Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 608 artikelen

x
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2015
Auteurs Mr. E.M.A. van Amersfoort

Mr. E.M.A. van Amersfoort

Dr. Tamar Fischer
Dr. T.F.C. Fischer is Universitair Docent Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Vijf jaar deelgeschilprocedure – een evaluatie

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2015
Trefwoorden deelgeschilprocedure, onderzoeksrapport, deeltjesversneller in het recht, Wesselink, uniformiteit
Auteurs Mr. S.J. de Groot en Mr. J.E. van Oers
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken de belangrijkste bevindingen uit het onderzoeksrapport ‘Deeltjesversneller in het recht’ over de deelgeschilprocedure. Bekeken is of de bevindingen uit het rapport overeenkomen met de literatuur en verschenen rechtspraak in deelgeschilprocedures. In aanvulling daarop analyseerden zij de 65 gepubliceerde deelgeschiluitspraken over de periode na het door Wesselink uitgevoerde onderzoek. Besproken wordt of de door Wesselink geconstateerde ontwikkelingen zich ook in de rechtspraak na de onderzoeksperiode blijven doorzetten.


Mr. S.J. de Groot
Mr. S.J. de Groot is advocaat bij SAP Letselschade Advocaten te Amersfoort.

Mr. J.E. van Oers
Mr. J.E. van Oers is advocaat bij SAP Letselschade Advocaten te Amersfoort.
Jurisprudentie

Meer duidelijkheid over procedurele aspecten van hoger beroep en cassatie tegen een deelgeschilbeschikking

HR 19 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1689 (Achmea/zzp’er)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2015
Trefwoorden deelgeschil, tussentijdse cassatie, ontvankelijkheid, kosten, dagvaardingsprocedure
Auteurs Mr. J.S. Overes
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft bij arrest van 19 juni 2015 bepaald dat tussentijdse cassatie na tussentijds hoger beroep tegen een deelgeschilbeschikking mogelijk is. Hiertoe is wel verlof van het gerechtshof vereist, tenzij het hof in hoger beroep de zaak zelf heeft afgedaan. Tussentijds hoger beroep en tussentijdse cassatie tegen een deelgeschilbeschikking is een dagvaardingsprocedure. Hierbij gelden de normale regels met betrekking tot de proceskostenveroordeling; artikel 1019aa Rv is aldus niet van toepassing, zo geeft de Hoge Raad aan. In deze bijdrage gaat de auteur op het arrest en de achterliggende zaak in, en geeft hij commentaar op de beslissingen in deze zaak.


Mr. J.S. Overes
Mr. J.S. Overes is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Jurisprudentie

Grenzen aan sociale concurrentie bij vrij verkeer van diensten en bij mededinging

HvJ EU C-549/13, JAR 2014/264 (Bundesdruckerei GmbH) en HvJ EU C-413/13, JAR 2015/19 (FNV Kunsten Informatie en Media/FNV KIEM)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Vrijheid van diensten, Mededinging, Europees recht, Sociale concurrentie
Auteurs A.P.C.M. Jaspers
SamenvattingAuteursinformatie

    HvJ EU C-549/13, JAR 2014/264 (Bundesdruckerei GmbH) en HvJ EU C-413/13, JAR 2015/19 (FNV Kunsten Informatie en Media/FNV KIEM)
    In deze annotatie worden twee arresten van het Hof van Justitie van de EU besproken onder de noemer van sociale concurrentie die het gevolg zouden kunnen zijn van de toepassing van twee grondbeginselen van de Europese Unie: vrij verkeer en mededinging. In de zaak Bundesdruckerei is aan de orde of een overheidsinstantie in haar aanbestedingsvoorwaarden mag opnemen dat het bedrijf dat de opdracht uitvoert, moet garanderen dat het minimumuurloon dat geldt voor de lidstaat waarin het bedrijf gevestigd is, ook wordt betaald aan werknemers van een bedrijf in een andere lidstaat waar de werkzaamheden feitelijk worden verricht. Het VWEU verbiedt dat in artikel 56, tenzij de inbreuk op het vrij verkeer objectief gerechtvaardigd wordt. Het HvJ EU komt met toepassing van de criteria, doel, geschikt en noodzakelijk, tot de conclusie dat er een gerechtvaardigd doel kan zijn – bescherming van werknemers – maar dat de voorwaarde niet geschikt en noodzakelijk is om dat doel te bereiken.
    De andere zaak (FNV KIEM) sluit aan op staande rechtspraak van het HvJ EU dat cao’s zijn uitgezonderd van het mededingingsrecht, mits aan een paar voorwaarden wordt voldaan. Mag een vakbond minimumtarieven voor zelfstandigen in een cao vastleggen? Als een vakbond dat doet, treedt hij dan op als werknemers- of als werkgeversvereniging? Doorslaggevend is of er sprake is van ‘echte’ zelfstandigheid of van schijnzelfstandigheid. Naast de bekende criteria als vrijheid van uitvoering van de werkzaamheden, afhankelijkheid van de opdrachtgever, het dragen van financiële en commerciële risico’s introduceert het HvJ EU het criterium: is de betrokkene als gewone werknemer in de onderneming van de opdrachtgever werkzaam ofwel is hij met de werknemer gelijk te stellen? Een vraag voor de nationale rechter.


A.P.C.M. Jaspers
A.P.C.M. Jaspers is emeritus hoogleraar Arbeidsrecht aan de Universiteit van Utrecht.
Jurisprudentie

Beslag- en executierecht

Overzicht relevante rechtspraak en relevante ontwikkelingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2015
Auteurs Mr. D.M. de Knijff
Auteursinformatie

Mr. D.M. de Knijff
Mr. D.M. de Knijff is advocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten te Den Haag.
Artikel

De vaststelling van een redelijk dividend(beleid)

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 6 2015
Trefwoorden vaststelling dividendbeleid, dividend, minderheidscertificaathouders, kort geding
Auteurs Mr. B. Stevens
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het vonnis dat op 17 maart 2015 door de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland is gewezen, waarin wordt geoordeeld over de vraag of de onderneming (in kort geding) verplicht kan worden een redelijk dividendbeleid vast te stellen.


Mr. B. Stevens
Mr. B. Stevens is werkzaam als advocaat bij Stibbe.
Artikel

Vereenzelviging: nog altijd zeldzaam

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 5 2015
Trefwoorden vereenzelviging, misbruik identiteitsverschil, onrechtmatige daad, Rainbow
Auteurs Mr. J. Pouw
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het onderwerp vereenzelviging. Hij onderzoekt hoe een recente uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland past in de lijn van jurisprudentie van de Hoge Raad over vereenzelviging.


Mr. J. Pouw
Mr. J. Pouw is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Jurisprudentie

De reikwijdte van het subrogatieverbod ex artikel 7:962 lid 3 BW

HR 28 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3461 (Anderzorg-arrest)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2015
Trefwoorden civiel recht, schadeverzekering, subrogatieverbod, vaste kracht, inleenkracht
Auteurs Mr. V. Oskam
SamenvattingAuteursinformatie

    Twee inzittenden, collega’s, van een auto raken betrokken bij een eenzijdig verkeersongeval. De bestuurder, werknemer op basis van een arbeidsovereenkomst, veroorzaakte het ongeval. De benadeelde was op inleenbasis via het uitzendbureau werkzaam. De zorgverzekeraar van deze ingeleende kracht wil regres nemen op de (WAM-)verzekeraar van de werknemer. Die beroept zich op het subrogatieverbod ex artikel 7:962 BW. De rechtsvraag ligt voor of ‘degene die in dienst staat tot dezelfde werkgever als de verzekerde’ ook ingeleend personeel omvat. De Hoge Raad komt – anders dan rechtbank en hof – tot een restrictieve uitleg van het subrogatieverbod en acht subrogatie derhalve in deze verhouding mogelijk.


Mr. V. Oskam
Mr. V. Oskam is advocaat bij Van Traa Advocaten te Rotterdam.
Artikel

Een nieuwe methode voor het berekenen van schade bij overlijden

Totstandkoming van de nieuwe rekenmethodiek in de Richtlijn Rekenmodel Overlijdensschade

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2015
Trefwoorden derving levensonderhoud, Notitie Denktank Overlijdensschade, Richtlijn Rekenmodel Overlijdensschade, De Letselschade Raad
Auteurs Mr. H.M. Storm
SamenvattingAuteursinformatie

    Samen met Jessica Laumen, initiatiefneemster en voorzitter van de Denktank Overlijdensschade, staat de auteur stil bij de totstandkoming van de Notitie Overlijdensschade van de Denktank en de inhoud daarvan. De Notitie bevat een nieuwe rekenmethodiek voor het vaststellen van overlijdensschade (derving levensonderhoud) en kwam na veel discussie en overleg met alle marktpartijen in de letselschadewereld en met behulp van onderzoek van het Nibud tot stand. Op deze nieuwe rekenmethodiek in de Notitie van de Denktank en het onderzoeksrapport van het Nibud is de nieuwe Richtlijn Rekenmodel Overlijdensschade van De Letselschade Raad gebaseerd. De inhoud van de richtlijn wordt besproken.


Mr. H.M. Storm
Mr. H.M. Storm was tot voor kort werkzaam als advocaat en belangenbehartiger in letsel- en overlijdensschade bij de ANWB Afdeling Rechtshulp; zij is lid van de werkgroep Normering van De Letselschade Raad.
Artikel

Kwalificatie en rechtspluralisme in ‘de deeleconomie’

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden deeleconomie, sharing economy, bruikleen, rechtspluralisme
Auteurs Mr. dr. R. Koolhoven
SamenvattingAuteursinformatie

    In de deeleconomie worden goederen ‘samen gebruikt’ en diensten tussen consumenten uitgewisseld. Gebruikers – eigenaren, huurders, bruikleners – vinden elkaar via internetplatforms of apps. Het samen gebruiken of uitwisselen wordt ‘delen’ genoemd, maar wat is de juridische kwalificatie ervan? De problematiek wordt uitgediept aan de hand van voorbeelden van bruikleen-, huur- en transportplatforms.


Mr. dr. R. Koolhoven
Mr. dr. R. Koolhoven is universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    In het arrest San Lorenzo oordeelt het Hof van Justitie dat sociale doelstellingen een rechtvaardiging kunnen zijn voor het buiten aanbesteding verstrekken van een opdracht tot het verrichten van medisch vervoer. Daarmee is San Lorenzo een belangrijk arrest, waarin het Hof van Justitie voor het eerst erkent dat de organisatie van sociale zekerheid kan leiden tot een gerechtvaardigde uitzondering op het beperkte aanbestedingsregime voor IIB-diensten en de verdragsvrijheden.
    HvJ (Vijfde kamer) 11 december 2014, zaak C-113/13, Azienda sanitaria locale nr. 5 ‘Spezzino’, Associazione nazionale pubblica assistenza (ANPAS) - Comitato regionale Liguria /San Lorenzo Soc. coop. sociale, Croce Verde Cogema cooperativa sociale Onlus, in tegenwoordigheid van Croce Rossa Italiana-Comitato regionale Liguria e.a., ECLI:EU:C:2014:2240, n.n.g.


Mr. Hélène Stergiou
Mr. H.M. (Hélène) Stergiou is senior Europees jurist op de afdeling Europees recht van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

C’est arrivé près de chez vous! Het arrest Italmoda en het ontzeggen van rechten aan de particulier op grond van de EU-richtlijn

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2015
Trefwoorden btw-fraude, omgekeerde verticale werking, Mangold-doctrine, fraudebestrijding, fiscale neutraliteit
Auteurs Dr. Thomas Vandamme
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Italmoda waarin een nieuw aspect van directe werking van richtlijnen naar voren komt. Nationale overheden zijn verplicht rechten te weigeren als niet aan de materiële vereisten voor de verkrijging daarvan is voldaan. Dat is met name het geval als de begunstigde van btw-faciliteiten betrokken bleek te zijn geweest bij fraude of misbruik van recht. Deze zaak is voor fiscalisten van groot belang, temeer omdat hij vragen oproept ten aanzien van de relatie tussen fraudebestrijding en fiscale neutraliteit. Het arrest heeft echter ook een institutioneel belang dat het btw-recht overstijgt. In hoeverre wordt het verbod van omgekeerde verticale werking van richtlijnen, en daaraan gekoppeld het verbod tot het direct opleggen van verplichtingen aan de particulier, ingeperkt?
    HR 22 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BW5440


Dr. Thomas Vandamme
Dr. T.A.J.A. (Thomas) Vandamme is docent/onderzoeker bij het Amsterdam Centre for European Law and Governance, Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Insolventie van de werkgever - bescherming van werknemers zonder geldige verblijfstitel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2015
Trefwoorden Insolventierichtlijn, Loongarantieregeling, derdelanders, werknemersbegrip, Koppelingswet
Auteurs A.P. van der Mei
Samenvatting

    Richtlijn 2008/94/EG inzake de bescherming van werknemers bij insolventie van de werkgever verplicht de EU-lidstaten tot instelling van een waarborgfonds waarop werknemers een beroep kunnen doen indien hun werkgever vanwege insolventie niet aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen. De richtlijn definieert niet, en laat het in beginsel aan de lidstaten te bepalen, wie als werknemer moet worden beschouwd. Betekent dit dat een lidstaat als Nederland het begrip ‘werknemer’ zo mag invullen dat derdelanders zonder geldige verblijfstitel het recht op insolventie-uitkering wordt onthouden? Het antwoord van het Hof van Justitie is dat dat niet mag indien, dergelijke derdelanders voor doeleinden van het gemene arbeidsrecht wel als werknemer worden beschouwd, zoals in Nederland het geval is.
    HvJ 5 november 2014, zaak C-311/13, Tümer/Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, ECLI:EU:C:2014:2237, n.n.g.


A.P. van der Mei
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2015
Auteurs Mr. E.M.A. van Amersfoort

Mr. E.M.A. van Amersfoort

    The cost of conflicts in the Netherlands between civil parties or individuals and the government add up to more than 12 billion Euro. For this calculation, a framework has been developed to distinct between three cost categories: Subject (parties) cost, System cost (e.g. court) and Consequential cost. The latter category represents more than 50% of the total cost, the majority of which are born by commercial parties and employer. The government bears 12,5% of the total cost. The impact on insurance companies could not be estimated but is suspected to be substantial. It are these three parties who in concert should fund further investigation and develop initiatives to reduce the financial and human cost of conflicts. It is to be investigated which incentives are required to make this game change to take place.


Ivor Brinkman
Ivor Brinkman (1968) is Registeraccountant en Registermediator. Mede op grond van eigen observaties, aangevuld met uitgebreid onderzoek naar die van anderen, is hij tot de conclusie gekomen dat de impact van conflicten op mensen en organisaties groot is en dat de samenleving lijkt te juridiseren. Om dit tegen te gaan heeft hij Vantage opgezet dat zich richt op het ontwikkelen en verstrekken van instrumenten en diensten om mensen en organisaties te helpen anders om te gaan met conflicten door deze vroeger te herkennen, vaardiger te worden om escalatie te stoppen en meer zelfstandig in staat te zijn om tot oplossing te komen. Vooral het voorkomen van conflicten heeft zijn bijzondere interesse. Zie ook www.vantage.nl.

Maurits Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam en het Westen aan de Universiteit Leiden. Hij is hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.

Masha Rademakers
Drs. Masha Rademakers studeerde Culturele antropologie en ontwikkelingssociologie aan de Universiteit Leiden en deed de master ‘Islam in the Contemporary West’, waar ze haar eindscriptie schreef over Nederlandse Syrië-gangers. Zij is werkzaam als journalist bij het Leidsch Dagblad.
Artikel

Schadevergoedingsregelingen voor slachtofferschap van seksueel misbruik: kwetsbaar voor fraude?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Schadevergoedingsregelingen, Slachtofferschap, Seksueel misbruik, Fraude
Auteurs Dr. mr. Maarten Kunst
SamenvattingAuteursinformatie

    Lately, several private and public compensation schemes have been established in the Netherlands for people who have been sexually abused as a minor by representatives of the Catholic Church, childcare workers or foster parents. Eligible for compensation are those who can make a reasonable case of the likelihood that they have been sexually abused. They do not have to provide indisputable proof of the abuse. The author of this article argues that this low burden of proof makes these compensation schemes vulnerable to fraud. He supports his argumentation with several examples of dishonest victims who have been unmasked as fraudsters. Furthermore, he explains that undetected fraud can have several adverse by-effects, such as the condemnation of falsely accused persons and impairment of the credibility of compensation schemes and agencies that run such schemes. The author concludes with emphasizing the need for more explicit policies on fraud prevention, detection, and control.


Dr. mr. Maarten Kunst
Dr. mr. M.J.J. Kunst is universitair hoofddocent Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Grenzeloos uitkeren?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 2 2015
Trefwoorden uitkeringstest, liquiditeit, negatief eigen vermogen, artikel 2:216 BW
Auteurs Mr. C. Sarfo
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien een BV geen wettelijke of statutaire reserves behoeft aan te houden, kan de algemene vergadering dan besluiten tot een uitkering als bedoeld in artikel 2:216 BW van een bedrag dat het eigen vermogen van de BV overstijgt? Zo ja, mag het bestuur daaraan vervolgens goedkeuring verlenen? De auteur zal beide vragen bespreken in haar bijdrage.


Mr. C. Sarfo
Mr. C. Sarfo is kandidaat-notaris bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Bijstand als schadepost

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Participatiewet, WWB, bijstandsuitkering, letselschade, schadevergoeding
Auteurs Mr. A.S. Oude Hergelink en Mr. dr. M.F. Vermaat
SamenvattingAuteursinformatie

    Schadevergoedingen en de bijstandswet vormen geen gelukkig paar. Immers, voordat iemand een beroep op de bijstand zoals geregeld in de Participatiewet kan doen, moet er geen sprake meer zijn van vermogen boven de vrijlatingsgrens. Waarom schade vergoeden als de gemeente vervolgens de bijstand beëindigt? In deze bijdrage wordt aan de hand van wetgeving, gemeentelijke regelgeving en jurisprudentie besproken wat de gevolgen voor het recht op bijstand (kunnen) zijn wanneer een bijstandsgerechtigde een letselschadevergoeding ontvangt. Op 16 april 2014 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant geoordeeld dat indien het onderhavige letselschadeslachtoffer haar aanspraak op een bijstandsuitkering (deels) zou verliezen, dat aangemerkt diende te worden als schade en die schade voor vergoeding door de aansprakelijke partij in aanmerking komt. Deze uitspraak werpt een nieuw licht op de problematiek.


Mr. A.S. Oude Hergelink
Mr. A.S. Oude Hergelink is advocaat bij Beer advocaten te Amsterdam.

Mr. dr. M.F. Vermaat
Mr. dr. M.F. Vermaat is advocaat bij Van der Woude de Graaf Advocaten te Amsterdam.
Toont 141 - 160 van 608 gevonden teksten
1 2 3 4 5 6 8 10 11 12 30 31
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.