Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 199 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Article x
Artikel

Toepassing van rechtssociologisch en rechtspsychologisch onderzoek in de rechtspraktijk

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2016
Trefwoorden Sociology of law, Legal psychology, Legal practice, Policy, Empirical research
Auteurs Mr. dr. M. Malsch, L. ten Hove MSc en Prof. dr. H. Elffers
SamenvattingAuteursinformatie

    Findings of empirical research may have direct or indirect relevance to legal practice and policy. This article investigates the relevance of findings from both research in sociology of law and legal psychology and law for legal practice and policy. It then discusses an empirical study in the Netherlands among scholars from these two disciplines into actual use in practice of empirical findings. A distinction is made between direct and indirect application of empirical findings. Both a survey and face-to-face interviews have been conducted. Findings suggest that, although the criminal justice system and policymakers do apply empirical knowledge to a certain degree, the actual use of empirical results seems defective.


Mr. dr. M. Malsch
Mr. dr. Marijke Malsch is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam.

L. ten Hove MSc
Leonie ten Hove MSc heeft als stagiaire bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam meegewerkt aan het in dit artikel beschreven onderzoek.

Prof. dr. H. Elffers
Prof. dr. Henk Elffers is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam en emeritus hoogleraar aan de Vrije Universiteit aldaar.
Artikel

Naar een Europees wetboek voor elektronische communicatie

Kroniek Telecommunicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2016
Trefwoorden elektronische communicatie, telecommunicatie, internet, breedbandtoegang, radiospectrum
Auteurs Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek wordt ingegaan op de ontwikkelingen in het Europese telecommunicatiekader in de afgelopen drie jaren. Het bevorderen van connectiviteit was een thema uit de voorstellen voor een ‘Connected Continent’ van Commissaris Kroes in 2013. Opnieuw is toegang tot snelle internetconnectiviteit een belangrijke doelstelling van regulering in het voorstel voor een geheel nieuw Europees wetboek voor elektronische communicatie dat de Europese Commissie in september 2016 publiceerde. Het voorstel betekent een algehele herziening van het Europees telecommunicatiekader dat gevolgen zal hebben voor de Nederlandse Telecommunicatiewet.


Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is bijzonder hoogleraar telecommunicatierecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid (afdeling eLaw) van de Universiteit Leiden en advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.
Artikel

De introductie van private partijen in het bouwtoezicht. Waar moeten we om denken?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden privatisering, bouwtoezicht, inperking negatieve effecten, Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
Auteurs Mr. A. (Annalies) Outhuijse
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen realiseert de privatisering van het bouwtoezicht. Eerdere ervaringen, in binnen- en buitenland, laten zien dat de privatisering van toezicht gepaard kan gaan met negatieve effecten. Dit artikel bekijkt hoe privaat toezicht in de bouwsector kan worden geïntroduceerd, gelet op de mogelijke negatieve effecten, knelpunten en belangen van de diverse actoren. De auteur besluit met het formuleren van enkele aanbevelingen ter inperking van de mogelijke negatieve effecten.


Mr. A. (Annalies) Outhuijse
Mr. A. Outhuijse verricht sinds 1 oktober 2015 promotieonderzoek naar de geschilbeslechting en besluitvorming door de mededingingsautoriteit aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Wetenschap en de beroepspraktijk: partners in veiligheidszorg

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2016
Trefwoorden Wetenschappelijk onderzoek, Praktijkgericht onderzoek, Veiligheid, Valorisatie
Auteurs Prof. dr. Emile Kolthoff
SamenvattingAuteursinformatie

    This article discusses the relationship between science and professional practice from the presumption that the two need and reinforce each other. The distinction between theoretical and applied research is rather small and maybe even fictional. This is also true for research in the area of public safety. However, we deal with a very specific area of research here that sometimes requires specific requirements concerning publications and trust.


Prof. dr. Emile Kolthoff
Prof. dr. Emile Kolthoff is lector Veiligheid, Openbare orde en Recht aan de Avans Hogeschool. Hij is fellow bij de onderzoeksgroep Quality of Governance aan de Vrije Universiteit Amsterdam en hoogleraar Criminologie aan de faculteit Rechtswetenschappen van de Open Universiteit.
Artikel

Het meten van effecten van de handhaving door de Belastingdienst

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden effectmeting, handhaving, toezicht, Belastingdienst, compliance
Auteurs Dr. Sjoerd Goslinga, Drs. Maarten Siglé en Prof. dr. mr. Lisette van der Hel
SamenvattingAuteursinformatie

    De maatschappij verwacht in toenemende mate dat toezichthouders de effecten van hun toezicht inzichtelijk maken. Dat geldt ook voor de Belastingdienst. Dit artikel bespreekt de theorie en de praktijk van effectmeting in het fiscale domein en levert zo een bijdrage aan de ontwikkeling van effectmeting van het (overheids)toezicht. Vastgesteld wordt dat in de praktijk een aantal uitdagingen het hoofd moet worden geboden wil de Belastingdienst daadwerkelijk tot een integrale effectmeting van het toezicht komen. Dit zijn: het expliciteren van de beleidstheorie, het vinden van de juiste determinanten van compliance, het meten van effecten van preventieve activiteiten, het opzetten van methodologisch verantwoord onderzoek en de organisatorische inbedding van effectmeting.


Dr. Sjoerd Goslinga
S. Goslinga is werkzaam bij de Belastingdienst en daarnaast als onderzoeker verbonden aan de Universiteit Leiden.

Drs. Maarten Siglé
M.A. Siglé is werkzaam bij de Belastingdienst en is daarnaast als PhD-student en docent verbonden aan de Nyenrode Business Universiteit.

Prof. dr. mr. Lisette van der Hel
E.C.J.M. van der Hel is werkzaam bij de Belastingdienst en daarnaast als hoogleraar effectiviteit van overheidstoezicht verbonden aan de Nyenrode Business Universiteit.
Artikel

U zult geen dieren houden

En doet u dat toch, wat dan nog

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Strafrecht, Verbod, Dierenmishandeling, Dierenverwaarlozing, Handhaving
Auteurs Ilse Van Leiden, Manon Hardeman en Anton Van Wijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Cruelty to and neglect of animals are criminal offences. In the criminal prosecution of perpetrators of cruelty to and neglect of animals, the court may impose an injunction on the offenders to keep animals for a specific period of time. In the Netherlands, this so-called ban on keeping animals (‘houdverbod’) can be imposed by the criminal court in the form of a special condition imposed in combination with a suspended sentence. In this article we present the results of a study into the frequency with which and the manner in which the ban on keeping animals is applied nationwide in the Netherlands. The study provides insights into the prerequisites for adequate application of the ban on keeping animals. In practice, the implementation of the ban on keeping animals in its current form faces some problems. The question is how the effectiveness of the ban on keeping animals may be improved and whether there are alternative ways to apply the ban on keeping animals that may serve the purpose better. The issue of the most effective form in which to implement a ban on keeping animals – also in the longer term – is a thorny one.


Ilse Van Leiden
Ilse van Leiden is werkzaam bij Bureau Beke.

Manon Hardeman
Manon Hardeman is werkzaam bij Bureau Beke.

Anton Van Wijk
Anton van Wijk is werkzaam bij Bureau Beke.
Artikel

Het belang van grootouders in hedendaagse gezinnen en het recht op omgang met kleinkinderen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2016
Trefwoorden grandparents, grandchildren, child care, rights of access, intergenerational solidarity
Auteurs Dr. T. Geurts
SamenvattingAuteursinformatie

    Within the context of a recent call for the strengthening of the legal position of grandparents with regards to visitation rights, this article presents a brief review of major conceptual notions and empirical findings within the literature on grandparent-grandchild relationships. Three major topics for understanding the intergenerational relationship are addressed: the historical context, the importance of the relationship, and changes over individual time.


Dr. T. Geurts
Dr. Teun Geurts is als onderzoeker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

    Op 25 februari 2016 deed het Hof van Justitie uitspraak in de zaak García-Nieto. Net als in de arresten Dano en Alimanovic stelt het Hof van Justitie in deze zaak vast dat een beroep op het socialezekerheidsstelsel van de gastlidstaat, gedaan door een EU-burger wiens verblijfsrecht veronderstelt dat er over voldoende bestaansmiddelen wordt beschikt, gevolgen heeft voor dat verblijfsrecht. Betrof het in de eerdere arresten het verblijfsrecht van inactieve en werkzoekende EU-burgers, in García-Nieto stond het verblijfsrecht in artikel 6 van Richtlijn 2004/38/EG centraal. Net als inactieven en werkzoekenden mogen lidstaten EU-burgers die nog geen drie maanden op hun grondgebied verblijven, uitsluiten van het genot van uitkeringen op grond van hun socialezekerheidsstelsel, zonder rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene, omdat de richtlijn zelf een ‘gradueel stelsel van behoud van de status (…) in het leven roept’ en aldus zelf rekening houdt met verschillende factoren die de positie van de aanvrager kenmerken. Wat betekent dit voor de belangenafweging die altijd centraal heeft gestaan in het recht op vrij verkeer van personen?
    HvJ 25 februari 2016, zaak C-299/14, Vestische Arbeit Jobcenter Kreis Recklinghausen/Jovanna García-Nieto e.a., ECLI:EU:C:2016:114


Mr. H. Oosterom-Staples
Mr. H. (Helen) Oosterom-Staples is verbonden aan het Departement Europees en Internationaal Publiekrecht van Tilburg Law School.

    De laatste tijd is, onder andere in dit tijdschrift, nogal eens de gedachte naar voren gebracht dat mededingingsafspraken met een duurzaamheidsdoel beter op grond van de Wouters-jurisprudentie kunnen worden beoordeeld dan via een toets aan lid 3 van het kartelverbod. Hiermee zou tot een ruimhartiger benadering van deze afspraken kunnen worden gekomen. Dit artikel bespreekt de mogelijkheid en de wenselijkheid van een dergelijke benadering. Het analyseert daartoe de jurisprudentie zoals die zich tot nu toe heeft ontwikkeld en beoordeelt deze mede vanuit een economisch gezichtspunt.


Erik Kloosterhuis
Drs. E.J. Kloosterhuis is werkzaam bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven. De auteur bedankt enkele collega’s en oud-collega’s voor hun commentaar op een eerdere versie van het artikel. Over hetzelfde onderwerp zal in ECLR verschijnen: Charlotte Janssen en Erik Kloosterhuis, The Wouters case law, special for a different reason?
Artikel

Private toezichthouders als radertjes in wiens machine: die van de overheid of van bedrijven?

De casus van zelfregulering in de uitzendbranche

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden vervangende zelfregulering, private toezichthouders, toezicht, uitzendbureaus
Auteurs Dr. H.G. van der Voort
SamenvattingAuteursinformatie

    Overheden accepteren vaak private, helpende handen voor toezichtstaken, zoals normstelling, informatieverzameling en handhaving. Publieke toezichthouders ontmoeten in een dergelijk geval hun private collega’s. Voorbeelden van deze collega’s zijn zelfregulerende brancheorganisaties, die op hun beurt toezichtstaken hebben. Zij zijn te zien als de facto private toezichthouders tussen publieke toezichthouders en bedrijven. Hoe is de rol van private toezichthouders te typeren? In een uitgebreide casusbeschrijving over vervangende zelfregulering in de uitzendbranche exploreert de auteur de rol van private toezichthouders tussen overheid en de bedrijven waarop zij toezicht houden in. Zijn zij heel afhankelijk van de overheid, een radertje in haar machine? Of juist een radertje in de machine van de bedrijven die de schone schijn willen ophouden voor de overheid? De casus laat zien dat private toezichthouders niemands radertje zijn, maar beter te zien zijn als zelfstandige module die een ingewikkeld systeem van publieke en private regels gaande houdt. De casus is inspirerend voor de wetgever, want deze heeft de branche zelf de prikkels gegeven om zich op de huidige wijze te reguleren en daarmee de private toezichthouders de huidige rol gegeven. De bijdrage sluit af met een uiteenzetting van deze prikkels en de verklaring van hun werking.


Dr. H.G. van der Voort
Dr. H.G. (Haiko) van der Voort is universitair docent aan de TU Delft, faculteit Techniek, Bestuur en Management.
Artikel

Arrest Regiopost en sociale voorwaarden bij overheidsaanbestedingen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden aanbestedingsrecht, cao, sociaal beleid, minimumloon
Auteurs Mr. M.J.J.M. Essers
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese Unie dient op grond van artikel 3 lid 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) sociale uitsluiting en discriminatie te bestrijden en sociale rechtvaardigheid en bescherming te bevorderen. Het Hof van Justitie oordeelde in de zaak Regiopost dat het stellen van een minimumlooneis ter bestrijding van ‘asociale ondernemers’ in aanbestedingsstukken mogelijk is, ongeacht of er een algemeen wettelijk minimumloon of een algemeen verbindende cao is. In dit artikel wordt mede aan de hand van dit arrest ingegaan op de beleidsruimte voor aanbestedende diensten bij het realiseren van sociale doelstellingen.
    HvJ 17 november 2015, zaak C-115/14, RegioPost, ECLI:EU:C:2015:760


Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. (Maurice) Essers is als advocaat aanbestedingsrecht werkzaam bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Organisatiestructuren van jihadistische netwerken in Nederland

Verschillen en overeenkomsten tussen 2000 en 2013

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2016
Trefwoorden jihadist networks, social network analysis, organizational structures, foreign fighters
Auteurs Dr. Jasper de Bie en Dr. Christianne de Poot
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper uses social network analysis to study and compare the organizational structures and division of roles of three jihadist networks in the Netherlands. It uses unique Dutch police data covering the 2000-2013 period. This study demonstrates how the organizational structures differ between different networks. The earliest network has a hierarchical cell structure with a clear division of labour, while the later networks are horizontal and dense networks with less clear orientation on tasks. The core member types in the jihadist networks also differ. The earliest network contains international jihad veterans with clear leadership skills, while the later networks contain home-grown radicals with less status and often a lack of expertise. Furthermore, several jihadists evolve over time, when they used to be supporters, but become core members in posterior networks.


Dr. Jasper de Bie
Dr. J.L. de Bie is onlangs gepromoveerd aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de faculteit rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Dr. Christianne de Poot
Dr. C.J. de Poot is senior onderzoeker bij het WODC van het ministerie van Veiligheid en Justitie en tevens lector Forensisch Onderzoek aan de Hogeschool van Amsterdam en de Politieacademie te Apeldoorn.
Artikel

Hoe denken Zuidas-advocaten over mediation?

Advocaten van de grote zakelijke kantoren (NL) geïnterviewd over mediation

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Business-mediation, zakelijke mediation, interviews, advocaten
Auteurs Lodewijk Smeehuijzen
SamenvattingAuteursinformatie

    It is often assumed business mediation in The Netherlands is not used to its full potential. This article reports on 17 interviews with lawyers from leading Dutch business law firms about their considerations regarding mediation. Most reasons mentioned to turn to mediation are in line with the advantages of mediation described in the literature. Unique positive considerations are: (i) mediation may serve as a substitute for confidential discussions between lawyers and (ii) a mediator may help to sidetrack the sub-standard lawyer on the other side. Reasons mentioned to refrain from mediation are: (i) attempts to resolve the conflict have already been made at various hierarchical levels of the companies involved; (ii) for lawyers with adequate negotiation skills a mediator has little added value; (iii) parties require a formal judgement; (iv) mediation implies some sort of compromise; (v) lack of trust between parties; (vi) not knowing any sufficiently skilled business mediators.


Lodewijk Smeehuijzen
Lodewijk Smeehuijzen is hoogleraar privaatrecht aan de VU en raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Artikel

Paden naar Utopia

Over regels, regeldruk en experimenten in het onderwijs

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2016
Trefwoorden experimenten, regeldruk, toekomstbestendige wetgeving
Auteurs Erik Florijn
SamenvattingAuteursinformatie

    De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) maakte onlangs bekend dat hij een experiment met regelluwe scholen wil starten. Het experiment houdt in dat ongeveer zestig ‘excellente’ scholen zes jaar lang de ruimte krijgen om met het oog op verbetering van de kwaliteit of de doelmatigheid van het onderwijs af te wijken van vrijwel alle onderwijsrechtelijke bepalingen. In dit artikel gaat de auteur na of het experiment met regelluwe scholen als een voorbeeld kan dienen voor het werken met experimenteerbepalingen zoals het kabinet dat voor ogen staat, of dat uit de opzet van dit experiment juist andere lessen kunnen worden getrokken. De auteur ziet een aantal knelpunten bij dit experiment. Zo worden onder meer opmerkingen gemaakt over de meetbaarheid van kwaliteit van onderwijs, de vormgeving van het experiment, de verhouding tussen het experimentenbesluit en de bovenliggende wet, en de praktische uitvoerbaarheid van een evaluatie.


Erik Florijn
Dr. Erik Florijn is wetgevingsjurist bij de Afdeling advisering van de Raad van State.
Artikel

Rechters en officieren van justitie willen maatwerk leveren met de voorwaardelijke straf

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2016
Trefwoorden voorwaardelijke straf, Recidive, speciale preventie, Resocialisatie
Auteurs Dr. Joke Harte, Mr. dr. Marijke Malsch, Mr. drs. Doris van Dijk e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, the judge has the possibility to impose an entirely or partly suspended sentence. In this article, the perspective of judges and public prosecutors on the deterrent effect of the suspended sentence is investigated. For that purpose, 1000 court decisions were examined, and 15 judges and 15 public prosecutors were interviewed. The results show that the suspended sentence provides opportunities to intervene in the offender’s life regarding issues that are supposed to be related to recidivism. Judges and public prosecutors regard the suspended sentence as an important device to reduce the recidivism risk.


Dr. Joke Harte
Dr. Joke Harte is universitair hoofddocent bij de afdeling Strafrecht & Criminologie van de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam, senior onderzoeker bij het NSCR en redactielid van PROCES.

Mr. dr. Marijke Malsch
Mr. dr. Marijke Malsch is senior onderzoeker bij het NSCR en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Noord-Holland en raadsheer-plaatsvervanger in het Hof Den Bosch.

Mr. drs. Doris van Dijk
Mr. drs. Doris van Dijk was ten tijde van het onderzoek als junior onderzoeker werkzaam bij het NSCR.

Bas Vergouw MSc
Bas Vergouw MSc was ten tijde van het onderzoek als junior onderzoeker werkzaam bij het NSCR.

Prof. dr. Peter van der Laan
Prof. dr. Peter van der Laan is senior onderzoeker bij het NSCR en bijzonder hoogleraar Reclassering aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Het omgevingsplan in de Omgevingswet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1-2 2016
Trefwoorden Omgevingswet, omgevingsplan, omgevingswaarde, omgevingsvergunning, bestemmingsplan
Auteurs Mr. J.R. (Jan Reinier) van Angeren
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt het omgevingsplan besproken. Na een weergave van de totstandkomingsgeschiedenis van dit instrument wordt de inhoud van het omgevingsplan behandeld. Aan de orde komen de verschillende regels die het omgevingsplan moet bevatten, de bevoegdheid om het omgevingsplan vast te stellen, de omgevingswaarden en de programma’s. Ook wordt ingegaan op de wijze waarop het omgevingsplan als toetsingskader voor omgevingsvergunningen gaat functioneren.


Mr. J.R. (Jan Reinier) van Angeren
Mr. J.R. van Angeren is advocaat bij Stibbe.
Artikel

Toepassingsmogelijkheden van Quantified Self-data

Enkele voorbeelden uit de forensisch psychiatrische praktijk

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2016
Trefwoorden quantified self-data, self-monitoring, technological devices, aggression treatment, forensic psychiatry
Auteurs Dr. C.H. de Kogel en Dr. L.J.M. Cornet
SamenvattingAuteursinformatie

    How many hours a night do I sleep? What is my average resting heart rate? How physical active am I during the day? Self-monitoring with help of technological devices, including smartphones, mobile applications and electronic sensors, allow individuals to quantify biometrics that they never knew existed. During the last decade, the ‘quantified-self’ movement has become popular among hobbyists, but also among professionals in the medical field. In this article the authors explore the potentials of quantified-self devices for the criminal justice setting. Could, for example, skin conductance measurements help to improve self-awareness among aggressive patients? And could biofeedback intervention with help of a mobile application serve as an alternative intervention program for those who are currently not responsive to traditional correctional therapy? On the other hand, what are the limitations and perhaps ethical concerns when implementing quantified-self devices in the criminal justice setting?


Dr. C.H. de Kogel
Dr. Katy de Kogel is als senior wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. L.J.M. Cornet
Dr. Liza Cornet is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Analysemethoden en technieken voor criminologisch onderzoek

Oude trends en nieuwe ontwikkelingen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Qualitative research, Criminology, Multivariate analytical methods, Size and causes of crime, Mixed methods
Auteurs Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes the developments in the use of analytical methods and technics for criminological research in the Netherlands since the beginning of the eighties. The author focuses on quantitative research methods. While classical multivariate technics like (M)AN(C)OVA, canonic correlation analysis and LISREL were dominant until the beginning of the new century, new multivariate analytical methods appeared from 2005 onwards. Especially the analysis of life course trajectories of criminal offenders caught on. The author also discusses various methods to measure the size of crime, like randomized response and capture-recapture, as well as methods identifying the causes of crime. In this latter field the use of fixed-effects methods and the propensity score matching technic has expanded considerably in the last couple of years. When it comes to explaining why people commit crime, quantitative methods do not suffice. The author argues that thorough quantitative methods can reveal the context in which criminal acts occur. The wider use of so-called mixed methods (quantitative as well as qualitative) could contribute to a deeper understanding of crime and stimulate theoretical development. In doing so these methods contribute considerably to understanding why people commit crime.


Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld
Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld is directeur van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en hoogleraar Criminologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Artikel

Terug naar huis? Veranderingen in woonsituaties tijdens detentie en na vrijlating

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2016
Trefwoorden housing changes, imprisonment, reentry, ex-prisoners
Auteurs Maaike Wensveen MSc, Dr. Hanneke Palmen, Dr. Anke Ramakers e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Although good and stable housing is one of the requirements for successful reintegration, research on the relation between imprisonment and housing is scarce. This study gains insight into the housing situation of Dutch prisoners before and after their incarceration. Data are used from 886 male Prison Project participants, who were interviewed both during and six months after detention. Changes in housing appear to be common; 52 percent of the prisoners has a different housing situation after release (compared to before detention). Changes in housing remain frequent during the six months post-release. The importance of good aftercare in the transition from prison to stable housing is underlined by these results.


Maaike Wensveen MSc
M. Wensveen, MSc is promovendus criminologie aan de Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Afdeling Criminologie.

Dr. Hanneke Palmen
Dr. J.M.H. Palmen is universitair docent criminologie aan de Universiteit Leiden.

Dr. Anke Ramakers
Dr. A.A.T. Ramakers is universitair docent criminologie aan de Universiteit Leiden.

Dr. Anja Dirkzwager
Dr. A.J.E. Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. P. Nieuwbeerta is hoogleraar bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Criminele carrières van ordeverstoorders

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2016
Auteurs Drs. Tom van Ham, Prof. dr. Arjan Blokland, Dr. Henk Ferwerda e.a.
Auteursinformatie

Drs. Tom van Ham
Drs. T. van Ham is als onderzoeker verbonden aan Bureau Beke.

Prof. dr. Arjan Blokland
Prof. dr. A.A.J. Blokland is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en als bijzonder hoogleraar verbonden aan de Universiteit van Leiden.

Dr. Henk Ferwerda
Dr. H.B. Ferwerda is directeur van Bureau Beke.

Prof. dr. Theo Doreleijers
Prof. dr. Th.A.H. Doreleijers is emeritus hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie.

Dr. Otto Adang
Dr. O.M.J. Adang is lector Openbare Orde & Gevaarbeheersing bij de Politieacademie.
Toont 141 - 160 van 199 gevonden teksten
1 2 3 4 5 6 8 10
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.