zekerheid van onrecht. Aan de hand van enige buitenlandse voorbeelden, een tot op de veertiende eeuw teruggaand rechtsbeginsel dat heden ten dage een typerende karaktertrek van het instituut van de verjaring in Frankrijk en Louisiana vormt, en een recent rapport van de Zuid-Afrikaanse Law Commission betoogt de auteur dat toepassing van de korte verjaringstermijn er niet toe mag leiden dat de toegang tot de rechter wordt afgesloten in gevallen waarin gewichtige redenen het tijdig aanhangig maken van de vordering verhinderden.


Prof. mr. E.J.H. Schrage
Prof. mr. E.J.H. Schrage is emeritus hoogleraar Privaatrecht aan de Universiteit van Amsterdam, oud-hoogleraar Romeins recht aan de Vrije Universiteit en raadsheer-plaatsvervanger in het Hof Amsterdam.
Column

Advies commissie-Doek inzake niet-therapeutisch onderzoek met minderjarigen

Hoe nu verder?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden Commissie-Doek, minderjarigen, niet-therapeutisch onderzoek, WMO
Auteurs Mr. dr. M.C. Ploem en prof. mr. J.C.J. Dute
SamenvattingAuteursinformatie

    Niet-therapeutisch medisch-wetenschappelijk onderzoek met minderjarigen is op dit moment alleen toegestaan indien de risico’s verwaarloosbaar zijn en de bezwaren minimaal. Deze strenge regeling belemmert de wetenschapsbeoefening te zeer. Maar in hoeverre kan de wet worden versoepeld? De door de regering ingestelde commissie-Doek adviseert om de huidige absolute bovengrens van verwaarloosbare risico’s en minimale bezwaren te vervangen door de meer flexibele norm dat risico’s en bezwaren moeten worden geminimaliseerd. In deze bijdrage geven de auteurs aan waarom dit niet verstandig is en doen ze een alternatief voorstel om de wet (iets) te verruimen.


Mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het Academisch Medisch Centrum, Afdeling Sociale Geneeskunde. Daarnaast is zij lid van twee METC’s.

prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is als hoogleraar gezondheidsrecht verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen. Daarnaast is hij onder andere lid van de CCMO.
Praktijk

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden EHRM, EVRM, rechten van de mens, schending
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in het verslagjaar 2010-2011 weer meer zaken afgedaan dan in 2009-2010. Onder de uitspraken bevinden zich er vele die vanuit gezondheidsrechtelijk perspectief interessant zijn, waaronder zaken over een ‘vernederende’ behandeling van een zwangere vrouw door artsen, extra waarborgen voor minderjarigen bij een medische behandeling en de betekenis van persoonlijke autonomie bij beslissingen aan het begin en het einde van het leven. Deze kroniek bevat een beschrijving en analyse van de belangrijkste zaken uit het verslagjaar 2010-2011.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC en redacteur van dit blad.
Artikel

De Europese patiëntenrichtlijn: van privileges naar rechten voor alle patiënten in Europa?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden mobiliteit patiënten, richtlijn, zorg, patiëntrechten, vrij verkeer
Auteurs Mr. dr. S.A. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Bijna drie jaar nadat de Europese Commissie haar voorstel had gepubliceerd,1x Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg van 2 juli 2008, COM(2008) 414 def. Zie ook W. Sauter, ‘Patiëntenrechten bij grensoverschrijdende zorg’, NTER 2009/1, p. 1-7. is de richtlijn betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg onlangs door het Europees Parlement en de Raad aangenomen.2x Richtlijn 2011/24/EU betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende zorg, Pb. EU 2011, L 88/45. Op zichzelf is deze periode niet eens zo verbazingwekkend, gezien de ‘gevoeligheid’ van het onderwerp. Gezondheidszorg is bovendien een terrein waarop de lidstaten primair bevoegd zijn en de Europese Unie, volgens artikel 6 VWEU en artikel 168 lid 7 VWEU, slechts een ondersteunende en coördinerende rol vervult.Maar met de arresten van het Hof van Justitie over de toepassing van de Verdragsbepalingen betreffende het vrije dienstenverkeer op grensoverschrijdende zorg werd al lang vóór de totstandkoming van deze richtlijn de weg vrijgemaakt voor Europese regelgeving op dit terrein. In dit artikel staat de patiëntenrichtlijn centraal en het belang van deze richtlijn voor de ontwikkeling van patiëntenrechten in Europa.

Noten

  • 1 Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg van 2 juli 2008, COM(2008) 414 def. Zie ook W. Sauter, ‘Patiëntenrechten bij grensoverschrijdende zorg’, NTER 2009/1, p. 1-7.

  • 2 Richtlijn 2011/24/EU betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende zorg, Pb. EU 2011, L 88/45.


Mr. dr. S.A. de Vries
Mr. dr. S.A. de Vries is universitair hoofddocent Europees recht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

De innoverende functie van het consumentenrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7/8 2011
Trefwoorden Burgerlijk Wetboek, consumentenrecht, gemeenschappelijke markt, innovatie, paradigma
Auteurs Prof. mr. E.H. Hondius
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2012 zal het consumentenrecht vijftig jaar bestaan. In die halve eeuw heeft het consumentenrecht innoverend gewerkt: bij de verwezenlijking van de gemeenschappelijke Europese markt, bij de ontwikkeling van een nieuw paradigma in het contractenrecht, bij de uitholling van de nulla poena-regel, als bruggenhoofd naar samenwerking met andere disciplines en als bron van nieuwe technieken zoals bedenktijd, informatieverplichting, small claims courts en collectieve actie.


Prof. mr. E.H. Hondius
Prof. mr. E.H. Hondius is hoogleraar Europees privaatrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Het Wetsvoorstel verplichte geestelijke gezondheidszorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Wet Bopz, Wetsvoorstel verplichte GGZ, psychiatrie, rechten van patiënten, dwangtoepassing
Auteurs Mr. dr. V.E.T. Dörenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 14 juni 2010 is het Wetsvoorstel verplichte geestelijke gezondheidszorg naar de Tweede Kamer gestuurd. Dit wetsvoorstel maakt het mogelijk om verplichte zorg te verlenen aan personen die als gevolg van een psychische stoornis een aanzienlijk risico op ernstige schade voor zichzelf of anderen veroorzaken. Veldpartijen en belangenorganisaties zijn overwegend positief over de uitgangspunten van het wetsvoorstel. Het grootste kritiekpunt is het proces van besluitvorming, waarin een multidisciplinaire commissie adviseert en de rechter beslist. Uit een nadere analyse van het wetsvoorstel blijkt echter dat ook de rechtspositie van wilsonbekwame personen en minderjarigen nog sterk onderbelicht is gebleven.


Mr. dr. V.E.T. Dörenberg
Vivianne Dörenberg is docent gezondheidsrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het EMGO-instituut.

    In Nieuws wordt verslag uitgebracht van actuele ontwikkelingen.

Toont 141 - 160 van 251 gevonden teksten
1 2 3 4 5 6 8 10 11 12 13
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.